Mgr. Léonard: hertrouwde echtgescheidenen

1.De Heer is niet de gevangene van zijn sacramenten

De Kerk, zo schreef ik in het vorige nummer van Pastoralia, vraagt aan hertrouwde gescheidenen dat ze in de mis niet ter communie gaan. Dit wordt vaak opgevat als een ‘straf’ vanwege de Kerk. Ten onrechte. Het zijn veeleer de christenen zelf die het communiceren van het Lichaam van Christus bemoeilijken door een burgerlijk huwelijk (of samenleven) aan te gaan dat in strijd is met het onverbrekelijke huwelijksverbond. Door sacramenteel te huwen hebben de betrokkenen zich geëngageerd trouw te zijn aan elkaar in goede en kwade dagen en hebben zij de onverbrekelijkheid van het christelijke huwelijk met alle bijhorende consequenties bekrachtigd. Wie dus desondanks burgerlijk hertrouwt na een echtscheiding of als ongetrouwde een gescheiden persoon huwt, plaatst zichzelf op duurzame wijze in een toestand die hem of haar verwijdert van de communie met het sacrament van het verbond.

Om de zaken in hun juiste proportie te zien, moeten we niet vergeten dat deelname aan de eucharistie niet beperkt moet worden tot het ter communie gaan. Het ideaal is uiteraard wel degelijk om in de eucharistieviering ter communie te gaan, mits men de juiste innerlijke gesteldheid heeft. Maar als men om één of andere reden verhinderd is dat te doen, is dat geen beletsel zich te verenigen met het offer van Jezus, die zich aan zijn Vader aanbiedt voor het heil van de wereld. Bovendien blijft altijd mogelijk wat men traditioneel de ‘geestelijke communie’ noemt, dat wil zeggen de communie van het hart met de Heer, zelfs al onthoudt men zich van de eucharistische communie. Want de Heer is nooit de gevangene van zijn sacramenten. Het ontvangen van de geconsacreerde hostie is het gebruikelijke middel om hier op aarde deel te hebben aan de liefde van Jezus voor ons. Maar men kan om allerlei redenen daartoe verhinderd zijn. Bijvoorbeeld omdat men nog niet gedoopt is ook al heeft men al het geloof, omdat men de vereiste leeftijd nog niet heeft, omdat men zich bevindt in een land waar geen eucharistie wordt gevierd, omdat de gezondheidstoestand belet te communiceren, omdat men niet nuchter is volgens de regels van de Kerk, omdat men in zonde leeft en dus eerst berouw moet hebben en te biecht gaan of, ten slotte, omdat men gescheiden en hertrouwd is. In al deze gevallen is de Heer, als onze innerlijke houding oprecht is, niet gebonden aan het sacrament van zijn liefde en is Hij in staat zijn genade te geven aan wie niet tot Hem kan komen in de eucharistie.

Wat is ter communie gaan immers anders dan de gekruisigde liefde van de Heer ontmoeten en deelhebben aan de vrucht van zijn leven? De hertrouwde gescheidenen zijn hiertoe uitgenodigd, net door zich te onthouden van de sacramentele communie. Tot deze gelovigen, die vaak diep geraakt zijn door het mislukken van hun huwelijk, zegt Jezus: ‘Juist door af te zien van de sacramentele communie neem jij, mijn broeder, en jij, mijn zuster, deel aan mijn kruis en verrijzenis. Aanvaard dit lijden uit liefde voor Mij en uit eerbied voor mijn liefdesverbond en Ik, je Heer en je God, zal wel mogelijkheden vinden om je te sterken en je op een andere manier te vervullen. Stel je vertrouwen op Mij en op mijn Kerk.’

 

2.Blijk geven van verbeelding

De voorbeeldige houding van sommige hertrouwde gescheidenen

 Er zijn hertrouwde gescheidenen die, met diep begrip voor wat de leer van de Kerk vraagt, deelnemen aan de eucharistieviering zonder ter communie te gaan en die, juist door niet ter communie te gaan, waarschijnlijk veel authentieker ‘communiceren’ met Jezus dan heel wat gedoopten die ‘in regel zijn’ maar routineus ter communie gaan. Hun houding is voorbeeldig.

Ik herinner me iemand die ik sprak tijdens een verzoeningsviering, aan de vooravond van een hoogfeest. Onwetend over haar levensstaat vroeg ik haar, als teken van bekering, de volgende dag met een bijzondere vurigheid ter communie te gaan. Daarop antwoordde ze me: ‘Dat zal ik niet doen, monseigneur, uit eerbied voor het sacrament van het huwelijk en voor de eucharistie, want ik ben gescheiden en hertrouwd.’ Ik feliciteerde haar voor haar eerlijkheid en stelde voor een ander gebaar van bekering te doen. In de eucharistieviering van de volgende dag zat ze met haar gezin op de eerste rij. Op het moment van de communie kwamen haar kinderen naar voren. Zij bleef zitten, op haar knieën, in een houding van diep gebed. Communiceerde zij niet evenzeer met Jezus als vele anderen die soms met hun gedachten elders ‘communiceren’ met het Lichaam van Christus? Na de mis kon ik haar even alleen spreken en zei haar: ‘De volgende keer komt u bij de communie naar voren en doet u net als de kinderen die nog niet de communie kunnen ontvangen: u kruist uw handen op de borst en ik zal u zegenen, zoals ik doe met de kinderen.’ Dit voorstel vond ze prima, net als haar echtgenoot trouwens, en zo doen we sindsdien. Waarom zou die manier van doen niet kunnen worden uitgebreid?

De grote pijn van sommigen

 Sommige hertrouwde gescheidenen kunnen zich gemakkelijk vinden in die aanpak, als die hun met liefde en respect wordt voorgesteld. Anderen zouden volgen, als we hun hierover uitleg zouden geven. Dat neemt niet weg dat bij sommigen de pijn heel groot blijft, zelfs met dit soort begeleiding. Waarom ‘sommigen’? Omdat er onder de hertrouwde gescheidenen mensen zijn voor wie de wens om te communiceren vooral een kwestie is van ‘opeisen’: waarom zouden anderen ter communie mogen gaan en ik niet? Het gaat hier meer om de wens gelijk behandeld te worden dan om de eucharistische communie zelf. En als we die mensen zouden zeggen dat de kerkelijke leer veranderd is, dat zij zonder probleem ter communie mogen gaan, zouden we hen de volgende zondag niet noodzakelijk allemaal in de mis zien …

Daarentegen is de pijn groot van hertrouwde gescheidenen die oprecht en diep geloven in de eucharistie. Denken we aan hen die speciaal vermeld worden door Johannes Paulus II in Familiaris Consortio (§ 84), zij die ten onrechte verlaten zijn door hun eerste echtgeno(o)t(e) en die hertrouwd zijn voor de opvoeding van de kinderen of ook zij die de innerlijke overtuiging hebben dat hun eerste huwelijk niet geldig was, ook al kunnen ze dat niet bewijzen. Hun pijn wordt op bepaalde momenten extra groot: tijdens de grote liturgische feesten, bij de eerste communie van hun kinderen of bij begrafenissen van familieleden.

De banalisering van de eucharistie

 De ergernis wordt nog groter als we zien hoe de communie in veel van onze eucharistische vieringen, in het bijzonder tijdens uitvaart- of huwelijksmissen, wordt gebanaliseerd. Vaak is de communie niet meer dan een simpele blijk van deelname aan de dienst. Velen gaan ter communie zoals naar de offerande bij begrafenissen. Sommigen nuttigen de hostie zonder eerbied – zo lijkt het althans – terwijl ze naar hun plaats gaan, op een nonchalante manier, zoals men chips eet op een receptie.

En het gaat om het Lichaam van Jezus! Men zou het niet zeggen als men die haastige, routineuze, mechanische manier van doen ziet … Zo’n klimaat maakt het verdriet van hertrouwde gescheidenen die vurig gelovig zijn, alleen maar groter. Voor hen is de geconsacreerde hostie werkelijk het allerheiligste Lichaam van de verrezen Jezus en ze stellen vast: ‘Bijna iedereen gaat ter communie, vaak maakt het niet uit hoe, maar wij niet, terwijl wij er met heel ons hart in geloven en er met heel ons wezen naar verlangen.

Hoe staat het met de toegang tot het sacrament van verzoening?

 In het geval van mensen die gescheiden en hertrouwd zijn, is er niet alleen de delicate kwestie van de communie. Ook de toegang tot het sacrament van de verzoening stelt een probleem en is een bron van ergernis. Waarom zouden hertrouwde gescheidenen niet mogen biechten? Zouden zij schuldig zijn aan de enige zonde waarvoor geen vergeving mogelijk is? Zeker niet. Voor elke zonde is er barmhartigheid. Maar wel op voorwaarde dat men berouw heeft over zijn fouten en vastbesloten is z’n leven te veranderen.

Het grote probleem van een burgerlijk huwelijk na een scheiding is, dat men zich daarmee engageert in een duurzame situatie die in tegenspraak is met de huwelijksband zoals de Heer ons voorstelt. Overspel dat af en toe wordt begaan is een zeer ernstige fout, maar het is mogelijk zich ervan af te keren en vergeving te krijgen door te besluiten voortaan trouw te blijven aan de partner. Maar wanneer iemand hertrouwt na een scheiding, plaatst hij (zij) zich in een blijvende situatie waarin hij (zij) als gehuwde gaat leven met iemand die niet zijn (haar) echtgeno(o)t(e) ‘in de Heer’ is. Dat is de kern van het probleem! En na verloop van tijd wordt het onmogelijk op die stappen terug te keren, vooral wanneer er kinderen zijn. Vaak is het zelfs moreel noodzakelijk samen te blijven. Wat zou, in die onontwarbare situatie, het sacrament van de verzoening kunnen betekenen, want men verkeert in de onmogelijkheid zijn (haar) leven te veranderen net op dat punt waar zich een probleem stelt?

Terzijde: het probleem zou vergelijkbaar (maar niet identiek) zijn op ieder ander gebied waarin men zich duurzaam engageert in een situatie die in permanente tegenspraak is met wat het Evangelie vraagt. Als men bijvoorbeeld lid wordt van een vereniging die vijandig staat tegenover het geloof en het Evangelie, kan men pas vergeving krijgen als men daar uitstapt. Zelfs voor de ergste zonden kan men vergeving krijgen, maar als men zich bevindt in een situatie waarin men blijvend aan die zonde wordt blootgesteld, zal er eerst verandering in die situatie moeten komen.

De uitnodiging om samen in onthouding te leven

Daarom is volgens de traditie van de Kerk het sacrament van de verzoening slechts toegankelijk voor hertrouwde gescheidenen op voorwaarde dat men zijn leven radicaal verandert, net zoals dat geldt voor alle anderen die leven in situaties die strijdig zijn met het evangelie. Johannes Paulus II schrijft hierover in Familiaris Consortia (§ 84): De verzoening in het sacrament van de boete, die de weg opent naar het sacrament van de eucharistie, kan verder alleen verleend worden aan degenen die er berouw over hebben dat zij het teken van het verbond en de trouw van Christus geschonden hebben en die oprecht bereid zijn een vorm van leven te leiden die niet meer in tegenspraak is met de onontbindbaarheid van het huwelijk. Dit brengt concreet mee dat de man en de vrouw de verplichting op zich nemen in volledige onthouding te leven, d.w.z. zich van de eigenlijke huwelijksdaad te onthouden, wanneer zij om serieuze redenen – zoals bijvoorbeeld de opvoeding van kinderen – niet kunnen voldoen aan de verplichting uit elkaar te gaan.

Bij het horen van deze woorden zullen sommigen wellicht lachen: ‘Droomt de paus misschien? Leven als broer en zus, dat doe je toch niet?’ Op te merken valt dat Jezus dezelfde reactie kreeg toen Hij bepaalde eisen stelde ten aanzien van geld of, inderdaad, de huwelijksband. Naar aanleiding van het scherpe woord van Jezus ‘Gij kunt niet tegelijk God dienen en de geldduivel’, schrijft Lucas: ‘De farizeeën, die op geld belust zijn, hoorden dit alles en lachten Hem uit’ (Lc 16, 14). Wat de leerlingen betreft: zij waren verbijsterd door Jezus’ eisen over de huwelijkstrouw (cfr. Mt 19, 10).

De noodzaak van een sterke geestelijke motivatie

Er zijn hertrouwde gescheiden koppels die, na een weg van bekering, voor deze weg van onthouding kiezen. Dat veronderstelt natuurlijk een sterke motivatie en een diepgaand akkoord binnen het koppel. Zij die zonder de nodige voorbereiding voor deze weg van onthouding zouden kiezen, lopen het risico dat hun relatie op de klippen loopt, wat een nieuw falen zou zijn bovenop het vorige. Maar met een diepe spirituele motivatie en veel broederlijke steun zouden velen in staat zijn geleidelijk aan – met misschien af en toe een uitschuiver – deze nieuwe levensstijl aan te nemen en er veel kracht uit te putten voor henzelf en voor andere christelijke koppels in dezelfde situatie. Ik ken een aantal van dergelijke koppels en ik bewonder hun evangelische zin, hun liefde voor Christus die boven alles gaat en hun vermogen om nieuwe vormen van tederheid te vinden. Het is duidelijk dat voor koppels die zo de volledige waarheid van hun levenssituatie erkennen, de toegang tot het sacrament van verzoening en daardoor tot de eucharistische communie volledig openstaat.

Geen barmhartigheid voor de anderen?

 Wil dat zeggen dat andere koppels, die de weg van onthouding niet willen of kunnen gaan, radicaal afgesneden zijn van de barmhartigheid? Absoluut niet! Met Gods barmhartigheid is het als met de eenheid met Christus in de communie. Het is niet altijd mogelijk ‘sacramenteel’ te communiceren. Maar de Heer is geen gevangene van zijn sacramenten. Als iemand blijft vastzitten in een situatie die duurzaam in tegenspraak is met het evangelie, op welk gebied dan ook (inbegrepen de sociale rechtvaardigheid!), kan hij de ‘sacramentele’ absolutie niet ontvangen. Maar dat betekent niet dat Gods barmhartigheid hem niet kan bereiken!

Jezus toont in heel het Evangelie een bijzondere genegenheid voor zondaars. En daarbij ging het toch vaak om ‘zware gevallen’: prostituees, tollenaars die heulden met de bezetter en zich verrijkten ten koste van de armen, enzovoort. Hij ontvangt hen welwillend, zodat hij de woede opwekt van de Farizeeën en de schriftgeleerden: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen!’ (Lc 15,2). Naar het voorbeeld van Jezus zal een goede herder dus iedereen ontvangen bij de viering van de vergeving.

En wanneer hij de sacramentele absolutie niet kan geven, zal hij zich met de biechteling in gebed richten tot Hem wiens oneindige barmhartigheid niet gevangen zit binnen het ‘sacrament’ van de vergeving alleen. Hij kan bijvoorbeeld zeggen: Heer, wij staan hier voor U; allebei zijn we zondaars. U kent ons hart beter dan wijzelf. U weet dat ik hem (haar) nu niet de absolutie kan geven waardoor men geheel met U verzoend wordt en hersteld in de volledige eenheid met de Kerk. Maar uw hart is groter dan alles en is niet de gevangene van wat of wie dan ook. Ik bid U Heer, voltooi in mijn broeder (mijn zuster), net als in mij, het werk van onze bekering. Laat ons groeien in uw liefde vanuit ons leven zoals het nu is. Uw genade zal zich een weg weten te banen tot in het diepst van ons hart. Geef aan mijn broeder (mijn zuster) alle genaden van vergeving die hem (haar) vandaag zijn toebedacht, laat hem (haar) proeven van de mildheid van uw barmhartige liefde is en leid hem (haar) naar de volledige bekering van zijn (haar) leven. Dat vragen wij U, Lam Gods dat de zonden van de gehele wereld draagt en dat het heil van alle mensen wenst. Amen.

De ervaring leert dat die manier om iemand te ontvangen, met respect voor de waarheid van het sacrament van vergeving en dus zonder dat te verkwanselen, de biechtelingen die de absolutie nog niet kunnen ontvangen een grote vrede schenkt en hen de barmhartigheid laat proeven. En dat sterkt hen in het verlangen om geweten en in waarheid hun situatie te aanvaarden.

+ André-Jozef Léonard

Pastoralia nr 9,  november 2015


 

 

Mgr. Léonard: ‘De zoete wraak van de barmhartigheid’

‘Waarheid en barmhartigheid omhelzen elkaar’

In het vorige nummer van Pastoralia beëindigde ik een artikelenreeks over de schoonheid van het huwelijk en over het belang van een goede voorbereiding, maar ook over het lijden dat veel koppels treft. Ook als het ging over de moeilijkste kwesties, was het mijn zorg om in volkomen helderheid de leer van Jezus en zijn Kerk over het huwelijksverbond te verkondigen en tegelijkertijd de barmhartigheid en alle tederheid te laten zien waarmee de Heer – en in zijn spoor de Kerk – zijn kinderen opwacht in hun leven. Want waarheid zonder barmhartigheid vergroot de pijn van de wonden, terwijl barmhartigheid zonder waarheid het lijden verdooft zonder de wonden te genezen. De kunst bestaat erin beide te doen samengaan. Moge het ons, aan de vooravond van het Jubileum van Barmhartigheid, gegund zijn de veeleisende gave van de barmhartigheid te verdiepen.

 

Een sleuteltekst

De meest waardevolle tekst om dit thema aan te snijden, is de passage waarin Johannes beschrijft wat zich na de dood van Jezus afspeelde: ‘Omdat het voorbereidingsdag was en de Joden niet wilden dat er op sabbat lijken aan het kruis zouden hangen – het was nog wel een heel bijzondere sabbat – vroegen ze aan Pilatus of men hun de benen mocht breken en hen weghalen. Daarop kwamen de soldaten de benen breken van zowel de eerste als de tweede die met Hem gekruisigd was. Maar toen ze bij Jezus kwamen en zagen dat Hij al dood was, braken ze zijn benen niet. Wel doorstak een van de soldaten met een lans zijn zijde, en meteen kwam er bloed uit en water. Hiervan getuigt iemand die het gezien heeft – zijn getuigenis is betrouwbaar en hij is er zeker van dat hij de waarheid spreekt – opdat ook u zult geloven. Want dit alles is geschied omdat het Schriftwoord in vervulling moest gaan: Geen been van Hem zal worden verbrijzeld, terwijl nog een ander Schriftwoord zegt: Ze zullen opzien naar Hem die ze hebben doorstoken’ (Joh 19,31-37).

 

Decor en context

Die vrijdag was bijzonder plechtig, want de volgende dag was het niet alleen de wekelijkse sabbat, maar de volle maan van de lente en dus het jaarlijkse paasfeest. In de Tempel waren de lammeren net geslacht, de voorbereidingen van de sabbat en het paasfeest waren begonnen en moesten eindigen voor het vallen van de avond op die vrijdag, 7 april van het jaar 30. Men moest dus de lichamen van het kruis nemen vóór valavond. Om de dood te versnellen van de twee moordenaars die samen gekruisigd waren, moest men alleen hun benen breken. Dan konden ze niet meer op hun voeten steunen om vrijer te kunnen ademen en dan zouden ze binnen enkele minuten stikken. Jezus was al gestorven. Het was dus niet nodig zijn benen te breken. Om zeker te zijn stak een soldaat toch in zijn zij, tot aan zijn hart. Uit die wonde – de allerlaatste die hem wordt toegebracht – komt wat bloed en water.

 

Reflecties, contemplatie en reminiscenties

De evangelist presenteert ons de ‘veelgeliefde leerling’ als ooggetuige van die episode. Maar zijn getuigenis werd pas veel later geschreven, als vrucht van een lange periode van christelijk leven, van meditatie en reflectie. In de loop van die tijd stapelden de Bijbelse herinneringen zich op. Ten eerste de herinnering aan een scene die in hetzelfde evangelie wordt verteld (Joh 2, 13-22). De verkopers en geldwisselaars hebben meer plaats ingenomen dan wat voor hen bestemd was aan de ingang van de Tempel. Geschokt door hun alsmaar oprukkende handel, drijft Jezus ze met zweepslagen weg. Reactie van de religieuze overheden: ‘Wie heeft u opgedragen tempelpolitie te spelen? Kunt u een teken voorleggen dat u machtigt zo te handelen?’ Antwoord: ‘Breek deze tempel af en in drie dagen zal ik hem doen herrijzen.’ Gelach: ‘Er was 46 jaar nodig om die op te bouwen en gij zoudt die in amper drie dagen kunnen doen herrijzen?’ Maar de evangelist (die het slechts veel later heeft begrepen, na Pasen en Pinksteren) noteert: ‘Hij sprak over de tempel van zijn Lichaam.’

De Tempel van Jeruzalem werd beschouwd als de plaats waar de God van Israël op bijna fysieke wijze te midden van zijn volk woonde. Maar vanaf het eerste christelijke Pinksteren, op 28 mei van het jaar 30 en de daaropvolgende decennia, begrepen de apostelen dat de echte tempel waar God woonde bij de mensen, voortaan het lichaam van Jezus zelf was, zijn zeer heilige menselijkheid. De brief van Paulus aan de Kolossenzen drukt het uit in een adembenemend korte formulering: ‘In Christus woont lijfelijk de Godheid in heel haar volheid’ (Kol 2,9).

Maar deze herinnering maakt een andere los. In een suggestieve tekst had de profeet Ezechiël een eigenaardig visioen beschreven dat hij had gekregen tijdens zijn ballingschap in Mesopotamië (Ez 47, 1-12). Het geruststellende visioen van de Tempel van Jeruzalem! En vanonder de rechterkant van de Tempel liep een klein straaltje water. Maar dat werd groter. Eerst werd het een stroompje dat tot zijn enkels kwam. Daarna een rivier tot aan zijn knieën. Daarna een vloed waarin hij tot zijn middel werd gedompeld. Tot slot een stroom die niet meer kon worden overgestoken, ook niet door te zwemmen. En tegelijkertijd een wonderlijk spektakel: op de twee oevers waren tal van bomen gegroeid die elke maand mooie vruchten voortbrachten en waarvan de bladeren geneeskrachtig waren. En het water van de stroom maakte alles gezond wat het tegenkwam, zelfs de zoute wateren van de Dode Zee, en overal waar het water kwam, bloeide leven en krioelde het van vissen. Deze profetische reminiscentie vervult de evangelist met hoop.

Het bloed en het water dat uit de open zijde van Jezus stromen, zijn op deze avond van Goede Vrijdag misschien maar een klein staaltje, ze zullen een reusachtige stroom worden die op zijn tocht leven geeft, dankzij de stroom van leven van de Heilige Geest, aan de heiligende wateren van het doopsel en het bloed van de Eucharistie dat voor de vergeving der zonden wordt vergoten. Drie bronnen van nieuw leven die vloeien in de schoot van de Kerk, de Nieuwe Eva, uit de Nieuwe Adam voortgekomen.

 

Een zeer zoete wraak

De evangelist herinnert zich, hij mediteert en contempleert. Hij weet dat zijn getuigenis voor ons van cruciaal belang zal zijn. Hij staat dus op zijn geloofwaardigheid. Het gaat dus echt om een ooggetuige. En de Heer zelf is bereid dit getuigenis te bevestigen, want Hij weet dat hij de waarheid spreekt. Opdat ook wij het geluk zouden hebben in Jezus te geloven, bron van leven. De Samaritaanse had het al ingezien (‘water dat opborrelt als een bron van eeuwig leven’; cfr. Joh 4, 13-15) tijdens haar memorabele ontmoeting met Jezus (‘Hij wist wat ik allemaal gedaan’; cfr. Joh 4, 29). Jezus zelf had het krachtig voorspeld op de laatste, meest plechtige dag van het Loofhuttenfeest: ‘Heeft iemand dorst, laat hij dan naar Mij toe komen, en laat drinken wie in Mij gelooft!’, want, zo noteert de evangelist: ‘Uit zijn binnenste zullen stromen levend water vloeien.’ En hij preciseert: ‘Hiermee doelde Hij op de Geest die men zou ontvangen als men tot geloof in Hem kwam’ (cfr. Joh 7,37-39).

Maar twee andere details trekken de aandacht van de evangelist en roepen bij hem nieuwe profetische reminiscenties op. In het paasritueel dat in Exodus uitvoerig wordt verteld, had Mozes, gehoorzamend aan de God van het Verbond, voorzien dat het paaslam intact moest zijn en daarom had hij aan het volk opgedragen: ‘Geen been van het lam mag u verbrijzelen’ (Ex 12, 46). De evangelist denkt na over de scene van de doorstoken zijde van Christus en is dankbaar dat de soldaten zijn benen niet gebroken hadden. Knipoog van de Voorzienigheid om discreet te onderstrepen dat Jezus inderdaad het echte paaslam is van het Nieuwe Verbond, zoals Paulus het aan de Korinthiërs zal zeggen: ‘Ook ons paaslam is geslacht: Christus’ (1 Kor 5, 7).

Maar het beschouwen van de doorboorde zijde roept bij Johannes nog een andere herinnering op, die aan de mysterieuze profetie van Zacharia: ‘Maar over het huis van David en de bevolking van Jeruzalem zal Ik een geest van mededogen uitstorten, die hen tot bidden brengt. Zij zullen zich weer naar mij wenden en over degene die ze hebben doorstoken, zullen ze een rouwklacht aanheffen, zoals men rouwt over de enige zoon; zij zullen om hem klagen, zoals men klaagt om de eerstgeborene’ (Zach. 12, 10).

De evangelist heeft de tekst geciteerd vanuit een andere vertaling dan die van de Septuagint, een vertaling die de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst in elkaar schuift door de woorden ‘naar mij’ en ‘over degene’ te laten vallen. Maar tot daar aan toe. Het gaat om een symbolische figuur die evoceert wat in de laatste dagen met het uitverkoren volk zal gebeuren. Na een nationale rouw om de dood van deze Doorboorde, een rouw die gepaard gaat met klaagliederen (cfr. Zach. 12, 11), zal het heil aangeboden worden, zoals gepreciseerd in het volgende vers (Zach. 13, 1): ‘Op deze dag zal er voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem een open bron zijn, die zonde en onreinheid wegwast.’ Deze Doorboorde, die vanuit de tekst van Zacharia moeilijk te identificeren is, doet ons denken aan de ook wat mysterieuze figuur van de lijdende Dienaar, die door Jesaja beschreven wordt (cfr. Jes 52, 13 tot 53, 12). Maar Johannes heeft er al vóór ons aan gedacht! Als deze profetische teksten raadselachtig blijven (over wie kan het gaan?), wordt hun betekenis duidelijk voor wie de Gekruisigde aanschouwt in het licht van Pasen. Voor Johannes, net als voor ons vandaag, ging het echt over Jezus. De evangelist heeft zich letterlijk laten inspireren door deze teksten om ons de gebeurtenissen aan het Kruis te beschrijven.

De verwondering van Johannes – en de onze – over dit wonderlijk tafereel is begrijpelijk. Hier wordt de laatste wonde toegebracht aan het Woord dat mens is geworden. Na alle voorafgaande vernederingen en folteringen. Een overbodige wonde, want de Doorboorde was al gestorven. Maar die laatste wonde heeft als enig gevolg dat een bron van leven, van water en bloed, wordt geopend, in staat om, zoals de bron van Zacharia, ‘zonde en onreinheid weg te wassen’.

 

De barmhartigheid zal het laatste woord hebben

Ten overstaan van het menselijk hart van God, dat het hart is van Jezus, is ons hart, met zijn kwaadaardigheid en laagheid, reeds op voorhand verslagen. Tenzij we ons hardnekkig en koppig verzetten, zal de barmhartigheid het laatste woord hebben. De steken die we toebrengen aan het hart van Christus, openen ineens een bron van zuivering en van nieuw leven, in staat om ons te vernieuwen. Om dit te begrijpen, volstaat het onze ogen op te heffen naar Diegene die wij doorstoken hebben. En in die blik op de open wonde begrijpen we dat we zondaars zijn. Anders zou de mensgeworden God zo niet gestorven zijn! Wij moeten ons dus bekeren en resoluut ons leven veranderen. Maar in diezelfde blik op de wonde begrijpen we, als we dat willen, de genade van de vergeving en van het nieuw leven dat ons geboden is. ‘En meteen kwam er bloed uit en water’ (Joh 19, 34). Hoe zouden wij dan ons hart kunnen verliezen, want vanuit het hart van Christus, voor ons tot poel geworden van al onze ellende (want het slorpt alle zonden van de hele wereld op), stroomt een heldere bron die opborrelt tot eeuwig leven?

 

+ André-Jozef Léonard

 

 

Pater Daniël in Syrië: ‘De “opwarming van de aarde” zet ons in de kou!’

Vrijdag 11 december 2015 (nr. 30 – deel 2)

pater-daniel2

De “opwarming van de aarde” zet ons in de kou!

Toppolitici van niet minder dan 197 landen zijn twee weken samen in Parijs zonder dat er een vuiltje aan de lucht is. Wat zou er gebeuren als die ontmoeting in Damascus georganiseerd werd? Het is maar een vraag. Ze gaan maatregelen nemen tegen de opwarming van de aarde en de CO2-uitstoot. Indien we nu niet drastisch ingrijpen, zo wordt ons gesuggereerd, krijgen we morgen de hemel op onze kop.

De studie van het klimaat is zeer complex en raakt vele wetenschappen: de thermodynamica, de fysica, de oceanografie, de glaciologie, de biologie, de scheikunde, de astronomie, de helio-sismologie, de agronomie enzovoort. De recente belangstelling voor het klimaat kan maar een betrouwbare wetenschap worden (klimatologie, paleoklimatologie, paleoecologie…) als er voldoende tijd over heen gaat en er een  onafhankelijke wetenschappelijke ontwikkeling is. Op dit ogenblik hebben we geen van beide, waardoor nu de meest tegengestelde opvattingen circuleren. Vroeger hebben we al eens de film The Obama Deception: The Mask Comes off (2 uur, infowars) aangeprezen, een realisatie van Alex Jones, waarin een flink aantal deskundigen aan het woord komt. Op een bepaald ogenblik gaat het ook over de opwarming van de aarde, waarvan gezegd wordt dat ze niet te maken heeft met de activiteit van de mens, maar met de wisselende activiteit van de zon, zoals blijkt uit de andere planeten. In een tijdspanne van duizend jaren zijn er verschillende pieken van opwarming en afkoeling. Stanislas de Larminat is een bekende Franse ingenieur, landbouwkundige, ecologist en schrijver van “Les contrevérités de l’écologisme”, Ed. Salvator, 2011. Een van zijn stellingen is: “Men kan het milieu niet beschermen als men de mens niet beschermt”. Hij gaf op 2 december 2015 tijdens de uitzending, ”grand-angle” van RCF enkele redenen om de uitstoot van CO2 te verminderen, onder meer om meer werk te maken van hernieuwbare energie. Ons gezond verstand zegt dat het toch al te gek is de natuurelementen zoals zon, wind, water, waarvan we iedere dag onbeperkt kunnen genieten, onbenut zouden laten. Zelf zit ik hier te typen met het licht van een “minijoule”, een zonnepaneel omdat we deze keer (blijkbaar wegens een erge technische storing) stroomonderbreking hebben van meer dan 24 u, en halverwege komt er dan ook geen water meer uit de kraantjes! Ik begrijp trouwens ook niet goed waarom er geen eenvoudige systemen uitgewerkt worden om onbeperkt de zon en de wind te kunnen gebruiken voor elektriciteit. Of zijn het de energiereuzen en de petrolbazen die dit mee beletten? Hoe dan ook, deze Stanislas de Larminat was heel duidelijk over de huidige heersende opvatting: “De uitstoot van CO2 verminderen om hierdoor het klimaat te beïnvloeden dient nergens voor, want de twee hebben geen verband met elkaar!” (Il ne sert à rien de réduire  le CO2  pour modifier  les variations climatiques, le salon beige, 2 december 2015).

Rémy Prud’homme was professor in verscheidenen universiteiten (Phnom-Penh, Lille), herhaaldelijk visiting professor in het gerenomeerde MIT en tenslotte em. prof. universiteit van Parijs XII. Hij is de schrijver van het boek “L’idéologie du réchauffement. Science  molle et doctrine dure”, Dutoucan, 2015. Hij zegt eveneens dat er geen bewijs is dat de activiteit van de mens het klimaat op onze planeet zo beïnvloedt als men ons wil wijsmaken. Hij ziet geen wetenschappelijke bewijzen maar wel een kwalijke ideologie. Het zijn de politieke wereldleiders die de teugels in handen nemen. Zij organiseren een strijd die ze aan heel de planeet willen opleggen. Hiervoor wordt een schuldige, een “zondebok” aangewezen, nl. de CO2-uitstoot, en vervolgens wordt de massa ingeschakeld. Honger, analfabetisme, ziekten en dood verminderen overal, ook in Bangladesj. De kindersterfte is in Afrika de laatste 20 jaar met 70% gedaald en met 50 % in Azië, aldus prof. Rémy  Prud’homme.  Als de opwarming van de aarde de grote oorzaak is, laten we dan zeggen: leve de opwarming! Verder wordt het verminderen van de CO2-uitstoot voorgesteld als een strijd tussen de “goeden”, de vurige militanten en de “slechten”, de onsocialen, die niet willen meehelpen om de mensheid van een nakende ondergang te redden. Tevens is het een strijd van rijke tegen arme landen. Zonder elektriciteit geen ontwikkeling. In Afrika en Azië is er geen elektriciteit zonder kolencentrales. De wereldheersers hebben dus een machtig middel gevonden om de ontwikkeling van de arme landen te dwarsbomen, geheel overeenkomstig de ideologie van de nieuwe wereldorde, waarin zoveel mogelijk armoezaaiers moeten uitgeschakeld worden. Donald Kaberula, voorzitter van de Banque Africaine de Développement zegt het zo: “De westerse regeringen zijn hypocriet; zelf hebben ze zich verrijkt met fossiele brandstoffen en nu zeggen ze aan de Afrikaanse landen: ‘jullie mogen geen stuwdammen bouwen en geen steenkoolcentrales, jullie moeten tevreden zijn met de extreem dure hernieuwbare energie’. De Afrikaanse landen zullen niet naar hen luisteren” (Le réchauffisme présente tous les caractères d’une idéologie, le salon beige, 30 november 2015).

De CO2 is een gedroomd voorwendsel om een wereldwijde heerschappij in te voeren over alle menselijke activiteit op onze planeet, over iedere vorm van vervoer (auto, bus, tram, trein, vliegtuig) en iedere productiviteit (ondernemingen, fabrieken), alles wat mensen produceren in landbouw en industrie. Alles wordt onderworpen aan milieutaks, onder “politieke druk” terwijl van wetenschap nauwelijks sprake is. Volgens sommigen zou dat wereldwijd per dag één miljard kosten! Angstwekkend daarbij is dat massa’s mensen hiervoor zo gemakkelijk opstappen (10.000 mensen stapten mee in Oostende op 6/12/2015 “voor het klimaat”). Laten we hierbij nog even herinneren aan de gekende wetenschappelijke vervalsingen. Al Gore, vice president VS onder Bill Clinton kende een wereldwijd succes met zijn boodschap over de “Global Warming”. Toen bleek dat zijn theorie op vervalste gegevens berustte, verdween deze icoon van de aardbol even plots als hij gekomen was. Of moeten we geloven dat hij wegens de opwarming van de aarde verdampt is? Uit de gestolen computergegevens van de universiteit van East Anglia (Engeland) bleek dat onderzoekers bewust gegevens vervalst hebben om de hysterie rond de opwarming van de aarde aan te wakkeren. Ondertussen is er in de Zuidpool rond Antarctica nooit zoveel zee-ijs geweest als nu. Uiteindelijk is het de NASA geweest die gezorgd heeft voor wat mogelijk de grootste wetenschappelijke fraude uit de geschiedenis is, door de gegevens over de koude van vroeger en die over de opwarming van nu wat groter te maken en zo een spectaculair verschil te bekomen.

Habibullo Abdussamatov, Russisch astronoom en hoofd van het Russisch ruimteonderzoek-programma in Petersburg bewijst dat de veranderende activiteit van de zon zorgt voor de opwarming van mars. Of willen ze ons toch doen geloven dat het op Mars ook de boeren zijn die met oude tractors de lucht vervuilen? Hij voorspelt dat we de volgende 10 à 20 jaar een sterke daling van de temperatuur op aarde zullen beleven, als een soort nieuwe ijstijd. Ondertussen vermoeden we dat we in de Syrische woestijn een strenge winter krijgen, vermits het nu al veel kouder is dan sommige jaren voorheen.

Paus Franciscus schreef een mooie encycliek over het milieu: Laudatio sii’. We hebben hierover vroeger de inhoud al toegelicht (X/6 van 26 juni 2015). De encycliek is eigenlijk een toepassing van de sociale leer van de Kerk op een integrale ecologie. De mens is geroepen om een goede beheerder te zijn van de schepping, wat heel de aarde en vooral de mensheid ten goede komt tot eer van God. Het broze evenwicht moeten we koesteren en beseffen dat alles met alles samenhangt: zorg voor de natuur, voor rechtvaardigheid, voor de armen, voor de vrede. Ik heb mijn uitleg over deze encycliek positief willen houden.  Nu wil ik er twee opmerkingen bijvoegen. Vooreerst heeft het me verwonderd dat de encycliek wel spreekt over de natuurvervuiling met verschillende voorbeelden maar met geen woord rept over een van de grootste vervuilingen van water en grond, nl. door oestrogenen en progesteron. Is dit omdat het de twee bestanddelen zijn van iedere contraceptie “pil”, het gouden kalf van de voorbije halve eeuw? Vervolgens schaart de encycliek zich duidelijk achter de erg betwistbare stelling dat de opwarming van de aarde veroorzaakt wordt door de menselijke activiteit. Vorige pausen hebben zich wijselijk onthouden van een stellingname in een wetenschappelijk labyrint. Deze encycliek steunt hierdoor de klimaatallarmisten van de heersende politieke klasse. Al is het maar één aspect van deze encycliek, het is jammer.

Laten we het hoofd koel houden en niet meedoen met een klimaat-hysterie. Laten we geen robotten worden, die alleen maar in staat zijn de door anderen ingevoerde programma’s uit te voeren. Een robot kan zelf niet denken en heeft geen geweten, wij wel. Vanuit het meest kostbare en intieme heiligdom van ons geweten bieden wij weerstand tegen de vloedgolf van globalisatie en van een nieuwe “wereldorde”. We willen zorg dragen voor deze aarde en voor ons leefmilieu in al hun aspecten. Wij vechten voor het behoud van de eigenheid van iedere man en vrouw, “geschapen naar Gods beeld en gelijkenis”, van huwelijk en gezin, van de soevereiniteit van een land met zijn religieus en cultureel erfgoed. We weigeren ons te laten verpletteren door een planetaire overheersing van duistere machten. Wij zien uit naar de zomer en verwelkomen hartelijk de opwarming van deze aarde. Leve de zon en hopelijk, de komende vrede in Syrië, dit heerlijke land, de bakermat van de beschaving en de wieg van het christelijk geloof. Eer aan God in de hoge en vrede op aarde aan alle mensen van goede wil!

Pater Daniël

Website: http://www.maryakub.net

Bron: E-mailbericht – Namens pater Guy Borreman SJ, Zr Lucienne


 

 

Pater Daniël in Syrië: ‘Rusland is Amerika aan het bevrijden van haar dwaze planetaire overheersingsdrang’ – ‘Waarom moet de Syrische president weg?’

pater-daniel2Goede Vrienden,

Het Syrische leger behaalt belangrijke overwinningen vooral ten westen van het land en ten oosten van Aleppo, terwijl terroristen voorlopig toch nog gevaarlijk actief blijven. De wapens die door het leger gevonden worden zijn overwegend nieuw en afkomstig van de VS, Israël, Europa, Turkije. Homs, de “hoofdstad van de revolutie” is voorbij. De eerste groep rebellen is vertrokken en de rest zal volgen of zich overgeven. Het westerse plan om langs Homs het gas van Qatar naar de middellandse zee te brengen en de Russische Gazprom de nek om te draaien, gaat dus voorlopig niet door. De Russische permanente waarnemer Vitaly Churckin heeft voor de UNO Turkije aangeklaagd voor zijn militaire inmenging in Irak. Valentina Matirenko, voorzitster van de raad van de Russische federatie heeft inmiddels meegedeeld dat Rusland klaar is om de Syrisch-Turkse grens te sluiten. Met de onthullingen over de intense samenwerking van Turkije met Daesh wordt Turkije steeds meer in het nauw gedreven. En Poetin heeft de zwarte dozen in handen van de in Syrië door Turkije (met de hulp van…?) neergeschoten SU 24. Erdogan en de NAVO zullen veel moeten vergaderen om nieuwe leugens te vinden en aanvaardbaar te maken. Kortom, Rusland is het Amerikaanse volk aan het bevrijden van de dwaze planetaire overheersingsdrang van zijn leiders en de Europese volkeren aan het beschermen tegen de waanzin van zijn politieke klasse. Laten we het dierlijk gedrag, waarbij alleen het recht van de sterkste geldt, afleggen om te leven naar gerechtigheid voor iedereen en solidariteit met de zwaksten. Een heel klein lichtpuntje: het Russische nieuws meldt ons dat België weigert de meer-kost te betalen voor de nieuwe NAVO-tempel in Brussel! (Sputniknews) We geven enkele hoopvolle ontwikkelingen uit eigen midden. En nu de klimaattop in Parijs eindigt, willen we met plezier de verwarring over de opwarming van de aarde nog wat groter maken, opdat we het hoofd zouden koel houden. Vrede op aarde.

Pater Daniël

Vrijdag 11 december 2015 (nr. 30 – deel 1)

Een heropstanding

Dank zij de onverwachte financiering vanwege een internationale organisatie kunnen voor de bevolking van Qâra allerlei vormingscursussen georganiseerd worden, zowel in het klooster als in het dorp, dat van oudsher een smokkeldorp was en de voorbije jaren een verzamelplaats van massa’s rebellen. De bevolking is nu teruggekeerd en er wordt over gewaakt dat geen buitenlandse misleiders meer binnendringen die met geld de jeugd komen omkopen. De bevolking was voorheen ook wat achter in ontwikkeling. De bedoeling is de mensen leren op eerbare wijze hun eigen kost te verdienen en een gezonde creativiteit te bevorderen. Allerlei opleidingen zijn voorzien: met de hand sierkaarsen maken, zeep maken, tapijt-weven, snit en naad, met afval (zoals karton) mooie en praktische rekken maken, eerste hulp bij ongevallen, verpleging, hygiëne enzomeer. Verder zijn er naschoolse opleidingen: Arabisch, Engels, wiskunde, fysica… voor jongeren (15-17 j) die door de oorlog zoveel hebben moeten missen. Wanneer hier een nieuwe groep vrouwen voor een opleiding toekomt, zijn ze allemaal netjes gesluierd maar schuchter en teruggetrokken. Wanneer ze na twee weken hun laatste les vieren, zijn ze open, hebben een gezond zelfvertrouwen, overgelukkig en fier. Iedereen wil met iemand van de gemeenschap op de foto. Met twintig komen ze en vertrekken ze in een busje voor 11 personen. De chauffeur krijgt de drie jongsten of kleinsten naast zich. Onze vrijwilligers zijn tevens begonnen met alle gehandicapten samen te brengen. Erg moeilijk, omdat de meesten gewoon thuis in gehele afzondering leefden, soms erg primitief. Voor ieder wordt nagegaan wat de noden zijn en met welke medische tussenkomst ze geholpen kunnen worden. Hierdoor werden al spectaculaire verbeteringen bekomen. Er is echter nog meer. Voor ieder van hen wordt gezocht naar een aangepast werk of opleiding. Zo zijn er enkele  gehandicapten al  in opleiding in het tapijtenfabriek. En er is nood aan werk. Het Syrische geld is sinds het begin van de oorlog nu 7 X minder waard. Het wordt koud. Onze vrijwilligers hebben gelukkig iedereen de nodige dekens en matrassen kunnen geven.  Sommigen zoeken op straat al wat brandbaar is voor hun kacheltje. Ondanks het voortduren van de oorlog, het blijvende gevaar, de armoede en het lijden, komt de dorpsgemeenschap tot leven. Het is een ware heropstanding van het volk als een voorbereiding op de komst van het Rijk Gods.

 

Waarom moet de Syrische president weg?

De eenvoudigste manier om een land te ontwrichten en in handen te krijgen bestaat hierin dat men de wettige regering omverwerpt en vervangt door marionetten waarmee men alle gewenste regelingen kan treffen. Het westen (Amerika, Israël, de NAVO, Turkije en hun boezemvrienden van de golfstaten) hebben de laatste decennia nagenoeg niets anders gedaan of geprobeerd (Vietnam, Afhanistan, de Balkan, Irak, Tunesië, Egypte, Libië, Oekraïne, Syrië.). Ze zorgden er voor dat in de openbare opinie van de betrokken persoon het beeld van een gruwelijke dictator gegraveerd werd, zodat ongemerkt de vernietiging van het land algemeen werd goedgekeurd. Voor het totaal verwoeste Vietnam werd het verstikkende embargo opgeheven op voorwaarde dat het geen klacht zou indienen tegen zijn verwoesters. S. Houssein en M. Kadhaffi kunnen geen klacht meer neerleggen voor misdaden tegen de menselijkheid en de volkerenmoord, waarvan hun volk en land het slachtoffer werd. Opgeruimd staat netjes en schakelt lastige getuigen uit. Sommigen blijven verwoede pogingen ondernemen om de Syrische president uit de weg te ruimen of eisen dat hij verdwijnt. Bachar al-Assad, het wettig gekozen staatshoofd van Syrië is volkomen gerechtigd om een klacht in te dienen tegen de heren en dames verwoesters en moordenaars van zijn volk, alsook om een billijke vergoeding te eisen voor de heropbouw van het land. We verwachten dat Rusland en China en anderen deze gerechtvaardigde klacht en deze eisen zullen steunen. Met andere woorden, zolang al-Assad president is, lopen Obama, Netanyahou, Calderon, Hollande, heel de NAVO, Erdogan… met heel hun kliek gevaar om veroordeeld te worden voor misdaden tegen de menselijkheid. Tot voor kort voelden ze zich veilig met de gedachte dat de Syrische president toch spoedig zou vallen en dat het westen met een militaire inval in Syrië de klus zou klaren, zoals de NAVO ongestraft Libië naar het stenen tijdperk heeft gebombardeerd. De permanente vertegenwoordiger van Syrië bij de UNO heeft een kast vol met duidelijke bewijzen en foto’s, die door Rusland en Iran en anderen kunnen bevestigd worden. Hij schreef een eindeloze reeks brieven naar de bevoegde UNO-instanties, waarop nooit een antwoord kwam. Het gaat dan over het trainen, bewapenen, betalen en sturen van terroristen naar een soeverein land om daar misdaden te plegen wat tegen internationaal recht en tegen het UNO charter is. Dezelfde acteurs zijn schuldig aan het vormen van een leger van huurlingen, allerlei rebellengroepen, die eventueel elkaar bestrijden (van zogenaamde gematigden tot extremisten) maar voor hetzelfde doel worden ingezet: de wettige regering ten val brengen. De NAVO opereert hiervoor vooral vanuit Turkije. De zogenaamde internationale coalitie tegen Daesh heeft ook nu geen enkel recht om bombardementen uit te voeren zonder de toestemming van Syrië en Irak, ook niet volgens de UNO resolutie 2249 van 20 november 2015, zoals experts van internationaal recht hebben duidelijk gemaakt. De internationale coalitie steunt de misdaden van de zogenaamde gematigde rebellen, de golfstaten zorgen openlijk voor alle terroristen. Sinds de Russen het terrorisme in Syrië daadwerkelijk en efficiënt bestrijden, worden er door het Syrische leger steeds meer wapenvoorraden ontdekt. Het zijn overwegend nieuwe wapens, afkomstig van de VS, Israël, Europa en Turkije. Is dit geen misdaad? En dan de misdaad van het rekruteren van tienduizenden jihadisten vanuit de hele wereld, het opleiden, bewapenen, betalen, het zorgen dat ze zonder enig probleem ter plaatse komen en als ze gewond zijn, verzorgd worden. Is dit mogelijk zonder een omvangrijke wereldwijde infrastructuur, gesteund door de geheime diensten van de grote mogendheden? Is dit geen misdaad? Het is nu wel voor iedereen duidelijk (behalve voor de mainstream-journalisten) dat de gifgasaanvallen gepleegd zijn door rebellen met de steun van buitenlandse geheime diensten. Het ontvoeren van een massa kinderen uit de dorpen in Lattakia om hen twee weken later een gruwelijke dood te laten sterven in Ghouta, onder het oog van een deskundige cameraploeg, moet dit ongestraft blijven? Is hiervoor niemand schuldig omdat de hoge UNO onderzoekscommissie geen aanleiding vond om Syrië te beschuldigen? En zo kunnen we nog lang doorgaan. Herhaaldelijk heeft Poetin er op gewezen dat we af moeten stappen van een wereld waar één heerser is, die alleen het recht van de sterkste kent. Het charter van de UNO en het internationaal recht moeten in ere hersteld worden. Laten we beginnen met de grootste criminelen op hun verantwoordelijkheid te wijzen.

Pater Daniël

Website: http://www.maryakub.net

Bron: E-mailbericht – Namens pater Guy Borreman SJ, Zr Lucienne


 

 

 

Wij gaan binnen in het heilig jaar van de Barmhartigheid

Beheerder Website's avatarLegioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus.

Pater Marcel: “Wij gaan binnen in het heilig jaar van de Barmhartigheid. Een goede gelegenheid om ons vertrouwen in de Barmhartige Liefde te hernieuwen! Moge de Heer u de blijheid geven van de kinderen die zich zo geliefd voelen!”

De maand december ziet het begin van een nieuw liturgisch jaar. Maar in 2015 is het vooral het begin van het Heilig Jaar gewijd aan de Goddelijke Barmhartigheid. Het begint op 8 december, dag van het feest van de Onbevlekte Ontvangenis van de Maagd Maria. In de bul van oproeping vraag Paus Franciscus ons, ons niet tevreden te stellen met woorden. Wij moeten ons op weg begeven en niet blijven zitten in de zetel van pretentie alles te weten! Onze rugzak en onze pelgrimsstok nemen.

De Heilige Vader onderscheidt drie etappes in deze innerlijke reis. Niet oordelen, vergeven, geven. Maar het programma staat niet beschreven in een toeristische gids. Het is geschreven…

View original post 795 woorden meer

Wie is verantwoordelijk voor het goed of het kwaad?

Beheerder Website's avatarLegioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus.

>> Woord van Jezus aan Marguerite, 4 september 1971

IMG_20130406_0006De ziel is verantwoordelijk voor het goed dat zij bezit in deze zin dat haar hart zich vrijwillig en spontaan geopend heeft onder de adem van de Liefde voor de Waarheid die haar aanspoorde.

De ziel die dit waardevol goed niet bezit is verantwoordelijk voor haar verlies, omdat zij weigert de roepende stem van de Liefde te horen die smeekt, en de liefde in haar zwijgt, overstroomd als zij is door de verleidende stemmen van ondeugd en corruptie die het wezen onderwerpen dat hij geschapen heeft om te beminnen en dat door zijn fout, enkel ontrouw en ondankbaar kan zijn.

De Liefde stroomt over in hem die Mij bemint.

De haat, de afgunst in hem die Mij verwerpt.

Waar is de zachtheid en het begrip tenzij in hem die Mij bemint?

Waar is de fout tenzij in hem die slechts…

View original post 180 woorden meer

Zuster Anima Christi: ‘Barmhartigheid heeft ook te maken met wáárheid’

images (2) door  KN

Moeder Anima Christi: “Dat men mij heeft geleerd hoe God werkt, was een groot werk van barmhartigheid.”

Barmhartigheid “heeft ook te maken met wáárheid, meer dan met gerechtigheid”. Dat zegt de Nederlandse Moeder Anima Christi in een interview met Katholiek Nieuwsblad naar aanleiding van het Jaar van Barmhartigheid, dat vandaag in Rome wordt geopend.

“Barmhartigheid”, zegt de overste van de ‘Blauwe Zusters’, “wordt vaak misbruikt: ik kan wel geven aan wie niets teruggeeft, bijvoorbeeld aan iemand die een fles drank wil kunnen kopen, maar mijn barmhartigheid is er niet voor het onderhouden van zijn slechte gewoonte. Barmhartigheid zijn wil zeggen dat ik je iets geef voor zover het bijdraagt aan het doel van je leven: de hemel bereiken. Dát is het doel van ons handelen.”

Geestelijke werken van barmhartigheid

Dat heeft te maken met de geestelijke werken van barmhartigheid, zoals “het leren aan wie onwetend is”, zegt de zuster, die driewekelijks een column in Katholiek Nieuwsblad verzorgt.

Ze kent het belang ervan uit eigen ervaring, vertelt ze. “Het is in mijn leven heel belangrijk geweest dat ik mensen ontmoette die mij de waarheid durfden te zeggen, op het risico af mijn vriendschap te verliezen.”

‘Groot werk van barmhartigheid’

“Het is moeilijk als iemand tegen je zegt dat wat je doet, niet Gods wil kan zijn, maar het is ook heel bevrijdend. Dat men mij heeft geleerd hoe God werkt, was een groot werk van barmhartigheid, een vorm van intellectuele caritas.”

Lees hier het hele interview met Moeder Anima Christi. Lees hier haar columns in Katholiek Nieuwsblad. 

>>http://www.katholieknieuwsblad.nl


 

Pater Daniël in Syrië: ‘Er wordt een oorlog ontketend met veel geweld, moorden en verwoestingen’

pater-daniel2

Vrijdag 4 december 2015 (verslag nr. 29)

Goede Vrienden,

Regering en rebellen in Homs zijn overeengekomen dat alle vechtjassen, die daar nog een wijk bezetten, binnen de twee maanden weg zijn. Het goede is dat de rebellen beseffen dat er op dit ogenblik geen andere keuze is. Het slechte is dat ze 2 maanden vragen. Ze hopen dat in die tijd de opmars van Syrië/ Rusland/Hezbollah/Iran nog kan gedwarsboomd worden met een of ander nieuw initiatief van de westerse coalitie. De schizofrene politiek van het westen in Syrië uit zich in een poging om hen die het terrorisme werkelijk bestrijden, eensgezind te bestrijden. De halve wereld wil in Syrië nu komen dicteren hoe alles moet geregeld worden. De wereld wil het lot van Syrië bepalen, maar Syrië zal uiteindelijk het lot van de wereld verregaand bepalen.
Gelukkig wordt het kleine weerloze Syrië nu sterk gesteund door Rusland, dat ook zelf zijn soevereiniteit niet zal opgeven. Deze maand heeft het Russisch parlement beslist (met 434 op 438 stemmen!) dat bepalingen vanwege het Europese hof voor de rechten van de mens (CEDH), die tegen de Russische constitutie ingaan, niet aanvaard worden. De plannen voor de ondermijning van de soevereiniteit of voor de afbraak van het huwelijk, van het gezin, van de eigenheid van man en vrouw… gaan voorlopig in Rusland dus niet door. Verdient navolging.

We geven hier onze vierde en laatste overweging over het gedachtegoed van René Girard. Er zouden eindeloos toepassingen kunnen gemaakt worden maar we beperken ons tot één duidelijk voorbeeld.

P.S. Op onze website kun je een verslag met foto’s vinden van enkele humanitaire initiatieven http://www.maryakub.net.

Pater Daniël


 

Peace People

 

Van woensdag tot zaterdag (25-28 november 2015) logeerde de internationale vredesdelegatie, onder leiding van Mairead Maguire, Nobelprijswinnares voor de vrede in ons klooster. Deze reis en het verblijf werden voorbereid en georganiseerd door moeder Agnès-Mariam. De leden hiervan stelden we vorige week al voor. Ziehier het vervolg van hun verblijf. Donderdagmorgen celebreerde ik samen met father Timothy en father Andrew, waarbij father Timothy een kort sermoen gaf met Engelse humor. Na het ontbijt vertrokken we met de groep naar Qara, waar we ontvangen werden door de gouverneur, de burgemeester en zijn hele staf op het gemeentehuis. Vandaar ging het naar de centrale moskee, die eens de St. Nikolaaskerk was, gebouwd op een heidense tempel, waar we zittend op het tapijt enkele ogenblikken samen in stilte baden voor de vrede. Dan bezochten we de St. Michaels kerk van onze byzantijnse, katholieke priester abouna Georges en het 5e eeuwse orthodoxe kerkje. Uiteraard hebben we ook hier samen gebeden voor vrede. De boodschap was ook overal dezelfde: Syriërs van verschillende afkomst en geloof zijn en blijven één familie. Herhaaldelijk stelden ze het zo voor: Syrië is en blijft ons aller moeder, die zorg draagt voor al haar kinderen. Aan buitenlandse mogendheden wordt dringend gevraagd op te houden met liegen over Syrië, de terroristen niet te blijven steunen en te zorgen dat de soevereiniteit van het volk gerespecteerd wordt. Vandaar ging de groep naar Homs om daar het volk en de gouverneur te ontmoeten. Er werd ook een bezoek gebracht aan het graf van de vermoorde Nederlandse pater Jezuïet Frans Van der Lugt. ’s Avonds terug in Mar Yakub vierden we heel plechtig de vespers van de vooravond van het feest van onze patroonheilige Jakob de Verminkte: kaarsenprocessie met de icoon van de heilige Jakob, zegening van brood en wijn, zegening met gewijde olie (lees zijn boeiend levensverhaal: http://www.maryakub.net/english/life-in-syria-our-community/saint James; of in de Franse versie). Dan een feestelijke maaltijd, waaronder een sketch dat de overgang van harmonie naar oorlog in Syrië uitbeeldde en eindigde met een herwonnen vrede. De zak met papierproppen die tijdens de sketch gebruikt was om de oorlog uit te beelden werd daarna al vlug benut. De internationale vredesdelegatie veranderde even in een groep kleine kinderen die elkaar met papierproppen bekogelden. Een heerlijke avond die in vrede eindigde.

 

Op stap met de patriarch

 

Vrijdagmorgen stond de groep klaar om te vertrekken toen patriarch Gregorios III Laham toekwam met zijn chauffeur en secretaris. Een merkwaardig moment. De patriarc was al sinds zes jaar niet meer hier geweest, nu komt hij op het feest van onze patroonheilige, die de heilige is van de eenheid van de Kerk, op een moment dat een internationale groep aanwezig is. We gingen samen in de kerk even bidden en zingen op deze feestdag van de hl. Jakobus de Verminkte. Na een tas koffie in de hal vertrokken we naar het Noorden, langs Homs naar de kuststad Tartous. Het zou een zeer drukke dag worden. Onderweg keken we met heimwee en pijn naar de plaatsnamen zoals Qousseir, waar rebellen zoveel dood en vernieling hebben gezaaid. Langs de weg was er evenwel niet zo veel van te merken. Naargelang we de kust naderden zagen we meer en meer serres tot grote velden toe. Hier is water en een rijke landbouwcultuur. Toen we eindelijk in Tartous arriveerden stond een menigte ons op te wachten met Syrische vlaggen en foto’s van de president. De patriarch heeft hier samen met moeder Agnes-Mariam de derde “hospitainer” (mobiel hospitaal) ingewijd, bedoeld voor Idlib, helemaal in het noorden van het land. Er werd een kleine plechtigheid geïmproviseerd door de notabelen om onze groep te verwelkomen en daarna werden hulpgoederen uitgedeed en bezochten we de opslagplaats van al die goederen. Al de leden van onze groep kregen een pakje chocolade die ze daarna al vlug en spontaan aan de kinderen uitdeelden. In Tartous hebben we nog verschillende andere plaatsen bezocht. Vooreerst het centrum van de National Defence Force waar we gebeden hebben voor de martelaren. Het zijn vrijwilligers, een soort paramilitairen, die hun leven hebben gegeven voor het volk. Hun foto’s werden aangebracht op een heel lange muur, een eindeloze rij. Vervolgens trokken we naar de moskee die toegewijd is aan Onze Lieve Vrouw, een unicum. We werden er ontvangen door enkele imams en hebben samen een ogenblik gebeden. Een imam zong de bekende soera over Maria uit de Qoran, met de patriarch baden we het Onze Vader en het Weesgegroet. Het was alsof Onze Lieve Vrouw van Fatima (dit Portugese dorpje is genoemd naar de dochter van Mohammed) ons suggereerde dat zij voor de bekering van de moslims zal zorgen als wij er haar om vragen! Daarna werden we ontvangen door de minister van religieuze zaken en de gouverneur van Tartous. De ontmoeting tussen de patriarch en de minister was meer dan hartelijk. Je ziet dat het persoonlijke vrienden zijn, wat ook uit hun toespraken bleek. In haast nam de groep een maaltijd, samen met de patriarch, de minister en de goeverneur. Hierna vertrok de patriacht “om voor het vallen van de duisternis” thuis te zijn. De groep ging daarna naar een groot plein naast een ziekenhuis, waar de martelaren van de recente bevrijding van het militiar vliegveld van Kuweiri (Aleppo) geëerd werden. Het was een bijzonder emotioneel gebeuren. Een mensenmassa was hier samen gestroomd. De families droegen grote foto’s van de gedode soldaten, waarvan sommigen nog heel jong waren. Vrouwen, moeders en kinderen weenden luid toen de kisten, gehuld in de Syrische vlag, uit een container door de mensenmassa gedragen werden. Hier voelden we de eenheid van het volk rond zijn helden en de eerbied voor hen. Hier beseften we wat al herhaaldelijk was gezegd: er zijn maar twee groepen, het leger met het Syrische volk en de terroristen met hun buitenlandse steun en hun leugens over een burgeroorlog. Een kleine jongen van vier jaar kwam naar voren, bracht plechtig de soldatengroet en declameerde met heldere stem een hulde aan zijn vader en alle gedode soldaten: “mabroek, mabroek, proficiat, proficiat, jullie zijn niet dood maar leven bij God!” Hierna verlieten we Tartous en reden terug naar Homs om ontvangen te worden door P. Michel, een Syriac-katholieke priester, een van de bezielers van de verzoening. Bij het binnenrijden van Homs hadden we de verschrikkelijke verwoestingen aan de gebouwen al gezien. Hij en zijn groep vertelden nu hoe zij tijdens die dramatische 2,5 jaar belegering door de terroristen, geleefd en overleefd hebben. Vanaf het begin waren ze vast besloten om alle mogelijke middelen aan te wenden om tot verzoening te komen. Nadat p. Michel gesproken had nam ook een scheich het woord en zei: “We drukken ons meeleven uit met het lijden van het Franse volk voor de aanslagen in Parijs, maar niet jegens de Franse regering die hier deelneemt aan de verwoestingen.”

 

Een persmededeling

 

De verschillende leden van de groep denken na over de meest efficiënte bijdrage, die elk kan geven voor de vrede. De Anglicaanse priester van Winchester, die raadgever is voor interreligieuze aangelegenheden, zal naar de aartsbisschop van Canterbury gaan om de Britse plannen voor een militaire interventie in Syrië ten sterkste af te keuren. In tegenstelling tot ons land, wordt door de Britse regering en volk wel degelijk geluisterd naar de aartsbisschop van Canterbury. Hopen maar dat het toch enig effect heeft. Vanuit Ma’aloula zullen ze ook een oproep lanceren samen met kinderen die vragen op te houden met het bombarderen van het volk en het land.

In Damascus heeft de groep op 30/11/15 een persmededeling gegeven voor politici en journalisten met de volgende inhoud. Respecteer de soevereiniteit van het Syrische land en volk, hoe op met alle bemoeienissen en vooral met het sturen en steunen van gewapende groepen, stop met de leugens over hetgeen er hier gebeurt, hef de onrechtvaardige sancties tegen het volk op, help de massa Syrische vluchtelingen in het land zelf. Aan de geloofsgemeenschappen werd gevraagd om een krachtig standpunt in te nemen dat alle geweld afzweert. De mededeling eindigt met een dankwoord aan patriarch Gregorios III, aan de Groot Mufti Ahmad Badreddin Hassoun, aan moeder Agnès-Mariam en Sjeich Sjarif Martini. Moge hun oproep gehoord en nagevolgd worden.

 

Een geheel onverwachte wending

 

Hafez al-Assad, de vader van de huidige Syrische president heeft ooit in een stilzwijgend akkoord moeten toestaan dat Turkije 8 km van de noordgrens van Syrië mocht gebruiken om zich te verdedigen tegen de PKK van Abdullah Öcallan. Vanaf het begin van de oorlog tegen Syrië heeft Turkije hiervan gebruikt gemaakt om er terroristenkampen te huisvesten. In 2011 werden van hieruit 80.000 bedrijven en bedrijfjes van Aleppo, het economisch hart van Syrië, overvallen en geplunderd. De machines werden overgebracht naar Turkije. We herinneren ons de algemene verslagenheid nog goed. Vanuit de internationale gemeenschap kwam geen protest. Sinds de komst van de Russen in Syrië ijveren Turkije, Israël en Frankrijk voor de bevrijding van N. Syrië en N.Irak, niet om die gebieden terug te geven, maar om er hun eigen, zeer uitgebreide kolonie te vestigen door middel van een groot onafhankelijk Koerdistan, dat Syrië en Irak (nog meer) in stukken moet breken. Op 24 november verwittigen de Russen het hoofdkwartier van de NAVO dat ze in die grensstreek gaan bombarderen. Het Russisch vliegtuig is 17 seconden over het Turks grondgebied geweest, daar waar Turkije met een tip in Syrië dringt. De Turken hebben het neergehaald (met goedkeuring van de NAVO en VS) boven Syrisch grondgebied. De bedoeling is duidelijk. Turkije wil het Syrisch grondgebied van 8 km niet alleen behouden maar uitbreiden en de Russen verplichten om zich te beperken tot de rest van het land. Voor Poetin is dit echter een dolksteek in de rug vanwege iemand die met de terroristen meedoet. Hij klaagt Turkije aan voor de organisatie van de verkoop van de gestolen olie voor Daesh. In een persconferentie van 2 december op het Russisch ministerie van landverdediging hebben enkele generaals met recente satellietbeelden duidelijk gemaakt hoe die smokkel precies verloopt vanuit drie centra waarbij duizenden tankwagens betrokken te zijn en… de familie van de Tukse president. Verder klaagt Poetin Turkije ook aan voor zijn terroristenkampen in Noord Syrië. Poetin reageert efficiënt. Vooreerst zijn er enkele economische sancties. Aan de 4, 5 miljoen Russen die op vakantie gaan naar Turkije wordt gevraagd een andere bestemming te kiezen en de Turken krijgen geen visum voor Rusland. Geen enkel nieuw contract met Turkije mag gesloten worden en er worden beperkingen van import en export opgelegd. Rusland kan die producten elders wel krijgen. En om te tonen dat het menens is heeft Rusland 30 extra jachtvliegtuigen, voorzien van raketten voor zelfverdediging ingezet. Tenslotte werden in Lattaquie de Russische S 400 luchtraketten geïnstalleerd met een reikwijdte van 600 km, zodat ze tot een stuk in Turkije het luchtruim kunnen beheersen. De coalitie o.l.v. de VS met Turkije en Frankrijk op kop, hebben meteen al hun vluchten boven Syrië gestaakt. Al maanden ijvert Turkije voor een internationaal erkende no-fly-zone boven N Syrië, zodat de Syrische luchtmacht verlamd zou worden. De Russen hebben in één klap de rollen omgekeerd. (Thierry Meyssan, Pourquoi la Turquie a-t-elle abattu le Soukhoi russe? Réseau Voltaire, 30 november 2015).

 

De leugens van de mythen en de waarheid van het evangelie

 

In drie voorafgaande afleveringen heb ik getracht het originele gedachtegoed van René Girard (1923-2015) kort weer te geven. Hij kan ons iets leren over het geweld, wat ons vertrekpunt vormt. (Het wereldgebeuren: een chaos van toenemend geweld). Hierbij stelden we de persoon voor. Vervolgens gaven we de kern van zijn boodschap weer, die begint met het mimetisch (nabootsend) verlangen en eindigt met de collectieve uitdrijving van een slachtoffer, een zondebok (Van het “verlangen” naar de “zondebok”). Tenslotte toonden we hoe hij de onovertroffen grootheid ziet van de Bijbelse openbaring en vooral van de passieverhalen van Jezus’ kruisiging, die een radicale breuk in de geschiedenis van de mensheid betekenen, een overgang van sacrificiële offers naar liefde (De Bijbel als wereldliteratuur).

 

De zienswijze van René Girard is vrij eenvoudig en tegelijk veelomvattend. Ze raakt de antropologie, de psychologie, de etnologie, de sociologie, de geschiedenis, het christelijk geloof en de Bijbelwetenschap. Vanuit sommige wetenschappen werd heftig geprotesteerd tegen zijn opvattingen, maar zonder afdoende bewijzen. Anderzijds trachten meerdere wetenschappers deze zienswijze verder te ontwikkelen. Volgens R. Girard wordt de mensheid met de Bijbelse en christelijke openbaring uitgenodigd om over te gaan van een leven met de leugens van de mythen naar een leven in de waarheid van het evangelie. Hoe ver staan we nu, na meer dan twee millennia christelijk geloofsleven?

 

Jezus’ boodschap is een verwerping van het geweld. Hiermee is het geweld echter niet automatisch verdwenen. Deze boodschap moet nog aanvaard en beleefd worden. “En het licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis nam het niet aan” (Johannes 1,5). Jezus past het psalmwoord (35, 19; 69, 5) op zich toe: “Zij hebben Mij gehaat zonder reden” (Johannes 15, 25). Wel werkt de boodschap als gist, zodat het steeds moeilijker wordt om een onschuldig slachtoffer unaniem uit te schakelen. Het geweld evenwel blijft voortduren en bovendien wordt het steeds gewelddadiger en omvangrijker omdat de technische mogelijkheden daartoe steeds groter worden.

 

We willen hier maar één enkele voorbeeld aanstippen. De oorlogen tegen Irak, Libië, Syrië tonen aan dat de leugens en het geweld jegens onschuldigen onverminderd  verder gaan. Alle elementen van het archaïsche zondebok-mechanisme uit de mythen vinden we hier terug. De VS–Israël, met hun westerse en Arabische vazallen zijn jaloers op de onafhankelijkheid, harmonieuze samenleving en bodemrijkdommen van die landen. Zij verlangen wat die landen hebben. Voor Syrië komt er nog de uiterst belangrijke strategische ligging in het Midden Oosten bij. Uiteindelijk gaat het wellicht vooral om de doorvoer van gas en olie langs Syrië, zodat de gazprom van Rusland kan geboycot worden. Er wordt een oorlog ontketend met veel geweld, moorden en verwoestingen. Om dit onrecht te rechtvaardigen wordt een schuldige aangeduid, een zondebok. Rond de persoon van de president wordt een web van leugens geweven, die in de openbare opinie worden gebeiteld. De moorden en de verwoestingen in het land worden voorgesteld als een grote weldaad, een bevrijding voor het volk. Niemand voelt zich schuldig en niemand heeft persoonlijk contact met de persoon van de president of met de onschuldige slachtoffers. Toch heeft ook de waarheid van het Evangelie zijn invloed uitgeoefend. Er is geen eensgezindheid. Sommigen blijven de onschuld van de slachtoffers verdedigen en Syrië blijft in een grote eenheid weerstand bieden. Meerderen zijn in staat om de leugens en het bedrog van de moordenaars te doorzien. Het geweld dat als weldaad wordt voorgesteld is wel onnoemelijk gruwelijker dan ooit voorheen. Werd in de mythen één slachtoffer, eventueel met heel zijn familie gedood, de Amerikaanse oorlogen tegen Irak hebben twee miljoenen doden gekost, waarvan meer dan een half miljoen kinderen. En de president die hiervan de verantwoordelijkheid draagt, geniet nu op zijn ranch van een luxueus pensioen. Zullen ooit deze top-misdaden en volkerenmoorden voor het wereldforum ontmaskerd worden?

Pater Daniël

Website: http://www.maryakub.net

Bron: E-mailbericht – Namens pater Guy Borreman SJ, Zr Lucienne


 

Italiaanse priester ‘Pio Pace’ (nickname) over de bisschoppensynode: ‘Het verslag lag al klaar in september’

 

Wat alerte katholieken al langer vermoedden, werd onlangs bevestigd. De Relatio Finalis, het einddocument dat de afgelopen bisschoppensynode zou voortbrengen, was in september al opgesteld. Een Italiaanse priester klapt uit de biecht.

“Het Instrumentum Laboris, dat in 2014 werd opgemaakt en als een richtlijn voor de bisschoppensynode in 2015 kon worden beschouwd, werd in de zomer van 2015 ontmaskerd” zegt vader Pio Pace. “Er stonden dingen in die de traditionele doctrine zouden dooreenschudden. Wat de Eucharistie voor hertrouwde katholieken betreft, stond in het document dat er ‘andere manieren bestonden om te boeten, zoals een verduidelijkend proces na een op de klippen gelopen huwelijk, en een heroriëntatie die door een bekwaam priester moet worden begeleid (decentralisatie). Dat proces moet een eerlijk oordeel vellen over de situatie waarin de betrokken partij zich bevindt. De priester moet, tezelfdertijd, evalueren of hij de situatie niet zelf zou kunnen beoordelen.‘ Op 8 september publiceerde de paus een dubbeltekst, die hij in het grootste geheim had opgesteld, onder het toeziend oog van Mgr. Pinto. In het document staat beschreven hoe het canoniek recht, met betrekking tot de nietigverklaring van huwelijken, zou worden hervormd. Ook de desbetreffende regels van de oosterse kerken zouden worden aangepakt. Gechoqueerde rechtsgeleerden ontdekten dat een bisschop zelf over een nietigverklaring zou mogen beslissen. Daar zou maar anderhalve maand voor nodig zijn. De ‘barmhartigheidsfundamenten’ waren gelegd.”

Pace stelt dat ondertussen ook al volop aan een synodeverslag werd gewerkt. “Baldisseri’s team werkte in het grootste geheim aan een document dat de paus na de synode zou publiceren. Dat zou dan vooral handelen over het ‘boetepad’, of ‘het barmhartigheidspad’. Dit alles zou op een dubbelzinnige manier worden uitgelegd, om zo het liberale pad te effenen. Het zou erop lijken dat aan de traditionele doctrine niet werd geraakt. De post-synodale exhortatie was in september al opgesteld. De oktobersynode zou vervolgens alleen nog voldoende moeten worden gemanipuleerd. Dat was, zoals we weten, niet gemakkelijk, omdat de oppositie zich goed had voorbereid, beter dan de paus had verwacht. Pas op het laatste moment werden drie destructieve artikels goedgekeurd.”

Pio Pace reveals for Rorate: “The Post-Synodal Exhortation has been ready since September”

We are very honored to post this new article by a very wise, knowledgeable, and highly influential cleric, writing under the pen name of don Pio Pace.
Will there be a Post-Synodal Exhortation of the Synod of the Family, the commentators on Vatican matters ask. In fact, it was already completely ready before the Synod! Several months before the Ordinary Assembly of the Synod of Bishops for the Family, last October, the group of Cardinal Lorenzo Baldisseri, Secretary General of the Assembly, together with men such as Abp. Bruno Forte, Special Secretary, Abp. Paglia, President of the Council for the Family, and a few others, had already established a campaign plan in four stages:

1st: Pretending to base itself on the conclusions of the Extraordinary Assembly of October 2014, the Instrumentum Laboris, the roadmap for the 2015 Assembly, was unveiled in June 2015. It was in its third part that the explosive mines were placed to destroy the bastion of traditional doctrine: regarding eucharistic access for “remarried” divorcees, the Instrumentum inserted this proposal (n. 123): “Others refer to a way of penance, meaning a process of clarifying matters after experiencing a failure and a reorientation which is to be accompanied by a priest who is appointed for this purpose. This process ought to lead the party concerned to an honest judgment of his/her situation. At the same time, the priest himself might come to a sufficient evaluation as to be able to suitably apply the power of binding and loosing to the situation.”

2nd: Then on September 8, without waiting for the meeting of the Synod at all, the Pope published a double text, prepared under the greatest secret under the direction of Msgr. Pinto, Dean of the Roman Rota, to reform the Code of Canon Law and the Code of Canons of the Eastern Churches, regarding the procedures of the declarations of nullity of marriages. Shocked canonists found out only then the introduction of a kind of “annulment by mutual consent” asked directly of the bishop judging by himself in one month and a half. The grounds for “mercy” were prepared.

3rd: But the most important element of the Baldisseri Team’s plan was this: the group was working in great secret on the document that the Pope was to publish after the Synod, whose crucial point would hinge on the famous “penitential path”, or “path of mercy”, presented in a maliciously ambiguous way, in order to open up a liberal gate with the pretense of not changing traditional doctrine. In such a way that, in the month of September 2015, one month before the opening of the Synodal assembly, the Post-Synodal Exhortation was ready.

4th: What was left was simply to manipulate the October synod enough — which was not easy, as we know, due to an opposition which was much better organized than the Pope’s men had foreseen (for instance, the letter to the Pope from the 13 cardinals). It was at the last minute, the group having been forced to redo the text of the final relatio presented to the vote at the next-to-last day, that three destructive articles were passed by a couple of spare votes, including n. 86: “The path of accompaniment and discernment orients these faithful to becoming conscious of their situation before God. The conversation with the priest, in internal forum, concurs to the formation of a correct judgment on what prevents the possibility of fuller participation in the life of the Church and on the steps that may favor it and make it grow.”

The Baldisseri Team would have preferred that the Papal exhortation would have said, “Many Fathers have demanded that a penitential path of mercy, under the guidance of the internal forum by the confessor, may lead to Sacramental communion.” They had to make do that the relatio speaks of a “fuller participation in the life of the Church.” It remained for Fr. Spadaro, director of Civiltà Cattolica, the official Vatican journal, to explain the the Synod Fathers, “have effectively established the bases for access to the Sacraments” (November 28).

In sum, the October 2015 assembly was nothing but a theatrical play destined to prepare the final act which is already written: the post-Synodal Exhortation of mercy and forgiveness for all. Its message will count on the unanimous support of the secular media, and of the vast majority of the Catholic media which a long tolerance for liberalism naturally inclines towards solutions that please the world.

What remains are grains of sand, which, as the letter to the Pope of the 13 dissatisfied Cardinals proves, can always jam the cogs of the machinery…

Bron: http://rorate-caeli.blogspot.com/

Pater Daniël in Syrië: De strijd tegen het terrorisme: één grote leugen

pater-daniel2

Vrijdag 27 november 2015  

 

De strijd tegen het terrorisme: één grote leugen

Rusland heeft met de steun van Iran, Hezbollah en in samenwerking met Syrië en Irak een radicale ommekeer bewerkt. Onze Atlantische pers blijft dit zo veel mogelijk verzwijgen of bekladden door valselijk te berichten dat Rusland Daesh niet bestrijdt maar burgers doodt. Toch weten de grootmachten zeer goed dat Rusland grondig en systematisch de terroristen uitschakelt. Daarom willen ze nu plots meedoen om de eer voor zich op te eisen en… Syrië verder te vernielen. De VS, Turkije, Frankrijk, Engeland, Saoedi-Arabië, Qatar ze willen hier allemaal (nog meer) komen vechten. Zullen zij, die vijf jaar lang onafgebroken aan de ontwrichting van Syrië gewerkt hebben, nu Syrië komen bevrijden van terroristen? Hoe kun je terroristen blijven steunen, bewapenen, beschermen en dan zeggen dat je ze komt bestrijden? Draai eerst de kraan dicht vooraleer je begint op te ruimen!

In feite is de derde oorlog tegen Syrië begonnen.

De eerste oorlog was de zogenaamde “Arabische lente” van februari 2011 tot januari 2013, gelanceerd door de VS en hun vrienden (o.a. de NAVO) om de Arabische lekenregeringen omver te werpen en te vervangen door moslimbroeders (de Jasminrevolutie in Tunesië, de Lotusrevolutie in Egypte, de chaos in Libië en Syrië). Syrië hield echter stand.

Hierop volgde de tweede oorlog tegen Syrië, van juli 2012 tot oktober 2015, gelanceerd door Frankrijk en de VS (Hillary Clinton, J. Feltman, D. Petraeus…), geholpen door Israël, Turkije, Saoedi-Arabië, Qatar en multinationals zoals Exxon-Mobil. Het doel was niet meer de president omverwerpen maar het land laten leegbloeden met aanslagen, vooral door het Syrische leger uit te schakelen. Veruit het grootste deel van alle slachtoffers in Syrië zijn soldaten (mogelijk meer dan 100.000!) De Russen hebben dit plan verijdeld.

Daarop is, sinds deze maand, de derde oorlog tegen Syrië begonnen met dezelfde actoren maar nu vooral geanimeerd door Israël en Frankrijk. Nadat Poetin met duidelijke beelden heeft aangetoond hoe de gestolen petroleum vervoerd wordt naar Turkije en illegaal verkocht, is er een akkoord om de petroleumvrachtwagens van de familie Erdogan te vernietigen. Er schijnt ook een akkoord te zijn om het geld van de banken van Daech te blokkeren (?) Verder is er de UNO-resolutie 2249 van 20 november 2015. Rusland heeft meerdere pogingen gedaan om tot een gezamenlijk akkoord te komen om Daech te bestrijden, maar de gezonde voorstellen van Rusland werden telkens afgewezen. Uiteindelijk is de internationale gemeenschap er in geslaagd om een voorstel van Frankrijk goed te keuren, waardoor iedere militaire actie gerechtvaardigd is om Daech te verslaan. De dubbelzinnigheid zit hierin dat deze resolutie kan geïnterpreteerd worden als zelfverdediging (daarvoor moesten de aanslagen in Parijs dienen) zodat in feite de soevereiniteit van Syrië en Irak omzeild, dus ontkend wordt. Het eerste wat Fr. Hollande ook zei na de aanslagen in Parijs was: B. al Assad is de schuld van deze aanslagen! De grootmachten zullen nu Noord Syrië van de terroristen bevrijden. Denk niet dat het hun bedoeling is Noord Syrië terug aan Syrië te geven, integendeel. Rabin Wright publiceerde in 2013 al een kaart van het herschikte Midden Oosten. Hierin is een Soennistan voorzien, te paard op Syrië en Irak zodat deze landen al in stukken gebroken worden. Dit is het werk van het islamitisch kalifaat vanaf juni 2014. Verder is er echter een groot onafhankelijk Koerdistan voorzien, geleid door Massoud Barzani, agent van de Mossad, door Engeland en de VS reeds geïnstalleerd. Voor Israël en Frankrijk moet dit gerealiseerd worden in 2016, hoewel het geen enkele wettelijke grond heeft. Het is pure colonisatie. Hiermee zou in werkelijkheid het “Grote Israël” verder worden voorbereid. Verder is er op deze kaart een onafhakelijk gebied voorzien voor allawieten en druzen ten westen van Syrië. Voor christenen is er geen eigen ruimte voorzien omdat zij te zeer bewerkers zijn van vrede, strabiliteit en soevereiniteit. Bovendien zijn zij bij uitstek de getuigen van het onrecht van het westen. Zij moeten dus verdwijnen of uitgemoord worden (Th. Meyssan, La France et Israël lancent une nouvelle guerre en Irak et en Syrie, réseau voltaire, 32 november 2015). Bidden en hopen dat Rusland ook deze derde oorlog samen met het Syrische volk kan verijdelen

Obama en Hollande hebben dus besloten een grote coalitie op te zetten tegen Daesch. En nu gaan ze Rusland uitnodigen om mee te doen. Hierbij hebben ze natuurlijk wel voorwaarden voor Rusland. Alleen Daesh mag bestreden worden en niet de “gematigde” rebellen. En verder moet de huidige president weg. Heel onze Atlantische pers trapt er in. Toppunt van huichelarij! Dit is zo potsierlijk dat het misschien toch een ommekeer kan bewerken zodat men moreel verplicht wordt met Syrië en Rusland samen te werken. Dat hopen we.

 

IJveraars voor vrede en verzoening

Woensdagavond kwamen moeder Agnes-Mariam en zr. Carmel toe met een groep vredesactivisten en ijveraars voor verzoening, onder leiding van de Ierse Nobelprijswinnares Mairead Maguire. Andere leden waren Maria, een Russische, een Sharmine, een Iraanse, Justina, een Poolse, de Anglicaanse priester father Andrew van Winchester,  de Engelse father Timothy Radcliffe, de voormalige  generale  overste van de dominicanen, een Libanees afkomstig uit Ma’aloula (Syrië), Marco, een Belgische (de enige)  politicus… allen samen vijftien mensen. Later kwamen nog twee Indiërs, een hindoe en een moslim. De groep had zich een week eerder aangemeld maar dan werd hun visum ingetrokken en op het laatste nippertje weer  gegeven. De voorbije dagen was er hard gewerkt om binnen de beperkte ruimtes waarover we in deze oorlogstijd kunnen beschikken, voldoende kamers te voorzien. Deze morgen hadden we nog in allerijl  een kamer ontruimd, geschilderd,  geschuurd en als slaapkamer ingericht. Tijdens het avondgebed kwam de groep in de kerk toe. Daarna kregen ze een summiere rondleiding en een goed avondmaal in het atrium. Het licht viel meerdere keren uit zodat er kaarsen werden voorzien. Het was erg boeiend om kennis  te maken. Father Timothy was voor het eerst in Syrië en voelde zich thuiskomen, zo zei hij, omdat hier de wieg van het christelijk geloof staat. Hij kende ook een van onze Antwerpse, diocesane priesters die naar de dominicanen was overgegaan. Mairead Maguire zou graag zien dat het hoogste kerkelijk gezag  Jesus’ boodschap van “no violence, no war”” in een duidelijke verklaring zou geven. De man uit Ma’aloula vertelde hoe de terroristen, toen ze het dorp innamen, alle christelijke verwijzingen uit de 1e en 2e eeuw hebben vernietigd. Sommige kostbare kunstschatten uit latere eeuwen werden ongemoeid gelaten, maar de minste verwijzing naar het allereerste christendom werd uitgewist. ( … ) De jonge Russische vrouw leeft in Optina, in de schaduw van een orthodox klooster met 200 monniken, waarmee ze verbonden is en waar ze ook haar geestelijke leidsman heeft.  Vooraleer we naar onze slaapstede trokken, bad zij nog een lang avondgebed  voor in het Russisch, bij de ikoon van onze patroonheilige St. Jaak, waaraan we met enkelen deelnamen.

Donderdag en vrijdag zijn we met de groep meegereisd. Vrijdag was een heel bijzondere dag. ’s Morgens arriveerde de patriarch waarmee we naar Homs en verschillende plaatsen in Tartous reisden en meerdere  boeiende ontmoetingen hadden. Deze internationale groep zal met een sterke boodschap van hier vertrekken. Daarover  hopen we volgende keer te schrijven.   We kwamen vrijdagavond laat en moe thuis, zodat ik mijn wekelijks bericht ook niet eerder kon versturen.

(N.B. Ter informatie. Onze Portugese medezuster Myri schreef op maryakub.net, Franse website veertien dagen geleden een goed  artikel over de situatie van de christenen in onze streek en de wijze waarop we kunnen helpen: La situation précaire dans notre région).

Pater Daniël


Bron: E-mailbericht – Namens pater Guy Borreman SJ, Zr Lucienne

 

 

Mgr. Wim Eijk: Religieus kapitaal – het vermogen om Kerk te zijn

Facebook: “Een voorbeeld van open ogen voor de nuchtere werkelijkheid, maar vanuit een regelmatig sluiten van de ogen om tot gebed te komen en tot overgave aan die “onzichtbare hand”. Met dank aan mgr. Eijk!”


Kardinaal Eijk was op 26 november de slotspreker tijdens het congres voor religieuze instellingen dat de ABN AMRO bank MeesPierson organiseerde. Thema van deze Religieuze Jaardag was het ‘Beheer van Religieus Vermogen’. In zijn lezing, getiteld ‘Religieus kapitaal: het vermogen om Kerk te zijn’, stond kardinaal Eijk niet alleen stil bij de financiële positie van de Kerk. Hij sprak vooral over wat het betekent om Kerk te zijn in de huidige tijd, waarin geloof onder invloed van de secularisering onder druk staat.

De Utrechtse aartsbisschop benadrukte dat geld voor de Kerk altijd een middel is, “een mogelijkheidsvoorwaarde die ons in staat stelt onze missie uit te voeren.” Over de kerkelijke kansen in de toekomst was kardinaal Eijk optimistisch, mede vanwege de ‘religieuze fantoompijn’ die hij in de moderne samenleving constateert: “Mensen voelen gelovige activiteit in hun ziel, maar omdat ze zijn losgesneden van hun christelijke wortels voelt dit als onrust of pijn,” zo lichtte hij toe. Dat is een blijvend aanknopingspunt in het contact tussen de Kerk en de seculiere samenleving. Het is aan de Kerk om in dat voortdurende contact met de samenleving haar authentieke geluid te laten horen: “De Kerk die in de samenleving het andere verhaal vertelt, die het tegendraadse doet, die heeft duurzame aantrekkingskracht. Zo’n Kerk kan mensen raken. Die intrigeert, inspireert én innoveert – want zet de mens op de weg naar een betere versie van zichzelf,” aldus kardinaal Eijk.


kardinaal_eijk

Religieuze Jaardag ABN-AMRO, Amsterdam, 26 november 2015.

Geachte aanwezigen,

Hartelijk dank aan de ABN-AMRO bank voor de uitnodiging om hier vandaag te spreken. De organisatie heeft mij de rol van slotspreker toebedeeld. Dat is een spannende positie: u hebt de hele middag in de aandachtige luisterstand doorgebracht en wellicht moeten vechten tegen ‘le démon du midi’. En dan kom ik nog als de laatste horde die u van uw welverdiende borrel scheidt. Toen ik dertig jaar geleden in de Roermondse kathedraal tot priester werd gewijd, had ik me niet kunnen voorstellen dat ik eens hier zou staan. Een van de effecten van de bisschopswijding, overigens niet vermeld in theologische handboeken, is dat je toetreedt tot een wereld waarin je met financiële problemen te maken krijgt. Dat overkwam mij in ieder geval. Omdat de media hiervoor meer belangstelling hadden dan voor mijn pastorale activiteiten, ontstond bij sommigen de gedachte: ‘voor pastoraat heeft hij nauwelijks oog, maar voor geld des te meer’. Ik hoop dit beeld in mijn lezing te nuanceren.

Ik wil vandaag spreken over een breder perspectief dan alleen het geldelijk vermogen van de Kerk. Want geld is voor de Kerk slechts een middel, een mogelijkheidsvoorwaarde die ons in staat stelt onze missie uit te voeren. Dat is ook de boodschap die paus Franciscus uitdraagt. We leven in een tijd waarin het religieus kapitaal van de Kerk onder druk staat. Niet alleen ons financiële vermogen – de kerkelijke inkomsten dalen reeds enkele jaren – maar ook ons religieus kapitaal in overdrachtelijke zin. Dat bestaat enerzijds uit de geloofsschatten die de Kerk beheert en anderzijds uit onze maatschappelijke betekenis. Deze betreft de sociale leer van de Kerk die via met name christelijke partijen een bron van inspiratie is voor de politiek, en via christelijke ondernemers voor het bedrijfsleven. Tevens manifesteert onze maatschappelijke betekenis zich in de inzet van kerkelijke vrijwilligers. Ik wil vanmiddag spreken over dat brede religieus kapitaal en over ons vermogen om Kerk te zijn in een samenleving die daar in toenemende mate onbegrijpend en zelfs afwijzend tegenover staat.

Eerst wil ik stil staan bij het ‘religieus onvermogen’ dat zo typerend is voor de huidige samenleving. Dat religieuze onvermogen heeft zich in een razend tempo door onze maatschappij verspreid en is ook bekend onder de term ‘secularisatie’. De Nederlandse Hervormde Kerk liep leeg in de eerste helft van de vorige eeuw. De afgelopen halve eeuw liet een scherpe daling zien in het ledenaantal van de RoomsKatholieke Kerk in Nederland. De orthodox-protestantse groeperingen zijn robuuster, maar ook bij hen doet de secularisering zich inmiddels gelden. In relatief korte tijd is een christelijke natie veranderd in een land waar christenen een minderheid vormen, waarbij de meeste leden bovendien op leeftijd zijn. Daarmee is de kennis van en de belangstelling voor die christelijke religie grotendeels verdampt. En die verdamping zet door. Vorige maand werd bekend dat een kwart van de ouders die het Nationale School Onderzoek invulden, vindt dat Godsdienst mag verdwijnen als vak op de basis- en middelbare school. Voor één op de vier ouders is religie het niet waard om onderwijs over te krijgen. Dergelijke uitkomsten tonen aan dat in Nederland de sociale relevantie van religie toenemend onder druk staat.

Wat betekent deze constatering voor de Rooms-Katholieke Kerk? Je kunt zeggen: nou ja, driekwart vindt blijkbaar dat godsdienst wel een schoolvak moet blijven. Maar als je tegenwoordig wil weten hoe het echt zit, dan moet je op twitter kijken. En dan blijkt: de R.-K. Kerk is anno 2015 géén trending topic in het leven van de meeste Nederlanders. In Facebook termen: de Kerk scoort onvoldoende likes. Nog ééntje dan: zondags kerkbezoek valt niet onder de FoMo waar menigeen onder gebukt gaat. Voor wie deze laatste uitdrukking niet kent: FoMo of voluit Fear of Missing out is een door sociale media veroorzaakt onrustgevoel dat je een feestje of belangrijke happening misloopt. En vanwege die voortdurende angst iets leuks te missen, zoek je voortdurend digitaal contact.

Begrijp me niet verkeerd: dit is geen pleidooi tégen sociale media. Er vinden zinvolle uitwisselingen plaats via sociale media en ook de Kerk en het geloof zijn er aanwezig. Het moderne pastoraat speelt zich zelfs deels af langs digitale lijnen. Een eerste contact via twitter tussen een priester en een gelovige mondt geregeld uit in een echt gesprek. Die digitale presentie van de Kerk is belangrijk. Je moet als Kerk immers het gesprek aangaan op de plaatsen waar de mensen zijn. Ook de apostel Paulus predikte op de rotsheuvel Areopagus (Handelingen 17,34). Dáár gebeurde het in die tijd. Paulus liet daar de Atheense filosofen dus kennismaken met Christus.

Maar sociale media zijn méér dan een verzameling digitale communicatiemiddelen. Ze veranderen de gebruikers, en ingrijpender dan de vroegere massamedia dat deden. De mens wordt door het gebruik van sociale media veelal een marketeer van zijn leven, een publiek gedeeld leven dat vaak in een reclamecampagne is veranderd. Personal branding – jezelf als merk neerzetten – heeft tegenwoordig betrekking op de gehele persoon. Waarbij voortdurend via selfies en andere foto’s op Instagram verslag wordt gedaan van een bruisend bestaan met alle successen. Die jacht op digitale erkenning past in een algemene tendens: een verlangen naar roem. Kinderen beantwoorden de vraag wat ze later willen worden vaak niet meer met een beroep, maar met simpelweg met ‘beroemd’. Hoe en waarmee is bijzaak.

De sociale media hebben een proces versterkt dat al tientallen jaren gaande was, namelijk dat van de individualisering. Het is een sociologisch gegeven dat Nederlanders in de afgelopen decennia extreem geïndividualiseerd zijn geraakt. Sociale verbanden zijn losser geworden of verdwenen; verenigingen, partijen en organisaties zijn grotendeels leeggelopen. Een alternatief wordt gezocht in de sociale media. De ‘nieuwe mens’ kan digitaal geen moment alleen zijn: voortdurend wordt naar het telefoonscherm gestaard vanuit de vrees dat het leven elders is. Op het scherm van je iPhone lijkt het gras bij de buren altijd groener – en dat ligt niet aan je scherminstellingen.

Een sociaal leven speelt zich echter niet online af, maar in het persoonlijke contact. Het rooms-katholieke geloof is per definitie een gezamenlijke onderneming van mensen die zich op gezette tijden verzamelen in het Huis van de Heer. Welk vermogen heeft de Kerk om in deze hyper-individualistische context het Evangelie te verkondigen? Het is voor een bisschop moeilijk om niet vol ongeloof naar de kerkelijke statistieken te kijken. Die zijn namelijk meedogenloos. Begin dit jaar meldde het dagblad Trouw dat Nederland voor het eerst meer atheïsten telt dan gelovigen. Ruim 25 procent noemt zich atheïst, slechts 17 procent van de Nederlanders zegt in een persoonlijke God te geloven. Die gelovigen gaan bovendien steeds minder naar de kerk. In oktober maakte het kerkelijke onderzoeksinstituut KASKI bekend dat in 2030 nog slechts 60.000 katholieken op een gemiddelde zondag naar de kerk gaan. In 2013 waren dat er 214.000.

Bij zulke ongunstige statistieken kunnen we ons altijd nog wenden tot de katholieke schrijver Godfried Bomans, aan wie de volgende uitspraak wordt toegeschreven: “Een statisticus waadde vol vertrouwen door een rivier die gemiddeld één meter diep was. Hij verdronk.” Dit is een vrolijke relativering van het belang dat aan statistieken moet worden gehecht. Er is méér tussen hemel en aarde dan statistiek. Als we ons blind staren op cijfers, hebben we letterlijk geen oog meer voor andere aspecten van de werkelijkheid. Zoals het gegeven dat geloof bergen kan verzetten.

Anderzijds kunnen we bij het maken van beleid niet om cijfermatige prognoses heen: een katholiek leeft van de hoop, maar een bisschop kan er zijn financiële tekorten niet op afboeken. Dat ondervond ik – zoals gezegd – toen ik in 2008 aantrad als aartsbisschop van Utrecht. Het was me snel duidelijk dat het bisdom op de rand van een technisch faillissement verkeerde. Ik moest dus op korte termijn saneren. Een woord met een negatieve bijklank, maar dat feitelijk ‘gezond maken’ betekent. Een moeilijke taak, maar wel één waar ik als arts affiniteit mee heb – u weet wellicht dat ik vóór mijn priesterstudie medicijnen heb gestudeerd. Pas bij de start van mijn specialisatie tot internist gooide ik het roer om en ben ik naar het seminarie gegaan.

Bij het saneren van het aartsbisdom, de diocesane curie (zeg maar het bisdomkantoor) en de dekenale centra moest tweederde van het personeel afvloeien en is de organisatie sterk ingekrompen. Dit waren pijnlijke maar noodzakelijke maatregelen om het Aartsbisdom Utrecht financieel gezond te maken. Maar het ging mij om méér dan alleen de financiële gezondheid. We moesten met de afgeslankte organisatie klaar zijn voor de uitdagingen die op ons af komen.

Sommige van die uitdagingen zijn zelfs al gearriveerd. Van het eertijds Rijke Roomse Leven staat in Nederland alleen nog de façade overeind in de vorm van vele honderden kerkgebouwen. Op sommige plaatsen is de kerk slechts een stenen decorstuk, waarachter zich nauwelijks een geloofsleven afspeelt. Het ontbreekt de Kerk aan het vermogen – financieel en anderszins – om al die gebouwen te onderhouden. Dat behoort niet tot onze taken: de Kerk is géén monumentenwacht. Als alle aandacht, geld en energie gaat zitten in het onderhoud van het gebouw voor een krimpende groep mensen, is dat niet toekomstgericht. Er gaat ook geen wervingskracht van uit. Beter is het om menskracht en middelen te bundelen. Niet om het langer vol te houden, maar om te komen tot innovatief pastoraat; pastoraat dat inzet op het benaderen van nieuwe mensen met de Blijde Boodschap van het Evangelie, door andere vormen van liturgisch vieren, een laagdrempelig catechetisch aanbod, diaconale initiatieven, vernieuwende opbouwmethoden en sociale media. Zo kunnen we de samenleving laten zien wát de Kerk doet en dát de Kerk ertoe doet.

Eind vorig jaar sprak ik dan ook de prognose uit dat over vijftien jaar in het Aartsbisdom Utrecht niet meer dan 20 van de huidige 49 parochies over blijven, met ieder slechts één of enkele kerkgebouwen. Toen ik deze Jobstijding naar buiten bracht, is me dat niet in dank afgenomen. En dan druk ik mij nog voorzichtig uit. Ik ben nog net niet gelyncht.

Ik heb daar natuurlijk begrip voor: de boodschapper van het slechte nieuws is van oudsher de pineut. Bovendien zijn boosheid en ontkenning de eerste fases van het rouwproces – en dat is het sluiten van hun kerkgebouw voor veel mensen. Daar zijn ze getrouwd, hebben ze hun kinderen laten dopen en vanuit die kerk hebben ze hun ouders begraven. Met name in dorpen klampen mensen zich aan het kerkgebouw vast. Daar speelt bovendien ook de algemene dorpsproblematiek een rol. Het platteland ontvolkt, jongeren trekken weg en daarmee verdwijnen voorzieningen. Veel winkels, scholen en ook bankfilialen gingen kerkgebouwen al voor in hun noodgedwongen exodus uit het platteland. Het kerkgebouw is in sommige dorpsgemeenschappen het enige samenbindende element dat resteert. Het doet dan extra pijn als die kerk moet sluiten. Maar ik heb het eerder gezegd: in het krimpproces dat de Kerk doormaakt, moeten we ons niet aan gebouwen vastklampen, daarin ligt niet onze redding. Zo’n stenen reddingsboei trekt ons juist de diepte in. Ons geloof is niet gekoppeld aan een gebouw, maar aan God. Dat heeft de geschiedenis keer op keer uitgewezen, als rooms-katholieken vanwege vervolging hun kerken moesten verlaten. Dat gebeurde bijvoorbeeld tijdens de Reformatie in Nederland. Voor hun liturgische vieringen konden Nederlandse katholieken alleen terecht in zogeheten schuilkerken. Toen die ban werd opgeheven, bleek dat vele katholieken ook zonder gebouw hun geloof hadden behouden.

Het lijkt wellicht tegenstrijdig, maar het sluiten van (overbodige) kerken is bouwen aan de Kerk van de toekomst. In Apeldoorn, waar 6 van de 7 kerken zijn gesloten, is het overgebleven kerkgebouw op zondag goed bezet. Zo zijn 7 tanende geloofsgemeenschappen met weinig kerkbezoek en amper activiteiten, omgevormd tot één levendige geloofsgemeenschap met hoog kerkbezoek en nieuwe initiatieven.

Wat ik nu ga zeggen komt misschien als een verrassing, maar voor u staat ondanks alles een optimistisch mens. Deels heeft dat te maken met mijn core business: ik verkondig een Blijde Boodschap. Een boodschap vol geloof, hoop en liefde en de belofte van een eeuwig leven. Ik lijd niet aan fear of missing out, omdat ik mij gedragen weet door Gods liefde die over de grenzen van de dood heen reikt. Bovendien is de Kerk in de geschiedenis wel vaker afgeschreven. Zo dachten velen dat het met haar was afgelopen, toen in het Napoleontische tijdperk in 1798 te Rome de Romeinse Republiek werd uitgeroepen en Paus Pius VI werd weggevoerd naar Valence in Frankrijk en kort daarop overleed.

Voor een juist begrip van de situatie en het inschatten van de kerkelijke kansen is een goede diagnose van de hedendaagse mens belangrijk. Het is bekend dat inwoners van de moderne Westerse samenleving kampen met ‘welvaartsziekten’ zoals obesitas, hart- en vaatziekten en diabetes type 2. Ik wil aandacht vragen voor een andere welvaartsziekte die de afgelopen decennia om zich heen heeft gegrepen. Ik noem deze aandoening ‘religieuze fantoompijn’.

Bij de klassieke fantoompijn is het hersengebied dat oorspronkelijk correspondeerde met het geamputeerde lichaamsdeel nog actief en wordt nu en dan geactiveerd. De hersenen interpreteren deze activiteit alsof het geamputeerde lichaamsdeel er nog is en pijn doet. Bij religieuze fantoompijn speelt iets vergelijkbaars. Mensen voelen geregeld gelovige activiteit in hun ziel, maar omdat ze zijn losgesneden van hun christelijke wortels voelt dit als onrust of pijn. Met name bij scharniermomenten of tegenslag biedt een leven dat wordt geleefd vanuit louter de zintuiglijke werkelijkheid, onvoldoende houvast. Zelfs als het leven op rolletjes loopt, knaagt er vaak iets. Dat wist de kerkvader Augustinus al haarfijn, getuige de ‘fantoompijn’ die hij geregeld voelde en die hem de volgende uitroep richting God ontlokte: “Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U.”

De fantoompijn van de moderne Westerse mens is overigens een erfelijke aandoening: meestal is hun wond een generatie eerder toegebracht, door ouders die de Kerk verlieten en hun kinderen geen religieuze opvoeding hebben meegegeven. Veel mensen met religieuze fantoompijn doen dan ook aan zelfmedicatie. Het gemis drukken ze uit als dat ‘er meer is tussen hemel en aarde’, waarna ze als pleister op hun gewonde ziel uit diverse stromingen een persoonlijk geloofspakket samenstellen. In onze hyper-individualistische samenleving heeft het individu niet alleen het recht, maar zelfs de plicht zijn eigen levensbeschouwing of religie samen te stellen en zich daarin van anderen te onderscheiden. Maar dat kan nooit gelden voor religie. Religie is – ik memoreerde het reeds – per definitie een gezamenlijke activiteit met een samenbindende kracht. De individualistische pleister waarnaar de moderne mens grijpt, heelt niet werkelijk.

Het feit dat religieuze fantoompijn epidemische vormen heeft aangenomen, bewijst dat óók de 21ste eeuwse mens ongeneeslijk religieus is. Zo kunnen mensen buiten de kaders van een georganiseerd geloof moeilijk zonder rituelen. Dat blijkt uit de vele ‘ritueel begeleiders’ die hun diensten aanbieden. Maar dergelijke nieuwerwetse rituelen zijn doorgaans gericht op het ‘hier en nu’. Ze zijn een zwakke afspiegeling van het echte ritueel. Zo is het rooms-katholieke Allerzielen op 2 november méér dan een kaarsje branden ter herinnering aan overledenen. Het is óók het blijvende gebed voor de mensen die ons voorgingen in de dood en met wie we door dat gebed over de grens van leven en dood verbonden blijven. Op dit moment bieden quasikerkelijke rituelen een alternatief voor het georganiseerd geloof. Het is mijn hoop dat ze op den duur gaan functioneren als richtingwijzers naar dat geloof. Waarom genoegen nemen met namaak als het origineel beschikbaar is?

Het rooms-katholieke geloof richt zich op de hele mens, in alle stadia van het leven. Bij de pieken in iemands leven, maar ook bij de dalen. Er is plaats voor de menselijke zwakheden. Ieder van ons laat tijdens zijn of haar leven immers een spoor van moreel zwerfafval achter zich. Van verbroken beloftes, leugens en andere misstappen. Het rooms-katholieke geloof biedt mensen de mogelijkheid daarmee in het reine te komen. Niet door uiterlijk de schijn op te houden, maar door innerlijke groei. Dat is mogelijk, omdat God onvoorwaardelijk van ons houdt. Een gegeven dat mijlenver afstaat van de huidige druk die mensen voelen om zich zo succesvol mogelijk te presenteren.

Ik ben ervan overtuigd dat de Rooms-Katholieke Kerk haar authentieke geluid niet moet afstemmen op wat bon ton is in de samenleving. Velen zouden het toejuichen wanneer de Kerk meer als de samenleving zou klinken. Dat is echter een heilloze weg. Het is immers aan de Kerk om een profetisch stemgeluid te laten horen. Door samen te vallen met haar omgeving zou de Kerk zichzelf tegenspreken. Want gelovigen hebben de taak om ‘het zout der aarde’ te zijn, zoals Jezus in het Evangelie van Matteüs zegt. En dat moeten ze ook zijn in een tijdperk waarin de samenleving een zoutloos dieet nastreeft. Juist dan, zou ik zeggen.

Het is één van de taken van de Kerk om individuen en de samenleving een spiegel voor te houden. Niet zodat die een bewonderende blik op zichzelf kunnen werpen. Nee, de Kerk functioneert als een kritisch tegenover. Bovendien trekken juist tegenpolen elkaar aan. De Kerk die in de samenleving het andere verhaal vertelt, die het tegendraadse doet, die heeft duurzame aantrekkingskracht. Zo’n Kerk kan mensen raken. Die intrigeert, inspireert én innoveert – want zet de mens op de weg naar een betere versie van zichzelf.

Op 8 december start het door paus Franciscus uitgeroepen Heilig Jaar van de Barmhartigheid. In Rome en in elk bisdom wereldwijd gaan een jaar lang zogeheten ‘heilige deuren’ open. Deze deuren van barmhartigheid geven mensen de gelegenheid om thuis te komen bij God. Maar ook als dat jaar voorbij is, blijven de deuren van de kerk open staan. Ik pleit dus niet voor een ‘heilige restkerk’, zoals mijn visie weleens wordt geïnterpreteerd. Ik bepleit geen ‘vluchtheuvelkerk’ waar alleen de ware gelovigen een veilig heenkomen vinden. De boodschap van de Kerk is juist gericht tot allen en tot de gehele samenleving. Een samenleving waarmee we contact blijven zoeken. Maar de Kerk moet wel zichzelf blijven. Kerken die zich grotendeels aan de moderniteit hebben aangepast, zoals de Anglicaanse kerk in Engeland, zijn sneller leeggelopen dan de R.-K. Kerk of orthodoxe protestantse stromingen. Die waarschuwing moeten we niet in de wind slaan. Geen ‘heilige rest’ dus, wel gaan we richting een keuzekerk. Vroeger was het geloof een soort familiebedrijf dat van generatie op generatie werd doorgegeven. Nu kiezen mensen bewust voor het geloof. Dat moet dan wel authentiek zijn.

En dat authentieke geloof heeft grote maatschappelijke betekenis. Enkele jaren geleden lieten de Rooms-Katholieke Kerk en de Protestantse Kerk in Nederland becijferen welke waarde hun sociale activiteiten hebben. Beide kerken bereiken daarmee jaarlijks 1,4 miljoen mensen, onder wie veel niet-kerkleden. Bij de helft van hen gaat het om pastorale zorg en diaconale hulpverlening, zoals bezoek aan zieken en ouderen, rouwverwerking, een inloophuis, jongerenwerk of een voedsel- of kledingbank. Opgeteld is de sociale bijdrage aan de maatschappij van de ongeveer 100.000 vrijwilligers in parochies en gemeenten 325 miljoen euro!

Dat is een aanzienlijk bedrag. Die inzet voor de medemens komt voort uit ons geloof. Een geloof dat door vele moderne Nederlanders is afgeschreven als ‘niet meer van deze tijd’. Terwijl deze kerkelijke vrijwilligers zich met hart en ziel inzetten voor de goede zaak. Vooral die inzet vanuit hun ziel motiveert hen en geeft kracht om vol te houden. Het is de persoon van Christus die hen daarbij inspireert. Ik maak daarvoor een diepe buiging en dat zouden meer mensen moeten doen.

Tot slot. Veel hedendaagse kritiek op religie is ingegeven door het idee dat het achterhaald is om te geloven. Achterlijk zelfs. Maar hoe onredelijk is het om te geloven? Laat ik een vergelijking maken met een fenomeen dat in deze kringen bekend mag zijn: de ‘onzichtbare hand’. Daarmee omschreef Adam Smith het zelfregulerend effect van een markt, als ik het kort samenvat. Iedereen streeft in die markt zijn eigen belang na, hetgeen collectief tot welvaart zou moeten leiden. Die veronderstelde wetmatigheid noemde Smith de ‘onzichtbare hand’. Iedereen begreep en begrijpt waarover hij sprak.

De Kerk veronderstelt ook een ‘onzichtbare hand’. Die behoort toe aan God, en wij geloven dat ieders naam in Zijn handpalm is geschreven. We ervaren dat die hand ons steunt als we het moeilijk hebben, we voelen hem op onze schouder in eenzame tijden. En we geven hem soms een high five. Uit vreugde of dankbaarheid. Ook dat zouden meer mensen moeten doen.

Ik dank u voor uw aandacht.

>>> http://aartsbisdom.nl