Barmhartigheidszondag 8 april 2018

Beheerder Website's avatarLegioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus.

Gebedsgroep Legioen Kleine Zielen te Berg en Terblijt

Adres: Rijksweg 73, Berg en Terblijt (Google Maps).

Programma in de grote kerk

Vanaf 14.30 uur biechtgelegenheid
Om 15.00 uur H. Mis
Met aansluitend Aanbidding
Na afloop gezellig samenzijn met koffie en vlaai

img_jezus

Op elke Barmhartigheidszondag is het mogelijk een volle aflaat te ontvangen. Aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan: 1. Binnen tien dagen voor de dag van ‘Barmhartigheidszondag’ of binnen tien dagen na de dag van ‘Barmhartigheidszondag’ gaan biechten (dit geldt in ieder geval voor de Nederlandse Kerkprovincie: het zal praktisch gezien namelijk niet lukken dat zoveel mensen op een en dezelfde dag kunnen gaan biechten). 2. De Heilige Mis bijwonen (vanzelfsprekend!). 3. De dag zelf vieren tere van Gods Barmhartige Liefde. 4. De geloofsbelijdenis bidden. 5. Die dag bidden voor de intenties van de Paus. Als aan deze 5 voorwaarden wordt voldaan: dan worden je de zonden vergeven (schuld door de zonde) en…

View original post 644 woorden meer

Uitgifte van het nieuwe gebedsboekje van het Legioen Kleine Zielen, op het Feest van de H. Jozef, 19 maart 2018

Vastentijd en St. Jozefmaand, maart 2018, door pastoor Geudens

Nieuw gebedsboekje

De afgelopen maanden hebben we, als bestuur van Stichting Legioen Kleine Zielen en betrokken priesters, gewerkt aan een nieuwe uitgave van ons gebeden- en gezangenboekje. We merkten namelijk tijdens onze maandelijkse gebedsbijeenkomsten, dat er behoefte aan was om het oude gebedsboekje te vernieuwen en te actualiseren. Daarbij is het formaat veranderd van A4 naar A5, waardoor het boekje een stuk handzamer en praktischer is geworden. Bovendien hebben we gekozen voor dezelfde “look” als ons nieuwe tijdschrift.

In het vernieuwde gebeden- en zangboekje zijn o.a. gebeden toegevoegd van Karmelheiligen. Hiervoor is bewust gekozen, omdat het Legioen Kleine Zielen een duidelijk sterke geestelijke band heeft met de bekende Karmelorde, met name natuurlijk door de H. Theresia van Lisieux, Patrones van het Legioen Kleine Zielen. Jezus bevestigde dit in de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de kleine zielen door tegen Marguerite te zeggen: Je bent een kind van de Karmel”.

Mensen die een exemplaar van het nieuwe gebeden- en gezangenboekje willen hebben en/of mensen die geen vaste abonnee zijn, hebben de mogelijkheid om een exemplaar van het boekje te bestellen voor een prijs van € 10 exclusief verzendkosten. Deze bestelling kan per mail;  legioenkleinezielen@live.com  worden gedaan.

Nadat we in februari jl. deze informatie op onze website;  https://hetlegioenkleinezielen.wordpress.com hadden geplaatst mochten we al direct diverse bestellingen ontvangen.

Het gebeden- en gezangenboekje kan gebruikt worden bij de reguliere bijeenkomsten van de eilandjes van heiligheid (gebedsgroepen), maar kan natuurlijk ook heel goed gebruikt worden voor individueel gebed en bezinning.

Wij hopen dat het boekje voor eenieder mag bijdragen om te groeien/te verdiepen in de spiritualiteit van de “kleine weg” ofwel zoals de H. Theresia het noemt “de weg van het geestelijk Kindschap”.


 

De truc van de “eucharistische honger”

6 maart 2018, Vertaling door pastoor Cor Mennen.

De Duitse bisschoppenconferentie heeft voor afzonderlijke gevallen toegestaan dat protestanten in een gemengd huwelijk te communie gaan. Ik heb daar al over geschreven in mijn column “de retorische truc”. Hieronder volgt de weergave van een gesprek rond dit thema met kardinaal Brandmüller zoals dat verscheen op Kath.net. Hierin wordt met name het argument van de “eucharistische honger” dat de bisschoppen gebruiken, afgewezen.

“Het gaat dus weer eens over het uitreiken van de heilige communie aan niet-katholieke huwelijkspartners”, zegt de kardinaal met zijn milde glimlach waarmee de bijna 90-jarige zijn blik op de werkelijkheid in geschiedenis en actualiteit pleegt te richten: “Dan moet je je vooraf wel bepaalde dingen afvragen: welke rol speelt daarbij het niet horen bij de katholieke Kerk? Wat is eigenlijk ‘Kerk’? Een ondernemen gericht op wereldverbetering? Een NGO voor levenshulp? Als dat zo zou zijn, dan zou onze vraag volgens criteria als nut, maakbaarheid, kans op succes beantwoord moeten worden”.

“Echter ‘Kerk’ is een werkelijkheid”, zo gaat Brandmüller verder, waaraan deze begrippen eerder vreemd zijn. De Kerk is Gods werk, zij is de zichtbare, beleefde gestalte waarin de verrezen Christus zijn verlossingswerk in de wereld voortzet. Dat moeten we in gedachte houden als het om Kerk en al wat daarmee samenhangt, gaat. En nu terug naar de kwestie. Ook hier is hard verheldering nodig. Velen spreken over ‘avondmaal’. En daar komen dan begrippen als tafelgemeenschap, uitnodiging, gastvrijheid enz. om de hoek kijken. Dat is allemaal – in zekere zin – waar. Maar eucharistie, communie in katholieke en orthodoxe zin is iets wezenlijk anders.

Volgens katholiek-orthodoxe overtuiging worden in de eucharistieviering – de Heilige Mis – brood en wijn waarachtig, werkelijk en naar hun wezen veranderd in het Lichaam en Bloed van Jezus Christus. Op de avond voor zijn lijden heeft Christus brood en wijn genomen en het aan zijn leerlingen gereikt: neemt en eet – drinkt: dit is mijn Lichaam, dit is mijn Bloed, en: doet dit tot mijn gedachtenis. En daarom gaat het nu juist als we spreken over communie. Het gaat om de waarachtig, werkelijk en naar zijn wezen (dus niet met de zintuigen waarneembaar) tegenwoordige Christus in de zintuiglijk waarneembare vorm van brood en wijn.”

“Communie is dus”, benadrukt Brandmüller, “de vereniging van de verloste mens met Christus die in het mysterie tegenwoordig is. Een gebeuren dat zich in de existentiële diepten van de gelovigen voltrekt. Juist daarom zegt de apostel Paulus: ‘Wie dan onwaardig van het Brood eet en uit de kelk des Heren drinkt, bezondigt zich aan het Lichaam en Bloed van de Heer’. Wie dat doet – aldus de apostel – ‘die eet en drinkt zich een oordeel’. Dat moet men ook bedenken als er sprake is van toelating tot de communie in bepaalde gevallen. Als het stuk van de bisschoppenconferentie van afzonderlijke gevallen spreekt waarin dit mogelijk moet zijn, dan is dat op zich alleen maar een tactische stap richting intercommunie met niet-katholieken in het algemeen. Een doel dat vooral protestanten maar ook enkele katholieke bisschoppen voor ogen hebben”. De kardinaal kijkt op, de glimlach heeft plaats gemaakt voor een ernstige blik: “Men noemt een dergelijke werkwijze ook ‘salamitactiek’. En: een voortdurende druppel holt de steen uit. Een totaal oneerlijke strategie om tot het eigenlijke doel te komen.

De regelrecht brutaal geconstrueerde casus van een niet katholieke partner in een gemengd huwelijk die aan “eucharistische honger” lijdt is een pijnlijke, melodramatische enscenering, om niet spreken van ‘kitsch’: ‘Je doorziet de bedoeling en je wordt boos’. Een christen die echt naar de heilige communie verlangt, en die weet dat er geen eucharistie zonder Kerk en geen Kerk zonder eucharistie bestaat, vraagt om opname in de Kerk. Al het andere is dubieus en oneerlijk. De Kerk is geen zelfbedieningszaak waarin men uitkiest wat bevalt en al het andere in het schap laat liggen. Hier geldt: ‘Alles of niets’!”

“Alles of niets”… juist die claim wil men ontlopen. Brandmüller verder: “En nu haalt men – ineens speelt zelfs het zo verachte kerkelijk recht een rol – de Codex Iuris Canonici erbij. Inderdaad bepaalt deze in canon 844 § 3 dat het een katholiek priester geoorloofd is de absolutie, de ziekenzalving en de eucharistie te geven aan orthodoxe gelovigen, die de juiste gesteltenis bezitten en er zelf om vragen.

En dan volgt in § 4: ‘Als stervensgevaar aanwezig is of als volgens het oordeel van de diocesane Bisschop of van de bisschoppenconferentie een andere ernstige nood (!) ertoe dwingt, dienen katholieke bedienaren dezelfde Sacramenten geoorloofd toe ook aan de overige christengelovigen niet in volledige gemeenschap levend met de katholieke Kerk, die zich niet tot een bedienaar van hun gemeenschap kunnen wenden (!!) en er uit eigen beweging om vragen, mits zij wat dezelfde Sacramenten betreft blijk geven van het katholieke geloof en zij de juiste gesteltenis bezitten (!!).’

Voor de kardinaal “is het duidelijk dat hier gedacht wordt aan situaties zoals doodsgevaar, gevangenschap enz. Denk maar aan de gestapogevangenissen na 20 juli 1944, maar asjeblieft niet aan een ondefinieerbare ‘eucharistische honger’. En: wat betekent ‘de juiste gesteltenis bezitten’? Daarmee wordt afwezigheid van zware zonde en de eerlijke bedoeling het sacrament te ontvangen bedoeld.” Je kunt je dan volgens Brandmüller ook afvragen, “waarom een niet-katholiek die bovenstaande voorwaarden vervult, en zich niet in een noodsituatie bevindt, niet eenvoudigweg vraagt om opname in de Kerk.”

En de kardinaal ziet het eigenlijke gevaar: “De gemene truc bij de genoemde argumentatie bestaat daarin dat men regelingen voor zeer uitzonderlijke situaties gaat uitbreiden naar een alledaagse situatie. Eerlijk oecumenisch streven wijst dergelijke slinkse streken af”. Want: “Het is de waarheid die bevrijd. En tenslotte: de Kerk kan met de sacramenten niet zomaar doen wat ze wil: de apostel zegt: ‘Zo moet men ons beschouwen: als dienaren van Christus en als beheerders van Gods geheimen’. Beheerders. ‘Van beheerder verlangt men dat ze laten zien dat ze trouw zijn…’, zegt de apostel Paulus.


 

INTERVIEW KARDINAAL EIJK

Vertaling uit het Engels uit onePeterfive door C. Mennen pr
5 maart 2018

De geloofscrisis heeft geleid tot een crisis in het geloof in absolute normen, in het bestaan van intrinsiek slechte daden, en daarom in het geloof dat sommige principes niet onderhandelbaar zijn.

Kardinaal Willem Eijk sprak met Il Timone over zijn land, Nederland, een volk dat een zeer sterke secularisatie heeft ondergaan en dat vooropliep bij alle zogenaamde “nieuwe rechten”, van contraceptie tot euthanasie. Een land waar ze in een indrukwekkend tempo kerken sluiten en die soms ombouwen tot restaurants of danslokalen. Op dit moment zegt minder dan 20 % van de bevolking dat ze katholiek zijn terwijl dat in 1970 40 % was. De aartsbisschop van Utrecht, Eijk, 65 jaar oud, was voorzitter van de Nederlandse Bisschoppenconferentie tot 2016, en is door Benedictus XVI in 2012 tot kardinaal gecreëerd.

Hij is arts, filosoof en deskundig theoloog met betrekking tot bio-ethische vragen. Hij nam de uitnodiging aan vragen te beantwoorden en zei veel belangrijke dingen in het huidige kerkelijke en sociale debat.

“Het begon met de toelating van euthanasie in sommige duidelijk omschreven gevallen”, zei hij bij de beschrijving van de dramatische situatie in Nederland, “maar we zijn daarna steil omlaag gegaan wat in het Engels “the slippery slope” (het hellend vlak) wordt genoemd en dat uitloopt uitkomsten die zeer verontrustend zijn.

De “verschillende interpretaties” van hoofdstuk 8 van Amoris Laetitia die we in de katholieke wereld kunnen opmerken, “veroorzaken verwarring” in de Kerk en hij zou blij zijn als “de paus helderheid in de zaak zou brengen, bij voorkeur in de vorm van een of andere magisteriëel document”. Toelating tot de eucharistie voor hertrouwd gescheiden paren mag niet gebeuren, zegt hij, zonder hun vaste voornemen voortaan als broer en zus te leven.

Eminentie, na wetten die echtscheiding, abortus, reageerbuisbevruchting en homoverbintenissen toestaan, is er nu in Italië een wet goedgekeurd die min of meer rechtstreeks de deur open zet voor euthanasie. Wat denkt u van deze wet?

Menselijke wetten dienen gebaseerd te zijn op de morele natuurwet, die haar wortels vindt in de onvervreemdbare waardigheid van de menselijke persoon, die door God naar zijn beeld geschapen is. Zodra een menselijke wet een opening biedt, hoe klein ook, naar een handeling die de waardigheid van de menselijke persoon aantast, is er het risico dat we de totale eerbied voor die waardigheid ondermijnen.

In Nederland is de secularisatie al een hele tijd bezig. Hoe is die begonnen?

Na de invoering van de hormonale contraceptie in 1964 kwam het probleem op van de ongewenste zwangerschappen waarvoor abortus als een remedie werd voorgeschreven. Midden jaren zestig bestond het idee dat dit maar een paar gevallen per jaar zouden zijn, maar momenteel – en dat is al enige tijd zo – ligt het aantal van uitgevoerde abortussen op meer dan 30.000 per jaar. Maar ook dit aantal is betrekkelijk laag omdat het merendeel van de jonge vrouwen de pil gebruikt vanaf een leeftijd van 12-13 jaar op initiatief van hun ouders die bang zijn dat hun dochters zwanger zullen worden. Zodoende blijft Nederland erg trots op het feit dat ze relatief weinig zwangerschap bij adolescenten hebben. De situatie veroorzaakt ook een probleem in de vorming van jongeren, omdat het wijd verspreide gebruik van de pil op zo’n jonge leeftijd niet helpt bij het ontwikkelen van de deugd van kuisheid, dat wil zeggen de integratie van driften en seksuele gevoelens in een totale wederzijdse zelfgave, zoals die gebeurt in een huwelijk of in een celibatair leven.

Wat betreft euthanasie is uw land waarschijnlijk het meest “vooruitstrevend” in e wereld.

In de late zeventiger en de vroege tachtiger jaren werd er in Nederland een discussie gevoerd over de toepassing van euthanasie (gedefinieerd als levensbeëindiging door een arts op verzoek van een patiënt) en van hulp bij zelfdoding, maar alleen in geval van de terminale fase van een ongeneeslijke lichamelijke ziekte. Later werd levensbeëindiging buiten die terminale gevallen ook langzamerhand aanvaard. Zodoende begon men in de negentiger jaren te spreken over euthanasie of hulp bij zelfdoding in gevallen waarin patiënten leden aan psychiatrische aandoeningen of ook in geval van dementie. Een nieuwe grens werd overschreden met het zogenaamde “Groningen-Protocol”, een overeenkomst tussen neonatologen en de officier van justitie in Groningen. Hierin werd bepaald dat een arts die het leven van gehandicapt pasgeboren kind beëindigde, niet zou kunnen worden vervolgd als hij een reeks zorgvuldigheidsmaatregelen respecteerde. Vanuit dit plaatselijke protocol werd er een regeling op nationaal niveau opgesteld voor de levensbeëindiging van pasgeboren gehandicapte kinderen. In oktober 2016 kondigde de vorige regering aan dat zij een nieuwe wet wilde ontwikkelen die hulp bij zelfdoding mogelijk moest maken voor mensen die niet aan een of andere somatische of psychische ziekte lijden maar die van mening zijn dat vanwege gevoelens van eenzaamheid, ouderdom of afgenomen mobiliteit hun leven “voltooid” is, dat wil zeggen dat het niet langer de moeite waard is om geleefd te worden en dus kan worden beëindigd. In onze huidige regering zitten nu twee christelijke partijen die tegen een dergelijke wet zijn. Maar een parlementslid van een links-liberale partij wil wetgeving indienen die hulp bij zelfdoding toestaat, niet per se door een arts, als het leven als “voltooid” wordt beschouwd, en dat voor mensen die ten minste 75 jaar zijn.
Dit korte voorbeeld laat zien dat de criteria voor levensbeëindiging steeds opgerekt worden, en dat de eerbied voor het menselijk leven en voor de waardigheid van de persoon steeds minder wordt. De deur die eens op een kier stond, staat uiteindelijk helemaal open. Beginnen met het toelaten van euthanasie in bepaalde, precies omschreven, gevallen, zet ons op een hellend vlak. Als je eenmaal een voet hebt gezet op dat hellend vlak, dan glijd je sneller dan je dacht naar beneden.

Is er eenzelfde soort hellend vlak dat geleid heeft tot het huwelijk personen van hetzelfde geslacht?

Nederland was het eerste land dat in 2001 het zogenaamde homohuwelijk legaliseerde. Het is in een bepaald opzicht waar dat we ook hier te maken hebben met een hellend vlak. De legalisatie van de hormonale contraceptie in de vroege jaren zestig gaf de suggestie dat een seksuele handeling moreel gescheiden kan worden van de voortplanting. Toen de cultuur eenmaal aan dit idee gewend was geraakt, kwamen we tot de conclusie dat ook andere seksuele handelingen, die niet direct gericht waren op voortplanting, moraal aanvaardbaar zijn, waaronder dus ook homoseksuele handelingen. Het is van wezenlijk belang dat we er ons van bewust zijn dat deze zaken onderling met elkaar verbonden zijn: als we één element van de seksuele moraal veranderen, lopen we tenslotte het risico alles radicaal te veranderen zonder dat we ons dat tevoren hadden gerealiseerd.

Het lijkt erop dat veel katholieken die in de politiek zitten, de zogenaamde “niet-onderhandelbare principes” (de verdediging van het leven, het natuurlijke gezin, en de vrijheid van opvoeding) vergeten zijn.

De paragrafen 73-74 van de encycliek van paus Johannes Paulus II, Evangelium Vitae, staan toe dat katholieke politici onder bepaalde voorwaarden – te weten met respect voor de voorwaarden van de algemene beginselen betreffende de medewerking aan het kwade – mogen stemmen voor een wet, bij voorbeeld een meer beperkende wet rond abortus [sic], zelfs als men te maken heeft met een intrinsiek slechte wet, in een poging het aannemen van verdergaande wet te voorkomen. Politici die op die manier het aantal abortussen beperken, mogen deze daad zien als een bijdrage aan het algemeen welzijn. Afzonderlijke katholieke politici hebben in die zin hun stem ten gunste van een wet vóór abortus en euthanasie verdedigd, hoewel we ons kunnen afvragen of ze wel alle voorwaarden zoals die in Evangelium Vitae staan, zijn nagekomen en of hun stem werkelijk uitgelegd mag worden aan een bijdrage aan het algemeen welzijn. Welnu, los van het feit dat veel katholieke politici tegenwoordig misschien minder goed zijn voorbereid op de dialoog over de niet onderhandelbare principes om te komen tot een ethisch gerechtvaardigd compromis, vrees ik dat velen van hen die principes zelfs niet langer zien als niet onderhandelbaar.

Wat is volgens uw mening de oorzaak van deze situatie?

De crisis in het geloof heeft altijd zijn weerslag op de morele overtuigingen die onlosmakelijk met het geloof verbonden zijn. De huidige crisis van het geloof in Christus heeft geleid tot een crisis in het geloof in algemene normen, het bestaan van intrinsiek slechte handelingen en daarmee het feit dat bepaalde principes niet onderhandelbaar zijn. Maar “we moeten God meer gehoorzamen dan de mensen” (Hand. 5, 29). Menselijke wetten moeten beantwoorden aan de zedelijke natuurwet, die de waardigheid van de mens veilig stelt en die voortkomt uit de orde die God aan zijn schepping gegeven heeft.

Eminentie, u hebt gezegd dat nodig is dat we in de Kerk een document hebben over het thema van de gender. Wat de huidige situatie in Nederland? Wat zijn de consequenties voor de toekomst?

De Verenigde Naties, andere internationale instituties en afzonderlijke naties stimuleren de verspreiding van de gendertheorie in het sociale leven, met name door middel van de wereld van het onderwijs. Daarom is er dringend een document van het Leergezag nodig, dat de leer van de Kerk uitlegt over de wezenlijk banden tussen geslachten, de sociale rol van man en vrouw en de biologische seks, uitgaande van een christelijk mensbeeld waarvoor het lichaam, inclusief de seksualiteit, een intrinsieke dimensie is van de persoon. Het biologisch onderscheid tussen man en vrouw is ook een deel van het scheppingsplan van God: “en God schiep de mens naar zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem: man en vrouw schiep hij hem” (Gen. 1, 27). Dit betekent dat het seksuele onderscheid iets te maken heeft met het geschapen zijn naar Gods beeld, en daarom in zichzelf iets weerspiegelt van de Drie-ene God, die in zichzelf gemeenschap is van Drie Personen, van elkaar onderscheiden in hun wederzijdse relaties.
Sinds 1985 kun je in Nederland aan een rechtbank vragen je geslacht te veranderen op je geboortebewijs. Sinds 2014 mag iemand die tenminste 16 jaar is een verklaring van een deskundige laten zien aan in een centrum voor genderdysforie en vragen om verandering van hun geslacht op het geboortebewijs en in hun paspoort door een ambtenaar, zonder instemming van een rechter, of een medische verklaring, en ook zonder toestemming van de ouders. Al in de zeventiger jaren werd het eerste centrum voor genderdysforie geopend in het Universiteitsziekenhuis aan de Vrije Universiteit van Amsterdam waarvan de chefarts in 1988 de eerste professor in de “transseksuologie” in de wereld werd. De medisch-hormonale behandeling voor een sekseverandering en ook de noodzakelijke chirurgische ingrepen worden voor het grootste deel gedekt door de basisverzekering die voor iedereen verplicht is. In de zeer nabije toekomst zullen het vooral jonge mensen zijn die, beïnvloed door onderwijsprojecten die de gendertheorie promoten, niet meer de intrinsieke waarde van de biologische seksualiteit begrijpen en die gender zullen zien als een voorwerp van vrije keuze voor het individu, los van de biologische sekse. Dit heeft al een diepe weerslag gehad op de wijze waarop men het gezin ziet (en zal dat nog meer hebben), waarop men huwelijk en seksualiteit ziet. En dat is het enorm moeilijke terrein voor de katholieke kerk om haar leer te verkondigen. En dit is niet alleen waar op het terrein van seksuele moraal en huwelijksmoraal maar ook op het terrein van de sacramentele theologie van de Heilige Wijdingen: zonder de erkenning of het begrip van de wezenlijke betekenis van het biologisch onderscheid tussen man en vrouw, kan men de analogie niet verstaan van de verhouding tussen Christus en de Kerk met de verhouding tussen een man en zijn vrouw (Ef. 5, 21-33), en zo kan men niet begrijpen waarom alleen een man priester gewijd kan worden.

In januari heb u een interview gegeven in het Nederlandse dagblad Trouw waarin u de controversiële kwestie behandelde van de toelating tot de sacramenten van gescheiden hertrouwde paren, een thema dat de vrucht is van het synodale proces. Kunt u uw gedachten hieromtrent herhalen?

De vraag of het mogelijk is dat we ermee kunnen instemmen dat de zogenaamde burgerlijk hertrouwd gescheidenen de sacramentele absolutie ontvangen en dus de communie, verdeelt de Kerk. We worden geconfronteerd met een debat, soms erg heftig, op elk niveau, tussen kardinalen, bisschoppen, priesters en leken.
De bron van verwarring is de postsynodale exhortatie Amoris Laetitia, geschreven door paus Franciscus aan het eind van de Gezinssynodes van 2014 en 2015. De verwarring betreft vooral paragraaf 305 van de exhortatie. We zien dat sommige bisschoppenconferenties pastorale regelingen hebben ingevoerd die inhouden dat de gescheiden hertrouwden tot de communie kunnen worden toegelaten met een serie voorwaarden en na een periode van pastorale onderscheiding door een priester die hen begeleidt. Daarentegen sluiten andere bisschoppenconferenties deze mogelijkheid uit. Wat waar is in plaats A, kan niet onwaar zijn in plaats B. Deze verschillende interpretaties van de exhortatie, die betrekking hebben op leerstellige kwesties, veroorzaken verwarring onder de gelovigen. Daarom zou ik blij zijn als de paus helderheid zou scheppen in deze zaak, bij voorkeur in de vorm van een of ander leerstellig document. Ik heb aan beide synodes over het gezin deelgenomen en ik heb gezegd dat we niet kunnen toestaan dat gescheiden en burgerlijk hertrouwde mensen de communie ontvangen. Ik heb deze opvatting ook gepubliceerd in een artikel in een boek dat bijdragen van 11 kardinalen bevatte (Eleven Cardinals speak on Marriage an the Family, Ignatius Press, 2015).

Kunt u kort uw standpunt uitleggen?

Jezus zelf heeft gezegd dat het huwelijk onontbindbaar is (Mt. 5, 32; 19, 9; Mc. 10, 11-12; Lc. 16, 18). Jezus lijkt in het evangelie van Mattheüs (19, 9 vgl. 5, 32) een uitzondering toe te laten, dat wil zeggen dat men zijn vrouw kan verstoten “in het geval van onwettige verbintenis”. De precieze betekenis van het Griekse woord porneia, hier vertaald als “onwettige verbintenis”, is onzeker. Het meest waarschijnlijk betekent het een incestueuze verbintenis aangegaan binnen de verboden graden (vgl. Lev. 18, 6-18 en Hand. 15, 18-28). Het meest diepgaande argument is dat iemand niet kan instemmen met de communie van gescheiden hertrouwden op basis van de analogie van de relatie tussen man en vrouw, die is als de relaties tussen Christus en de Kerk (Ef. 5, 23-32). De relatie tussen Christus en de Kerk is een totale wederzijdse zelfgave. De totale zelfgave van Christus aan de Kerk wordt gerealiseerd in de gave van zijn leven op het kruis. Deze totale zelfgave komt tegenwoordig in het sacrament van de Eucharistie. Wie deelneemt aan de eucharistie moet bereid zijn zichzelf totaal te geven. Zo deelt hij in de totale zelfgave van Christus aan de Kerk. Wie echter scheidt en burgerlijk hertrouwd, terwijl het eerste huwelijk niet is nietig verklaard, doet de totale wederzijdse gave die het eerste huwelijk inhoudt, geweld aan. Het tweede burgerlijke huwelijk is niet een echt en eigenlijk huwelijk. De schending van de totale zelfgave van het eerste huwelijk wat nog steeds geldig is, en de afwezigheid van de wil om in te stemmen met deze totale zelfgave, maakt de persoon in dat tweede huwelijk onwaardig om aan de eucharistie deel te nemen die immers de totale zelfgave van Christus aan de Kerk tegenwoordig stelt. Dit neemt echter niet weg dat de hertrouwd gescheidenen kunnen deelnemen aan de liturgische viering, de eucharistie inbegrepen, zonder de communie te ontvangen en dat de priester hen pastoraal moet begeleiden.
In het geval waarin de hertrouwd gescheidenen niet in staat zijn uit elkaar te gaan, bijvoorbeeld van de verplichtingen jegens wederzijdse kinderen, kunnen ze tot de communie of tot het sacrament van de biecht worden toegelaten, alleen als zijn de voorwaarden vervullen die vermeld staan in paragraaf 84 van Familiaris Concortio en in paragraaf 29 van Sacramentum Caritatis. en van die voorwaarden is dat zij het vaste voornemen moeten maken als broer en zus te leven, dat zeggen dat ze moeten stoppen met seksuele betrekkingen.

>>  www.mennenpr.nl


 

Brochure: Een beknopte voorstelling van ‘het Legioen Kleine Zielen’ (28 blz)

capilla-del-centro-internacional-de-belgicaEen beknopte voorstelling van ‘het Legioen Kleine Zielen’

Inhoud:
–       Zijn oorsprong met Marguerite,
–       Zijn erkenning door de Kerk,
–       Zijn eigenheid en zijn spiritualiteit,
–       Zijn eigen opdracht,
–       Zijn internationale inplanting,
–       De middelen in dienst van zijn leden…

Brochure Stella Legioen Kleine zielen (3/2018) – in PDF klik hier


 

Mennen: ‘Vaticanum II revisited’

pastoor20me3 maart 2018, door pastoor Mennen

Mensen van mijn leeftijd die Vaticanum II citeren alsof het bestaan van de Kerk ervan afhangt, vergeten nogal eens, dat het alweer bijna zestig jaar geleden is, dat het Concilie gehouden is en dat veel jonge mensen, theologiestudenten in het algemeen en seminaristen in het bijzonder, het op dezelfde wijze zien als het Concilie van Florence of het Concilie van Trente: als een onderdeel van de kerkgeschiedenis. Zij kijken er met een zekere afstand naar en vinden – dat mag niet van hun docenten maar het is wel zo – het Concilie van Trente op veel punten helderder en duidelijker dan Vaticanum II. Trente definieert tenminste het geloof in heldere formuleringen terwijl Vaticanum II mooie maar tegelijk soms onheldere beschrijvingen geeft. Let wel, niemand, ook de jongeren niet, twijfelen aan de orthodoxie van Vaticanum II maar de orthodoxie van Trente laat minder ruimte voor een heterodoxe uitleg.

Mensen van mijn leeftijd doen alsof de liturgiehervormingen na Vaticanum II een van vruchtbaarste vernieuwingen in de Kerk zijn, aan het nut waarvan men absoluut niet mag twijfelen. Veel jonge mensen en ook opvallend veel bekeerlingen zien de vele misbruiken die de vernieuwing van de liturgie teweeg heeft gebracht. Ze ervaren de onrust van de vele woordjes en de vele keuzemogelijkheden waardoor je als gelovige overgeleverd bent aan de willekeur van de priester. Zij zoeken contact met de oude liturgie die Benedictus XVI weer heeft toegestaan en vinden in die verheven sacrale omgeving hun echte geestelijk thuis. Het mag niet zijn want de liturgievernieuwing van Vaticanum II is volgens het kerkelijke establishment een onomkeerbare verworvenheid, maar het is wel zo: de jeugd die nog kerkelijk is en voor het geloof kiest, voelt zich tegen de verdrukking in het meest aangetrokken tot oude liturgie of een nieuwe liturgie die op de meest klassieke wijze gevierd wordt. Zelfs in charismatische kringen groeit de interesse voor de oude liturgie. De kloosters die voor de oude liturgie kiezen groeien en bloeien tot ongenoegen van hen die het niet begrijpen.

Wellicht is de relativering van Vaticanum II en het afwijzen van de liturgievernieuwingen die er uit voortkomen, het gevolg van de totale verwarring waarin de Kerk sinds Vaticanum II verkeert. Tot voor kort bestond die verwarring alleen buiten Europa en met name in West-Europa en Amerika maar sinds het huidige pontificaat is ook Rome zelf in de greep van de totale verwarring. Een paus die bij gelegenheid de meest vreemde dingen zegt en schrijft die volkomen in tegenspraak zijn met wat al zijn voorgangers hebben gezegd en geschreven, is ook voor jonge mensen niet bepaald een ankerpunt. De paus beschouwt zich duidelijk als een vrucht van het Concilie. Het gaat hier dan om de “geest van het Concilie” waar men in jaren zeventig en tachtig in Nederland mee schermde en die het einde van de Nederlandse Kerk is geworden. Om een voorbeeld van de verwarring te geven. De staatssecretaris, kardinaal Parolin, heeft het over een “paradigmaverschuiving” die door de paus in gang is gezet. Kardinaal Müller, de afgezette prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, zegt dat er in zake geloof geen paradigmaverschuiving mogelijk is. En dat is ook zo. Wat men in de Kerk altijd ketterij genoemd heeft, heet nu deftig “paradigmaverschuiving” maar het blijft even lelijk.

Mijn eerlijke vraag is: wat moeten we aan met een Concilie waarvan “de geest” leidt tot de vernietiging van de Kerk die je overal om je heen ziet gebeuren? Zou het onderhand niet eens tijd worden hier en daar wat vraagtekens te zetten bij het Concilie? Ik noem een paar dingen:

– het optimisme van het Concilie ten aanzien van de wereld (met name ook in “Gaudium et Spes). Het zou de moeite waard zijn dit eens te leggen langs het begrip van de “wereld” bijv. in het Johannesevangelie waarin de wereld toch vooral gezien wordt als het rijk van Satan? Is dat na 1960 niet meer het geval? Nou kijk dan maar eens naar het wereldwijd en door staten en de VN ondersteund verval van zeden. Kijk maar een naar de christenvervolging in islamitische en liberaal-seculiere staten.

– het optimisme ten aanzien van de islam die door het Concilie geprezen wordt als een godsdienst die dezelfde God heeft al wij. Dit laatste is gewoon niet waar. Het beeld van God dat de islam heeft, is totaal verschillend van het christelijke godsbeeld. Die visie van het Concilie wordt nog steeds door de huidige paus verkondigd.

– de “geest van het Concilie” heeft ertoe geleid dat de missieactiviteit van de Kerk praktisch volkomen is stil gevallen. Als je benadrukt dat iedereen in zijn eigen geloof zalig kan worden, verliest de missie blijkbaar zijn innerlijke noodzaak.

– op dezelfde wijze heeft de oecumene zich ontwikkeld. Door het positieve en het goede in iedere denominatie te benadrukken, wordt het minder duidelijk dat je katholiek zou moeten worden. De paus zelf lijkt katholiek worden te ontmoedigen zoals bij de evangelische bisschop Tony Palmer.

– Het optimisme van het Concilie heeft geleid tot een bijna alleen benadrukken van Gods barmhartigheid ten koste van zijn gerechtigheid. Dit heeft bij velen geleid tot een onverantwoord heilsoptimisme, het minimaliseren van de zonden en het praktisch afschaffen van het begrip doodzonde. Dat wordt duidelijk geïllustreerd in de hardnekkig verkeerde vertaling van “pro multis” (voor velen) in “voor allen” bij de consecratie.

Nu gaat natuurlijk iedereen roepen (en ik weet dat dat in de ogen van velen de grootste ketterij is) dat ik Vaticanum II afwijs. Dat is inderdaad de gemakkelijkste manier om je niet met mijn bezwaren te hoeven bezig houden. Maar ik wijs Vaticanum II niet af. Het zou echter wel wenselijk zijn dat Vaticanum II opnieuw bekeken gaat worden in het licht van de ontwikkelingen erna. Zijn die ontwikkelingen echt wat de vaders van Vaticanum II bedoelden? Kan Vaticanum II misschien aangescherpt worden in het licht van voorafgaande Concilies, zodat de tekst niet meer dubbelzinnig is. Immers dubbelzinnigheid is de meest duivelse (zij het onrechtstreekse) vrucht van het Concilie tot in het huidige pontificaat toe.

Paulus VI heeft in de jaren zeventig al verzucht dat door de ramen van de Kerk, die het Concilie heeft opgezet, de rook van Satan de Kerk is binnengekomen. Wordt het niet tijd zodanige maatregelen te nemen dat die rook buiten blijft waar hij hoort, in de wereld. Dat vereist een grote schoonmaak waarbij het Concilie niet buiten schot kan blijven.

Mennen: ‘De retorische truc’

pastoor20me1 maart 2018, door pastoor C. Mennen

Kardinaal Gerhard Müller, de door paus Franciscus ontslagen prefect van de Congregatie voor de geloofsleer, heeft in een interview met de “Tagespost” de uitdrukking “in bepaalde gevallen” een “retorische truc” genoemd. Die uitspraak is mij uit het hart gegrepen. De kardinaal doelde hier op een beslissing van de Duitse Bisschoppenconferentie, dat protestantse partijen in een gemengd huwelijk “in bepaalde gevallen” tijdens de katholiek eucharistie te communie zouden mogen. Dan moeten er wel “zwaarwegende godsdienstige redenen” voor zijn en de protestantse partij moet het katholieke geloof in de eucharistie delen. Maar wie controleert dat? In feite betekent zo’n uitspraak dat alle protestantse partijen in een gemengd huwelijk, die dat willen, zullen denken dat ze te communie mogen gaan. En daarmee wordt geen geestelijke nood opgelost maar een gelovige praktijk rond de eucharistie verder afgebroken. Het zal meer en meer worden: “gemeenschap vieren met elkaar en niemand buitensluiten” en de eucharistische Christus komt daarmee steeds meer op het tweede plan. Een dan spreek ik nog niet van het domino-effect van deze Duitse beslissing. Hoewel die formeel alleen voor Duitsland geldt, zullen hier gelovigen en priesters zeggen: als het in Duitsland kan, waarom dan hier niet? Daarom is de uitdrukking “in bepaalde gevallen” een retorische truc om langs een achterdeur de intercommunie in te voeren. En u weet dat de protestanten geen echte eucharistie hebben omdat ze het apostolische wijdingsambt in de reformatie hebben afgeschaft, en dat ze alleen een beperkte of louter symbolische aanwezigheid van Christus aannemen in het avondmaal dat door een dominee bediend wordt. Dan zal het u duidelijk zijn, dat we van het “katholieke geloof in de eucharistie” bij protestanten weinig te verwachten hebben. Als ze dat geloof hebben, kunnen ze beter katholiek worden en binnentreden in de volledige katholieke traditie waarbinnen de ware eucharistie alleen begrepen kan worden.

Trouwens de uitdrukking “in bepaalde gevallen” of “in pastorale noodzaak” leidt meestal tot het verbreden van de uitzondering tot een normale regel. Ik noem hier enkele voorbeelden:

– De communie op de hand is als uitzondering voor bepaalde streken ingevoerd. De communie op de tong is en blijft de normale vorm van communiceren. Maar wie weet dat nog? De communie op de hand is in de praktijk zodanig de norm geworden dat zelfs in veel kerken de communie op de tong geweigerd wordt.

– Normaal is in de Kerk dat een uitvaartplechtigheid voor een gelovige wordt verricht door een priester of een diaken. De pausen hebben steeds weer benadrukt dat het leiden van een uitvaart een van de belangrijkste taken is van de priester. Alleen in noodsituaties kan de bisschop leken verlof geven, als dat werkelijk nodig is, een uitvaart te leiden. Hiervoor is eigenlijk vereist dat de bisschoppenconferentie tot die mogelijkheid besluit en dat Rome dit besluit goedkeurt. Deze vereisten lapt men meestal aan zijn laars. En in sommige bisdommen (in België) worden alle uitvaarten door leken geleid terwijl de priesters thuis zitten. Hen wordt het soms onmogelijk gemaakt een uitvaart te leiden. Ook hier leidt de uitzondering tot een gewoonte die tegengesteld is aan de voorschriften en de tradities van de Kerk.

– Normaal is het de eigen taak van de priester en de diaken om de communie uit te reiken in de Mis en deze naar de zieken te brengen. Als het aantal gelovigen zo groot is, dat het communie uitreiken onverantwoord lang zou duren, kan de priester ad hoc leken aanstellen middels een zegen. Feitelijk zijn die leken dat vaak als een eigen taak gaan beschouwen en we kunnen het nu meemaken dat er maar een veertigtal mensen in de kerk zitten en er toch twee leken mee communie uitreiken. Ik weet uit de praktijk dat het aantal zieken en ouderen die de communie thuis willen ontvangen, erg klein is geworden. Toch zijn er veel parochies waar niet de priester/diaken de communie brengt maar een leek, terwijl de priester/diaken zich met andere, ook ongetwijfeld nuttige maar minder bij zijn taak horende, dingen bezig houdt.

– Normaal is het dat de priester (ambtshalve voorzitter van de gelovige gemeenschap) alle vieringen (niet alleen eucharistievieringen) in de kerk leidt. Is hij echt niet beschikbaar, dan kunnen bepaalde vieringen door een diaken, en bij diens ontstentenis door een gevormde leek geleid worden. Die lekendiensten dienen in het kerkelijk leven uitzonderingen te zijn en een antwoord op een noodsituatie. Dit geldt ook voor avondwakes bij uitvaarten. Rome heeft indertijd in een brief aan de Nederlandse bisschoppen zijn bevreemding uitgesproken over het feit dat leken avondwakes leidden terwijl de priester in de pastorie zaten. We weten allemaal hoe die avondwakes een recht geworden zijn van een werkgroep en dat ook veel priesters een dergelijke viering om wat voor reden dan ook graag aan de werkgroep overlaten. De inhoud is heel vaak navenant en weinig liturgisch/kerkelijk.

– Het uit- en instellen van het heilig Sacrament is een taak van de priester/diaken. In geval van nood (in afzonderlijke gevallen) kan dit door een aangestelde acoliet of desnoods door een andere leek gebeuren. Dat “noodgeval” is bij sommige priesters bijna permanent aanwezig en zij blijven graag op de achtergrond.

U begrijpt dat ik ervoor zou zijn dat “in bepaalde gevallen” of “vanwege pastorale noodzaak” eens kritisch onder de loep genomen zou worden en misschien drastisch zou worden ingeperkt omdat er effecten bereikt worden die door de Kerk niet worden bedoeld en die tegen haar traditie ingaan.

 

 

Transcript van de toespraak van Kardinaal Sarah in België

Conferentie Kardinaal Sarah 7 februari 2018 ND de Stockel

Begin februari was Kardinaal Sarah in België. In Sint-Pieters-Woluwe hield hij op 7 februari een toespraak naar aanleiding van zijn boek “God of niets.” Zie daarover ook onze eerdere artikelen hier en hier

Eminentie, excellentie Mgr. de Apostolische Nuntius, Waarde Heren ,

Beste Broers en Zussen in Christus,

Sta mij toe vooreerst heel hartelijk en warm dank te zeggen aan Zijne Eminentie Kardinaal Jozef de Kesel, aartsbisschop van Mechelen-Brussel, mijn aanwezigheid de eer en het voorrecht te geven hier ontvangen te worden met enthousiasme en vriendschap in de kerk van Onze Lieve Vrouw van Stockel om mijn boek voor te stellen over het geloof God of Niets. Ik zou mijn dankbaarheid willen uitdrukken en mijn respectvolle waardering voor de priesters en parochieverantwoordelijken van de parochie Onze Lieve Vrouw van Stockel: de Heer Pastoor Benno Haeseldonckx, de Eerwaarden Philippe Mawet, verantwoordelijke voor de pastorale eenheid van Stockel-au-Bois en Edouard Marot, vicaris en verantwoordelijke voor de Franstaligen, maar ook voor alle gelovigen die door hun toewijding bijdragen aan het welslagen van deze ontmoeting.  Het is voor mij een grote vreugde om vandaag onder jullie te zijn, en ik zeg aan jullie allemaal en iedereen in het bijzonder dank voor jullie vriendschappelijke aanwezigheid, die mij meer eer brengt dan mij toekomt.  Laten we het nu hebben over het onderwerp van onze ontmoeting :  God of Niets.

Hoe is God of Niets ontstaan?  Om eerlijk te zijn, ik had er helemaal niet aan gedacht om meteen een boek te gaan schrijven, maar op een dag heeft Nicolas Diat mij gecontacteerd.  Hij was een boek aan het schrijven over Benedictus XVI De man die geen paus wilde worden – ik raad u aan om dat te lezen, want er zit veel spirituele rijkdom in – .  Hij kwam dus naar mij, om wat van gedachten te wisselen over verschillende onderwerpen.  En bij de tweede ontmoeting stelde hij mij voor om een boek te schrijven over mijn leven.  Ik heb toen geantwoord dat mijn leven van geen enkel belang was, maar ik zei dat we het misschien wel tijdens onze gesprekken konden hebben over een aantal actuele problemen van de samenleving en van de toenemende globalisering van de wereld, waarin de verwarring alleen maar groter wordt en die vol dubbelzinnigheden en onzekerheden is.  En zelfs in de Katholieke Kerk hebben we de indruk dat er geen Leergezag meer bestaat, geen vaste doctrinele en morele leer.  Iedereen staat zichzelf een absolute vrijheid toe om zijn eigen mening en morele waarden te verkondigen.

En ook ik wil mijn geloof verkondigen en mijn absolute trouw aan Jezus Christus, aan het eeuwenoude Magisterium van de Kerk, als een nederige bijdrage in de strijd tegen, wat Benedictus XVI genoemd heeft “de dictatuur van het relativisme”.

Lees hier verder….


 

Uitvaart Pater Yves-Marie Legrain op 3 maart 2018

Beheerder Website's avatarLegioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus.

Broeders en Zusters, kleine zielen van de hele wereld, ziehier de  details die ik in mijn laatste bericht aankondigde:

UITVAART

pater
De plechtige Eucharistieviering voor Pater Yves-Marie Legrain zal doorgaan op

zaterdag 3 maart 2018 om 10.30 uur in de parochiekerk: ‘Sainte-Marie’,

Rue de la Coopération 1, 4051  Vaux-sous-Chèvremont, België

VOORAVONDVIERING

Er zal als vooravondviering de H. Mis voor Pater Legrain – die de laatste geestelijke leidsman van Marguerite was – opgedragen worden in de Kapel van de Barmhartige Liefde,  op vrijdag 2 maart 2018, om 17.30 uur.

Een in gebed en vertrouwen op Jezus Barmhartige Liefde,
Pater Marcel

View original post

In Memoriam Pater Yves-Marie Legrain

Beheerder Website's avatarLegioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus.

img_0761Foto boven: Pater Yves-Marie op het priesteraltaar van de Mariabasiliek in Chèvremont tijdens de grote Internationale Bedevaart op 21 juni 2014.


pater Pater Yves-Marie Legrain

Bron foto: Het Legioen Kleine Zielen

Beste broeders en zusters,

Kleine Zielen,

We ontvingen droevig nieuws van Pére Marcel uit Chèvremont:

Broeders en Zusters, Kleine Zielen van de ganse wereld, Pater Yves-Marie heeft deze aarde verlaten op donderdag 22 februari 2018 in de avond. Vertrouwen wij hem nu toe aan de Barmhartigheid van de Heer. Ik zal u later nadere inlichtingen geven. In eenheid van vertrouwen en hoop voor hem.

Pater Marcel

Pater Karmeliet Yves Marie Legrain hebben vele kleine zielen mogen ervaren als een zeer integer en warm persoon, Hij was een goede biechtvader voor Marguerite en een zeer geliefd Internationaal geestelijk leidsman.

Er zal binnenkort nog meer informatie komen van Père Marcel n.a.v. zijn overlijden.

View original post

Gebeden- en zangboekje van het ‘Legioen Kleine Zielen’ ten behoeve van de Gebedsgroepen

779f0-logo-legioen-kleine-zielen-nederland

Het zangboekje ten behoeve van de gebedsgroepen van het Legioen Kleine Zielen in België en Nederland ligt nu bij de drukkerij!! Verwachte uitgifte: Landgraaf, midden maart 2018.

Gebeden- en zangboekje (52 blz) – Klik hier

Het boekje is te koop voor 10 euro en te bestellen via onderstaand adres:

Contact: legioenkleinezielen@live.com

Info: Hetlegioenkleinezielen.wordpress.com


 

VERKLARING VAN TROUW AAN DE OVERGELEVERDE LEER DOOR DE BISSCHOPPENVAN KAZACHSTAN

Na de publicatie van de Apostolische Exhortatie “Amoris Laetitia” (2016) hebben verschillende bisschoppen op lokaal, regionaal en nationaal niveau uitvoeringsbepalingen gegeven met betrekking tot de sacramentendiscipline van die gelovigen – “hertrouwd gescheidenen” genoemd – die, hoewel hun echtgenoot, met wie zij door een sacramentele huwelijksband verbonden zijn, nog leeft, toch een bestendige levensgemeenschap more uxorio zijn aangegaan met iemand die niet hun rechtmatige echtgenoot is.

 

De genoemde normen bepalen onder andere dat dergelijke personen – “hertrouwd gescheidenen” genoemd – in afzonderlijke gevallen het sacrament van boete en verzoening en de heilige communie kunnen ontvangen, ongeacht het feit dat zij voortdurend en opzettelijk met iemand more uxorio samenleven, die niet hun rechtmatige echtgenoot is. Dergelijke normen zijn door verschillende hiërarchische gezagsdragers bevestigd. Enkele van deze normen zijn zelfs door het hoogste gezag in de Kerk bevestigd.

 

De verbreiding van deze kerkelijk bekrachtigde pastorale normen heeft een behoorlijke en nog steeds groeiende verwarring veroorzaakt onder de gelovigen en de clerus. Het gaat hier om een verwarring die raakt aan de centrale levensuitingen van de Kerk zoals: het sacramentele huwelijk met het gezin, de huiskerk, en het sacrament van de allerheiligste eucharistie.

 

Volgens de leer van de Kerk vormt slechts de sacramentele huwelijksband een huiskerk (vgl. Vaticanum II, Lumen Gentium, 11). De toelating van “hertrouwd gescheiden” gelovigen tot de heilige communie, die toch de hoogste vorm is waarin de eenheid van Christus, de Bruidegom, met zijn Kerk wordt uitgedrukt, betekent in de praktijk een soort bekrachtiging of legitimering van de echtbreuk, en in die zin een soort invoering van de echtbreuk in het leven van de Kerk.

 

De genoemde pastorale normen zijn inderdaad mettertijd middelen tot verbreiding van de “gesel van de echtbreuk”  (deze uitdrukking gebruikte Vaticanum II, vgl. Gaudium et Spes, 47). De Kerk moet echter integendeel op grond van haar onvoorwaardelijke trouw aan de leer van Christus een bolwerk en een betrouwbaar teken van tegenspraak zijn tegen de zich dagelijks verder uitbreidende gesel van de echtbreuk in de burgerlijke samenleving. Onze Heer en Heiland heef op ondubbelzinnige wijze en zonder enige uitzondering te maken de wil van God met betrekking tot het absolute verbod op echtbreuk plechtig bekrachtigd. Een bekrachtiging of legitimering van de schending van de heiligheid van de huwelijksband, al is het slechts op indirecte wijze door de vermelde sacramentenpraktijk, betekent dus een wezenlijke verandering van de 2000 jaar oude sacramentele discipline van de Kerk. Bovendien brengt een wezenlijk veranderde discipline mettertijd ook een verandering van de betreffende leer met zich mee.

 

Het permanente leergezag van de Kerk, de leer van de apostelen en van alle pausen, heeft de glasheldere leer van Christus ten aanzien van de onontbindbaarheid van het huwelijk, zowel in de leer als ook in de sacramentele discipline (in de praktijk) ondubbelzinnig, zonder een zweem van twijfel en altijd in dezelfde zin en in dezelfde betekenis bewaard en doorgegeven.

 

Vanwege haar wezen dat in God zijn fundament vindt, mag de sacramentele discipline nooit in tegenspraak zijn met het geopenbaarde woord van God en het geloof van de Kerk  in de absolute onontbindbaarheid van een geldig en voltooid huwelijk. “Het geloof is niet alleen een voorwaarde voor de sacramenten, maar zij voeden het ook door woorden en riten, versterken en betuigen het; daarom heten zij sacramenten van het geloof” (Vaticanum II, Sacrosanctum Concilium, 59.  “Zelfs de hoogste autoriteit in de Kerk kan de liturgie niet naar believen veranderen maar alleen in geloofsgehoorzaamheid en in eerbied voor het mysterie van de liturgie” (Catechismus van de Katholieke Kerk, 1125). Het katholieke geloof verbiedt vanuit zijn wezen een formele tegenspraak tussen het geloof dat beleden wordt aan de ene kant en de levens- en sacramentenpraktijk aan de andere kant. In deze zin kan men de volgende uitspraak van het leergezag begrijpen: “De kloof bij velen tussen het geloof dat men belijdt, en het dagelijkse leven hoort bij de ernstige dwalingen van onze tijd” (Vaticanum II, Gaudium et Spes, 43) en “de concrete pastorale begeleiding in de Kerk moet steeds verbonden zijn met haar leer en mag daar nooit van worden losgemaakt”  (Johannes Paulus II, Apost. Exhortatie Familiaris Consortio, 33).

 

Met het oog op het vitale belang die de leer en de discipline van huwelijk en eucharistie vormen, is de Kerk verplicht met één en dezelfde stem te spreken. De pastorale normen betreffende de onontbindbaarheid van het huwelijk mogen dus elkaar tussen diocesen of tussen verschillende landen niet tegenspreken. Van de tijd van de apostelen af heeft de Kerk dit principe in acht genomen. Daarvan getuigt de heilige Ireneüs: “Deze boodschap en dit geloof bewaart de Kerk zorgvuldig, zoals ze haar ontvangen heeft, hoewel zij, zoals gezegd, over heel de wereld verspreid is, alsof ze in één huis woonde. Ze gelooft er zo aan alsof ze slechts één ziel en één hart heeft, en zij verkondigt haar leer en levert die zo eensgezind over dat het lijkt alsof ze één mond bezit”  (Adversus haereses, I, 10, 2). De heilige Thomas van Aquino levert ons hetzelfde permanente principe van de Kerk over: “Er bestaat slechts één en hetzelfde geloof van de ouden en van de modernen, anders zouden we niet één en dezelfde Kerk hebben” (Quaestiones disputatae de Veritate, q. 14, a. 12c).

 

De volgende waarschuwing van paus Johannes Paulus II blijft actueel en van kracht: “De verwarring die in de gewetens van veel gelovigen door diverse meningen en leringen in theologie, verkondiging, catechese en spirituele begeleiding met betrekking belangrijke en heikele kwesties inzake christelijke moraal geschapen is, leidt er ook toe dat het echte zondebesef minder wordt en bijna verdwijnt” (Apost. Exhortatie Reconciliatio et Paenitentia, 18)

 

De betekenis van de volgende uitlatingen van het leergezag van de Kerk kan men zeker ook op de leer en de sacramentele discipline betreffende de onontbindbaar van een gesloten en voltooid huwelijk toepassen:

 

“De Kerk van Christus als zorgvuldige bewaakster en verdedigster van de haar toevertrouwde geloofswaarheden verandert niets aan die geloofswaarheden, doet er niet aan af en voegt er niets aan toe. Zorgvuldig, trouw en wijs gaat zij om met datgene wat van vroeger is overgeleverd. Het is haar streven de geloofswaarheden die vroeger geleerd werden en in het geloof van de vaderen opgenomen waren, zo te onderzoeken en te belichten dat die waarheden van de hemelse leer helderheid, licht en zekerheid ontvangen maar ook tevens hun volheid, hun integriteit en hun specifieke karakter bewaren en allemaal op hun eigen terrein, d.w.z. in een en dezelfde leer, in een en dezelfde betekenis en in een en dezelfde inhoud een groei laten zien.” (Pius IX, Dogmatische Bulle Ineffabilis Deus).

 

“Wat betreft het wezen van de waarheid zelf heeft de Kerk tegenover God en tegenover de mens de heilige plicht haar te verkondigen, haar zonder enige afzwakking te leren zoals Christus haar heeft geopenbaard. Er zijn geen tijdsomstandigheden die het zouden toestaan de ernst van deze plicht te verkleinen. Iedere priester, aan wie de zorg is toevertrouwd de gelovigen te onderwijzen, te vermanen en te leiden, wordt in geweten door deze plicht gebonden”. (Pius XII, Toespraak tot de pastoors en de vastenpredikanten, 23 maart 1949)>

 

“De Kerk historiseert niet, zij relativeert het wezen van de Kerk niet als zij zich aan de verandering van de cultuur aanpast. Het wezen van de Kerk is immers hetzelfde en zij blijft zichzelf trouw, zoals Christus haar wilde en de authentieke traditie haar vervolmaakte” (Paulus VI, Homilie van 28 oktober 1965).

 

“Op geen enkel punt afbreuk doen aan de heilsleer van Christus, dat is de hoge vorm van pastorale liefde” (Paulus VI, Encycliek Humanae Vitae, 29)

 

– “De Kerk houdt nooit op, op te roepen en te bemoedigen de eventuele huwelijksproblemen op te lossen zonder ooit de waarheid te vervalsen of geweld aan te doen” (Johannes Paulus II, Apost. Exhortatie Familiaris Consortio, 33).

 

“Deze zedelijke norm is niet door de Kerk geschapen en wordt niet aan haar eigen goeddunken overgelaten. In gehoorzaamheid jegens de waarheid, die Christus is, wiens beeld zich weerspiegelt in de natuur en de waardigheid van de menselijke persoon, interpreteert de Kerk de zedelijke norm en houdt haar voor aan alle mensen van goede wil zonder de eis van radicaliteit en volmaaktheid ervan te verbergen” (Johannes Paulus II, Apost. Exhortatie Familiaris Consortio, 33).

 

“Vanwege het principe van de waarheid en de logica staat het de Kerk niet goed te noemen wat slecht is, en slecht wat goed is. De Kerk die steunt op deze beide principes die elkaar aanvullen, kan haar zonen en dochters die zich in een smartelijke situatie bevinden, alleen maar uitnodigen op andere manieren te naderen tot Gods barmhartigheid, echter niet op de weg van de sacramenten van boete en eucharistie, zolang zij niet de vereiste geestelijk conditie bereikt hebben” (Johannes Paulus II, Apost. Exhortatie Reconciliatio et paenitentia, 34).

 

De onverzettelijkheid van de Kerk bij de verdediging van de universele en onveranderlijke zedelijke normen heeft niets onderdrukkends in zich. Zij dient alleen voor de ware vrijheid van de mens: omdat er buiten de waarheid of tegen de waarheid in geen vrijheid bestaat” (Johannes Paulus II, Encycliek Veritatis Splendor, 96).

 

Betreffende de zedelijke normen, die het in zich kwade verbieden, zijn er voor niemand privileges of uitzonderingen. Of iemand de heer van de wereld is of de laatste, “de armzaligste” op aarde, maakt geen enkel verschil. Tegenover zedelijke eisen zijn we allemaal absoluut gelijk” (Johannes Paulus II, Encycliek Veritatis Splendor, 96)

 

De plicht om te onderstrepen dat het onmogelijk is (hertrouwd gescheidenen) toe te laten tot het ontvangen van de communie, is een voorwaarde van echte pastorale zorg, werkelijke zorg om het welzijn van deze gelovigen en van de hele Kerk in zover zij de noodzakelijke voorwaarden zijn voor het werkelijk doorzetten van die bekering waartoe allen steeds door de Heer worden uitgenodigd” (Pauselijk Raad voor de Wetsteksten, Verklaring over de toelating van hertrouwd gescheidenen tot de heilige communie, 24 juni 2000, nr. 5).

 

Volgens de leer van het Tweede Vaticaans Concilie dienen de bisschoppen de eenheid van het geloof en de discipline die aan heel de Kerk gemeenschappelijk is, te bevorderen en te beschermen, en elk streven te bevorderen zodat het geloof mag groeien en het licht van de volle waarheid voor alle mensen mag opgaan (Vgl. Lumen Gentium, 23). Daarom voelen wij ons als katholieke bisschoppen gedrongen tegen de momentane verwarring in die steeds groter wordt, de onveranderlijke waarheid en de eveneens onveranderlijke sacramentele discipline met betrekking tot de onontbindbaarheid te belijden. In die zin bevestigen wij:

 

Geslachtelijke betrekkingen tussen personen die niet door een geldige huwelijksband met elkaar verbonden zijn – wat zo is bij de zogenaamde “hertrouwd gescheidenen” – gaan in tegen de wil van God en vormen een zware belediging van God.

 

– Geen omstandigheid of doel, zelfs niet een mogelijke niet toerekenbaarheid of schuldvermindering, kunnen deze seksuele betrekkingen tot een positieve morele werkelijkheid en God welgevallig maken. Datzelfde geldt ook voor de andere negatieve voorschriften van de tien geboden van God. Want er zijn “handelingen die door zichzelf en in zich, onafhankelijk van de omstandigheden, altijd zwaar ongeoorloofd zijn vanwege hun objectieve inhoud” (Johannes Paulus II, Apost. Exhortatie Reconciliatio et Paenitentia, 17)>

 

– De Kerk beschikt niet over het onfeilbare charisma om over de innerlijke genadestaat van de gelovigen te oordelen (vgl. Concilie van Trente, sess. 24, cap. 1). Het niet toelaten van zogenaamd ”hertrouwd gescheidenen” tot de heilige communie betekent geen oordeel over het feit of zij zich voor God in staat van genade bevinden, maar een oordeel over het zichtbare, publieke en objectieve karakter van hun situatie. Op grond van de zichtbare natuur van de sacramenten en van de Kerk hangt het ontvangen van de sacramenten noodzakelijkerwijs af van de betreffende zichtbare en objectieve situatie van de gelovigen.

 

Het is zedelijk niet geoorloofd seksuele betrekkingen te onderhouden met iemand die niet de eigen echtgenoot is, om zogenaamd een andere zonde te vermijden. Het woord van God leert ons namelijk dat het niet geoorloofd is “iets slechts te doen om iets goeds uit te laten voortkomen” (Rom. 3, 8).

 

– De toelating van dergelijke personen tot de heilige communie kan alleen dan worden toegestaan als zij met de hulp van Gods genade en door een zorgvuldige en individuele pastorale begeleiding het ernstige voornemen maken in te toekomst van deze gewoonte af te zien en geen ergernis te geven. Daarin heeft zich in de Kerk altijd de ware geestelijke onderscheiding en de authentieke pastorale begeleiding uitgedrukt.

 

– Personen met regelmatige buitenhuwelijkse betrekkingen schenden door een dergelijke levenswijze hun onverbrekelijke huwelijksband tegenover hun rechtmatige echtgenoot. Daarom zijn zij niet in staat in “geest en waarheid” (vgl. Joh. 4, 23) aan het eucharistische bruiloftsmaal van Christus deel te nemen, gezien ook de woorden van de communieritus: “Zalig zij die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam” (Apok. 19, 9).

 

– De vervulling van de wil van God die in zijn tien geboden en in zijn uitdrukkelijk en absoluut verbod van echtscheiding geopenbaard is, vertegenwoordigt het ware geestelijke goed van de mens hier op aarde en zal hen naar de ware liefde in het eeuwige leven voeren.

 

Omdat de bisschoppen in hun pastoraal ambt “behoeders van het katholieke en apostolische geloof” zijn (vgl. Missale Romanum, Canon Romanus), zijn wij ons van deze zware verantwoordelijkheid bewust en eveneens van onze plicht tegenover onze gelovigen, die van ons verwachten dat we ons openlijke en ondubbelzinnig bekennen tot de onveranderlijke waarheid en discipline met betrekking tot de onontbindbaarheid van het huwelijk. Wij mogen daarom niet zwijgen.

 

In de geest van de heilige Johannes de Doper, de heilige John Fisher, de heilige Thomas Morus, de zalige Laura Vicuña en talrijke bekende en onbekende belijders en martelaren voor de onontbindbaarheid van het huwelijk, bevestigen wij:

 

Het is niet geoorloofd (non licet) een permanente seksuele betrekking door middel van de sacramentele praktijk van de toelating tot de communie van zogenaamde “hertrouwd gescheidenen” direct of indirect te rechtvaardigen, goed te keuren of te legitimeren omdat het in dit geval om een praktijk gaat die wezensvreemd is aan de totale overlevering van het katholieke en apostolische geloof.

 

Nu wij deze publieke belijdenis tegenover ons geweten en voor God, die ons zal oordelen, afleggen, zijn wij er oprecht van overtuigd hiermee de Kerk in onze dagen en de paus, de navolger van de heilige apostel Petrus en plaatsvervanger van Christus op aarde, een dienst van liefde in de waarheid te bewijzen.

 

 

31 december, feest van de H. Familie, in het jaar van het eeuwfeest van de verschijningen van de Moeder Gods in Fatima.

 

+ Tomash Peta, aartsbisschop metropoliet van het aartsbisdom van de H. Maria in Astana

+ Jan Pawel Lenga, aartsbisschop-bisschop van Karaganda

+ Athanasius Schneider, hulpbisschop van het aartsbisdom van de H. Maria in Astana