Prof. Mag. Dr. J.P.M. van der Ploeg O.P.: Is Allah ook de God der Christenen?

Er wonen in ons land heel wat Moslims, naar de naam van de stichter van hun godsdienst ook Mohammedanen genoemd. Ze bouwen bij ons hun moskeeën en nemen zelfs christelijke kerken over, als ze kunnen, om er moskeeën van te maken. Aan de bouw hiervan wordt niet zelden door Christenen meegewerkt, zelfs financieel bijgedragen. Bij de opening van een nieuw moslims gebedshuis kan men Christenen aantreffen, zelfs officiële vertegenwoordigers van Kerken. Zo wil het de huidige verdraagzaamheid en het respect voor de godsdiensten van anderen. Een bijkomend motief is zeker ook, dat men van mening is dat Allah, de God die de Moslims vereren als de enige God, naast wie er geen andere is, de schepper van hemel en aarde, die levenden en doden zal komen oordelen, dezelfde is als de God van Christenen en Joden.

In tegenstelling tot de laatste mening hoort en leest men vaak dat Allah met de God van de Christenen niet kan vereenzelvigd worden en een Christen hem dus niet mag aanbidden of op één lijn stellen met onze God. Wat hiervan te denken?

Mohammed (in het Arabisch Muhammad; de Fransen spreken van Mahomet) is rond 570 te Mekka in Midden Arabië geboren. In 612 dacht hij openbaringen van God te ontvangen door bemiddeling van de aartsengel Gabriël, in 622 verliet hij de stad om naar het noordelijk gelegen Medinah (aldus de tegenwoordige naam) te trekken, waar hij in 632 is gestorven en begraven. In zijn tijd vereerden de inwoners van Mekka verschillende goden, hoewel het er maar enkele waren. Mohammed heeft dit veelgodendom met succes bestreden en de voornaamste God, Allah genaamd, tot enige God verheven naast wie er geen andere is.

Te Mekka woonden ook Joden én mogelijk enkele Christenen, die men op verschillende plaatsen in Arabië vond. Hele stammen waren tot het Christendom overgegaan en hadden priesters en bisschoppen. Mohammed heeft enige tijd verwacht dat de Joden zich wel tot zijn nieuwe godsdienst, de Islam (spreek uit: Islaam), zouden bekeren en hij en zijn volgelingen hebben zelfs een tijdlang in de richting van Jerusalem gebeden. Men neemt zelfs aan dat hij op zijn paard Boeraaq een nachtelijke reis heen en weer naar Jerusalem heeft gemaakt en daar heeft gebeden bij de heilige rots op het oude tempelplein. Om deze reden is Jerusalem voor de moslims een der drie heiligste plaatsen ter wereld en komt in rangorde na Mekka en Medina. Dit geloof geeft een bijzonder karakter aan het huidige Arabisch-Joodse conflict.

De Profeet van Mekka heeft in zijn God Allah ook de God der Joden gezien, die van het Oude Testament. Hij aanvaardde zelfs dat deze zich al aan Abraham heeft geopenbaard en door Mozes aan de Joden hun heilig boek, de Wet (door Mohammed tawrat = torah genoemd) heeft gegeven. Aan de Christenen gaf Hij het evangelie (iendzjiel); Mozes en Jesus waren voor hem profeten. Hij voegde er aan toe dat Joden en Christenen (door hem “mensen van het Boek” genoemd) hun heilige boeken hebben verminkt. Aan Mohammed heeft Allah de meest volledige en definitieve openbaring uit de hemel doen “afdalen” (een technische, in de Koran veel gebruikte uitdrukking). Deze is opgetekend in de 114 hoofdstukken van de Koran en is deels ook mondeling doorgegeven (Hadieth).

In de Koran (qoer’áan) staat veel dat door het Christendom niet wordt aanvaard. Heel in het bijzonder is de leer van de Heilige Drieëenheid voor de Islam een ergernis en daarmee samenhangend wordt ook de leer van de verlossing door het Mensgeworden Woord des Vaders ontkend en fel bestreden. Men kan zeggen dat deze twee leerstellingen voor de Moslims de grootste steen des aanstoots zijn in het Christendom. Daarom worden de Christenen in de Koran gerekend tot de moesjrikien, d.w.z. zij die aan Allah een Hem gelijkwaardige Metgezel (sjariek) geven. Koran, Sure 17, 111: “En zeg: Lof aan Allah, die zich geen Zoon heeft genomen en die geen Metgezel heeft in het Koningschap”. Niets is voor de Moslims zo absurd en afkeurenswaardig als de leer dat God een Zoon heeft. Er staan in de Koran wel enkele gunstige uitspraken over het Christendom, maar ook (latere) ongunstige, en dit is mogelijk door de leer, dat Allah sommige openbaringen later weer heeft opgeheven.

Allah is voor de Moslims niet alleen de Schepper, Heer en Bestuurder van hemel en aarde, maar ook de auteur van de Koran. Velen nemen zelfs aan dat deze van alle eeuwigheid bij Allah heeft bestaan als zijn (door hem geschapen) Woord. Daarom moet het beeld, dat de gelovige Moslim zich van Allah vormt, uit de Koran worden opgemaakt, en dit vertoont zeer grote en wezenlijke onderscheiden met dat van de gelovige Christen, met name van de katholieke Kerk. Van dit standpunt bezien kan en moet men zeggen, dat Allah van de Islam niet de God van het Christendom is. Men zou dit kunnen bestrijden wanneer het verschil slechts bijkomstige zaken betrof, nu betreft het een aantal wezenlijke.

Zeker, de Islam is evenals Jodendom en Christendom een monotheïstische godsdienst. Maar dit houdt niet in dat de drie juist dezelfde God vereren. Wat het Jodendom betreft ligt het anders dan bij de Islam. In het Credo belijden wij ons geloof aan God qui locutus est per prophetas ” die gesproken heeft door de profeten ” , en wel die van het Oude Verbond. Daarin was de openbaring van de Heilige Drieëenheid nog niet gedaan, maar wel was zij er voorbereid. Het Oude Testament sluit harmonisch aan op het Nieuwe en zo is de God van het Oude Testament ook de onze, die wij echter veel volmaakter hebben leren kennen.

Dit heeft praktische gevolgen. Als men hoort dat tegenwoordig scholen worden ingericht voor christelijke en mohammedaanse kinderen, “omdat in beide godsdiensten dezelfde God vereerd wordt”, is dit fout. De mohammedaanse kinderen leren uitdrukkelijk fundamentele waarheden van het Christendom, en speciaal met betrekking tot onze God, te ontkennen en te bestrijden.

In het verleden hebben tal van mohammedaanse vorsten uit naam van de Islam Christenvolkeren en hun godsdienst zwaar bestreden. Waar zij eeuwen lang de macht hebben gehad, zoals in Turkije, het Midden Oosten, Noord Afrika, streken waar het Christendom bloeide, is het zo goed als uitgeroeid. En dit gebeurde niet zo maar, doch in de overtuiging dat Allah hiermee een dienst werd bewezen. Allah akbar! ” Allah is de grootste” (letterlijk: groter -dan alle anderen) is nog altijd de strijdkreet van de Moslims als zij ook tegen de Christenen (en Joden) te velde trekken. Is met de Islam een “dialoog”.mogelijk? Deze veronderstelt dat de deelnemers daaraan elkaar als gelijkwaardigen tegemoet treden, of minstens doen alsof. Geen van beide is tot op heden van de Islam (in het algemeen genomen, uitzonderingen daargelaten) te verwachten. De Moslim is diep overtuigd van de volkomen minderwaardigheid van het Christendom tegenover de aan Mohammed gedane openbaring. Daarom is samengaan van Moslims met Christenen op godsdienstig terrein doorgaans ook psychologisch onmogelijk. Een Moslim die zich Iaat dopen heeft volgens de Islam de doodstraf verdiend en wanneer hij in een mohammedaans land woont, doet hij het beste daaruit te verdwijnen. Kort na de oorlog heb ik in Kaïro een “katholieke moslim ” ontmoet, hij was crypto-Katholiek, niemand mocht het weten, zeker zijn eigen familie niet. Door hem ben ik aan de Egyptische uitgave van de Koran (in het Arabisch) gekomen, die een mohammedaanse boekhandelaar aan mij, een “ongelovige”, nooit zou hebben verkocht. Jaren geleden verbood een bisschop in Noord-Afrika aan zijn priesters Moslims te dopen, tenzij zij meteen uitweken naar Frankrijk of een ander christelijk land. Wijlen kardinaal Pignedoli heeft enkele jaren geleden, in zijn hoedanigheid van president van het Romeinse secretariaat (nu “Raad ” geheten) voor de niet-Christenen, aan een aantal bisschoppen schriftelijk gevraagd wat zij o.a. dachten van een dialoog met de Moslims. De Libanees Mgr. Paul Bassim, vicaris-generaal voor de Latijnen in de Libanon, heeft later zijn antwoord laten publiceren in de Rheinischer Merkur. Daarin gaf hij als zijn mening te kennen dat sinds Vaticanum II een “dialoog” met de Moslims van de zijde der katholieke Kerk mogelijk is, maar niet van die der Moslims. Volgens de beginselen van de Koran, aldus Bassim, zijn Christenen in een mohammedaans land niet eens burgers van de 2de rang, maar minder dan dat. Tegen een hoofdelijke schatting moeten zij volgens de Koran worden geduld, “beschermd”. In de loop der eeuwen werden zij in het publieke leven ook nog zeer discriminerend en vernederend behandeld. Ik ken Christenen uit Syrië die een christelijke naam tegen een Turkse hebben ingeruild, om niet in het openbaar als Christenen te boek te staan. Zelfs in een land als Egypte gaan nog steeds heel wat Christenen tot de Islam over, om niet meer gediscrimineerd te worden.

In een brief aan Der Fels van februari 1990, p. 63, schrijft een missionaris uit Nigeria, die zijn naam niet wil noemen: “Een dialoog tussen Christendom en Islam bestaat niet, tenminste niet met de Islam zoals minioenen mensen hem beleven: wij hebben daar niet met een boek te maken, maar met levende mensen, fanatiek, intolerant, bereid om te sterven om de Islam met alle middelen te verbreiden. Schrikwekkend en ondemocratisch zijn zij in hun eigen land, maar in de landen, waarheen zij gaan, eisen zij rechten en maken daar aanspraak op, de beroemde mensenrechten. De Islam heeft geen raakpunten met het Christendom, de Islam is de dood van het Christendom. Wie het tegendeel beweert, is nog niet buiten zijn huis geweest”. Dit is een kreet van iemand uit de praktijk. Op “hoog niveau” spreekt de Moslim meestal een andere taal, maar huldigt doorgaans geen andere beginselen.

Het bovenstaande is geschreven om te wijzen op de krachten die in de Islam schuilen en die door volksmenners gemakkelijk actief kunnen worden gemaakt: Allah akbar! De omgang met individuele Moslims kan echter bijzonder sympathiek zijn; ik bewaar er goede herinneringen aan. Als individu treedt een mens meestal anders op dan als lid van een groep, sociaal.

Allah is niet onze God en zijn godsdienst niet de onze en ook geen aan de onze verwante, al heeft hij er dan elementen uit overgenomen. Waar de Islam in de minderheid is, zeker als dit een sterke minderheid is, is een zekere samenwerking met hem wel te proberen. Verder strekt het gebod van de naastenliefde zich ook uit tot ane Mohammedanen, ongeacht alls wat zij in het verleden Christenen hebben aangedaan. Dit gebod moet het richtsnoer zijn van ons handelen t.o. v. hen. Maar men moet ook de werkelijkheid kennen en zich aan geen illusies overgeven. Als schrikwekkend voorbeeld staat daar de oorlog in Libanon en wat in Perzië en Turkije (eind te wereldoorlog) gebeurd is en nog gebeurt.

Uit: Katholiek Maandblad – 2e JAARGANG – No. 5 – MEI 1990

>> http://www.ecclesiadei.nl/docs/ploeg0050.html


 

Uit het DOSSIER; Prof. Mag. Dr. J.P.M. van der Ploeg O.P.

Liturgie en Sacramenten

Ecclesiologie en Oecumene

Commentaar op ontwikkelingen in de Katholieke Kerk

Andere Godsdiensten

>>>  http://www.ecclesiadei.nl/dossier_ploeg.html

H. Eucharistie: Geheim van het Geloof

Prof. Mag. Dr. J.P.M. van der Ploeg O.P.
Preek in de Parochiekerk van de H.H. Leonardus en Gezellen, Martelaren van Gorcum, te Tilburg, 18 oktober 1970
Tantum ergo Sacramentum, veneremur cernui.
Laat ons zo’n groot Sacrament diep gebogen vereren.

Aldus begint de in de Katholieke Kerk meest bekende en tot voor kort ook in onze kerken telkens weer opnieuw gezongen hymne van het H. Sacrament der Eucharistie, van de hand van St. Thomas van Aquino, Dominicaan, heilige en kerkleraar.

Ik haal U deze tekst aan, dierbare Christenen, omdat ik, U vandaag heel bijzonder wil spreken over de H. Eucharistie, het “Geheim van het Geloof” bij uitstek. Ik doe dat in het kader van deze H.H. Missen voor het behoud van het geloof. Want enerzijds is het heilig Misoffer, dat wij hiervoor opdragen, de viering van de Eucharistie; anderzijds is het katholieke geloof in de Eucharistie er een dat in onze dagen weer geweld lijdt onder katholieken, zodat wij onze stem moeten verheffen voor het behoud ervan.

Het gaat om twee dingen, die niet te scheiden zijn: de leer over de H. Eucharistie en de praktijk die daarop is gebouwd en die niets anders is, dan wat wij noemen: de devotie, in al haar vormen, tot het Allerheiligst Sacrament.

Ik wil beginnen met de leer zoals die in de Heilige Schrift wordt aangeduid en door het kerkelijk leergezag wordt verklaard en voorgehouden. Dat laatste is tweemaal heel bijzonder gebeurd: door het Concilie van Trente, in de 16de eeuw, toen de protestantse hervorming het katholiek geloof in de heilige Eucharistie loochende en er iets anders, iets veel minders voor in de plaats stelde; en door Paus Paulus VI in zijn Encycliek “Mysterium Fidei” van 3 september 1965, in een tijd, dat door velen, bijzonder in ons land, achter de katholieke geloofsleer der Eucharistie opnieuw een vraagteken werd gezet, of een streep erdoor werd gehaald.

Laat ons beginnen met de H. Schrift. Wij weten uit de evangeliën van Mattheüs (26, 26-28), Marcus (14, 22-24) en Lucas (22, 17-20) en de eerste brief van de Apostel Paulus aan de Corinthiërs (11, 23-29), dat Jezus op het Laatste Avondmaal de H. Eucharistie voor ons heeft ingesteld. Het oudste, d.w.z. het eerste geschrevene, van deze vier berichten is volgens velen dat van de H. Paulus. Hij schreef het in Efeze van Turkije in 56 of 57 aan de bewoners van Corinthe in Griekenland:
“Broeder”, zo schreef hij, “ik heb van de Heer ontvangen, wat ik weer aan U heb overgeleverd, dat de Heer Jezus, in de nacht waarin Hij verraden werd, brood heeft genomen, en na gedankt te hebben, het heeft gebroken met de woorden: ‘Dit is Mijn Lichaam, omwille van U’ (d.i.: dat voor U wordt overgeleverd). ‘Doet dit tot Mijn gedachtenis’. Zo nam Hij na de maaltijd ook de kelk zeggend: ‘Deze kelk is het nieuwe Testament in Mijn Bloed. doet dit, zo dikwijls gij hem drinkt, tot Mijn gedachtenis’. En de Apostel voegde er de waarschuwing aan toe: ‘Want zo dikwijls als gij dit brood eet en de kelk drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, tot Hij wederkomt. Daarom: wie onwaardig het brood eet of de kelk des Heren drinkt, eet en drinkt zich een oordeel (d.i.: velt zijn eigen vonnis), omdat hij het Lichaam des Heren niet onderscheidt”.

In de drie evangeliën staat St. Paulus’ vermaning niet te lezen; daarin wordt alleen maar meegedeeld wat gebeurd was. Zo lezen wij bij Mattheüs: “Neemt en eet, dit is Mijn Lichaam… Drinkt allen hieruit, want dit is Mijn Bloed van het Verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergiffenis van zonden”. Zo ook in de andere evangeliën.

Sint Jan spreekt niet over de Eucharistie bij het Laatste Avondmaal. Hij schreef veel later dan de drie eerste evangelisten en wilde niet herhalen wat iedereen wist. Maar aan zulk een groot geheim van Jezus; Liefde als de Eucharistie, kon de Apostel der Liefde niet voorbijgaan. In zijn evangelie wordt het vermeld in de toespraak, die Jezus tot de Joden heeft gehouden dicht bij het meer van Galilea, in de synagoge van Kafarnaüm (Jo. 6, 26-59): “Mijn vlees is waarlijk Spijs en Mijn bloed is waarlijk Drank; wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem” (vs. 55-56).

Niet alleen de Katholieke Kerk, maar alle christelijke kerken, die het Evangelie als hun grondwet beschouwen en de waarheid van Jezus; woorden aanvaarden, geloven, wat Hij gezegd heeft. Maar wat bedoelde Hij ermee? Hier gaan, hoofdzakelijk sinds de protestantse reformatie, de meningen op tragische wijze uiteen. De katholiek gelooft, dat Jezus Christus zo werkelijk onder de gedaanten van brood en wijn aanwezig is, dat hij neerknielt en aanbidt, terwijl de protestantse catechismus van Heidelberg, in Nederland nog steeds een basistekst voor godsdienstonderricht bij hervormden en gereformeerden, de H. Mis een afschuwelijke paapse afgoderij noemt. En dit laatste gebeurt niet (ten minste nu niet) uit opzettelijk ongeloof, maar omdat, of terwijl, de woorden der H. Schrift anders worden uitgelegd dan binnen de Katholieke Kerk. Waar het voor katholieken op aankomt, is niet: hoe leer ik, individueel, de woorden der H. Schrift naar mijn persoonlijke mening? maar: wat leest de Kerk erin. In de H. Schrift is over de H. Eucharistie een mondelinge overlevering vastgelegd, die van de Apostelen stamt: zij waren getuigen van het Laatste Avondmaal. Wij lezen die H. Schrift in en met de Kerk en zoals de Kerk haar leest en verstaat. De Kerk heeft van Christus een leergezag ontvangen. En dat leergezag is niet een stil, zwijgend boek, maar het levend woord van levende mensen; het is het eerst gesproken door Jezus en de Apostelen en het zal tot het einde der tijden doorklinken in het levend leergezag der Katholieke Kerk.

Dit leergezag blijkt in de eucharistie vooral uit de praktijk der Kerk van het begin af, uit haar Liturgie. De Kerk heeft van het begin af de H. Eucharistie gevierd in het Oosten en in het Westen, en zij heeft altijd geloof, dat de Heer er tegenwoordig komt onder de gedaanten van brood en wijn, doordat brood en wijn werkelijk worden veranderd in Zijn Lichaam en Bloed. In de laoude Romeinse liturgie werd dit steeds geloofd en er niet uitdrukkelijk bij gezegd. Maar in de oude Griekse van Joannes Chrysostomus vraagt de preister uitdrukkelijk dat God Zijn Heilige Geest mag zenden, om brood en wijn te veranderen in het Lichaam en Bloed van onze Heer. Geen verandering dus van betekenis alleen, of van een nieuw doel waarmee men brood en wijn gebruikt, maar van brood en wijn zelf; niet alleen maar een geestelijke aanwezigheid, maar een aanwezigheid door verandering van brood en wijn in het verheerlijkt Lichaam en bloed van onze Heer. In de Kerk van het Westen en de afgescheidenen kerken van het Oosten bestond hierover geen meningsverschil, totdat in de 16de eeuw in Noordwest Europa andere opvattingen werden verkondigd. Daarmee kwam tevens in vele streken een einde aan de devotie tot de H. Eucharistie zoals die toen bestond, sinds eeuwen: aanbidding, processies, vaak communiceren van vromen. Wat de H. Eucharistie in de 15de eeuw voor de vromen in Nederland betekende, kan men lezen in het vierde Boek der Navolging van Christus van Tomas à Kempis; bij de hervormden bleef daarvan maar weinig over.
Ook nu zien wij in Nederland weer dezelfde verschijnselen optreden: geen of weinig aanbidding meer, processies vervallen, men gaat nog wel te Communie op zondag, maar niet meer in de week, of gaat helemaal niet meer naar de kerk.

Wij onderscheiden in het H. Sacrament drieërlei: Jezus’ aanbiddelijke tegenwoordigheid; de Communie; het Misoffer: het zijn alle drie grote gaven van God, die nauw samenhangen, Ja, samen één zijn. Tegenwoordig wordt veel, te veel, de nadruk gelegd op het maaltijdkarakter der Eucharistie; over het overige wordt vaak niet gesproken, als het al niet wordt ontkend. Aan het eind van de liturgische dienst op zondag gaan de gelovigen naar voren, halen een Hostie en gaan na enkele ogenblikken weer naar huis. Zo was het tot voor kort niet, en terecht niet.

Als het brood en wijn werkelijk veranderen in Jezus’ Lichaam en Bloed, zodat zij geen brood en wijn meer zijn, dan is Jezus zelf daar, onder de broodsgedaante, want Zijn Lichaam en Bloed zijn onafscheidelijk verbonden met Zijn verheerlijkte Mensheid, die die van een goddelijke Persoon is. Jezus zelf is daar en dan is het billijk, dan is het vanzelfsprekend, dat velen het verlangen gevoelen – en dit ook uitvoeren – Hem ook buiten de H. Mis te aanbidden als Hij rust in het tabernakel, Hem liefdevol toe te spreken en Hem zijn nood te klagen, zich geborgen te voelen door bij Hem te zijn, Hem plechtig ter aanbidding willen zien uitgesteld.
Als brood en wijn wonderbaar veranderen in Jezus’ Lichaam en Bloed, dan volgt hieruit, dat zelfs het kleinste deeltje daarin verandert. Het is dus niet zo dat kruimels, die van een Hostie afvallen, of druppeltjes geconsacreerde Wijn, geen Eucharistie meer zouden zijn, niet meer Jezus zelf. Dit is in strijd met het geloof en in zekere zin zelfs met het gezond verstand. Want dit laatste zegt in goed Nederlands: “kruimels zijn ook brood” en dit wil voor ons zeggen: ze hebben evengoed de broodsgedaante als de hele Hostie. In de 4de eeuw vermaande de H. Cyrillus van Jeruzalem de doopleerlingen, die door hem in de Paasnacht in de Kerk zouden worden opgenomen, op die kruimeltjes te letten, wanneer ze de H. Communie eerbiedig op de holle hand, met grote eerbied, zouden gaan ontvangen. “Als het goudstof zou zijn, dat op Uw hand viel”, zei hij, “zoudt U dan niet met de grootste zorg alles verzamelen, opdat er niets verloren ging? Hoeveel te meer moet gij dit doen nu de kruimels geen goudstof, maar de Heer Jezus Christus zelf zijn!”

Wat de Communie op de hand betreft: dat was in die oude tijd een betuiging van eerbied. Wanneer men eerbiedig een geschenk ontving, strekte men de holle hand uit en de Christenen ondersteunden de rechter met de linker, waarbij zij de H. Hostie regelrecht uit de holle hand nuttigden. Nog heden houdt in India elke bedelaar, die U iets vraagt, zijn beide holle handen uitgestrekt voor U, om daarop de aalmoes te ontvangen. Als men nu weer in Nederland en enkele andere streken op de hand communiceert, herstelt men niet het oud-christelijke gebruik: eerstens, omdat men het anders doet, en ten tweede, omdat het geen teken van bijzondere eerbied is (eerder het tegendeel), wat het voor de oude Christenen juist wel was.

Dan is daar de Communie. Wij mogen Jezus ontvangen. Het H. Sacrament is ingesteld onder de gedaante van spijs en drank, opdat wij het zouden nuttigen. Een sacrament werkt uit, wat het betekent; wanneer wij ons lichamelijk zo innig mogelijk verenigen met de gedaanten van brood en wijn en dit doen vol innerlijke verlangen, verenigt de geest zich met Jezus zelf, Die door het Sacrament niet alleen wordt getekend, maar ook bevat. De H. Eucharistie is Jezus zelf; de H. Communie wil ons geestelijk steeds inniger verenigen met de God-mens, ons steeds dichter bij He, brengen. Bedenken wij, wat dit betekent: een mens, zwak, zondig, verenigd met de heilige God! Eens, zo hopen wij, zal dit geschieden in de hemel; op aarde is de vereniging in de H. Communie een onderpand van die latere hemelse vereniging. Daarom spreekt de Kerk de H. Eucharistie als volgt toe: “O, heilig gastmaal, waarin Christus wordt genuttigd, de gedachtenis aan Zij lijden wordt gevierd, de geest met genade wordt vervuld en ons het onderpand wordt gegeven der toekomstige heerlijkheid” (gebed “O Sacrum Convivium”). En St. Paulus zegt, dat wie eet en drinkt, zich een oordeel drinkt, omdat hij “het Lichaam des Heren niet onderscheidt”, d.w.z. er geen rekening mee houdt, dat wat hij nuttigt Jezus’ Lichaam, Jezus Christus zelf is.

Daarom mag niemand tot dit heilig Sacrament naderen als hij schuldig is aan groot kwaad. Is het geen vermetelheid, de H. Communie te ontvangen, wanneer men heeft gezondigd en daarover geen berouw heeft gehad? Althans zijn grote zonden niet eerst aan de priester heeft gebiecht? Of moeten wij zeggen, dat zij die dit tegenwoordig niet doen, weinig geloof meer hebben in de werkelijke tegenwoordigheid van Jezus Christus in het H. Sacrament? Want hadden zij dit wel, hoe zouden zij het dan wagen, de H. Communie te ontvangen? Zij vergeten dat Jezus niet alleen onze Verlosser, Vriend en Helper is, maar ook onze Rechter zal zijn. In vroeger tijd zou niemand te Communie gaan, als hij niet eerst had gebiecht, om zo zuiver mogelijk tot de H. Communie te naderen. Dit was niet altijd nodig, maar tegenwoordig maken wij het tegendeel mee: hele scharen van gelovigen gaan tot de Communie, die zelden of nooit biechten, zonder zelfs maar hun geweten te onderzoeken en hun zonden voor God te belijden. Zondigen zij, zondigen wij, dan niet meer? Zijn zij, zijn wij, zoveel beter dan hun, dan onze, vaders? Is er b.v. geen kerkelijke huwelijksmoraal die wordt overtreden? Zijn wij altijd liefdevol in spreken en handelen, altijd kuis? Het nalaten, resp. afschaffen van de biecht is een ernstig teken destijds, een teken van verslapping van christelijk leven, en herinnert aan wat gebeurde in de tijd van de hervorming der 16de eeuw.

In Oosterse liturgieën roept de priester voor de H. Communie uit: “Het Heilige voor de heiligen!” De gelovigen, zich van hun zonden bewust, zeggen dan: “Er is één heilige Vader, één heilige Zoon, één heilige Geest”, d.w.z.: God alleen is Heilig, wij mensen zijn dat nooit. Maar wij moeten trachten het te zijn door ons zoveel mogelijk te reinigen van zonden, voor wij de H. Communie ontvangen; een hiervoor door de Kerk krachtig aanbevolen, middel is de Biecht. Geve God, dat deze in ons land weer in ere wordt hersteld. Wat daarin overdreven of fout was, mag en moet wegvallen, niet de Biecht zelf.

De Heilige Mis, viering der Eucharistie, is ook een offer. Zij is door onze Heer ingesteld op de avond van Zijn lijden, dat zijn hoogtepunt vond in Zijn offerdood op het kruis. Als de priester nu in de h. Mis brood en wijn consacreert, verzinnebeeldt hij daardoor de dood van Christus. De gescheiden gedaanten van brood en wijn stellen zinnebeeldig de scheiding van Jezus’ Lichaam en Bloed en daarmee Zijn door voor. De Kerk leert dat onder de gedaante van brood niet alleen Jezus’ verheerlijkt Lichaam, maar ook Zijn Bloed en Zijn Godheid tegenwoordig zijn, zij zijn immers niet van elkaar te scheiden. Hetzelfde gaat op voor de gedaante van wijn: daar is ook Jezus’ Lichaam tegenwoordig. De gescheiden gedaanten betekenen het gescheiden Lichaam en Bloed; die van de wijn heel bijzonder het “bloed dat wordt vergoten, tot vergiffenis van zonden”.

Nu heeft Jezus zich maar éénmaal, eens en voorgoed, aan Zijn hemelse Vader geofferd (Hebr. 9, 28). Daarom is het H. Misoffer hetzelfde offer als dat op het kruis. Zoals een en dezelfde Christus in de Eucharistie aanwezig is onder alle broodsgedaanten op de hele wereld, en er niet “veel Christussen” zijn, zo is ook het ene offer van Calvarië tegenwoordig in alle Misoffers, alle Eucharistievieringen der hele Kerk.

Waarom dit? Door het Misoffer wordt het kruisoffer ons nabij gebracht en worden wij er telkens aan herinnerd, kunnen wij ons gemakkelijker openstellen voor de genade der Verlossing, op het kruis door Christus voor ons verdiend, maar daarom nog niet reeds op elk van ons toegepast. Zo is de H. Mis dus, zoals de Kerk zegt, een “Memoriale mortis Domini”, een “Gedachtenis aan de dood van de Heer, een levend Brood, dat het Leven aan de mens geeft”. Bedenken wij dit voldoende of vergeten wij het? Helaas, wij vergeten het maar al te vaak en al te veel.

Wanner wij in de H. Mis Jezus’ lijden gedenken, dan dienen wij daaruit ook onze conclusies te trekken en die zijn van verschillende aard. Eén ervan, en niet de minste, is: als Jezus Zijn lijden in gehoorzaamheid aan de hemelse Vader heeft gedragen, moeten ook wij ons lijden zo proberen te dragen, ons ongemak, onze tegenspoed, zelfs ellende en ongeluk. De leerling is niet meer dan zijn Heer. In deze geest beleefd, wordt het H. Misoffer ons tot een machtige steun in de stormen van het leven, een middel, dat ons helpt gelijkvorming te worden aan de Heer en door ons lijden aan te vullen wat aan het Zijne ontbreekt.

Tenslotte: aan de viering der Eucharistie (het woord betekent: dankzegging, lofprijzing van God voor al Zijn weldaden, vooral voor die van de Verlossing) is een maaltijd verbonden, de H. Communie. Daaraan wordt nu in onze tijd in ons land, de meeste aandacht besteed, zo niet alle. De canon, het offergebed, noemt men wel “tafelgebed”, en spreekt van “offer” liefst niet. Men stelt het zelfs zo voor, dat de eucharistische maaltijd de tafelgenoten allereerst met elkaar verenigt en daarom vooral, of zelfs uitsluitend, een zinnebeeld is van onderlinge saamhorigheid, elkaar weldoen, liefde en vriendschap. Zo gezegd is dit niet juist. De H. Eucharistie verenigt ons met elkaar, omdat zij ons met Christus verenigt. Zijn wij Gods kinderen en tonen wij dat door het ontvangen van de H. Eucharistie met een rein geweten en vol liefde tot de Heer, dan zijn wij elkanders broeders in Christus. De H. Eucharistie brengt ons bij elkaar, omdat wij er ons rond Christus scharen.

De eucharistische maaltijd is niet te vergelijken met een gewone maaltijd, omdat de Spijs, die wij erin genieten, Christus zelf is, Die ons tot de maaltijd heeft uitgenodigd en Die ons met Zich wil verenigen. Een gewone maaltijd verenigt ons, doordat wij samen iets aangenaams, iets heel aangenaams doen, iets, dat ons leven onderhoudt. De eucharistische Maaltijd verenigt ons in Christus, de Spijs zelf. Bij een gewone feestmaaltijd komt het er minder op aan, wat wij eten, als het maar goed smaakt. In de eucharistische Maaltijd komt het alleen op de Spijs aan: Jezus’ Lichaam en Bloed; en dat is heel wat anders.

In de viering der Eucharistie is het te Communie gaan het laatste deel van de plechtigheid. Het hoogtepunt is het offergebed van de canon, waarin God gedankt en geprezen wordt, om Zijn Gaven aan ons mensen geschonken, vooral de Gave van Jezus’ Vlees en Bloed en Zijn offerdoor op Calvarië; de Gave van Jezus zelf, Die door de Consecratie in Zijn verheerlijkt Lichaam met Godheid en Mensheid op het altaar neerdaalt, op een manier, die herinnert aan Zijn menswording in de schoot der Moedermaagd. Dan pas, als dit hoogtepunt bereikt is, als god, Centrum, Bron en Oorsprong van heel ons bestaan, is geprezen en gedankt, mogen wij aan onszelf denken en ons in de H. Communie met Christus verenigen, zodat ten volle bereikt wordt, wat Jezus met Zijn offerdood bedoelde.

Dierbare Christenen! Dit is in het kort, niet mijn leer over de H. Eucharistie, maar de leer der Kerk, zoals die veel beter dan ik het kan, en met nadruk is herhaald op het Concilie van Trente en vijf jaar geleden door Paus Paulus in zijn heerlijke Encycliek. Danken wij daarom God voor deze onuitsprekelijke Encycliek. Danken wij daarom God voor deze onuitsprekelijke Gave en gaan wij over tot de viering ervan, door de belijdenis van ons geloof.

AMEN.

http://www.ecclesiadei.nl/docs/ploeg0005.html

Heilige Deuren – voorwaarden om aflaat van barmhartigheid geldig te kunnen ontvangen

Pastoor Penne: Heilige Deuren…

Sinds 8 december zijn we in een Heilig Jaar in de Rooms-katholieke Kerk, het Heilig Jaar van Barmhartigheid. Paus Franciscus heeft een Heilig Jaar uitgeroepen met zijn wens “dat het Heilig Jaar een levende ervaring van de nabijheid van de Vader, wiens tederheid bijna tastbaar is, zal zijn, zodat het geloof van iedere gelovige gesterkt mag worden en het getuigenis ervan zo steeds effectiever mag zijn”. In de kerken van Tollembeek, Bever en in de kapel van Galmaarden staat een grote kaars die we in elke zondagsviering aansteken om elk duidelijk te maken dat we in het Heilig Jaar zijn. Een bijzonder teken in een Heilig Jaar in de Rooms-katholieke Kerk zijn de Heilige Deuren die worden geopend. Iedereen heeft het wellicht op een op andere manier meegekregen dat in de vier grote basilieken van Rome de Heilige Deuren geopend zijn. In ieder bisdom zijn er ook een of meerdere kerken waar Heilige Deuren geopend zijn. In ons vicariaat Vlaams Brabant zijn er drie plaatsen waar een heilige Deur is geopend: in de kathedraal van Mechelen en in de basilieken van Halle en Scherpenheuvel. In ons parochieblad en in de pers stonden mooie foto’s van hoe de pauselijke nuntius in Halle de Heilige Deur is komen openen. In de afgelopen tijd zijn er verschillende mensen die mij gevraagd hebben wat de betekenis van die Heilige Deuren was en sommigen wisten van vorige Heilige Jaren dat het iets met aflaat te maken had en dat men bepaalde dingen moest doen maar wat was dat?

Die Heilige Deuren zijn er natuurlijk niet gewoon als een soort symbool dat die kerk bijzonder meedoet met de viering van het Heilig Jaar van de Barmhartigheid dat de Paus heeft afgekondigd. Die Heilige Deuren verwijzen zeker naar Jezus die van Zichzelf zegt dat Hij de Deur bij uitstek is. In het Johannesevangelie 10, 7 en 9 zegt Jezus: “Ik ben de Deur voor de schapen. Ik ben de Deur: als iemand door Mij binnenkomt, zal hij gered worden: hij zal in- en uitgaan en weidegrond vinden”. Het binnengaan door die Heilige Deur is eigenlijk binnengaan bij Jezus die ons Zijn grote Barmhartigheid wil tonen. Die Heilige Deuren zijn bijzondere plekken waar men, als men ze bezoekt, een aflaat kan verdienen. De aflaat betekent dat alle zonden en alle straffen die daar aan vastzitten helemaal worden vergeven. De Paus noemt het ” een werkelijke ervaring van de barmhartigheid van God, die ieder persoon tegemoet komt in het Gelaat van de Vader die ontvangt en vergeeft, de begane zonden volledig vergeet”. Natuurlijk krijg je dat niet door zomaar eens gezellig naar Halle of Scherpenheuvel te rijden en even door de deur te wandelen. Paus Franciscus schrijft in zijn brief dat er een aantal dingen moeten gedaan worden om die aflaat te verdienen: je moet biechten, de Mis bijwonen en ter Communie gaan, de geloofsbelijdenis bidden en bidden voor de intenties van de Paus. Letterlijk schrijft Paus Franciscus: “Het is belangrijk dat dit moment in de eerste plaats wordt verbonden met het Sacrament van Verzoening en met de viering van de Heilige Eucharistie, met een overweging over barmhartigheid. Het zal nodig zijn dat deze vieringen de geloofsbelijdenis bevatten en een gebed voor mij en de intenties die ik in mijn hart draag voor het welzijn van de Kerk en de gehele wereld”.

Onze bisschoppen hebben het zo geregeld dat er binnen een redelijke afstand een Heilige Deur te bereiken is. Hopelijk nemen de gelovigen dat bijzondere aanbod van Gods Barmhartigheid aan en groeien ze steeds meer als christen.

Pastoor A. Penne, www.priesterpenne.be


 

 

Pater Daniël: Herders en Wijzen, Nieuwjaarswens, Olie op het (staakt-het-)vuur

Vrijdag 1 januari 2016

pater-daniel2Goede vrienden,

Tot heden was het vrij zacht weer, rond het vriespunt. Op de laatste dag van het jaar viel er sneeuw en begon de temperatuur flink te zakken. Omdat ook af en toe de zon achter de wolken bleef, kreeg ons “minijoultje” (zonnepaneel) het zwaar te verduren. Als er geen elektriciteit is, wil iedereen daarop aansluiten en dan bezwijkt het af en toe onder de last. Alles bij elkaar toch een kostbaar ding.
Licht in de duisternis. Dank u wel voor hen die het ons geschonken hebben.

Er is veel nieuws van het oorlogsfront. Ondanks de sluwe tegenwerking van de legers van de helft van de wereld, maakt het Syrische leger nagenoeg op alle fronten flinke vooruitgang, dank zij Rusland en de Hezbollah. Daarover eventueel een volgende keer. Nu vertellen we vooral hoe we de voorbije dagen beleefd hebben en geven een nieuwjaarswens mee.

Van harte,
Pater Daniël


 

Bethlehem alom

De kleine profeet Micha kondigde in de 8e eeuw voor onze tijdrekening aan dat het piepkleine plaatsje Bethlehem beroemd zou worden bij alle volkeren van alle tijden omwille van de geboorte van Jezus: “Gij echter Bethlehem in Ephrata, al zijt gij klein onder Juda’s geslachten, toch zal er, zeg Ik, iemand uit u komen die over Israël gaat heersen…Hij zal de man van de vrede zijn” (5, 1-4). Niet Rome, Washington, New York, Brussel, Parijs of Londen, maar Bethlehem. In de kersttijd is de hele wereld verlicht door kerststallen die de geboorte van Jezus in Bethlehem vieren. Noch de wereldheerser Augustus, noch de moordenaar Herodes kunnen de vervulling van deze profetie beletten. Vurige ridders van de laïciteit in Frankrijk hebben zich ingespannen om dit jaar kerststallen in het openbaar te verbieden. Het heeft een omgekeerd effect en er prijken meer kerststallen dan voorheen. In feite is iedere plaats op aarde een Bethlehem geworden en iedere mens van goede wil is als een herder of als een wijze op weg naar Jezus in de kribbe.

De komst van de herders

Twee dagen voor Kerstmis komen de eerste herders hier al toe. Het zijn Fransen die op een vredesconferentie in Genève moeder Agnès-Mariam ontmoet hebben en de gemeenschap willen leren kennen. Het zijn vurige moslims, beide gehuwd met een Algerijnse vrouw, trouwe bedevaarders naar Mekka en ze willen de islam terug brengen naar naastenliefde en broederlijkheid. Ze vertelden hoe massa’s moslims in Algerije nu terugkeren naar hun wortels en christen worden. Ze hebben een vereniging gesticht voor de eenheid van alle vredelievende gelovigen. ’s Morgens namen we een simpel (vrij primitief) maar erg gezellig ontbijt met vijf in mijn klein kamertje (mijn slaapkamer, studiekamer, leslokaal, conferentiezaal, refter, ontmoetingsruimte, gastenkwartier voor mannen, ‘all rolled in one’!) Zo konden we naar hun vurige pleidooien luisteren en omgekeerd getuigen van het christelijk geloof en de ware betekenis van “dé Profeet Gods”, Jezus, de enige Redder voor alle mensen. Hun levensstrijd gaat tegen alle vormen van fanatisme in de islam en vooral tegen het wahabisme van Saoedi-Arabië. Dat is voor hen de hoogste gruwel. Eindeloze verhalen brachten ze over de corruptie, huichelarij, arrogantie van de heersende klasse in Saoedi-Arabië. Ze zagen er zovele jongeren met afgehakte hand of zelfs afgehakte arm, die als slaven voor hun heersers gewerkt hebben en omdat ze een kleine fout begingen op die wijze verminkt werden. Ondertussen stelen deze prinsen zelf alle rijkdom van anderen, laten voor zich champagne en luxegoederen overkomen met een helikopter en zwalpen van de ene prostitué naar de andere. Over heel de wereld richten ze centra op om mensen tot het strikte wahabisme te verleiden als de enige ware leer. Ondertussen is Saoedi-Arabië aangesteld als  hoofd van de officiële UNO commissie voor de rechten van de mens. De wereld is gek geworden. Vrouwen in het westen worden betaald om opvallend gesluierd rond te lopen. Voor onze Franse  moslims  is het duidelijk waarom het wahabisme en het  zionisme zo nauw samenwerken: het is dezelfde wereld van geld en geweld, macht, arrogantie, overheersing, racisme en haat tegen anderen. Zoals het wahabisme  al wat menselijk is in de islam afbreekt, zo breekt het zionisme al  het waardevolle van het joodse geloof af, zeggen zij. Meteen vernemen we dat het wahabisme eigenlijk uit het zionisme ontstaan is.  Hun getuigenis over Frankrijk was merkwaardig. Bij zovele moslimgemeenschappen in Algerije, Libanon,   Syrië en elders voelden ze de diepe onderlaag  van een vredevol samenleven van de verschillende godsdiensten en ethnische groepen. Welnu, bij ons in Frankrijk, zegt  de ene,  voel je steeds meer hoe de moslimgemeenschappen omgevormd worden door het wahabisme en groeien naar haat tegenover alle anderen. Zo worden vele jongeren voorbereid om naar “het hoogste doel”  te streven nl. hier in Syrië of elders komen vechten, zoveel mogelijk ‘ongelovigen’ doden en zelf als ‘martelaar’  sterven om  de hemel te verdienen! Deze misleide jongeren  menen hierin de enige zekerheid te vinden om in de hemel te komen.

En van de wijzen

De dag voor kerstmis worden in de voormiddag “de grote uren”, gevierd, ook “koninklijke uren” genoemd omdat de keizer in Constantinopel destijds daaraan deelnam. Ook onze moslims waren present en lazen om beurt uit de  psalmen en de brieven van Paulus, waarvan ze getuigden dat die psalmen hen diep getroffen hadden. Dit gebed omvat de zogenaamde primen, tertsen, seksten en nonen en duurt meer dan een uur. Daarna was het tijd voor de eucharistie van de 24e december. Ik bekleedde me met de gewaden  en ging in het atrium. En plots verschenen de volgende herders of wijzen: de bisschop met nog een gast. Hij zei lachend dat ik in dit misgewaad er als een bisschop uitzag en hij  hing zijn kruis om mijn hals. Dan stelde hij zijn gast voor: broeder Alois, de huidige overste van de broeders van Taizé, de opvolger van broeder Roger. Deze wist niet dat hier een religieuze gemeenschap was en viel van de ene  verbazing  in de andere. De bisschop kon maar even blijven, maar broeder Alois wilde wel met ons het middagmaal gebruiken en wij zouden in de namiddag zorgen dat hij terug in Yabroed geraakte. Ondertussen was de tijd voor de eucharistie al lang voorbij, trouwens straks zingen we vespers en die duren ook vijf kwartier.  Broeder Alois vertelde dat er nu een “kleine gemeenschap” van een honderdtal broeders is in Taizé, alsook verschillende fraterniteiten in diverse landen. De poging om een fraterniteit te stichten in Libanon lukt niet, omdat de broeders geen Arabisch spreken en westerlingen zijn. Op dit ogenblik bereiden ze de jaarlijkse jongerenontmoeting voor in Valencia, Spanje, waar van 28 december tot 2 januari 2016  ‘n 20.000 jongeren verwacht worden. Zij willen alom de kleine loten van hoop aanmoedigen. Zelf vieren de broeders onder elkaar hun kerstfeest op 6 januari. Er werd nog een rondleiding voorzien voor broeder Alois en dan was het tijd om afscheid te nemen. De handgemaakte sierkaars die we hem meegaven, zou hij op de jongerenontmoeting in Valencia aansteken.

Voor de vespers van deze 24 december kwamen de volgende herders toe, enkele moslims en christenen uit Qâra. Hierna de plechtige nachtmis, al was het om 10.00 u. Traditioneel worden daarna kerstliederen uit verschillende landen en in verschillende talen gezongen. Dit is een zingen en dansen tegelijk, waar ook de kinderen graag aan deelnemen en duurt  tot middernacht. Daarna was het tijd om in de hal van allerlei versnaperingen met wat warms te genieten, door enkele volwassenen samen met de kinderen klaargemaakt en opgediend.   Dan ging het nog een tijd verder met kerstliederen en met de gekke toeren van “papa en mamma Noel”. De volgende dag, met kerstmis zelf  zou trouwens “papa Noel” nog kippen brengen aan de zuster die voor de kippen zorgt. Tegen twee uur was het wel stilaan goed geweest en gingen we slapen. Op Kerstdag  zingen we ’s middags  het morgengebed met de speciale byzantijnse kerstgezangen van de liturgie, welke ook ruim een uur duren. We wachten immers nog op enkele herders of  wijzen die groot oponthoud gehad hebben omwille van moeilijkheden met de hulpverdeling in het noorden en in deze wintertijd heeft zulks   voorrang. Uiteindelijk arriveren moeder Agnès-Mariam, zr. Carmel en haar broer. We eten samen en er wordt uitvoerig en lang gedeeld, o.a. ook samen met onze Franse moslims over de raakpunten van soefisme en christelijke mystiek, waarbij moeder Agnes-Mariam helder het unieke  van de christelijke mystiek belicht omwille van Jezus de enige Verlosser. ’s Avonds vieren we plechtig de Latijnse eucharistie van Kerstmis, weliswaar met  Arabische en byzantijnse elementen.   Dan volgen de maaltijd en de officiële viering van kerstavond met voor iedereen de traditionele geschenken: warme handschoenen, sokken, een sjaal… maar ook een microgolf, een strijkijzer, boeken…  De verantwoordelijke van de groep vrijwilligers krijgt zelfs een laptop (die ze al heel lang nodig hadden). Gedurende het jaar wordt eens gekeken wat ieder persoonlijk of voor zijn werk nodig heeft. De sfeer hierbij is eerder uitgelaten en ondertussen speelt er ritmische muziek alsof  het een mini-rockfestival is Tweede kerstdag verloopt nog helemaal in de sfeer van kerstmis. Van buitenaf hadden we wel aparte geluiden. Aan de kant van Libanon zijn de VS, Saoedi-Arabië en  het zionistisch Israël de rebellen aan het helpen om toch nog een doorgang te forceren, wat gelukkig niet lukt. Aan de andere kant is het leger een grondige zuivering aan het uitvoeren rond het christelijk dorp Sadad. Ondertussen is Maheen weer bevrijd van rebellen. Vandaar wat meer schoten,  ontploffingen en oorlogsgeroffel, maar het boezemt niemand enige vrees in. ’s Middags verzamelen we op het voorplein rond een groep gehandicapten uit het dorp. Ook voor hen brengt  “papa Noël” geschenken en ze hebben er plezier in. Tweede kerstdag eindigen we ’s avonds in de kerk rond de grote kerststal waar voor ieder een tekst uit de Schrift wordt gelezen. Ook de  volgende dagen heerst er nog feeststemming. Er komt nog een Syrisch  meisje toe die onze vrienden in Tartous gaat helpen met hun zware taak van de hulpverlening. En ’s avonds staat er niets bijzonders op het programma. Sommigen amuseren zich met een gezelschapsspel: plastieken stokjes worden op tafel gegooid en ieder moet trachten zoveel mogelijk stokjes te nemen, zonder dat anderen verschuiven. Twee zitten er te schaken en  enkelen zijn onder begeleiding van een gitaar  liedjes aan het zingen. Kortom, het is als in een gezellige stal van Bethlehem.

Olie op het (staakt-het-)vuur

Eensgezind heeft de Veiligheidsraad van de UNO op 18 december 2254 een routeplan gelanceerd voor de vrede in Syrië. Ze gaan zich allemaal inzetten voor de bescherming van de soevereiniteit van Syrië. Hierbij wordt gesteld dat een staakt-het-vuren samen moet gaan met een politiek proces. Ziedaar de woorden in de wind,  voor de schone schijn, ver van de werkelijkheid. Drie van de vijf permanente leden streven immers  nog steeds niets anders na dan een nieuwe oorlog  tegen Syrië en Rusland. Het  zijn de  VS, Frankrijk, Groot-Brittannië, die daarbij de volle steun genieten van de NAVO, Turkije en Israël, om nog te zwijgen van Saoedi-Arabië en Qatar. Het is deze  coalitie die de grootste schuld draagt voor de blijvende ellende in Syrië en heel de regio.  Onder  morele druk van Rusland zijn ze nu echter verplicht een bocht te nemen en ze weten niet goed hoe ze dat best doen.

 

Op de dag van deze glorieuze UNO-verklaring meldt de NAVO dat  Duitse oorlogsschepen en Deense  Awacs radar vliegtuigen  naar Turkije komen “om de grens met Syrië te verdedigen”, dus rechtstreeks gericht tegen Syrië en Rusland. De volgende dag wordt de eerste van de drones  “Global Hawk” voor spionage gestuurd. Op hetzelfde ogenblik kondigt Duitsland de levering aan van de vijfde atoomduikboot  “Popeye Turbo” aan Israël. Terwijl Iran de atoomwapens afzweert en Syrië zijn chemische wapens laat ontruimen, wordt de super-kernmacht van Israël nog versterkt, naast hun immense voorraad biologische en chemische wapens. Op 19 december vernietigen  twee zionistische bommenwerpers een gebouw in Damascus dat naast burgerdoden ook Samir Kuntar doodt. Als Libanese verzetsstrijder heeft deze man 30 jaar in een Israëlische gevangenis doorgebracht en had zich nu bij Hezbollah aangesloten om tegen Daesh te strijden. Nu is hij  het symbool van het gerechtvaardigde verzet van het Palestijnse, Libanese en Syrische volk. Tevens  meldt Frankrijk dat het voor 7 miljard dollar 24 jachtbommenwerpers Rafale geleverd heeft aan Qatar. De wapenindustrie floreert als nooit voorheen.  Verder hebben de  VS zogenaamd in Kirkouk met helikopters Daesh gebombardeerd. In feite hebben ze de Chinese olie-installaties vernietigd. Hakem al-Zamoli, voorzitter van de  Irakese commissie voor nationale veiligheid was hieromtrent dan ook zeer duidelijk: de Amerikanen zijn met hun actie Daesh komen beschermen.  Zullen de  grootmachten hiermee het routeplan voor de vrede in Syrië volgens   resolutie 2254   garanderen of is het eerder bedoeld als  “olie op het vuur”? De internationale coalitie onder leiding van de VS kan Daesh niet bestrijden omdat ze  niet zijn oorsprong en oorzaak erkent. En dat zijn ze zelf. Ze mogen echter niet vergeten dat Syrië vast besloten blijft om ook deze keer zich niets van buitenaf te laten opleggen, zoals Bouthania Shaaban, de woordvoerster van de president nog eens duidelijk heeft gezegd in haar toelichting op de UNO resolutie.

Nieuwjaarswens

Zoals ieder mens verlangen ook wij naar vrede om in liefde  en vreugde te kunnen leven. Moge Syrië dit jaar bevrijd worden van alle terreur en zijn soevereiniteit herwinnen. Mogen we vervolgens in staat zijn daadwerkelijk te blijven meehelpen aan de moeizame heropbouw van dit land en het herstel  van zijn harmonieuze samenleving, waarbij de christenen altijd een eminente rol gespeeld hebben. Dit was hun land, lang voordat de islam bestond. Wij danken alle weldoeners die ons in staat stellen de bevolking en de christenen te blijven helpen.

Zelf afkomstig uit Europa vonden we  in Syrië ons tweede kostbaar vaderland. Eens waren Europa en Rusland nauw met  elkaar verbonden. Dan kwam de scheiding tussen het vrije westen en het Oostblok onder communistische dictatuur. Nu zijn de rollen omgekeerd. De Europese landen zijn vazallen geworden van Amerika en Rusland heeft opnieuw zijn identiteit en soevereiniteit  herwonnen. Terwijl Rusland zich noodgedwongen tot China wendt, wordt in Europa plechtig de inhuldiging van een immens koopcentrum, een McDonald of een islamitisch centrum gevierd. In Rusland viert men de inhuldiging van een schitterende iconostase in een nieuwe orthodoxe kerk. De Europese landen  hebben hun christelijke wortels verloochend, samen met hun soevereiniteit, hun geestelijke en menselijke waarden, opgeslorpt door een Amerikaanse verpletterende mondialisatie. Het zijn landen zonder grenzen, zonder waarden, zonder eigenheid of geschiedenis. De droom van de grotere welvaart wordt verdreven door de werkelijkheid van steeds meer verarming, de beloofde grotere vrijheid wordt verpletterd door een steeds grotere totalitaire dictatuur. Het is het Europa van de ontbinding van de gezinnen, van de LBGT en de  Femen, het Europa van het consumentisme, de multinationals  en het entertainment. De hogepriesters van de afschaffing van alle grenzen en het opheffen van alle waarden zullen nog een tijd met succes aan de macht  blijven, totdat   de bodem van de ravijn  bereikt is. De getuigen van de waarheid en van het leven zullen voorlopig nog aan de rand staan als de “ losers”. Mijn wens en hoop is dat zij volhouden en talrijker worden. Eén dokter die een moeder helpt haar kind ter wereld te brengen en abortus weigert of iemand een echt menswaardig sterven  gunt op zijn tijd en zijn wijze (eu-thanatos = goede dood)   en euthanasie weigert, kan nog tot  gevangenisstraf veroordeeld worden. Een massa overtuigde gewetensbezwaarden kan men niet meer opsluiten.  Mijn hoop is dat deze menigte authentieke weerstanders als getuigen van de waarheid, van het leven en het christelijk geloof mag groeien.

Wil je een aangrijpend kerstverhaal  van weerstand uit Syrië, lees Ugarit Dandache, Syrie: du ciel à la terre, les hommes de Kweiris ont gangné  leur pari, mondialisation.ca, 19 dec 2015. Drie jaar lang leefden de soldaten van  het militaire vliegveld ten oosten van Aleppo, 25 vierkante km groot, te midden van een door Daesh gecontroleerd gebied, met de dood voor ogen. Nu getuigen zij hoe ze als broeders overleefden, ieder ogenblik bereid om hun leven te geven voor elkaar en voor hun volk. Sommigen  sneuvelden, maar allen bleven trouw in de strijd tegen leugen en moord.

Waar zijn de christenen in Europa die naar het woord van Paulus weerstand willen bieden: “Stemt uw gedrag niet af op deze wereld. Wordt andere mensen met een nieuwe visie” (Romeinen 12, 2)?

Een Zalige Kersttijd en een Gezegend 2016

Van harte en dankbaar

Pater Daniël

Website: http://www.maryakub.net

Bron: E-mailbericht – Namens pater Guy Borreman SJ, Zr Lucienne