Nico van Hal: De bevestigingstheorie van dr. A.A.A. Terruwe

Met Weerhoudende Liefde

Het belang van de bevestigingstheorie van dr. A.A.A. Terruwe voor het Humanistisch Raadswerk,
Nico van Hal,
22 augustus 1997.

VOLGORDE VAN INHOUD
Motivatie
Inleiding
Psychische menswording
De frustratieneurose
Bevestiging als medicijn
Wat als de mens niet bevestigd is?
Hoe vindt ‘bevestiging’ plaats?
Bevestiging en zingeving
Bevestiging en raadswerk
Tenslotte
Noten

Motivatie

Sinds 1992 maak ik als fysiotherapeut gebruik van mijn scholing in de beginselen en vaardigheden van de haptonomie. Binnen de haptonomische benadering van patiënten of cliënten heeft de bevestigingstheorie van Terruwe een voorwaardelijke rol van betekenis voor de kwaliteit van het therapeutisch contact. Daar was ik mij tot op heden wel bewust van, maar dat bleef beperkt tot een subliminaal niveau: Ergens had ik wel het idee dat Terruwe mij het wezen van het intermenselijk contact had duidelijk gemaakt maar tegelijkertijd was de diepte van de eenvoud van haar theorie nog niet geheel tot mij doorgedrongen. De opdracht ter afsluiting van de cursus Systeem en Zorg aan de Universiteit voor Humanistiek bood mij de gelegenheid om deze theorie diepgaander te bestuderen dan ik tot op heden gedaan had. Mijn vooronderstelling bij de keuze van dit onderwerp luidde namelijk dat de bevestigingstheorie van Terruwe niet alleen voor de toepassing van haptonomie maar eveneens voor het Humanistisch Raadswerk van wezenlijk belang zou kunnen zijn. Om die vooronderstelling voor de lezer inzichtelijk te maken behandel ik in deze paper achtereenvolgens de levensbeschouwelijke uitgangspunten van Terruwe, het ontstaan van de bevestigingstheorie door de ‘ontdekking’ van de frustratieneurose, de bevestiging als psychotherapeutisch medium en het verband tussen ontkenning en zelfbevestiging in contrast met de bevestiging. Daarna behandel ik de bevestiging in een breder toepassingsperspectief: Wat is iemand bevestigen? Hoe vindt bevestiging plaats en hoe is de bevestiging kenbaar? en Wat is de betekenis van bevestiging voor zingeving? Daaruit volgend zal ik het mogelijk belang van de bevestigingstheorie van Terruwe voor de taakstelling en methode van het Humanistisch Raadswerk nader toelichten.
Het mag duidelijk zijn dat daar waar ik in deze paper de mannelijke vorm gebruik, ik tevens de vrouwelijke vooronderstel.

Inleiding

Het hele leven is een worsteling om de ware humaniteit. (A.A. Terruwe)
Anna Terruwe (1912) promoveert in 1949 in Leiden op haar dissertatie “De neurose in het licht der rationele psychologie”. Vanaf 1952 tot aan 1986 verschijnen er met een zekere regelmaat boeken van haar hand. Een aantal van die boeken is opgenomen in de Noten van deze paper. Terruwe behandelt daarin haar bevestigingstheorie in het licht van het leven, het (Rooms-katholieke) geloof en de opvoeding van kinderen. Dr. A.A.A. Terruwe is psychiater en dat perspectief is in haar uitgangspunten duidelijk traceerbaar.

Psychische menswording

De grondslag van haar gedachtengang wordt gevormd door “het feit, dat de mens, gelijk in alles, ook in zijn gevoelsleven een groeiend, zich ontwikkelend wezen is.” De ontwikkeling van het gevoelsleven verloopt volgens haar fasegewijs. Elke fase dient daarbij als voorwaarde voor een volgende ontwikkelingsfase. Zo ontkomt ook de ontwikkeling van het gevoelsleven volgens Terruwe niet aan de wetten zoals die gelden in de natuur waarin baby’s baby’s, kinderen kinderen en pubers pubers hebben moeten kunnen zijn, om uiteindelijk tot hun psychische volwassenheid uit te kunnen groeien.1 Terruwe noemt dit ontwikkelingsproces; ‘psychische menswording’.2 In dit proces is de mens onvermijdelijk bepaald tot “de roep van zijn diepste wezen om gelukkig te willen zijn”. Om gelukkig te zijn is het volgens haar nodig dat de mens voelt dat hij bij iemand hoort en dat hij bij iemand horen wilt.3 Een belangrijk kenmerk van psychische volwassenheid is dan de volwassen liefde, waarin men gelukkig kan zijn om de uniciteit en het welzijn van de ander.4 Om gelukkig te kunnen zijn om het welzijn van een ander is een besef van zelfwaarde een voorwaardelijk startpunt in de groei naar een psychische volwassenheid. Het besef van zelfwaarde komt voort uit de -belangeloze- ontmoeting met een ander die mij herkent en erkent in wie ik ben en anders ben. Zo zijn mensen voor hun psychische volwassenheid onvermijdelijk bepaald tot elkaar en elkaars verscheidenheid.5
Samengevat zou je kunnen zeggen dat Terruwe bij haar mensbeeld drie uitgangspunten hanteert.
In de eerste plaats vat zij het menselijk gevoelsleven op als een ontwikkelingsproces waarin te onderscheiden fasen elkaar moeten opvolgen opdat de mens de fase van de psychische volwassenheid bereikt.
In de tweede plaats gaat zij uit van een onvermijdelijke behoefte bij de mens om gelukkig te willen zijn. Deze behoefte bepaalt elke mens zodanig bij een ander mens dat daarmee de psychische volwassenwording in gang gezet wordt.
Hieruit volgt mijns inziens haar derde uitgangspunt. Om gelukkig te worden is het klaarblijkelijk nodig dat de ene mens de andere mens wil leren kennen. Specifieker; dat de ene mens het goede van de ander wil leren kennen en de ander gelukkig wil zien. Terruwe zelf tenslotte waardeert ‘het mét de ánder te kunnen zijn’ 6 als de voornaamste en meest fundamentele behoefte die de mens kent.
Hoewel haar Rooms-Katholieke levensbeschouwing zeker in aanmerking genomen moet worden, mogen we toch veronderstellen dat Terruwes levensbeschouwing in belangrijke mate bepaald wordt door haar professionele activiteiten. Met name de “ontdekking” van de frustratieneurose is van belang geweest voor haar ideeën over psychische menswording en de bevestiging die zij daarvoor nodig achtte. Het is daarom dat ik uitgebreid stil wil staan bij haar psychologische beschouwing zoals die beschreven is in haar boek ‘De frustratieneurose’.7

De frustratieneurose

Het ziektebeeld wat zij heeft onderscheiden van de tot dan toe door Freud beschreven verdringingsneurose is de frustratieneurose. Bij de frustratieneurose is er geen sprake van een verdringing maar juist van een gefrustreerd zijn van natuurlijke, sensitieve behoeften8; de gevoelsbevestiging is uitgebleven én wordt als een gemis ervaren.9 In ‘De frustratieneurose’ wordt dit geïllustreerd door de casuïstiek die voor Terruwe een directe aanleiding was om over haar interventies anders te gaan nadenken.
Het was een meisje van 25 jaar, doctoranda in de wis- en natuurkunde, uitermate intelligent, maar met een uitgesproken infantiel gebleven gevoelsleven. Zij was zeer angstig, en ik had de diagnose voorlopig gezocht in het beeld van de door energie gecamoufleerde angstneurose. Ik kon echter, ondanks mijn pogingen in die richting, niet het verdringingsmechanisme ontdekken, en er was weinig voortgang in de toestand te bespeuren. Op zekere dag zeide toen de patiënte tegen mij: ‘Dokter, al wat U doet, raakt mij niet. Ik zit al een half jaar hier bij U op de commode en steek mijn armpjes naar U uit; maar U neemt mij niet op.’10
Na deze ‘eye-opener’ ziet Terruwe in haar praktijk steeds vaker signalen die erop wijzen dat kinderen die gefrustreerd zijn geworden in hun natuurlijk verlangen naar veiligheid en tederheid een neurose kunnen ontwikkelen die duidelijk verschilt met die van andere neurosebeelden. In de loop van de tijd wordt haar door onderzoek duidelijk wat de diagnostische en therapeutische consequenties zijn van haar bevindingen.11
Omdat ik, mede op basis van mijn praktijkervaring, veronderstel dat de beschreven symptomatologie sterke overeenkomsten vertoont met hoe mensen zich kunnen voelen en zich kunnen gedragen in crisissituaties sta ik ook daar -uitvoeriger dan ogenschijnlijk het karakter van het raadswerk van mij vraagt- bij stil.

De symptomen van de frustratieneurose12 zijn volgens Terruwe:
(a) Een infantiel-egocentrisch gevoelsleven. Iemand met een infantiel-egocentrisch gevoelsleven zal steeds proberen anderen ‘naar zich te ordenen’. Dat wil zeggen dat hij zal proberen anderen zodanig te regisseren dat zij steeds rekening met hem zullen houden. In tegenstelling tot een rationele relatie (zakelijke relaties en kennissen) is er een onvermogen om met de ander een gevoelsrelatie (vriendschap) aan te gaan.
(b) Een fundamenteel gevoel van onzekerheid13. Het kind heeft het instinctief nodig te ervaren dat het niet alleen is, dat er iemand is “die zich zijn ‘zijn’ aantrekt”. Wanneer deze bevestigende aandacht (die in eerste instantie vooral lichamelijk voelbaar is) in het vroege leven gemist wordt blijft de mens in een psychisch onbevredigde toestand. Terruwe veronderstelt dat hier de diepste oorzaak (het fundament) ligt van een gevoelsonzekerheid. De andere oorzaak van hun gevoelsonzekerheid ligt in het gevoelde verschil tussen hun volwassen leeftijd en hun kinderlijke gevoelsinstelling.
(c) Een sterk gevoel van minderwaardigheid. Het gaat hierbij om een sterk gevoel van tekort te schieten ten aanzien van eigen lichaam, uiterlijk, kennis, kunde of geweten wat het gevolg is van hun onzekerheid. Terruwe: “Zij staan wantrouwig tegenover iedere genegenheid, en als men zich aan hen toewijdt en goed voor hen is, blijven zij steeds twijfelen, of men echt wel van hen houdt”.
Deze drie symptomen noemt zij “de ene zijde van het psychische beeld”.
De andere zijde wordt geformuleerd in het onderscheid wat zij maakt tussen de frustratieneurose en de verdringingsneurose. Volledigheidshalve: (d) Bij de frustratieneurose is er geen toename van angst of “energie” zoals dat bij de verdringingsneurose wel het geval is: Als bij de verdringingsneurose de angst primair is en de ontwikkeling secundair dan ligt dat accent bij de frustratieneurose net andersom. (e) Mensen die last hebben van een frustratieneurose kunnen genieten, mensen die last hebben van een verdringingsneurose daarentegen niet. De laatsten worden geremd in hun overgave aan het goede, de eersten zijn op zoek naar deze overgave. (f) Bij verdringingsneurosen is er altijd een object wat aanleiding geeft tot verdringing. Bij de frustratieneurosen is er niet zozeer een object wat aanleiding geeft tot angst maar meer het gevoel niet aangepast te zijn aan de omstandigheden .
Samenvattend zou je dus kunnen zeggen dat: Er volgens Terruwe sprake is van een frustratieneurose als iemand last heeft van een achterblijven in de ontwikkeling van zijn gevoel waarbij dat tot uitdrukking komt in het besef zich niet op een volwassen manier te kunnen verhouden tot anderen, zich onzeker en zich minderwaardig voelt. Angst, schuldgevoelens, depressiviteit en agressiviteit kunnen daar uitdrukking aan geven. Ter onderscheiding van de verdringingsneurosen wordt door Terruwe opgemerkt dat bij de frustratieneurose het verschijningsbeeld van de symptomen een statisch karakter heeft. Tevens is het opmerkelijk dat de persoon in kwestie, zoals zij dat zegt, “een vrije gevoelsinstelling ten aanzien van het zinnelijk goed” behoudt (=de mogelijkheid tot het kunnen genieten, nvh). Tot zover de psychopathologie van de frustratieneurose.

Bevestiging als medicijn

Het eerste wat iemand in zijn leven nodig heeft is een bevestiging van zijn ‘zijn’ 14. In “Geloven zonder angst en vrees” noemt Terruwe ‘bevestiging’ dan ook het meest adequate geneesmiddel voor de mens die zelf niet in staat is om goed contact te maken, die daarin angstig is of zich minderwaardig voelt.15 In eerste instantie gebeurt de bevestiging idealiter op tactiele wijze. In tweede instantie verbaal. Terruwe maakt hierbij een onderscheid tussen een vrouwelijke en een mannelijke benadering: de bevestiging door de vrouw zou meer tactiel (gevoelsmatig) van aard zijn terwijl die van de man meer verbaal (rationeel) zou zijn. Maar -zo relativeert zij dit onderscheid- gevoelsbevestiging is zowel voor de man als voor de vrouw van groot belang16: “(….)wat zij (lees: de cliënt, nvh) verlangt, en wat zij behoeft, zijn tactiele uitingen, die uit echte liefde voortkomen (…) zij moeten voelen, dat zij geaccepteerd worden(… ).” De cliënt vraagt dus a. gevoelsbevestiging door te tonen genegenheid en sympathie. Daarbij is bekwaamheid en deskundigheid van secundair belang omdat dat niet zozeer appelleert aan het gevoel van de cliënt maar meer aan het verstand. De hulpverlener -tot wie de cliënt zich als een kind verhoudt- zal met inachtneming van de verhoudingen, werkelijk sympathie (geduld, hartelijkheid, meeleven en toewijding) moeten tonen voor de hulpvrager. Maar de volwassen cliënt heeft niet genoeg aan gevoelsbevestiging alleen, die heeft ook b. de goedkeuring nodig van de therapeut. Terruwe noemt dat laatste de bevestiging van de persoon.17 De gevoelsbevestiging en de persoonsbevestiging vormen het fundament van de psychische uitgroei die overeenkomstig de natuurlijke groei18 zich fasegewijs en in geleidelijkheid zal moeten gaan voltrekken. De therapie van de frustratieneurose komt er in de woorden van A.W. Mante op neer dat “de therapeut de patiënt alsnog die waardering en zorg, liefde en tederheid schenkt, die deze in zijn jeugd heeft moeten ontberen, zodat zijn gevoelsleven zich alsnog ontplooit. Dit schenken van waardering aan de ander, waardoor die ander voelt en weet geaccepteerd te zijn zoals hij is, en goed te zijn zoals hij is, geeft hem ook zelfrespect en gevoel van eigenwaarde. Hij wordt als het ware aangemoedigd om de in hem sluimerende mogelijkheden tot werkelijkheid te laten worden en daarmede wordt hij ‘bevestigd’ in zijn ‘zijn’.”19
Wat als de mens niet bevestigd is?
Als de mens niet bevestigd is, blijft hij volgens Terruwe, altijd en noodzakelijk, zelfs tot op hoge leeftijd, nog streven naar bevestiging. Ter compensatie van een gebrek aan bevestiging door een ander, kan hij zichzelf gaan bevestigen. Dat kan iemand doen door zichzelf ten opzichte van een ander ‘groot’ te maken. Imagebuilding, statusverwerving, carrièredwang, naijver, betutteling, overbezorgdheid, achterdocht en gierigheid zijn daar relatief onschuldige voorbeelden van. Maar pogingen tot zelfbevestiging kunnen ook direct ten koste gaan van anderen. Leedvermaak, roddel, intimidatie, vandalisme, ongewenste intimiteiten, verkrachting en zelfs doodslag zijn volgens Terruwe eigenlijk ernstige pogingen tot zelfbevestiging.20 In het licht van bovenstaande is zelfbevestiging voor Terruwe daarom de grootste utopie die er in het leven bestaat.21 Zelfbevestiging in deze betekenis, beschadigt niet alleen de ander maar het ontkent tevens de goedheid en zelfs het bestaansrecht van de ander. Iedere poging om de ander niet te willen zien, niet te willen kennen is een ontkenning van de ander. Het is de ander van je afstoten en is daarmee een vorm van polarisatie, een verwijdering, die de ontmoeting en daarmee de kans op bevestiging onmogelijk maakt.

Wat is iemand ‘bevestigen’?

In ‘Bevestigend samenleven’ zegt Dr. I. Verhack dat bevestigen op de eerste plaats een ‘laten-zijn’ is.22 Het gaat hem dus om een attitude die ruimte biedt voor de eigenheid van de ander. Terruwe geeft daarvan een mooi voorbeeld in ‘Geef mij je hand’:
De man vertelde mij dat hij eens als kind op straat speelde en in een gevecht met een grotere jongen geslagen en verslagen werd. Zijn moeder had door het raam kijkend alles zien gebeuren. Huilend en schreeuwend was hij naar binnen gekomen en minuten lang vulde hij het huis met zijn gesnik. Zijn moeder bleef rustig in de kamer doorwerken. Er kwam geen woord van haar naar hem dat verwijt was of vermaning; niet ‘dat hij ook niet spelen moest met zoveel oudere jongens’; niet ‘dat hij ook niet luisteren wilde als zijn vader hem dat zei’; geen bevel tot stil-zijn nadat het huilen lang genoeg geduurd had. En eindelijk, na vele minuten, sprak ze de woorden die de jongen nooit meer vergat in zijn leven en die hem de liefde van zijn moeder zo onweerstaanbaar nabij gebracht hadden. Ze zei: “Heb je verdriet, Keesje?”23
Maar dit ‘laten-zijn’ heeft nog meer in zich dan dit voorbeeld duidelijk maakt. Het is meer dan een gedogen, meer dan een dulden, meer dan een toelaten. Bevestigen is volgens Verhack ook de andere mens als een ‘jij’ verwelkomen en opnemen in onze intersubjectieve leefwereld en ontmoetingsruimte.
In een boodschap die zij uitspreekt op zondag 21 januari 1973 voor de KRO radio zegt Terruwe het zelf zo: “Bevestiging wil zeggen: Jij mag zijn wie je bent – en zoals je bent – met fouten en gebreken – om te kunnen worden, die je in aanleg bent, maar zoals je je nog niet kunt vertonen – en je mag het worden op jouw wijze en in jouw uur (leestekens redactie radioprogramma Kruispunt, cursivering nvh).”24 Bevestiging is dus volgens Terruwe een onthulling van het wezen van de ander zodat hij kan gaan worden wie hij in potentie al is. Voor deze onthulling en voor dit wordingsproces is ruimte nodig. Verhack: “Daartoe moet diegene die bevestigt ook in zichzelf iets openen, misschien zelfs prijsgeven, om in zichzelf de ruimte voor de ander te kunnen maken.” Als ik vanuit die openheid de ander aan zichzelf bekend maak als zijnde ‘goed’ word ik onvermijdelijk eveneens zelf aan de ander onthuld als goed. Er is in de bevestiging dan ook sprake van een wederzijdse goedheidonthulling tussen mensen.25 Deze wederkerigheid gaat zover dat Terruwe, met betrekking tot de bevestiging, spreekt over “de ander onlosmakelijk aan mij binden” of “de ander onlosmakelijk vastmaken aan onszelf”. Het gaat hierbij echter wel om een binding zonder angst en dwang. Ik zou willen zeggen: Een binding in ‘weerhoudende liefde’ omdat Terruwe in de spanning van deze uitdrukking adequaat de afstand schetst tussen binding en het gewenste behoud van ieders eigenheid. Weerhoudende liefde is volgens haar namelijk; liefde of bevestiging die toegesneden is op de ontvanger. Zo is de intentionaliteit van de liefde van een ouder voor zijn kind anders dan de intentionaliteit van de liefde van diezelfde ouder voor zijn partner. Zoals Terruwe het formuleert: “…als de liefde om de een of andere reden niet ontvangen kan worden, is het de hoogste vorm van liefde, deze liefde niet te laten uitvloeien. Dit is dikwijls de liefde op haar tederst; zij respecteert de ander in zijn niet-zijn en in zijn niet-kunnen”.26 Met andere woorden: Iemand bevestigen is geen pose of een truc. Bevestigen is de ander persoonlijk in zijn ‘zijn en niet-zijn’ en in zijn ‘worden en niet-kunnen’ dienen. Bevestiging vraagt om een persoonlijk engagement.
Hoe vindt ‘bevestiging’ plaats?27
We zagen reeds eerder dat ook Terruwe ervan uitgaat dat de mens van nature behoefte heeft aan contact met andere mensen. Deze behoefte wordt volgens haar gevoed door een gevoel wat hem vraagt voor de ander(en) ‘een goed’ te zijn en om eveneens als een goed mens erkend te kunnen worden. Vanuit deze behoefte beweegt de mens zich naar de andere.
Indien diezelfde mens geconstitueerd is met de mogelijkheid tot het aangaan van gevoelscontacten kan hij een ander mens met onbaatzuchtige openheid tegemoet treden. Indien hij daarbij de ander als ‘goed’ herkent, wat een zekere mate van zelfoverstijging vraagt, en de ander deze herkenning opmerkt én ontvangen wil28, kan een sensatie van welbehagen in beiden lichamelijk voelbaar worden. Deze lichamelijke sensatie maakt het mensen mogelijk de bevestiging van een ander te leren herkennen. Bevestiging is dus lichamelijk kenbaar. Deze ervaring maakt de receptor bewust van zijn eigenwaarde waardoor het welbehagen in zichzelf verder versterkt wordt. Als de receptor zich vervolgens niet afsluit maar zich open blijft stellen, zal zijn gevoel, op zijn beurt, naar de ander toe merkbaar zijn. Indien de primaire actor zich daarvoor ontvankelijk toont is er sprake van een wederkerig gevoelscontact en daarmee van wederzijdse bevestiging.

Bevestiging en zingeving

Wanneer de bevestiging mensen voor het aangaan van contacten ontsluit (opent) dan is de mens naarmate hij zelf meer ontsloten raakt ook in staat anderen te ontsluiten en is hij in staat om zin- en waarde-onthullend op te kunnen treden. “Dit”, zegt Terruwe, “is nu waarmenselijk functioneren – en het is gelukkig zijn.”29 Bevestigen en bevestigd worden is in deze opvatting, dus echt menszijn en tegelijkertijd gelukkig zijn. Bevestigen en bevestigd worden geeft zin aan het leven omdat, zoals reeds opgemerkt is, de ervaring van wederkerigheid de vervulling is van de “meest fundamentele behoefte die de mens kent”. Iedere keer wanneer het zich voordoet zal deze zinervaring, volgens Terruwe, iets bijdragen aan de volheid van het bestaan, aan een gevoel van zekerheid en aan de ervaring van de eigen waardigheid. Door de verandering in het beleven van het ‘eigen zijn’ verandert ook het beleven van het andere zijn. Terruwe: “In dat gevoel van eigenwaarde, dat mij geschonken is, is het mij mogelijk de dingen van de wereld te onderkennen, niet alleen als goed in zich, maar als goed voor mij, (.), en als zodanig mijzelf te beleven aan de wereld der dingen: Het brengt mij tot een ‘in de wereld zijn’.”30 Psychische menswording heeft dus kennelijk ook consequenties voor de positie van waaruit het leven beschouwd gaat worden. Het brengt de mens, volgens Terruwe, van een ‘kennend zichzelf aantreffen in de wereld’ tot een ‘voelend zichzelf thuis voelen in de wereld’.31 Anders gezegd: Het brengt de mens vanuit ‘een op de wereld zijn’ tot ‘een in de wereld zijn’.

Bevestiging en raadswerk

Juist troost moet bij uitstek bevestiging inhouden, wil troost verlossen, verruimen en verblijden. (Terruwe)
De bevestigingstheorie is ontstaan uit Terruwes inzicht dat de mens de ander nodig heeft om gelukkig te kunnen worden. Bevestiging is binnen haar theorie een adequate methode voor de behandeling van mensen die last hebben van een frustratieneurose. Tot zover heeft haar theorie een psychotherapeutisch belang. Deze waarde wordt echter overstegen door het belang van de bevestiging als fundamentele zijnskwaliteit voor het menszijn in heel zijn breedte en diepte.32 Het gaat Terruwe niet alleen om de kwaliteit van de psychotherapie; haar zorg en inspanningen beogen ook de verbetering van de kwaliteit van de menselijke omgang in het algemeen. Ik zou willen zeggen: Het gaat haar om de kwaliteit van leven. Het is vanwege deze waarde dat de bevestigingstheorie, naar mijn mening, niet alleen binnen de psychotherapie of binnen haptonomische begeleiding maar ook binnen het humanistisch raadswerk serieuze aandacht verdient. Ik vermoed namelijk dat de bevestiging in het licht van een zijnskwaliteit ook bij existentiële problematiek niet alleen een noodzakelijke basisattitude is maar wellicht ook een goede methode is voor hulp bij levensvragen.

bevestiging als taakstelling

Zoals we gezien hebben veronderstelt Terruwe dat de bevestiging van het gevoel en van de persoon een facilitatie kan zijn van een open bestaanswijze. Bevestiging geeft dus toegang tot een ruimere belevingswereld. De ruimte die aldus ontstaat is het begin van de ‘psychische menswording’ die zich fasegewijs zal kunnen ontwikkelen tot een ‘psychische volwassenheid’ die gekenmerkt wordt door een volwassen, onbaatzuchtige liefde die vreugde biedt en een zich welbevinden in de wereld.33 ‘Toepassing’ van de bevestiging heeft dus volgens Terruwe een ‘ruimere belevingswereld’ en een ‘zich welbevinden’ tot gevolg. Ik merk op dat deze ‘effecten’ grote overeenkomsten vertonen met respectievelijk de ‘verruiming’ en de ‘verlichting’ die mr. dr. A.A.M. Jorna aanduidt als taakstelling voor het Humanistisch raadswerk.34 Ik meen, onder verwijzing naar en met instemming van zijn taakstelling, dat de ‘bevestiging’ dan ook als generale taakstelling van het Humanistisch raadswerk opgevat zou kunnen worden.
bevestiging: attitude en methode
Bevestiging is geen techniek, bevestigen impliceert een persoonlijke betrokkenheid op en met de ander waarbij ruimte vrijkomt voor een wederzijdse goedheidonthulling. Bevestiging als methode blijft daarmee beperkt tot de wil om de ander te leren kennen. Maar de attitude om de ander te willen kennen is wel iedere keer noodzakelijk voor de facilitatie van een gevoelscontact. Bevestiging is daarmee onvermijdelijk attitude en methode.

beperking en aanmoediging

Het effect van de facilitatie en het verloop van het contact zullen in belangrijke mate bepaald worden door de cliënt; tot hoever de cliënt zich wil laten kennen en door zijn behoefte aan bevestiging. Vanwege de wederkerigheid van het bevestigend contact zal dat eveneens gelden voor degene die bijstand verstrekt. Ook het ‘niet-kunnen’ van de raadsman limiteert de reikwijdte van de bijstand. Het tekent de kwaliteit van de hulpverlener als hij in het contact met de ander zich bewust wil worden van, en ernstig rekening houdt met zijn beperking(en). Anderszins mag de hulpverlener door de wederkerigheid van de bevestiging, erop vertrouwen dat de bevestiging niet alleen bij zal dragen aan de ontwikkeling van de cliënt maar ook zal bijdragen aan de ontwikkeling van hemzelf. Daardoor kan elk bevestigend contact een zinvolle stimulans zijn voor de ontwikkeling van deskundigheid en persoonlijkheid van raadsman en raadsvrouw.

Tenslotte

Alles van waarde is weerloos(Lucebert)
Tijdens de periode waarin ik bezig was met het schrijven van dit paper zond de IKON-televisie een documentaire uit over Ulrike Meinhof, voormalig lid van de gevreesde Rote Armee Fraktion. In het schrille contrast tussen haar ideologie en de ideologie zoals die mij van Terruwe bekend geworden was kwam ik tot het besef dat de consequenties van een mensmaatschappelijk engagement radicaal kunnen divergeren. Daar waar Meinhof haar betrokkenheid met de onderdrukten vertaalt in een gewelddadige aanval op de manco’s van het nuttigheidsstreven zoals zich dat nadrukkelijk manifesteerde in de wederopbouw van de voormalige Bondsrepubliek Duitsland, wijst Terruwe ons op de mogelijkheid om het goede, wat in potentie in ieder mens aanwezig is, te faciliteren. Daar waar Meinhof ernstig teleurgesteld raakt in de liefde en haar hoop nog slechts tot uitdrukking kan brengen in een rechtstreekse agressie tegen de exponenten van de maatschappelijke repressie, houdt Terruwe ons voor dat de liefde ons geloof waard is in de hoop op een betere toekomst.
Hoewel ik me in belangrijke mate kan verplaatsen in de frustraties van Meinhof (de valkuil van elk engagement) kies ik -als ik te kiezen heb- toch voor het liefdevolle optimisme van Terruwe omdat ik niet kan geloven in een humanere wereld als die door geweld tot stand gebracht zou moeten worden. Bij Meinhof werd haar keuze bepaald door de tegenstelling; een deel te zijn van het probleem of een deel te zijn van de oplossing. Ik meen dat als je geweld kiest als middel tot oplossing je tezelfdertijd een ernstig probleem creëert. Beter is het, volgens mij, te kiezen voor de weerhoudende liefde, laten we zeggen; voor de kunst van de onbaatzuchtige liefde, want ik geloof dat uiteindelijk slechts onbaatzuchtigheid dat kan laten bestaan wat waarde heeft.

Noten

1. De Frustratieneurose, Dr. A.A.A. Terruwe, Romen, Roermond, 1972, blz. 7-8.
2. Mens-Geworden Zijn en Bevestiging, Dr. A.A.A. Terruwe, De Tijdstroom, Lochem. 1973, blz. 15.
3. Handen op de Rug, Gesprek van Ad Langebent met Dr. A. Terruwe, De Tijdstroom, Lochem, 1974, blz. 4.
4. Zie 3, blz. 13: “pluriformiteit met name is een eis van de liefde zelf, een uitdrukking van behoeden van eigenheid van mensen onder elkaar.”
5. Interessant is het om deze gedachtengang te vergelijken met die van de Franse filosoof Levinas. Zie daarvoor bijvoorbeeld ‘Admirable commercium ofte wonderbaarlijk ruilverkeer’ van Drs. P.M. Rombaut op blz.63-68 in Bevestigend Samenleven, Prof. dr. H.Vekeman (ed.), Frank Runge, Köln (D), 1987.
6. Geef Mij Je Hand, Dr. A.A.A. Terruwe, De Tijdstroom, Lochem, 1978, blz. 23. “Het met de ander te kunnen zijn” is een citaat van Heidegger.
7. In 1962 verschijnt de eerste druk van De Frustratieneurose bij Romen in Roermond. In 1981 verschijnt de vijfde en tot nu toe laatste druk bij De Tijdstroom te Lochem. Voor deze paper gebruik ik de derde druk uit 1972.
8. Zie 1, blz. 9. En voor een kritisch commentaar op haar onderscheid tussen deze neurosen, zie onder andere haar collega Dr. J.J.C. Marlet op blz. 69-79 in Bevestigend Samenleven, Prof. dr. H.Vekeman (ed.), Frank Runge, Köln (D), 1987.
9. Geloven Zonder Angst En Vrees, Dr. A.A.A. Terruwe, Romen, Roermond, 1973, op blz. 44 staat: “De kennis van het goed in zijn prilste vorm begint in het ervaren van het gemis.”
10. Zie 1, blz. 4-5.
11. Zie 6, blz. 20.
12. Voor een uitgebreide beschrijving van de symptomatologie zie 1. blz. 11-46.
13. Op blz. 15 In Geloven zonder angst en vrees voegt zij daar aan toe dat het zou gaan om een zeer diepe levensangst.
14. Zie 1, blz. 60.
15. Zie 9, blz. 15.
16. Zie 1. blz. 61 en 68.
17. Zie 1. blz. 63.
18. “de natuur zijn gang laat gaan” (Terruwe)
19. ‘Werk en Leer van Mevr. Dr. A.A.A. Terruwe’ door Dr. A.W. Mante, blz. 21-36 in Bevestigend Samenleven, Prof. dr. H.Vekeman (ed.), Frank Runge, Köln (D), 1987.
20. Zie 2, blz. 23-24.
21. Zie 3, blz. 6.
22. ‘Een filosofische kijk op bevestiging’ door Dr. I. Verhack, blz. 51- 62 in Bevestigend Samenleven, Prof. dr. H.Vekeman (ed.), Frank Runge, Köln (D), 1987.
23. Zie 6, blz. 50.
24. Blijft het Duister nu ons Licht?, Dr. A.A.A. Terruwe, tekst van een toespraak voor het programma ‘Kruispunt” van de KRO op zondag 21 januari 1973, blz. 5.
25. Zie 2, blz. 16.
26. Zie 9, blz. 40.
27. Zie 9, blz. 34-36.
28. Zie 3, blz. 5: “Aangeraakt willen worden door de herkenning”.
29. Zie 2, blz. 17.
30. Zie 9, blz. 36.
31. Zie 2, blz. 14.
32. Zie 3, blz. 7-9. In het vraaggesprek met Langebent analyseert zij vanuit haar visie de oplossing van de gijzeling van de Franse ambassadeur in september 1974.
Zie ook 19, blz. 35.
33. Onbaatzuchtig geven en ontvangen is het geven en ontvangen zonder dat daar wat tegenover moet komen te staan. Met andere woorden dat is iemand iets schenken zonder op een tegengift te hopen of dat is van iemand iets ontvangen zonder bij zichzelf de behoefte te voelen opkomen een tegenprestatie te moeten leveren.
Onbaatzuchtig ontvangen drukt, volgens Terruwe, een grotere geopendheid uit dan onbaatzuchtig geven. Onbaatzuchtig ontvangen vereist dan ook, volgens haar, een dieper menselijk gerijpt zijn (Zie 2, blz. 19).
34. Uit mijn Collegedictaat; gemaakt op 28 mei 1997. College in het kader van de cursus Systeem en Zorg deel II, gehouden door hoofddocent Praktische humanistiek, mr. dr. A.A.M. Jorna.

Overige geraadpleegde literatuur:

Grondbeginselen van Levenskunst, Dr. A.A.A. Terruwe, Romen, Roermond, 1968
Dr. A. Terruwe en Het Menselijk Geluk, tekst van een KRO-televisieprogramma gemaakt door Willibrord Frequin, uitgezonden op 18 mei 1971
De Liefde Bouwt een Woning, Dr. A.A.A. Terruwe, Romen, Roermond, 1972

Bron: http://www.terruwe.nl

Koor Rejoice in Nieuwenhagerheide

Rejoice

Het jongerenkoor Rejoice is eind 2004 opgericht als een vervolg op het jeugdkoor van de parochie H. Hart van Jezus Nieuwenhagerheide. Het koor bestaat uit 9 leden. De deelname aan de koorcd award was voor het koor een activiteit in het kader van het 5 jarig bestaansjubileum. Het repertoire bestaat uit religieuze liederen. Daarmee luistert Rejoice een aantal missen op in de parochie van Nieuwenhagerheide. Jo Louppen bespeelt de elektrische piano en dirigeert het koor.

Luister hier naar: Kyrie Jazz Mass (B. Chilcott) (bron: www.open.ou.nl)

Meer weten over religieus (jongeren)koor Rejoice?

Contact: boschjackie@hotmail.com

Bron tekst vgl. http://koorcd-sez.blogspot.com/2010/04/63-rejoice.html,

Bron: afbeelding https://geudens.blog/wp-content/uploads/2011/09/img_1222.jpg?w=300

Anna Terruwe Scriptieprijs

Bevestigingsleer

Dr. Anna Terruwe ontwikkelde zij in de jaren vijftig de zogeheten ‘bevestigingsleer’, een theorie die haaks stond op het in de psychiatrie dominante – freudiaanse – mensbeeld. Kerngedachte van de door haar ontwikkelde ‘bevestigingsleer’ is dat elk mens bevestiging nodig heeft om ten volle mens te worden en daarvoor is aangewezen op intermenselijk contact. Hoewel zij de bevestigingsleer ontwikkelde vanuit en voor de therapeutische praktijk, werd al spoedig duidelijk dat ‘bevestiging’ een veel breder bereik had dan de praktische en theoretische psychologie. In de jaren zeventig kon dr. Terruwe rekenen op grote belangstelling vanuit de samenleving en diverse wetenschapsgebieden.

Bevestigingsleer
Anna Terruwe ontdekte dat mensen door het streven naar zelfbevestiging zó met zichzelf en met anderen ‘in de knoop’ kunnen raken, dat een neurotische misvorming optreedt. Ze heeft als eerste deze ‘frustratieneurose’ nauwkeurig beschreven en deze kennis ingezet in een doelgerichte therapie. Volgens dr. Terruwe hebben mensen van jongs af aan bevestiging nodig om niet alleen lichamelijk, maar ook psychisch en geestelijk tot een volwaardig mens te kunnen uitgroeien. Later kwam ze tot het inzicht dat ook een menselijke samenleving als geheel fundamenteel kan scheefgroeien door het streven naar zelfbevestiging. Een samenleving is in dat geval primair gericht op eigen grootheid of machtsvertoon. Maar juist daarom vervalt ze er gemakkelijk toe andere mensen en samenlevingen als inferieur te zien en denigrerend te behandelen. De zo vaak voorkomende samenhangen tussen zichzelf voortjagen en anderen weg te stoten heeft dr. Terruwe steeds weer onder de aandacht gebracht.

Voort laten leven en bevorderen
De in 1981 opgerichte Dr. Anna Terruwe Stichting zet zich in om het gedachtegoed van dr. Terruwe in brede zin te laten voort leven en te bevorderen. De ingestelde jaarlijkse scriptieprijs is een van de uitwerkingen daarvan aan de RU Nijmegen.

Informatie:  http://www.terruwe.nl  en  http://www.anna-terruwe.nl

Bron:  http://www.ru.nl/snuf/voorzieningen/scriptieprijs_dr/bevestigingsleer


 

SamenLoop voor Hoop Landgraaf met koor Rejoice, foto’s en video

SamenLoop voor Hoop met Rejoice

Op 2 en 3 juli 2011 heeft de eerste SamenLoop voor Hoop actie plaatsgevonden in de gemeente Landgraaf. De SamenLoop voor Hoop actie is een sponsoractie ten gunste van de kankerbestrijding ondersteund door het Koningin Wilhelmina Fonds (KWF). Landelijk worden al enige jaren dit soort acties georganiseerd waarbij sponsoren – deelnemers en andere ondersteuners proberen een bedrag bij elkaar te krijgen ter ondersteuning van de kankerbestrijding.

Zo is ook dit jaar in Landgraaf voor de eerste keer deze actie georganiseerd. De actie houdt mede in om met diverse teams een 24-uurs sponsorloop over een uitgezet parcours van circa 400 meter te volbrengen. Eenieder kan ten gunste van de actie doneren bij de organisatie. Op 3 juli 2011 rond 17.00 uur werd bekend gemaakt dat de actie in deze twee dagen een voorlopige opbrengst heeft opgeleverd van 35.000 Euro ten behoeve van de kankerbestrijding.

Dit bedrag loopt nog altijd op door donaties die binnenkomen na de actie.

Het koor Rejoice uit Nieuwenhagerheide heeft dit jaar ook deelgenomen aan de Samenloop voor Hoop in Landgraaf. Tijdens een H. Mis van 18 juni j.l. in de kerk H. Hart van Jezus, Nieuwenhagerheide, heeft het koor aandacht geschonken aan dit evenement. Samenloop voor Hoop ontstond in 1985 in de VS toen dr. Gordon Klatt samen met een enthousiast team 24 uur op een sportveld wandelde en daarmee 27.000 dollar ophaalde voor de kankerbestrijding. In 2006 vond de eerste Nederlandse Samenloop plaats ten bate van KWF Kankerbestrijding.

In de avond in het donker was er de Kaarsenceremonie. Een indrukwekkend onderdeel van de Samenloop voor Hoop. Het is hét moment om stil te staan bij kankerpatiënten, ex-kankerpatiënten en alle mensen die de strijd tegen kanker hebben verloren. Het is het moment waarop iedereen beseft waar de Samenloop voor Hoop eigenlijk om draait. Na 24 uur wandelen was de Samenloop afgelopen.

Skylens Luchtfotografie en Video heeft zich die twee dagen belangeloos ingezet met hun apparatuur om mooie en unieke opnames te maken. Het betreft hier foto en videomateriaal. Uit dit materiaal heeft Skylens Luchtfotografie en Video een video samengesteld welke aan de organisatie is aangeboden op 31 augustus 2011. Deze video samenstelling is vervolgens op het YouTube kanaal van Skylens Luchtfotografie en Video openbaar gemaakt. Zie hiervoor YouTube kanaal: YouTube kanaal ‘Skylens.NL’,  http://youtu.be/pEm1DOhifeI


Uiteindelijk is het streven om deze video op DVD uit te brengen ter herinnering aan deze twee mooie dagen. Over het uitbrengen van deze video zal nog nadere informatie verschijnen op website http://www.skylens.nl maar ook op de website van de SamenLoop voor Hoop in Landgraaf; http://www.landgraaf.samenloopvoorhoop.nl

Bronnen: www.skylens.nl en http://landgraaf.samenloopvoorhoop.nl

De betekenis van Moeder en Vrouwe van alle Volkeren

There are no translations available.

„Die Bedeutung der MUTTER und FRAU ALLER VÖLKER für Kirche und Welt von heute“

Vortrag von P. Paul Maria Sigl, geistlicher Leiter der Gemeinschaft ‘Familie Mariens’

1. Internationaler Gebetstag zu Ehren der Frau aller Völker
in Amsterdam, 31. Mai 1997


 

Exzellenz, vielgeschätzte Bischöfe,
liebe Brüder und Schwestern aus nah und fern!

Am heutigen Tag genau vor 42 Jahren sagte Maria hier in Amsterdam: “Ihr sollt dafür sorgen, dass jedes Jahr …, bei diesem Bild die Völker versammelt werden. Das ist die große Gnade, die Maria, Miriam oder die Frau aller Völker, der Welt schenken darf.“ (31.05.1955)

Wenn das Kommen der Immakulata in der Rue du Bac und die Offenbarung der Wundertätigen Medaille als der Beginn der marianischen Epoche bezeichnet wird, darf man vom Kommen der Mutter und Frau aller Völker mit Recht sagen, dass dies der Höhepunkt und die Krönung der marianischen Epoche ist.
Amsterdam – Höhepunkt und Krönung der marianischen Epoche? Vielleicht überrascht Euch das. Aber Ihr werdet bald verstehen, dass dies keine Übertreibung ist.

DIE SEHERIN IDA PEERDEMAN

Heute, am Ersten Internationalen Gebetstag der Mutter und Frau aller Völker viel über die Seherin Ida Peerdeman zu erzählen, wäre ihr selbst sicher nicht recht. Wie Bischof Bomers in der Begräbnisansprache für Mutter Ida sehr richtig bemerkte: “Sie war durch und durch nüchtern, bis zum letzten Tag, und hatte eine sehr große Abscheu vor einer Verherrlichung ihrer eigenen Person. Davon war bei ihr keine Rede.”
Ja, es ist wahr, es ging ihr immer nur um Maria. Lasst uns deshalb nur ganz kurz aus ihrem Leben erzählen:

1905 im nordholländischen Alkmaar geboren, hatte sie bereits als 12jähriges Mädchen die erste Begegnung mit der schönen hell-leuchtenden Frau. Dies geschah 1917 dreimal im Rosenkranzmonat Oktober, in dem Maria auch zum letzten Mal den drei Hirtenkindern in Fatima erschien. Doch erst 28 Jahre später, am 25. März 1945, beginnt Idas eigentliche Berufung.

Wer die große Bedeutung der Amsterdamer Botschaften bedenkt, wird nicht überrascht sein, dass Maria für den Beginn ihres Erscheinungszyklus als MITERLÖSERIN genau jenen Tag wählt, an dem die Kirche des größten Ereignisses der Schöpfungsgeschichte gedenkt: Gott wird Mensch im Schoß der Jungfrau Maria. Es ist der Augenblick, an dem in besonderer Weise Mariens miterlösende Berufung beginnt, denn an diesem Tag wird sie durch ihr Jawort auf das innigste vereint mit dem Leben ihres Erlösers, des Erlösers der Menschheit.

Im Laufe ihres Lebens lernt Mutter Ida schmerzlich kennen, was es heißt, in den Massenmedien verlacht und verspottet zu werden. Viele verschreien sie als verrückt, und selbst von kirchlicher Seite erfährt sie Unverständnis und Demütigungen.
Immer besser versteht die Seherin, dass sie als Trägerin der Botschaften der Miterlöserin auch selbst durch seelische und körperliche Leiden hindurchgehen muss. Diese Leiden und jahrelanges Schweigen, Warten und Gehorchen sind ihr Beitrag als Samenkorn, das in die Erde fällt und stirbt, damit jetzt die Frucht aufgehen kann.

Als Mutter Ida 90jährig starb, wollte Msgr. Bomers in seiner Wertschätzung für die menschliche Größe der Seherin selbst die Begräbnisfeierlichkeiten leiten. Inmitten aller Klugheit, hatte er sich der Seherin gegenüber immer als Hirte erwiesen.

DIE ECHTHEIT DER BOTSCHAFTEN

Ohne dem kirchlichen Urteil vorgreifen zu wollen, möchte ich einige Worte zur Echtheit der Botschaften sagen. Um mit Überzeugung das durchzuführen, was in einer Botschaft gewünscht wird, muss man sicher sein, dass diese von Gott kommt und der Prophet ein Prophet Gottes ist.
Der Herr erwartet von uns keine schwärmerische Leichtgläubigkeit – vielmehr warnt er vor falschen Propheten.
Wenn die Echtheit aber feststeht, müssen wir uns dankbar der Botschaft öffnen, kindlich gehorchen, und alles genau so erfüllen, wie Gott es durch Maria zu verstehen gibt.

In Guadalupe (Mexiko) hatte Maria 1531 als Echtheitsbeweis mitten im Winter spanische Rosen geschenkt. Zudem prägte sie ihr Gnadenbild, das nicht von Menschenhand gemalt wurde, und dessen Farbstoff es auf dieser Welt gar nicht gibt, auf die Tilma des Sehers Juan Diego.
In Lourdes hatte die Immakulata eine heilkräftige Quelle entspringen lassen (25.2.1858) und in Fatima vor 70.000 Augenzeugen ein Sonnenwunder gewirkt (13.10.1917).
Die Gottesmutter geht hier in Amsterdam einen ganz anderen Weg. Sie beweist die Echtheit ihrer Botschaften immer wieder aufs neue, indem sich ihre zahlreichen Voraussagen im Laufe der Jahre erfüllen.

Hier in Amsterdam werden faszinierende Echtheitsbeweise gegeben, wie man sie nur selten in der Geschichte der Marienerscheinungen findet.
Es seien hier nur einige Beispiele erwähnt: Schon 1950 (10.12.1950) schaut Ida den Fall der Berliner Mauer, über die Staatspräsident Honecker noch drei Wochen vorher versichert hatte: “Die Mauer steht noch 100 Jahre.”
Am 11. Februar 1951, als Ida sich in Deutschland aufhielt, wurde sie von der Frau in einer Vision in den Petersdom geführt. Dort sah sie alle Bischöfe der Welt mit weißen Mitren, den Hl. Vater mit der Tiara und einem dicken Buch. Niemand auf der Welt – am wenigsten die Seherin selbst – konnte damals auch nur erahnen, dass sie das Zweite Vatikanische Konzil schaute, das erst elf Jahre später stattfinden wird.
Den wohl stärksten Echtheitsbeweis gibt die Gottesmutter der Seherin in der Nacht vom 18. auf den 19. Februar 1958. Sie kündigt ihr an, dass Anfang Oktober – also in acht Monaten – der zu dieser Zeit noch völlig gesunde Papst Pius XII. sterben wird:
“Höre, dieser Hl. Vater, Papst Pius XII., wird Anfang Oktober dieses Jahres bei den Unseren aufgenommen werden. Die Frau aller Völker, die Miterlöserin, die Mittlerin und Fürsprecherin wird ihn in die ewigen Freuden geleiten.”
Die Gottesmutter hält einen Finger vor die Lippen und sagt: “Du darfst zu niemandem darüber sprechen.” Doch der Seelen­führer wünscht, dass Ida den geheimen Inhalt in einem versiegelten Kuvert bei ihm hinterlegt und zu Hause eine Kopie dieser Botschaft aufbewahrt. Ida tut, was der Seelenführer wünscht. Tatsächlich stirbt am 9. Oktober Pius XII. in Castelgandolfo. Mutter Ida fährt sogleich zu ihrem Seelenführer und zeigt ihm die Kopie jener Botschaft, die nun Wirklichkeit geworden ist.
Dieser erschütternde Echtheitsbeweis ist für den Seelenführer um so überzeugender, weil er weiß: Den Todestag eines Menschen bestimmt und kennt nur Gott allein.

Man kann leicht ermessen, welch große Bedeutung die Amsterdamer Botschaften für Kirche und Welt haben müssen, wenn Gott seine Echtheitsbeweise hineinreichen lässt bis in ein Konzil oder bis in das Leben und Sterben eines heiligen Papstes.

DAS GEBET, um den wahren Geist
über die Welt herabzuflehen

 

Schon in der allerersten Botschaft, am 25. März 1945, spricht die Gottesmutter von ihrem GEBET, als wäre es bereits bekannt: “Das Gebet muss verbreitet werden!” Doch erst sechs Jahre später offenbart sie es, als die Seherin in Deutschland ist.
Allein schon die Tatsache, dass Maria ihr Gebet während der Vision des Zweiten Vatikanischen Konzils diktiert, ist ein klarer Hinweis auf die Bedeutung dieses Gebetes für Kirche und Welt.

Noch bevor die Gottesmutter zu sprechen beginnt, wird Ida vor das Kreuz geführt und in ein schmerzliches Mitleiden hineingenommen.
“Ich stand also mit der FRAU vor dem Kreuz. Sie sagte: “Sprich mir nach.” Die Hände, die sie immer ausgebreitet hatte, erhob sie nun und faltete sie. Ihr Gesicht wurde so himmlisch, so erhaben, das kann man einfach nicht nacherzählen. Ihre Gestalt wurde noch durchscheinender und so schön. … Und dann begann die FRAU:
“Herr, Jesus Christus, Sohn des Vaters …” Aber wie sie das sagte! Das ging einem durch Mark und Bein. So habe ich dies alles noch keinen Menschen in der Welt sagen gehört. “Sende JETZT Deinen Geist”, mit der Betonung auf JETZT, und “lass den Heiligen Geist wohnen in den Herzen ALLER Völker”, mit einem besonderen Nachdruck auf dem Wort ALLER. Auch das Wort AMEN sprach die FRAU so schön, so feierlich aus. … Als die FRAU “Amen” gesagt hatte, stand alles in großen Lettern vor mir geschrieben.”

Nicht nur bei den kirchlichen Instanzen, sondern selbst bei der Seherin und bei ihrem Seelenführer rufen anfangs die Worte ‘die einst Maria war’ Überraschung und Bedenken hervor. Als man die fraglichen Worte beim ersten Druck ganz einfach weglässt, betont Maria in den folgenden Botschaften, dass sie mit der Änderung des Textes nicht zufrieden ist. “‘Möge die Frau aller Völker, die einst Maria war, unsere Fürsprecherin sein!’ Das soll so bleiben.” (6.04.1952)
Klar, kurz und einfach erklärt die Gottesmutter (schon am 2.07.1951): “Die einst Maria war, bedeutet: Viele Menschen haben Maria als Maria gekannt … Nun aber will ich in diesem neuen Zeitabschnitt, der anbricht, die Frau aller Völker sein, das versteht jeder.”
Versteht ihr? Das gnadenvolle Mädchen Maria war nicht von Anfang an Mutter aller Menschen. Aber durch das treue Mitwirken mit der Gnade und durch das Leiden, vereint mit ihrem Sohn, wurde sie Mutter für alle Völker.

Warum Maria dieses neue Gebet schenkt, erklärt sie selbst: “Es ist dafür gegeben, um den wahren Geist über die Welt herabzuflehen.” (20.09.1951) “Du kannst nicht beurteilen, welch großen Wert dies haben wird. Du weißt nicht, was die Zukunft bringt.” (15.04.1951)
Ihre besondere Bitte gilt dem Hl. Vater, dieses Gebet den Völkern vorzubeten: “Apostel des Herrn Jesus Christus, lehre deine Völker dieses einfache, aber so sinnvolle Gebet.” (10.05.1953)
Maria verspricht sogar: “Auf dieses Gebet hin wird die FRAU die Welt retten.” (10.05.1953) “Ihr wisst nicht, wie mächtig und wie bedeutsam dieses Gebet bei Gott ist. Er wird seine Mutter erhören, weil sie eure Fürsprecherin sein will.” (31.05.1955)
“Sprecht dieses Gebet, bei allem was ihr tut.” (31.12.1951) Wenn möglich sollen wir ihr einfaches Gebet täglich vor dem Kreuz beten – langsam und andächtig, wie Maria es gewünscht hatte.

DAS BILD – die Deutung des neuen Dogmas

Die Amsterdamer Botschaften sind auch deshalb einzigartig in der Geschichte der Marienerscheinung, weil die Gottesmutter selbst detailliert ihr eigenes Gnadenbild beschreibt. “Dieses Bild ist die Deutung und die bildliche Darstellung des neuen Dogmas. Darum habe ich selbst dieses Bildnis den Völkern gegeben.” (8.12.1952)

Tatsächlich zeigt sich Maria hier in dreifacher Weise als die MITERLÖSERIN, denn sie steht vor dem Kreuz ihres Sohnes, von dem das Licht ausgeht und sie durchstrahlt.
Um ihren Schoß ist ein Tuch gebunden, das sie erklärt: “Höre gut, was dies bedeutet. Dies ist wie das LENDENTUCH des Sohnes. Ich stehe ja als die FRAU vor dem KREUZ des Sohnes.” (15.04.1951)
Ihre Hände tragen strahlende Wunden. Damit beschreibt Maria bildlich das körperliche und seelische Leiden, das sie vereint mit ihrem göttlichen Sohn für die Erlösung der Menschheit getragen hat.
Erneut lenkt die FRAU den Blick Idas auf ihre Hände und offenbart sich dadurch als die MITTLERIN ALLER GNADE. “Sieh nun gut nach meinen Händen und berichte, was du siehst.” Nun sieht Ida mitten in den Händen etwas, als ob dort eine WUNDE gewesen sei. Aus den Wunden jeder Hand fallen drei Strahlen, die gleichsam auf die Schafe herabstrahlen. Die FRAU lächelt und sagt: “Dies sind drei Strahlen, die Strahlen von Gnade, Erlösung und Friede.” (31.05.1951) Gnade vom Vater, Erlösung vom Sohn und Friede vom Heiligen Geist.
“Meine Füße habe ich fest auf den Erdball gesetzt, weil der Vater und der Sohn mich in diese Zeit, in diese Welt bringen wollen als Miterlöserin, Mittlerin und Fürsprecherin.” (31.05.1951) “Diese Zeit ist unsere Zeit.” (2.07.1951)

In einem biblischen Symbol lässt Maria die Seherin rund um den Erdball Schafe schauen, welche alle Völker und Rassen der Erde symbolisieren. Und dann sagt sie: “Sie werden nicht eher Ruhe finden, bis sie sich hinlegen und in Ruhe aufblicken zum Kreuz, dem Mittelpunkt der Welt.” (31.05.1951)

Immer wieder lenkt Maria unseren Blick auf das Kreuz, den Mittelpunkt der Welt! Maria bittet uns darum, dieses Bild in der ganzen Welt zu verbreiten, denn “es ist die Deutung und die bildliche Darstellung des neuen Dogmas.” (8.12.1952) Aus diesem Grund betont Maria mehrmals, dass dieses Bild dem Dogma vorausgehen muss. “Dieses Bild soll vorausgehen einem Dogma, einem neuen Dogma.” (15.04.1951)

Als 1966 das Bild für ein Jahr nach Frankreich kommt und die Seherin auch die Erscheinungskapelle bei den Vinzentinerinnen der Rue du Bac besucht, erklärt ihr die Gottesmutter: “Was hier begonnen hat, wurde durch die Frau aller Völker weitergeführt.” (31.05.1969) Wusste der Hl. Vater das, als er einen Vinzentinerprovinzial Henrik Bomers als Bischof nach Haarlem berief?
Ja wirklich: Die Immakulata in der Rue du Bac ist der aufstrahlende Beginn der marianischen Epoche, in der wir jetzt leben.
Amsterdam aber ist die Krönung, oder wie Maria selbst sagt, der “Schlussstein der marianischen Gedanken.” (4.04.1954) Liebe Brüder und Schwestern der Niederlande, wisst ihr überhaupt, welchen Schatz ihr habt?

In einem hell leuchtenden Halbkreis, der sich von einem Ende des Kreuzbalkens bis zum anderen spannt, steht in dunklen Lettern der neue Titel Frau aller Völker. Was ist nun die Bedeutung dieses Titels?

DER TITEL – die Zusammenfassung des neuen Dogmas

Mehr als 150mal verwendet die Gottesmutter diesen neuen Gnadennamen, der ihre tiefste Berufung ausdrückt. “Du kannst sagen: die Frau aller Völker oder Mutter aller Völker.” (11.02.1951)
Wenn man die Botschaften aufmerksam liest, fällt auf, dass der neue Titel eigentlich die Zusammenfassung des dreifachen Dogmas ist. Um das zu zeigen, muss man die Hl. Schrift öffnen. Denn dort wird Maria an vier Stellen als die FRAU angesprochen, und zwar in jenen Situationen in denen es um ihre universale Mutterberufung geht.

1. Bereits auf den ersten Seiten der Hl. Schrift, im Buch Genesis, wird Maria als jene FRAU bezeichnet, die vereint mit ihrem Sohn der Schlange den Kopf zertritt. Zu Satan, der Eva und Adam zum Stolz und zum Ungehorsam verleitet hatte, sagte Gott: “Feindschaft setze ich zwischen dich und die FRAU, zwischen deinen Nachwuchs und ihren Nachwuchs.” (Gen 3,15)

2. Auf der Hochzeit zu Kana, spricht Jesus seine Mutter zum ersten Mal als FRAU an, um sie dadurch an ihre Berufung zu erinnern, Frau aller Völker zu werden. Als Mittlerin und Fürsprecherin erfleht sie das Wunder.

3. Auf Kalvaria wendet sich der sterbende Erlöser mit letzter Kraft an seine Mutter, um ihr – als persönliches Testament – nur vier entscheidende Wort zu sagen: “FRAU, siehe, dein Sohn!” Mit diesen göttlichen Worten wird Maria als Miterlöserin zur Frau aller Völker gemacht.
Das bestätigt die Botschaft vom 6. April 1952: “Die FRAU wurde sie beim Kreuzesopfer, die Miterlöserin und Mittlerin. … Beim Kreuzesopfer verkündete der Sohn diesen Titel der ganzen Welt.”

4. Die letzte der vier Schriftstellen finden wir in der Geheimen Offenbarung. Dort am Höhepunkt der Heilsgeschichte, erscheint wiederum die FRAU, mit der Sonne bekleidet. Sie liegt schmerzerfüllt in Wehen für die Neugeburt der Menschheit (vgl. Offb 12,1 ff). Da erscheint ein Drache, groß und feuerrot, er verfolgt die FRAU, die einen Sohn geboren hat.

Die in der Genesis verheißen FRAU, die vereint mit ihrem Sohn der Schlange den Kopf zertritt, die FRAU von Kana,
die FRAU von Kalvaria und
die FRAU der Apokalypse
ist die Frau aller Völker, weil sie vereint mit dem Erlöser für alle Völker gelitten hat, allen Völkern das Gnadenleben vermittelt und für alle Völker fürbittet.

Hört jetzt liebe Freunde, eine der schönsten Verheißungen, die Maria hier in Amsterdam ausspricht: “Unter diesem Titel werde ich die Welt retten. Unter diesem Titel … werde ich sie von einer großen Weltkatastrophe erlösen!” (20.03.1953/10.05.1953)

Dieser Titel Mutter und Frau aller Völker drückt also in einzigartiger Weise die weltumspannende Berufung Mariens für alle Völker aus, für alle Kontinente, für alle Rassen und für alle Menschen aller Religionsbekenntnisse – denn sie ist wahrhaft die Mutter aller Menschen.
Sie liebt all ihre Kinder, ob sie es wollen oder nicht!
Sie liebt all ihre Kinder, ob sie es wissen oder nicht!
Deshalb wird das Heiligtum der Frau aller Völker immer mehr zu einem Ort tiefer Völkerverständigung, wahrer Ökumene und Einheit im Heiligen Geist werden.

DAS RETTUNGSBRINGENDE DOGMA

Maria bittet hier in Amsterdam ausdrücklich um ein Dogma. Das ist einzigartig. An keinem anderen Erscheinungsort der Welt hatte sie jemals so etwas gewünscht. Es wird das letzte und größte Dogma der marianischen Geschichte sein: Maria Miterlöserin, Mittlerin und Fürsprecherin.
Ich denke, kein Theologe hätte je die Idee gehabt, diese drei Titel in einem einzigen Dogma zusammenzufassen. Nur Maria als himmlische Theologin und als Mutter der Weisheit konnte dies tun.

Was ist das nun, ein Dogma? Wenn der Papst feierlich ein Dogma verkündet bedeutet das: Diese verkündete Wahrheit ist nicht von Menschen erdacht, sondern von Gott geoffenbart. Deshalb ist ein Dogma, an das man lebendig glaubt, auch eine unbeschreiblich starke Waffe im Kampf gegen Satan, den Vater der Lüge.
Satan weiß, dass er durch Maria und ihre Kinder besiegt wird. Deshalb hat er in diesem Jahrhundert wie niemals zuvor eine erbarmungslose Schlacht begonnen gegen Maria und ihre Kinder.
Wenn Johannes Paul II. von unserem Jahrhundert vom ‘Jahrhundert des Todes’ spricht, so muss man ihm leider recht geben: Noch nie in der Menschheitsgeschichte gab es so viele Kriege, Leiden, Not und Tod.

Dieses Bild zeigt eine Kirche in Ruanda voll von Leichen – Tausende Märtyrer des Glaubens – eine Million Tote allein in einem Monat. Maria hatte in den Erscheinungen von Kibeho in Ruanda zur Bekehrung aufgerufen. Aber wir wollten nicht hören.
Hier sehen wir Bosnien-Herzegowina: Hatte nicht die Königin des Friedens zehn Jahre lang gewarnt, als noch niemand einen Krieg ahnte? Ein Vietnam-Veteran und Offizier der UNO-Friedenstruppe sagte: „Der Vietnamkrieg war ein Kinderspiel im Vergleich zu dem, was an satanischen Grausamkeiten hier geschah.“

„So einen Zeitabschnitt hat die Welt in den Jahrhunderten noch nicht erlebt. Solch einen Glaubens­verfall!“ (28.03.1951) „Die ganze Welt ist im Verfall.” (4.03.1951) “Der Feind unseres Herrn Jesus Christus hat langsam aber sicher gearbeitet. Die Posten sind aufge­stellt. Mit seiner Arbeit ist er beinahe fertig.” (8.12.1952)
“Die ganze Welt ist in Verfall, und darum sendet der Sohn die Frau aller Völker.” (4.03.1951)

Diese Mutter und Frau aller Völker hatte uns feierlich versprochen: “Unter diesem Titel werde ich die Welt retten.” (20.03.1953), “unter diesem Titel und durch dieses Gebet werde ich die Welt vor einer großen Weltkatastrophe erlösen.” (10.05.1953)
Aber wie macht sie das? “Wenn das Dogma, das letzte Dogma in der marianischen Geschichte ausgesprochen ist, dann wird die Frau aller Völker den Frieden, den wahren Frieden der Welt schenken. Die Völker müssen mein Gebet beten mit der Kirche!” (31.05.1954)

Seht ihr, nur durch die Amsterdamer Botschaften kann man zeigen, welch gnadenhafte und machtvolle Auswirkung diese Krönung Mariens haben wird, und dass die Zeit drängt. Maria verspricht, dass über die Kirche und Welt in neuer Weise der Heilige Geist ausgegossen wird.
Aber wie kann ein marianisches Dogma ein ‘neues Pfingsten’ bewirken?
Durch die feierliche Verkündigung des größten marianischen Dogmas nimmt die Kirche Maria in ihre Mitte, in ihr Herz – wie damals im Abendmahlsaal in Jerusalem. Und was geschah, als die Apostel die Miterlöserin, Mittlerin und Fürsprecherin in ihre Mitte nahmen? Es kam über die Urkirche in Feuerzungen der Heilige Geist.
“Und die FRAU blieb bei ihren Aposteln, bis der Geist kam. So darf die FRAU auch zu ihren Aposteln und Völkern der ganzen Welt kommen, um ihnen den Heiligen Geist wieder aufs Neue zu bringen.” (31.05.1954)

DER SCHLÜSSEL FÜR DEN TRIUMPH MARIENS

Dieses marianische Dogma ist der Schlüssel für das Tor, durch das wir hineintreten in eine neue Zeit, in eine neue Epoche, in die Epoche des Heiligen Geistes.

Wenn diese Krönung Mariens geschehen ist, hat Satan ein für allemal verloren. Diese Niederlage Satans schaute Ida in dramatischen Bildern: “Ich sah den Drachen sich zusammenkrümmen, dann erschlafft und erschöpft zusammenfallen und niederstürzen. Die Stimme sagte: “Deine Macht ist gebrochen und deine Kraft hat abgenommen. Dein Hochmut und dein Stolz werden zertreten.” (11.02.1975) “Das alles wird geschehen.” (25.03.1975)

Wer denkt da nicht an die Vision des hl. Don Bosco? Er sieht, wie der Papst als Steuermann nach schwerem Kampf das Schiff der Kirche an zwei Säulen festmacht: an der Säule der Gottesmutter und an der Säule der Eucharistie. Scheint es nach allem, was wir gehört haben, nicht einsichtig, dass diese Ankettung an der Mariensäule durch das Dogma geschehen wird?

“Am Ende wird mein Herz triumphieren!”, so hatte es Maria in Fatima gesagt. Ich bin überzeugt, dass dieser Triumph Mariens sich nur durch die Verkündigung des wichtigsten und größten marianischen Dogmas verwirklichen wird.

Und die Säule der Eucharistie? Was hat die Hl. Eucharistie mit Amsterdam zu tun? Sehr viel! Maria sagt am 20. März 1953, dass sie Amsterdam deshalb erwählt hat, weil es die Stadt des Mirakels ist, die Stadt des Eucharistischen Wunders, das sich vor 600 Jahren ereignete.

Liebe Holländer, wisst Ihr, was auf diesem Bild zu sehen ist? Am 23. Juli 1946 feierten 50.000 Holländer das 600jährige Jubiläum des Amsterdam-Mirakels. Wir könnten zur Ehre Gottes, mit der Hilfe der Frau aller Völker und mit Eurem Einsatz am 31. Mai nächsten Jahres, am Pfingstsonntag, einen solchen Gebetstag veranstalten.
Zudem steht die Hl. Eucharistie bei der Frau aller Völker so sehr im Mittelpunkt, dass parallel zu den Botschaften ab dem Jahre 1958 die sogenannten Eucharistischen Erlebnissen beginnen. Darüber aber nächstes Jahr!

EIN GEISTIGER KAMPF

Allen, die in den Bewegungen ‘Vox Populi Mariae Mediatrici’ und ‘Vox Populi Dei’ durch ihre Unterschrift den Hl. Vater um dieses Dogma gebeten haben, sei nochmals herzlich gedankt. Zu ihnen zählen bereits vier Millionen Gläubige, 470 Bischöfe von allen Kontinenten und schon über 40 Kardinäle.

Aber es gibt auch viele, die dagegen sind. Liebe Freunde, das sollt Ihr wissen: Es gibt einflussreiche Kardinäle, nicht wenige Bischöfe, Priester, Theologen, viele Brüder und Schwestern im Glauben, die – menschlich gesehen – aus guten und einsichtigen Gründen nicht für ein neues marianisches Dogma sind. Ihre Überzeugung müssen wir mit Liebe respektieren.
Ob es theologisch richtig ist, Maria Miterlöserin zu nennen, darüber werden die Professoren weiterhin studieren und diskutieren. Um aber zeigen zu können, welch gnadhafte und machtvolle Auswirkung dieses marianische Dogma für Kirche und Welt haben wird, dazu braucht man die Amsterdamer Botschaften.

Ebenso kann man nur durch die Worte der Frau aller Völker begründen, dass die Zeit drängt und Gott dieses Dogma jetzt wünscht. Lasst uns alles tun, was in unseren Möglichkeiten liegt, damit der Hl. Vater möglichst bald diese rettungs­bringende Wahrheit feierlich verkünden kann.

Aber Ihr spürt selbst mehr und mehr, dass Eure Unterschrift für das Dogma nicht genügen kann. Die eigentliche Kraft liegt ja darin, dass Ihr mutig und mit Feuereifer mitwirkt am Plan der Liebe, den Maria “Erlösungs- und Friedenswerk” (vgl. 1.04.1951) oder auch “die Weltaktion” (vgl.11.10.1953) nennt.
Bei diesem Erlösungs- und Friedenswerk könnt Ihr alle mitwirken, denn es ist eine weltumspannende Aktion, die vor allem von den Kleinen und Schwachen getragen wird.

DIE WELTAKTION DURCH DAS GEBET UND
DAS BILD DER FRAU ALLER VÖLKER

Was ist das? Diese Aktion ist ganz einfach und für jeden durchführbar: Bringt dieses Gebetsbildchen oder das Poster mit dem Gebet in Eure Familien, zu Freunden und Bekannten, zu Arbeitskollegen oder in Gebetsgruppen, in Gefängnisse, Altersheime oder Krankenhäuser, denn dort leiden jene, von deren Gebet am meisten Kraft ausgehen wird.

Die Gottesmutter ermutigt die Seherin: “Hast du Angst? Ich helfe doch. Du wirst merken, die Verbreitung erfolgt wie von selbst.” (15.04.1951) “Maria übernimmt die volle Verantwortung dafür.” (4.04.1954)
Ida durfte bereits vor vielen Jahren die Auswirkung der Aktion schauen: “So wie die Schneeflocken über die Welt hintreiben und als eine dicke Schicht auf den Boden niederfallen, so wird das Gebet mit dem Bild sich über die Welt verbreiten und in die Herzen aller Völker eindringen.” (1.04.1951)
Mutter Ida war jahrzehntelang damit beschäftigt, Gebetsbildchen und Botschaften, die mit kirchlicher Druckerlaubnis erschienen waren, weltweit an alle zu versenden, die sie darum baten.
Ein nettes Beispiel über die auffallend rasche Verbreitung des Gebetsbildchens erzählt der niederländische Priester Dr. J. Sanders. Als er sich vor 30 Jahren im Rahmen seiner sprachwissenschaftlichen Studien im islamischen Irak aufhielt, wurde ihm eines Tages ein Bild der Frau aller Völker mit ihrem Gebet unter seine Zimmertüre durchgeschoben: “Ich war sprachlos”, sagte der niederländische Gelehrte.

Zu jenen, die ein Wunder sehen wollen, bevor sie noch für Maria arbeiten, sagt sie: “Wohlan denn …: Geht mit einem großen Feuereifer an dieses Erlösungs- und Friedenswerk, und ihr werdet das Wunder sehen.” (1.04.1951)
Wie die Apostel bei der Brotvermehrung, brauchen auch wir die Gaben Gottes nur auszuteilen. Die Wunder wirkt dann ER. Und Maria weiß die Herzen ihrer Kinder zu berühren.

Versteht Ihr nun, auf welch gnadenvollen Wegen die Mutter aller Völker sich selbst ihr letztes und größtes Dogma vorbereitet? Die von Gott gewollte Aktion ist in diesem jetzigen schweren geistigen Kampf die friedvolle Wegbereitung und unmittelbare Hinführung auf das Dogma.
Es ist gar nicht auszudenken, welche Explosion an Gnade sich ereignen würde, wenn alle vier Millionen, die ihre Unterschrift gegeben haben, auch das Gnadenbild der Frau aller Völker verehren und mit viel Liebe ihr Gebet beten würden, die Ordensleute in ihren Klöstern, die Priester in ihren Pfarreien, die Bischöfe in ihren Diözesen. Lasst uns jetzt dafür arbeiten. Dann werden wir nächstes Jahr, im Jahr des Heiligen Geistes, in dem der 31. Mai auf den Pfingstsonntag fällt, ein herrliches Pfingsten erleben.
Ich bin überzeugt, dass eine Zeit kommen wird, in der sich die Christen ebenso freuen, Pfingsten in Amsterdam zu feiern, wie man heute mit großer Freude für das Osterfest nach Rom pilgert.

Ich danke Euch, liebe Freunde, für Euer aufmerksames Zuhören.

Bron http://www.de-vrouwe.info/es/amsterdam-1997/11116-1997-p-paul-m-sigl

De woorden van Christus zijn nooit zonder inhoud

World Youth Day
Image by deej-d via Flickr

The World Seen From Rome


WORLD YOUTH DAY


Cheering Thousands Welcome Pope to Madrid
Christ’s Words Are Never Empty, He Tells Youth Day Participants

MADRID, Spain, AUG. 18, 2011 (Zenit.org).- Words can be used for entertainment or information, but the words of Jesus have another purpose, Benedict XVI is telling youth in Madrid. The words of Christ are meant to reach the heart and take root.

The Pope arrived in Madrid today to the cheers of hundreds of thousands of youth who lined the streets in welcome. As many as 1 million are expected to participate in this 26th World Youth Day, which ends Sunday.

“There are words which serve only to amuse, as fleeting as an empty breeze; others, to an extent, inform us; those of Jesus, on the other hand, must reach our hearts, take root and bloom there all our lives. If not, they remain empty and become ephemeral. They do not bring us to him and, as a result, Christ stays remote, just one voice among the many others around us which are so familiar,” the Holy Father told the young people in an afternoon event at Plaza de Cibeles.

The Master, the Pontiff continued, teaches “not something learned from others, but that which he himself is, the only one who truly knows the path of man towards God, because he is the one who opened it up for us, he made it so that we might have authentic lives, lives which are always worth living, in every circumstance, and which not even death can destroy.”

He has always loved you

The Bishop of Rome welcomed the youth of the world to Madrid, speaking in Spanish and then addressing a particular greeting in various languages.

His message to French-speaking youth had particular words of encouragement. Congratulating them for arriving in such great numbers, he noted that they arrive with “profound questions” and “seeking answers.”

“It is always a good thing to keep seeking,” he told them. “Above all, seek the Truth, which is not an idea or an ideology or a slogan, but a person: Christ, God himself, who has come into our midst! You rightly wish to plant your faith in him, to ground your life in Christ. He has always loved you and he knows you better than anyone else. May these days so rich in prayer, teaching and encounters help you to rediscover this, so that you may love him all the more.”

The Holy Father also had a special message for the Poles, “countrymen of Blessed John Paul II, the founder of World Youth Day.”

“I am delighted by your presence here in Madrid,” Benedict XVI told them. “I pray that these will be good days, days of prayer, in which you will strengthen your relationship with Jesus. May God’s Spirit guide you.”

— — —

On ZENIT’s Web page: full text: www.zenit.org/article-33221?l=english

Graag uw aandacht en gebed voor de Wereldjongerendagen.

Vele van die jongeren zullen de steunpilaren van de Kerk van de toekomst zijn. Daarom zijn die dagen zeer belangrijk. Hieronder vind je een bericht uit RKNieuws van Rorate. En daarna de mogelijkheden tot meer informatie (zoals verschenen in Tertio)

MADRID (RKnieuws.net) -– ‘Wij verwachten geen protestacties tijdens de Wereldjongerendagen (WJD). Dat zegt Marieta Jaureguizar, verantwoordelijke van de persdienst van de WJD. ‘Tijdens het bezoek van paus Benedictus XVI worden er nagenoeg 10.000 agenten ingezet’. ’Om alles in goede banen te leiden beschikken wij over 35.000 vrijwilligers’, stelt persverantwoordelijke Jaureguizar. Voor de WJD zijn meer dan 420.000 jongeren ingeschreven maar tijdens het pausbezoek op 20 en 21 augustus verwachten de organisatoren één miljoen jongeren. De organisatoren hebben er bewust voor gekozen een deel van de activiteiten in het centrum van de stad te organiseren. Dat is het geval voor de openingsmis op 16 augustus, de aankomst van paus Benedictus XVI op 18 augustus en de Kruisweg op 19 augustus. ’De 4.000 jonge gehandicapten die de WJD zullen bijwonen krijgen een aparte ruimte zodat ze alle evenementen met de paus van op de eerste rij kunnen meemaken’, zegt Marieta Jaureguizar. ‘De samenwerking met de stad Madrid en met de Spaanse regering zijn probleemloos verlopen. De spanningen tussen regering en Kerk hebben nooit op de organisatie van de WJD gewogen. De regering heeft trouwens gewezen op het uitzonderlijke belang van de WJD’, aldus Jaure.

================

Uit Tertio nr. 600 van 10 augustus 2011 : De programma’s zijn van 16 tot 21 augustus te ontvangen op het FM-kanaal 90,7. Radio Maria verzorgt de uitzendingen.

Op het internet vanaf 16 augustus : Elke dag in het Frans op www.madrid11.com/fr/tv en in het Engels op www.madrid11.com/en/tv : uitzendingen over de catecheses, het culturele programma en alle ontmoetingen waar ppaus Benedictus XVI aanwezig is.

Ijd, jongerenpastoraal Vlaanderen post op haar site (www.madrid2011.be) dagelijks twee video’s en een verslag, alsook alle documenten die inhoudelijk worden gebruikt.

De katholieke Vlaamse weekbladen zijn actief aanwezig. In een blog op de site van Kerknet (www.kerknet.be/wjd) brengt Jozefien Van Huffel, journaliste van Kerk&Leven, dagelijks verslag uit. En op de website van Tertio (www.tertio.be) blogt Hilde Ingels haar madrileense ervaringen.

Zowel de VRT als VTM stuurt journalisten naar Madrid. De VRT brengt verslag uit in het tv-journaal van 18 en 19 augustus. VTM doet dit op 20 en 21 augustus. Een ploeg van het VRT-programma Koppen is ter plaatse en brengt op 1 september een uitgebreide reportage.

Info: Bert Van Brabant, Gouden-Boomstraat 13, 8000 Brugge

Ontmoetingsdag Legioen Kleine Zielen 1-10-2011

1e Nationale

Gebeds- en ontmoetingsdag

Legioen Kleine Zielen van Jezus’Barmhartig Hart

Wanneer:

Zaterdag 1 oktober 2011

Feestdag van de

H. Theresia van Lisieux

 

Programma:

10.30 uur Ontvangst met koffie/thee in het Thomas à Kempis leerhuis

11.00 uur Conferentie door Mgr. Dr. E. De Jong

12.00 uur H. Mis, Hoofdcelebrant Mgr. Dr. E. De Jong

13.00 uur Lunchpauze (informatie-/boekenstand aanwezig)

14.00 uur Conferentie door ZEH L. Vanstraelen, Proost van Vlaanderen

15.00 uur Lof met rozenkrans en biechtgelegenheid

16.00 uur Afsluitende zegen

 

Lokatie/Bereikbaarheid:

Parochiekerk H. Gerardus Majella, Utrecht.

Broeders van St. Jan.

Per Auto: Vleutenseweg 517, 3532 HK Utrecht

Per Openbaar vervoer: Vanaf Utrecht Centraal,

bus 4 of 5 naar halte Majellapark of Spinozaweg

Vanuit het zuiden wordt een bus georganiseerd met diverse opstapplaatsen. (kosten € 20,-)

Info/Aanmelding:

Fam. Keuven-Sijstermans

Tel. 045-5432900

e-mail: j.keuven@leeuwnet.nl

internet: www.hetlegioenkleinezielen.eu

“O Jezus, hoe kan ik toch alle kleine zielen uitleggen, dat er voor Uw goedgunstigheid geen woorden te vinden zijn”.    

H. Theresia van Lisieux

Mgr. Eijk ‘catechesebisschop’ tijdens Wereldjongerendagen

wjd

De drie Nederlandstalige catecheses tijdens de Wereldjongerendagen (WJD) in Madrid worden gegeven door mgr. Eijk (aartsbisschop van Utrecht), mgr. De Jong (hulpbisschop van Roermond en tevens jongerenbisschop) en mgr. Van den Hende (bisschop van Rotterdam). Dat heeft Jong Katholiek bekend gemaakt.

Het is al langere tijd een gewoonte dat deelnemers aan de Wereldjongerendagen tijdens het programma drie ochtenden met hun eigen land- en/of taalgenoten bij elkaar komen. Een vast onderdeel is dan de catechese, gevolgd door een Eucharistieviering. De thema’s voor de catecheses komen voort uit het internationale hoofdthema van de Wereldjongerendagen, dit jaar: ‘Geworteld en opgebouwd in Jezus Christus, standvastig in het geloof.’

Thema’s

De bisschoppen zullen in hun catecheses aansluiten bij geloofsvragen en belangrijke thema’s waar jongeren in het alledaagse leven mee bezig kunnen zijn, zoals: Wat betekent het om te geloven in God en een persoonlijke relatie met hem op te bouwen? Hoe kun je God betrekken in het maken van keuzes? Hoe kun je het geloof delen met mensen om je heen?
Na afloop van de catechese kunnen jongeren hun ideeën en vragen uitwisselen in kleine groepen. Wat nieuw is dit jaar, is dat jongeren vervolgens plenair vragen kunnen stellen aan de bisschop die de catechese gaf. Het ochtendprogramma is verder gevuld met muziek van een speciaal in het leven geroepen ‘WJD-band’, en andere verrassende elementen.
Naast de drie eerdergenoemde bisschoppen nemen ook mgr. Van Burgsteden s.s.s. (Haarlem-Amsterdam), mgr. Woorts (Utrecht), mgr. Hurkmans (Den Bosch) en mgr. Wiertz (Roermond) deel aan de Wereldjongerendagen.

Bron: Aartsbisdom.nl/Mgr.Eijk-catechesebisschop-tijdens-Wereldjongerendagen

Parochieblad juli-augustus 2011

Het nieuwste parochieblad

Kerkklokje

Ons parochieblad wordt huis-aan-huis verspreid binnen onze beide parochies.

Als pdf-file: http://www.heidelicht.nl/archief/2011/2011_08.pdf ; editie 2011-08: 9 juli – 2 september 2011, thema ‘’vacare – leeg worden”.
Bron: http://www.heidelicht.nl/actueel.htm

Samenloop voor Hoop in Landgraaf met het koor Rejoice

Het koor Rejoice deed en doet gisteren en vandaag mee aan de Samenloop voor Hoop in Landgraaf.

Samenloop voor Hoop ontstond in 1985 in de VS toen dr. Gordon Klatt samen met een enthousiast team 24 uur op een sportveld wandelde en daarmee 27.000 dollar ophaalde voor de kankerbestrijding. In 2006 vond de eerste Nederlandse Samenloop plaats ten bate van KWF Kankerbestrijding.

Toen het donker werd gisterenavond vond de Kaarsenceremonie plaats, het indrukwekkend onderdeel van de Samenloop voor Hoop. Het is hét moment om stil te staan bij kankerpatiënten, ex-kankerpatiënten en alle mensen die de strijd tegen kanker hebben verloren. Het is het moment waarop iedereen beseft waar de Samenloop voor Hoop eigenlijk om draait. Na 24 uur wandelen is de Samenloop straks om 16.00 uur afgelopen.

Foto’s

Hierbij alvast wat eerste indrukken van van de opening Samenloop voor Hoop in Landgraaf https://picasaweb.google.com/runningherm/020711SamenloopVoorHoop#

Bron: http://landgraaf.samenloopvoorhoop.nl