Uitvaart Jo Bloemen vrijdag om 10.30 uur in Nieuwenhagerheide.

De uitvaart voor Jo Bloemen z.g. zal zijn aanstaande vrijdag 1 maart om 10.30 uur in de H. Hartparochie van Nieuwenhagerheide. De vooravondmis vindt plaats op de donderdagavond ervoor om 19.00 uur in dezelfde parochiekerk. Bidden wij voor Jo Bloemen!

IMG_Rouwbrief Jo Bloemen

IMG_JoBloemen 2

Kerkmeester J. Bloemen ontving in 2011 de pauselijke onderscheiding Pro Ecclesia et Pontifice,

  uit handen van pastoor Freek Jongen.

Vier op zondag 7 april het ‘Feest van de Goddelijke Barmhartigheid’

Paus Johannes Paulus II heeft de eerste zondag na Pasen uitgeroepen tot Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid.

‘Feest van de Goddelijke Barmhartigheid’

IMG_Jezus

IMG_barm(Tekst uit; Dagboek van Faustina Kowalska S.M.D.M., Goddelijke barmhartigheid in mijn ziel, Nunspeet, 1999, blz. 149.)

Op elke Barmhartigheidszondag is het mogelijk een volle aflaat te ontvangen. Aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan: 1. Binnen tien dagen voor 7 april of binnen tien dagen na 7 april gaan biechten (dit geldt in ieder geval voor de Nederlandse Kerkprovincie: het zal praktisch gezien namelijk niet lukken dat zoveel mensen op een en dezelfde dag kunnen gaan biechten). 2. De Heilige Mis bijwonen (vanzelfsprekend!). 3. De dag zelf vieren tere van Gods Barmhartige Liefde. 4. De geloofsbelijdenis bidden. 5. Die dag bidden voor de intenties van de Paus. Als aan deze 5 voorwaarden wordt voldaan: dan worden je de zonden vergeven (schuld door de zonde) en worden de zondestraffen van je weggenomen (de boetedoening vanwege de zonde). Als je (vol overgave aan Gods Wil) zou sterven op Barmhartigheidszondag betekent dit dat je het vagevuur zou mogen overslaan om rechtstreeks naar de Hemel te mogen gaan.

Paus: ‘Misinterpretaties Concilie door media’

Paus: ‘Misinterpretaties Concilie door media’

 

Een groot deel van de onjuiste interpretaties van het Tweede Vaticaans Concilie is te wijten aan de berichtgeving door de media.

Dat heeft paus Benedictus XVI donderdag gezegd in een bijeenkomst met de priesters van het bisdom Rome.

Hij sprak daarbij voor de vuist weg over zijn herinneringen aan het Concilie dat duurde van 1962 tot 1965.

“De wereld interpreteerde het Concilie door de ogen van de media in plaats van het echte Concilie van de vaders en hun belangrijkste visie op het geloof”, aldus paus Benedictus in de Paulus VI aula.

“Vijftig jaar later, nu de kracht van de echte Concilie duidelijk is geworden is het onze taak om in het Jaar van het Geloof het echte Tweede Vaticaans Concilie tot leven te brengen”, zei hij tegen de verzamelde priesters.

Paus Benedictus nam destijds aan het Concilie deel als speciaal adviseur van de Keulse kardinaal-aartsbisschop Frings en later als theologisch expert.

“De directe indruk die de mensen van het Concilie kregen, was die van de media, niet die van de kerkvaders”, aldus de paus.

“Het ‘concilie van de journalisten’ vond natuurlijk niet plaats binnen de wereld van het geloof, maar binnen de categorieën van de media van vandaag, die buiten het geloof staan en met een andere hermeneutiek … een hermeneutiek van de politiek.”

De paus, die op 28 februari zijn ambt neerlegt, is een van de weinige overgebleven deelnemers van het Concilie.

“De media zagen het Concilie als een politieke strijd, een strijd om de macht tussen de verschillende stromingen binnen de kerk.”

“Maar het was duidelijk dat de media de kant zouden kiezen van de factie die het meest aansloot bij hun wereld.”

Ook probeerden sommigen de Kerk te decentraliseren. De macht van de paus diende overgedragen te worden aan de bisschoppen en vervolgens uitmonden in een soort volkssoevereiniteit. “Natuurlijk was dat wat er moest gebeuren”, aldus de paus.

Hetzelfde deed zich voor ten aanzien van de liturgie. Daarbij had men geen interesse voor de liturgie als uiting van geloof, maar iets dat begrijpelijk moest worden gemaakt “vergelijkbaar met een gemeenschapsactiviteit, iets profaans.”

“We weten dat dit ‘Concilie van de media’ voor iedereen toegankelijk was.”

“Dus, dominant en efficiënter, creëerde dit concilie [van de media –KN) vele rampen, zoveel problemen, zoveel ellende. In werkelijkheid werden seminaries gesloten, kloosters gesloten, de liturgie gebagatelliseerd … terwijl het echte Concilie worstelde om tot daden te komen en zich te verwerkelijken.”

In zijn analyse stelt paus Benedictus zei dat het “virtuele concilie” weliswaar sterker was dan het echte, maar dat de echte kracht van het Concilie wel aanwezig was.

“Het is langzaam naar boven gekomen ​​en wordt een echte kracht die ook hervorming zal brengen, ware vernieuwing van de Kerk.”

“50 Jaar na het Concilie zien we zien hoe het virtuele concilie instort en verdwaalt terwijl het echte Concilie met al zijn geestelijk kracht naar boven komt”, aldus Benedictus XVI.

“En het is onze taak om te zorgen dat het echte Concilie met de kracht van de Heilige Geest wordt gerealiseerd en de Kerk echt wordt vernieuwd.”

Paus Benedictus noemde het een “bijzonder geschenk van de Voorzienigheid” om de Romeinse clerus nog te ontmoeten zo vlak voor zijn terugtreden.

“Het is altijd een grote vreugde om te zien hoe de Kerk leeft, en hoe in Rome de Kerk leeft, want er zijn herders die de kudde van Christus bijstaan in de geest van de opperste Herder.”

Bron: Katholiek Nieuwsblad

 

Paus Benedictus XVI treedt op 28 februari om 20.00 uur terug uit zijn functie.

Paus Benedictus XVI treedt op 28 februari om 20.00 uur terug uit zijn functie.

Dat heeft hij vandaag bekendgemaakt. De paus zegt geheel vrijwillig zijn functie neer te leggen.

Het aftreden van de paus was een verrassing. Benedictus XVI had ook zijn naaste medewerkers niet op de hoogte gesteld. Dit heeft de woordvoerder van het Vaticaan, Federico Lombardi, maandag gezegd.

Volgens Lombardi is het aftreden volledig in overeenstemming met het kerkelijk recht en gebeurt het uit vrije wil. Er zouden verder geen ‘moeilijkheden met het pausschap’ zijn geweest.

Eerder sprak kardinaa lAngelo Sodano, voormalig ‘premier’ van de kerkelijke staat, van een ‘donderslag bij heldere hemel’.

Bron: http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2664/Nieuws/article/detail/3392002/2013/02/11/Aftreden-paus-was-verrassing.dhtml :
http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2664/Nieuws/article/detail/3391980/2013/02/11/Paus-Benedictus-XVI-treedt-op-28-februari-terug.dhtml

Gebed voor elke vrijdag en de vastentijd

Gebed te bidden op de vrijdag en tijdens de vastentijd:

“O Heilig Hoofd van Jezus, Zetel van de Goddelijke Wijsheid, die alle bewegingen en gevoelens van het H. Hart geregeld, ingegeven en geleid hebt, leidt Gij ook al mijn gedachten, woorden en daden. Zoals Gij het beloofd hebt, wees het middel tegen de kwalen van onze tijd; de geestelijke hoogmoed en het ongeloof in God. Door Uw smarten, door de doornenkroon die uw hoofd verscheurd heeft, door de slagen, het bloed, de beledigingen waarmee Gij overstelpt werd, alsook door de liefde, die het Onbevlekt Hart van Maria, Uw Heilige Moeder, betoonde, mocht Gij worden aanbeden, verheerlijkt en geëerd, zohaast en op een zo volmaakte en algemene wijze mogelijk, volgens de raadsbesluiten van uw Goddelijke Voorzienigheid tot glorie van God, tot heil van de zielen, tot de inzichten van het H. Hart, tot het volbrengen van de Goddelijke Wil en het zo brandend verlangen dat Gij uitgedrukt hebt. Amen”.

Bron: http://hetlegioenkleinezielen.wordpress.com/zr-faustina/

Gebed en Lezing Mgr. E. de Jong op 7 april 2013

Gebed en Lezing Mgr. E. de Jong op 7 april 2013

Lezing Mgr. E. de Jong
Mgr. E. de Jong komt op 7 april 2013 naar de gebedsgroep in Berg en Terblijt voor gebed en een lezing! Aanvang 15.00 uur. .

Volle Aflaat
Op deze zondag is het Barmhartigheidszondag 7 april 2013 (zie hieronder) en is het mogelijk een volle aflaat te ontvangen.

Aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan: 1. Binnen tien dagen voor 7 april of binnen tien dagen na 7 april gaan biechten (dit geldt in ieder geval voor de Nederlandse Kerkprovincie: het zal praktisch gezien namelijk niet lukken dat zoveel mensen op een en dezelfde dag kunnen gaan biechten). 2. De Heilige Mis bijwonen (vanzelfsprekend!). 3. De dag zelf vieren tere van Gods Barmhartige Liefde. 4. De geloofsbelijdenis bidden. 5. Die dag bidden voor de intenties van de Paus.

Als aan deze 5 voorwaarden wordt voldaan: dan worden je de zonden vergeven (schuld door de zonde) en worden de zondestraffen van je weggenomen (de boetedoening vanwege de zonde). Als je (vol overgave aan Gods Wil) zou sterven op Barmhartigheidszondag betekent dit dat je het vagevuur zou mogen overslaan om rechtstreeks naar de Hemel te mogen gaan.

Lees hier verder: http://hetlegioenkleinezielen.wordpress.com/nieuws  (zie informatie bij het derde bericht)

Pastoor Penne spreekt over de ‘Drievuldigheid’

DRIEVULDIGHEID…

Binnenkort beginnen we jaarlijkse veertigdagentijd. We denken bijzonder na over de fundamenten van ons christen zijn. Hoe beleef ik mijn christen zijn, mijn band met God, ons bidden. Hoe is onze band met de mensen die God op onze levensweg heeft geplaatst, onze naastenliefde?  Hoe beantwoorden wij Gods Plan met ons? De eerste prefatie van de Veertigdagentijd drukt het zo mooi uit: “Dit is een tijd van meer toeleg op het bidden en grotere aandacht voor de liefde tot de naaste, van grotere trouw aan de sacramenten waarin we zijn herboren. Zo groeien wij tot de volheid der genade die Gij uw kinderen hebt toegezegd”.

We mogen ons hierbij ook de vraag stellen wie God voor mij persoonlijk is. Ken ik Hem en laat ik mij door Hem kennen?  Wie de God is waarin wij geloven vinden we mooi verwoord in de geloofsbelijdenis die we elke zondagsmis uitspreken. In zijn brief bij gelegenheid van het begin van de jaarlijkse Veertigdagentijd heeft de Belgische aartsbisschop, Mgr. Léonard, gevraagd om in alle kerken van het aartsbisdom Mechelen-Brussel de zogenaamde lange geloofsbelijdenis te bidden en stil te staan bij de betekenis.
http://www.priesterpenne.be/nieuws/nieuwsdetails.php?n_ID=755

In dit Jaar van het Geloof mogen wij eens stilstaan of wij kunnen uitleggen Wie de God is waarin wij geloven. Er zijn wel eens mensen die zeggen dat de God waarin de christenen geloven dezelfde is als de God van andere religies. Er is toch maar één God? Kun jij iets vertellen over wie God voor ons, christenen is? Als je dat kunt uitleggen en je hoort de uitleg van mensen uit andere religies, dan zit daar toch wel een groot verschil in. Onze God is Vader, Zoon en Heilige Geest. Daarrond heb ik onlangs ook een filmpje gemaakt. http://www.youtube.com/watch?v=lJFuLQXdCvQ

Het valt me op hoe moeilijk het voor veel gelovigen is om in enkele woorden uit te leggen Wie de God is in Wie wij geloven. Nu is het ook begrijpelijk want de Drievuldigheid – één God, drie goddelijke Personen – is ook een groot mysterie en God is te groot om in menselijke woorden te vatten.

Graag geef ik ter overweging de woorden uit de Catechismus mee. Als christenen geloven wij in 1 God, maar er zijn 3 goddelijke Personen. De drie goddelijke Personen zijn de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Ieder van deze drie Personen is waarlijk God: de Vader is God, de Zoon is God, de Heilige Geest is God.
De drie goddelijke Personen zijn maar één God, omdat Zij in liefde geheel in elkaar opgaan en slechts één natuur hebben. Wij kunnen niet begrijpen dat de drie goddelijke Personen één God zijn. Het is het grootste mysterie van ons geloof. Het mysterie van één God in drie Personen noemen wij het mysterie van de Allerheiligste Drie-eenheid of Drievuldigheid. Het mysterie van de Heilige Drievuldigheid kennen wij uit de openbaring van Jezus. Jezus heeft zichzelf geopenbaard als de Zoon van de Vader, die met de Vader ons de Heilige Geest zendt en toch samen één God zijn. De drie goddelijke Personen zijn van elkaar onderscheiden: de Vader is God en uit niemand voortgekomen; de Zoon is God, van alle eeuwigheid geboren uit de Vader; de Heilige Geest is God, van alle eeuwigheid voortgekomen uit de Vader en de Zoon; een God in drie personen.
God de Vader is niet ouder of volmaakter dan God de Zoon of God de Heilige Geest want de goddelijke Personen zijn alle drie eeuwig en oneindig volmaakt. God is oneindig gelukkig in het eeuwig samen-zijn van Vader, Zoon en heilige Geest. Door de genade van het doopsel worden wij geroepen te delen in het oneindig geluk van God; hier op aarde in het licht van het geloof, na de dood in de aanschouwing van God.

Gods Zegen, pastoor A. Penne.
www.priesterpenne.be

Mgr. Leonard: over het Credo

HET CREDO VAN NICEA-CONSTANTINOPEL
Mgr. André-Jozef Léonard, aartsbisschop van Mechelen-Brussel

Van  symbool naar symbolum

Wanneer men in de oudheid een onverbreekbaar bewijs wou bewaren van een akkoord tussen twee personen, gebeurde het dat men een voorwerp in twee brak. Ieder van beide partijen nam één stuk mee. Als men jaren later de twee stukken passend kon samenvoegen, was dit het bewijs dat men wel degelijk gebonden was door eenzelfde akkoord. Welnu ‘passen’ en ‘samenvoegen’ is in het Grieks ‘symballein’. Het bijhorende zelfstandig naamwoord is in het Grieks ‘symbolon’. Vandaar ons woord ‘symbool’, dat onder meer gebruikt wordt als een beeld dat adequaat overeenstemt met de werkelijkheid die we willen aanduiden. Onze taal wordt dan symbolisch genoemd.

Zo ook spraken katholieke christenen samen dezelfde geloofsbelijdenis uit, om te bevestigen dat zij – ver van ketterse leerstellingen – wel degelijk hetzelfde geloof van de Apostelen beleden. Om die reden werd de geloofsbelijdenis wel eens een ‘symbolum’ genoemd, dat wil zeggen een teken van eenheid. Zo heeft het eerste oecumenische concilie, dat in 351 gehouden werd in Nicea in het huidige Turkije, een ‘symbolum’ van het katholieke geloof afgekondigd. Dit symbolum van Nicea werd in 381 aangevuld in Constantinopel. Vandaar de klassieke uitdrukking: het symbolum van Nicea-Constantinopel.

Met uitzondering van het Tweede Vaticaans Concilie, dat het 21ste oecumenische concilie was, werden alle andere concilies bijeengeroepen omwille van ketterijen die de katholieke Kerk, gebouwd op het geloof van de Apostelen, verdeelden. Dat was ook het geval bij de eerste twee, de concilies van Nicea en Constantinopel.

1. De ware mensheid van Jezus

   De inzet van het concilie van Nicea was vooral de volledige erkenning van de godheid én de echte mensheid van Jezus. De eerste aanvallen op het geloof van de Kerk kwamen van mensen die ontkenden dat Jezus werkelijk een mens was zoals wij. Vertrekkend van filosofische beschouwingen meenden ze dat het voor een goddelijke persoon onwaardig was om mens te worden. ‘God is God’, dachten zij. Hij is eeuwig. Hoe zou Hij dan in de tijd kunnen binnentreden? Hij is almachtig. Hoe zou Hij dan het broze menselijke bestaan kunnen aannemen? Hij is onsterfelijk. Hoe zou Hij dan blootgesteld kunnen worden aan de dood? Ze stelden dus dat de mensheid van Jezus slechts een oppervlakkig kleed was, uitwendige schijn, en geen echte realiteit. Men noemde ze daarom ‘doceten’, van het Griekse werkwoord ‘dokein’, dat ‘lijken’ of ‘schijnen’ betekent.

   Tegen deze doceten in benadrukte het symbolum van Nicea, in trouw aan het Nieuwe Testament, de echte mensheid van Jezus. Hij is waarlijk ‘neergedaald uit de hemel, heeft het vlees aangenomen van de Maagd Maria en is mens geworden, werd gekruisigd, heeft geleden en werd in het graf neergelegd’. Ja, God is zo groot, zo vrij ook in zijn liefde, dat de Zoon van God, zonder iets van zijn goddelijkheid te verliezen, werkelijk onze menselijke natuur in al haar broosheid aanneemt. Kortom, God is werkelijk mens geworden onder de mensen, opdat de mens God kan worden. En het gaat hier niet om een tijdloze mythe zoals die uit de Griekse of Latijnse mythologie. Neen, het gaat om een historisch gebeuren dat plaatsvond onder Pontius Pilatus, Romeins gouverneur van Judea.

2.Zijn ware godheid

Andere aanvallen op het geloof van de Kerk kwamen vanuit het tegenovergestelde kamp, namelijk van mensen die oordeelden dat Jezus niet werkelijk God was. Hij was een schepsel, gelijkaardig aan de andere schepselen. Zij het een schepsel met een bijzondere waardigheid, ‘aangenomen’ door God als zijn woordvoerder en zelfs als zijn woord dat weerklonk in een menselijk wezen. Maar niet echt de mensgeworden Zoon van God, niet echt het vleesgeworden eeuwig Woord van God. Aanvankelijk noemde men deze ketters ‘adoptianisten’ omdat voor hen Jezus slechts een verheven schepsel was, ‘aangenomen’, ‘geadopteerd’ door God als echo van zijn Woord in deze wereld. Later sprak men van de ketterij van het Arianisme en van de Arianen, in verwijzing naar de theoloog Arius, diaken, later priester, in Alexandrië in Egypte.

Tegen hen verzette zich de heilige Athanasius van Alexandrië. Zoals andere bisschoppen die trouw bleven aan het  katholieke geloof, werd hij vervolgd. Vijf keer werd hij uit zijn bisdom verjaagd, maar hij kwam telkens terug, trouw tot in de dood aan het geloof van het Nieuwe Testament en van de Apostelen, het geloof in Jezus, waarlijk mens en waarlijk God. Bezield door de Heilige Geest inspireerde hij het symbolum van Nicea door nadrukkelijk de godheid te verkondigen van ‘de Heer Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God, vóór alle tijden geboren uit de Vader, God uit God, Licht uit Licht, ware God uit de ware God’.

Eigenlijk moeten we deze woorden met dankbaarheid en ontroering uitspreken. Het zijn eenvoudige woorden, maar zij dragen in zich zoveel gebed, zoveel aanbidding voor de goddelijke persoon van Jezus Christus, enige ‘Heer’, dit wil zeggen de enige mens die letterlijk ‘God’ is. De woorden zijn de vrucht van zoveel strijd, theologisch en soms ook politiek, ten tijde van het Romeinse Rijk, de vrucht van zoveel lijden in ballingschap en martelaarschap. Ter ere van en uit liefde voor Jezus, onze broeder en onze God.

Om nog duidelijker te zijn bepaalt het symbolum van Nicea nauwkeuriger het radicale verschil tussen de Zoon van God en elk schepsel. De Zoon is, vóór alle eeuwen, ‘geboren, niet geschapen’, dat wil zeggen sinds alle eeuwigheid geboren uit God en in God, en niet geschapen door God in de tijd, van niets, uit het niet. De schepsels krijgen natuurlijk hun zijn van God, maar zijn niet van dezelfde natuur als God. De Zoon daarentegen is van dezelfde substantie, essentie of natuur als de Vader, zelfs al is Hij een andere persoon dan de Vader, maar even goddelijk als de Vader.

Om dit tegen de Arianen te kunnen uitdrukken heeft het concilie van Nicea een neologisme bedacht, het enige technische woord in het credo: het concilie verkondigt de Zoon als, in het Grieks, ‘homoousion tô Patri’; in het Latijn, ‘consubstantialem Patri’; in het Nederlands, ‘één in wezen met de Vader’. Zo maakt het concilie de Zoon tot onmiddellijke deelgenoot aan de schepping van de wereld door de Vader. Van de Vader ‘almachtig’ – dit wil zeggen: die alles draagt door zijn scheppende kracht – wordt gezegd dat Hij de ‘schepper is van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is’, dus met inbegrip van de engelen. Maar van de Zoon wordt op gelijkaardige manier bevestigd dat ‘door Hem alles geschapen is’.

 3. De ware godheid van de Heilige Geest

    In de decennia na het concilie van Nicea ontstonden analoge twisten omtrent de godheid van de Heilige Geest. Sommigen beweerden dat Hij niet werkelijk God is of Heer. Hoogstens erkenden ze Hem als iets goddelijks, als een anonieme adem, drager van goddelijke energie, als een vitaal principe van goddelijke oorsprong, op een diffuse wijze aanwezig in de wereld. De katholieke christenen, trouw aan het geloof van het Nieuwe Testament en van de Apostelen, noemden deze loochenaars van de goddelijke persoonlijkheid van de Heilige Geest de ‘pneumatomachen’ – een Griekse uitdrukking voor ‘zij die de Geest bestrijden’. Tegen hen in heeft het concilie van Constantinopel enkele woorden toegevoegd aan het symbolum van Nicea, door – uit liefde en eerbied voor de Heilige Geest –nauwkeurig te bepalen dat deze werkelijk ‘Heer’ is, dat wil zeggen ‘God’; dat Hij niet alleen een anonieme levensadem is, maar degene ‘die het leven geeft’. En zoals de Zoon van alle eeuwigheid geboren is uit de Vader, zo komt de Geest voort uit de Vader.

    In het Karolingische tijdperk meende de Latijnse Kerk te moeten toevoegen dat de Geest voortkomt uit de Vader ‘en uit de Zoon’. Deze formulering is op zich perfect verdedigbaar. Ze ligt trouwens zeer dicht bij de Oosterse theologische formulering, die spreekt van de Geest die voortkomt uit de Vader door de Zoon. Deze toevoeging veroorzaakte echter een pijnlijk conflict met de Oosterse Kerken: zij verkiezen zich in het symbolum strikt te houden aan de tekst van het concilie van Constantinopel.

    Voor het overige wil het symbolum vooral onderstrepen dat de Heilige Geest evenzeer God is als de Vader en de Zoon. Vandaar de beslissende formulering: ‘Die met de Vader en de Zoon te samen wordt aanbeden en verheerlijkt’. En Hij is het die als persoon ‘gesproken heeft door de profeten’.

 4.De verrijzenis van Jezus, zijn  komst in heerlijkheid en de zending van de Kerk

    De rest van het credo ontwikkelt het paasmysterie van Jezus en het hart van het leven van de Kerk. Na het lijden, de dood en de graflegging van Jezus te hebben geëvoceerd, verklaart het credo wat de kern is van het christelijk geloof, namelijk dat de Heer Jezus Christus ‘verrezen is op de derde dag, volgens de Schriften. Hij is opgevaren ten hemel: zit aan de rechterhand van de Vader’. Op dezelfde rang als God, in de glorie van de nieuwe wereld van de verrijzenis, ingehuldigd met Pasen. En vandaar zal Hij wederkomen op het einde van de tijden, zoals wij er Hem met nadruk om smeken tijdens de advent en dagelijks in de anamnese die volgt op de consecratie: ‘Kom, Heer Jezus!’.

    Zeker, Hij is reeds gekomen bij zijn eerste advent, bij zijn eerste komst, nu meer dan 21 eeuwen geleden. Hij is reeds gekomen in de nederigheid van zijn incarnatie en de vernedering van het kruis. Hij werd dan geoordeeld en veroordeeld door de mensen. Maar bij zijn nieuwe komst zal Hij wederkomen, ditmaal in heerlijkheid, ‘om te oordelen levenden en doden’, in gerechtigheid en medelijden, en hen te laten deelhebben aan zijn verrijzenis. Dat is de grond van de hoop die ons bezielt en die is uitgedrukt in de laatste lijnen van het symbolum: ‘Ik verwacht de opstanding van de doden en het leven van het Komend Rijk’. Als we willen weten of we werkelijk katholieke christenen zijn, dienen we ons af te vragen  of we echt geloven dat we een eeuwige bestemming hebben, niet alleen door onze onsterfelijke ziel, maar tot in ons lichaam, geroepen om als nieuwe mensen herschapen te worden, door de verrijzenis op de laatste dag.

    Vóór die regels die gewijd zijn aan de ultieme toekomst van de mensheid en van de kosmos, over de dood heen, is er kort sprake van de Kerk: ‘Ik geloof in de ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk’. Eén, ondanks haar verscheidenheid en verdeeldheid, omdat zij Christus heeft als Hoofd, die het ganse lichaam één maakt. Zelfs al is ze samengesteld uit de zondaars die we zijn, toch is de Kerk heilig, omdat Jezus, Gods Heilige, haar Hoofd en haar Bruidegom is; omdat de Heilige Geest haar ziel is; omdat de gans heilige en onbevlekte Maagd Maria haar hart is; omdat haar leer berust op de heilige overlevering van de Apostelen en van de heilige Schrift. Zo brengt zij vrouwelijke en mannelijke heiligen voort, in alle eeuwen en overal ter wereld. De Kerk is katholiek omdat ze universeel is, tot geen enkele natie behoort en zo de mooiste ‘multinational’ is, die van het geloof, de hoop en de liefde. De Kerk is apostolisch omdat zij gebouwd is op de vaste grond van de Apostelen en hun leer.

    En naast de eucharistie die het centrum en het hoogtepunt is van haar leven, leeft de Kerk van de genade van het doopsel, dat ons bevrijdt van alle zonden en ons ent op het nieuwe leven van de verrezen Jezus: ‘Ik belijd één Doopsel tot vergeving der zonden’.

    Zoveel rijkdom in zo weinig woorden! Ja, als het symbolum van Nicea-Constantinopel niet bestond, dan zou men het moeten uitvinden… Maar het bestaat. Laten we deze geloofsbelijdenis dan bidden met gans ons hart, want het is werkelijk een schat, die we delen met alle christenen verspreid in tijd en ruimte.

 _____________________________________