Eerste meditatie: De grote teleurstellingen en hun goddelijke uitdaging
“Heer Jezus, het is zo donker in december, en soms ook in ons hart. Wij denken: ‘Het is allemaal voorbij. Het gaat niet goed met de Kerk, en ook niet met ons.’”
(Kard. Godfried Danneels, Een jaarkrans van gebeden, blz. 5)
De onmacht van de mens
In de inleiding stelden we de vraag naar de verwezenlijking van de menselijke hoop. Het antwoord van het Tweede Vaticaans Concilie luidt: ondanks alle rijkdommen, mogelijkheden en economische macht moet men eerlijk erkennen dat een ontzaglijk deel van de wereldbevolking nog altijd gebukt gaat onder honger en armoede. Wat nog schrijnender is: in een tijd van e-mail, internet en wereldwijde communicatie, blijven miljarden mensen ongeletterd.
Wat betreft de menings- en gewetensvrijheid, waarop wij moderne mensen zo trots zijn en die we steeds nadrukkelijker opeisen, moeten we eveneens erkennen dat er nieuwe vormen van verslaving en afhankelijkheid zijn ontstaan. Denk aan jeugd-alcoholisme, seksualisering op steeds jongere leeftijd, misbruik van tabak en vooral het wijdverbreide gebruik van lichte en zware drugs.
Ook op het vlak van internationale samenwerking en wereldwijde onderlinge afhankelijkheid, trekken steeds meer tegenstrijdige krachten in uiteenlopende richtingen. De veelheid aan partijen en groepen die vooral eigenbelang nastreven, leidt tot toenemende verdeeldheid in politiek en economie. Daarbovenop komen ideologische tegenstellingen, raciale spanningen, godsdienstige en culturele verschillen, en het vraagstuk van integratie en samenleven met mensen van andere herkomst.
In deze officiële en gezaghebbende analyse klinkt onmiskenbaar de teleurstelling van de twintigste eeuw door. Europa werd geteisterd door twee wereldoorlogen. In de Eerste Wereldoorlog vernietigden de christelijke grootmachten elkaar, en werd gifgas als massavernietigingswapen ingezet. In de Tweede Wereldoorlog kwamen daar de atoombom en biologische wapens bij. Men spreekt dan ook terecht van het “tijdperk van de angst” (age of anxiety). Die angst werd pijnlijk tastbaar in de onmenselijke vernietigingskampen van Auschwitz en de Goelag-archipel.
Het nihilisme en zijn gevolgen
De nihilistische nazi-dictatuur van Hitler trachtte het Europese jodenvraagstuk op te lossen door middel van massale vergassing. De stalinistische dictatuur vernietigde miljoenen ongewenste mensen door dwangarbeid en verwaarlozing. Deze vernietigingsdrift breidde zich uit naar China, Cambodja, Rwanda en andere landen. Ook later hoorden we gruwelijke berichten over de daden van Milosevic in Joegoslavië en Saddam Hoessein in Irak. Geen enkele eeuw kende zoveel misdaden tegen de menselijkheid als de twintigste.
Het wrange is dat juist deze eeuw de beloften van de negentiende eeuw had moeten waarmaken: idealen van vooruitgang, vrede en menselijkheid. In plaats daarvan werd het de eeuw van de zelfvernietiging van de christelijke wereld. De oorzaken hiervan liggen vooral in het nihilisme van de dictaturen van Hitler en Stalin. Nihilisme is een denkrichting die ontkent dat de mens tot absolute waarheden kan komen op het gebied van religie, moraal of politiek.
Tegelijkertijd ontwikkelde de wetenschappelijk-technische beschaving zich razendsnel, met steeds grotere en snellere verbindingen die zich als een web over de wereld uitspreiden. Deze technische overmacht van de mens tegenover de natuur leidt steeds vaker tot ecologische rampen: lucht- en watervervuiling, natuurrampen, aardbevingen, tsunami’s, ziekten als BSE (gekkekoeienziekte), varkenspest en vogelgriep eisen steeds vaker slachtoffers.
Geen wonder dat het levensgevoel van de hedendaagse mens niet meer wordt gekenmerkt door optimisme en geloof in vooruitgang, maar door teleurstelling, moedeloosheid en angst voor vernietiging.
Een uitdaging voor de Kerk
De Vaders van het Tweede Vaticaans Concilie stelden al vast: “Door de invloed van zo veel complexe situaties worden velen verhinderd om eeuwige waarden te herkennen, laat staan ze in overeenstemming te brengen met nieuwe ontdekkingen. Zo raken zij, heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees, innerlijk verontrust wanneer zij zich afvragen waar het met de wereld naartoe gaat.”
Maar – en hier raken we de kern van ons retraite-thema – deze situatie is tegelijk een uitdaging. Zij daagt mensen uit, ja dwingt hen tot een antwoord. Deze uitdaging geldt voor iedereen, maar in het bijzonder voor ons, christengelovigen. Er bestaat immers een diepe verbondenheid tussen de Kerk en de wereldgemeenschap.
Vreugde en hoop, verdriet en angst van de mensen van vandaag – vooral van de armen en degenen die lijden – zijn ook de vreugde en hoop, het verdriet en de angst van de leerlingen van Christus. Er is niets dat de mens raakt, dat niet ook weerklank vindt in het hart van de Kerk.
De Kerk is immers een gemeenschap van mensen, verenigd in Christus, geleid door de Heilige Geest, op weg naar het Rijk van de Vader. Zij heeft de heilsboodschap ontvangen die aan allen verkondigd moet worden. Daarom voelt de Kerk zich ten diepste verbonden met de mensheid en haar geschiedenis.
De actieve hoop op een toekomst die niet teleurstelt, kan alleen van Christus komen. Van die hoop moet de Kerk – en dus ook wij – getuigen. Dat is de kern van onze bezinning op de christelijke hoop, die haar hoogtepunt vindt in de verrijzenis van Christus.
Deze goddelijke zending van de Kerk behoort tot het hart van ons katholiek geloof. Iedere keer dat wij het Credo bidden, belijden wij dat de Kerk één, heilig, katholiek en apostolisch is.
Maar, en dat is de uitdaging waar wij bij stil moeten staan: voor sommigen is de Kerk niet meer dan een voorbijgestreefd historisch fenomeen.