Paus Benedictus XVI in 2005: ‘Mijn zeggenschap strekt zich uit tot aan die deur daar’

Restkerk.net ving al speurend opnieuw nieuws op over een opmerkelijke uitspraak van paus Benedictus XVI. De paus zei in augustus 2005, na zijn verkiezing, dat zijn autoriteit niet veel voorstelde.
530523_10151491338668604_1278779184_nDe paus bevond zich op het moment van de uitspraak in Castel Gandolfo, een buitenverblijf waar hij vaak vertoeft. Hij voerde een gesprek met bisschop Fellay van de SSPX (een traditionalistische, katholieke groepering, n.v.d.r.) toen de bisschop aan Benedictus XVI vroeg waarom hij niks deed aan de kerkelijke crisis. Bisschop Fellay stelde dat een paus door zijn zeggenschap kan zorgen voor een omwenteling op alle vlakken. Paus Benedictus XVI antwoordde: “Mijn zeggenschap strekt zich uit tot aan die deur daar.”
Volgens Vatican-watcher Paolo Rodari is het een hele reeks van voorvallen geweest die de paus uiteindelijk deden aftreden (en dus niet zijn gezondheid).Bij de aftreding in 2013 zou de Vaticaanse woordvoerder Frederico Lombardi hebben gezegd dat Benedictus XVI “iemand is die realistisch is ingesteld”, en dat hij zelf ook wist dat zich verschillende “problemen” voordeden.Die problemen zou paus Benedictus zelf hebben omschreven als een “geloofscrisis.” Ook maakte hij zich volgens de bron zorgen over de schandalen omtrent Vaticaanse documenten. Benedictus verwees zelf naar de kerkelijke schandalen als een “relativiteitsdictatuur”, waarmee hij eigenlijk bedoelt dat de Wetten van God niet meer tot op de letter worden gerespecteerd.

Kortom kan worden gesteld dat wat betreft de aftreding van paus Benedictus XVI, er veel meer dan gezondheidsklachten bij kwam kijken. Het lijkt er hoe langer hoe meer op dat paus Benedictus XVI inderdaad door seculariserende machten uit de Heilige Stoel werd verdreven.

Bron: theamericanconservative.com


De barmhartigheid en de gerechtigheid van God

De barmhartigheid en de gerechtigheid van God

Verering van de goddelijke Barmhartigheid volgens de openbaringen aan de zalige zuster Faustina

IMG_Jezus

Jezus zei tot zuster Faustina:

“Voordat Ik als rechtvaardige Rechter verschijn, kom Ik eerst nog als Koning van Barmhartigheid. Voordat de dag van de gerechtigheid aanbreekt, zal er aan de hemel en op de aarde een teken zijn. Dan zal aan de hemel het teken van het Kruis verschijnen: uit elke wonde van mijn handen en voeten zullen lichtstralen tevoorschijn komen, die voor korte tijd de aarde verlichten. Dit zal geschieden, korte tijd voor de laatste dag.”


Inhoud

-De barmhartigheid en de gerechtigheid van God
-In het vagevuur
-Afdaling in de hel
-Blik in de hemel
-Verering van de goddelijke Barmhartigheid
-Het genadebeeld van de barmhartige Jezus
-De noveen tot de goddelijke Barmhartigheid
-Het feest van de goddelijke Barmhartigheid
-De rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid
-Toewijding aan de barmhartige Jezus
-Lofprijzing van de goddelijke Barmhartigheid
-Het uur van barmhartigheid
-Orden van de goddelijke Barmhartigheid
-Aanwijzingen voor de vereerders van de goddelijke Barmhartigheid
-Gebeden
-Levensbeschrijving van Zr. Maria Faustina


De barmhartigheid en de gerechtigheid van God

Uittreksel uit de openbaringen van Jezus aan de Poolse zuster Faustina Kowalska (1905-1938) van de congregatie van de Zusters van “de Moeder van Barmhartigheid”; door Paus Johannes Paulus II op 18-4-1993 zalig verklaard:

“Verkondig aan de wereld mijn grote, ondoorgrondelijke barmhartigheid. Bereid de wereld voor op mijn tweede komst. Voordat Ik als rechter kom, zet Ik eerst de poorten van mijn barmhartigheid nog heel ver open. De vlammen van mijn barmhartigheid verteren Mij. Ik voel me gedrongen deze over de zielen uit te storten. Uit al mijn wonden, in ’t bijzonder uit mijn Hart, vloeien stromen van liefde. Om te straffen heb Ik de hele eeuwigheid; nu verleng Ik nog de tijd van mijn barmhartigheid. Ik straf alleen als men Mij daartoe dwingt. Ik wil, dat de zondaars zonder enige vrees tot Mij komen. De grootste zondaars hebben heel speciaal recht op mijn barmhartigheid. Ik ben verheugd als zij hun toevlucht nemen tot mijn barmhartigheid. Ik overlaad hen met liefde, meer nog dan zij verwachten. Omwille van hen ben Ik naar deze aarde gekomen; omwille van hen heb Ik mijn bloed vergoten. Ik kan niemand straffen, die op mijn barmhartigheid vertrouwt. Geen enkele zonde, al was zij een afgrond van slechtheid, kan mijn barmhartigheid uitputten; want hoe meer men neemt, des te rijkelijker stroomt zij. Al waren zijn misdaden zo zwart als de nacht, toch zal de zondaar, die zijn toevlucht neemt tot mijn barmhartigheid Mij verheerlijken en mijn lijden eren. In het uur van zijn dood zal Ikzelf hem verdedigen als mijn eer.

De grootste zondaar ontwapent mijn toorn, als hij roept om mijn medelijden. Ik zal hem recht doen door mijn ondoorgrondelijke, oneindige barmhartigheid. Ik ben heilig en de kleinste zonde vervult mij met afschuw. Als de zondaars echter berouw hebben, is mijn barmhartigheid grenzeloos. Ik achtervolg hen met mijn barmhartigheid op al hun wegen. Als zij tot Mij terugkeren, vergeet Ik alle bitterheid en verheug me over hun thuiskomst. Zeg hen, dat Ik nooit ophoud op hen te wachten: Ik luister naar hun harten om de geringste hartslag op te vangen, die voor Mij bedoeld is. Ik achtervolg hen met wroeging en beproevingen, met storm en bliksem en met de lokroep van de Kerk: Als zij echter al mijn genaden afwijzen, laat Ik hen aan zichzelf over en geef hen nog, hetgeen zij wensen. Wie niet door de deur van mijn barmhartigheid wil gaan, moet voor mijn gerechtigheid verschijnen.
Ik ben blij, als men veel van Mij verlangt; want het is mijn verlangen veel te geven, steeds meer en meer. Bekrompen mensen, die weinig verlangen, maken me verdrietig. Mijn dochter, laat iedereen weten dat Ik een en al liefde en barmhartigheid ben. Eenieder, die met vertrouwen tot Mij komt, ontvangt mijn genade zo overvloedig, dat hij ze niet bevatten kan en hij zal ze ook naar andere mensen laten stromen. Als een ziel mijn goedheid prijst, beeft satan en vlucht naar het diepste van de hel. Zeg tegen de priesters, die zij hun best doen om apostelen van mijn barmhartigheid te worden, dat Ik aan hun woorden een onweerstaanbare kracht en overtuiging geef en de harten zal aanraken van eenieder, die zij aanspreken.

Niets kwetst Mij zo zeer als het gebrek aan vertrouwen van een godgewijde ziel. Haar ontrouw doorboort mijn Hart. De zonden van twijfel aan mijn goedheid treffen mij het wreedst! Gelooft dan toch minstens mijn wonden!

De zielen, in de wereld en in het klooster, die Mij zonder voorbehoud beminnen, zijn een vreugde voor mijn hart en de blik van mijn Vader rust met welbehagen op hen. Zij zijn degenen, die een dam opwerpen tegen mijn gerechtigheid en de sluizen van mijn barmhartigheid openzetten. De liefde van deze zielen draagt de wereld.


 In het vagevuur
In het begin van haar kloosterleven, tijdens een korte ziekte, vroeg zuster Faustina aan Jezus voor wie zij nog moest bidden? Jezus antwoordde mij: “Hij zou het mij laten beseffen…” De volgende nacht zag ik mijn engelbewaarder, die mij bevel gaf hem te volgen. Plotseling bevond ik mij in een nevelige plaats vol vuur bij veel lijdende zielen. Deze zielen bidden heel innig, maar zonder resultaat voor zichzelf. Alléén wij kunnen hen helpen. De vlammen om hen heen deden mij niets. Mijn engelbewaarder verliet mij geen moment. Ik vroeg de zielen wat hun grootste lijden was. Als uit één mond antwoordden zij, dat hun grootste kwelling was het verlangen naar God. Ik zag ook O.L. Vrouw, hoe Zij de zielen in het vagevuur bezocht… Zij brengt hen verzachting. Ik wilde nog meer met hen spreken, maar mijn engelbewaarder gaf me een wenk om te gaan. Een stem in mijn binnenste zei me: “Mijn barmhartigheid wil dit niet, maar de gerechtigheid eist het.” Sinds die tijd onderhoud ik een innigere relatie met de lijdende zielen.


Afdaling in de hel
Eind oktober 1936 moest zuster Faustina afdalen in de hel, plaats van de verschrikkingen, om daarover te berichten. Zij schrijft in haar dagboek: “Vandaag werd ik door een engel in de diepten van de hel gebracht. Het is een plaats van grote kwellingen, ze is geweldig uitgestrekt. De soorten kwellingen, die ik zag, zijn de volgende: – De eerste kwelling waaruit de hel bestaat, is het verlies van God; – De tweede: de voortdurende gewetenswroeging; – De derde: deze toestand verandert nooit meer; – De vierde: het vuur doordringt de zielen zonder ze te vernietigen; dat is een verschrikkelijk lijden; het is een zuiver geestelijk vuur, dat voortkomt uit Gods toorn; – De vijfde kwelling: de constante duisternis en een vreselijke stank. Ondanks de duisternis zien de duivelen en de verdoemde zielen elkaar. Ze zien al het kwaad van de anderen alsook dat van henzelf; – De zesde kwelling: het onafgebroken gezelschap van satan. – De zevende kwelling: de verschrikkelijke wanhoop, de haat tegen God, de godslasteringen, vloeken en scheldwoorden. Dat zijn kwellingen, waar alle verdoemden gemeenschappelijk onder lijden, maar dat is nog niet alles. Er zijn nog speciale kwellingen voor de afzonderlijke zielen, namelijk; de kwellingen van de zintuigen. Iedere ziel ondergaat verschrikkelijk en onbeschrijflijk lijden, dat verband houdt met de manier waarop zij gezondigd heeft. Er zijn vreselijke spelonken en martelputten, waarin de vorm van foltering verschillend is.

Alleen al bij het zien van deze ontzettende straf zou ik gestorven zijn, als de almacht van God mij niet ondersteund had. De zondaar moet weten dat hij de hele eeuwigheid gemarteld wordt met het zintuig, waarmee hij zondigt. Ik schrijf hierover op bevel van God, zodat geen enkele ziel de uitvlucht kan gebruiken dat de hel niet bestaat of kan zeggen dat daar nooit iemand geweest is en men niet weet hoe het daar is. Ik, zuster Faustina, was op bevel van God in de diepten van de hel om de zielen te vertellen dat de hel bestaat en daarvan te getuigen. Ik kan daar nu niet over spreken, want God heeft bepaald, dat ik dit schriftelijk moet nalaten. De duivels hadden een grote haat tegen mij, maar op bevel van God moesten zij mij gehoorzamen. Wat ik opgeschreven heb, is slechts een zwakke afspiegeling van de dingen, die ik zag. Een ding viel mij op, daar zijn voornamelijk zielen, die niet geloofd hadden dat de hel bestaat. Toen ik weer terug was, kon ik me niet herstellen van de schrik, hoezeer de zielen daar lijden. Daarom bid ik nu nog vuriger voor de bekering van de zondaars. Ik smeek zonder ophouden om Gods barmhartigheid voor hen.”


Blik in de hemel
Enkele weken later, op 27 november 1936, mocht zuster Faustina in een onbeschrijflijk gelukzalig visioen de heerlijkheid van de hemel zien. Ze schrijft hierover in haar dagboek: “Vandaag was ik in de geest in de hemel en zag het onvoorstelbaar mooie en het geluk, dat ons na de dood wacht. Ik zag hoe alle schepselen zonder ophouden God loven en eren. Ik zag hoe groot de gelukzaligheid van God is, die uitstroomt over alle schepselen en hen vervult met onmetelijk diepe vreugde en hoe alle roem en eer uit dit geluk terugkeert naar de Bron.

Ze dringen door in de diepten van God, het innerlijke leven van God beschouwend – van de Vader, van de Zoon en van de H. Geest – dat ze nooit zullen begrijpen of doorgronden. Deze Bron van geluk is in haar wezen onveranderlijk, maar toch altijd nieuw. Er borrelt vreugde en zaligheid uit op voor alle schepselen. Nu begrijp ik de H. Paulus, die gezegd heeft: “Geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, in geen mensenhart is opgekomen, hetgeen God bereid heeft voor degenen, die Hem liefhebben.” En God liet mij begrijpen, dat er maar één ding is dat in zijn ogen oneindige waarde heeft en dat is de liefde tot Hem, liefde, liefde en nog eens liefde. Niets is te vergelijken met één enkele daad van zuivere liefde tot God. Welke onvoorstelbare gunsten geeft God aan de ziel, die Hem oprecht liefheeft. O, gelukkig de zielen in wie Hij reeds hier op aarde welbehagen heeft; het zijn de kleine, nederige zielen [ zie ook website van pastoor Geudens ‘Legioen Kleine Zielen’: https://hetlegioenkleinezielen.wordpress.com ]. De grote heerlijkheid van God, die ik waarnam, wordt door allen die in de hemel zijn geprezen, naargelang de trap van genade en rangorde, waarin zij zijn ingedeeld. Toen ik deze macht en majesteit van God zag, werd mijn ziel niet vervuld van huiver, ook niet van angst. Nee, helemaal niet. Mijn ziel werd vervuld van vrede en liefde. Hoe meer ik de majesteit van God leer kennen, des te meer ben ik erover verheugd dat God is zoals Hij is. Ook zijn majesteit verheugt mij oneindig en ook, dat ik maar zo klein ben. Omdat ik zo klein ben, draagt God mij in zijn hand en drukt mij aan zijn Hart.

“O mijn God, wat heb ik medelijden met de mensen, die niet in het eeuwige leven geloven. Ik bid vurig voor hen, dat ook zij door een straal van barmhartigheid geraakt worden en God hen aan zijn vaderlijk Hart zal drukken”.


Verering van de goddelijke Barmhartigheid
Tot de zending van zuster Faustina hoort: zich in totale overgave en met grenzeloos vertrouwen inzetten voor de verering van de goddelijke Barmhartigheid. En dit in zulke mate dat zij zegt: “O God, inhoud van mijn liefde, ik weet, dat op de dag van mijn dood mijn opdracht pas zal beginnen.”

Jezus verzekert haar nadrukkelijk: “Jouw opdracht is het, een grenzeloos vertrouwen te stellen in mijn goedheid en Ik zal je alles geven wat je nodig hebt. Door je vertrouwen sta Ik bij jou in de schuld. Als je vertrouwen groot is, zal mijn goedgeefsheid mateloos zijn. Schrijf zorgvuldig elke zin op, die betrekking heeft op mijn barmhartigheid, die Ik je dicteer tot nut van talrijke zielen.”
Uitdrukkelijk verlangde Jezus:
1. De afbeelding van de barmhartige Jezus
2. Het feest van de goddelijke Barmhartigheid met de daaraan voorafgaande noveen
3. De rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid en lofprijzingen
4. De stichting van de orde van de goddelijke Barmhartigheid.
Schietgebeden:
Jezus, zachtmoedig en nederig van Hart, maak ons hart gelijkvormig aan uw Hart en schenk ons een grenzeloos vertrouwen! Allerbarmhartigste Verlosser, ik wijd mij volledig en voor altijd aan U toe. Maak van mij een gewillig instrument van uw barmhartigheid. Een andere keer zegt Jezus: «Bid een noveen tot intentie van de Heilige Vader. Deze noveen bestaat uit 33 akten, dit wil zeggen: herhaal 33 maal het kleine gebed tot de Barmhartigheid dat Ik u geleerd heb: O bloed en water, die uit het Hart van Jezus stroomden als bron van Barmhartigheid voor ons, ik vertrouw op U!» (1. 142)


Het genadebeeld van de barmhartige Jezus

Zuster Faustina bericht: “Het was in Plock, op zondag 22 februari 1931, de eerste zondag van de vastentijd. ’s Avonds, toen ik in mijn kloostercel was, zag ik Jezus, in het wit gekleed. Een hand was omhoog geheven in een zegenend gebaar, de andere rustte op de borst. Ter hoogte van het hart was het kleed een beetje geopend en liet twee stralenbundels tevoorschijn komen; de ene was rood, de andere wit. Stil bekeek ik de Heer. Mijn ziel was met ontzag vervuld, maar ook met grote vreugde.”

Kort daarna sprak Jezus tot mij: “Schilder een afbeelding van Mij, zoals je Me ziet en schrijf er onder: Jezus, ik vertrouw op U! Ik verlang dat deze afbeelding vereerd wordt; eerst in jullie kapel, daarna over de hele wereld. Ik beloof dat allen, die deze afbeelding vereren, niet verloren zullen gaan. Ik beloof hen de overwinning op de vijand tijdens hun leven en speciaal in het uur van de dood. Ikzelf zal hen verdedigen als mijn eigen eer.” – “De huizen, ja zelfs de steden, waar deze afbeelding vereerd wordt, zal Ik sparen en beschermen.”

Later in 1934, in Vilnius, vroeg zuster Faustina in opdracht van haar biechtvader naar de betekenis van de beide stralen. Toen hoorde ze in haar binnenste: “De twee stralen duiden bloed en water aan. De witte straal betekent het water, dat de ziel reinigt; de rode straal betekent het bloed, dat aan de ziel het leven geeft… Deze twee stralen kwamen vanuit de diepte van mijn barmhartigheid naar boven, toen mijn hart met de lans geopend werd op het kruis. Zij beschermen de zielen voor de toorn van mijn Vader. Gelukkig degene, die in hun schaduw leeft, want de hand van de goddelijke gerechtigheid zal hen niet treffen. De mensheid zal noch rust noch vrede vinden, totdat zij zich vol vertrouwen tot mijn barmhartigheid wendt. Maak bekend, dat de barmhartigheid de voornaamste eigenschap van God is. Alle werken van mijn handen zijn gekroond door mijn barmhartigheid.”

“Ik geef de mensen een vat, waarmee ze naar de bron van de barmhartigheid moeten komen om genaden te putten. Het vat is deze beeltenis met het onderschrift: Jezus, ik vertrouw op U.”

“Niet in de schoonheid van de kleuren ligt de grootheid van deze beeltenis, maar in mijn genade. Ik verlang dat deze beeltenis openlijk vereerd wordt.” “Mijn blik op deze afbeelding is dezelfde als mijn blik op het Kruis” (I.138). “Door middel van dit beeld zal Ik veel genade geven aan de zielen. Men moet hen echter herinneren aan de vereiste voorwaarden van mijn barmhartigheid, want het geloof; al is het krachtig, zal niet baten zonder de werken” (II, 162-163).


De noveen tot de goddelijke Barmhartigheid
Jezus beval zuster Faustina deze noveen op te schrijven als voorbereiding op “het feest van de goddelijke Barmhartigheid”, dat overeenkomstig zijn wens op de eerste zondag na Pasen moet worden gevierd. Vandaar dat op Goede Vrijdag met de noveen moet worden begonnen. Men kan ze echter ook op elk moment van het jaar houden.

De Heer wil dat daartoe “de rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid” dagelijks gebeden wordt en wel voor de intenties, die Hijzelf aan zuster Faustina aangaf. “Ik verlang dat je gedurende deze negen dagen alle zielen naar de bron van mijn barmhartigheid leidt, zodat zij daar kracht en troost putten en allerlei genaden, die zij nodig hebben voor de moeilijkheden van het leven, maar vooral in het uur van de dood. Elke dag moet je een andere groep zielen naar mijn Hart brengen en hen onderdompelen in de oceaan van mijn barmhartigheid. Je zult dat doen in dit leven en in het toekomstige. Aan de bron van mijn barmhartigheid zal Ik aan geen enkele ziel iets weigeren. Iedere dag moet je mijn Vader, omwille van mijn smartelijk lijden, om genade smeken voor deze zielen.”
Eerste dag

Jezus zegt: “Breng vandaag bij Mij de hele mensheid, in het bijzonder alle zondaars, en dompel hen in de oceaan van mijn barmhartigheid. Daarmee verminder je mijn bittere droefheid om de verloren zielen.”
Bidden wij op voorspraak van “de Moeder van Barmhartigheid” om erbarmen voor de hele mensheid, in het bijzonder voor de zondaars.
Barmhartige Jezus, U die vol erbarmen en vergeving bent, let niet op onze zonden, maar op het vertrouwen dat wij in uw oneindige goedheid stellen. Neem ons op in uw medelijdend Hart. Daarom smeken wij U, omwille van de liefde, die U met de Vader en de H. Geest verenigt.
Onze Vader… Weesgegroet… Eer aan de Vader…
Eeuwige Vader, zie barmhartig neer op de hele mensheid, in het bijzonder op de zondaars. Wees barmhartig voor ons, omwille van het smartelijk lijden van uw Zoon, onze Heer Jezus Christus, zodat wij allen de almacht van uw barmhartigheid prijzen tot in eeuwigheid. Amen.
Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht, o heilige Moeder van God. Versmaad onze gebeden niet in onze nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd, onze Vrouwe, onze Middelares, onze Voorspreekster. Verzoen ons met uw Zoon, beveel ons aan uw Zoon, plaats ons voor uw Zoon. Amen.
Tweede dag
Jezus zegt: “Breng vandaag bij mij alle priesters en alle godgewijde personen en dompel hen in mijn onpeilbare barmhartigheid. Zij zijn het, die Mij de kracht gaven mijn bitter lijden te verduren. Zij zijn de kanalen, waardoor mijn barmhartigheid over de hele mensheid wordt uitgestort.”
Bidden wij voor de priesters en kloosterlingen op voorspraak van de “Moeder van de Kerk, de Middelares van alle genade”.
Barmhartige Jezus, van U komt alle goedheid. Wij bidden U, vermeerder de genaden in de zielen van de priesters en de kloosterlingen, zodat zij zich hun heilige roeping ten diepste bewust zijn en zich vol vertrouwen toeleggen op de werken van uw barmhartigheid. Geef dat zij door hun voorbeeld de zielen brengen naar de Vader van barmhartigheid en Hem verheerlijken.
Onze Vader… Weesgegroet… Eer aan de Vader…
Hemelse Vader, zie vol goedheid neer op uw uitverkorenen en geef hen de genade van uw zegen, zodat zij door de verdiensten van uw Zoon vol ijver werken voor het heil van de mensen en voor hen de volheid van uw barmhartigheid verkrijgen. Amen.
Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht…
Derde dag
Jezus zegt: “Breng vandaag bij Mij alle trouwe en vrome zielen en dompel hen in de oceaan van mijn barmhartigheid. Deze zielen hebben Mij getroost op mijn kruisweg. Zij waren de druppel troost in de oceaan van mijn smart.”
Bidden wij voor allen, die trouw blijven aan het ware geloof, op voorspraak van “Maria, hulp der Christenen.”
Barmhartige Jezus, U wilt de genadeschatten van uw barmhartigheid aan alle mensen in overvloed schenken. Wij bidden U, bemoedig alle trouwe zielen met de genade van volharding en ontsteek in hen met uw onpeilbare liefde, de liefde tot uw hemelse Vader.
Onze Vader… Weesgegroet… Eer aan de Vader…
Algoede Vader, zie vol liefde neer op de trouwe zielen. Sterk hen, omwille van het smartelijk lijden van uw Zoon, met de volheid van genaden van uw H. Geest, zodat zij met alle engelen en heiligen uw oneindige barmhartigheid prijzen tot in eeuwigheid. Amen.
Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht…
Vierde dag
Jezus zegt: Breng vandaag bij Mij zij, die niet in Mij geloven en zij, die Mij nog niet kennen. Tijdens mijn bitter lijden dacht Ik ook aan hen en hun ijver in de toekomst was een troost voor mijn Hart. Dompel hen in de oceaan van mijn barmhartigheid.”
Bidden wij voor degenen, die niet in God geloven en voor degenen, die God nog niet kennen, op voorspraak van “de Moeder van alle Volkeren”.
Barmhartige Jezus, U bent het Licht van de wereld. Bevrijd allen, die U nog niet kennen uit de duisternis van hun geest en laat hen in uw Hart rust en de ware vrede vinden. Mogen de stralen van uw genade hen verlichten, zodat ook zij de heerlijkheid van uw barmhartigheid prijzen.
Onze Vader… Weesgegroet… Eer aan de Vader…
Eeuwige Vader, zie genadig neer op de zielen van degenen, die niet in U geloven en degenen die U nog niet kennen. Breng hen tot de erkenning van de waarheid van het Evangelie van uw Zoon, zodat zij de eeuwige vreugde van de hemel verwerven en tot in eeuwigheid uw barmhartigheid prijzen. Amen.
Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht…
Vijfde dag
Jezus zegt: “Breng mij vandaag de zielen van de afgescheiden broeders en dompel hen in de oceaan van mijn barmhartigheid. Tijdens mijn bitter lijden verscheurden zij mijn lichaam en mijn Hart. Wanneer zij terugkeren in de schoot van de Kerk, genezen zij mijn wonden en troosten Mij in mijn smart.”
Bidden wij voor degenen die van het geloof zijn afgevallen en voor de verdwaalden met groot vertrouwen op de machtige voorspraak van Maria, “Toevlucht van de zondaars”, de overwinnares van alle duivelse boosheid en van alle misstanden.
Barmhartige Jezus, U bent de goedheid zelf en weigert niemand het licht van uw genade, als hij U erom vraagt. Neem alle afgescheiden broeders op in uw barmhartig Hart en breng hen terug in de schoot van de Kerk, zodat zij uw onpeilbare barmhartigheid loven en prijzen.
Onze Vader… Weesgegroet… Eer aan de Vader…
Oneindig heilige God, eeuwige Vader, heb medelijden met de afgescheiden en ontrouw geworden broeders, die uw genaden misbruiken. Let niet op hun slechtheid, omwille van het smartelijk lijden van uw Zoon, die zo innig voor de eenheid van zijn Kerk gebeden heeft. Amen.
Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht…
Zesde dag
Jezus zegt: “Breng vandaag bij Mij de zachtmoedige, nederige zielen en de zielen van de kleine kinderen en dompel hen in mijn barmhartigheid. Zij lijken het meest op mijn Hart. Zij sterkten Mij in mijn bittere doodsangst. Over hen stort Ik stromen van genade uit. Alleen nederige zielen zijn in staat mijn genaden te ontvangen. Aan nederige zielen schenk Ik mijn vertrouwen.”
Bidden wij voor de zachtmoedige zielen, die een kinderlijk vertrouwen bezitten en voor de kinderen op voorspraak van onze hemelse Moeder, de nederigste “Dienstmaagd van de Heer”. Haar heeft God verheven tot Koningin van hemel en aarde. Barmhartige Jezus, U hebt gezegd: “Leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van Hart” (Mt. 11,29). Wij vragen u, trek de kinderen en de zielen, die zoals zij zachtmoedig en nederig geworden zijn, tot uw heilig Hart. Mogen zij U verblijden als geurige bloemen voor uw goddelijke troon. Bewaar ze in uw Hart als een loflied op uw barmhartige liefde.
Onze Vader… Weesgegroet… Eer aan de Vader…
“Vader vol ontferming en God van alle vertroosting” (2 Kor 1,3), zie genadig neer op deze zielen, die IJ welgevallig zijn en lijken op het Hart van uw Zoon. Zegen omwille van hen de hele wereld, ·zodat allen uw onmetelijke barmhartigheid mogen prijzen. Amen.
Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht…
Zevende dag
Jezus zegt: “Breng vandaag bij Mij de zielen die mijn barmhartigheid bijzonder vereren en verheerlijken. Deze zielen delen het meest in mijn lijden en dringen het diepst door in mijn geest. Als levende, afbeeldingen van mijn barmhartig Hart zullen zij in het hiernamaals met een bijzondere glans schitteren. Geen van hen zal in het vuur van de hel terechtkomen. In het uur van de dood zal Ik hen allen bijstaan.”
Bidden wij voor degenen, die Gods barmhartigheid bijzonder vereren en verheerlijken op voorspraak van de “Moeder van Barmhartigheid”.
Goede Jezus, uw Hart stroomt over van barmhartige liefde. Laat alle apostelen van uw barmhartigheid zich veilig weten in uw bescherming. Sterk hun vertrouwen op uw almachtige hulp in alle lijden en beproevingen, die zij op zich nemen, om in vereniging met U van de hemelse Vader onafgebroken genade en barmhartigheid voor de hele mensheid te verkrijgen. Geef dat zij nooit verflauwen in hun ijver. Wees voor hen in het uur van de dood geen Rechter, maar de barmhartige Verlosser.
Onze Vader… Weesgegroet… Eer aan de Vader…
Eeuwige Vader, zie genadig neer op de zielen, die uw ondoorgrondelijke barmhartigheid bijzonder vereren en verheerlijken. In de trouwe navolging van uw Zoon doen zij vol overgave hun best getuigen te zijn van uw barmhartigheid. Ontsteek in hen een steeds grotere liefde en schenk hen een grenzeloos vertrouwen in uw goedheid, zodat zij tijdens hun leven de belofte van de Verlosser verkrijgen. Laat hen in het uur van de dood heel bijzonder de bescherming van uw barmhartigheid ervaren. Amen.
Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht…
Achtste dag
Jezus zegt: “Breng vandaag hij Mij de zielen die in het vagevuur zijn en dompel hen in de afgrond van mijn barmhartigheid, zodat de stromen van mijn bloed hun lijden verzachten. Deze zielen heb Ik zeer lief daar zij genoegdoening verschaffen aan mijn gerechtigheid. Jullie kunnen hen verlichting bezorgen uit de schatten van de Kerk: door aflaten, gebeden en offers van eerherstel. O, als jullie wisten welke kwellingen zij ondergaan, dan zouden jullie onafgebroken voor hen bidden en offers brengen om hun schuld aan mijn gerechtigheid af te lossen.”
Bidden wij voor de arme zielen in het vagevuur op voorspraak van de “Troosteres der bedroefden”, die onophoudelijk bij Gods troon voor hen ten beste spreekt. Barmhartige Heiland, U hebt gezegd: “Weest barmhartig, zoals mijn Vader barmhartig is” (Lc. 6,36), wij vragen U: ontferm U over de zielen in het vagevuur. Laat de stromen van uw kostbaar bloed en water, die uit uw Hart gekomen zijn, de gloed doven van het vuur dat hen reinigt, zodat het onmetelijk leed van deze zielen veranderd wordt in bevrijdende vreugde en zij tot in eeuwigheid de macht van uw barmhartigheid prijzen.
Onze Vader… Weesgegroet… Eer aan de Vader…
Barmhartige Vader, zie met uw oneindige liefde neer op de zielen in het vagevuur. Omwille van het smartelijk lijden van uw Zoon schenk hen door zijn bloed en zijn wonden de volheid van uw erbarmen. Amen.

Salve Regina – Wees gegroet, Koningin, Moeder van Barmhartigheid; ons leven, onze vreugde en onze hoop, wees gegroet! Tot U roepen wij, ballingen, kinderen van Eva; tot U smeken wij, zuchtend en wenend in dit dal van tranen. Daarom dan, onze Voorspreekster, sla op ons uw barmhartige ogen, en toon ons na deze ballingschap Jezus, de gezegende vrucht van uw schoot. O goedertieren, o liefdevolle, o zoete Maagd Maria.
Negende dag
Jezus zegt: “Breng Mij vandaag de lauwe zielen en dompel hen in de oceaan van mijn barmhartigheid. Deze zielen verwonden mijn Hart het meest pijnlijk. In de Hof van olijven ondervond mijn ziel de grootste walging door deze zielen. Zij deden Mij de klacht slaken: “Vader, als Gij wilt, laat dan deze beker aan Mij voorbijgaan. Maar toch: niet mijn wil, maar uw wil geschiede” (Luc. 22,42). Voor hen is mijn barmhartigheid de laatste redding.”
Bidden wij voor de lauwe zielen en bevelen wij hen aan de bijzondere voorspraak van Maria, “Toevlucht van de zondaars”.
Allerwelwillendste Jezus, met uw verlossend lijden omvat Gij alle zielen. Berg, in uw oneindige barmhartigheid, alle lauwe en koud geworden zielen in uw gemarteld Hart en verwarm hen met het vuur van uw goddelijke liefde. Beziel hen met nieuwe ijver om U te dienen en om door uw oneindige verdiensten hun eeuwig heil te verlangen.
Onze Vader… Weesgegroet… Eer aan de Vader…
Eeuwige Vader, zie vol erbarmen neer op de lauwe zielen, die het Hart van uw Zoon onmetelijk pijn hebben gedaan. Laat U verzoenen door zijn heilig lijden en sterven, dat Hij op onze altaren in elk heilig Misoffer tegenwoordig stelt. Schenk hen de genade van bekering, zodat zij uw goddelijke Barmhartigheid nu en later in de hemel zalig prijzen. Amen.
Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht…


Het Feest van de goddelijke Barmhartigheid

“Ik verlang, dat het feest van mijn Barmhartigheid een toevlucht zal zijn voor alle zielen, maar vooral voor de arme zondaars. Op die dag staan alle schatkamers van mijn Barmhartigheid voor iedereen open. Ik zal een oceaan van genaden uitstorten over de zielen, die naar de bron van mijn Barmhartigheid komen. Allen, die op deze dag biechten en de H. Communie ontvangen, krijgen niet alleen vergeving van hun zonden, maar ook kwijtschelding van de straffen, die zij door hun zonden verdiend hebben. Niemand moet bang zijn om tot Mij te komen, zelfs niet al zouden zijn zonden rood zijn als scharlaken. Mijn barmhartigheid is zo groot, dat geen verstand, noch dat van de mensen, noch dat van de engelen haar ooit zou kunnen doorgronden. Het feest van de Barmhartigheid komt voort uit mijn diepste Wezen. Ik verlang, dat het op de eerste zondag na Pasen feestelijk gevierd zal worden. Dit feest zal een troost zijn voor de hele wereld.”


De rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid

Over het ontstaan van deze rozenkrans schrijft zuster Faustina op 13-9-1935 in haar dagboek: “’s Avonds in mijn cel zag ik een engel, de uitvoerder van Gods toorn. Hij droeg een licht gewaad, zijn aangezicht straalde. Onder zijn voeten was een wolk, waaruit donder en bliksems kwamen…, die de aarde moesten treffen. Ik smeekte de engel te wachten, totdat de wereld boete zou hebben gedaan. Gelet op de goddelijke toorn was mijn smeken nutteloos.

Toen zag ik de heilige Drievuldigheid; de majesteit van haar verhevenheid doordrong mijn hele wezen en ik had niet de moed mijn smeekbede te herhalen. Op hetzelfde moment voelde ik de macht van de genade van Jezus in mijn ziel…, en ik begon God voor de wereld te smeken met de woorden, die ik in mijn binnenste hoorde. Terwijl ik zo bad, zag ik dat de engel, die de rechtvaardige straf voor de zonden van de mensen moest uitvoeren, geen kracht meer had. Nooit eerder had ik met zo’n innerlijke kracht gebeden als toen. Dit zijn de woorden, waarmee ik God smeekte: “Eeuwige Vader, ik offer U op het Lichaam en Bloed, de Ziel en de Godheid van uw welbeminde Zoon, onze Heer Jezus Christus, tot vergeving van onze zonden en die van de hele wereld. Omwille van zijn smartelijk lijden, wees barmhartig voor ons en voor de hele wereld.” De volgende morgen hoorde ik bij het binnengaan van de kapel: “Deze gebeden worden gebruikt om mijn toorn te bedaren. Je moet ze bidden op de gewone rozenkrans als volgt:

Eerst een Onze Vader, een Weesgegroet en de geloofsbelijdenis. Op de grote kralen: Eeuwige Vader enz. Op de kleine kralen: Omwille van zijn smartelijk lijden enz. Tot slot drie maal: Heilige God, heilige Sterke, heilige Onsterfelijke, ontferm U over ons en over de hele wereld.”

“Bid heel vaak de rozenkrans, die ik je geleerd heb. Iedereen die hem bidt zal mijn barmhartigheid tijdens zijn leven ervaren, maar vooral in het uur van zijn dood.” `Als deze rozenkrans hij de stervenden gebeden wordt, neemt de toorn van God af en de ziel wordt omgeven met zijn barmhartigheid. Bid zoveel mogelijk voor de stervenden. Smeek voor hen vertrouwen af op mijn barmhartigheid, want dat ontbreekt hen het meest.”

Met het oog op de toenemende goddeloosheid met alle funeste gevolgen en het duidelijke gevaar van een wereldwijde opstand worden de verschijningen en boodschappen van O.L. Vrouw, waarin Zij waarschuwend oproept tot bekering en om gebed en boete vraagt, steeds talrijker. Het is een bewijs, hoezeer Maria voor ons als Moeder en Medeverlosseres bij God voor ons opkomt.

Jezus zelf bevestigt dit geheim, als Hij tegen ieder van ons in “de boodschap van de barmhartige Liefde aan de kleine zielen” op 21 maart 1968 zegt: “Denk eraan dat het Hart van jullie Moeder nu als in een gruwelijke druivenpers wordt uitgeperst en bloed en tranen in overvloed opwellen; deze tranen zijn het enige offer, dat mijn toorn tegen de goddelozen nog kan temperen.” Het is God dan ook zeer welgevallig, als wij bij het bidden van de rozenkrans tot de goddelijke Barmhartigheid deze tranen en smarten gedenken en (in ieder geval privé) als volgt bidden:

Begin: Onze Vader, Weesgegroet, geloofsbelijdenis. Op de grote kralen: Eeuwige Vader, ik offer U op het Lichaam en het Bloed, de Ziel en de Godheid van uw welbeminde Zoon onze Heer Jezus Christus – en de tranen en bitterheden van zijn allerheiligste Moeder – tot vergeving van onze zonden en die van de hele wereld. Op de kleine halen: Omwille van zijn smartelijk lijden en dat van zijn Moeder, wees barmhartig voor ons en voor de hele wereld. Tot slot driemaal: Heilige God, heilige Sterke, heilige Onsterfelijke, ontferm U over ons en over de hele wereld.


Toewijding aan de barmhartige Jezus
Barmhartige Jezus, uw goedheid is oneindig en de schatten van uw genade zijn onuitputtelijk. Ik vertrouw grenzeloos op uw barmhartigheid, die al uw werken overtreft (Ps. 144,9). Ik wijd mij volkomen aan U en wil leven in de stralen van uw genade en liefde, die op het kruis uit uw Hart gevloeid zijn. Ik wil uw barmhartigheid bekend maken en vooral bidden voor de bekering van de zondaars. Ik wil de armen, de bedroefden en de zieken troosten en steunen. U echter zult mij beschermen als uw eigendom en uw eer, want ik vrees alles van mijn zwakheid en verwacht alles van uw barmhartigheid. Moge de hele mensheid de onbegrijpelijke diepte van uw barmhartigheid kennen, haar hele hoop erop stellen en haar loven en prijzen tot in eeuwigheid. Amen. Jezus, ik vertrouw op U! “O bloed en water, die uit het Hart van Jezus stroomden als bron van Barmhartigheid voor ons, ik vertrouw op U!” (Schietgebed dat Jezus zuster Faustina gedicteerd heeft)


Lofprijzing van de goddelijke Barmhartigheid

Op 12 februari 1937 schrijft zuster Faustina in haar dagboek: “Gods liefde is de bloem, de barmhartigheid is de vrucht. Als een ziel twijfelt, laat haar de lofprijzingen van de goddelijke Barmhartigheid bidden en ze zal vertrouwen krijgen.”

Goddelijke Barmhartigheid, onbegrijpelijk geheim van de allerheiligste Drievuldigheid, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, grootste eigenschap van God, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, uitdrukking van de hoogste macht van God, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, uit wie alle leven en geluk voortkomt, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, bron van wonderen en geheimen, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, het heelal omvattend, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die uit het Hart van Jezus stroomt, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons de Maagd Maria tot Moeder van Barmhartigheid gegeven hebt, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, zichtbaar in het fundament en de verbreiding van de Kerk, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, zichtbaar in het geschenk van de heilige sacramenten, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, onuitputtelijk in de sacramenten van het doopsel en van de biecht, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, wonderbaarlijk in het sacrament des Altaars en van het priesterschap, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, oneindig luisterrijk in alle geheimen van het geloof, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons uit het niet tot bestaan roept, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons heel ons leven begeleidt, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons behoedt voor verdiende straffen, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons het heilig geloof geeft, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons vult met genaden, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons bevrijdt uit de ellende van de zonde, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons speciaal in het uur van de dood omhelst, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons het eeuwig leven schenkt, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons behoedt voor het vuur van de hel, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die de zondaars bekeert, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die de rechtvaardigen heiligt, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die de heiligen tot volmaaktheid brengt, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, toeverlaat voor de zieken en de lijdenden, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, toevlucht van de armen en de bedrukten, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, hoop van de wanhopigen, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, rust en vrede van de stervenden, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, troost van de arme zielen in het vagevuur, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, verrukking van alle heiligen, wij vertrouwen op U.

Laat ons bidden:
Vader van ontferming en God van alle troost, uw goedheid is grenzeloos. Wij bidden U, zie genadig op ons neer en vermeerder in ons de werkzaamheid van uw barmhartigheid, zodat wij ook in zware beproevingen niet de moed verliezen, maar ons steeds vol vertrouwen overgeven aan uw heilige Wil, door onze Heer Jezus Christus, de Koning van Barmhartigheid, die met U en de H. Geest leeft en heerst in eeuwigheid. Amen.


Het uur van barmhartigheid

Om drie uur… verdiep je tenminste even in mijn lijden, met name in mijn grote eenzaamheid bij het sterven. Het is het uur van de grote barmhartigheid… Roep de almacht van de barmhartigheid af over de hele wereld, vooral over de arme zondaars. In dit uur staat de barmhartigheid voor elke ziel wijd open en kun je alles vragen voor jezelf en voor anderen. De barmhartigheid heeft over de gerechtigheid getriomfeerd… Daarom verlang ik van elke ziel dat zij mijn barmhartigheid prijst”. “Zeg steeds de rozenkrans of het kroontje, dat Ik u geleerd heb. Hij die hem bidt zal grote barmhartigheid ondervinden in het uur van zijn dood. Zelfs de meest verstokte zondaar zal, zelfs als hij slechts éénmaal dit kroontje bidt, genade ontvangen van mijn oneindige barmhartigheid” (Ik 129).


Orde van de goddelijke Barmhartigheid
Het laatste doel van de zending van zuster Faustina is het stichten van een kloosterorde van de goddelijke Barmhartigheid. Zuster Faustina kreeg daarover verschillende ingevingen. Zij sprak daar allereerst met haar biechtvader over. Pas later toen hij ernaar vroeg, sprak ze over de instructies, die Jezus haar gegeven had. “God wil”, schrijft ze, “dat deze kloostergemeenschap het uitstorten van de goddelijke Barmhartigheid over de mensheid afsmeekt.” Ik hoorde in mijn ziel de volgende woorden: “Jouw doel en dat van je medezusters is je met de grootst mogelijke liefde niet Mij te verenigen, de aarde met de hemel te verzoenen, de rechtvaardige toorn van God te kalmeren en voor de wereld barmhartigheid af te smeken.” Het moet een slotklooster zijn naar het voorbeeld van de Karmelieten. Haar invloed op de samenleving moet de gemeenschap uitoefenen door gebed, boete en liefdadigheid van lekezusters. Deze werken van naastenliefde moeten vooral gericht zijn op thuisloze kinderen en op eenzamen. Dat geldt ook voor lekemedewerkers.

Zuster Faustina was overtuigd dat deze orde gesticht moest worden en deed moeite om de toestemming daarvoor te krijgen. Zover kwam het echter niet. God wilde alleen, dat zij het plan daartoe uiteenzette, door de verplichtingen van de nieuwe orde bekend te maken. Zij zou slechts de geestelijke stichteres zijn. In juni 1937, zij was toen al zwaar ziek, zag zij kort voor haar dood in een droom het eerste klooster. Zij zag hoe haar biechtvader, in een kleine houten kapel, midden in de nacht de geloften van de eerste zes vrouwelijke leden in ontvangst nam. Wat zij voorzien had werd op 10 november 1944 werkelijkheid in Vilnius in de door bommen verwoeste kapel van de Karmelieten.


Aanwijzingen voor de vereerders van de goddelijke Barmhartigheid door pater Stanislas Skudrzuyk S.J.

De vereerders moeten:
1. de afbeelding van de barmhartige Jezus in hun woning vereren en zich met al hun intenties en moeilijkheden vol vertrouwen tot Hem wenden.
2. zich toewijden aan de barmhartige Jezus.
3. leven in de genadestralen van de barmhartige Jezus d.w.z. hun best doen om hun hart altijd zuiver te houden en streven naar de christelijke volmaaktheid.
4. aan de dagelijkse gebeden het schietgebed: “Jezus, ik vertrouw op U”, toevoegen. Indien enigszins mogelijk dagelijks de rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid bidden of Gods barmhartigheid met andere gebeden eren.
5. de Moeder van God eren als “Moeder van Barmhartigheid” en onze hemelse Moeder bijzonder liefhebben en eren.
6. Gods barmhartigheid bekend maken door het verrichten van geestelijke en lichamelijke werken van barmhartigheid.
De zeven lichamelijke werken van barmhartigheid

  1. de hongerigen te eten geven
    2. de dorstigen te drinken geven
    3. de naakten kleden
    4. vreemdelingen opnemen
    5. de gevangenen bevrijden
    6. zieken bezoeken
    7. de doden begraven

De zeven geestelijke werken van barmhartigheid

  1. de zondaars terechtwijzen
    2. de onwetenden onderrichten
    3. de vertwijfelden goede raad geven
    4. de bedroefden troosten
    5. de lastigen geduldig verdragen
    6. degenen die ons beledigen graag vergeven
    7. voor de levenden en overledenen bidden

Gebeden

Voor de H. Kerk en voor de priesters

O mijn Jezus, ik smeek U voor de hele Kerk. Schenk haar liefde en het licht van uw heilige Geest. Geef kracht aan de woorden van de priesters, zodat de meest verstokte zondaars tot inkeer komen en terugkeren naar U. Goddelijke Hogepriester, geef ons heilige priesters, bewaar hen in heiligheid. Moge de kracht van uw barmhartigheid hen overal begeleiden en hen beschermen tegen de hinderlagen en valstrikken van de duivel, die de zielen van de priesters voortdurend bedreigen. O Heer, moge de kracht van uw barmhartigheid alles wat de heiligheid van de priesters kan aantasten, doen mislukken, want Gij kunt alles. Ik vraag U, Jezus, een bijzondere zegen en licht voor de priesters, bij wie ik gedurende mijn leven te biechten zal gaan. Amen. (III. 13; I.110)

Gebed van dankzegging

O Jezus, eeuwige God, ik dank U voor uw talloze genaden en zegeningen. Moge elke klop van mijn hart een nieuw lied zijn van dankzegging voor U. Moge elke druppel van mijn bloed door mijn aderen stromen voor U. Mijn ziel is een lofzang ter ere van uw barmhartigheid. Ik heb U lief, 0 God, om Uzelf alleen. Amen. (VI.138)

Gebed van zuster Faustina

Jezus, eeuwige Waarheid, sterk mijn zwakke krachten. U, Heer kunt alles. Zonder U zijn mijn inspanningen nutteloos. O Jezus, verberg U niet voor mij, want zonder U kan ik niet leven. Verhoor het roepen van mijn ziel. Uw barmhartigheid is niet uitgeput; ontferm U dus over mijn ellende. Uw barmhartigheid gaat het verstand van engelen en mensen ver te boven. Ofschoon het lijkt, dat U mij niet hoort, stel ik mijn hele vertrouwen op uw barmhartigheid. Ik weet dat U mij niet teleurstelt. Amen.


Levensbeschrijving van Zr. Maria Faustina
Haar burgerlijke naam was Helena Kowalska. Zij werd op 25 augustus 1905 geboren in het Poolse dorp Glogowiec, in de buurt van Lodz. Zij groeide op in een gezin met negen broers en zussen. Haar ouders voedden haar zeer zorgzaam op. Door de armoedige omstandigheden waarin het gezin leefde, kon zij slechts drie jaren de Lagere School volgen. Toen zij 20 jaar was trad zij in in de orde van de Zusters van de “Moeder van Barmhartigheid”. Zij werkte in verschillende kloosters in de keuken en ook als lekezuster in de tuin. Ze stierf op 5 oktober 1938 in het klooster JozfowLagiewniki in Krakau aan tuberculose. Op 25 november 1966 werd haar lichaam opgegraven en haar graf verplaatst naar de kloosterkerk. Op 20 september 1967 werd het informatief proces over haar leven en deugden afgesloten door kardinaal Karol Woytila en werden de akten naar Rome gestuurd. Op 18 april 1993 mocht hij haar, nu als Paus Johannes II, zalig verklaren.

“De zielen, die de verering van mijn barmhartigheid verspreiden, zal Ik heel hun leven beschermen zoals een tedere moeder haar zuigeling. In het uur van hun dood zal Ik voor hen geen rechter zijn, maar een barmhartige Verlosser.” (III.20)

Deze brochure werd uit het Duits vertaald door: Stichting Medjugorje Centrum, Kremerslaan 30, Landgraaf.

Bewerking door pastoor Geudens, Landgraaf


 

Grace is something that no one can know and is how much light there is in the soul? Francis’ new theological opinions

Denzinger-Bergoglio's avatar

A well known fact in the life of Saint Joan of Arc occurred when she was interrogated by the inquisition. When questioned as to whether or not she was in the state of grace, her answer reflected wisdom, truth and faith: ‘If I am not, may God put me there; if I am, may God keep me so.’

Six centuries later, a similar question was repeated, this time posed not to a saint, but rather to the man who occupies the Chair of Peter. Both individuals gave short responses, but with an astonishing doctrinal difference.

We know by Catholic teaching that grace is a supernatural gift infused by God in our soul, making us participants of his life and heirs of heaven. No one may know for sure if they are in the state of grace. However, the truths of Revelation, a good conscience and many other indications permit us…

View original post 64 woorden meer

Spaemann: ‘Amoris Laetitia in strijd met leer H. Johannes Paulus II’

spaemann_wp_45d5fea1d4255eabf4275a7581997768De apostolische exhortatie Amoris Laetitia (AL) betekent een breuk in de katholieke traditie. Dat zegt prof. Robert Spaemann, de nestor van de Duitse filosofie.

AL weerspreekt direct het onderricht van de H. Johannes Paulus II in diens exhortatie Familiaris Consortio, aldus Spaemann tegen CNA. Het veranderen van de kerkelijke praktijk betekent een “breuk met haar wezenlijke antropologische en theologische leer over het menselijk huwelijksleven en de seksualiteit”. Dit is voor “elk denkend persoon” helder, aldus Spaemann.

Voetnoot 351

In strijd met de leer van de H. Johannes Paulus stelt de inmiddels beruchte voetnoot 351 van AL dat hertrouwd gescheidenen en anderen in “onregelmatige verhoudingen” eventueel toegelaten kunnen worden tot de sacramenten. De voetnoot noemt zowel de biecht als de eucharistie.

Kritisch

Ook mgr. Athanasius Schneider, hulpbisschop van Astana (Kazachstan) heeft zich kritisch uitgelaten: “Wanneer je de stellingen van AL leest met een eerlijk begrip, zoals ze in hun eigen context staan, merk je dat er een moeilijkheid is om die te interpreteren volgens de traditionele leer van de Kerk”, aldus Schneider in een uitgebreide analyse van AL.

Situatie-ethiek

Ook Spaemann veroordeelt de kennelijke omhelzing door de exhortatie van een “situatie-ethiek” als iets wat in strijd is met universele normen, evenals de oproep daarin om bepaalde menselijke handelingen niet te veroordelen, wat direct in tegenspraak is met de seksuele ethiek van de Kerk.

Chaos tot principe

“Als het gaat om seksuele relaties die in objectieve tegenspraak zijn met de christelijke levensorde, zou ik van de paus graag horen na hoeveel tijd en onder welke voorwaarden zo’n objectief zondige levenswijze tot een gedrag wordt dat God behaagt”, zei Spaemann. Door “chaos tot principe” te maken leidt paus Franciscus met “één pennenstreek” de Kerk “in de richting van schisma”. Spaemann waarschuwt dat dit schisma zich niet “aan de rand maar in het midden van de Kerk” zal voltrekken.

Onwillig

Ook waarschuwt Spaemann dat AL misbruikt kan en zal worden om trouwe priesters mee onder druk te zetten. “Elke kardinaal, zowel als iedere bisschop en iedere priester is nu geroepen om in zijn eigen sfeer van gezag de katholieke sacramentele orde te bewaren en die openlijk te belijden. Als de paus onwillig is om een correctie aan te brengen, dan is het aan een volgend pontificaat om officieel de zaken weer terug in orde te brengen.” (KN/CNA/LifeSiteNews)

>>>  http://www.katholieknieuwsblad.nl

De strijd die in Syrië gevoerd wordt bereidt een nieuwe wereldorde voor

29 april 2016, pater Daniël.

Twee stromingen

imageSyrië wordt een nieuw hoofdstuk in  de geschiedenis van de mensheid. De strijd die daar nu gevoerd wordt,  bereidt een nieuwe wereldorde voor. Het is niet de wereldorde van een Angelsaksische wereldoverheersing door Amerika-Israël-Engeland-Frankrijk en hun getrouwen, die hun belangen naar believen kunnen opdringen. Deze tegen alle rechtsregels in, bloeddorstig opgelegde wereldorde ligt op sterven, al is ze nog lang niet dood, laat staan begraven. In de geopolitiek breken evenwel onweerstaanbaar nieuwe verhoudingen door.  Landen zoals Rusland, China, Iran zijn geen speelbal meer  van “het westen”. Zij kunnen zich steeds meer als soevereine landen laten gelden. Het immense Rusland, ongeveer zo groot als China en Amerika samen, speelt hierbij een voortrekkersrol. Het kan voor Syrië steeds meer de terugkeer  eisen naar de eerbied voor de soevereiniteit en het internationaal recht.  En de aanleiding hiertoe is de taaie weerstand en eenheid van Syrië. Een volk  dat weerstand blijft bieden tegen een militaire overmacht van Amerika, Europa, Arabië (golfstaten), is op zich een wonder. Syrië beleeft helaas de grootste humanitaire ramp sinds de Tweede Wereldoorlog. Honderdduizenden mensen werden gedood. Duizenden scholen, ziekenhuizen, kloosters, kerken, archeologische sites, moskeeën, openbare gebouwen en huizen van  burgers werden verwoest. Het ondergaat hetzelfde lot als tientallen andere landen de voorbije 25 jaar, maar het zal stand houden ondanks de grootste ellende. Bovendien is er naast de materiële ook nog de morele nood. Een samenleving waarin verschillende etnische groepen en gelovigen gedurende eeuwen harmonisch in vrede samenleefden, is grondig ontwricht.

In Syrië wordt nu  ook een nieuw hoofdstuk geschreven in de kerkgeschiedenis. Wereldwijd woedt  er een  christenvervolging zoals nooit voorheen en in Syrië is 40% van de christenen gevlucht omwille van de onveiligheid. De onverschilligheid in het westen tegenover deze uitroeiing is tragisch. We hebben geen nood aan campagnes over vluchtelingen. Christenen en alle anderen moeten geholpen worden opdat ze in hun eigen land kunnen blijven wonen. Als de wortels van het christendom (de christenen in het Midden-Oosten) worden doorgehakt, zal de hele boom sterven.  Wij bidden, hopen en ijveren dat dit niet zal gebeuren, maar het gevaar blijft.

Tijdens enkele spreekbeurten die ik gedurende mijn verblijf in het Vlaamse land mocht geven, werd ik met twee stromingen geconfronteerd.  De meesten weten stilaan wat er in Syrië gebeurt en doorzien de mediamanipulatie die gericht is op de verdere vernietiging van land en  volk. Zij staan ondubbelzinnig aan de kant van de onschuldige slachtoffers. Vele jongeren (en sommige ouderen) zijn nog veel ijveriger dan ik om te getuigen van de waarheid en de soevereiniteit te verdedigen ten einde het  Syrische volk en de christenen te beschermen. Zij blijven op verschillende wijzen contact houden met Syrië. Zij zijn  het die  mijn getuigenis steunen. Toch is er nog een niet onbelangrijk deel geheel ondergedompeld in de leugens van de huidige openbare opinie, dagelijks gevoed door de media en de gezaghebbende politici. Zij zijn voortdurend bezig met de zogenaamde “misdaden” van het “Syrische regime” waardoor in feite de werkelijke gruwelen door terroristische groepen, vanuit het buitenland gesteund, aangemoedigd worden. Wel wordt deze groep steeds kleiner. De beste remedie om van deze misleidingen bevrijd te worden, is zelf naar Syrië komen en kijken wat er gebeurt.  De voorbije maanden zijn er meerdere groepen uit Europa naar Syrië gekomen en hebben zonder  enige moeilijkheden het land kunnen bezoeken (met uitzondering van Aleppo, waar het helaas nog veel erger wordt). Ook steeds meer politici komen eindelijk  Damascus bezoeken.

In de  voetstappen van Paulus: The Desert of Damascus

Het oude Syrië met zijn vage en wisselende grenzen omvatte Israël, Palestina, Libanon, Noord-Turkije met Antiochië (nu Antakya), de Tigris en de Eufraat, een deel van  Irak en Jordanië. Dit Syrië is de wieg van de menselijke beschaving en de bakermat van het kostbaarste dat de mensheid ontving, het joods-christelijk geloof.  Vooraleer de heilige Petrus naar Rome trok, was hij zeven jaar bisschop in Antiochië, het eerste centrum van het christelijk geloof buiten Jeruzalem en de joodse wereld,  een brandpunt van hellenistische cultuur.  De Ottomanen hebben  Antiochië ingepalmd, ze maakten er Antakya van en hebben er iedere christelijke verwijzing uitgewist. Voor de poorten van Damascus kreeg Paulus een visioen van de gestorven en verrezen Heer Jezus. Dit veranderdenzijn leven grondig  en werd het begin  van de wereldwijde verkondiging van het christelijk geloof.

Voordat de oorlog tegen Syrië uitbrak, werden in ons klooster vele jeugdkampen en jongerenretraites gehouden. Al is de oorlog nog niet helemaal voorbij, de  fraters zullen heel graag opnieuw met dergelijke jeugdkampen beginnen. Ze kunnen zorgen voor een toeristische uitstap, bv. naar Ma’aloula, waar nog Aramees, de taal van Jezus gesproken wordt en waar de mensen na de verwoestingen van de rebellen teruggekeerd zijn. De jongeren kunnen kennis maken met de hulpverlening en eventueel nog meehelpen, ze kunnen mee-bidden, meeleven en meewerken op het grote terrein  met zijn duizenden vruchtbomen (olijven, amandelen, granaatappels, vijgen, kersen, appelen, peren…, naast groenten en kruiden). Het zal deze zomer  de eerste keer zijn sinds de oorlog dat we weer in veiligheid ons eigen terrein kunnen bewerken. Er kan gezorgd worden voor een tocht in de woestijn en een tijd van  algehele afzondering en stilte om in te keren in zichzelf. De uiteindelijke bedoeling is dan jongeren helpen om God te ontmoet opdat ieder zijn/haar  eigen roeping zou ontdekken. Dit is een vorm van roepingenpastoraal in brede zin, “in de voetstappen van Paulus” en in “the Desert of Damascus”,  een universiteit van stof, stenen en storm. Wie de uitdaging aandurft zal blij verrast zijn om het resultaat. Zorg voor een visum, een ticket, strikt persoonlijke benodigdheden  en wij helpen je bij de rest. Stop uw valies niet vol met klederen, wij hebben ook een wasmachine (en regelmatig elektriciteit!). Welkom.

Red Aleppo

Terwijl Aleppo dicht bij de bevrijding leek te staan, is nu de toestand nog erger geworden. Sinds het  zogenaamde staakt-het-vuren (27 februari) tot 22 april zijn er 440 mensen gedood of zwaar gewond door de “gematigde” rebellen. En de laatste dagen blijken er nog meer raketten te vallen. Om de aandacht van de werkelijkheid af te wenden heeft Amnesty International zijn  oude verhalen van bomvaten van het Syrische leger met getrukeerd fotomateriaal boven gehaald. Hiermee wil AI tegelijk de democratische presidentsverkiezingen, gewonnen door de partij van de president, uit de aandacht houden. Terwijl Turkije op de meest barbaarse wijze heel het Noorden van Syrië al jaren uitmoordt en verwoest, willen onze media tonen dat het allemaal de schuld is van het Syrische leger en de president. Het zijn wel degelijk terroristen die het al-Razi hospitaal hebben aangevallen. Ondertussen weten we ook hoe de VS het sztaakt het vuren schendt en al-Qaïda blijft bewapenen (Les Etats-Unis violent le cessez-le-feu en Syrie et  arment  Al-Qaïda, 25 april 32016, réseau voltaire). En dat de “internationale gemeenschap”  Syrië verder kapot wil, blijkt uit het feit dat de verstikkende en onmenselijke sancties nog steeds niet opgeheven zijn. De noodkreet van de (Latijnse) apostolische vicaris van Aleppo, Georges Abou Khazen (en anderen) wordt helemaal niet gehoord. Erdogan krijgt alle vrijheid om verder te doen en wordt  door Europa hiervoor nog met miljarden dollars beloond. Onze media blijven de andere kant op kijken. Met Aleppo staat heel Syrië, ja heel de mensheid op het spel. Red Aleppo.

Russofobie brokkelt af

Op 17 juli 2014 vloog een Maleisische Boeing 777  van Amsterdam naar Kuala Lumpur.  De ene theorie na de andere volgde. Er werd zelfs een tekenfilmpje verzonnen en verspreid. Nu komt de BBC echter met een reportage die wil aantonen  dat de misdaad  beraamd is door de CIA en uitgevoerd door het Oekraïense leger met een gevechtsvliegtuig (SU-25), met het doel om de sancties tegen Rusland te verzwaren, om aan te tonen dat Rusland een barbaarse staat is en om de oorlogsvoering van de NAVO  in Oekraïne te kunnen opvoeren. (Mike Rudin BBCNews, Conspiracy Files: Who shot down MH 17?) Inmiddels zijn deze doelstellingen ruimschoots gerealiseerd. Het wordt nog boeiender wanneer men vertelt dat Poetin rond die tijd daar ook gepasseerd is met zijn presidentieel vliegtuig, dat in vorm en kleur sterk gelijkt op de MH17 of dat een groot aantal aids-specialisten aan boord was, waardoor nu al hun ‘patenten’ op de geneesmiddelen tegen aids overgaan naar… de familie Rothschild, een van de allerrijkste dynastieën op onze planeet. Helaas wordt de tragedie hierdoor alleen maar groter.  Zijn  we werkelijk onderweg naar een post-menselijk tijdperk? Kom, Heer Jezus om definitief alle  rijken van het “mensdom”  te vervangen door  Uw Rijk.

Een dankbare ontmoeting

De tijd van mijn verblijf in België zal weer vlug voorbij zijn.  Heel veel mensen zou  ik  willen danken om hun mee-leven, mee-bidden, mee-strijden en mee-helpen. Hiervoor wil ik een namiddag voorzien, nl. op zondag 8 mei 2016 in de parochiezaal van Postel van 14.30 u tot aan de vespers van 18.00 u. Daar kan ieder die wil dan vrij binnenlopen om met een tas koffie en een gebakje rustig van gedachten te wisselen. Iedereen welkom. (Parkeren op de grote parking voor het gasthof).


 

Wolven binnen de omheining

Wolven… binnen de omheining

4240511Door Pastoor A. Ory

(Oorspronkelijk artikel is een klein beetje bewerkt en ingekort door pastoor Geudens)

Wie de Boodschap (boek met boodschappen van Jezus tot Marguerite voor de kleine zielen) leest wordt herhaaldelijk geconfronteerd met akelige en tragische waarschuwingen in verband met de noodsituatie in de Kerk: dwaalleer is binnengedrongen en wordt verspreid, niet alleen door buitenstaanders, maar ook en vooral door mensen die de sleutelposities bekleden. Luisteren wij naar Jezus’ woorden:

“Er zijn wolven in de schaapskooi. En daar ze met een schapenvacht bedekt zijn, voelen de rechtgelovigen zelf zich geheel van streek. Een bedreiging hangt boven mijn kleine lammeren. Men heeft een zesde zintuig nodig om de indringer te ontmaskeren” (28.9.66).

“Er zijn schurftige schapen in mijn schaapskooi. Ze zijn met een vreedzaam uiterlijk binnengedrongen en ze staan op de goede plaats om hun dwalingen te verspreiden” (16.4.67).

“Mijn meest onverzettelijke tegenstrevers komen niet steeds uit de kringen der tegenstrevers, maar men vindt hen ook vaak in de schoot van mijn Kerk” (1.12.66).

“De vermomming zal hun niet baten, want ze zullen als vijanden van God en van de Kerk herkend worden door hen die ze willen verleiden” (5.3.67). “Bid opdat verdedigers van het geloof, dat door de huidige scheuring op de helling is gesteld, in groot getal opstaan voor de goede strijd” (24.5.67).

Een woord ter verduidelijking

Voor zeer veel gelovigen is het nog onvoorstelbaar dat er wolven zijn binnen in de schaapskooi. Tot voor kort waren de christenmensen opgevoed in een blind vertrouwen op hun herder, om het even of het ging om de parochiepriester of een professor aan een theologische faculteit. Wat hij zei was waar, helemaal in de lijn van wat Jezus had gezegd: “Wie u hoort, hoort Mij” (Lc. 10, 16).

Daarom is het des te moeilijker voor diezelfde gelovigen argwaan te koesteren jegens sommige herders, ‘die op de goede plaats staan om hun dwaalleer te verkondigen’. Atheïsten, communisten en humanisten zijn eerlijke lui voor zover ze ‘openlijk’ het christendom bestrijden. Voor hen kan men op zijn hoede zijn.

Wanneer echter dwaalleer verkondigd wordt op de kansel, op de katheder, in de catechese of zelfs tijdens de liturgieviering, verwacht men dat niet. In deze omstandigheden is men vol vertrouwen en niet vol argwaan. Men heeft een zesde zintuig nodig om de dwaalleraren te ontmaskeren. Zij zullen echter herkend worden als vijanden van God en zijn Kerk in de mate de Legioen Kleine Zielenleden bidden voor verdedigers van het geloof, dat door de huidige scheuring op de helling is gebracht. Verschrikkelijke, eenvoudige, ongelooflijke en helaas toch ware boodschap van Jezus aan de misleide generatie van de 21ste eeuw.

De kinderen van de duisternis zijn altijd sluwer geweest dan de kinderen van het licht. Ook hier blijft dit waar. Zij beschikken over een onoverzichtelijke reeks knepen, waarmee ze de gelovigen misleiden.

Tegenwoordig zijn er heel wat begrippen uit het evangelie, die niet meer in de smaak vallen van onze wetenschappelijk gevormde generatie. Wij denken aan; de duivel, de boodschap van de engel Gabriël aan Maria, de wonderen, de verheerlijking van Jezus’ Lichaam op de berg Tabor, de lichamelijke opstanding uit de doden op de derde dag, de Hemel, de hel, het laatste oordeel, enz.”

Anderzijds is onze generatie als het ware gehypnotiseerd door een reeks horizontale begrippen, die niet zo duidelijk te vinden zijn in het evangelie. Wij denken aan het typisch marxistisch begrip van strijden voor rechtvaardigheid, aan het vrijmetselaarstrio: gelijkheid, broederlijkheid, vrijheid, aan het vervangen van het Rijk der Hemelen door de uitbouw van een aarde paradijs.

Gedurende eeuwen heeft men ‘strijd gevoerd tegen de Kerk’ met haar hemelse idealen, op basis van de humanistische idealen, die passen bij wereldopbouw. Tegenwoordig gaat men sluwer te werk nu men erin slaagt de Kerk ertoe te brengen te zwijgen over haar eigen idealen, die gespannen staan op het Rijk der Hemelen (heiligheid), om de boodschap van de horizontale -ismen te verspreiden als zijnde de nieuwe vertaling van het christendom voor onze tijd (exclusieve rechtvaardigheid). Meteen staan we voor de meest geraffineerde zelfvernietiging van de Kerk op het ogenblik dat men voorhoudt haar te vernieuwen als een feniks die oprijst uit zijn as.

Keizer Nero eiste ook van zijn oud-leraar Seneca dat hij zelfmoord zou plegen. Dat is voor de opdrachtgever altijd ‘properder’ dan een moord. Om de Kerk over te halen aan zelfvernietiging te doen hebben haar vijanden twee toverbegrippen bedacht: kader en intentie. Opdat de christenen hun eigen boodschap zonder tegenstribbelen zouden prijsgeven als waardeloos spul, leert men dat deze slechts behoort tot een voorbijgestreefd kader of tot de verouderde structuren. Wie is niet bereid een verouderd kader te vervangen door iets nieuws? Bij nader toezien, stelt men echter vast dat de ‘verouderde structuren’ die men wil overboord gooien niets anders zijn dan de meest typische dogma’s van de Kerk en zelfs het episcopaat dat als taak heeft te waken over het behoud van deze geloofswaarheden. Bij dat ‘voorbijgestreefd kader’ rekent men dan; o.m. de Godheid van Jezus, het Rijk der Hemelen, de duivel, de maagdelijkheid van Maria, de opstanding van Jezus op de derde dag, het credo enz.

Om de humanistische, marxistische en maçonnieke idealen door de gezagdragers in de Kerk te laten verkondigen, ook al treft men deze als zodanig niet (al te duidelijk) aan in het evangelie, leert men dat ze behoren tot de ‘eigenlijke intentie of bedoeling’ ervan.

Met behulp van het toverwoord ‘kader’ of ‘structuur’ slaagt men erin te beletten dat de Kerk haar eigen verticale boodschap brengt en door het tweede toverwoord ‘intentie of bedoeling’ slaagt men erin de Kerk de horizontale idealen van de moderne -ismen te laten verkondigen als de vernieuwde vorm van het christendom. Dit is reinste zelfvernietiging. De politieke theologie leert zo o.m. dat ook het evangelie een politieke vertaling nodig heeft. “Materiële trouw aan het evangelie (= aan het kader waarin het is ontstaan) staat gelijk met ontrouw aan de intentie ervan”.

Het kille doodzwijgen van geloofswaarheden

Vele moderne theologen zullen zich er voor hoeden overgeleverde dogma’s publiek aan te vallen, maar zij zullen ook nooit iets doen om ze nog langer in stand te houden. Denken wij bv. aan; de Onbevlekte Ontvangenis van Maria of de werkelijke tegenwoordigheid van Jezus in de H. Eucharistie. Hetzelfde kan gezegd worden in verband met geestelijke oefeningen zoals het bidden van het rozenhoedje of de Aanbidding van het Allerheiligste.

Priesters met modernistische scholing zullen nooit uitdrukkelijk iets zeggen of doen tegen deze dogma’s of praktijken. Hierdoor willen zij zich een imago van onschuld verwerven bij hun gehoor. Uit eigen beweging zullen ze nooit collega’s of gelovigen overhalen het rozenhoedje te bidden of de H. Eucharistie te aanbidden. Worden zij door de omstandigheden genoopt toch mee te doen met een ‘aanbidding of een rozenhoedje’ dan verkiezen zij wel een materiële medewerking boven het schandaal van weigering.

Op een studiedag over ‘eigentijds bidden’ kwamen een tiental degelijke en nieuwe gebedsvormen ter sprake o.m. plat op de buik liggen vóór een rol behangpapier om persoonlijke bedenkingen neer te schrijven over een evangelietekst. Alleen het bidden van het rozenhoedje en de Aanbidding van het Allerheiligste kwamen niet ter sprake. Als uitleg voor deze reticentie werd door de verantwoordelijken aangehaald dat deze gebedsvormen reeds voldoende gekend waren. Dit is waar. Priester Poppe wist echter ook dat het bidden van het rozenhoedje en de Aanbidding van het Allerheiligste door iedereen gekend waren en toch heeft hij heel zijn leven geijverd voor een nog grotere beoefening van deze gebedsvormen. Het verschil tussen een christelijke en een modernistische priester bestaat hierin dat de ene alles doet voor- en de andere niets doet tegen bepaalde levensnoodzakelijke geloofswaarheden en geloofspraktijken.

Een betere praktijk!

Zelden heeft men een goede geestelijke oefening ‘afgeschaft’, zoals de kruisweg, het Lof, het rozenhoedje, de biecht, het avondgebed… Steeds is men begonnen deze godsdienstige gewoonten te vervangen door ‘iets beters’. Aan verouderde vormen moet men zich niet mordicus vastklampen. In vele scholen heeft men het dagelijks avondgebed vervangen door iets dat ‘aanspreekt’. Dit gebeurde een vijftal keren met succes en de zesde keer was de inspanning te groot, zodat de oude vorm verdween en de nieuwe het niet tot een gewoonte bracht.

De biecht werd zo vervangen door de gezamenlijke biechtviering, die alle geoorloofde en ongeoorloofde vormen heeft aangenomen. Iedereen heeft aan dit Sacrament gedokterd op zijn manier, omdat ‘de oorbiecht de jeugd niet meer aansprak’. Resultaat: de biecht is praktisch tot nul herleid.

Met de jeugdmis is het vaak ook zo verlopen. In de scholen bestaat er een apart lokaal voor geschiedenis en voor aardrijkskunde, maar voor de Eucharistieviering moest het apart lokaal; de kapel, vervangen worden door een kader ‘uit-het-leven-gegrepen’. Eerst werd er ‘gevierd’ door de priester-leraar op zijn kamer, daarna in het klaslokaal, vervolgens in een pracht van een kelder en tenslotte op een romantische zolder. Sindsdien ziet de parochiepriester deze jongeren, die ‘beter gewend zijn’ haast nooit meer in zijn kerk om de H. Mis bij te wonen.

Hieruit blijkt hoe gevaarlijk het is goede religieuze gewoonten lichtzinnig te vervangen, door betere en nieuwere vormen die meer ‘aanspreken’. Vaak valt de goede gewoonte weg en haalt de ‘creativiteit’ haar zesde poging niet.

Algemeen besluit

Momenteel ondergaat de Kerk een crisis die zeker tot de allerergste mag gerekend worden uit heel haar geschiedenis. Ze wordt niet meer van buiten aangevallen, maar van binnen. De wolven zijn binnengedrongen in de schaapskooi en ze bekleden de sleutelposities om er hun dwaalleer te verspreiden.

Tijdens de Franse Revolutie heeft men kerken afgebrand en priesters in ballingschap doen gaan. Het bloed van de martelaren werd echter zaad voor nieuwe christenen. Nu treden de priesters vrijwillig uit en breekt men voortdurend kerken af, omdat er geen gelovigen meer opdagen.

Eerst leren godsdienstleraren dat de jeugd nog alleen naar de kerk moet gaan en bidden als ‘ze-er-zin-in-hebben’; achteraf stellen ze vast dat de jeugd de grote afwezige is in de christelijke praktijk.

Het ergste van al is dat zeer vele priesters meewerken aan de innerlijke ontmanteling van de Kerk, zonder er veel erg in te hebben, zonder het in de gaten te hebben. Terwijl ze ijveren om een ‘vernieuwde Kerk’ op te bouwen, die vaak een Kerk is die Jezus nooit heeft gewild, breken ze Jezus’ Kerk af tot op de grond. Terwijl ze menen God te dienen op een moderne manier, stellen zij zich op als media voor de duivel. Voor deze afbrekers van het geloof geldt Jezus’ woord van weleer aan de Joden: “Uw vader is de duivel en gij zijt bezig zijn werken te doen” (Jo. 8, 44).

Bron: Tijdschrift ‘Het Legioen Kleine Zielen’, Orgaan van het Legioen Kleine Zielen van Het Barmhartig Hart van Jezus, Uitgever A. Terryn, Sint Niklaas, Vijfde Jaargang, Nr. 2, Juni 1977, blz. 18-26.

Volledig artikel staat hier: Wolven binnen de omheining


 

De Barmhartige Liefde zal zegevieren met medewerking van kleine liefde-kinderen

Beheerder Website's avatarLegioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus.


legioen kleine zielen 1

De Barmhartige Liefde zal zegevieren met medewerking van kleine liefde-kinderen

Op 12 augustus 1992 zegt Jezus tot Marguerite: “Om echt te zijn in de Liefde, moeten de Kleine Zielen liefde worden. Zij worden door de Liefde-Caritas verwekt.

Ondanks de inspanningen van de vijand, bedekken zij de aarde met een beschermende mantel. Onder die mantel vervoegen zij het werkwoord “beminnen” en schenken het leven aan kleine liefde-kinderen die zullen opgroeien en door steeds opeenvolgende geboorten de vernieuwing van de aarde zullen voortzetten.

Als hun dag aanbreekt, zullen zij uit de catacomben van het onbegrip opstaan en op hun doortocht de eerloosheid van deze aarde verstikken. Zij zullen de opmars van de Gerechtigheid begeleiden en haar zoveel mogelijk matigen, door haar te laten voortschrijden over een prachtig bloementapijt, samengesteld uit alle harten die aan God zijn toegewijd voor zijn eer en de triomf van zijn Barmhartige Liefde.

Zeker, nog heel veel harten…

View original post 237 woorden meer

De teloorgang van het geloof

4240511Een verschrikkelijk gevaar neemt duidelijke vormen aan. Dat gevaar is erger dan oorlog, erger dan hongersnood, ja erger dan de vernietiging van de wereld: het betreft de teloorgang van het geloof!

De teloorgang van het geloof is onder meer te verklaren door het rationalisme dat zich snel verspreid heeft binnen de Kerk. De moderne mens wenst een ‘verstaanbare’ vertaling van de geloofsmysteries. Dan wordt het Evangelie een sprookje, de H. Eucharistie een gewijd broodje, de H. Mis een vertoning en de priester een sociale werker.

De H. Eucharistie

In het zesde hoofdstuk van het Evangelie volgens Johannes staat die oerbekoring duidelijk uitgeschreven. Dat is het Evangelie van de laatste zondag van augustus. Jezus heeft enkele aspecten van het mysterie van de H. Eucharistie medegedeeld, o.m. dat Hij uit de hemel is neergedaald en dat Hij zijn vlees te eten geeft. Hierop komen de toehoorders in verzet. Zij roepen uit dat zijn taal te hard wordt, dat niemand nog naar Hem kan luisteren, dat zijn woorden eenieder tegen de borst stuiten.

Wat geschied is in Jezus’ tijd, geschiedt in elke tijd, ook in de onze. Wie spreekt over ‘mysterie’, spreekt over dingen die het menselijk verstand te boven gaan, anders zouden het geen mysteries zijn. Spontaan zet elke mens zich af tegen wat hij niet verstaat. De menselijke geest streeft naar doorzichtigheid, naar begrip, naar verstaanbaarheid. Vooral de natuurwetenschappers willen de geheimen der dingen achterhalen. Men wil de natuurwet vertalen in wetenschappelijke formules. Met de geloofsmysteries gaat dat niet; die zijn principieel niet te verstaan. In Jezus’ tijd niet en nu ook niet.

Toen keerden heel wat leerlingen de rug naar Jezus en zeiden: ‘Hard is die taal. Wie kan nu nog naar Hem luisteren?’

In de mate dat de Kerk op onze dagen trouw blijft aan de leer van Jezus moet zij diezelfde taal spreken. Nu is het sacrament van de H. Eucharistie evenmin te verstaan als toen. Als de Kerk nu hetzelfde verkondigt als Jezus in zijn tijd, is het normaal dat een aanzienlijk deel van de toehoorders op dezelfde manier reageert. Nu hoort men inderdaad gelijkaardige kritiek: ‘De Kerk is uit de tijd. Hard is haar taal. Wie kan nu nog naar haar luisteren?‘ Dit geldt zowel haar moraal als haar geloofsaanbod.

Velen keren haar de rug toe. Zij wordt verlaten nu, zoals Jezus toen. Omwille o.m. van Humanae Vitae, omwille van haar huwelijksmoraal, omwille van het celibaat van de priesters, omwille van haar Sacramenten: priesterschap en Eucharistie, biecht en huwelijk. Voor velen hoeft het niet meer omwille van eigen geluksvoorziening.

Hoe moet de Kerk reageren op dit verlies van haar aanhangers? Hierbij bestaan twee mogelijkheden. Velen stellen voor de normen aan te passen, zowel op gebied van moraal als op gebied van geloof. In de taal van hoogspringen zou men zeggen: de lat enkele centimeters lager leggen. Wat de moraal betreft: overschakelen van hetgeen God voorschrijft in de Tien Geboden naar hetgeen mensen verlangen. Wat de geloofsleer betreft, overschakelen van de onverstaanbare mysteries naar verstaanbare waarheid.

In de ogen van sommigen is dat de enige zinvolle oplossing. Heel wat kerkleden, die noch de Tien Geboden (moraal), noch de Twaalf Artikelen (geloofsleer) van de Kerk aanvaarden, zien haar enige overlevingskans in het afstappen van die onhaalbare hoogte en dingen voor te houden die haalbaar zijn. Dit is de grote bekoring van het rationalisme. Deze optie is gedaan door een aanzienlijk aantal – ook verantwoordelijken – in de Kerk.

In het Evangelie staat Jezus zelf een andere houding voor. Als Hij merkt dat zijn toehoorders zijn taal te hard vinden, als Hij merkt dat velen Hem de rug toekeren, denkt Hij geen ogenblik aan het aanpassen van zijn leer. Hij onderneemt geen enkele poging om zijn publiek gunstig te stemmen door zijn verhaal verstaanbaar te maken. Wij kennen Jezus’ reactie. Zelfs zijn twaalf apostelen waren onderhevig aan dergelijke bedenkingen. Ook zij begrepen niet. Ook voor hen was de openbaring van de H. Eucharistie een onverstaanbaar mysterie. Ook zij stonden klaar om hun Meester de rug toe te keren. Hoe reageert Jezus hierop? Zegt Hij, jongens gaat niet heen, blijft alstublieft toch bij Mij. Ik zal mijn verhaal verstaanbaar maken. Dan kunnen jullie begrijpen. Dan is de duisternis van het mysterie voor u eraf.

Jezus spreekt andere taal. Hij tracht zijn mysterie niet verstaanbaar te maken, omdat het in se onverstaanbaar is en moet blijven zoals het is. Wie kan zijn boodschap verstaan: ‘Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij!‘. Daarom had Jezus op voorhand gevraagd dat het ‘werk’ dat zij moesten verrichten was te ‘geloven’. Wie zich uitsluitend laat leiden door de ‘rede’ moet ipso facto buiten een aanzienlijk deel van het geloofsaanbod blijven. Wie zich laat leiden door het ‘geloof’, is in staat binnen te treden in het aanbod, zowel van Jezus toen, als van de Kerk nu.

Jezus heeft zijn aanbod niet verlaagd tot verstaanbare waarheid. Hij heeft mysterie mysterie gelaten. Petrus heeft juist gereageerd. Hij is op de bekoring van de weglopers niet ingegaan, ook al stond hij aardig opgesteld in hun richting. Jezus vroeg hem: ‘Willen jullie soms ook heengaan?’ Deze vraag heeft een heilzame schok teweeggebracht in de kring van de apostelen. In hun naam spreekt Petrus: ‘Heer, naar wie zouden wij gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven.’

Jezus heeft zijn aanbod niet verlaagd van onbegrijpelijk mysterie tot verstaanbare waarheid. Petrus heeft geleerd niet weg te gaan zoals vele anderen, omdat Jezus’ taal te hard en onverstaanbaar was voor zijn verstand. Hij is erin geslaagd gelovig te reageren. Hij heeft de woorden van Jezus aanvaard, ook al begreep hij ze niet. Hij wist wel dat wat Jezus vertelde waarheid was. Hij had woorden van eeuwig leven, omdat Hij betrouwbaar was, ook al was het harde taal voor de menselijke geest.

De Kerk is heden ten dage in een gelijkaardige bekoring verzeild. In vele gevallen reageert zij anders dan haar Meester. Zij wil vaak behagen aan haar toehoorders. Zij praat haar leden soms naar de mond en verlaagt soms haar aanbod tot verstaanbare waarheid en haalbare leefregels. In de mate de Kerk het aanbod van Jezus aanpast aan het verlangen van haar leden, loopt zij het risico geen christendom meer aan te bieden, maar een verkapte vorm van humanisme.

Dit betekent ontkerstening van de Kerk, het hervallen tot een nieuw heidendom. In deze context moeten Eucharistie en priesterschap hun wezenlijke plaats verliezen, omdat zij beide sacramenten van het mysterie bij uitstek zijn. De priester is door zijn wijding de man, die brood kan veranderen in het Lichaam van Christus! Wie tracht te begrijpen moet onvermijdelijk zeggen: ‘Hard is die taal! Wie kan nu nog naar Haar (Hem) luisteren?


Men moet zien dat er dwaalwegen bewandeld worden. Zolang men niet inziet dat men op verkeerde weg zit, keert men niet terug en gaat men verder. Het is een uitzonderlijke gave op onze dagen dit ‘licht’ te krijgen van de H. Geest.


Pastoor A. Ory

Uit;  www.hetlegioenkleinezielen.wordpress.com


 

God in ons (7)

Jan Leechburch Auwers's avatarOptimist tot in de kist


Over het grote voorrecht te mogen delen in Gods eigen leven

Hoe onze bovennatuurlijke voorrechten te ‘realiseren’

Deze term (realiseren en realisatie) werd in dit verband voor het eerst gebruikt door kardinaal Newman: to realize. Het staat ongeveer gelijk met ons’ verwerkelijken’ in de oorspronkelijke betekenis van het woord: iets tot goed besefte, innig doorvoelde, levende, levenwekkende en diep doorleefde werkelijkheid maken. Zo moet in ons een grote waardering gaan leven voor het unieke voorrecht van het kindschap Gods, de staat van genade, te mogen delen in Gods eigen leven!

‘Als je de gave Gods zou kennen…’

De katholieke universiteitsprofessor Ollé-Laprune schreef eens in zijn dagboek: ‘Ik ben christen door de genade Gods. Weet ik wel wat het is: christen te zijn? Het is niet voldoende christen te zijn uit sleur, uit gevoel. Ik wil weten waarom ik christen ben, ik wil het zijn na overdenking en onderzoek, uit vrije…

View original post 3.457 woorden meer