Kasteel Zellaer – plaats van gastvrijheid, stilte en roeping
Ik woon in Nederland, maar mijn wortels liggen in België. Zowel langs vaders- als moederskant komt mijn familie daar vandaan. Misschien verklaart dat iets van mijn gevoeligheid voor warmte, nabijheid en gastvrijheid — eigenschappen die je niet organiseert, maar ontvangt. België blijft voor mij een land waar het leven zachter klinkt.
In die bedding ligt ook mijn herinnering aan Kasteel Zellaer, nabij Mechelen. In de tijd dat het kasteel een Foyer de Charité was, met vader D’Heu als priester, heb ik er meerdere retraites mogen meemaken. Het was een huis dat niet draaide om programma’s, maar om aanwezigheid.
Het kasteel was ingericht op het ritme van de retraites. In het binnenpand bevonden zich een mooie, sobere kapel en een warme eetzaal, beide uitkijkend op het stille water van de gracht. Dat uitzicht bracht rust. Alsof de wereld daar even op afstand bleef en de tijd trager ging lopen.
De maaltijden hoorden bij dat leven. Samen aan tafel, zonder haast. Altijd een potje bier. Gesprekken die vanzelf ontstonden, gedragen door die gezellige tongval en het vertrouwde dialect. Woorden klonken er minder scherp, meer menselijk. Er werd gelachen, gezwegen, geluisterd. Gastvrijheid was er geen vorm, maar een houding.
Wat mij het meest is bijgebleven, zijn de mensen zelf: de bewoners, de foyerleden. Hun eenvoud, hun trouw, hun stille toewijding. Zij maakten van een kasteel een thuis. Lieve mensen, die je niet vastpakten, maar ruimte gaven om te zijn wie je was.
In die gastvrije omgeving is mijn priesterroeping gegroeid.
Niet door druk of verwachting, maar door stilte, gebed en nabijheid. Daar mocht het verlangen rijpen om beschikbaar te zijn voor God en voor mensen — ontvangen in vertrouwen, bevestigd zonder woorden.
Nu de functie van het kasteel veranderd is, blijft die ervaring bestaan. Sommige huizen blijven innerlijk bewoond, ook wanneer hun bestemming wijzigt. Zellaer is voor mij zo’n plaats. Ik mis het kasteel, en ik mis de mensen. Maar wat daar werd ontvangen, draag ik mee.
Het is een dankbare herinnering. En een blijvend spoor.
Pastoor Jack Geudens