Pater Daniël: ‘Het is onvoorstelbaar hoe de mainstream media ons blijven bedriegen’

Syrië, vrijdag 15 januari 2016

imagekGoede Vrienden,

Voorlopig moet ik iedere week nog hetzelfde liedje zingen met een ander refrein. Het is onvoorstelbaar hoe de mainstream media ons blijven bedriegen. Hierdoor steunen ze de schrijnende ellende die over massa’s mensen wordt uitgestort en ze worden er nog voor betaald ook nog. En zovele vrome lezers gaan daarin mee, zodat de misdadigers ongestraft kunnen verder doen. Gelukkig kunnen we ook nog wat positief nieuws melden van hier en elders. Iran heeft de VS heel vriendelijk maar erg beslist laten verstaan dat de opperheerschappij van de VS in de Perzische golf voorbij is. Het heeft de Amerikaanse bemanning van twee schepen in Perzische wateren opgepakt en weer vrij gelaten omdat de Amerikanen blijkbaar verdwaald waren en geen slechte bedoelingen zouden gehad hebben. En de Anglicaanse kerk heeft de Amerikaanse Episcopaalse kerk voor enkele jaren uitgesloten omdat deze laatste het homohuwelijk erkent. Barmhartigheid moet met waarheid gepaard gaan.

Van harte,
Pater Daniël


Zeep, kaarsen,  kruiden en andere ”monastieke producten”

De ietwat ongewone tijd en bijzondere sfeer van de eindejaarsfeesten loopt ten einde. De kerststallen worden opgeruimd en de bezoekers gaan terug naar huis.  Hier en daar wordt  verder gewerkt aan het herstel van de schade aan de  gebouwen en het onderste gedeelte van het  atrium kreeg een nieuwe verflaag. Heel deze week werd nog genoten van de  sfeer van “Epiphanie”.  De liturgische teksten en gebeden spreken vooral over de doop van Jezus in de  Jordaan.  Door zijn doop heeft Jezus het water geheiligd dat ons heiligt.   Met de fraters hebben we het goede materiaal gevonden en uitgeprobeerd om kaarsen te maken. We  kunnen nu een gewone  dunne  kaars maken van 18 cm die 8 uur brandt. En als beide machines volop werken kunnen er vele duizenden per dag gemaakt worden. De zusters hebben  druk geëxperimenteerd met het maken van sierkaarsen en zeep. Zij blijven creatief prutsen  met vormen,  kleuren en geuren. Het resultaat zal  binnenkort wel ergens op onze website te zien zijn (maryakub.net). Terwijl het atrium vol staat met herders, engelen, wijzen, ossen, ezels, schapen en kamelen, klaar om opgeborgen te worden, krijgen we bezoek van vijf moslimvrouwen uit het dorp. Ze willen deze vrije  dag (vrijdag) bij ons doorbrengen. Twee van hen zijn gehandicapt en moeten met hun rolstoel over de trappen in de kerk gedragen worden, zoals de lamme uit het evangelie van vandaag.  In de gebeden besteden we   extra aandacht aan hen. Daarna wordt het echter moeilijk met twee rolstoelen in onze refter. In  België wordt dit probleem opgelost worden door de “toegankelijkheid voor gehandicapten” algemeen verplicht te maken. Hier wordt dat creatiever aangepakt. De tafels worden in het atrium geplaatst en allen eten in het atrium, waar het trouwens niet kouder is dan in de  refter. De gehandicapten krijgen extra dekens. Onder de maaltijd  vertellen ze hun ervaringen op de werkvloer. Zij werken namelijk in het tapijtenfabriek in Qâra. Al moet er  een en ander aangepast worden,  zij zijn echte tapijtenmaaksters van met de hand geweven tapijten. Denk je dat deze gehandicapte meisjes niet meer deugd hebben aan hun handgeweven tapijten dan aan een wet voor super modern aangepaste toegankelijkheid van alle gebouwen?

Er blijft één groot probleem. Voor de oorlog trok heel Syrië  vele toeristen en kwamen er ook hier menigten bezoekers van heinde en verre. Dagelijks werden allerlei producten verkocht: geneeskrachtige zalven, kruiden, the,  confituur van onze fruitbomen, zelf gemaakte religieuze voorwerpen. Bovendien  zien we vol verwachting uit naar het ogenblik dat we weer in alle veiligheid kunnen werken op ons eigen terrein met zijn duizenden olijfbomen, amandelbomen en allerlei fruitbomen (abrikozen, kersen, vijgen, granaatappels, peren, appels…). De hoop blijft onze ongeneeslijke ziekte. De spontane verkoop ligt evenwel helemaal stil. Dit is ook het probleem van andere  kloosters, waarmee we in contact staan en waarvoor we een gezamenlijke verkoop zoeken: “monastieke producten” voor de ‘verlichting’ van lichaam en geest.   In België en elders zouden al deze producten zeker vlot hun weg  vinden. Zou een transport per container rendabel kunnen zijn?

 

Madaya, een erg eentonig refrein

De belaagde bevolking van de stad Madaya (N Damascus, aan Libanese grens) blijft in de actualiteit. Sinds vijf jaar worden in heel Syrië aanslagen gepleegd, mensen op de vlucht gedreven, de infrastructuur vernietigd,  honderdduizenden mensen gedood… zogenaamd allemaal  door de schuld van de Syrische regering (leger en vooral president).  Tienduizenden terroristen,   gezonden, opgeleid, gefinancierd en bewapend door westerse landen en hun vrienden van de  golfstaten, doen zogezegd hun uiterste  best om democratie, vrijheid,  vrede en welvaart te brengen. Onze NAVO heeft  succesvol de “Arabische Lente” in Libië ingevoerd, waardoor het feest van de zo vurig gewenste totale chaos nu kan gevierd worden met onbeperkte mogelijkheden. En  in Syrië wil dit zelfs na vijf jaar maar niet  lukken… door de schuld van de  regering.  En nu melden de media dat de bevolking van Madaya  honger lijdt… natuurlijk  door de schuld van de Syrische regering. In oktober 2015 kreeg de bevolking 31 vrachtwagens met hulpgoederen en voedsel. Leden van Daesh en Al Nousra hebben het voedsel in beslag  genomen en aan woekerprijzen verkocht aan de bevolking, die ze eerst hebben uitgeperst…. natuurlijk door de schuld van de Syrische regering. Ondertussen heeft Hezbollah de stad omsingeld om te proberen de 600 jihadisten uit te schakelen.  Deze  ingewikkelde,  moeilijke en nijpende situatie is  natuurlijk de schuld van de Syrische regering.  Dat Saoedi-Arabië in zijn oorlog tegen Jemen verboden wapens  gebruikt, is  uitgelekt,  juist op het moment dat er wereldwijd protest groeit wegens de executie van sheikh El-Nimr. Eindelijk eens iets anders, maar dit  nieuws komt toch wel heel erg ongelegen. Dat mensen kwaad gaan spreken van het door het westen zozeer geliefkoosde Saoedi-Arabië, mag uiteraard niet toegestaan worden. Saoedi-Arabië en Qatar met hun machtige tv-ketens (Al-Arabiyya en Al-Jazeera) beslissen onmiddellijk een campagne op te zetten om de aandacht af te leiden. Ze hebben foto’s van  uitgehongerde mensen in voorraad. Een schokkend beeld van een uitgehongerd meisje wordt verspreid als zijnde van Madaya en heel de Atlantische pers draait op volle toeren. Van Vlaanderen tot Colorado spreekt men schande van die duivelse Syrische regering. De foto was vroeger gepubliceerd als een Syrisch meisje in Jordanië en later als een stervend Palestijns kind in  Yarmouk, maar  in feite is het een kind  uit Z. Libanon. Schokkende  beelden, geschikt voor   polyvalent gebruik.  Iets gelijkaardigs voor andere foto’s die de dramatische toestand moeten illustreren… . De verantwoordelijke van het internationale comité van het Rode Kruis (ICRC) in Damascus  zegt uitdrukkelijk dat er in Madaya geen bevolking is die uitgehongerd wordt. Wel getuigt de bevolking zelf van grove misdaden vanwege de terroristen.  De dagelijkse ervaring in Syrië leert dat de regering het mogelijke doet om  de bevolking te helpen o. m. door de prijs voor het brood als basisvoedsel heel laag te houden. Het is niet onze taak om gelijk welke regering, president of staatshoofd te verdedigen, maar wel om van de waarheid te getuigen, opdat duidelijk wordt wie de onschuldige slachtoffers zijn en wie de misdadigers.  In het toeristisch centrum van Ankara in de buurt van de beroemde Hagia Sofia en de Blauwe Moskee werd vorige week dinsdag een zelfmoordaanslag gepleegd met tien doden en vijftien gewonden. Onze media tonen fier de Turkse president  R.T. Erdogan (als een onschuldige  koorknaap, in feite de wereldleider van  de terroristische moslimbroeders) die de schuld daarvan uitdrukkelijk  aan Syrië geeft. Dat de dader  in feite de 28 jarige  Nabil al-Fadhli was uit Saoedi-Arabië en als “Syrische vluchteling” in Turkije gekomen, werd niet  vermeld.  En nu maar gespannen wachten op de volgende spectaculaire aanslag hier of elders. Wedden dat je kunt raden wie onze media  als de schuldige zullen onthullen?

Wij blijven – ook erg eentonig vind ik –  de moordende manipulatie van de hele Atlantische pers aanklagen. (Wil je grondige informatie over de wijze waarop deze . media ons al jaren  bedriegen, lees o.a.: CHAMY André, Madaya: une nouvelle manipulation médiatique, Réseau voltaire, 12 januari  2016; Al-Jaafari: Terrorists seized humanitairian aid send to civilians, Sana, 12 januari 2016; op “le salon beige”, 14 januari 2016 kun je een video zien van RT ”In the Now”: désinformations: les médias montrent d’anciennes images pour couvrir la famine de Madaya en Syrie).

 

Egypte, mijn volk…” (Jesaia 19, 25)

De landen van het Midden-Oosten moeten manu militari tot volledige onderworpenheid gebracht worden aan het westen. Daar zitten immers grote bodemrijkdommen en bovendien, wie daar baas is zetelt op een belangrijke troon om de rest van de wereld  te overheersen.  Ieder land afzonderlijk met militaire macht binnenvallen, zoals in Irak, wordt  echter een beetje vermoeiend. Gemakkelijker is het terroristische groepen in te zetten om een land in de gewenste chaos te storten. En zo moesten de “vijandelijke” landen van het Midden-Oosten onder het bestuur komen van de terroristische moslimbroeders.  In het begin van de jaren ’80 deden ze al een poging in Syrië door aanslagen, de gruwelijke moord op 80 recruten, allemaal allawieten, en een moordpoging op president  Hafez, de vader van de huidige president. Deze maakte evenwel korte metten met de onrust en roeide heel het nest van moslimbroeders uit. Het bleef drie decennia rustig, totdat in 2011 een groot opgezet plan  van destabilisatie op het getouw werd gezet, dat nog steeds niet afgehandeld is. In Egypte scheen het beter te lukken. Met  massale fraude  en steun van het westen werd Mohamed Morsi op 17 juni 2012 met een nipte meerderheid tot president verkozen.  Onvoorstelbaar wat die man in één jaar  tijd aan ontwrichtingen in Egypte klaar gekregen heeft. Zowat alles en iedereen werd buiten de wet geplaatst, behalve de moslimbroeders. Hij was het ook die “voor eeuwig” alle banden verbrak met de lekenstaat van Syrië en de sharia in het vooruitzicht stelde. Vroeger heb ik hierover al een schokkend rapport kunnen geven vanwege vrienden in Egypte. Alle partijen, behalve de moslimbroeders natuurlijk, eisten dat het leger zou ingrijpen, wat maarschalk Abdel Fathah el-Sissi tenslotte gedaan heeft  in de nacht van 3 op 4 juli 2013.  Ondertussen blijft  het westen uiteraard de glorie en de terugkeer van de “democratische” president  Morsi bezingen, maar el-Sissi hield stand. Hij wilde voor zich geen enkele politieke functie, maar het volk dwong hem president te worden, omdat er niemand anders was die sterk genoeg bleek. Immers, het westen bleef zijn steun verlenen aan de moslimbroeders, die de ene aanslag na de andere  pleegden (en helaas blijven plegen).

Op het orthodoxe kerstfeest van 6 januari dit jaar beleefde Egypte  de klap op de vuurpijl. Vorig jaar had el-Sissi al een toespraak gehouden in de beroemde universiteit van al-Azhar en de geestelijke leiders gevraagd om een “religieuze revolutie” in de islam te beginnen. Hoe is het mogelijk, zo vroeg hij, dat 1,6 miljard mensen de rest van de wereldbevolking (7 miljard) zouden moeten uitmoorden om zelf te kunnen leven? De moslimwereld, de Umma is zichzelf en de mensheid aan het vernietigen. Jullie, zo zei hij tegen de religieuze leiders, zijn verantwoordelijk voor God. Hij heeft evenwel het antwoord van de geestelijke leiders niet afgewacht en is zelf begonnen met zijn geestelijke revolutie. Hij deed wat nooit eerder een Egyptische president deed en nam deel aan de plechtige kerstviering van 6 januari 2016, voorgegaan door de Koptische paus Theodoor II in de St. Marcus kathedraal te Cairo. En el-Sissi sprak deze historische woorden: “God heeft ons verschillend geschapen  op gebied van godsdienst, zeden, kleur, taal, gedrag, traditie en niemand kan ons dwingen tot één model… A.u.b. aanvaardt onze verontschuldigingen (in de periode van Morsi werden 12 kerken in brand gestoken). Indien God het wil zal er dit jaar geen enkele kerk en geen enkel huis meer zijn dat niet heropgebouwd is… Wij zullen nooit uw houding en die van de Paus   gedurende deze periode vergeten. Dank aan allen. Vrolijk Kerstfeest”. En dan zijn hartenkreet: “Wij gaan elkaar beminnen, wij gaan elkaar liefhebben in het goede, wij gaan elkaar werkelijk beminnen”! Ondertussen hebben wij in onze gemeenschap juist op deze avond van Epiphanie genoten van een video van  een koptische kerk in Egypte, waar meer  moslims naartoe komen dan christenen (er zijn ook maar 10% christenen) en waar tijdens de dienst een jonge moslim genas van blindheid.

”God de Heer zal Egypte slagen toebrengen en het zo helen; zij zullen tot Hem terugkeren, en Hij zal hen verhoren en genezen. Op die dag  verbindt een weg  Egypte met Assur (Assyrië);  Assur komt dan naar Egypte en Egypte naar Assur en samen met Assur dient  Egypte God de Heer. Op die dag zal Israël als derde, naast Egypte en Assur staan, een zegen op aarde. God de Heer van de legerscharen zal hen zegenen met de woorden:  Gezegend zijn Egypte, mijn volk, Assur, het werk van mijn handen, en Israël, mijn erfbezit” (Jesaia 19, 22-25, een profetie van acht eeuwen voor onze tijdrekening).

Pater Daniël

Website: http://www.maryakub.net

Bron: E-mailbericht – Namens pater Guy Borreman SJ, Zr Lucienne


 

 

Draag je parochiepriester in je hart

Jan Leechburch Auwers's avatarOptimist tot in de kist


Deze uiteenzetting wil een belangrijk punt van het artikel “De Overwinnende Kerk” nader onderstrepen, ook wat betreft de bisschoppelijke brief “Kerk, Eucharistie en Priesterschap”, en hierbij enkele concrete voorstellen doen. Ter inleiding een ontroerend verhaal uit Japan.

1 – Is ons hart gelijk aan het uwe?

In 1865 heropende Japan zijn poorten voor vreemdelingen, na meer dan twee eeuwen volkomen gesloten te zijn geweest. Pater Petitjean van de ‘Missions Etrangères’ (Buitenlandse Missies) van Parijs ontscheepte te Nagasaki en richtte in deze stad een kleine kerk op. Op zekere dag (zo vertelt hij) bevond zich voor de deur van onze kerk een groep 12 à 15 personen – mannen, vrouwen en kinderen. Ik haastte me de kerkdeur open te doen. Een vrouw kwam naar me toe en met de hand op het hart zei ze mij:

“Ons hart en het hart van ons allemaal hier aanwezig, is het gelijk…

View original post 1.054 woorden meer

Mgr Léonard: een aartsbisschop tegen de stroom in

De aartsbisschop beantwoordt vragen van Antoine Pasquier in “Famille Chrétienne 

-


 

Mgr André-Joseph Léonard: « Jezus voorzegt ons geen succes, maar tegenspraak »

Sinds 12 december aartsbisschop emeritus, geeft Mgr. Léonard zijn kijk op de gebeurtenissen die het jaar 2015 tekenden en op zijn vijf jaren aan het hoofd van het Belgische bisdom Mechelen-Brussel.

In de loop van uw vijf jaren aan het hoofd van het aartsbisdom Mechelen-Brussel is het aantal seminaristen spectaculair toegenomen, van 4 in 2010 naar 55 vandaag. Hoe verklaart u dat?

Gedurende twintig jaar was ik professor aan de universiteit van Leuven, daarna gedurende dertien jaar overste van het universitaire seminarie. Ik stond altijd dicht bij de seminaristen en heb deze houding natuurlijk bewaard toen ik bisschop van Namen was en daarna van Mechelen-Brussel.

Ik heb geen enkele jongeman teruggewezen die mij kwam opzoeken, ik heb hem nooit gezegd eerst contact te nemen met de dienst voor roepingen, ik heb hem altijd ontvangen. Een man die zijn leven aan Christus wil geven, moet door de bisschop ontvangen worden! Wanneer een jonge man voelt dat hij voor de bisschop van zijn bisdom telt, helpt hem dat bij het nemen van zijn beslissing.

Ik kan geen wonderrecept aanbieden. Ik ben gewoon altijd open geweest voor de realiteiten die de Heilige Geest in de Kerk doet ontstaan. Wanneer ik de jongeren ontmoette die geraakt waren door het ambt van priester Michel-Marie Zanotti-Sorkine, die de Broederschap van de Heilige Apostelen hebben gesticht, was mijn eerste reactie geen wantrouwen, maar onthaal en bemoediging. Wie zich presenteert, wordt niet noodzakelijk priester, er is onderscheiding nodig, maar de eerste houding is die van het onthaal. Wat een vreugde voor een bisschop een man te ontmoeten die zich aan de Kerk wil wijden. Wat een prachtig geschenk!

 

U heeft tijdens uw ambt talloze tegenkantingen en weerstand ontmoet, zowel van buitenaf als binnen in de Belgische Kerk, meer bepaald door uw trouw aan het Leergezag. Hoe slaagt men erin tegen de stroom in te zwemmen?

Er is een gedeelte overtuiging en een gedeelte temperament. In de loop der jaren heb ik als priester overtuigingen gekregen die de overtuigingen zijn van de katholieke Kerk, in haar kijk op de verschillende aspecten van het menselijk bestaan. En ik ben overtuigd van de gegrondheid van het leergezag van de Kerk, ook aangaande de meest delicate en controversiële materies.

Ik heb steeds geoordeeld dat het mijn zending is een echo te zijn van dit onderricht van Christus en de Kerk over de lotsbestemming van de mens. Het heeft me dus nooit gestoord soms tegen de stroom in te gaan van de samenleving en de tijdsgeest. Is het trouwens niet een beetje normaal? Een aanzienlijk deel van het Evangelie gaat tegen de stroom in. De heilige Paulus richt zich tot de Romeinen met de woorden: “Stem uw gedrag niet af op deze wereld”.

Mijn overtuigingen hebben verschillende reacties opgewekt: de enen waren gelukkig duidelijke taal te horen die hen aanmoedigde hun christelijke identiteit werkelijk te beleven, anderen protesteerden, soms ook christenen, omdat zij er niet erg voor waren dat in een wereld waarin de vrijheid nochtans als een hoogste waarde aangezien wordt, een bisschop anders mag denken dat de heersende opinie.

Deze tegenkantingen of meningsverschillen zijn in zekere zin onvermijdelijk. Het tegendeel zou mij verontrusten. Jezus voorzegt ons geen succes, maar eerder tegenspraak. Doch die kleinigheden zijn slechts een klein deel van mijn ambt en zijn niets vergeleken met wat de bisschoppen in de eerste eeuwen hebben geleden en wat de bisschoppen vandaag in het Midden Oosten of in Azië lijden!

De tweede synode over het gezin werd in oktober gehouden. De eindtekst is het voorwerp van interpretaties. Welke lezing is de uwe, u die deelgenomen heeft aan de werkzaamheden van de eerste editie?

Ik heb niet het gevoel gehad van een echte vooruitgang van de ene synode naar de andere, doch eerder een herhaling van wat reeds gezegd was. Ik ben een beetje op mijn honger blijven zitten. Al zijn er goede dingen in de eindtekst, toch was ik een beetje ontgoocheld door het feit dat men in de meest delicate punten dubbelzinnigheid gewekt heeft. Bisschoppen hebben mij gezegd dat teksten vrijwillig op een dubbelzinnige manier opgesteld werden om ze in verschillende richtingen te kunnen interpreteren. Een dergelijke dubbelzinnigheid over essentiële kwesties is heel riskant, want dit zou kunnen aanleiding geven tot praktijken die, eens ingevoerd en ontwikkeld, zeer moeilijk te herstellen zijn.

Ik hoop dus dat wij een genuanceerd en gunstig, maar helder woord zullen hebben over wat op het spel staat in de leer en de discipline van de katholieke Kerk aangaande huwelijk en gezin. De bal ligt nu in het kamp van de paus. Voor hem slaat nu het uur om zijn petrinische rol van eenheid en continuïteit binnen de traditie uit te oefenen, zoals hij reeds verklaarde in zijn slottoespraak op de eerste synode over het gezin. Het meest fundamentele van de synode dat op het spel staat, is liefde en waarheid met elkaar te verbinden in alle vreugden en alle verdriet van het gezin en de echtparen. Zoals Psalm 84 zegt: “Liefde en waarheid omhelzen elkander, gerechtigheid en vrede kussen elkaar”. De Kerk moet zowel barmhartig zijn door voor alle mensen een welwillend hart te hebben als trouw zijn aan haar leer over huwelijk en gezin.

 

Tijdens de laatste synode hebben sommige bisschoppen voorgesteld meer macht over te dragen aan de bisschoppenconferenties inzake discipline. Wat denkt u daarvan?

Dat is geen goede idee. Ik zie niet hoe de discipline veranderbaar zou kunnen zijn van het ene land naar het andere of het ene continent naar het andere. Ik zou het uiterst riskant vinden dat de westerse landen over een heel soepele discipline zouden kunnen beschikken. Welk beeld zou dat van de Kerk geven? Christenen uit rijkere landen, zouden naast het comfort waarvan de meerderheid kan genieten, ook een meer comfortabele discipline kunnen hebben? Dat zou een grote ergernis zijn! Waar de verscheidenheid van plaats zou moeten meespelen, is in de pastoraal om het hoofd te bieden aan verschillende problemen naargelang de continenten en zo aangepaste oplossingen voor te stellen.

De paus heeft op 8 december de deuren van het Heilig Jaar van de Barmhartigheid geopend. Zijn onze tijdgenoten klaar om de drempel te overschrijden?

Ik stel vast dat de stap van paus Franciscus veel mensen begint te raken. Maar voor velen gaat dat de stap van een verlicht geweten vragen. Want barmhartigheid veronderstelt dat men zijn ellende beseft zodat Gods hart deze ellende kan ontvangen, op zich nemen om ze te transfigureren en ons ervan te bevrijden. Barmhartigheid heeft maar zin als men zich ervan bewust is dat men ze nodig heeft. Persoonlijk probeer ik mensen steeds gevoelig te maken voor deze dubbele dimensie van de barmhartigheid,  uitgaande van een tafereel dat in de bulle vreemd genoeg niet naar voor gebracht wordt en dat mij nochtans de fundamenteel lijkt: de scène van Jezus’ doorstoken zijde. Het woord “barmhartigheid” komt in die scène niet voor maar de realiteit is er wel.

Het is onthutsend en het heeft de evangelist duidelijk onthutst dat de wonde, de opening van de zijde, getuigt dat wij zondaars zijn – als alles goed ging tussen de mens en God, waarom zou het mensenhart van God dan moeten doorstoken worden? – en dat zij tegelijk de bron is van onze regeneratie. De blik op de doorstoken zijde van Jezus – “Zij zullen opkijken naar Hem die zij doorstoken hebben” – openbaart mij dat ik zondaar ben en tegelijk dat nieuw leven, vergeving, barmhartigheid, verzoening, regeneratie, voor mij open staan. Dat is zeer verhelderend. Daarover spreken, raakt het hart van de mensen.

Het is dat wonder dat men tijdens dit Jaar zal moeten doen ontdekken. Dat zal catechetische inzet vragen, want de mensen, ook christenen, hebben dikwijls de zin verloren van deze twee afgronden die geroepen zijn elkaar te ontmoeten: de afgrond van de zonde, van het mysterie van het kwaad, zoals Paulus tot de Thessalonicenzen zegt, en de grotere afgrond die de liefde van God is die naar ons op zoek gaat. Eén van de grootste bekoringen van onze tijd is de neiging om deze twee afgronden te willen effenen. Doch door onze zonden niet te erkennen, riskeren we de dwaasheid van Gods liefde niet meer te begrijpen die mens geworden is en aan het kruis gestorven.

U heeft ervoor gekozen op 8 december België en zijn provincies toe te wijden aan het Onbevlekt Hart van Maria. Om welke reden?

De parochie van de Heilige Katharina in Brussel had me gevraagd haar toe te wijden aan het Onbevlekt Hart van Maria. Ik heb ja gezegd. Sommige mensen hebben mij voorgesteld, zoals dat in Libanon gebeurd is, tegelijk en officieel heel België toe te wijden. Maar ik had daar niet de autoriteit voor – het akkoord van alle Belgische bisschoppen was nodig – daarom heb ik het alleen vaderlijk toegewijd langs de aanwezige gelovigen die uit meerdere Belgische provincies gekomen waren.

België, een zakdoek in Europa, kreeg twee officiële bezoeken van Maria: in Beauraing en Banneux. Als Maria twee keer de moeite gedaan heeft om dit land te bezoeken, is het misschien omdat het dit erg nodig heeft.

Ik leg dit voor mezelf als volgt uit: België was een heel vurig land, een voorbeeldig missionair land dat zoals Frankrijk honderden missionarissen naar verschillende continenten heeft uitgezonden. De Kerk in België heeft een massale investering gedaan in jeugdbewegingen, in het katholiek onderwijs en in heel een zorg- en gezondheidssysteem met christelijke inspiratie. Dit bouwwerk is echter gedeeltelijk vervlogen of, als op sommige instituten nog een christelijk etiket gebleven is, is de inhoud soms sterk verwaterd.

Ik denk dat dit land vernieuwing nodig heeft, die niet eerst en vooral uit ideeën te halen is maar uit persoonlijke realiteiten. Ik hou veel van de zin van Benedictus XVI: “Christen zijn is niet vooreerst een ethische of organisatorische beslissing nemen, maar verleid zijn door een persoon”. De kern van het christelijk geloof, dat zijn namelijk gezichten: dat van Jezus, van Maria.

Meer dan ooit hebben wij in België een bekering nodig van een hart tot harten. De bekering van het hart van de hedendaagse man, van de hedendaagse vrouw, tot het hart van Maria, tot het hart van Christus, tot het hart van God. Daarom is een land toewijden aan het hart van Jezus of Maria niet alleen een devotie maar is gaan naar de kern van het geloof zelf.

Frankrijk werd dit jaar zwaar getekend door meerdere dodelijke aanslagen. Wat moet de houding van de katholieken zijn ten overstaan van deze grote beproeving?

Helaas, ik denk dat dit slechts een begin is en dat wat men in Parijs beleefd heeft, andere gelijkaardige beproevingen laat voorvoelen. Bereiden wij ons erop voor, zonder te vergeten dat wat wij de laatste tijd beleefd hebben, inwoners van andere landen in de wereld dagelijks meemaken.

Hoe op zo een beproeving reageren ? Zeker door veiligheidsmaatregelen te treffen, maar vooral door ons te verplichten diep na te denken over de manier waarop de Kerk en onze samenlevingen de dialoog met de moslims moeten aangaan. En dat in het belang van beide partijen.

Wij gaan een ernstige dialoog moeten aangaan over de manier waarop moslims de meest gewelddadige verzen van de Koran interpreteren, over de plaats die zij toekennen aan gewetensvrijheid en de mogelijkheid om te huwen met personen van andere belijdenissen. Als wij zo een dialoog niet aangaan, riskeren wij uit te komen op een shock van de beschavingen en dat zou dramatisch zijn.

Meerdere landen hebben besloten in Irak en Syrië in te grijpen tegen IS. Dat is het geval voor Frankrijk en België. De paus heeft de idee naar voor gebracht van een derde wereldoorlog in stukjes. Moet de Kerk deze militaire interventie steunen?

Een militaire interventie is altijd heel complex, dubbelzinnig en veroorzaakt dikwijls meer kwaad dan goed. In het geval van Irak in 2003, heeft paus Johannes Paulus II nooit de Amerikaanse aanvallen goedgekeurd, noch de economische blokkade. Zijn stelling was heel duidelijk.

Er zal aan een militaire onderneming geen zegen verleend worden tenzij het gaat om een rechtvaardige oorlog, namelijk om bevolkingen te beschermen die het slachtoffer zijn van onrechtvaardige agressie.

De christenen van het oosten vluchten met duizenden uit Irak en Syrië. Hier stelt zich een gewetenszaak: moet men hen helpen hun land te verlaten of hen daarentegen helpen er te blijven opdat het Midden Oosten op een dag hun aanwezigheid niet zou missen?

Wij zijn allemaal overtuigd dat het ideaal is dat zij kunnen blijven en bloeien in hun land. Zij zijn daar sinds het begin van het christendom, zij zijn in die landen thuis. Het is dus dramatisch dat zij weggaan en dat het Midden Oosten leegloopt aan christenen. Alles dient dus te gebeuren opdat zij kunnen blijven.

Maar hoe niet begrijpen dat zij proberen te vertrekken omwille van de dagelijkse dreiging en de vervolgingen ? Men kan hen niet verwijten ver van de bommen te willen leven.

Het is een tragische keuze. Wij staan tegenover een soort dilemma zonder goede oplossing is. De enige oplossing zou zijn terug vrede te brengen in die landen, maar het is weinig waarschijnlijk dat men vrede brengt door oorlog te voeren.

Binnenkort in Notre-Dame du Laus

Daar hij de leeftijdsgrens bereikt had (hij werd 75 op 6 mei 2015), heeft Mgr. André-Joseph Léonard in de maand juni aan paus Franciscus zijn ontslag ingediend als aartsbisschop van Mechelen-Brussel. Tot apostolisch administrator van het aartsbisdom benoemd, heeft hij op 12 december zijn zetel officieel afgestaan aan Mgr. Jozef De Kesel, voordien bisschop van Brugge.

Na een reeks afscheidsmissen en een tijd van rust in de gemeenschap van Marche-les-Dames, zal Mgr. Léonard volgende lente naar Frankrijk gaan als hulpkapelaan van het heiligdom Notre-Dame du Laus. Gedurende zijn vijf jaren aan het hoofd van het aartsbisdom van Mechelen-Brussel heeft Mgr. Léonard zich ingezet om de katholieke Kerk van België nieuwe adem te geven: herinvoering van Eucharistische processies, oprichting van de Broederschap van de Heilige Apsotelen bestaande uit priesters en seminaristen, een waarborg voor de Sint-Katharinakerk in het centrum van Brussel, die bestemd was om buiten dienst gesteld te worden, tegenkanting tegen uitbreiding van euthanasie door gebed en vasten, oprichting van het seminarie Redemptoris Mater …

Vanaf zijn aanstelling in januari 2010 door Benedictus XVI, werd de voormalige bisschop van Namen gecontesteerd voor zijn ideeën die te “reactionair” bevonden werden en bekritiseerd voor zijn trouw aan de leer van de katholieke Kerk. Wat de politieke klasse betreft, zij heeft hem openlijk zijn stellingen verweten tegen het homohuwelijk, abortus en euthanasie.

 

Vert. Maranatha-gemeenschap 


 

 

Pater Daniël in Syrië: ‘Het Westen schijnt de politieke onafhankelijkheid van Syrië totaal niet begrepen te hebben’

Vrijdag 8 januari 2016

pater-daniel2Goede Vrienden,

De bevolking van Madaya, die vorige maand massaal protesteerde tegen de terroristen (van Ahrar ash Sham) en luid haar steun betuigde aan het leger en de regering, wordt nu door de terroristen én de wereldmedia collectief gestraft. De media tonen wereldwijd de meest schrijnende beelden van uitgehongerde kinderen en geven zonder enige moeite alle schuld aan het Syrische leger. Alle middelen zijn goed om Syrië toch nog kapot te krijgen. Al zijn het eerder stuiptrekkingen van de terroristen, deze leugens zijn onaanvaardbaar.  Bovendien wordt op wereldvlak nu alles gedaan om een eensgezinde strijd tegen Daesh te verhinderen. Daarom vormen Saoedi-Arabië, Turkije en Israël een verbond tegen Iran. Syrië, Rusland en Iran moeten nu als de baarlijke duivels beschouwd en bestreden worden. De wereld lijkt wel gek geworden.
Toch gaan we verder en vertellen hoe wij het begin van het jaar beleefden. Tevens geven we enkele realistische en hoopvolle perspectieven.

Van harte,
Pater Daniël


 

Ons vijfde Nieuwjaar in oorlogstijd

De feesten die nu midden in de week vallen schudden het gewone dagelijkse leven grondig door elkaar. De kaarsenfabriek wordt even stil gelegd, ook om te wachten op het goede materiaal, waardoor we in staat zullen zijn de beste kaarsen te maken. Wel wordt op de werkdagen het atrium geschilderd en andere werkzaamheden verricht.  De “Openbaring” van woensdag 6 januari is voor vele orthodoxe kerken het eigenlijke kerstfeest. Dinsdagnamiddag werden al “de koninklijke uren” gezongen, die ruim een uur duren. Na een eenvoudig avondmaal kwamen enkele vrienden al dansend en zingend binnenvallen en allen hadden een plastiekzakje bij met een gebakje of snoeperij. Het was het feest van de vooravond van “Epiphanie” en tegelijk “Theofanie” (Godsopenbaring). Hierbij wordt herdacht dat God zelf zich geopenbaard heeft vooral bij de doop van Jezus in de Jordaan en  verder aan wijzen uit het oosten en op het bruiloftsfeest te Kana, waar Jezus water in wijn veranderde. Na het gezellig tafelen . was er nog een tijd onderbreking vooraleer de eenvoudige Latijnse eucharistie te vieren. Hierna volgden de lange vespers van de vooravond van Epiphanie met de vijftien lezingen en de lange  gebeden voor de wijding van het water. Met brandende kaarsen trokken we al zingend naar de fontein in het atrium, gevuld met water. Juist deze avond en nagenoeg heel de nacht was er geen  elektriciteit. Het kaarslicht verdreef de duisternis.   In de gebeden werd  herinnerd aan de bevrijding van het Godsvolk en gevraagd  dat dit water, door Jezus’ doop geheiligd, alle kwaad en kwalen zou verdrijven en ons zou heiligen. Na de   wijdingsgebeden waren er enkelen, zowel van de zusters als van de broeders, die de traditie in ere hielden door  met blote voeten en in habijt in het koude water van de fontein te treden  en zich daar driemaal in onder te dompelen. Het heeft niets te maken met een nieuwjaarsduik maar met de hernieuwing van de doopbeloften. Anderen wasten of besprenkelden hun hoofd. Allen werden overvloedig met  het gewijd water besprenkeld. Met een warme tas thee eindigden we in de refter deze liturgie en trokken rond half twee naar bed. Woensdag middag vierden we plechtig de byzantijnse eucharistie van het  hoogfeest van Epiphanie met de zegening van het water dat als wijwater zal gebruikt worden. Hierbij hoort ook de zegening van het huis, zoals vroeger in de Latijnse  liturgie tijdens de  paasweek gebeurde. Wij doen het de volgende dagen samen met de zegening van de velden. ’s Avonds volgde nog een verrassing. In de  grote zaal aan de ingangspoort was heel het dorp vertegenwoordigd, een veertigtal mannen en vrouwen. Onze verantwoordelijke van de  plaatselijke Rode Halve Maan had eten en drinken voorzien en er werden  eretekens uitgereikt. Het eerste dankwoord ging naar moeder Agnes-Mariam,  omdat zij gezorgd heeft dat  zo vele en  verscheidene cursussen en vormingssessies konden gehouden worden en de bevolking op vele wijzen geholpen werd. Dan werd voor de legerleiding die voor de veiligheid van deze streek zorgt een mooi versierde degen voorzien. Vervolgens werd aan velen een ereteken met een certificaat overhandigd om hun inzet op een of ander terrein, voor een groep mensen of voor een cursus. Velen kwamen hun dekoratie halen en gaven die dan direct aan een ander, die zij bijzonder dankbaar waren, b.v. hun vader of een dierbare vriend. En zo vielen onrechtstreeks ook leden van de  gemeenschap in de prijzen, willen of niet. Het was aangenaam om zien hoe mensen elkaar hun dankbaarheid  uitdrukten. Het oude smokkeldorp met zijn illegale en onaangename praktijken is grondig van aanschijn aan het veranderen. Moge het eens terugkeren naar zijn oorspronkelijke bezieling en  Jezus Christus als zijn enige Redder erkennen. Alle moslims weten dat hun voorouders hier christen waren totdat de Ottomaanse overheerser hen dwong moslim te worden. We zijn  op weg naar een  nieuwe kerstening van dit dorp. In 150 resideerde hier al een bisschop en de bisschop van Qâra nam deel aan het eerste oecumenisch concilie, dat van Nicea in 325. Voor de dertiende eeuw waren hier meer dan tien kerken. We zijn dankbaar voor uw gebed en uw hulp voor deze onderneming van her-christening.

(Op onze website vindt je een uitleg over de icoon van Jezus’ doop in de Jordaan en een   klein filmpje van onze viering van Epiphanie – maryakub.net –  even naar beneden scrollen).

 

Realistische en hoopvolle verwachtingen voor de toekomst

We geven  de voornaamste gedachten weer uit een interview dat niet alleen een goed beeld geeft van wat in Syrië gebeurt, maar vooral ook een verantwoord perspectief biedt (Frédéric PICHON in gesprek met Bouthaina CHAABANE: Dans l’ombre de Bachar El-Assad, Politique Internationale nr 46, politiqueinternationale.com, opnieuw gepubliceerd door Les-Crises.fr, 3 januari 2016). Frédéric Pichon is onderzoeker aan de universiteit van François Rabelais, Tours, verbonden met de groep “monde arabe méditerrané” en heeft  in oktober 2014 al een verhelderend onderhoud gepubliceerd met patriarch Gregorios III Laham (http://www.les-crises.fr/syrie-les-chretiens-dans-la-tourmente/ ). Bouthaina Chaabane is raadgeefster en woordvoerster van de Syrische president, behaalde een doktoraat in Engelse literatuur, verbleef  zes jaar in Engeland. Ze publiceerde in Amerika verscheidene boeken en werd in 2005  genomineerd als kandidate  Nobelprijs voor de vrede. Bij het begin van de Syrische crisis vroeg Frankrijk evenwel aan de Amerikaanse regering om haar op de zwarte lijst te zetten,  omdat ze de woordvoerster van de Syrische president was en bleef! Door ontslag te nemen zou ze de grootste waardering gekregen hebben van heel het westen.  Zij kent de westerse mentaliteit.  Alleen wie westers denkt en leeft wordt beschouwd als zijnde beschaafd en modern. Zij koos voor een meer verantwoorde houding, nl. het trouw blijven aan eigen land en waarden. Zij wil ook best als modern beschouwd worden, maar daarvoor niet haar land verloochenen. Het westen heeft  emigratie aangemoedigd, geholpen door een speciaal fonds van Qatar, dat de mensen, die have en goed verkochten, flink wilde vergoeden. Dit gaat radicaal in tegen de diepe aard van het Syrische volk, dat iedere politiek die van buitenaf wordt opgedrongen, afwijst. “Het westen heeft niets begrepen van Syrië, van zijn volk en van zijn geschiedenis”, zegt ze.

 

Hervormingen

Syrië was in 2011 geen volmaakte samenleving. Bovendien heeft de president zelf herhaaldelijk gewezen op de kwaal van de corruptie. Maar hervormingen mogen nooit van buitenaf worden opgedrongen. Het westen was vanaf het begin vast besloten  om Syrië te breken.  Daarom kwam het aandraven met  democratie, vrijheid en rechten van de mens. De buitenlandse rebellen, terroristen en criminelen, waren echter aan democratie helemaal niet geïnteresseerd. Zoals Kadhafi en Sadam Hussein moest ook Bachar El-Assad uit de weg geruimd worden. Het was een onaanvaardbare inmenging in het bestuur van een soeverein land, een inbreuk op de internationale wetgeving en  een onwettig  kolonialisme. Kijk naar het resultaat in Libië en Irak. Bouthaina: « Weten de westerlingen dat er in Syrië voor de crisis geen  enkele dakloze was, dat er een goed werkende infrastructuur was voor gezondheid en opvoeding ? Ieder dorp had zijn gratis school. Studenten gingen naar de universiteit voor nauwelijks 20 dollar per  jaar. En vooral, Syrië had geen enkele buitenlandse schuld ». We kunnen dit bevestigen vanuit onze eigen ervaring toen we hier toekwamen in 2010. We hebben meerdere ziekenhuizen bezocht  waar leden van de  gemeenschap gratis behandeld werden, ook wanneer het buitenlanders waren. Opvallend was ook de afwezigheid van alle stress. Voeg hierbij nog de veiligheid van een harmonieuze samenleving. Als je een kostbaar fototoestel vergat in een zaal waar veel volk komt, (zoals mij de eerste avond al overkwam) kon je het de volgende morgen terugvinden, precies op de plaats waar je het had neergelegd. Tenslotte was ook het dagelijkse leven, zoals de voeding en het vervoer, erg goedkoop

Er waren hervormingen nodig en die zijn er ook gekomen. In 2012 is bij referendum een nieuwe constitutie aanvaard, waarbij een meer-partijen-stelsel werd ingevoerd. Er werden gemeenteraadsverkiezingen en wetgevende verkiezingen georganiseerd. Tenslotte werden op 3 juni 2014 presidentsverkiezingen gehouden. Van de drie kandidaten werd Bachar El-Assad met een overweldigende meerderheid gekozen. Ook Syriërs in het buitenland kozen massaal voor hem. « Syriërs verlangen veiligheid en hij is het die de veiligheid verpersoonlijkt. Hij wordt beschouwd als de enige die nu in staat is de integriteit en vrede van het land te verzekeren ». Sommige kampioenen van de democratie, zoals Frankrijk,  Duitsland en België, ontnamen de Syriërs het recht om in het consulaat een stemming te organiseren. Trouwens, het westen was tegen iedere hervorming in Syrië gekant, waaruit bleek dat hun streven naar democratie maar een voorwendsel was.  Voor hen waren de presidentsverkiezingen “onwettig” omdat hun Saoedische, Tunesische of Turkse terroristenleiders in Ankara, Doha of Parijs  niet mochten meedoen! Syriërs hebben er geen nood aan bestuurd te worden door anderen van buitenaf. Het is een fier volk, een van de  oudste beschavingen ter wereld en  Damascus is een van de  oudste steden uit de geschiedenis van de mensheid. Syrië is tenslotte de wieg van het christendom.

 

Dialoog met de oppositie

Of het leger bij het begin niet  met overdreven geweld  gereageerd heeft? De zogenaamde vreedzame volksopstand moet  erg gerelativeerd worden. Vanaf het begin waren er gewapende bendes bij betrokken die het op de soldaten en de politie gemunt hadden. Onder hen zijn ook de meeste slachtoffers gevallen.  Toen een kamikaze voor een school in Homs vijftig kinderen onder de 12 jaar de dood in joeg, was er geen enkele westerse regering die enig protest of een veroordeling liet horen. In Frankrijk werd in 2012 Mohammed Merah uitgeschakeld. Zijn appartement werd opgeblazen en hij zelf met tientallen kogels doorzeefd. Sprak iemand over overdreven geweld? In een land bestaat er wel een gewettigde politieke oppositie. Gewapende oppositie bestaat niet en gewapende gematigde opposanten nog veel minder. Deze misleidende woorden werden door het westen uitgevonden. Het gaat om terroristen of criminelen. Het is de taak van leger en politie om het volk te beschermen en de veiligheid te garanderen. “Wie kan ontkennen dat dit nu het geval is in Syrië?” De aanslagen van terroristen zijn een misdaad en het antwood van leger en politie zijn een weldaad.

Het westen schijnt  de politieke onafhankelijkheid van Syrië totaal niet begrepen te hebben. Bij de opposanten in de vredesconferentie in Genève merkte Bouthaina Chaabane dat ze geen enkele kennis hadden over Syrië. Ze waren gewoon vertegenwoordigers van buitenlandse mogendheden. Ze vernam dat Ahmet Davutoglu, de Turkse minister van buitenlandse zaken, de opposanten vooraf strikte instructies had gegeven: vooral niet praten over de  strijd tegen het terrorisme,   alleen maar het vertrek van de Syrische president eisen en een overgangsregering. Wat denk je ervan wanneer wij hetzelfde zouden doen voor  Obama, Cameron of Hollande? Ondanks alles wil de Syrische regering de hand  blijven reiken naar allen die aan de opbouw van dit land, het belang en de toekomst van het volk willen meewerken. We maken ook onderscheid tussen de regeringen en het volk. De Fransen blijven hier welkom, maar de Franse regering  stelt ons zwaar teleur, zegt zij. Hun ambassadeur Eric Chevallier heeft gedaan wat hij moest doen en aan zijn minister verteld dat de Syrische president helemaal niet zou aftreden of ten val komen, maar hij werd aan de kant geschoven, omdat hij niet vertelde wat de Franse regering voorzien had. De eerste ambassade die gesloten werd, was die van Frankrijk, waarmee het ook alle contact verloor met  wat er in Syrië werkelijk gebeurde. We voegen er bij dat dit ook ons ontgoocheld heeft. Toen ik pas hier was kwam deze ambassadeur in ons klooster op bezoek. Hij en zijn ploeg waren erg geïnteresseerd in het ontstaan en de activiteiten van het klooster. Van zijn kant vertelde hij hoe hij van een dokterspraktijk in de politiek geraakt was. We hielden er een prachtige folder van over, bedoeld voor de Fransen in Syrië. Er stonden allerlei telefoonnummers in die in nood  moesten gecontacteerd worden. De boodschap was duidelijk: bel ons op, blijf waar je zijt en wacht, wij zorgen voor alles. En bij de eerste moeilijkheden in Syrië sloten ze zelf  hun winkel! Bouthaina werkte in 1996 al aan de zijde van vader Hafez El-Assad. Ze herinnert zich hoe hij Amerika verplichtte om Frankrijk toe te laten bij de gesprekken over Libanon, wat Amerika tegen zijn zin moest aanvaarden. En nu is het Frankrijk dat Syrië verraadt. Bouthaina: “Wij hebben niet begrepen waarom Frankrijk zulk een extreem standpunt heeft ingenomen. Hierdoor hebben zij bewust het terrorisme in Syrië aangemoedigd. Eerlijk gezegd, ik zie maar één uitleg.  Qatar heeft een deel van het patrimonium van Frankrijk opgekocht en eist op die wijze zijn investering terug”. Ondertussen worden er op binnenlands vlak steeds meer stappen gezet in de  richting van een nationale verzoening. Talrijke groepen rebellen hebben de wapens neergelegd en een staakt-het-vuren aanvaard. Op 31 december hebben in Homs, Hama en Damascus weer 157 rebellen zich overgegeven en op 2 januari 2016 nog eens 84.

 

En de toekomst?

Syrië heeft  de voorbije vijf jaar heel veel verloren: zijn beste mensen, zijn soldaten, zijn kinderen, ziekenhuizen, scholen en zijn infrastructuur. Terroristen en  criminelen hebben het land enkele eeuwen terug geworpen in de tijd. Ondertussen lanceerden de westerse regeringen de  obsessie van het vertrek van Assad, alsof daar de schuld lag. De leugens werden door al Jazeera en al Arabyia de wereld ingestuurd en gretig geloofd. De media, die soms zo vlug zijn om valse berichtgeving te ontmaskeren,  hebben voor wat er in Syrie gebeurde hun deontologie volkomen verloochend. Sommige journalisten die de waarheid brachten, werd het zwijgen opgelegd. Ja, het westen heeft zijn geloofwaardigheid verloren. Wanneer De VS niet wil samenwerken met Rusland en China en wel met een aantal landen die uitgesproken sponsors van het terrorisme zijn,  kunnen ze niet meer ernstig genomen worden. De slecht bewapende  burgers van Ayn el Arab (Kobane) hebben veel efficiënter  Daesh bestreden dan de hele coalitie van 70 landen onder leiding van Amerika. Deze laatsten zijn vooral bekommerd om de belangen van hun olie,  hun bankiers en  wapenindustrie. De huidige crisis treft niet allen Syrië maar  de hele regio en zelfs de hele wereld. Bouthaina: “De wereld bevindt zich op een scharniermoment waar het unipolaire systeem op sterven ligt en  wacht op de  vervanging door het multipolaire. Het zwaartepunt verplaatst zich naar Azië. De  opkomst van Rusland, Indië en China is het belangrijkste verschijnsel van de laatste jaren. De « Arabische lentes » in Syrië en elders zijn een nieuwe stap. Het is een langzaam proces dat zal eindigen in de marginalisatie van de extremistische ideologieën en een uitdoven van de politieke islam. Kijk naar Tunesië, van waaruit het begon. De verkiezingen van eind oktober 2014 leverden de nederlaag op van het islamitisch front en de overwinning van de lekenbeweging. Dat is de ware aard  van de Arabieren…die overtuigd zijn dat christenen en moslims één vok vormen. Het zijn deze krachten die de toekomst van de Arabische wereld zullen maken. Het zal ongetwijfeld nog tien jaar duren vooraleer dit nieuwe Midden Oosten het daglicht zal zien, maar het zal niet  zijn zoals het westen het zich heeft voorgesteld. De Arabische wereld is een nieuw seculier politiek model aan het maken, waarin de soevereiniteit een centrale plaats inneemt. En Syrië is  het laboratorium van deze nieuwe Arabische wereld. Voor een Marokaan of Irakees is ons land het “Balad el Cham”, het  hart van de Arabische wereld. Op dit ogenblik zijn Tunesië, Algerije en Egypte hun relaties met  Damascus aan het normaliseren.” De monarchieën van de golfstaten  blijven hierbij natuurlijk een groot probleem. Zelf kunnen we daar nog de  huidige spanning bijvoegen  tussen Saoedi-Aabië (soennitisch) en Iran (sjiitisch) wegens de executie (naast 46 anderen!) van de geëerde sjiitische geestelijke leider Nimr Baqer Al-Nimr (die nooit aan gewapend  verzet heeft deelgenomen). Het lijkt ons niet onmogelijk dat het een bewuste provocatie is om het terrorisme en de oorlog te laten voortduren. Rusland heeft zich als bemiddelaar aangeboden. Tot slot vertelt Bouthaina nog dat Ali, de grootvader van de huidige president, in Qardaha leefde, de wieg van de familie Assad.  Christenen tijdens  de eerste wereldoorlog ontvluchtten de Turkse volkerenmoord. Het was Ali die er voor zorgde dat ze opgevangen werden en daarom zijn er nu nog christenen in Qardaha. En over de huidige president. Bouthaina Chabaane besluit: “Een Assad wijkt niet voor druk. De president zal zijn taak nooit opgegeven omdat zijn verantwoordelijkheid hem door het volk is toevertrouwd. Zoals hij zelf zegt, zal hij leven en sterven in zijn land. Zo eenvoudig is dat. En wat zijn persoon betreft, allen die hem benaderen, ook de westerse journalisten, zullen u zeggen dat hij een bescheiden man is, zeer open en niet bang om met zijn volk in contact te treden. In één woord, een man die ver verwijderd is van de belachelijke karikaturen  die van hem gemaakt werden.”

(P.S. Als je een humoristisch, karikaturaal stripverhaal over de oorlog tegen Syrië wilt lezen, bekijk dan  “Bachar al Salad pour les nuls” van Jean Michel, getekend door Georges Rémi (Hergé), kuifje).

Pater Daniël

Website: http://www.maryakub.net

Bron: E-mailbericht – Namens pater Guy Borreman SJ, Zr Lucienne


 

 

Prof. Mag. Dr. J.P.M. van der Ploeg O.P.: Is Allah ook de God der Christenen?

Er wonen in ons land heel wat Moslims, naar de naam van de stichter van hun godsdienst ook Mohammedanen genoemd. Ze bouwen bij ons hun moskeeën en nemen zelfs christelijke kerken over, als ze kunnen, om er moskeeën van te maken. Aan de bouw hiervan wordt niet zelden door Christenen meegewerkt, zelfs financieel bijgedragen. Bij de opening van een nieuw moslims gebedshuis kan men Christenen aantreffen, zelfs officiële vertegenwoordigers van Kerken. Zo wil het de huidige verdraagzaamheid en het respect voor de godsdiensten van anderen. Een bijkomend motief is zeker ook, dat men van mening is dat Allah, de God die de Moslims vereren als de enige God, naast wie er geen andere is, de schepper van hemel en aarde, die levenden en doden zal komen oordelen, dezelfde is als de God van Christenen en Joden.

In tegenstelling tot de laatste mening hoort en leest men vaak dat Allah met de God van de Christenen niet kan vereenzelvigd worden en een Christen hem dus niet mag aanbidden of op één lijn stellen met onze God. Wat hiervan te denken?

Mohammed (in het Arabisch Muhammad; de Fransen spreken van Mahomet) is rond 570 te Mekka in Midden Arabië geboren. In 612 dacht hij openbaringen van God te ontvangen door bemiddeling van de aartsengel Gabriël, in 622 verliet hij de stad om naar het noordelijk gelegen Medinah (aldus de tegenwoordige naam) te trekken, waar hij in 632 is gestorven en begraven. In zijn tijd vereerden de inwoners van Mekka verschillende goden, hoewel het er maar enkele waren. Mohammed heeft dit veelgodendom met succes bestreden en de voornaamste God, Allah genaamd, tot enige God verheven naast wie er geen andere is.

Te Mekka woonden ook Joden én mogelijk enkele Christenen, die men op verschillende plaatsen in Arabië vond. Hele stammen waren tot het Christendom overgegaan en hadden priesters en bisschoppen. Mohammed heeft enige tijd verwacht dat de Joden zich wel tot zijn nieuwe godsdienst, de Islam (spreek uit: Islaam), zouden bekeren en hij en zijn volgelingen hebben zelfs een tijdlang in de richting van Jerusalem gebeden. Men neemt zelfs aan dat hij op zijn paard Boeraaq een nachtelijke reis heen en weer naar Jerusalem heeft gemaakt en daar heeft gebeden bij de heilige rots op het oude tempelplein. Om deze reden is Jerusalem voor de moslims een der drie heiligste plaatsen ter wereld en komt in rangorde na Mekka en Medina. Dit geloof geeft een bijzonder karakter aan het huidige Arabisch-Joodse conflict.

De Profeet van Mekka heeft in zijn God Allah ook de God der Joden gezien, die van het Oude Testament. Hij aanvaardde zelfs dat deze zich al aan Abraham heeft geopenbaard en door Mozes aan de Joden hun heilig boek, de Wet (door Mohammed tawrat = torah genoemd) heeft gegeven. Aan de Christenen gaf Hij het evangelie (iendzjiel); Mozes en Jesus waren voor hem profeten. Hij voegde er aan toe dat Joden en Christenen (door hem “mensen van het Boek” genoemd) hun heilige boeken hebben verminkt. Aan Mohammed heeft Allah de meest volledige en definitieve openbaring uit de hemel doen “afdalen” (een technische, in de Koran veel gebruikte uitdrukking). Deze is opgetekend in de 114 hoofdstukken van de Koran en is deels ook mondeling doorgegeven (Hadieth).

In de Koran (qoer’áan) staat veel dat door het Christendom niet wordt aanvaard. Heel in het bijzonder is de leer van de Heilige Drieëenheid voor de Islam een ergernis en daarmee samenhangend wordt ook de leer van de verlossing door het Mensgeworden Woord des Vaders ontkend en fel bestreden. Men kan zeggen dat deze twee leerstellingen voor de Moslims de grootste steen des aanstoots zijn in het Christendom. Daarom worden de Christenen in de Koran gerekend tot de moesjrikien, d.w.z. zij die aan Allah een Hem gelijkwaardige Metgezel (sjariek) geven. Koran, Sure 17, 111: “En zeg: Lof aan Allah, die zich geen Zoon heeft genomen en die geen Metgezel heeft in het Koningschap”. Niets is voor de Moslims zo absurd en afkeurenswaardig als de leer dat God een Zoon heeft. Er staan in de Koran wel enkele gunstige uitspraken over het Christendom, maar ook (latere) ongunstige, en dit is mogelijk door de leer, dat Allah sommige openbaringen later weer heeft opgeheven.

Allah is voor de Moslims niet alleen de Schepper, Heer en Bestuurder van hemel en aarde, maar ook de auteur van de Koran. Velen nemen zelfs aan dat deze van alle eeuwigheid bij Allah heeft bestaan als zijn (door hem geschapen) Woord. Daarom moet het beeld, dat de gelovige Moslim zich van Allah vormt, uit de Koran worden opgemaakt, en dit vertoont zeer grote en wezenlijke onderscheiden met dat van de gelovige Christen, met name van de katholieke Kerk. Van dit standpunt bezien kan en moet men zeggen, dat Allah van de Islam niet de God van het Christendom is. Men zou dit kunnen bestrijden wanneer het verschil slechts bijkomstige zaken betrof, nu betreft het een aantal wezenlijke.

Zeker, de Islam is evenals Jodendom en Christendom een monotheïstische godsdienst. Maar dit houdt niet in dat de drie juist dezelfde God vereren. Wat het Jodendom betreft ligt het anders dan bij de Islam. In het Credo belijden wij ons geloof aan God qui locutus est per prophetas ” die gesproken heeft door de profeten ” , en wel die van het Oude Verbond. Daarin was de openbaring van de Heilige Drieëenheid nog niet gedaan, maar wel was zij er voorbereid. Het Oude Testament sluit harmonisch aan op het Nieuwe en zo is de God van het Oude Testament ook de onze, die wij echter veel volmaakter hebben leren kennen.

Dit heeft praktische gevolgen. Als men hoort dat tegenwoordig scholen worden ingericht voor christelijke en mohammedaanse kinderen, “omdat in beide godsdiensten dezelfde God vereerd wordt”, is dit fout. De mohammedaanse kinderen leren uitdrukkelijk fundamentele waarheden van het Christendom, en speciaal met betrekking tot onze God, te ontkennen en te bestrijden.

In het verleden hebben tal van mohammedaanse vorsten uit naam van de Islam Christenvolkeren en hun godsdienst zwaar bestreden. Waar zij eeuwen lang de macht hebben gehad, zoals in Turkije, het Midden Oosten, Noord Afrika, streken waar het Christendom bloeide, is het zo goed als uitgeroeid. En dit gebeurde niet zo maar, doch in de overtuiging dat Allah hiermee een dienst werd bewezen. Allah akbar! ” Allah is de grootste” (letterlijk: groter -dan alle anderen) is nog altijd de strijdkreet van de Moslims als zij ook tegen de Christenen (en Joden) te velde trekken. Is met de Islam een “dialoog”.mogelijk? Deze veronderstelt dat de deelnemers daaraan elkaar als gelijkwaardigen tegemoet treden, of minstens doen alsof. Geen van beide is tot op heden van de Islam (in het algemeen genomen, uitzonderingen daargelaten) te verwachten. De Moslim is diep overtuigd van de volkomen minderwaardigheid van het Christendom tegenover de aan Mohammed gedane openbaring. Daarom is samengaan van Moslims met Christenen op godsdienstig terrein doorgaans ook psychologisch onmogelijk. Een Moslim die zich Iaat dopen heeft volgens de Islam de doodstraf verdiend en wanneer hij in een mohammedaans land woont, doet hij het beste daaruit te verdwijnen. Kort na de oorlog heb ik in Kaïro een “katholieke moslim ” ontmoet, hij was crypto-Katholiek, niemand mocht het weten, zeker zijn eigen familie niet. Door hem ben ik aan de Egyptische uitgave van de Koran (in het Arabisch) gekomen, die een mohammedaanse boekhandelaar aan mij, een “ongelovige”, nooit zou hebben verkocht. Jaren geleden verbood een bisschop in Noord-Afrika aan zijn priesters Moslims te dopen, tenzij zij meteen uitweken naar Frankrijk of een ander christelijk land. Wijlen kardinaal Pignedoli heeft enkele jaren geleden, in zijn hoedanigheid van president van het Romeinse secretariaat (nu “Raad ” geheten) voor de niet-Christenen, aan een aantal bisschoppen schriftelijk gevraagd wat zij o.a. dachten van een dialoog met de Moslims. De Libanees Mgr. Paul Bassim, vicaris-generaal voor de Latijnen in de Libanon, heeft later zijn antwoord laten publiceren in de Rheinischer Merkur. Daarin gaf hij als zijn mening te kennen dat sinds Vaticanum II een “dialoog” met de Moslims van de zijde der katholieke Kerk mogelijk is, maar niet van die der Moslims. Volgens de beginselen van de Koran, aldus Bassim, zijn Christenen in een mohammedaans land niet eens burgers van de 2de rang, maar minder dan dat. Tegen een hoofdelijke schatting moeten zij volgens de Koran worden geduld, “beschermd”. In de loop der eeuwen werden zij in het publieke leven ook nog zeer discriminerend en vernederend behandeld. Ik ken Christenen uit Syrië die een christelijke naam tegen een Turkse hebben ingeruild, om niet in het openbaar als Christenen te boek te staan. Zelfs in een land als Egypte gaan nog steeds heel wat Christenen tot de Islam over, om niet meer gediscrimineerd te worden.

In een brief aan Der Fels van februari 1990, p. 63, schrijft een missionaris uit Nigeria, die zijn naam niet wil noemen: “Een dialoog tussen Christendom en Islam bestaat niet, tenminste niet met de Islam zoals minioenen mensen hem beleven: wij hebben daar niet met een boek te maken, maar met levende mensen, fanatiek, intolerant, bereid om te sterven om de Islam met alle middelen te verbreiden. Schrikwekkend en ondemocratisch zijn zij in hun eigen land, maar in de landen, waarheen zij gaan, eisen zij rechten en maken daar aanspraak op, de beroemde mensenrechten. De Islam heeft geen raakpunten met het Christendom, de Islam is de dood van het Christendom. Wie het tegendeel beweert, is nog niet buiten zijn huis geweest”. Dit is een kreet van iemand uit de praktijk. Op “hoog niveau” spreekt de Moslim meestal een andere taal, maar huldigt doorgaans geen andere beginselen.

Het bovenstaande is geschreven om te wijzen op de krachten die in de Islam schuilen en die door volksmenners gemakkelijk actief kunnen worden gemaakt: Allah akbar! De omgang met individuele Moslims kan echter bijzonder sympathiek zijn; ik bewaar er goede herinneringen aan. Als individu treedt een mens meestal anders op dan als lid van een groep, sociaal.

Allah is niet onze God en zijn godsdienst niet de onze en ook geen aan de onze verwante, al heeft hij er dan elementen uit overgenomen. Waar de Islam in de minderheid is, zeker als dit een sterke minderheid is, is een zekere samenwerking met hem wel te proberen. Verder strekt het gebod van de naastenliefde zich ook uit tot ane Mohammedanen, ongeacht alls wat zij in het verleden Christenen hebben aangedaan. Dit gebod moet het richtsnoer zijn van ons handelen t.o. v. hen. Maar men moet ook de werkelijkheid kennen en zich aan geen illusies overgeven. Als schrikwekkend voorbeeld staat daar de oorlog in Libanon en wat in Perzië en Turkije (eind te wereldoorlog) gebeurd is en nog gebeurt.

Uit: Katholiek Maandblad – 2e JAARGANG – No. 5 – MEI 1990

>> http://www.ecclesiadei.nl/docs/ploeg0050.html


 

Uit het DOSSIER; Prof. Mag. Dr. J.P.M. van der Ploeg O.P.

Liturgie en Sacramenten

Ecclesiologie en Oecumene

Commentaar op ontwikkelingen in de Katholieke Kerk

Andere Godsdiensten

>>>  http://www.ecclesiadei.nl/dossier_ploeg.html

H. Eucharistie: Geheim van het Geloof

Prof. Mag. Dr. J.P.M. van der Ploeg O.P.
Preek in de Parochiekerk van de H.H. Leonardus en Gezellen, Martelaren van Gorcum, te Tilburg, 18 oktober 1970
Tantum ergo Sacramentum, veneremur cernui.
Laat ons zo’n groot Sacrament diep gebogen vereren.

Aldus begint de in de Katholieke Kerk meest bekende en tot voor kort ook in onze kerken telkens weer opnieuw gezongen hymne van het H. Sacrament der Eucharistie, van de hand van St. Thomas van Aquino, Dominicaan, heilige en kerkleraar.

Ik haal U deze tekst aan, dierbare Christenen, omdat ik, U vandaag heel bijzonder wil spreken over de H. Eucharistie, het “Geheim van het Geloof” bij uitstek. Ik doe dat in het kader van deze H.H. Missen voor het behoud van het geloof. Want enerzijds is het heilig Misoffer, dat wij hiervoor opdragen, de viering van de Eucharistie; anderzijds is het katholieke geloof in de Eucharistie er een dat in onze dagen weer geweld lijdt onder katholieken, zodat wij onze stem moeten verheffen voor het behoud ervan.

Het gaat om twee dingen, die niet te scheiden zijn: de leer over de H. Eucharistie en de praktijk die daarop is gebouwd en die niets anders is, dan wat wij noemen: de devotie, in al haar vormen, tot het Allerheiligst Sacrament.

Ik wil beginnen met de leer zoals die in de Heilige Schrift wordt aangeduid en door het kerkelijk leergezag wordt verklaard en voorgehouden. Dat laatste is tweemaal heel bijzonder gebeurd: door het Concilie van Trente, in de 16de eeuw, toen de protestantse hervorming het katholiek geloof in de heilige Eucharistie loochende en er iets anders, iets veel minders voor in de plaats stelde; en door Paus Paulus VI in zijn Encycliek “Mysterium Fidei” van 3 september 1965, in een tijd, dat door velen, bijzonder in ons land, achter de katholieke geloofsleer der Eucharistie opnieuw een vraagteken werd gezet, of een streep erdoor werd gehaald.

Laat ons beginnen met de H. Schrift. Wij weten uit de evangeliën van Mattheüs (26, 26-28), Marcus (14, 22-24) en Lucas (22, 17-20) en de eerste brief van de Apostel Paulus aan de Corinthiërs (11, 23-29), dat Jezus op het Laatste Avondmaal de H. Eucharistie voor ons heeft ingesteld. Het oudste, d.w.z. het eerste geschrevene, van deze vier berichten is volgens velen dat van de H. Paulus. Hij schreef het in Efeze van Turkije in 56 of 57 aan de bewoners van Corinthe in Griekenland:
“Broeder”, zo schreef hij, “ik heb van de Heer ontvangen, wat ik weer aan U heb overgeleverd, dat de Heer Jezus, in de nacht waarin Hij verraden werd, brood heeft genomen, en na gedankt te hebben, het heeft gebroken met de woorden: ‘Dit is Mijn Lichaam, omwille van U’ (d.i.: dat voor U wordt overgeleverd). ‘Doet dit tot Mijn gedachtenis’. Zo nam Hij na de maaltijd ook de kelk zeggend: ‘Deze kelk is het nieuwe Testament in Mijn Bloed. doet dit, zo dikwijls gij hem drinkt, tot Mijn gedachtenis’. En de Apostel voegde er de waarschuwing aan toe: ‘Want zo dikwijls als gij dit brood eet en de kelk drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, tot Hij wederkomt. Daarom: wie onwaardig het brood eet of de kelk des Heren drinkt, eet en drinkt zich een oordeel (d.i.: velt zijn eigen vonnis), omdat hij het Lichaam des Heren niet onderscheidt”.

In de drie evangeliën staat St. Paulus’ vermaning niet te lezen; daarin wordt alleen maar meegedeeld wat gebeurd was. Zo lezen wij bij Mattheüs: “Neemt en eet, dit is Mijn Lichaam… Drinkt allen hieruit, want dit is Mijn Bloed van het Verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergiffenis van zonden”. Zo ook in de andere evangeliën.

Sint Jan spreekt niet over de Eucharistie bij het Laatste Avondmaal. Hij schreef veel later dan de drie eerste evangelisten en wilde niet herhalen wat iedereen wist. Maar aan zulk een groot geheim van Jezus; Liefde als de Eucharistie, kon de Apostel der Liefde niet voorbijgaan. In zijn evangelie wordt het vermeld in de toespraak, die Jezus tot de Joden heeft gehouden dicht bij het meer van Galilea, in de synagoge van Kafarnaüm (Jo. 6, 26-59): “Mijn vlees is waarlijk Spijs en Mijn bloed is waarlijk Drank; wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem” (vs. 55-56).

Niet alleen de Katholieke Kerk, maar alle christelijke kerken, die het Evangelie als hun grondwet beschouwen en de waarheid van Jezus; woorden aanvaarden, geloven, wat Hij gezegd heeft. Maar wat bedoelde Hij ermee? Hier gaan, hoofdzakelijk sinds de protestantse reformatie, de meningen op tragische wijze uiteen. De katholiek gelooft, dat Jezus Christus zo werkelijk onder de gedaanten van brood en wijn aanwezig is, dat hij neerknielt en aanbidt, terwijl de protestantse catechismus van Heidelberg, in Nederland nog steeds een basistekst voor godsdienstonderricht bij hervormden en gereformeerden, de H. Mis een afschuwelijke paapse afgoderij noemt. En dit laatste gebeurt niet (ten minste nu niet) uit opzettelijk ongeloof, maar omdat, of terwijl, de woorden der H. Schrift anders worden uitgelegd dan binnen de Katholieke Kerk. Waar het voor katholieken op aankomt, is niet: hoe leer ik, individueel, de woorden der H. Schrift naar mijn persoonlijke mening? maar: wat leest de Kerk erin. In de H. Schrift is over de H. Eucharistie een mondelinge overlevering vastgelegd, die van de Apostelen stamt: zij waren getuigen van het Laatste Avondmaal. Wij lezen die H. Schrift in en met de Kerk en zoals de Kerk haar leest en verstaat. De Kerk heeft van Christus een leergezag ontvangen. En dat leergezag is niet een stil, zwijgend boek, maar het levend woord van levende mensen; het is het eerst gesproken door Jezus en de Apostelen en het zal tot het einde der tijden doorklinken in het levend leergezag der Katholieke Kerk.

Dit leergezag blijkt in de eucharistie vooral uit de praktijk der Kerk van het begin af, uit haar Liturgie. De Kerk heeft van het begin af de H. Eucharistie gevierd in het Oosten en in het Westen, en zij heeft altijd geloof, dat de Heer er tegenwoordig komt onder de gedaanten van brood en wijn, doordat brood en wijn werkelijk worden veranderd in Zijn Lichaam en Bloed. In de laoude Romeinse liturgie werd dit steeds geloofd en er niet uitdrukkelijk bij gezegd. Maar in de oude Griekse van Joannes Chrysostomus vraagt de preister uitdrukkelijk dat God Zijn Heilige Geest mag zenden, om brood en wijn te veranderen in het Lichaam en Bloed van onze Heer. Geen verandering dus van betekenis alleen, of van een nieuw doel waarmee men brood en wijn gebruikt, maar van brood en wijn zelf; niet alleen maar een geestelijke aanwezigheid, maar een aanwezigheid door verandering van brood en wijn in het verheerlijkt Lichaam en bloed van onze Heer. In de Kerk van het Westen en de afgescheidenen kerken van het Oosten bestond hierover geen meningsverschil, totdat in de 16de eeuw in Noordwest Europa andere opvattingen werden verkondigd. Daarmee kwam tevens in vele streken een einde aan de devotie tot de H. Eucharistie zoals die toen bestond, sinds eeuwen: aanbidding, processies, vaak communiceren van vromen. Wat de H. Eucharistie in de 15de eeuw voor de vromen in Nederland betekende, kan men lezen in het vierde Boek der Navolging van Christus van Tomas à Kempis; bij de hervormden bleef daarvan maar weinig over.
Ook nu zien wij in Nederland weer dezelfde verschijnselen optreden: geen of weinig aanbidding meer, processies vervallen, men gaat nog wel te Communie op zondag, maar niet meer in de week, of gaat helemaal niet meer naar de kerk.

Wij onderscheiden in het H. Sacrament drieërlei: Jezus’ aanbiddelijke tegenwoordigheid; de Communie; het Misoffer: het zijn alle drie grote gaven van God, die nauw samenhangen, Ja, samen één zijn. Tegenwoordig wordt veel, te veel, de nadruk gelegd op het maaltijdkarakter der Eucharistie; over het overige wordt vaak niet gesproken, als het al niet wordt ontkend. Aan het eind van de liturgische dienst op zondag gaan de gelovigen naar voren, halen een Hostie en gaan na enkele ogenblikken weer naar huis. Zo was het tot voor kort niet, en terecht niet.

Als het brood en wijn werkelijk veranderen in Jezus’ Lichaam en Bloed, zodat zij geen brood en wijn meer zijn, dan is Jezus zelf daar, onder de broodsgedaante, want Zijn Lichaam en Bloed zijn onafscheidelijk verbonden met Zijn verheerlijkte Mensheid, die die van een goddelijke Persoon is. Jezus zelf is daar en dan is het billijk, dan is het vanzelfsprekend, dat velen het verlangen gevoelen – en dit ook uitvoeren – Hem ook buiten de H. Mis te aanbidden als Hij rust in het tabernakel, Hem liefdevol toe te spreken en Hem zijn nood te klagen, zich geborgen te voelen door bij Hem te zijn, Hem plechtig ter aanbidding willen zien uitgesteld.
Als brood en wijn wonderbaar veranderen in Jezus’ Lichaam en Bloed, dan volgt hieruit, dat zelfs het kleinste deeltje daarin verandert. Het is dus niet zo dat kruimels, die van een Hostie afvallen, of druppeltjes geconsacreerde Wijn, geen Eucharistie meer zouden zijn, niet meer Jezus zelf. Dit is in strijd met het geloof en in zekere zin zelfs met het gezond verstand. Want dit laatste zegt in goed Nederlands: “kruimels zijn ook brood” en dit wil voor ons zeggen: ze hebben evengoed de broodsgedaante als de hele Hostie. In de 4de eeuw vermaande de H. Cyrillus van Jeruzalem de doopleerlingen, die door hem in de Paasnacht in de Kerk zouden worden opgenomen, op die kruimeltjes te letten, wanneer ze de H. Communie eerbiedig op de holle hand, met grote eerbied, zouden gaan ontvangen. “Als het goudstof zou zijn, dat op Uw hand viel”, zei hij, “zoudt U dan niet met de grootste zorg alles verzamelen, opdat er niets verloren ging? Hoeveel te meer moet gij dit doen nu de kruimels geen goudstof, maar de Heer Jezus Christus zelf zijn!”

Wat de Communie op de hand betreft: dat was in die oude tijd een betuiging van eerbied. Wanneer men eerbiedig een geschenk ontving, strekte men de holle hand uit en de Christenen ondersteunden de rechter met de linker, waarbij zij de H. Hostie regelrecht uit de holle hand nuttigden. Nog heden houdt in India elke bedelaar, die U iets vraagt, zijn beide holle handen uitgestrekt voor U, om daarop de aalmoes te ontvangen. Als men nu weer in Nederland en enkele andere streken op de hand communiceert, herstelt men niet het oud-christelijke gebruik: eerstens, omdat men het anders doet, en ten tweede, omdat het geen teken van bijzondere eerbied is (eerder het tegendeel), wat het voor de oude Christenen juist wel was.

Dan is daar de Communie. Wij mogen Jezus ontvangen. Het H. Sacrament is ingesteld onder de gedaante van spijs en drank, opdat wij het zouden nuttigen. Een sacrament werkt uit, wat het betekent; wanneer wij ons lichamelijk zo innig mogelijk verenigen met de gedaanten van brood en wijn en dit doen vol innerlijke verlangen, verenigt de geest zich met Jezus zelf, Die door het Sacrament niet alleen wordt getekend, maar ook bevat. De H. Eucharistie is Jezus zelf; de H. Communie wil ons geestelijk steeds inniger verenigen met de God-mens, ons steeds dichter bij He, brengen. Bedenken wij, wat dit betekent: een mens, zwak, zondig, verenigd met de heilige God! Eens, zo hopen wij, zal dit geschieden in de hemel; op aarde is de vereniging in de H. Communie een onderpand van die latere hemelse vereniging. Daarom spreekt de Kerk de H. Eucharistie als volgt toe: “O, heilig gastmaal, waarin Christus wordt genuttigd, de gedachtenis aan Zij lijden wordt gevierd, de geest met genade wordt vervuld en ons het onderpand wordt gegeven der toekomstige heerlijkheid” (gebed “O Sacrum Convivium”). En St. Paulus zegt, dat wie eet en drinkt, zich een oordeel drinkt, omdat hij “het Lichaam des Heren niet onderscheidt”, d.w.z. er geen rekening mee houdt, dat wat hij nuttigt Jezus’ Lichaam, Jezus Christus zelf is.

Daarom mag niemand tot dit heilig Sacrament naderen als hij schuldig is aan groot kwaad. Is het geen vermetelheid, de H. Communie te ontvangen, wanneer men heeft gezondigd en daarover geen berouw heeft gehad? Althans zijn grote zonden niet eerst aan de priester heeft gebiecht? Of moeten wij zeggen, dat zij die dit tegenwoordig niet doen, weinig geloof meer hebben in de werkelijke tegenwoordigheid van Jezus Christus in het H. Sacrament? Want hadden zij dit wel, hoe zouden zij het dan wagen, de H. Communie te ontvangen? Zij vergeten dat Jezus niet alleen onze Verlosser, Vriend en Helper is, maar ook onze Rechter zal zijn. In vroeger tijd zou niemand te Communie gaan, als hij niet eerst had gebiecht, om zo zuiver mogelijk tot de H. Communie te naderen. Dit was niet altijd nodig, maar tegenwoordig maken wij het tegendeel mee: hele scharen van gelovigen gaan tot de Communie, die zelden of nooit biechten, zonder zelfs maar hun geweten te onderzoeken en hun zonden voor God te belijden. Zondigen zij, zondigen wij, dan niet meer? Zijn zij, zijn wij, zoveel beter dan hun, dan onze, vaders? Is er b.v. geen kerkelijke huwelijksmoraal die wordt overtreden? Zijn wij altijd liefdevol in spreken en handelen, altijd kuis? Het nalaten, resp. afschaffen van de biecht is een ernstig teken destijds, een teken van verslapping van christelijk leven, en herinnert aan wat gebeurde in de tijd van de hervorming der 16de eeuw.

In Oosterse liturgieën roept de priester voor de H. Communie uit: “Het Heilige voor de heiligen!” De gelovigen, zich van hun zonden bewust, zeggen dan: “Er is één heilige Vader, één heilige Zoon, één heilige Geest”, d.w.z.: God alleen is Heilig, wij mensen zijn dat nooit. Maar wij moeten trachten het te zijn door ons zoveel mogelijk te reinigen van zonden, voor wij de H. Communie ontvangen; een hiervoor door de Kerk krachtig aanbevolen, middel is de Biecht. Geve God, dat deze in ons land weer in ere wordt hersteld. Wat daarin overdreven of fout was, mag en moet wegvallen, niet de Biecht zelf.

De Heilige Mis, viering der Eucharistie, is ook een offer. Zij is door onze Heer ingesteld op de avond van Zijn lijden, dat zijn hoogtepunt vond in Zijn offerdood op het kruis. Als de priester nu in de h. Mis brood en wijn consacreert, verzinnebeeldt hij daardoor de dood van Christus. De gescheiden gedaanten van brood en wijn stellen zinnebeeldig de scheiding van Jezus’ Lichaam en Bloed en daarmee Zijn door voor. De Kerk leert dat onder de gedaante van brood niet alleen Jezus’ verheerlijkt Lichaam, maar ook Zijn Bloed en Zijn Godheid tegenwoordig zijn, zij zijn immers niet van elkaar te scheiden. Hetzelfde gaat op voor de gedaante van wijn: daar is ook Jezus’ Lichaam tegenwoordig. De gescheiden gedaanten betekenen het gescheiden Lichaam en Bloed; die van de wijn heel bijzonder het “bloed dat wordt vergoten, tot vergiffenis van zonden”.

Nu heeft Jezus zich maar éénmaal, eens en voorgoed, aan Zijn hemelse Vader geofferd (Hebr. 9, 28). Daarom is het H. Misoffer hetzelfde offer als dat op het kruis. Zoals een en dezelfde Christus in de Eucharistie aanwezig is onder alle broodsgedaanten op de hele wereld, en er niet “veel Christussen” zijn, zo is ook het ene offer van Calvarië tegenwoordig in alle Misoffers, alle Eucharistievieringen der hele Kerk.

Waarom dit? Door het Misoffer wordt het kruisoffer ons nabij gebracht en worden wij er telkens aan herinnerd, kunnen wij ons gemakkelijker openstellen voor de genade der Verlossing, op het kruis door Christus voor ons verdiend, maar daarom nog niet reeds op elk van ons toegepast. Zo is de H. Mis dus, zoals de Kerk zegt, een “Memoriale mortis Domini”, een “Gedachtenis aan de dood van de Heer, een levend Brood, dat het Leven aan de mens geeft”. Bedenken wij dit voldoende of vergeten wij het? Helaas, wij vergeten het maar al te vaak en al te veel.

Wanner wij in de H. Mis Jezus’ lijden gedenken, dan dienen wij daaruit ook onze conclusies te trekken en die zijn van verschillende aard. Eén ervan, en niet de minste, is: als Jezus Zijn lijden in gehoorzaamheid aan de hemelse Vader heeft gedragen, moeten ook wij ons lijden zo proberen te dragen, ons ongemak, onze tegenspoed, zelfs ellende en ongeluk. De leerling is niet meer dan zijn Heer. In deze geest beleefd, wordt het H. Misoffer ons tot een machtige steun in de stormen van het leven, een middel, dat ons helpt gelijkvorming te worden aan de Heer en door ons lijden aan te vullen wat aan het Zijne ontbreekt.

Tenslotte: aan de viering der Eucharistie (het woord betekent: dankzegging, lofprijzing van God voor al Zijn weldaden, vooral voor die van de Verlossing) is een maaltijd verbonden, de H. Communie. Daaraan wordt nu in onze tijd in ons land, de meeste aandacht besteed, zo niet alle. De canon, het offergebed, noemt men wel “tafelgebed”, en spreekt van “offer” liefst niet. Men stelt het zelfs zo voor, dat de eucharistische maaltijd de tafelgenoten allereerst met elkaar verenigt en daarom vooral, of zelfs uitsluitend, een zinnebeeld is van onderlinge saamhorigheid, elkaar weldoen, liefde en vriendschap. Zo gezegd is dit niet juist. De H. Eucharistie verenigt ons met elkaar, omdat zij ons met Christus verenigt. Zijn wij Gods kinderen en tonen wij dat door het ontvangen van de H. Eucharistie met een rein geweten en vol liefde tot de Heer, dan zijn wij elkanders broeders in Christus. De H. Eucharistie brengt ons bij elkaar, omdat wij er ons rond Christus scharen.

De eucharistische maaltijd is niet te vergelijken met een gewone maaltijd, omdat de Spijs, die wij erin genieten, Christus zelf is, Die ons tot de maaltijd heeft uitgenodigd en Die ons met Zich wil verenigen. Een gewone maaltijd verenigt ons, doordat wij samen iets aangenaams, iets heel aangenaams doen, iets, dat ons leven onderhoudt. De eucharistische Maaltijd verenigt ons in Christus, de Spijs zelf. Bij een gewone feestmaaltijd komt het er minder op aan, wat wij eten, als het maar goed smaakt. In de eucharistische Maaltijd komt het alleen op de Spijs aan: Jezus’ Lichaam en Bloed; en dat is heel wat anders.

In de viering der Eucharistie is het te Communie gaan het laatste deel van de plechtigheid. Het hoogtepunt is het offergebed van de canon, waarin God gedankt en geprezen wordt, om Zijn Gaven aan ons mensen geschonken, vooral de Gave van Jezus’ Vlees en Bloed en Zijn offerdoor op Calvarië; de Gave van Jezus zelf, Die door de Consecratie in Zijn verheerlijkt Lichaam met Godheid en Mensheid op het altaar neerdaalt, op een manier, die herinnert aan Zijn menswording in de schoot der Moedermaagd. Dan pas, als dit hoogtepunt bereikt is, als god, Centrum, Bron en Oorsprong van heel ons bestaan, is geprezen en gedankt, mogen wij aan onszelf denken en ons in de H. Communie met Christus verenigen, zodat ten volle bereikt wordt, wat Jezus met Zijn offerdood bedoelde.

Dierbare Christenen! Dit is in het kort, niet mijn leer over de H. Eucharistie, maar de leer der Kerk, zoals die veel beter dan ik het kan, en met nadruk is herhaald op het Concilie van Trente en vijf jaar geleden door Paus Paulus in zijn heerlijke Encycliek. Danken wij daarom God voor deze onuitsprekelijke Encycliek. Danken wij daarom God voor deze onuitsprekelijke Gave en gaan wij over tot de viering ervan, door de belijdenis van ons geloof.

AMEN.

http://www.ecclesiadei.nl/docs/ploeg0005.html

Heilige Deuren – voorwaarden om aflaat van barmhartigheid geldig te kunnen ontvangen

Pastoor Penne: Heilige Deuren…

Sinds 8 december zijn we in een Heilig Jaar in de Rooms-katholieke Kerk, het Heilig Jaar van Barmhartigheid. Paus Franciscus heeft een Heilig Jaar uitgeroepen met zijn wens “dat het Heilig Jaar een levende ervaring van de nabijheid van de Vader, wiens tederheid bijna tastbaar is, zal zijn, zodat het geloof van iedere gelovige gesterkt mag worden en het getuigenis ervan zo steeds effectiever mag zijn”. In de kerken van Tollembeek, Bever en in de kapel van Galmaarden staat een grote kaars die we in elke zondagsviering aansteken om elk duidelijk te maken dat we in het Heilig Jaar zijn. Een bijzonder teken in een Heilig Jaar in de Rooms-katholieke Kerk zijn de Heilige Deuren die worden geopend. Iedereen heeft het wellicht op een op andere manier meegekregen dat in de vier grote basilieken van Rome de Heilige Deuren geopend zijn. In ieder bisdom zijn er ook een of meerdere kerken waar Heilige Deuren geopend zijn. In ons vicariaat Vlaams Brabant zijn er drie plaatsen waar een heilige Deur is geopend: in de kathedraal van Mechelen en in de basilieken van Halle en Scherpenheuvel. In ons parochieblad en in de pers stonden mooie foto’s van hoe de pauselijke nuntius in Halle de Heilige Deur is komen openen. In de afgelopen tijd zijn er verschillende mensen die mij gevraagd hebben wat de betekenis van die Heilige Deuren was en sommigen wisten van vorige Heilige Jaren dat het iets met aflaat te maken had en dat men bepaalde dingen moest doen maar wat was dat?

Die Heilige Deuren zijn er natuurlijk niet gewoon als een soort symbool dat die kerk bijzonder meedoet met de viering van het Heilig Jaar van de Barmhartigheid dat de Paus heeft afgekondigd. Die Heilige Deuren verwijzen zeker naar Jezus die van Zichzelf zegt dat Hij de Deur bij uitstek is. In het Johannesevangelie 10, 7 en 9 zegt Jezus: “Ik ben de Deur voor de schapen. Ik ben de Deur: als iemand door Mij binnenkomt, zal hij gered worden: hij zal in- en uitgaan en weidegrond vinden”. Het binnengaan door die Heilige Deur is eigenlijk binnengaan bij Jezus die ons Zijn grote Barmhartigheid wil tonen. Die Heilige Deuren zijn bijzondere plekken waar men, als men ze bezoekt, een aflaat kan verdienen. De aflaat betekent dat alle zonden en alle straffen die daar aan vastzitten helemaal worden vergeven. De Paus noemt het ” een werkelijke ervaring van de barmhartigheid van God, die ieder persoon tegemoet komt in het Gelaat van de Vader die ontvangt en vergeeft, de begane zonden volledig vergeet”. Natuurlijk krijg je dat niet door zomaar eens gezellig naar Halle of Scherpenheuvel te rijden en even door de deur te wandelen. Paus Franciscus schrijft in zijn brief dat er een aantal dingen moeten gedaan worden om die aflaat te verdienen: je moet biechten, de Mis bijwonen en ter Communie gaan, de geloofsbelijdenis bidden en bidden voor de intenties van de Paus. Letterlijk schrijft Paus Franciscus: “Het is belangrijk dat dit moment in de eerste plaats wordt verbonden met het Sacrament van Verzoening en met de viering van de Heilige Eucharistie, met een overweging over barmhartigheid. Het zal nodig zijn dat deze vieringen de geloofsbelijdenis bevatten en een gebed voor mij en de intenties die ik in mijn hart draag voor het welzijn van de Kerk en de gehele wereld”.

Onze bisschoppen hebben het zo geregeld dat er binnen een redelijke afstand een Heilige Deur te bereiken is. Hopelijk nemen de gelovigen dat bijzondere aanbod van Gods Barmhartigheid aan en groeien ze steeds meer als christen.

Pastoor A. Penne, www.priesterpenne.be