Opmerkelijke uitspraak van Hof van Beroep te Versailles: ‘Israël is de legale bezetter van de Westbank’

E.J. Bron's avatarE.J. Bron

screenshot_6

(Door: Jean-Patrick Grumberg – Vertaling: “Brabosh”)

In een historisch proces, dat zorgvuldig «vergeten» werd door de media, heeft de 3de Kamer van het Hof van Beroep van Versailles verklaard dat Israël de wettige bewoner (aka ‘bezetter’) is van de Westelijke Jordaanoever .

Toen ik voor het eerst vernam dat het Hof van Beroep van Versailles oordeelde dat de nederzettingen op de Westoever en de bezetting van Judea Samaria door Israël ondubbelzinnig legaal is volgens het internationaal recht, in een rechtszaak die door de Palestijnse Autoriteit werd aangespannen tegen de tramlijn (Lightrail) in Jeruzalem, die gebouwd werd door de Franse bedrijven Alstom en Veolia, en dat deze geen aandacht kreeg in de media, heb ik besloten werk te maken van mijn jarenlange rechtenstudies in Frankrijk en ben ik begonnen om nauwgezet de uitspraak van het Hof te analyseren.

Lees verder>>>
brabosh

View original post

1350 Amerikaanse tanks en pantservoertuigen kwamen gisteren in de haven van Bremerhaven aan

Xander, 09-01-2017. Nieuwste stealth raketten voor Polen kunnen gebruikt worden voor ‘first strike’ op Rusland.

Hoewel de aankomende president Donald Trump herhaaldelijk heeft gezegd de banden met Rusland te willen herstellen, gaan de scheidende regering Obama en de NAVO in snel tempo door met het voorbereiden van een oorlog tegen Rusland in Europa. In de Duitse stad Bremerhaven zijn inmiddels massa’s Amerikaanse tanks en pantservoertuigen aangekomen. De deze maand in gang gezette operatie ‘Atlantic Resolve’ omvat de grootste troepenbeweging in Duitsland sinds het einde van de Koude Oorlog, als een complete Amerikaanse brigade naar Polen wordt verplaatst. Dat land gaat als eerste land buiten de VS 70 van de nieuwste stealth raketten krijgen, waarmee een ‘first strike’ op Rusland mogelijk wordt.

Europa moet volgens de globalisten in Washington en Brussel klaarblijkelijk voor de derde keer in een eeuw tijd het strijdtoneel worden van een wereldoorlog. De NAVO werkt daar met een agressieve militaire opbouw in Oost Europa al vele jaren naartoe. De CIA zette in Oekraïne een staatsgreep op touw om het land uit de Russische invloedssfeer los te weken en een burgeroorlog tegen de Russische sprekende bevolking te ontketenen, zodat land gebruikt kan worden als ‘opofferbaar’ voorfront in de geplande toekomstige (wereld)oorlog.

In Bremerhaven kwamen gisteren 446 rupsvoertuigen en 907 stuks ander rollend materieel uit Amerika aan. Daar zaten 87 gevechtstanks van het type M1 Abrams, 144 Bradley bewapende infanterie pantservoertuigen en 18 Paladin houwitsers tussen. Naast 4000 soldaten komt het totaal aantal Amerikaanse militaire voertuigen aan de Russische grens hiermee op 2000.

Volgens Tedd Bertulis, vicecommandant van de Amerikaanse logistieke tak van het leger in Europa, is de enorme militaire opbouw allemaal bedoeld om ‘de vrede en veiligheid’ te garanderen. Zoals de Amerikanen dat ook zo goed gelukt is in Libië, Syrië, Irak, Oekraïne en al die andere landen waar de regering Obama ‘vrede en veiligheid’ ging brengen.

Polen, dat net als Oekraïne door het Pentagon als slagveld is aangewezen, krijgt als eerste land buiten de VS 70 AGM-158B JASSM-ER stealth raketten, die vanaf F-16’s kunnen worden afgevuurd. De raketten, die een bereik hebben van meer dan 1000 kilometer en daarmee Moskou kunnen bereiken, kunnen daarom worden ingezet in een ‘first strike’ (eerste aanval) tegen Rusland.

In 2014 schaften Polen en ook Finland al de eerste variant van de raket aan, de AGM-158A, die een bereik heeft van ‘slechts’ 370 kilometer. Polen neemt deze raket dit jaar in gebruik. Daarnaast komen in 2017 de eerste 20.000 van in totaal 50.000 man van een nieuwe paramilitaire territoriale Poolse defensiemacht, dat als een soort reserve leger gaat functioneren, in dienst. Het leger zelf zal de komende jaren vergroot worden van 95.000 naar 150.000 soldaten, en fors worden gemoderniseerd en uitgebreid met onder andere 1200 drones, waarvan er minimaal 1000 met raketten kunnen worden uitgerust.

Naast de AGM-158B wordt in 2018 het omstreden Aegis Ashore ballistische raketafweersysteem in Polen opgesteld. Beide wapensystemen zijn een overduidelijke rechtstreekse bedreiging tegen Rusland, en zullen de veiligheidssituatie op ons continent verder destabiliseren. ‘De JASSM-ER is een buitengewoon provocerende stap tegen Rusland, ondermijnt de veiligheid van Europa, en plaatst Polen aan het front van een (nieuwe) wapenwedloop,’ is de conclusie op Zero Hedge.

Mogelijk dat Donald Trump de door de gevestigde orde geplande militaire confrontatie met Rusland weer kan afwenden, en nog dit jaar een begin maakt met een nieuwe periode van ontspanning en samenwerking. Afgelopen zaterdag twitterde hij dat ‘een goede relatie met Rusland iets goeds is, niet iets slechts. Alleen ‘domme’ mensen, of idioten, zouden dit slecht vinden. We hebben al genoeg problemen op de wereld om er nog een bij te krijgen. Als ik president ben, zal Rusland ons veel meer respecteren dan nu, en zullen beide landen wellicht samenwerken om enkele van de grote en dringende problemen van de wereld op te lossen!

(1) Epoch Times

Paus Franciscus ontslaat drie priesters uit de Congregatie van de Geloofsleer: ‘Ik ben de paus en ik hoef mij niet te rechtvaardigen’

De Vaticanist Marco Tosatti openbaarde een nieuwe ontwikkeling in Rome, zoals we die al wat gewoon zijn. Op 26 december berichtte Tosatti dat de paus de prefect van een Congregatie heeft bevolen om drie van zijn priesters te ontslaan van hun plichten in de congregatie.

De verslaggever van OnePeterFive kwam te weten dat dit incident gebeurde bij de Congregatie van de Geloofsleer (CDF) en dat het Kardinaal Gerhard Müller zelf was die nu deze nieuwe bevelen moest opvolgen. Bovendien kwam ze te weten dat de drie betrokken priesters Slovaaks-Amerikaans, Frans en Mexicaans zijn. Eén van zijn bronnen is namelijk bevriend met één van deze drie theologen. De laatste van de drie zou naar verluidt toch iets langer kunnen blijven.

Laten we nu de specifieke details die Marco Tosatti meegaf, onder de loep nemen:

Het hoofd van de dicasterie heeft het bevel ontvangen om drie van zijn bedienden (allen die hier voor lange tijd hebben gewerkt) te verwijderen, en het was zonder enige uitleg. De Prefect ontving deze officiële brieven: “… ik verzoek u dat u alstublieft …. ontslaat….”. Het bevel was: zend hem (elk van hen) terug naar zijn bisdom van oorsprong, of tot de Religieuze familie waartoe hij behoort.

Hij (de Prefect) was zeer verbaasd omdat het ging over drie uitstekende priesters die behoren tot de professioneel meest bekwamen. Initieel ontweek hij het gehoorzamen aan deze brief, en hij vroeg verschillende keren om een audiëntie met de paus. Hij moest wachten want de ontmoeting werd verschillende keren uitgesteld. Uiteindelijk werd hij in een audiëntie ontvangen. En hij zei: “Uwe heiligheid, ik heb deze brieven ontvangen, maar ik heb niets gedaan omdat deze drie personen onder de besten zijn in mijn dicasterie… wat hebben ze gedaan?” Het antwoord was: “Ik ben de paus, en ik hoef geen redenen te geven voor ieder van mijn beslissingen. Ik heb beslist dat ze moeten weggaan en ze moeten weggaan.” Hij stond recht en strekte zijn hand uit om aan te geven dat de audiëntie voorbij was.

(..)

Bron: OnePeterFive & Vertaling: Restkerk

De Werkelijke Tegenwoordigheid van Jezus Christus in de H. Eucharistie

De Werkelijke Tegenwoordigheid

Door John A. Hardon S.J.

hardon

Toen Paus Paulus VI zijn nu historische Encycliek Mysterium Fidei publiceerde over de werkelijke tegenwoordigheid, herinnerde hij speciaal ons priesters eraan, dat er een geloofscrisis heerst betreffende de Eucharistie, dat de katholieken zich meer van dat feit bewust zouden moeten worden. Anders lopen zij het risico meegesleept te worden door de subtiele theologie en zal hun geloof in de Eucharistie verzwakt, zo niet, verwoest worden door de huidige aanvallen op dit kardinale mysterie van het Katholieke geloof.

Mijn bedoeling is om het volgende standpunt te verdedigen: dat de Heilige Eucharistie Jezus Christus is, die in het Heilig Sacrament is als Werkelijkheid én als Aanwezigheid. Hij is in de Eucharistie als Werkelijkheid, omdat de Eucharistie Jezus Christus is. Hij is in de Eucharistie als Aanwezigheid, omdat Hij ons door de Eucharistie aanraakt en wij in contact met Hem staan – afhankelijk van ons geloof en devotie tot de Verlosser, die werkelijk in ons midden leeft.

De Eucharistie als Werkelijkheid

Er zijn in de geschiedenis van de Katholieke Kerk vóór de moderne tijd twee grote geloofscrisissen geweest over de werkelijke tegenwoordigheid:

De eerste crisis vond plaats in de vroege Middeleeuwen, toen theologische filosofen, hoofdzakelijk in Frankrijk, twijfels opwierpen over de werkelijkheid van het Heilig Sacrament. De eerste crisis bereikte een hoogtepunt in de persoon van ene Berengarius van Tours, die in 1088 stierf. Berengarius ontkende de mogelijkheid van een substantiële verandering van de elementen van brood en wijn en weigerde toe te geven, dat het lichaam van Christus concreet op het altaar aanwezig is. Zijn argument was dat Christus niet vanuit de hemel naar de aarde gebracht kan worden vóór het Laatste Oordeel. Hij hield staande dat het lichaam van Christus, dat alleen in de hemel bestaat, voor de mensheid werkzaam is door zijn sacramentele tegenhanger of symbool en dat Christus daarom niet in werkelijkheid in de Eucharistie is, behalve, zoals hij zei, als ideaal. Paus Gregorius VII beval Berengarius om een geloofsverklaring te onderschrijven, die de hoeksteen is geworden van de Katholieke Eucharistische vroomheid. Het was de eerste definitieve verklaring van de Kerk over wat altijd werd geloofd, maar niet altijd zo duidelijk begrepen. Het is een verklaring van het geloof in de Eucharistie als een onbetwistbare en objectieve en onverdeelde werkelijkheid:

Ik geloof met heel mijn hart en verklaar openlijk dat het brood en de wijn op het altaar geplaatst, door het geheim van het heilig gebed en de woorden van de Verlosser, substantieel worden veranderd in het ware en levengevende vlees en bloed van Jezus Christus onze Heer, en dat na de Consecratie het ware lichaam van Christus daar aanwezig is, die geboren werd uit de Maagd en opgeofferd voor de redding van de wereld; gehangen heeft aan het kruis en nu aan de rechterhand van de Vader zit; en dat daar het werkelijke bloed van Christus aanwezig is, dat uit zijn zijde vloeide. Zij zijn aanwezig, niet alleen door middel van een teken en door de werkzaamheid van het sacrament, maar ook in de werkelijke realiteit en waarheid van hun aard en substantie.

De woorden konden niet duidelijker zijn. Als werkelijkheid actualiteit betekent en als actualiteit objectiviteit betekent, dan gelooft de katholiek dat de Christus die in de Eucharistie is, de historische Christus is, degene die werd ontvangen in Nazareth en geboren in Bethlehem, die gestorven is en verrezen uit de doden in Jeruzalem en nu gezeten is aan de rechterhand van God, de Almachtige Vader. Het is de Christus die ons zal roepen wanneer we uit de tijd stappen de eeuwigheid in. Het is de Christus die bij het einde van de wereld zal verschijnen om de levenden en de doden te oordelen. Het is de Christus die de Omega van het heelal is en het doel van de menselijke bestemming.

Vijf eeuwen na Berengarius ontstond de tweede geloofscrisis over de Eucharistie, namelijk in de tijd van de Protestantse Reformatie. Opnieuw werden veelal dezelfde bezwaren geopperd en dezelfde theorieën verspreid als bij de controverse van Berengarius. En opnieuw reageerde de Kerk bij het Concilie van Trente, om de werkelijkheid van Christus’ aanwezigheid die in het Heilig Sacrament is te herbevestigen. De Tridentijnse verklaring over het geloof verschilt niet van die een half millennium daarvoor van Berengarius werd verlangd. “Het heilig Concilie leert,” verklaarde Trente, “en verkondigt open en duidelijk dat het Heilig Sacrament van de Heilige Eucharistie na de consecratie van brood en wijn onze Heer Jezus Christus bevat, waarachtig God en waarachtig mens, waarlijk, werkelijk en substantieel onder de waarneembare gedaanten van brood en wijn.”

Maar Trente voegde er vervolgens met karakteristieke overtuigingskracht aan toe, dat dit de zuivere betekenis is van de woorden van Christus, toen Hij bij het Laatste Avondmaal zei: “Dit is Mijn lichaam. Dit is de kelk van Mijn bloed.” Derhalve werd de gelovigen gezegd: “Het is een schande dat twistzieke, kwade mensen deze woorden verdraaien in fantasierijke, denkbeeldige stijlfiguren, die de waarheid over het lichaam en bloed van Christus ontkennen, in tegenstelling tot de universele opvatting van de Kerk.”

De werkelijkheid van Christus in de Eucharistie is daarom geen stijlfiguur. Het is geen fantasierijke retoriek. Het is, op de duidelijkste wijze uitgedrukt: de Vleeswording, uitgebreid in tijd en ruimte. Het is letterlijk de vleesgeworden Emmanuël – de Godmens, die hier en nu in ons midden leeft.

De crisis van vandaag de dag

Vier eeuwen na het Concilie van Trente verkeert de Kerk nu in een nieuwe crisis over het Eucharistisch geloof, speciaal over het geloof in de werkelijke tegenwoordigheid. Duidelijke bewijzen voor deze crisis kunnen worden gezien in de navolgende feiten:

–   Dat niet weinig bisdommen het Veertig Urengebed praktisch geheel verdwenen is en het feit van de daarmee samenhangende verdwijning van de Aanbidding van het Heilig Sacrament.

– De volledige regel-herziening van regels van de voorheen bloeiende contemplatieve orden, die zich toelegden op het aanbidden van het op het altaar uitgestelde Heilig Sacrament.

– De wijdverspreide veronachtzaming van het tonen van de gebruikelijke tekens van eerbied voor Christus’ werkelijke tegenwoordigheid in het tabernakel.

– Het verplaatsen van het tabernakel in de kerken naar een duistere en onopvallende plaats, waar de werkelijke tegenwoordigheid afgesloten is van een nog mogelijke devotie door de gelovigen.

– De in omvang toenemende literatuur in zich nog katholiek noemende kringen, die zelden de werkelijke tegenwoordigheid aanroert of die deze verklaart op een manier die past bij protestanten die niet in Christus’ lichamelijke aanwezigheid in de Eucharistie geloven, maar volledig in strijd is met het historische geloof van het katholicisme.

– De verbreiding van religieuze opvoedkundige leerboeken, leidraden voor leraren en studiehandleidingen, die zogenaamd verdedigend melding maken van de fysieke aanwezigheid van Christus in het Heilig Sacrament, maar duidelijk de indruk wekken dat deze aanwezigheid tot de buitenzijde van het katholieke geloof en praktijk behoort en zeker niet tot een van de hoofdmysteries van de Kerk, gesticht door Jezus Christus.

Hoewel er zelden de aandacht op wordt gevestigd, is de tegenwoordige de-sacramentalisatie van het katholieke priesterschap een deel van dezelfde crisis rond het Heilig Sacrament. De priesters worden wezenlijk beschouwd als predikers van het Woord of verkondigers van het Evangelie of managers van Christelijke gemeenschappen, of spreekbuizen van de armen of verdedigers van de verdrukten of sociale leiders of politieke katalysatoren, of academisch geschoolden of theologische bewakers van het geloof van de gelovigen. Dat zijn zij ook, maar is dat alles? En is dat de voornaamste betekenis van het katholieke priesterschap? Nee. De voornaamste betekenis van het priesterschap is de relatie met de Eucharistie – als Werkelijkheid, als Sacrament en Offer. En van deze drie geldt als voornaamste de Werkelijkheid zoals die mogelijk wordt gemaakt door de priesterlijke consecratie. Opnieuw hebben, zoals in voorgaande eeuwen, de gezagsdragers van de Kerk de werkelijke tegenwoordigheid bevestigd, maar met accenten en nuancen die in voorgaande tijden nog niet aan de orde waren.

Paus Paulus VI was in Mysterium Fidei bezorgd over degenen, die in gesproken en geschreven woord “meningen verspreiden die de gelovigen verontrusten en hun geest verzadigen met niet geringe verwarring over geloofszaken.” Onder deze meningen bevond en bevindt zich de theorie die de betekenis van de Eucharistische Tegenwoordigheid zodanig herdefinieert dat het feit van de Eucharistische Werkelijkheid verduisterd, zo niet ontkend worden. Het is alsof iemand zegt: “Ik geloof in de Eucharistische Aanwezigheid, maar niet als werkelijkheid, of als werkelijkheid die slechts aanwezigheid is en niet een objectieve realiteit.”

De Eucharistie als Aanwezigheid

Dit brengt ons tot het tweede aspect van ons onderwerp: de Eucharistie als aanwezigheid. Als we het woord “aanwezigheid” horen, denken wij aan een persoonlijke relatie tussen twee of meer mensen. Wij zijn voor iemand aanwezig of iemand is aanwezig voor ons, wanneer wij ons bewust zijn van hen en zij van ons; wanneer wij hen in onze gedachten en ons hart hebben zoals zij aan ons denken en een affiniteit en genegenheid voor ons voelen. Voor stenen en bomen zijn wij niet echt aanwezig, noch zij voor ons. Dus de term ‘aanwezigheid’ impliceert dat het gaat om verstandelijke wezens.

Een dergelijke niet op objectieve realiteit gebaseerde aanwezigheid gaat ook voorbij aan tijd en ruimte. St. Paulus of St. Augustinus kunnen voor mij aanwezig zijn, hoewel zij allang dood zijn en hoewel zij niet fysiek zijn waar ik fysiek ben. Zo kunnen anderen voor mij aanwezig zijn in gedachten, door de wil, of zoals wij zeggen: ze kunnen mij voor de geest staan. De een kan in New York zijn en de ander in San Francisco. Toch, zodra (en zo vaak) ik met liefde aan een ander denkt, is die voor mij aanwezig. En wanneer anderen hetzelfde doen, ben ik voor hen aanwezig, de kilometers afstand overbruggend en ongeacht het feit dat geen van ons is waar de ander in het lichaam is. Maar toch – we zijn in de geest bij elkaar. Aanwezigheid ontkent daarom de fysieke werkelijkheid niet, omdat twee mensen dicht bij elkaar kunnen zijn, zowel lichamelijk als intiem verenigd in de geest. Aanwezigheid vereist de nabijheid van het lichaam niet en kan evenzeer de intimiteit van geest en hart inhouden. Hierin ligt meteen de legitimiteit voor de werkelijke aanwezigheid van Christus in de Eucharistie, maar tevens het gevaar van enkele van de huidige theorieën daarover. Er zijn mensen die loffelijk het subjectieve aspect van Christus’ aanwezigheid wel volmondig benadrukken, maar ten koste van de objectieve werkelijkheid.

Begrijp mij niet verkeerd. Er is een grote, zelfs een essentiële behoefte om te spreken over en zich te laten leiden door het bewustzijn van Christus in de Eucharistie en om onze gevoelens van liefde tegenover Hem te versterken. Maar dit kan niet gebeuren in ruil voor het negeren of het wegwuiven van het voornoemde feit dat Christus werkelijk in de Eucharistie is, dat Hij met de woorden van de plechtige verkondiging van de Kerk “wordt omvat onder de gedaanten van brood en wijn.” Wat brood en wijn was, is na de woorden van de consecratie niet langer brood en wijn, maar een levende, tastbare, lichamelijke – in één woord de werkelijke – Jezus Christus.

Wij zouden daarom kunnen zeggen dat de Eucharistische Aanwezigheid van Christus zowel een werkelijkheid is als een relatie. Het is een werkelijkheid, omdat Christus werkelijk in de Eucharistie is en wel zodanig, dat de Werkelijke Aanwezigheid van Christus vooronderstelt de werkelijke afwezigheid van brood en wijn. Hij is nu waar vóór de consecratie brood en wijn waren. Deze zijn verdwenen en Hij is daar nu. Waar voordien werkelijk brood en wijn waren, daar zijn nu slechts de uiterlijke kenmerken van brood en wijn. Christus is hier in de Eucharistie werkelijk aanwezig. Brood en wijn zijn niet langer aanwezig, maar slechts hun vorm of zoals wij zeggen: de gedaanten.

Transsubstantiatie is een geloofswaarheid. De leer van de Kerk is de uitdrukking van de waarheid. De Griekse woorden houden een meta-ousiosis (verandering van wezen) in. De ‘ousia’ of het wezen van brood en wijn worden de ‘ousia’ of het wezen van wat Jezus Christus uitmaakt – lichaam, bloed, ziel en goddelijkheid. Kortom, in de Eucharistie is de ‘totus Christus’ aanwezig, precies zo waarachtig als Hij aanwezig was op aarde in Palestina en zoals Hij nu in de hemel is. Het is de totale Christus in de volheid van wat Hem tot Christus maakt, zonder objectief verschil tussen wie Hij toen was (in de eerste eeuw op aarde) en die Hij nu is (in de twintigste eeuw op aarde). Jezus Christus is zoals Hij overal is, waar een wettig gewijde priester brood en wijn heeft veranderd in het Lichaam en Bloed van de Verlosser.

Als vanzelfsprekend beschouwd

Echter, nu dit alles gezegd is – en hoe noodzakelijk is het om het opnieuw te zeggen in de huidige verwarde katholieke wereld – wij zijn nog niet klaar. Zoals zo vaak gebeurt, ontstaat er dwaling onder de mensen, omdat zij de waarheid hebben veronachtzaamd. De hydra (= ‘veelkoppige monster’ – vert.) van het Communisme was ten dele al het antwoord van God op het verwaarlozen door Christenen van hun praktijk van de gemeenschappelijke liefde. Dat is ook het geval ten aanzien van de Eucharistie. Te veel katholieken, inclusief priesters, hebben de Werkelijke Tegenwoordigheid als te vanzelfsprekend beschouwd. Ze gingen er te zelfgenoegzaam mee om dat Christus in de Eucharistie is en ze begonnen Hem daar te laten. Lege kerken, lege kapellen, zelden een aanbidder voor het tabernakel en zelden een Eucharistische gedachte onder miljoenen gelovigen, die verontwaardigd zouden zijn wanneer hun gezegd zou worden, dat juist zij de grootste Werkelijkheid in hun midden hebben genegeerd. Het gaat (in de Eucharistie) immers niet om woorden uit de poëzie. Het is de taal van het geloof.

Wat moet er gebeuren? Wat wij vandaag de dag in de huidige crisis aangaande de Eucharistie nodig hebben, is een andere Franciscus van Assisië, een door God geroepene, om de wereld van vandaag eraan te herinneren wat priester zijn betekent en wat zijn consecratiewoorden kunnen bewerkstelligen in dit dal van tranen. Franciscus is zoals bekend nooit tot priester gewijd, maar hij had een buitengewone eerbied voor priesters, omdat hij hen zag als de goddelijk gemachtigde consecrators van de Heilige Eucharistie.

In zijn laatste wilsbeschikking en testament schreef Franciscus wat wij vandaag in onze intellectualistische eeuw van agnosticisme zouden moeten horen en waar wij naar zouden moeten luisteren: “God inspireert mij”, zo zei hij, “tot zulk een groot geloof in priesters die leven overeenkomstig de wetten van de Heilige Kerk van Rome, dat ik vanwege hun waardigheid, dat als zij mij zouden vervolgen, ik nog steeds bereid zou zijn om mij tot hen te wenden om hulp. Dit omdat ik bij hetgeen zij (in de Eucharistie) bewerken de Allerhoogste Zoon van God niet met mijn eigen ogen kan zien, maar alleen zijn Allerheiligst Lichaam en Bloed dat alleen zij aan anderen kunnen toedienen.” Hoewel hij dat niet gewoon was, eindigde Franciscus in superlatieven: “Boven al het andere” – dat betekent: belangrijker dan al het andere – zo benadrukte hij zijn volgelingen op het hart –  “Boven al het andere, wil ik dat dit Allerheiligst Sacrament wordt aanbeden en geëerd en wordt bewaard op plaatsen die rijk versierd zijn.”

En dat van de eenvoudige ‘Poverello’, wiens naam synoniem is geworden met volledige armoede, zelfs tot schamelheid toe, in navolging van zijn arme Meester. Maar dat is ook de mystieke ziener, die helderder dan de meesten van zijn tijdgenoten zag wie het was die onder ons verblijft in het Heilig Sacrament. Het is met de woorden van Franciscus: “de Allerhoogste Zoon van God” in menselijke vorm die hier altijd in werkelijkheid aanwezig is, maar Hij staat ons niet altijd zo levendig voor de geest. Wij eren en aanbidden Hem in de Eucharistie, maar Hij wordt niet altijd bewaard met rijk versierde plaatsen, niet versierd met zilver en goud, en ook niet met akten van geloof, hoop en liefde, waarmee we ons verlangen naar Jezus uitdrukken, zoals ook zijn verlangen naar ons uitgaat. Want daarvoor is Hij hier; opdat wij ook zouden zijn waar Hij is, verenigd met Hem in de geest, zoals Hij Zichzelf met ons heeft verenigd in het lichaam, vooruitlopend op die vereniging, wanneer de Eucharistie ontsluierd zal worden en wij zullen zien dat die vervangen wordt door wat wij nu nog in geloof als waarheid moeten aanvaarden, namelijk door de Waarheid die Vlees werd om ons te leren hoezeer God de zonen en dochters van de menselijke familie bemint.

Vgl bron


Pater Daniel: ‘De wrede overheersing van Syrië door het Westen is voorbij’

Syrië, Qara, vrijdag 30 december 2016.

image

Goede Vrienden,
De wrede overheersing van Syrië door het westen, verpakt in de schone schijn van een “regeringswissel” of een “herverdeling” is voorbij. Hun bloedig spel in Syrië, betaald door de golfstaten loopt ten einde. Het westen tracht zich voor te doen als de grote redder terwijl het Syrië en Rusland blijft beschuldigen van de grootste misdaden. Iedere week komen echter nieuwe gruwelen naar boven die door het westen worden gesteund, tot de handel in organen toe. Het is nu genoeg. Er is een bestand dat een definitieve ommekeer kan bewerken omdat de VS en de NAVO eventjes buiten spel zijn gezet.
Ziehier een korte mededeling over ons leven in deze Kersttijd en over onze blijvende strijd tegen de leugens die voor Syrië dodelijk zijn.
Zoals ik eerder aankondigde zal ik de volgende twee weken weinig kans hebben berichten op te maken. Je krijgt dan ofwel geen, ofwel een kort bericht.
Van harte een vredevol en genadevol 2017 toegewenst aan u allen, met een dankbaar hart jegens allen die met ons blijven mee-bidden, mee-strijden, mee-helpen.
P. Daniel

Kerstmis in de gemeenschap Mar Yakub

In de byzantijnse liturgie is er bij de Kerst- en Paasviering nagenoeg niets anders te doen dan bidden, zingen en processies houden. En de duur van de volksvieringen is, zoals in de Middeleeuwen, evenredig aan de duur van de liturgische vieringen, dus beiden zijn zeer lang. Ondertussen blijven we wel ijverig werken aan het voorbereiden van medicamenten, medisch materiaal, warme kleding en schoenen, vooral voor de mensen in Aleppo. Onze Kerstmis begon met een volksviering op vrijdagavond 23 december. Na de eucharistie en de vespers aten we met de fraters en de zusters samen. Ook moeder Agnes-Mariam en zr Carmel waren aanwezig. De fraters hadden een stevig kerstconcert voorbereid, onderbroken door liederen en sketches vanwege de zusters en de kinderen. Tegelijk werd deze avond een verjaardag gevierd met een traditionele taart. Ook het gezin en de leken die bij ons horen, waren aanwezig. Zaterdag 24 december werden om 10.00 u de “koninglijke uren” gezongen, zo genoemd omdat destijds in Constantinopel de keizer hierbij aanwezig was. Het zijn de primen, tertsen en seksten met psalmen, lezingen en gebeden. Deze worden gevolgd door de liturgie van Basilius: vespers en eucharistie, voorgegaan door abouna Georges. Daarna is er nog processie met de kersticoon en zegening van brood, granen en wijn waarbij ieder met olie gezalfd wordt op het voorhoofd en de handen. De broden worden in stukken gebroken, in de wijn gedoopt en uitgereikt. We waren deze dienst om 10.00 u begonnen en eindigden om kwart na één.

In de late namiddag werd de “caminata” gezongen. Het is een oude traditie van de Spaanse Carmel. Met het beeld van Maria en Jozef en onder het zingen van de “Caminata”, begeleid met alle mogelijke muziekinstrumenten wordt herstel gebracht aan het feit dat Maria en Jozef geen plaats vonden in Bethlehem. We gingen eerst aan alle deuren van de fraters kloppen om te vragen of Jezus, Maria en Jozef welkom zijn. Hierop geeft de bewoner zijn persoonlijk welkom. Dan ging de tocht naar de zusters. Na afloop hielden we in de kerk nog een bezinning over dit mysterie.

Om 10.00 u ’s avonds zongen we de lange primen van Kerstmis, gevolgd door de nachtmis volgens de Latijnse traditie. Ook deze dienst duurde tot in de vroege uurtjes (na één uur). Traditioneel worden er dan in de kerk nog allerlei kerstliederen gezongen onder het uitwisselen van de kerstwensen. Zo was eindelijk de tijd gekomen voor de feestmaaltijd. Zowel in de kerk als in de refter waren de moslimfamilie en de leken die bij ons wonen aanwezig. Ook de moslim die steeds voor onze veiligheid zorgt wanneer het nodig is. De zusters, de gasten en de bezoekers hadden intussen voor een flinke maaltijd gezorgd. Het was een lekkere en gezellige bedoening. Tegen half drie was het voor sommigen toch genoeg en ze zochten hun bed op. De meerderheid bleef nog tot vijf uur. Er werd immers voor ieder afzonderlijk nog een Bijbeltekst gekozen en gelezen.

Abouna Georges had gezegd dat hij om 11.00 u hier zou zijn voor de byzantijnse Kerstmisviering. Om 13.00 u was hij er nog niet. Zo was de dagorde vandaag echt iets op z’n  Syrisch. Er werd een ander programma voorzien. We zouden vlug het middagmaal nemen en daarna kwam de bisschop om aan zr. Rita “le petit schème angélique” te geven, wat zoveel is als het afleggen van de kloostergeloften in de Latijnse traditie. We vierden de vespers met de “inkleding” van zr. Rita. De Kertstijd wordt in de liturgie een “sterke tijd” genoemd. Deze dient om te onderscheiden en te openbaren wat er in het diepst van ons hart omgaat opdat we ons zouden bekeren. Daartoe dient ook een religieuze gemeenschap. Alles moet in het ware Licht komen.

Woensdagmiddag was er een plechtige interreligieuze viering in de grote moskee van Deir Atieh. De twee oudste fraters en ik, samen met de verantwoordelijke leek zullen de gemeenschap vertegenwoordigen. Verschillende honderde mensen zaten in de zaal en boven op het balkon rechts nog eens vrouwen en links mannen. Er is veel veiligheidspolitie en een legertje van journalisten en cameramannen met steeds grotere apparaten. Zoals gewoonlijk komen we wanneer de viering al goed bezig is. Een van de mannen van de orde leidt ons helemaal naar voren. Daar staan in u-vorm indrukwekkende zetels met even indrukwekkende personaliteiten. Langs verschillende kanten worden we met grote voorkomendheid verwelkomd. Een imam in vol ornaat en met twee zwarte banden om zijn hoofddeksel staat op en dwingt me in zijn zetel plaats te nemen. Zelf gaat hij aan de zijkant zitten. De twee andere fraters en abou Gereges krijgen een plaats op de tweede rij. Acht mannen zingen met tromgeroffel. Er volgen speeches, afgewisseld met gezang van de zware mannnenstemmen. De mufti en een minister nemen het woord. Ze pleiten voor het harmonieus samenleven van alle groepen. Er wordt koffie, thee en snoepgoed rondgedeeld. Aan de overkant zien we abouna Georges, een vertegenwoordiging van ons bisdom alsook de orthodoxe priester, abouna Paisios. De plechtigheid wordt beëindigd en er volgt nog een informele ontmoeting met allerlei mensen waarvan we er vroeger al verschillenden ontmoet hebben. Je voelt iets van de fierheid van het volk dat in staat is met alle verschillende geloofsgroepen in groot respect voor elkaar samen te leven.

Het bloedige spel in Syrië is bijna voorbij

De gruwelijke oorlog tegen Syrië werd gepland door de VS en de NAVO, (waarbij Turkije, Frankrijk en Engeland uitblonken) en gefinancierd door de golfstaten. Poetin heeft door bezonnen diplomatie en efficiënt optreden het tij definitief doen keren. Hij heeft vooreerst de economische banden met Turkije aangehaald, terwijl Turkije niet meer de uitvoerder van de plannen van de VS en de NAVO wil zijn. Verder heeft hij Qatar laten deelnemen aan Rosneft, de grootste energiereus, waardoor het bereid was zich terug te trekken uit de oorlog tegen Syrië. Israël heeft nog getracht roet in het eten te gooien door de Russische Ambassadeur in Ankara te vermoorden, maar Poetin heeft meteen de banden met Turkije nog sterker aangehaald. Verder werd op 28 en 29 december de Russische ambassade in Damascus gebombardeerd. Ook dit heeft het diplomatiek werk niet verminderd. Obama van zijn  kant heeft op 23 december nog vlug een wet getekend om wapenleveringen aan de  terroristen te verzekeren waardoor het Syrische en Russische leger echt in gevaar gebracht kunnen worden. Verder wil hij nieuwe sancties opleggen aan Rusland voor het zogenaamd “hacken” en beïnvloeden van de presidentsverkiezingen, waarvan een nuchter mens al heeft begrepen dat het valse beschuldigingen  zijn  vanwege de VS om Moskou te kunnen diaboliseren. De Russische beer gaat rustig verder. En hij is niet eens de sterkste op het wereldtoneel. Helemaal niet. Amerika heeft een militair budget van 725 miljard dollar tegen 48 miljard voor Rusland en tegenover de achthonderd Amerikaanse militaire bases over heel de wereld heeft Rusland uitgerekend 2 bases buiten zijn grondgebied. De VS wanen zich “speciaal” en superieur wat hen blind maakt. Rusland is niet kwantitatief maar kwalitatief sterker en gebruikt zijn (ook geestelijke) mogelijkheden beter. In Tolstoi en Dostoievski proeven we de duizendjarige Russische cultuur. Na de val van de Sovjetunie hebben de Russen zich openlijk kunnen schamen en rouwen om zoveel onderdrukking, huichelarij en corruptie. De VS en de NAVO moeten dit proces nog beginnen. Op dit ogenblik zien we alleen nog maar enkele uitingen van revolte tegen de politieke elite en van wantrouwen jegens de media en het “politiek correcte”.

Uiteindelijk hebben we een belangrijk bestand in heel Syrië. Zeven rebellengroepen die meer dan 60.000 djihadisten vertegenwoordigen willen zich hieraan houden. Al Qaida en IS doen niet mee. Zo hebben we tenminste toch al een verdeling van de  terroristen: enerzijds degenen die de wapens willen neerleggen, anderzijds degenen  die de belangen van de VS en NAVO willen blijven nastreven door te moorden  te vernietigen of naar huis te gaan (Saoedi-Arabië en de bevriende NAVOlanden). De leiding van het akkoord is in handen van Syrië, Rusland, Iran en Turkije. Een magistrale zet: de VS mogen pas meespelen vanaf 20 januari, met president Trump. Dus: VS en NAVO nu even buiten spel. De Britse generaal Sir Richard Sherrif luidt de alarmklok: als Trump de “geloofwaardigheid van de collectieve verdediging” blijft ondermijden, kan de NAVO geen 5 jaar overleven en deze Sir heeft nog niet  door dat dit zowat het beste is wat Europa zou kunnen overkomen. De NAVO is immers al een kwart eeuw over datum en had ontbonden moeten worden toen het Warschau-pakt ontbonden werd. En juist vanaf toen is het tot de huidige geldverslindende moordmachine uitgegroeid.

Nu nog afwachten hoe het bestand wordt nageleefd en hoe de latere besprekkingen gaan verlopen. Er is in ieder geval grote hoop dat het bloedige spel van het westen ten einde loopt. Eens zal Syrië schitteren als de gouden schakel in de keten van de weerstand tegen de westerse, zionistische en islamistische waanzin.

Geleerde prietpraat die dodelijk is

Vanuit Caïro kreeg ik vanwege een emeritus professor Arabisch van onze  KUL volgend email: “Uiteindelijk moeten politieke analisten toegeven dat wat je zegt juist is”.  Hij voegt er bij dat er nu twee vluchtelingen uit Aleppo bij hen wonen die met vreugde vertellen over de bevrijding.  Op hetzelfde ogenblik las ik echter met stijgende verbazing het artikel: “2017 Mourir  pour Aleppo?” van Marc Hooghe, gewoon hoogleraar politieke wetenschappen aan de KU Leuven (deredactie.be, 27 december 2017). De ene hoogleraar is blijkbaar de andere niet. Aan geleerde praat ontbreekt het in dit artikel niet. Rijkelijk worden vergelijkingen gemaakt die de brede ontwikkeling van de schrijver illustreren, maar die geen enkele band hebben met de huidige werkelijkheid in Aleppo: “Warschau 1831”, “de val van Srbrenica juli 1995”, “de democratische vrede van Immanuel Kant van 1795”, het “Mourir pour Danzig” van Marcel Déat, “het Europees push-back beleid”… Verder puilt het artikel uit van de in de Atlantische pers   overbekende slogans van monsterleugens waarin nog steeds de westerse obsessie primeert omtrent de wettig gekozen president en de nachtmerrie van de  CIA en co dat ze tot heden nog niet in staat geweest zijn dit land en volk, zoals Libië, in de gewenste chaos te storten en hier de macht te grijpen. De schrijver beklaagt zich dus dat we “de Syrische president stabiel in het zadel” houden, dat de “slachtoffers nu aan hun lot overgelaten” worden, dat de vluchtlingenkampen “nauwelijks betere levensomstandighheden” bieden, dat de vluchtelingen worden teruggedreven “in de handen van grijnzende beulen” (volgens hem zullen dat vermoedelijk de Syrische en Russische soldaten zijn). Verder schrijft hij over een “wreedaardig militair regime dat honderdduizenden doden op zijn geweten heeft”. De man schijnt niet eens te vermoeden dat hij de pure CIA oorlogspropaganda aan het uitkramen is, zonder het allerminste bewijs, alleen maar om het verder uitmoorden en vernietigen van Syrië te kunnen rechtvaardigen. Kortom, geleerde prietpraat die geen enkele band heeft met de werkelijkheid en met de huidige feestvreugde van het volk om zijn bevrijding van de (door het westen gesteunde) gruwel van de voorbije jaren. Het volk wordt opgevangen door het Syrische en Russische leger, degenen die hen tot heden hebben beschermd, hen humanitaire hulp hebben gegeven, hun zieken hebben verzorgd… Schrijver is blijkbaar niet geïnteresseerd aan het werkelijke leven van het Syrische volk en de echte betekenis van de bevrijding van Aleppo, evenmin als aan het internationaal recht of het Charter van de UNO. Met waanwijsheid en een door valse berichten gedrogeerde geest plaatst hij zich aan de kant van de moordenaars van Syrië om de lijdensweg van het volk zo lang mogelijk te laten duren. Het is een meehuilen met de wolven in het bos. Wie kan die man eens enkele berichten sturen over de werkelijkheid, zoals we bv. vorige week nog vermeld hebben? Gelukkig houdt Syrië tot heden stand, dank zij de sterke eenheid van volk, leger, regering en president. Van deze hoogleraar verwachten we dat hij zich openlijk distancieert van de monsterleugens die hij mee verspreidt om de oorlog tegen Syrië aan te moedigen. Van de  vrt verwachten we dat ze zich verontschuldigen omdat ze aan deze ongeoorloofde oorlogspropaganda de ruimte gegeven hebben.

P.S. Dit vernietigend oordeel en deze vraag om herstel wegens de aangerichte schade gelden enkel dit artikel. In geen enkel opzicht wil ik de reputatie van deze hoogleraar over andere  onderwerpen in politieke wetenschappen aantasten.

Pater Daniel


Namens pater Guy Borreman sj
Zr Lucienne