Mennen: ‘Vaticanum II revisited’

pastoor20me3 maart 2018, door pastoor Mennen

Mensen van mijn leeftijd die Vaticanum II citeren alsof het bestaan van de Kerk ervan afhangt, vergeten nogal eens, dat het alweer bijna zestig jaar geleden is, dat het Concilie gehouden is en dat veel jonge mensen, theologiestudenten in het algemeen en seminaristen in het bijzonder, het op dezelfde wijze zien als het Concilie van Florence of het Concilie van Trente: als een onderdeel van de kerkgeschiedenis. Zij kijken er met een zekere afstand naar en vinden – dat mag niet van hun docenten maar het is wel zo – het Concilie van Trente op veel punten helderder en duidelijker dan Vaticanum II. Trente definieert tenminste het geloof in heldere formuleringen terwijl Vaticanum II mooie maar tegelijk soms onheldere beschrijvingen geeft. Let wel, niemand, ook de jongeren niet, twijfelen aan de orthodoxie van Vaticanum II maar de orthodoxie van Trente laat minder ruimte voor een heterodoxe uitleg.

Mensen van mijn leeftijd doen alsof de liturgiehervormingen na Vaticanum II een van vruchtbaarste vernieuwingen in de Kerk zijn, aan het nut waarvan men absoluut niet mag twijfelen. Veel jonge mensen en ook opvallend veel bekeerlingen zien de vele misbruiken die de vernieuwing van de liturgie teweeg heeft gebracht. Ze ervaren de onrust van de vele woordjes en de vele keuzemogelijkheden waardoor je als gelovige overgeleverd bent aan de willekeur van de priester. Zij zoeken contact met de oude liturgie die Benedictus XVI weer heeft toegestaan en vinden in die verheven sacrale omgeving hun echte geestelijk thuis. Het mag niet zijn want de liturgievernieuwing van Vaticanum II is volgens het kerkelijke establishment een onomkeerbare verworvenheid, maar het is wel zo: de jeugd die nog kerkelijk is en voor het geloof kiest, voelt zich tegen de verdrukking in het meest aangetrokken tot oude liturgie of een nieuwe liturgie die op de meest klassieke wijze gevierd wordt. Zelfs in charismatische kringen groeit de interesse voor de oude liturgie. De kloosters die voor de oude liturgie kiezen groeien en bloeien tot ongenoegen van hen die het niet begrijpen.

Wellicht is de relativering van Vaticanum II en het afwijzen van de liturgievernieuwingen die er uit voortkomen, het gevolg van de totale verwarring waarin de Kerk sinds Vaticanum II verkeert. Tot voor kort bestond die verwarring alleen buiten Europa en met name in West-Europa en Amerika maar sinds het huidige pontificaat is ook Rome zelf in de greep van de totale verwarring. Een paus die bij gelegenheid de meest vreemde dingen zegt en schrijft die volkomen in tegenspraak zijn met wat al zijn voorgangers hebben gezegd en geschreven, is ook voor jonge mensen niet bepaald een ankerpunt. De paus beschouwt zich duidelijk als een vrucht van het Concilie. Het gaat hier dan om de “geest van het Concilie” waar men in jaren zeventig en tachtig in Nederland mee schermde en die het einde van de Nederlandse Kerk is geworden. Om een voorbeeld van de verwarring te geven. De staatssecretaris, kardinaal Parolin, heeft het over een “paradigmaverschuiving” die door de paus in gang is gezet. Kardinaal Müller, de afgezette prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, zegt dat er in zake geloof geen paradigmaverschuiving mogelijk is. En dat is ook zo. Wat men in de Kerk altijd ketterij genoemd heeft, heet nu deftig “paradigmaverschuiving” maar het blijft even lelijk.

Mijn eerlijke vraag is: wat moeten we aan met een Concilie waarvan “de geest” leidt tot de vernietiging van de Kerk die je overal om je heen ziet gebeuren? Zou het onderhand niet eens tijd worden hier en daar wat vraagtekens te zetten bij het Concilie? Ik noem een paar dingen:

– het optimisme van het Concilie ten aanzien van de wereld (met name ook in “Gaudium et Spes). Het zou de moeite waard zijn dit eens te leggen langs het begrip van de “wereld” bijv. in het Johannesevangelie waarin de wereld toch vooral gezien wordt als het rijk van Satan? Is dat na 1960 niet meer het geval? Nou kijk dan maar eens naar het wereldwijd en door staten en de VN ondersteund verval van zeden. Kijk maar een naar de christenvervolging in islamitische en liberaal-seculiere staten.

– het optimisme ten aanzien van de islam die door het Concilie geprezen wordt als een godsdienst die dezelfde God heeft al wij. Dit laatste is gewoon niet waar. Het beeld van God dat de islam heeft, is totaal verschillend van het christelijke godsbeeld. Die visie van het Concilie wordt nog steeds door de huidige paus verkondigd.

– de “geest van het Concilie” heeft ertoe geleid dat de missieactiviteit van de Kerk praktisch volkomen is stil gevallen. Als je benadrukt dat iedereen in zijn eigen geloof zalig kan worden, verliest de missie blijkbaar zijn innerlijke noodzaak.

– op dezelfde wijze heeft de oecumene zich ontwikkeld. Door het positieve en het goede in iedere denominatie te benadrukken, wordt het minder duidelijk dat je katholiek zou moeten worden. De paus zelf lijkt katholiek worden te ontmoedigen zoals bij de evangelische bisschop Tony Palmer.

– Het optimisme van het Concilie heeft geleid tot een bijna alleen benadrukken van Gods barmhartigheid ten koste van zijn gerechtigheid. Dit heeft bij velen geleid tot een onverantwoord heilsoptimisme, het minimaliseren van de zonden en het praktisch afschaffen van het begrip doodzonde. Dat wordt duidelijk geïllustreerd in de hardnekkig verkeerde vertaling van “pro multis” (voor velen) in “voor allen” bij de consecratie.

Nu gaat natuurlijk iedereen roepen (en ik weet dat dat in de ogen van velen de grootste ketterij is) dat ik Vaticanum II afwijs. Dat is inderdaad de gemakkelijkste manier om je niet met mijn bezwaren te hoeven bezig houden. Maar ik wijs Vaticanum II niet af. Het zou echter wel wenselijk zijn dat Vaticanum II opnieuw bekeken gaat worden in het licht van de ontwikkelingen erna. Zijn die ontwikkelingen echt wat de vaders van Vaticanum II bedoelden? Kan Vaticanum II misschien aangescherpt worden in het licht van voorafgaande Concilies, zodat de tekst niet meer dubbelzinnig is. Immers dubbelzinnigheid is de meest duivelse (zij het onrechtstreekse) vrucht van het Concilie tot in het huidige pontificaat toe.

Paulus VI heeft in de jaren zeventig al verzucht dat door de ramen van de Kerk, die het Concilie heeft opgezet, de rook van Satan de Kerk is binnengekomen. Wordt het niet tijd zodanige maatregelen te nemen dat die rook buiten blijft waar hij hoort, in de wereld. Dat vereist een grote schoonmaak waarbij het Concilie niet buiten schot kan blijven.

Mennen: ‘De retorische truc’

pastoor20me1 maart 2018, door pastoor C. Mennen

Kardinaal Gerhard Müller, de door paus Franciscus ontslagen prefect van de Congregatie voor de geloofsleer, heeft in een interview met de “Tagespost” de uitdrukking “in bepaalde gevallen” een “retorische truc” genoemd. Die uitspraak is mij uit het hart gegrepen. De kardinaal doelde hier op een beslissing van de Duitse Bisschoppenconferentie, dat protestantse partijen in een gemengd huwelijk “in bepaalde gevallen” tijdens de katholiek eucharistie te communie zouden mogen. Dan moeten er wel “zwaarwegende godsdienstige redenen” voor zijn en de protestantse partij moet het katholieke geloof in de eucharistie delen. Maar wie controleert dat? In feite betekent zo’n uitspraak dat alle protestantse partijen in een gemengd huwelijk, die dat willen, zullen denken dat ze te communie mogen gaan. En daarmee wordt geen geestelijke nood opgelost maar een gelovige praktijk rond de eucharistie verder afgebroken. Het zal meer en meer worden: “gemeenschap vieren met elkaar en niemand buitensluiten” en de eucharistische Christus komt daarmee steeds meer op het tweede plan. Een dan spreek ik nog niet van het domino-effect van deze Duitse beslissing. Hoewel die formeel alleen voor Duitsland geldt, zullen hier gelovigen en priesters zeggen: als het in Duitsland kan, waarom dan hier niet? Daarom is de uitdrukking “in bepaalde gevallen” een retorische truc om langs een achterdeur de intercommunie in te voeren. En u weet dat de protestanten geen echte eucharistie hebben omdat ze het apostolische wijdingsambt in de reformatie hebben afgeschaft, en dat ze alleen een beperkte of louter symbolische aanwezigheid van Christus aannemen in het avondmaal dat door een dominee bediend wordt. Dan zal het u duidelijk zijn, dat we van het “katholieke geloof in de eucharistie” bij protestanten weinig te verwachten hebben. Als ze dat geloof hebben, kunnen ze beter katholiek worden en binnentreden in de volledige katholieke traditie waarbinnen de ware eucharistie alleen begrepen kan worden.

Trouwens de uitdrukking “in bepaalde gevallen” of “in pastorale noodzaak” leidt meestal tot het verbreden van de uitzondering tot een normale regel. Ik noem hier enkele voorbeelden:

– De communie op de hand is als uitzondering voor bepaalde streken ingevoerd. De communie op de tong is en blijft de normale vorm van communiceren. Maar wie weet dat nog? De communie op de hand is in de praktijk zodanig de norm geworden dat zelfs in veel kerken de communie op de tong geweigerd wordt.

– Normaal is in de Kerk dat een uitvaartplechtigheid voor een gelovige wordt verricht door een priester of een diaken. De pausen hebben steeds weer benadrukt dat het leiden van een uitvaart een van de belangrijkste taken is van de priester. Alleen in noodsituaties kan de bisschop leken verlof geven, als dat werkelijk nodig is, een uitvaart te leiden. Hiervoor is eigenlijk vereist dat de bisschoppenconferentie tot die mogelijkheid besluit en dat Rome dit besluit goedkeurt. Deze vereisten lapt men meestal aan zijn laars. En in sommige bisdommen (in België) worden alle uitvaarten door leken geleid terwijl de priesters thuis zitten. Hen wordt het soms onmogelijk gemaakt een uitvaart te leiden. Ook hier leidt de uitzondering tot een gewoonte die tegengesteld is aan de voorschriften en de tradities van de Kerk.

– Normaal is het de eigen taak van de priester en de diaken om de communie uit te reiken in de Mis en deze naar de zieken te brengen. Als het aantal gelovigen zo groot is, dat het communie uitreiken onverantwoord lang zou duren, kan de priester ad hoc leken aanstellen middels een zegen. Feitelijk zijn die leken dat vaak als een eigen taak gaan beschouwen en we kunnen het nu meemaken dat er maar een veertigtal mensen in de kerk zitten en er toch twee leken mee communie uitreiken. Ik weet uit de praktijk dat het aantal zieken en ouderen die de communie thuis willen ontvangen, erg klein is geworden. Toch zijn er veel parochies waar niet de priester/diaken de communie brengt maar een leek, terwijl de priester/diaken zich met andere, ook ongetwijfeld nuttige maar minder bij zijn taak horende, dingen bezig houdt.

– Normaal is het dat de priester (ambtshalve voorzitter van de gelovige gemeenschap) alle vieringen (niet alleen eucharistievieringen) in de kerk leidt. Is hij echt niet beschikbaar, dan kunnen bepaalde vieringen door een diaken, en bij diens ontstentenis door een gevormde leek geleid worden. Die lekendiensten dienen in het kerkelijk leven uitzonderingen te zijn en een antwoord op een noodsituatie. Dit geldt ook voor avondwakes bij uitvaarten. Rome heeft indertijd in een brief aan de Nederlandse bisschoppen zijn bevreemding uitgesproken over het feit dat leken avondwakes leidden terwijl de priester in de pastorie zaten. We weten allemaal hoe die avondwakes een recht geworden zijn van een werkgroep en dat ook veel priesters een dergelijke viering om wat voor reden dan ook graag aan de werkgroep overlaten. De inhoud is heel vaak navenant en weinig liturgisch/kerkelijk.

– Het uit- en instellen van het heilig Sacrament is een taak van de priester/diaken. In geval van nood (in afzonderlijke gevallen) kan dit door een aangestelde acoliet of desnoods door een andere leek gebeuren. Dat “noodgeval” is bij sommige priesters bijna permanent aanwezig en zij blijven graag op de achtergrond.

U begrijpt dat ik ervoor zou zijn dat “in bepaalde gevallen” of “vanwege pastorale noodzaak” eens kritisch onder de loep genomen zou worden en misschien drastisch zou worden ingeperkt omdat er effecten bereikt worden die door de Kerk niet worden bedoeld en die tegen haar traditie ingaan.

 

 

Transcript van de toespraak van Kardinaal Sarah in België

Conferentie Kardinaal Sarah 7 februari 2018 ND de Stockel

Begin februari was Kardinaal Sarah in België. In Sint-Pieters-Woluwe hield hij op 7 februari een toespraak naar aanleiding van zijn boek “God of niets.” Zie daarover ook onze eerdere artikelen hier en hier

Eminentie, excellentie Mgr. de Apostolische Nuntius, Waarde Heren ,

Beste Broers en Zussen in Christus,

Sta mij toe vooreerst heel hartelijk en warm dank te zeggen aan Zijne Eminentie Kardinaal Jozef de Kesel, aartsbisschop van Mechelen-Brussel, mijn aanwezigheid de eer en het voorrecht te geven hier ontvangen te worden met enthousiasme en vriendschap in de kerk van Onze Lieve Vrouw van Stockel om mijn boek voor te stellen over het geloof God of Niets. Ik zou mijn dankbaarheid willen uitdrukken en mijn respectvolle waardering voor de priesters en parochieverantwoordelijken van de parochie Onze Lieve Vrouw van Stockel: de Heer Pastoor Benno Haeseldonckx, de Eerwaarden Philippe Mawet, verantwoordelijke voor de pastorale eenheid van Stockel-au-Bois en Edouard Marot, vicaris en verantwoordelijke voor de Franstaligen, maar ook voor alle gelovigen die door hun toewijding bijdragen aan het welslagen van deze ontmoeting.  Het is voor mij een grote vreugde om vandaag onder jullie te zijn, en ik zeg aan jullie allemaal en iedereen in het bijzonder dank voor jullie vriendschappelijke aanwezigheid, die mij meer eer brengt dan mij toekomt.  Laten we het nu hebben over het onderwerp van onze ontmoeting :  God of Niets.

Hoe is God of Niets ontstaan?  Om eerlijk te zijn, ik had er helemaal niet aan gedacht om meteen een boek te gaan schrijven, maar op een dag heeft Nicolas Diat mij gecontacteerd.  Hij was een boek aan het schrijven over Benedictus XVI De man die geen paus wilde worden – ik raad u aan om dat te lezen, want er zit veel spirituele rijkdom in – .  Hij kwam dus naar mij, om wat van gedachten te wisselen over verschillende onderwerpen.  En bij de tweede ontmoeting stelde hij mij voor om een boek te schrijven over mijn leven.  Ik heb toen geantwoord dat mijn leven van geen enkel belang was, maar ik zei dat we het misschien wel tijdens onze gesprekken konden hebben over een aantal actuele problemen van de samenleving en van de toenemende globalisering van de wereld, waarin de verwarring alleen maar groter wordt en die vol dubbelzinnigheden en onzekerheden is.  En zelfs in de Katholieke Kerk hebben we de indruk dat er geen Leergezag meer bestaat, geen vaste doctrinele en morele leer.  Iedereen staat zichzelf een absolute vrijheid toe om zijn eigen mening en morele waarden te verkondigen.

En ook ik wil mijn geloof verkondigen en mijn absolute trouw aan Jezus Christus, aan het eeuwenoude Magisterium van de Kerk, als een nederige bijdrage in de strijd tegen, wat Benedictus XVI genoemd heeft “de dictatuur van het relativisme”.

Lees hier verder….