De Schepping

DE SCHEPPING


Bewerking door pastoor Geudens, 25 mei 2016. Uittreksel uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen – Website: Legioen Kleine Zielen.

LKZ


Het bestaan van het heelal kan niet op een bevredigende manier worden uitgelegd door de rede alleen. De grootste genieën uit de Oudheid zijn tot het besef gekomen van een eerste universele oorzaak van het bestaan van alle levende wezens, van de beweging en de orde, maar niet van een schepping die in wezen vrij is en die de volmaakte goddelijke onveranderlijkheid niet beroert.

Reeds in de eerste regel van het boek Genesis, openbaart God zich als de Schepper van alle dingen: “In het begin schiep God hemel en aarde.” Hoe indrukwekkend is de plechtige bevestiging van een waarheid, die de mens niet uit zichzelf heeft kunnen achterhalen!

De Boodschap van het Barmhartig Hart van Jezus aan de Kleine Zielen bevat een aantal uitspraken die uitwijden over het Bijbelse gegeven, die het mysterie onaangetast laten en die het menselijk verstand altijd zullen blijven aanspreken.

De fragmenten die wij ontlenen aan de Boodschap kunnen gegroepeerd worden onder drie titels:

1.God is Schepper
2.De teleurstellende houding van de mens tegenover deze waarheid
3.Wat de Schepper van ons verwacht

 

 1.God is Schepper 

1.1. “Ik ben de Schepper van al wat bestaat”. 7.6.66 
”Ik ben de grootmeester van het geschapene en het ongeschapene.” 26.l.70 
De schepping, het gezamenlijke werk van de drie goddelijke Personen, wordt aan de Vader toegeschreven, “oorsprong zonder oorsprong”.
“… de hemelse Vader, Schepper van al wat beslaat.” 31.1.67 
Hij heeft alles gemaakt uit het niets, dat wil zeggen dat alle schepsels per definitie uit niets ontstaan zijn of, als men wil, vanuit het niets.
“Ik maak uit niets. Uit niets heb Ik de wereld geschapen.“ 10.10.66 

1.2. God schept uit Liefde
God is Liefde. Zo kunnen zijn werken, te beginnen met de schepping, er slechts zijn door de Liefde.
“Het mysterie van de schepping schuilt in de liefde van een God voor een mensheid die Hij naar zijn beeld geschapen heeft.” 6.9.67 
”Bedenkt hoezeer ge door uw Schepper wordt bemind.” 24.6.66 
“Maar zie, uw Schepper is bezield door liefde voor u. Hij schenkt u het leven.” 25.8.6
“Eens heeft God in zijn vurige liefde de wereld geschapen om aan die liefde een reden van bestaan te verlenen.” 7.9.72 
Laten we elkaar goed begrijpen: het gaat hier om een liefde die voorbestemd is om met zijn schepsels gedeeld te worden. Maar in God die uit vrije wil schept, rechtvaardigt deze Liefde zich uit zichzelf en zij heeft geen andere bestaansreden dan zichzelf.
”Koester grote eerbied voor al wat leeft. Want Ik ben de Schepper van al wat bestaat.“ 7.6.66
“De goddelijke liefde weerspiegelt in elke mens de Liefde en de goedheid van de Schepper.” 23.7.66 
“In de persoon van mijn welbeminde Zoon heb Ik u willen ontmoeten, u mensen die Ik heb geschapen en tot leven gewekt in mijn Liefde.” 20.5.68 

1.3. God schept voor zijn Liefde
“Ik heb de mensheid niet geschapen voor zichzelf maar wel om mijnentwil.” 4.8.68 
“Ik heb de mens niet geschapen voor zijn genot op deze wereld, maar wel om de hemelse glorie te verwerven door de liefde die hij Mij hier beneden heeft getoond.” 4.8.68 
“De mens vernietigt de mens die Ik geschapen heb VOOR MIJ.” 23.6.68 

1.4. God schept de mens naar Zijn beeld en naar dat van zijn veelgeliefde Zoon.
De schoonheid van de mens, die de schoonheid van elke zichtbare schepping overtreft, komt door zijn geestelijke ziel, vooral wanneer deze gesierd wordt door de genade:
“Schoonheid die Ik niet voor Mij alleen houden kan en die Ik graag vol tederheid uitstort op deze zozeer gezegende ziel, tot ze het levende evenbeeld wordt van haar Schepper”. 19.12.66 

In dit verband moeten we zeker dat mooie fragment vermelden van de brief van de H. Paulus aan de Romeinen waarin hij verklaart dat zij zijn “bestemd tot gelijkvormigheid met het beeld van zijn Zoon” (Rom. 8,29) en waarvan de volgende zin uit de Boodschap de echo is:
”Ge werdt geschapen naar het beeld van de Geliefde Zoon en uw hart naar het beeld van zijn Hart. Ge zijt gemaakt om te beminnen.” 10.2.67 

 

2.De teleurstellende houding van de mens

2.1. Zijn ondankbaarheid
”Deze wereld heeft niet opgehouden haar Schepper te ontgoochelen. Thans is de maat vol en als de wereld zich niet bekeert zal ze terugkeren tot het niets waaruit Ik haar heb doen ontstaan.” 7.9.72 
Er is hier geen sprake van de vernietiging van de onsterfelijke ziel, die bestemd is voor de hemelse zaligheid of de verdoemenis, maar van een toestand die uiteindelijk erger zou zijn dan het niets.
“Verlangen naar de Hemel is zeldzaam, gehoorzaamheid is een ijdel begrip. Ik, de God van liefde, Ik heb aan mijn schepselen gehoorzaamd; deze schepselen zelf zijn ongehoorzaam aan hun God en met bitterheid ben Ik getuige van de ontaarding van de geesten en van de harten.” 16.8.72 
”In naam van de gerechtigheid en van het recht waarop zij zich beroepen, vermoorden ze ongestraft het werk van de Schepper in zijn schepsel, vermoorden ze het kleine wezentje in de schoot van zijn moeder.” 18.7.73 

2.2. De gevolgen
“Bij velen is het besef van goed en kwaad uitgeroeid. En het gevolg van die jammerlijke toestand? Leed en bitterheid wacht degenen die gefaald hebben in de taak die de Schepper hun toewees, namelijk de gezonde opvoeding van de kinderen. Leed en bitterheid om de afwijzende houding en de onverschilligheid van hen die zij op de arm hebben gedragen en die zij zien ontglippen omdat hun liefde slechts een ik-zuchtige liefde was, zonder de grondslag die de levenskracht waarborgt. Terwijl zij meenden te beminnen, bewerkten ze hun ongeluk.” 22.5.73 

Een ernstige waarschuwing aan de ouders die vandaag de dag veel moeite moeten doen om hun kinderen te beschermen tegen de verderfelijke invloeden van de wereld, de school en de media.

 

3.Wat de Schepper van ons verwacht. 

3.1. Onze dankbaarheid
“Uw hart weze een en al liefde en erkentelijkheid tot meerdere eer en glorie van uw Schepper.” 18.8.70

3.2. Onze liefde
“(De mens is) het wezen dat zij (de Liefde) heeft geschapen om lief te hebben en dat door zijn eigen schuld alleen maar ontrouw en ondankbaar kan zijn.” 4.9.71 
“Lieve vriendin, stort uw hart uit in het Mijne. Bezing de liefde van uw Schepper en zijn Schoonheid. Geloof dat ik u liefheb.” 15.7.66 
“Als ge niet genoeg liefde schenkt aan de mensen rondom u, dan mist ge het doel dat door uw Schepper bepaald werd.” 4.7.73 
“Ge zijt gemaakt om te beminnen.” 10.2.67 
“De Schepper geeft. Het schepsel ontvangt om te geven.” 22.11.66 

3.3 Onze vereniging (met onze Schepper)
“De jeugd van het hart bestaat in een liefdevolle opmerkzaamheid voor de Schepper van alle goed.”1.7.75 
“De wereld moet het bewijs krijgen dat de ziel in de moeilijkste situaties één kan zijn en moet zijn met haar Schepper.” 11.5.67 
Allerlei beproevingen moeten deze eenheid niet in de weg staan; integendeel! Nooit is God dichter bij ons dan wanneer we lijden.
“Er is een lijden van de volgelingen van het kruis, gewenst lijden, liefdevol aanvaard voor de zonden van de wereld. Nobel lijden, dat de ziel op niet te verwoorden wijze met haar Schepper verenigt.” 30.11.66 
Het doel van ons bestaan is de vereniging met onze Schepper die gesublimeerd al worden in de hemelse glorie en slechts door de Liefde bereikt kan worden. Een typische eigenschap van de goddelijke Liefde bestaat er nu juist in dat er voortdurend contact is tussen onze ziel en zijn Maker.

Wanneer we zo het doel verwezenlijken waartoe Hij ons geschapen heeft, verschaffen wij Hem een onuitsprekelijke vreugde, waarvoor de beloning evenredig al zijn met de liefde die wij Hem betoond hebben, want “de Schepper kan niet onderdoen voor zijn schepsel.” 31.3.67 

De mens behoort zichzelf niet toe, want hij heeft zichzelf niet geschapen. Daarom mag hij niet vergeten dat de Schepper alle rechten op hem heelt. Als hij dit respecteert, zal hij zelf recht hebben op een geluk dat hij niet kan vermoeden, voornamelijk omdat het elke verbeelding en de hoogste verlangens van het menselijk hart te boven gaat: “Geen oog heeft het gezien, geen oor heeft het gehoord, geen mens kan het zich voorstellen, al wat God bereid heeft voor die Hem liefhebben” (l Kor. 2,9).


Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 40-42.

 

Kardinaal Ratzinger in 2000: ‘We publiceerden niet het volledige geheim’

“Het ongepubliceerde deel spreekt over een slecht concilie”

Kardinaal Ratzinger, juni 2000.

530523_10151491338668604_1278779184_n (1)

Nieuwe onthullingen door een priester die Kardinaal Ratzinger goed gekend heeft, werpen een nieuw licht op de recente ontwikkelingen en vermeende uitspraken van Paus Benedictus omtrent het Derde Geheim van Fatima.De zogezegde verklaring van Benedictus ‘dat het Derde Geheim volledig werd gepubliceerd’ kwam enkele dagen nadat onderstaand artikel door OnePeterFive over een verborgen stuk van het Derde Geheim van Fatima verscheen. Deze uitspraak heeft hij naar alle waarschijnlijkheid niet zelf gedaan, maar werd hem in de mond gelegd door de vrijmetselaars in het Vaticaan, in een poging om de zogezegde ‘complottheoretici’ de mond te snoeren.De auteur van het artikel op OnePeterFive schrijft als volgt: Vandaag, op het feest van Pinksteren, belde ik vader Ingo Dollinger op, een Duitse priester en vroegere professor theologie in Brazilië, die nu vrij oud en fysiek zwak is. Hij was een persoonlijke vriend van Paus Emeritus Benedictus XVI voor vele jaren. Vader Dollinger bevestigde onverwacht volgende feiten via de telefoon:

Niet lang nadat het Derde Geheim van Fatima in juni 2000 werd gepubliceerd door de Congregatie van de Geloofsleer, vertelde Kardinaal Joseph Ratzinger aan mij tijdens een persoonlijke conversatie dat er nog steeds een deel van het Derde Geheim is dat ze nog niet gepubliceerd hebben! “Er is meer dan wat we gepubliceerd hebben,” zei Ratzinger. Hij vertelde mij ook dat het gepubliceerde deel van het geheim authentiek is en dat het ongepubliceerde deel van het geheim sprak van een “slecht Concilie en een slechte Mis”, wat zich toen (toen het geheim in 1917 werd geopenbaard, nvdr) in de nabije toekomst zou gaan verwezenlijken.

ratzinger1

Vader Dollinger gaf me de toestemming om deze feiten op dit hoogfeest te publiceren en hij gaf me zijn zegen. Vader Dollinger was zelf betrokken bij de discussies van de Duitse Bisschoppenconferentie over de Vrijmetselarij, waarbij op het einde de verklaring werd gegeven dat Vrijmetselarij niet compatibel is met het Katholiek geloof.

Deze informatie kan ook verduidelijken waarom Paus Benedictus XVI, toen hij paus geworden was, probeerde om enkele van de vele onrechtvaardigheden om te keren, die direct gerelateerd zijn aan deze openbaring van Dollinger. Hij bevrijdde de Traditionele Mis van z’n onderdrukking (met de publicatie van Summorum Pontificum in 2007); hij maakte de excommunicaties van de bisschoppen van de Sociëteit van St. Pius X (SSPX) ongedaan; en als laatste verklaarde hij in 2010 in Fatima publiekelijk:

“We zouden ons vergissen als we denken dat de profetische missie van Fatima voorbij is.”

En in zijn vlucht naar Fatima vertelde hij o.a.:

“Met betrekking tot de nieuwe dingen die we in deze boodschap vandaag kunnen vinden, er is ook het feit dat aanvallen op de Paus en de Kerk niet enkel van buitenaf komen, maar het lijden van de Kerk komt precies van binnen in de kerk, van de zonde die bestaat in de Kerk. Ook dit is iets dat we altijd hebben geweten, maar vandaag zien we het op een echt angstaanjagende manier: de grootste vervolging van de Kerk komt niet van haar vijanden van buitenaf, maar rijst op van de zonde binnen in de Kerk; en de Kerk heeft dus een diepe nood om opnieuw boete te leren doen, om zuivering te aanvaarden, om vergiffenis te leren geven en krijgen aan de ene kant, maar ook de nood voor rechtvaardigheid.”

Bron: OnePeterFive

Vertaling: Restkerk.net


De Tederheid van God

DE TEDERHEID VAN GOD

Bewerking voor Website ‘Legioen Kleine Zielen

Onze relatie met God is een fundamentele kwestie. De kwaliteit van deze relatie hangt voornamelijk af van het beeld dat wij van Hem hebben. God is oneindig groot en machtig. Hij is de absolute volmaaktheid. Anders zou Hij God niet zijn. Dat is wat de rede ons kan leren over God. En dat is ook het enige dat zij over Hem kan zeggen. Maar wij hebben een andere bron die ons iets over God kan leren: het geloof, gebaseerd op de Openbaring van God over Zichzelf. In het Oude Testament noemde Hij zich “Ik ben”, ofwel “het Wezen bij uitstek, zonder wie alle andere wezens niet zouden bestaan”. In het Nieuwe Testament heeft Hij ons een werkelijk prachtige definitie van Zichzelf gegeven van de hand van zijn geliefde leerling: “God is Liefde”, schrijft Johannes ons in zijn eerste brief (4,8). Welnu, deze Liefde in God verleent alle andere typische goddelijke eigenschappen een oneindig karakter: zijn grootsheid, zijn almacht, zijn schoonheid, enz. Hij is grenzeloos zoals zijn eigenschappen grenzeloos zijn.

Er bestaat een nuance van de Liefde die verwant is aan de Barmhartigheid, namelijk de Tederheid. Wij vinden hierover sprekende getuigenissen in het Oude Testament: Jes. 66,13; Hos. 11,14; Psalm 103.

Terwijl de transcendentie van God ons, die slechts nietige wezens zijn tegenover Hem, een zekere angst inboezemt, stelt zijn tederheid ons gerust en weerhoudt ons ervan om ons afstandelijk te gedragen tegenover Hem. Onze terughoudendheid zou Hem kwetsen. Deze tederheid wordt ons bijzonder duidelijk geopenbaard in het evangelie (parabel van de verloren zoon, van de goede herder, het verhaal van de boetvaardige zondares; Lc. 7,36-50). En dus buigt God zich naar ons toe, ondanks de oneindige afstand die ons van Hem scheidt, en wil Hij met ons omgaan zoals een vader met zijn kinderen, zoals vrienden met elkaar, zoals een man met een vrouw. Hoe sterk deze vergelijkingen ook mogen lijken, toch doen ze afbreuk aan de werkelijkheid.

De Boodschap van de Barmhartige Liefde spreekt ons ook graag over deze onuitsprekelijke tederheid die onze relatie met God volledig kan wijzigen, naarmate wij erin willen geloven en ons erin willen verdiepen. In de persoon van Jezus definieert God zich als de tederheid zelf. Zijn houding tegenover ons en de manier waarop Hij werkt, dragen altijd de stempel van zijn buitengewone tederheid. Hij vraagt ons ook dat wij zijn gevoelens zouden delen of, zoals men tegenwoordig zegt, dat wij op dezelfde golflengte zouden zitten.

 

1.God is de tederheid zelf: 

“Ik ben de Koning der harten Ik ben de miskende tederheid.” 10.3.66 
“Ik koester voor u de tederheid van een vader, de liefde van een moeder en de genegenheid van een echtgenoot.” 4.4.68 
“Ik ben de troost van de bedroefden, de onuitsprekelijke tederheid voor de nederigen.” 25.6.67 

De Boodschapster is blij dat ze de tederheid mag verkondigen en dankt Hem daarvoor:
“Weest geloofd, Heer, voor uw goedheid, voor de onuitsprekelijke Tederheid van uw goddelijk Hart voor uw kinderen” 1.6.70 

 

 2.Zijn houding tegenover ons en de manier waarop Hij werkt dragen altijd de stempel van de tederheid. 

2.1. Jezus heeft dit heel speciaal getoond gedurende zijn verschrikkelijke Lijden. Op een zekere Goede Vrijdag verklaarde Hij aan Marguerite:
“Binnen enkele uren de kruisdood. Met een oneindige Tederheid… Ik had al uw zonden op Mij genomen en in mijn gebroken Hart was er zoveel tederheid, zoveel medelijden met mijn beulen.” 8.4.66 

2.2. Zijn tederheid geldt allen zonder onderscheid, om de eenvoudige reden dat Jezus alle mensen wil redden. Maar vooral de kleinen.
“De wereld van de kleinen heeft antennes die goed opvangen en niet bedriegen. De onuitputtelijke Bron van tedere liefde, die aan mijn open Hart ontspringt, is voor allen bestemd, zonder onderscheid.” 4.11.66 

2.3. Jezus zelf is teder:
Om naar ons te luisteren:
“Zeg Mij alles, Ik luister met zoveel tederheid naar u.” 15.2.67 

Om onze geringste gemoedsneigingen te bespieden:
“Kind, bemint ge Mij? Zeg het en herhaal het maar. Mijn tedere liefde bespiedt uw geringste gemoedsneigingen tot Mijn Hart. Wees niet gierig. Hadt ge er enig idee van!” 17.2.67 

Om de zalving van Zijn geest over ons te verspreiden:
“Ik dring in de diepten van uw wezen. Met tederheid zalf Ik uw ziel met mijn Geest.” 21.6.66 

Om ons te beminnen en ons te verzekeren van Zijn liefde:
“Denkt niet, dat ge te onwaardig zijt om Mij te benaderen. Ik zal u de heilige stoutmoedigheid geven van de kinderen Gods. Want met heel de tederheid van mijn Hart heb Ik u allen lief zoals ge nooit zult bemind worden.” 11.4.67 
“Ik heb met tederheid naar u gekeken. Ieder van u heb Ik bij zijn naam genoemd.” 4.11.71 
“De onuitputtelijke tederheid van mijn Hart, geloof Mij, zou u onmogelijk in de steek kunnen laten, en Ik zal komen, dat beloof Ik u.” 7.5.67 

Om de zondaars te redden:
“Wie zal gered worden? Die het wenst met geloof en vertrouwen. Mijn Hart neigt zich met tederheid over wie zich vernedert.” 4.10.67 

Om het kwaad te vernietigen:
“Het is helaas gemakkelijker, in weinig tijd een wereld op te bouwen, dan het kwaad uit te roeien in één enkele ziel. En soms, wanneer de tederheid niet volstaat, moet men krachtdadige middelen aanwenden.” 5.6.67 

Om onze ellende te verhelpen:
“Besef goed uw ellende. Betreur ze, maar bekommer er u niet om. Ik genees met tederheid.” 21.2.68 

Om te antwoorden op de roep van hen die lijden:
“Hoe bedroevend toch! Is het dan echt nodig, dat mijn kinderen lijden opdat ze zich zouden verwaardigen te gedenken dat Ik besta? En mijn tederheid voor hen is dan weer zo, dat Ik niet altijd kan weerstand bieden aan hun tranen.” 15.10.66 

Om het getuigenis van de liefde van de kleinen te ontvangen:
“Wees geloofd, Heer,” roept de Boodschapster uit, “voor uw goedheid, voor de onuitsprekelijke tederheid van uw goddelijk Hart voor uw kinderen.” 1.6.70 

2.4. Zijn speciale tederheid voor Marguerite en elke Kleine Ziel:
“En Ik, Ik heb heel de tederheid van mijn Hart in mijn kind gelegd, dat het erover beschikken kan voor allen.” 28.11.67 
“Mijn kind, ontvang elke Kleine Ziel met tederheid, wees voor haar een klein lichtje.” 
“Zeg hun (de mensen) dat Ik, hun God, hen niet aan hun lot overlaat, dat Ik vol tederheid waak over de Kleine Zielen van barmhartigheid.” 19.1.70 

 

3.Hoe moeten wij deze tederheid beantwoorden? 

3.1. Maar al te vaak ontmoet de tederheid van Jezus’ Hart slechts onverschilligheid, ondankbaarheid en kilte.
“Ik breng hun (de mensen) het heil door de Liefde. Zij houden niet op Mij te beledigen. Mijn tederheid stuit op ironie en misprijzen.” 

3.2. Wat Jezus aan de mensen vraagt:
Er niet aan te twijfelen:
“Twijfelt nooit aan mijn tedere liefde!” 10.2.67 

Ervan te leven:
“Leef van mijn tedere liefde. Leer het kwaad grondig verafschuwen. Verkwist de tijd niet die u gegund is om lief te hebben.” 23.2.67 

Niet vrezen onze tederheid aan Jezus te tonen:
“Zoveel zielen vrezen Mij te mishagen door zich vrijmoedig te uiten. Ze bidden tot Mij als een verre en onbewogen God. En mijn Hart dat brandt van tedere liefde is niet voldaan wanneer ze zich zo plechtig tot Mij wenden.” 10.3.67 

Er de schatten van benutten:
“O mijn geliefde kinderen, laat de schatten van tederheid, die Ik u wil geven, niet ongebruikt in mijn Hart.” 14.4.67

Haar gebruiken als krachtbron:
“Wie zonder troost is, is daarom nog niet zonder genade. Zo weinig zielen blijven trouw in de beproeving. Gij, kind, wees sterk door al mijn tederheid. Vergeet nooit, dat in u het leven is.” 17.5.67 

Haar gebruiken om beter te beminnen:
“Heer, geef me wat ontbreekt om U beter lief te hebben.”
“Is de tederheid van mijn Hart U niet voldoende?” 20.7.67 

Alle mensen hebben een hart om te beminnen. Alleen hiervoor hebben ze het gekregen: om God bovenal te beminnen. Helaas lijken velen zich hiervan niet bewust. En terwijl zij hun Schepper, Hun Verlosser en Vriend beschouwen als een Wezen dat zich ver van hen bevindt, denken zij dat zij Hem niet moeten beminnen. Misschien omdat zij het een onmogelijke zaak vinden, hechten zij zich liever – en vaak in overdreven mate – aan het schepsel (i.c. de mens), en behandelen zij de Heer als een vreemde, een ongewenste, een ongenode gast.

Nochtans is God één van ons geworden door de Menswording. Door ons lot in alles behalve de zonde te delen, maakt Hij vreemd genoeg deze belangrijke plicht van de liefde gemakkelijker. Door niet alleen zijn goddelijke, maar ook zijn menselijke tederheid kwistig uit te delen. Tederheid die zonder maat is en tegelijkertijd op maat, passend bij onze meest verborgen persoonlijke voorkeuren. Indien zij ons onverschillig laat, bewijst dit eenvoudigweg dat wij nog gebonden zijn aan en overheerst worden door een heerszuchtige eigenliefde, waarvan wij ons eerst dringend zouden moeten ontdoen. Indien wij er de moed toe hadden, zou ons hart, onthecht van het geschapene, zich gemakkelijk aan zijn Schepper kunnen hechten en Zijn Liefde met liefde kunnen beantwoorden.

Ten slotte citeren wij nog uit de Boodschap:
“Laat uw hele leven rusten in de onuitsprekelijke tederheid van uw God.” 1.2.67 


Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 36-39.

Het wonder van Hooidonk de Relikwie van het H. Kruis

Beheerder Website's avatarPreken en woordjes

Het wonder van Hooidonk

De geschiedenis van de wonderbare Relikwie van het H. Kruis te Hooidonk-Nederwetten

door: F. J. Woestenhurg, pastoor te Nederwetten

Wanneer ge van Eindhoven naar het Noorden rijdende langs Eckart en Soeterbeek het kerkdorp Nederwetten gepasseerd bent, ziet ge links van U op ongeveer 1 km afstand van de kerk van Nederwetten langs de weg naar Breugel de bekende en schilderachtige watermolen van Hooidonk.
Afslaande voor de watermolen over de brug van de kunstmatige aftakking van de Dommel, betreedt ge historische grond. Hier op een van de meest aantrekkelijke plekjes langs de Dommel, waar thans een hoeve met bijgebouwen staat, bevinden zich in de grond de resten van wat eens het beroemde klooster van Hooidonk was. Het enige tot voor kort wat aan dit klooster herinnerde vindt ge terug in de nog intact zijnde kelders in het westen van dit z.g. eiland vlak bij de Dommel.

View original post 3.321 woorden meer

Mensen houden van God

Marieke-Al's avatarMarieke-Al

God

Ja, zelfs in Nederland. Het is een van de beste ervaringen, die ik het afgelopen jaar heb opgedaan: de verrassing en de blijdschap van voorbijgangers op straat als ze een jonge zuster zien. Ik deel het graag met jullie, want ik vind het een heel hoopvolle boodschap.

We zijn opgegroeid met het idee, dat West-Europeanen niet meer in God geloven. Het is passé, iets van onze opa’s en oma’s, die er nu ook bijna niet meer zijn. Op school, op je werk, op verjaardagen, in de media, er wordt niet vaak positief over geloof gesproken. Je bent niet zo populair als je katholiek bent.

Met dat idee in mijn hoofd was het dus best spannend om in zuster-jurkje en later in habijt buiten het kloosterterrein de wereld in te stappen, om boodschappen te doen, naar de dokter te gaan, een duinwandeling te maken, of een keer naar een katholiek evenement…

View original post 191 woorden meer

Cor Mennen: ‘Verantwoording’ & ‘Mag je als katholiek openlijk kritiek leveren op paus of bisschop?’

Mag je als katholiek openlijk kritiek leveren op paus of bisschop?

Ja, dat mag als er serieuze redenen voor zijn. Canon 212 § 3 zegt:  “Naargelang van de kennis, de deskundigheid en het aanzien dat zij genieten, hebben christengelovigen het recht, zelfs ook soms de plicht, hun mening over wat het welzijn van de Kerk aangaat aan de gewijde Herders kenbaar te maken en deze, met behoud van de zuiverheid van geloof en zeden en van de eerbied jegens de Herders, en rekening houdend met het algemeen nut en de waardigheid van de personen, aan de overige christengelovigen bekend te maken”.

Er zijn onlangs uitspraken van mij [pastoor Cor Mennen, red.] in de media verschenen die sommigen doen schrikken en bij anderen verontwaardiging oproepen. Daarnaast is er een groep die blij is dat iemand zegt wat zij al lang denken en waaronder zij lijden.

Ik heb gisteren bij de viering ter gelegenheid van de inbezitname van de zetel door Mgr. de Korte nogal wat collega’s gesproken, tegen wie ik zei: “Vanmorgen stond in het Nederlands Dagblad dat ik heb gezegd dat de paus manipulatief en dictatoriaal is”. En er waren verschillende collega’s die zeiden: “Maar dat is hij toch ook. Je hebt gewoon gelijk”.  Ik wilde me er eigenlijk voor verontschuldigen dat mij deze woorden dank zij de vragen en opmerkingen van een handige journalist ontschoten waren. Het is namelijk niet zo vanzelfsprekend dat je als priester openlijk kritiek levert op de paus. Prof. Paul van der Geest noemt het dan ook “onverantwoordelijk” wat ik gedaan heb. Gisteren werd het me duidelijk dat er velen zijn wier gevoelens ik vertolk, al zijn er ook nogal wat orthodoxe priesters die hun ogen sluiten voor wat de paus zegt en doet. Want je mag toch geen kritiek op de paus hebben. Hij is toch de plaatsvervanger van Christus. En ze putten zich uit in gedachtekronkels om te verantwoorden dat de paus zou handelen overeenkomstig de gezonde traditie van de Kerk. De liberale groep juicht de paus toe. Want zij horen in zijn woorden een duidelijke verandering van de leer die tot nu toe gegolden heeft met name wat betreft de seksuele moraal. En daar hebben ze al lang naar verlangd.

Pater Daniël: Waarom de oorlog tegen Syrië blijft voortduren

Vrijdag 13 mei 2016, Pater Daniël

Waarom de oorlog tegen Syrië blijft voortduren

imageHet Russische leger heeft samen met Hezbollah er voor gezorgd dat het Syrische leger een ommekeer kon bewerken en de stabiliteit steeds meer vergroten. Telkens wanneer het Syrische leger een overwinning behaalt, zorgt de westerse coalitie ervoor dat er een nieuwe stroom van terroristen en wapens Syrië binnen vloeit, terwijl e voor het oog van de wereld zogenaamd zoeken naar een politieke oplossing. Zolang deze huichelarij blijft zal de oorlog tegen Syrië verder duren. In het bevrijde Palmyra werden vele mijnen gevonden van Italiaanse makelij. Na de VS, Israël, Turkije, Saoedi-Arabië, Qatar, komt het ene NAVO-land na het andere in zicht om mee te helpen aan de “vrede” (?) in Syrië. Wie zoekt eens uit welke terroristen met Belgische wapens hun diensten aanbieden? Of wil ons land met F 16’s de vrede brengen, zoals in Libië?

Tussen de onderhandelaars die naar een politieke oplossing zoeken zijn er zelfverklaarde “hoge vertegenwoordigers” van de oppositie, gesteund door Saoedi-Arabië en westerse mogendheden, die nieuwe strijders en wapens aanvoeren om ondertussen zoveel mogelijk aanslagen te  plegen en daarvoor het leger verantwoordelijk te stellen. Westerse landen blijven al-Qaïda-terreurgroepen bewapenen.

Dr. Nabil Antaki is werkzaam in W.-Aleppo, waar ¾ van de  bevolking leeft, die door het leger wordt beschermd. Hij klaagt de leugens aan die de schuld willen geven aan het regeringsleger. Sinds 2012 wordt de bevolking iedere dag gebombardeerd door terroristen, gesteund door het westen. O-Aleppo, waar ¼ van de bevolking leeft wordt door Al-Nousra gecontroleerd. Alle beelden en persberichten die verspreid worden komen van O.-Aleppo. Wanneer het dramatisch bericht wordt verspreid dat  “de laatste pediater” in Aleppo werd gedood, dan verzwijgen ze dat er nog meerdere pediaters zijn in W-Aleppo. Fel reageert dr. Nabil tegen de berichten over de “strijdkrachten van Assad”: “Assad heeft helemaal geen strijdkrachten, er is alleen het Syrische leger dat volk en land verdedigt en beschermt”.

De Amerikaanse industrie wordt vooral beheerst door een enorm militair industrieel complex. Voor hen brengt vrede niets op, terwijl oorlog een duizelingwekkende rijkdom oplevert.

Syrië is slachtoffer van zijn belangrijke strategische ligging voor een pijp-lijn van Qatar en Saoedi-Arabië naar de Middellandse zee. Bovendien werden in Syrië immense voorraden gas ontdekt, die nog moeten ontgonnen worden. Omdat het onafhankelijk wil blijven, streven de westerse mogendheden ernaar het land in een chaos te storten om dan onder elkaar de rijkdom en de macht te  verdelen. Dat is het dubbelzinnige spel van het westen: naar buiten uit zogenaamd ijveren voor vrede in Syrië en in werkelijkheid alles doen om het land op de knieën te krijgen. Tot heden houdt Syrië stand, dank zij zijn innerlijke eenheid.

Dat een groot deel van de wereldheersers totaal niet bekommerd is aan de Syrische bevolking, blijkt uit het feit dat er nog altijd geen sprake  is van het opheffen van de sancties, die het dagelijkse leven verstikken. Na de gifgasaanval van 23 augustus 2013 in Ghouta werden de sancties nog fel verzwaard. Inmiddels weten we dat deze gifgasaanval beraamd werd door de CIA met Turkije en de geheime diensten van westerse mogendheden. Heeft al iemand gezegd: Sorry voor onze huichelarij, we zullen de sancties nu opheffen?

Hassan Nasrallah, secretaris generaal van de Libanese Hezbollah (waaraan wij en de bevolking van Qalamoun voor een groot deel onze bescherming te danken hebben!) zei het vorige donderdag zo: “De VS, de Zionistische staat en het westen hebben in deze regio een probleem, nl. de weerstand”. Het is het verzet tegen hun overheersing. Zij vechten zogenaamd tegen ISIS, Jabhat al-Nusra en andere terreurgroepen (groepen die ze zelf hebben opgericht en onderhouden). In feite willen ze zich in Syrië vestigen om iedere weerstand te breken.

Per email ontvangen

Heb je te weinig respect voor de paus wanneer je kritiek uit?

Zondag 15 mei 2016, door Hugo Bos.


Heb je te weinig respect voor de paus wanneer je kritiek uit?

Nee, kritiek hebben op de paus heeft niet noodzakelijkerwijze te maken met disrespect voor de paus en het in twijfel trekken van het pauselijk primaatschap. De paus is de opvolger van Petrus aan wie Christus de missie toevertrouwd heeft om het zichtbare hoofd van Kerk te zijn. De paus is de opvolger van Petrus, niet van Christus, en dat op een indirecte wijze, door de apostolische opvolging.


Kritiek op de paus

Pope FrancisSinds het aantreden van paus Franciscus is er in toenemende mate kritiek op de paus, vooral na de publicatie van zijn apostolische exhortatie ‘Amoris Laetitia’. In hoeverre mag je als katholiek kritiek hebben op de paus? Is dat wel gepast? Of is het een moderne dwaling waarbij de hiërarchie van de Kerk niet wordt geaccepteerd? Hierop ga ik in dit artikel kort in.

Zijn er in de geschiedenis slechte pausen geweest? 

Naast vele geweldige en heilige pausen heeft de Kerk in het verleden ook heel slechte pausen gehad. Van Petrus, de eerste paus van de Kerk, kun je niet zeggen dat het een slechte paus was. Maar het is wel zo dat hij terecht gewezen is tijdens zijn pontificaat door één van zijn bisschoppen. Dit gebeurt in Galaten 2 waar Paulus (als bisschop) Petrus (de paus) terecht wijst over het feit dat hij niet wil eten met heidenen. In deze heeft Paulus en niet Petrus gelijk, ondanks dat hij de paus van dat moment is.

Er zijn ook slechte pausen geweest in de geschiedenis van de Kerk, zoals Vigilius en Honorius die beide erg weifelachtig waren in het geloof. Honorius is zelfs veroordeeld als ketter door zijn opvolger H. Leo II. Maar te denken is hierbij ook aan Liberius die de H. Athanasius excommuniceerde en verbande, terwijl Anthanasius degene was die het geloof verdedigde tegen de Arianen, die niet geloofden dat Christus van eeuwigheid God was. De crisis in de Kerk was toen zo erg dat de kerkvader Hieronymus verzuchtte dat het wel leek of de hele wereld Ariaans was geworden. Destijds kreeg Athanasius het verwijt naar zijn hoofd geslingerd dat hij een ruziemaker was en intolerant. Een verwijt dat mensen nu ook krijgen te horen wanneer ze de leer van de Kerk verdedigen, zoals kardinaal Burke, Brandmüller, en Müller hebben gedaan.

Heb je te weinig respect voor de paus wanneer je kritiek uit?

Nee, kritiek hebben op de paus heeft niet noodzakelijkerwijze te maken met disrespect voor de paus en het in twijfel trekken van het pauselijk primaatschap. Dit primaatschap van de paus is samen met zijn onfeilbaar Magisterium het fundament waarop Christus de Kerk heeft gebouwd, ‘en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen’. De paus is de opvolger van Petrus aan wie Christus de missie toevertrouwd heeft om het zichtbare hoofd van Kerk te zijn. De paus is de opvolger van Petrus, niet van Christus, en dat op een indirecte wijze, door de apostolische opvolging.

Zijn er heiligen geweest die kritiek hebben gehad op de paus?

Er zijn vele heiligen en zaligen van de kerk geweest die kritiek gehad hebben op de paus in hun tijd. Zo heeft de zalige Jacopone Da Todi fel gestreden tegen de verwereldlijking van de Kerk en raakte in zijn laatste jaren in een hevig conflict met paus Bonifatius VIII, die hem in de ban deed en tussen 1298 en 1303 gevangen zette; paus Benedictus XI nam hem weer in de Kerk op. In de afdeling “Paradiso” laat Dante Alighieri Petrus vermanend paus Bonifatius VIII en zijn onwaardige ambtsbroeders toespreken over hun kwalijke wandel. De heilige Catharina van Siena heeft scherpe kritiek geuit tegenover paus Gregorius XI, de paus bevindt zich in Avignon en dit staat Catharina niet aan. Ze dringt er op aan dat de paus weer naar Rome verhuist, iets wat hij al langer van plan was, maar niet durft. Catharina weet zijn twijfels en angsten echter weg te nemen en schrijft hem bijvoorbeeld: ‘Wees alstublieft een man en geen angstige zuigeling! Wissel uw melktanden eindelijk in voor een vast gebit!’

Wanneer is de paus onfeilbaar?

De paus is niet altijd onfeilbaar in zijn uitspraken. Om een onfeilbare uitspraak te doen moet hij allereerst een onfeilbare uitspraak willen doen en daarbij de daarvoor geldende regels respecteren. De voorwaarden voor het onfeilbaar spreken van de paus zijn vastgelegd door het Eerste Vaticaanse Concilie:

  • hij moet spreken vanuit zijn ambt als herder en leraar van alle christenen met het hoogste apostolische ambtsgezag;
  • ex cathedra;
  • met de intentie om definitief te beslissen over een leer betreffende het geloof of de zeden die door de gehele Kerk gehouden moeten worden.

Wanneer niet aan deze voorwaarden wordt voldaan wil dat natuurlijk niet zeggen dat de paus ongelijk heeft. Integendeel, we moeten in principe de paus het voordeel van de twijfel geven. Maar het is anderzijds zo dat de paus wanneer hij geen onfeilbare uitspraak doet hij zich dus kan vergissen. Daarnaast is de mate waarin uitspraken van de paus als gezaghebbend moet worden gezien verschillend. Een losse uitspraak op staat heeft niet hetzelfde gewicht als een encycliek en een encycliek heeft niet hetzelfde gezag als een onfeilbare en dogmatische uitspraak.

Wat is papolatrie?

Papolatrie is het toekennen van ‘goddelijke’ eigenschappen aan de paus, bijvoorbeeld door er vanuit te gaan dat de paus volmaakt en onfeilbaar is in al zijn daden en uitspraken. Deze vorm van pausverering is iets heel anders dan de devotie die elke katholiek (als het goed is) heeft voor de paus. Deze devotie is, samen met de devotie voor Onze-Lieve-Vrouw zelfs een van de pilaren voor de katholieke spiritualiteit.

Om te weten wat de gepaste verering van de paus is moeten we eerst weten wie de paus is en wat hij niet is. De paus is Christus niet, hij is geen God-mens, zoals Christus was. De paus heeft maar één natuur en dat is de menselijke. De paus heeft ook last van de erfzonde, hij kan zich zoals ieder mens vergissen en hij kan zondigen. Wanneer wij iets goeds doen is dat een samengaan van onze wil met de genade van God. Een actie van de Heilige Geest alleen is dus niet genoeg, zoals de Lutheranen en Calvinisten wel geloven. Degenen die er vanuit gaan dat de paus zich niet kan vergissen, omdat hij door de bijstand van de Heilige Geest onfeilbaar is, herhalen dus de fout van de Calvinisten.

Mogen leken kritiek hebben op de paus?

In reactie op een zeer kritisch boek van Socci heeft paus Franciscus aangegeven dat men de niet onfeilbare daden van de paus mag bekritiseren, vooral als het gaat om politiek en pastorale keuzes, op voorwaarde dat het respectvol is en misstappen van de persoon betreft en niet het gezag van het pausdom (http://www.corrispondenzaromana.it/socci-le-critiche-che-fanno-bene-al-papa/).

Verder is artikel 212 van het katholieke wetboek glashelder over de vraag of katholieken kritiek mogen hebben op hun herders, de bisschoppen en de paus: “§3 Naargelang van de kennis, de deskundigheid en het aanzien dat zij genieten, hebben zij het recht, zelfs ook soms de plicht, hun mening over wat het welzijn van de Kerk aangaat aan de gewijde Herders kenbaar te maken en deze, met behoud van de zuiverheid van geloof en zeden en van de eerbied jegens de Herders, en rekening houdend met het algemeen nut en de waardigheid van de personen, aan de overige christengelovigen bekend te maken.”

Wat is de rol van ons geweten?

Kritiek op de paus uiten kan wanneer het geweten daartoe dwingt, de liefde voor de paus hoeft er dus niet van te weerhouden om deze kritiek te uiten. Elke gedoopte persoon ontvangt het licht van het geloof en de rede die het hart en geweten verlichten. Het geweten is de stem van de waarheid in onze ziel. God geeft ons het geloof en de rede, twee objectieve zaken die ons pad verlichten. Daarom kunnen we nooit tegen het geloof en de rede ingaan. Omdat God het geeft is het licht van de rede en het geloof op geen enkele wijze tegenstrijdig, dubbelzinnig of vaag. Het is noodzakelijk dat het geweten wordt gevormd en zo nodig bijgeslepen door de Leer en Traditie van de Kerk, zodat het niet een soort gevoel is, een inwendig stemmetje die een goed of slecht gevoel geeft.

Wanneer we eens voor God zullen komen te staan, bij het Laatste Oordeel, staan we daar met ons geweten, zonder pausen, bisschoppen, vrienden of wie dan ook maar. God zal dan ons geweten onderzoeken.

Moge Hij ons pad verlichten en ons wijsheid geven om de juiste keuzes te maken in deze verwarrende tijd.

Vgl. Echtkatholiek.blogspot.nl