13 januari: Veronika van Binasco

Zuster Veronika van Binasco

Afbeelding: Heiligenlexikon

Papst Leo X. bewilligte 1517 die Verehrung von Veronika Negroni als Selige.

Veronica Negroni war die Tochter armer, frommer Eltern; Gehorsam war ihr so sehr anerzogen, dass manche sagten, sie habe keinen eigenen Willen gehabt. Am liebsten war sie bei der Arbeit auf dem Feld alleine, um dabei ungestört beten zu können. So wuchs in ihr der Wunsch, sich den Augustinerinnen anzuschließen, aber sie konnte weder lesen noch schreiben. Mit großer Mühe versuchte sie zu lernen, dabei von Visionen der Maria ermutigt; schließlich wurde sie 1467 Jahren im Kloster Santa Marta in Mailand aufgenommen und war dort in der Hauswirtschaft und als Almosensammlerin tätig; die Arbeit nahm sie sehr ernst und achtete nicht auf Mahnungen, sich um ihrer angegriffenen Gesundheit willen zu schonen. Zunehmend versenkte sie sich in Betrachtungen des Lebens, Leidens und Sterbens Jesu Christi, der Gottesmutter und anderer Heiliger und erhielt von diesen Visionen ihrer Lebensumstände; dazu kamen Verzückungen, in denen sie das Leben Jesu und andere Geheimnisse schaute. Eine solche Vision ließ sie eine Reise nach Rom zu Papst Alexander VI. unternehmen. Anderen gegenüber bewahrte sie meist Stillschweigen, ihr Reden und Hören galt Gott, oft unter Tränen. Nach sechs Monaten Krankheit starb sie zur von ihr vorhergesagten Stunde. Veronikas Lebensgeschichte verfasste um 1523 der Dominikaner Isidor von Isolano. Ihre Gebeine lagen bis zu dessen Aufhebung in ihrem Kloster in Mailand und wurden dann in ihren Geburtsort übertragen.

Dieser Text stammt aus dem Ökumenischen Heiligenlexikon von der Webseite www.heiligenlexikon.de:  Diese hl. Jungfrau wird zu Mailand verehrt. Dort lebte auch um das J. 1523 ihr Biograph, der Dominicaner Isidor von Isolano. Ihr Geburtsort Binasco, eine Ortschaft in der Nähe von Mailand, wird ihrem Namen zur Unterscheidung von andern Heiligen d. N. auch im Mart Rom. beigesetzt. Obwohl von armen Eltern abstammend, genoß sie doch eine fromme und gottesfürchtige Erziehung; der christliche Unterricht, welchen sie eifrig besuchte und anhörte, gewann frühzeitig in ihrem Leben eine sichtbare Gestalt. Daß der Gehorsam besser sei, als Opfer, war ihr so klar, daß man hätte sagen können, sie habe keinen eigenen Willen gehabt, sondern immer nur das gewollt, was Gott, die Eltern und ihre Vorgesetzten von ihr verlangten. Sie mußte oft lange und angestrengt auf dem Felde arbeiten; sie that es am liebsten, wenn sie allein sein konnte, weil sie gewohnt war, während der Arbeit zu betrachten und zu beten. Dieser beständige Drang nach Einsamkeit und Beschaulichkeit, der sich überall einstellte, gab ihr bald die Ueberzeugung, daß sie zum Klosterleben berufen sei. So gern hätte sie deßhalb an irgend einer Pforte, am liebsten bei den Augustinerinnen zu Mailand, angeklopft und um Aufnahme gebeten, aber sie getraute sich nicht, denn die arme Jungfrau konnte ja weder lesen noch schreiben. Sie gab sich aber Mühe, es zu lernen, und fühlte sich wundersam getröstet, als ihr einmal im Traume die heil. Mutter Gottes erschien und sagte: »Es genügt schon, meine Tochter, wenn du nur drei Buchstaben kennst: der erste ist weiß und bedeutet die Reinigkeit, welche bewirkt, daß wir Gott mehr als Alles und Alles nur in Ihm und für Ihn lieben, der andere ist schwarz, und bedeutet das durch Andere zugefügte Leiden, das man mit Geduld und Ergebung tragen muß, der dritte ist roth und bedeutet die Betrachtung des Leidens und Sterbens Jesu Christi.« Endlich erlangte sie nach dreijährigem Zuwarten die Aufnahme und bewies sich ihrer in allen, auch den kleinsten und unscheinbarsten Dingen würdig. Für ihr armes Kloster sammelte sie täglich Almosen in den Straßen der Stadt. Gott verlieh ihr immer größere Gnaden, besonders in der beständigen Beschaulichkeit und Andacht. Sie sah das Leben, Leiden und Sterben Jesu, der Mutter Gottes und anderer Heiligen mit allen Nebenumständen der Orte und der Zeit, wie gegenwärtig. Daher ihr Stillschweigen zu Allem, was sie hörte und sah; sie redete immer nur mit Gott, oft unter den heißesten Thränen innigster Liebe. Der Arbeit oblag sie streng und ununterbrochen; mahnte man sie, sich zu schonen, so war ihre Antwort: »Man muß wirken, so lange man Zeit und Kräfte zur Arbeit hat.« Sie ließ davon auch bei krankem und schwächlichem Leibe nicht ab. Sie wurde vieler Verzückungen gewürdiget, in denen sie das Leben des Heilandes nebst vielen andern Geheimnissen schaute. Ihr seliges Ende traf nach sechsmonatlicher Krankheit zu der von ihr vorhergesagten Stunde am 13. Jan. des J. 1497 ein, im Alter von 42 Jahren, von welchen sie 13 Jahre im Orden zugebracht hatte. Schon Papst Leo X. bewilligte, daß sie im Kloster als Selige verehrt werde und Benedict XIV. befahl, ihren Namen ins Mart. Rom. einzutragen. Ihr Leib wurde bis zur Aufhebung des Augustinerinnenklosters in der Ordenskirche aufbewahrt, und wurde dann in ihren Geburtsort Binasco übertragen, wo er noch in Verehrung steht. (I. 887.)

Zaterdag 31 mei 2014 viering Vrouwe van alle Volkeren in de Nicolaaskerk

Samenkomst rondom de Vrouwe van alle Volkeren

In plaats van de gebedsdag die de afgelopen vier jaar plaatsvond in de Beurs van Berlage, zal er dit jaar op zaterdag 31 mei 2014 een bijzondere viering plaatsvinden ter ere van de Vrouwe van alle Volkeren, in de Nicolaaskerk, tegenover het Amsterdam CS.

De datum van 31 mei is belangrijk voor de Vrouwe van alle Volkeren, en omdat deze dag dit jaar op een zaterdag valt, een week voor Pinksteren, willen we Maria juist dan eren.

Bron: www.vvav.org/samenkomst-rondom-de-vrouwe-van-alle-volkeren/

Sint Nicolaas (catechese groep 7 en 8)

Sint Nicolaas van Myra, naamgever van de kerk.
Sint Nicolaas van Myra (Photo credit: Wikipedia)

Vol verwachting klopt ons hart

Als je in oktober in Nederland een supermarkt binnenloopt, dan zie je al een hoop typische Sinterklaaslekkernijen in de rekken liggen: pepernoten, marsepein, schuimpjes en speculaas. Elk jaar weer vieren we in Nederland de aankomst van Sint Nicolaas op grootse wijzen. Ieder jaar bekijken meer dan een half miljoen mensen via de televisie live de intocht van de goedheiligman als deze zijn eerste voetstappen zet op Nederlandse bodem. Het Nederlands Centrum voor Volkscultuur hield in 2010 onder Nederlanders een enquête voor het samenstellen van een ‘Traditie-top-100’. Op nummer één kwam pakjesavond te staan.

Maar wie is nu Sint Nicolaas? Wat weten we van hem en waarom wordt hij als heilig vereerd?

Sint Nicolaas, wie kent hem niet?

Nicolaas werd geboren rond het jaar 270 in de plaats Patara in Turkije. Hij groeide op als enig kind in een christelijk en rijk gezin. Zijn vader heette Epiphanus en zijn moeder Johanna. Zij ouders gaven hem de naam Nicolaas. Zijn naam betekent: ’overwinnaar van het volk’. Hij zou het volk gaan overwinnen door het een nieuw geloof te verkondigen, namelijk het geloof in Christus en een leven na de dood.

Al jong werd hij wees, en erfde hij van zijn ouders een fortuin. Dat hij verstandig met zijn geld omging bleek al gauw uit een van de oudere verhalen, die mensen al vroeg na zijn dood over hem vertelden.

De drie bruidsmeisje

Ongetwijfeld hebben jullie vroeger je schoen mogen zetten. Weet jij waar dit vandaan komt? De oorsprong van dit gebruik gaat terug naar een verhaal uit Patara, waar de jonge Nicolaas een arme man met drie dochters te hulp schoot. De man had weinig bezittingen om zijn drie dochters een bruidsschat mee te geven. Volgens het Romeinse recht was je verplicht om aan je dochter bij het huwelijk een fatsoenlijke bruidsschat mee te geven. Kon je dat niet, dan zou jij als ouder je dochter moeten verkopen als slavin of haar moeten dwingen haar eigen lichaam te verkopen. Daarom dacht hij erover na om zijn dochters naar het bordeel te brengen. Nicolaas hoorde dit verhaal. Hij greep in. De eerste nacht gooide hij een geldbuidel door het raam naar binnen. De vader vond het geld en kon zo zijn oudste dochter uithuwelijken. Toen Nicolaas zag dat de vader verstandig met het geld was omgegaan, kwam hij nog twee nachten lang langs en gooide door het raam een buidel met geld naar binnen (volgens een ander verhaal een goudklomp). De laatste geldbuidel viel neer voor de schoenen van de derde dochter. De derde nacht lag de vader op de loer en zag hoe Nicolaas de onbekende gulle gever was. Hij bedankte de jongeman. Zo redde Nicolaas de eer van de drie bruidsmeisjes en werd hij de beschermheilige van jonge meisjes en vrouwen en van mensen die willen gaan trouwen.

Uit deze legende groeide het gebruik van het zetten van de schoen. In de Middeleeuwen trokken religieuzen rond die gevulde sokken met lekkernijen voor de deuren legden van arme mensen. Omdat schoenen erg duur waren, hingen arme gezinnen hun sok op aan de haard. Dit gebruik zou vooral in Amerika worden overgenomen. Men zou op den duur de schoen gaan vervangen door een sok, die aan de kachel of haard werd opgehangen en gevuld zou worden door Santa Claus.

In Utrecht vond men in het archiefstukken terug, dat kinderen van arme gezinnen in de Sint Nicolaaskerk van die stad hun schoen mochten zetten op 5 december. De rijke Utrechters legden wat in de schoenen op 6 december, de officiële sterfdag van de Heilige Nicolaas.

Beschermer van de zeelieden

Nicolaas viel op door zijn christelijke geloof en door zijn daden van naastenliefde. In Myra werd hij gekozen als bisschop van deze stad. Myra en ook Patara zijn plaatsen die je terug vindt in het Nieuwe Testament. Het zijn namelijk twee plaatsen die bezocht werden door de apostel Paulus in de tweede helft van de eerste eeuw na Christus. In beide plaatsen zat al vroeg een kleine christelijke gemeente. Nicolaas loodste zijn kleine gemeenschap door een zware periode. Het was de tijd van de christenvervolgingen, die begonnen waren onder Romeinse keizer Diocletianus (242-316, keizer van 284-305). Als bisschop was hij een gezagsdrager en we weten dat hij werd gearresteerd en in de gevangenis werd mishandeld. Uiteindelijk kwam er onder keizer Constatijn de Grote (280-337, keizer van 312-337) rust in het Romeinse Rijk en groeide het christendom uit tot staatsgodsdienst.

In de tijd dat Nicolaas bisschop van Myra was, raakte een graanschip voor de kust van Lykië, dichtbij de haven van Myra, in nood op volle zee. Het schip werd overvallen door een zware stroom. De zeelieden en de kapitein raakten in paniek. Van alle kanten beukten de golven tegen het schip. Ten einde raad begonnen zij te bidden tot God. Een van de zeelui herinnerde zich dat in Myra een heilige bisschop leefde. Zo begonnen zij ook hardop tot hem te bidden en vroegen hem om hulp. Opeens stond Nicolaas op het dek van het schip. Hij hielp hen waar hij maar kon. Hij sprak de zeelui moed in. Het leek alsof hij overal tegelijk was. Samen pakten zij allen aan en bereikten uiteindelijk behouden de haven van Myra. De zeelui waren blij en dankbaar en begaven zich naar de kerk. Daar zagen ze juist hoe bisschop Nicolaas met enkele priesters de eucharistie vierde. De zeelieden herkenden hem direct. Na de mis brachten zij hem dank.

Al gauw deden steeds meer verhalen de ronde hoe Nicolaas talloze drenkelingen redde uit hun nood. Vanaf de 9de eeuw groeide in havensteden en plaatsen langs belangrijke rivieren het aantal kerken dat naar hem werd vernoemd. Dit was mede te danken aan de Noormannen, een zeevarend volk, die vaak de voorspraak inriepen van Nicolaas voor een behouden vaart. Zo kwam het dat Nicolaas de patroonheilige van de stad werd. De oudste kerk van Amsterdam is een Nicolaaskerk. Kijk ook maar eens naar het stadswapen van Amsterdam. De drie kruisjes verwijzen naar het getal drie waarmee Nicolaas altijd mee wordt verbonden.

Het sterven van Nicolaas

Over het sterfjaar van St.Nicolaas verschillen de bronnen. Voor de een is dit het jaar 340, voor de ander het jaar 342 na Christus. Op zijn stervensuur zouden de monniken en de verzamelde mensen rondom Nicolaas hemelse muziek gehoord.

Nicolaas werd begraven in een marmeren graftombe. Na zijn overlijden werd Nicolaas net buiten de stad Myra begraven. De oudste geschreven bronnen vertellen dat rond 520 na Christus al vele pelgrims de basiliek met het graf bezochten. Rond de 8ste eeuw was de basiliek te klein voor het aantal pelgrims en vonden er uitbreidingen plaats. Ondertussen was er een klooster aangebouwd, omdat men de liturgie en de verzorging van het graf aan monniken hadden toevertrouwd.

In 1087 namen zeelieden uit de stad Bari de relieken uit Myra mee en brachten ze over naar hun stad in zuid-Italië. Daar bouwden zij voor de heilige Nicolaas een prachtige Romaanse kerk. Van hieruit nam de verering voor St. Nicolaas steeds meer toe.

De drie studenten

Als je een beeld, een plaatje of een glas-in-loodraam van Nicolaas ziet, dan zie je, dat er ook vaak drie kinderen zijn afgebeeld een pekelton. Deze symboliek gaat terug tot een legende, die zijn wortels in Noord-Frankrijk heeft. Hij dateert uit de 12de eeuw, misschien zelfs uit de 11de eeuw. Het verhaal gaat, dat er eens drie studenten aanklopten bij een herberg om daar te willen overnachten. De herbergier liet ze binnen en zag later, dat de drie studenten veel geld bij zich hadden. De hebzucht nam het van de herbergier over. In de nacht vermoordde de herbergier de drie studenten. Vervolgens slachtte hij de drie jongeren en deed ze, nadat hij hen in stukken had gesneden en gezouten, in een grote pekelton. Hij was van plan hen als vlees te verkopen aan zijn klanten.

Kort daarna kwam de heilige Nicolaas langs de herberg. Hij wist wat er gebeurd was, wees op de pekelton en bracht de drie studenten weer tot leven, nadat hij voor hun gebeden had tot God. De herbergier bekeerde zich en zou in Frankrijk de rol gaan overnemen van onze zwarte piet, le Père Fouettard genaamd.

In een andere versie van deze legende zou het niet om een herbergier gaan, maar om een slager. De drie scholieren zouden priesterstudenten zijn geweest. De drie priesterstudenten werden later studenten. In weer een latere versie van deze legende zijn de studenten vervangen door scholieren of kinderen. Zo werd St. Nicolaas onze kindervriend. Sint Nicolaas is een heilige geworden vanwege zijn grote mildheid en vrijgevigheid. Maar vooral ook omdat hij standvastig bleef in een tijd waar mensen vanwege hun christelijk geloof werden vervolgd. Hij bleef een rots in de branding. En een beschermer van het onschuldige.

Waar komt zwarte piet vandaan

Sint Nicolaas (Sinterklaas)
Pieterbaas

Er zijn veel verschillende verhalen bekend over waarom zwarte Piet Sinterklaas hielp en waar hij vandaan komt. Het meest waarschijnlijke verhaal is dat Sinterklaas een slaaf uit Ethiopië heeft bevrijd. Deze heette Pitter. De slaaf was zo blij dat hij bevrijd was en bleef bij Sinterklaas. Gedurende de jaren zijn er veel meer zwarte Pieten gekomen en dat komt waarschijnlijk doordat Sinterklaas hulp nodig heeft en het is natuurlijk erg feestelijk.

Bron: vgl. ‘Het Licht op ons pad’; http://www.hetlichtoponspad.com/home

Brief van Sint Nicolaas voor de kinderen (catechese groep 4)

Lieve kinderen,

Sint Nicolaas
Sint Nicolaas

Nu het bijna weer Sinterklaas is en jullie het feest gaan vieren van mijn naam, wil ik jullie graag iets over mijzelf vertellen. Misschien wel iets verklappen!

In het land dat nu Turkije heet, ben ik geboren. 270 jaar later dan Jezus. Ik ben dus nu 1744 jaar. Ach, wat maakt het ook uit. Ik ben gewoon stokoud en zelf ben ik de tel ook weleens kwijt. Piet schrijft het altijd voor mij op.

In Nederland noemt men mij al sinds de 17e eeuw, al heel lang dus, Sinterklaas. Dat komt van ‘Sint Heer Nicolaas – Sint Heer Klaas’. Sint mag je ook wel zeggen.

Dat is nog gemakkelijker. Een ‘goedheilig man’, zo word ik ook wel genoemd. En dat ben ik ook. Ik maak graag mensen blij. Dat doe ik door ze te laten weten dat ik ze niet vergeet en dat ik van ze houd. Ik hou heel veel van mensen, of ze nu groot zijn of klein. Ik vind het leuk wanneer mensen samen zijn en het gezellig hebben. Ik wil altijd graag weten hoe het met ze gaat en wat ze allemaal doen. En ik wil ze belonen. En van kinderen houd ik het allermeest. Ik vind het fijn dat mensen gedichten voor elkaar schrijven in mijn naam. Dat ze elkaar op een aardige manier de waarheid zeggen en een cadeautje geven. Ik strooi graag goede en lekkere dingen rond. Het liefst zonder dat jullie mij zien. Zelfs ben ik niet zo belangrijk, maar ik geef graag wat weg aan anderen.

Iemand die heel veel goede dingen doet voor anderen, noemen we een heilige en krijgt het woord “Sint”voor zijn naam, vandaar dat ik Sint Nicolaas heet. In veel grote steden, vooral die aan zee liggen, hebben ze een St. Nicolaaskerk. Dat komt omdat ik altijd met de stoomboot reis.

Ook al ben ik heel oud, ik probeer altijd om bij de tijd te blijven. Vroeger gebruikten de mensen mij om kinderen bang te maken. Of nog erger om ze te straffen als ze stout waren. Dat vind ik niet zo leuk en gelukkig zijn de kinderen nu ook niet meer bang voor mij! Dat hoeft ook helemaal niet. Over de daken ga ik vooral in mijn dromen. Dan denk ik aan de tijd dat ik nog jong en heel lenig was. Maar in het echt… maak ik liever een rustig ritje in het maanlicht. Dat doet de oude Sint nog wel goed.

Nu begrijpen jullie, dat ik dus de heilige Sint Nicolaas ben. Ik draag de kleren van een bisschop. Al mijn kleren hebben ook een betekenis. Dat zal ik jullie een beetje uitleggen.

Wat misschien wel het meeste opvalt is mijn mijter. Die draagt de paus ook. Hij is rood en er staat een groot kruis op, meestal van goud. Dat is omdat ik heel veel van God houdt.

En zonder staf voel ik mij niet compleet. Mijn staf lijkt op een herdersstaf. Je zou een bisschop, en mij dus ook, kunnen vergelijken met een herder, die heel goed op zijn schapen past. Ik moet als bisschop goed op de mensen passen. Mijn staf is gemaakt van koper of goud.

Als onderkleed draag ik een albe, van wit linnen. Dit betekent dat ik goed en netjes ben. Misschien kennen jullie dit wel van de priester of de misdienaars in de kerk. Zij hebben zo’n zelfde kleed aan als ik. De albe wordt rond het middel, om mijn buik heen, vastgebonden met een koord, dat noemen we een cingel. Dit betekent dat ik verbonden ben met God.

Om mijn hals draag ik een stola. Dit is een lange smalle strook stof. Het betekent dat jullie mij kunnen vertrouwen. Mijn rode mantel lijkt ook op de kleding van een priester. Dat noemen we een koormantel. En dan draag ik nog een ring, een heuse bisschopsring en een borstkruis. Die heb ik gekregen toen ik bisschop werd. Daar ben ik heel zuinig op.

Lieve kinderen, nu heb ik heel veel over mijzelf verteld. Misschien wisten jullie al heel veel, maar ik hoop dat ik jullie ook nog nieuwtjes heb geschreven in deze brief.

Ik wens jullie een heel fijne tijd toe, tot aan mijn feest. En dan is het ook nog Advent. Een tijd waarin we wachten op de geboorte van Jezus. Het is dan ook niet toevallig dat we de laatste tijd steeds praten over ‘wachten en verwachten’. Ik wens jullie veel plezier met de liedjes, de pepernoten en de cadeautjes. En daarna wachten en dromen dat Jezus met Kerstmis zal komen. Ik hou veel van jullie allemaal,

Hartelijke groeten,

Sint Nicolaas, bisschop van Myra

Bron: vgl. ‘Het Licht op ons pad’; http://www.hetlichtoponspad.com/home

Neuroloog ontwaakt uit coma: ‘De hemel bestaat echt’

Door: Robin de Wever

Bewijzen bijna-doodervaringen dat ons het overlijden iets te wachten staat? Neurochirurg Eben Alexander dacht beter te weten, totdat hij zelf op het randje van leven en dood balanceerde. Nu verkondigt hij stellig: de hemel bestaat.

Eben Alexander

Hij kende de verhalen over bijna-doodervaringen. Wist ook dat ze neurologisch heel plausibel te verklaren zijn: wie bijna het leven laat en ‘terugkomt’ met een wonderlijke getuigenis, heeft een prachtige hallucinatie beleefd. Die theorie is goed gedocumenteerd, schrijft Alexander deze week in het Amerikaanse tijdschrift Newsweek. Vandaar ook dat hij niet in God geloofde: hij wilde wel, maar wist beter. Een infectie met de E. coli-bacterie zorgde er uiteindelijk voor dat hij zijn visie radicaal herzag. Terwijl de bacterie zijn hersenen aanvrat, lag Alexander lag zeven dagen lang in een coma. Tijdens die sluimerperiode overkwam hem het schijnbaar onmogelijke. Hoewel zijn hersenschors volgens metingen op stand-by zou hebben gestaan en iedere vorm van bewustzijn uitgesloten leek, beleefde hij een avontuur waarbij hij naar eigen zeggen klaarwakker was.

Lees hier verder…

Bron

Pater Daniël Maes in Syrië: Verslag vrijdag 11 – vrijdag 18 oktober 2013

Deir Mar Yakub, Qâra, Syrië, 18-10-2013.

Door Pater Daniël Maes

pater Daniël Maes in Syrië Verslag vrijdag 11 – vrijdag 18 oktober 2013

Een aangenaam familiebezoek zoals voorheen.

Omdat het kouder wordt moeten overal de kapotte glasramen hersteld worden. Hiervoor is op vrijdag een man gekomen uit een naburig dorp. Hij bracht meteen zijn vrouw en twee kleine kinderen mee. Man en vrouw schijnen met dit klooster van af het begin goede relaties te hebben, al heb ik hen nooit eerder ontmoet. Terwijl de man zijn werk doet, komen de vrouw en de twee kleine kinderen mee naar de eucharistie. Ze zijn christen. Op het einde van de mis komt ook de man vragen om de hl. Communie te ontvangen. En na de mis vragen ze om het jongetje te zegenen en te bidden om genezing want het heeft een letsel aan zijn voetje. Onze twee meisjes van 10 j doen natuurlijk niet liever dan enthousiast voor die twee kleine kinderen te zorgen. ’s Middags zitten we allen aan tafel en wordt er verteld. De ouders zeggen dat de toestand in het dorp ondertussen bijna normaal is. Ook economisch verbetert het leven. Sommige prijzen zijn nog viermaal hoger dan voor de oorlog, maar de regering neemt vele maatregelen om de bevolking tegemoet te komen. Brood en de basisvoeding is terug zoals vroeger, dus spotgoedkoop. Ook voor de kleding zijn er gunstmaatregelen zodat mensen zich kunnen bevoorraden met warme kledij. En het bezoek van deze familie geeft een herinnering aan de vrije en hartelijke wijze waarop we voor de oorlog met de plaatselijke bevolking dagelijks konden omgaan.

Laten we hier meteen bijvoegen dat we dinsdag 15 oktober een beetje feest gevierd hebben omwille we de hl. Theresia van Avila. Ze heeft samen met st. Jan van het Kruis de Carmel hervormd en in twee decennia tijd twintig kloosters gesticht over Spanje verspreid. Het is voor ons vandaag een gewone werkdag maar ’s avonds wordt er gefeest met sketches en dansen, waarbij de initiatiefnemers in aangepaste kledij verschijnen. De avond duurde dan ook langer dan gewoonlijk.

Een grootse en dramatische onderneming voor gans Syrië

Voor zondag 13 oktober heeft paus Franciscus in het kader van het jaar van het geloof, een “dag van Maria” uitgeroepen om de wereld nogmaals toe te wijden aan het Onbevlekt Hart van Maria. Het Mariabeeld van Fatima zal uitzonderlijk naar Rome gebracht worden. Van mei tot oktober 1917 verscheen O.L. Vrouw in Fatima aan drie kinderen, Lucia, Francesco en Jacinta om de wereld te waarschuwen en aan te sporen tot bekering, gebed en boete. We zijn nu bijna een eeuw verder en de wereld verkeert opnieuw in een verregaande goddeloosheid, moreel verval en sociale ontwrichting.

Terwijl we ons op deze dag van Maria goed hebben voorbereid, worden we plots gealarmeerd door de dramatische situatie van duizenden aan de rand van Damascus die door terroristen als menselijk schild worden gebruikt en die nu van alle voorzieningen dreigen afgesloten te worden. Daarom besluiten we ons gebed uit te breiden met een nachtaanbidding, ook van zaterdag tot zondagmiddag. Ziehier een verslag van de gebeurtenissen uit eerste hand.

Zaterdag 12 oktober. Om 11.00 begeven moeder Agnes-Mariam en zr. Carmel zich naar Muadamiyet-al-Cham aan de rand van Damascus, samen met een hulpploeg van de Rode Halve Maan, de minister van sociale zaken, mevr. Kinda al-Chammat en het leger. Boven de bogen die toegang geven tot de stad hebben 12 scherpschutters post gevat. Moeder Agnes-Mariam neemt resoluut een witte vlag en stapt samen met zr. Carmel naar een veertigtal leiders van de gewapende groepen die hier duizenden mensen als menselijk schild hebben gegijzeld om het leger te beletten op te treden en ze dreigen er nu mee de bevolking van alle hulp af te snijden. Er ontstaat een onbeschrijfelijk tumult, er wordt geschoten en een roept: “Hier komt ge niet meer levend uit”. Moeder Agnes-Mariam zegt tot zr. Carmel: “Laten we bidden” en ze beginnen de naam van Jezus aan te roepen. Plots wordt het stil en kan er gepraat worden en onderhandeld over de vrijlating. Pas om 16.00 u worden de mensen vrij gelaten, sommigen zijn verstijfd van de schrikt, de kinderen zijn erg verzwakt. Soldaten kussen oudere mensen uit eerbied op hun voorhoofd. Mensen omhelzen moeder Agnes-Mariam. De meest verzwakten worden naar ambulances gebracht, de anderen stappen in autobussen. Ze worden naar een school in Damascus gebracht waar gouverneur Hussein Khallouf voor de nodige verzorging en hulp zorgt. Ze zijn ook hun identiteitskaarten kwijt. 2000 personen zijn bevrijd. Morgen moeten er nog 1500 bevrijd worden en een groep van 80 gekidnapte soldaten. Verder moet er onderhandeld worden met hen die de wapens willen neerleggen. De terroristen houden evenwel twee personen gegijzeld. Op de terugweg zijn er nog allerlei wegversperringen vanwege het nationale leger, vanwege het vrije leger en vanwege terroristen. Daar worden nog eens 12 personen in gijzeling genomen waarvoor weer nieuwe onderhandelingen nodig zijn voordat ze vrij komen.

Zondag 13 oktober. Vandaag zijn nog eens 1500 mensen bevrijd, wat rechtstreeks op tv getoond werd. We zien erg emotionele beelden. In de berichtgeving wordt vermeldt dat Fadia Laham (= moeder Agnes-Mariam) de algemene coördinatie had. Ze rekent er op dat Muadamiyet-al-Cham een voorbeeld wordt van onderlinge vredesregelingen die voor heel Syrië kunnen gelden.

Maandag 14 oktober. Grote moeilijkheden. Deze operaties zijn vol risico’s die niet iedereen wil nemen. Er komen ook misverstanden met de minister. Ondertussen blijft het vragen regenen van hen die gegijzeld zijn om hen ter hulp te komen. In deze streek zijn massaslachtingen gebeurd, waaraan Fransen hebben deelgenomen en die als slecht voorbeeld hebben gediend voor andere streken in Syrië. Hier zijn de meest fanatieke terroristen actief. Toch zijn er ook terroristen die wenend naar moeder Agnes-Mariam komen en zeggen dat ze zich aangesproken en erkend voelen.

Dinsdag 15 oktober.De toestand verbetert en er is vooruitzicht op een bevrijding. De minister geeft haar volle steun aan moeder Agnes-Mariam en zegt zelfs dat de Syrische regering haar wil onderscheiden met de medaille van “Vrouw van de Vrede”.

Woensdag 16 oktober.Er staan 35 autobussen, tien ambulances en een dertigtal vrijwilligers klaar om tussen de 1000 en 2000 mensen te evacueren. Moeder Agnes-Mariam en zr. Carmel gaan op weg en zijn al onder de bogen gestapt die toegang geven tot de stad, wanneer 200 meter verder een bom valt en verschillende kinderen verwondt. Het leger doet iedereen terugkeren. De autobussen en ambulances vertrekken. Er vallen meerdere obussen. Het was een valstrik van de terroristen die wilden infiltreren om de aanwezige generaals te doden. Het leger was evenwel op de hoogte en voorbereid. De vrijlating ging echter niet door. Moeder Agnes-Mariam blijft in contact met de terroristen om te onderhandelen over een overgave. Syrische strijders die hun wapens neerleggen en zich overgeven krijgen een vrijgeleide en mogen naar hun familie terugkeren.

Syrië op weg naar zijn bevrijding

Omdat een buitenlandse militaire inval onmogelijk is, trachten voorlopig tienduizenden nog het land verder uit te moorden en te verwoesten. Toch wordt het voor vriend en vijand steeds duidelijker dat het Syrische volk en leger de strijd tegen zijn samenzweerders aan het winnen is, zoals de minister van defensie Fadh Jassem al-Freij het zei. Er is reden om de soldaten te danken en te eren om hun moed. Dit gebeurt ook op verschillende plaatsen. We zijn bevriend met enkele jongeren die als gewone miliciens hun legerdienst doen en regelmatig moeten meemaken dat een van hun makkers is omgekomen. Ook voor de gewone miliciens is hun legerdienst nu een grote opoffering. Inmiddels wordt ieder feest als gelegenheid aangegrepen om massaal Arabische zoetigheden te bakken en uit te delen aan de behoeftige gezinnen en kinderen. De Syrische bevolking wordt uitgenodigd zoveel mogelijk terug te keren en op alle niveaus worden er inspanningen gedaan om het lijden van de bevolking te verzachten.

Syrië heeft vroeger zijn onafhankelijkheid bewaard tegenover het westers imperialisme en zovele zinloze internationale verplichtingen afgewezen, door de ‘nieuwe wereldorde’ uitgevonden en opgelegd, om uiteindelijk de soevereiniteit van het land te ondermijnen. Syrië is daar nooit ingetrapt: milieubelasting, taxen op iedere vorm van arbeid en productie, op iedere vorm van energie… Al lieten de persoonlijke vrijheden op politiek vlak voor de oorlog heel wat te wensen over, het leven was erg goedkoop, erg veilig en harmonieus. De vrijheid en gastvrijheid die wij hier voor de oorlog hebben genoten, is al vele decennia in geen enkel westers land meer denkbaar. Alles wijst er op dat het land geleidelijk zal herrijzen. Het belang hiervan mogen we vergelijken met het belang van de bevrijding van het joodse volk uit Egypte. In het midden van de 13e eeuw voor onze tijdrekening heeft Mozes het volk van Israël uit de slavernij van Egypte weggeleid om het na een lange tocht doorheen de woestijn als “Gods Volk” naar het beloofde land te brengen. Deze uittocht werd de belangrijkste gebeurtenis uit de geschiedenis van Israël en tevens het oerbeeld van iedere bevrijding. Jezus Christus, de Messias van Israël, Zoon van God en Redder van de wereld heeft als de nieuwe en definitieve Mozes deze bevrijding in haar diepste betekenis vervuld door zijn kruisdood en verrijzenis. Dat is althans ons geloof. En wij geloven en vertrouwen dat Hij ook nu de uiteindelijke Bevrijder wil zijn van Syrië.

Pater Daniël Maes (74), norbertijn van Postel en afkomstig van Arendonk, woonachtig in het zesde eeuwse klooster Ma Yakub in Qâra, gelegen op 90 km van Damascus. In Syrië zijn er 2,4 miljoen christenen op 24 miljoen inwoners. Een verre droom van de Vlaamse norbertijn Maes is om van het klooster Mar Yakub een tweede Taizé te maken, dicht bij de bronnen van het christendom, in dialoog met joden en moslims.

Met dank aan Zr Lucienne voor de toezending per email

Pater Daniël Maes in Syrië: verslag van 4 oktober – 11 oktober 2013

Deir Mar Yakub, Qâra, Syrië, 11-10-2013.

Door Pater Daniël Maes

pater Daniël Maes in SyriëVerslag vrijdag 4 – vrijdag 11 oktober 2013

Kardinaal Jean-Louis Tauran zegt dat de christelijke gemeenschap wereldwijd het meest vervolgd wordt. Hij noemde het getal van 100 tot 150 miljoen christenen, vervolgd omwille van hun geloof. Ook in Syrië, eens het model van verdraagzaamheid en godsdienstvrijheid, gaan moorden op christenen verder. In Al-Tabqah werd de christen Ninar Odisho op 23 sept. samen met enkele moslimvrienden aangehouden. Zijn vrienden werden vrijgelaten en hij werd dood geslagen. Denken we aan de recente aanval van al-Nousra strijders tegen Maaloula, een parel onder de christelijke dorpen in Syrië, waar nog de taal van Jezus leeft. Moslimlanden over heel de wereld aarzelen niet om harde eisen te stellen die de islam moeten respecteren. Omgekeerd komt er vanuit het christelijke Westen nauwelijks enige aandacht en nog minder daadwerkelijke steun voor de vervolgde christenen.

Een groeiende bewustwording. In verschillende landen groeit er een bewustwording. Kemal Kilicdaroglu, voorzitter van de Turkse republikeinse volkspartij zegt onomwonden dat Turkije een land is dat terrorisme uitvoert. Moncef Marzonki, de Tunesisch president, zegt dat er tussen de 5 à 800 jongeren uit zijn land naar Syrië trekken om er te vechten. En dan vergeet hij nog de meisjes en vrouwen te vermelden die naar hier gestuurd worden om de terroristen te plezieren en aan te moedigen. En in Frankrijk is er het merkwaardige manifest van de “Sentinelles de l’Agora”, vanwege hogere officieren en generaals van de drie afdelingen van het leger, die de regering waarschuwen. Zij willen geen ontmanteld leger dat een marionet wordt in dienst van een ideologie van politici. Zij willen het land verdedigen als er chaos is, zoals het Syrische leger zijn volk en land verdedigt tegen een internationaal terrorisme.

En dan deze spectaculaire omwenteling. Het ziet er naar uit dat Amerika niet verder het knechtje zal blijven dat de plannen, door Israël gemaakt om het M.O. te ontwrichten, moet uitvoeren. Amerika als de gewapende arm in dienst van Israël is voorbij. Aldus Mark Glenn in een meesterlijke analyse (US waking up to threat of Israel, presstv.ir, 3/10/13). Een jaar lang werd de wereldopinie voorbereid op een militaire inval in Syrië, indien er chemische wapens gebruikt werden. Een onderzoekscommissie van de UNO wordt naar Damascus gestuurd. Onder hun neus wordt een vrij omvangrijke gifgasaanval uitgevoerd door rebellen met steun van de gespecialiseerde diensten van het buitenland. Deze wordt onmiddellijk in 35 professionele video’s de wereld rondgestuurd. Israël fabriceert een zogenaamd onderschept bericht van de Syrische regering, dat voor Amerika het ultieme bewijs van de schuld van Syrië moet leveren. En Amerika marcheert. Nog voordat de onderzoekscommissie enige waarneming heeft kunnen doen beschuldigt Obama Syrië van een aanval met chemische wapens op eigen burgerbevolking en stuurt een oorlogsvloot richting Syrië. O ja, de president herinnert zich plots zijn eed op de constitutie. Hij zal dus het Congres raadplegen. Ondertussen is er de ontmoeting van de G 20 en een vastberaden Putin kijkt Obama recht in de ogen en zegt hem: “Doe het niet mr. de president!’ De wereld begrijpt nu dat Syrië aanvallen zo veel betekent als Rusland aanvallen. Ze weten dat de Russische beer weer vrij rondloopt en tanden heeft. Benjamin Netanyahu (“Nutty Netti”) blijft echter bezeten van een oorlog in het Midden Oosten omdat deze “voor het overleven van de Zionistische club even belangrijk is als het bloed voor vampiers”. En plots belt Obama de nieuwe Iraanse president Rouhani op om te zeggen dat er diplomatiek tussen de twee landen misschien toch wel iets te regelen is, nadat er 34 jaar geen enkel rechtstreeks contact was. Netanyahu, de man met honderden atoombommen (naast een massa chemische én biologische wapens!) en een apocalyptische droom om heel de regio in vuur en vlam te doen opgaan, is razend omdat “een Amerikaans president van Afrikaanse afkomst ‘neen’ gezegd heeft op zijn Zionistische oorlogsplannen tegen Syrië, Iran en zelfs Rusland”. Netanyahu staat nu voor heel de wereld te kijk en hij heeft geen mogelijkheid meer om Amerika in te zetten voor een oorlog “in de hemel, in de hel of ergens tussenin”. Het goede is dat Amerika zich bewust wordt van het werkelijke gevaar dat van de Israëlische politiek uitgaat. Als het Amerika blijft opjagen zouden de VS wel eens Israël als hun volgende doelwit kunnen kiezen en voor goed een einde maken aan de Zionistische overheersing.

De gigantische gemanipuleerde mediamachine begint te sputteren. In de westerse media verschijnen geleidelijk foto’s en verhalen over gruwelheden door de zogenaamde revolutionairen in Syrië begaan. Het doek wordt van de façade getrokken en het ware gelaat van de zogenaamde democratische beweging, de volksopstand, de onderlinge burgeroorlog komt te voorschijn. Beelden en nieuwsberichten die 2,5 jaar lang deskundig werden geheim gehouden komen in de openbaarheid. Ze tonen de meest onwaarschijnlijke barbaarsheden van de takfiristen, jihadisten, criminelen, psychopaten, gedrogeerde beulen, kindermoordenaars, verkrachters. De fameuze Jeanine Pirro toont op 12 september op FoxNews voor heel Amerika overtuigend aan hoe Obama Al Qaida aan het helpen is om Syrië uit te moorden en te verwoesten. Sindsdien spreken ze in Amerika van de “jihadisten van Obama”. Steeds meer nieuwszenders en journalisten trekken naar Damascus om Bachar al Assad te interviewen. Bovendien schijnen zelfs politici zich klaar te maken om op hun pantoffels naar de president te komen en te vragen hoe zij kunnen helpen om de opmars van de jihadisten te stoppen. De president spreekt waardig en goed gedocumenteerd, zoals hij vanaf het begin heeft gedaan, maar nu wordt er plots naar hem geluisterd. Syrië vecht tegen een internationaal terrorisme. Er zijn hier tienduizenden strijders, waarvan 80 % verbonden met al Qaida. Ze zijn afkomstig uit niet minder dan 80 landen. De politiek van het westen geeft al tien jaar de volle steun aan al Qaida, zo maakt hij duidelijk.

De gifgasaanval in Ghouta was bedoeld om als voorwendsel te dienen voor een massale militaire inval in Syrië. Dit is mislukt. De vernietiging van de chemische wapens kwam er voor in de plaats. Niettemin moeten alle mysteries rond die vrij omvangrijke en gruwelijke slachting in het licht komen. Indien de onderzoekscommissie van de UNO geen rapport kan of wil maken dat onpartijdig is zal Rusland dit doen. Het is onaanvaardbaar dat zulk een menigte mensen en kinderen op die wijze worden misbruikt en afgemaakt, terwijl de schuldigen in stilte zouden verdwijnen. Verder is de vernietiging van de chemische wapens in Syrië voor Rusland en anderen nu een gelegenheid om te eisen dat alle chemische wapens wereldwijd onder internationale controle worden geregistreerd en vernietigd.

Syrië is plots in onze Vlaamse nieuwsberichten totaal afwezig, terwijl er nu juist zoveel nieuws is. Onze zelfverklaarde Midden Oosten specialisten die “de ontwikkelingen in Syrië op de voet volgen” hebben tot heden slaafs het voorgeschreven draaiboek afgelezen en beginnen te vermoeden dat de werkelijkheid precies tegenovergesteld is. Zijn ze van ontgoocheling in hun zetel in slaap gevallen? Wat zou het een weldaad zijn indien een van hen nu de moed zou kunnen opbrengen om te spreken en te zeggen: mensen, we hebben ons laten misleiden door een gigantische, gemanipuleerde mediamachine op een wijze die we ons voorheen niet konden voorstellen.

Pater Daniël Maes (74), norbertijn van Postel en afkomstig van Arendonk, woonachtig in het zesde eeuwse klooster Ma Yakub in Qâra, gelegen op 90 km van Damascus. In Syrië zijn er 2,4 miljoen christenen op 24 miljoen inwoners. Een verre droom van de Vlaamse norbertijn Maes is om van het klooster Mar Yakub een tweede Taizé te maken, dicht bij de bronnen van het christendom, in dialoog met joden en moslims.

Met dank aan Zr Lucienne voor de toezending per email

Pater Daniël Maes in Syrië, Verslag 27 september – 4 oktober 2013

Deir Mar Yakub, Qâra, Syrië, 4-10-2013. Verslag van 27 september – 4 oktober 2013

Door Pater Daniël Maes

pater Daniël Maes in Syrië

Extra gebed … totdat er vrede is in Syrië. We hebben een min of meer vast ritme gevonden met elke dag vrije doorlopende aanbidding. Op donderdagavond wordt er nachtaanbidding gehouden van 21.00 u tot vrijdagmiddag.Door Pater Daniël Maes

Tot heden zijn we nog veilig en ongedeerd.Wel worden de meest strikte veiligheidsregels onderhouden, dag én nacht. Hoe we dat doen zullen we na de oorlog wel vertellen. We worden nog steeds omringd door vele en zwaar bewapende bebaarde geburen en kunnen dus niet voorzichtig genoeg zijn. Het is soms echt beangstigend. Zowel het dorp aan de ene kant als het Anti Libanongebergte aan de andere kant zit vol. Zo wordt er af en toe flink gevochten zowel rechts als links naast het klooster. Dan davert de grond en trilt de lucht. Meer hinder hebben we voorlopig niet. We verwachten dat onze streek zowat de laatste zal zijn die grondig gezuiverd zal worden.

Eensgezindheid over vernietiging van Syrische chemische wapens? Syrië heeft het verdrag van de OPCW getekend (Organisation for Prohibition of Chemical Weapons) en de resolutie 2118 werd eensgezind aangenomen. Automatische sancties bij niet nauwkeurige naleving werden afgewezen. Rusland heeft in de rand van de 68e Algemene Vergadering van de UNO wel laten verstaan dat deze resolutie nu ook telt voor de oppositie (die de eigenlijke gifgasaanvallen in Syrië tot heden heeft uitgevoerd). En Syrië maakt duidelijk dat nu Israël over de brug moet komen met zijn massavernietigingswapens (chemische, biologische én nucleaire!) S. Lavrov zegt dat een crisis opgelost moet worden met “beschaafde” politieke en diplomatieke middelen. Dat is, voor wie het niet verstaat, het tegendeel van wat uit het westen komt: uit puur eigenbelang wordt een staatshoofd eerst als duivel afgeschilderd en dan trachten ze hem uit te schakelen. Minister Wallid al-Moallem zegt dat Syrië klaar is voor Genève 2, voor een open dialoog, niet om de macht over te dragen aan gelijk wie. Hopelijk komt het westen zijn beloften na en zorgt het dat “de oppositie” ook echt deelneemt. Ambassadeur al-Jaafari veegt ondertussen de Franse minister de mantel uit omdat hij in de gebouwen van de UNO een vergadering belegt met de oppositie om het geweld in Syrië aan te moedigen in plaats van een diplomatieke oplossing te steunen. Frankrijk schijnt af en toe graag een buitenbeentje te zijn. Ze hebben zelfs een bisschop die in zijn oordeel over Syrië de trappers kwijt is (die van Angoulème). Van de situatie in Syrië kent hij niets. Het volk, de christenen, bisschoppen en patriarchen hier interesseren hem niet, hij gelooft blindelings de drogredenen van het westen en wil een militaire interventie. Een bisschop is aangesteld om leiding te geven aan “het volk Gods onderweg”, niet om “het volk Gods op hol” te brengen.

Een ‘nieuw Midden Oosten’, bedoeld om uiteen te spatten in etnische groepen die elkaar blijven bestrijden. Dat lijkt het doel te zijn van de wereldheersers, aldus de oosterse patriarchen die vrijdag vergaderden in de zetel van het maronitisch patriarchaat te Bkerké (Libanon). De Chaldeeuwse patriarch Louis Raphaël Sako zegt dat ze van Irak hiervan het model gemaakt hebben als een oefenterrein. Er zijn nog nauwelijks 1/3e van de 1,5 miljoen christenen over en de uittocht blijft verder gaan. En de maronitische patriarch, kardinaal Boutros Bechara Raï, zegt dat de Arabische lente een massaslachting en verwoesting geworden is. Hij zal met een boodschap naar de paus gaan samen met de vertegenwoordigers van de orthodoxe kerk.

Christenen zijn wel degelijk het doelwit, al zijn zij niet de enigen. De Takfiri, de soennitische extremisten, willen alles en allen uitroeien die niet met hun leer overeenkomen. De alevieten en sjiieten zijn de ergste “ketters”, en de anderen, de christenen, druzen…hebben volgens hen niet eens het recht om te bestaan.

Driedaagse van de Nationale Media Werkgroep in Damascus. Deze vond plaats in aanwezigheid van Libanese, Egyptische, Iranese en Jordaanse journalisten. Minister van informatie Omran al-Zoubi benadrukte nogmaals dat er in Syrië geen eigenlijke burgeroorlog of etnisch conflict heerst. Hij onthulde het Amerikaanse-Zionistische plan dat opgezet werd nadat de Libanese weerstand in 2006 Israël had verslagen. Toen werd besloten Syrië te ontwrichten.

Toch gaat de oorlog verder… Het plan om Syrië te ontwrichten en de regering omver te werpen is mislukt. De eenheid van het volk, van het leger en van de regering is sterker dan ooit. De “openbare opinie” moet de (voorlopige) overwinning van Syrië erkennen, ondanks de barbaarse moorden en verwoestingen van de rebellen, de herhaalde bombardementen van de Zionisten, de massale steun van de wahabitische monarchieën en de monsterlijke medialeugens van het westen. Rusland heeft diplomatiek onbetwist de leiding en verdient ze ook. Iran speelt volop mee. De verschijning van een president als waardig staatsman slaat de westerse media met verstomming. Maar… de gruwelen in Syrië gaan verder. De wereldheersers blijven de zogenaamde “democratische krachten” onverminderd steunen, al ziet heel de wereld dat het in feite een massa psychopaten zijn die hele dorpen blijven uitmoorden, een cultuur en patrimonium van duizenden jaren oud blijven verwoesten en het dagelijkse leven van de nog resterende bevolking verlammen.

Het positieve perspectief In de huidige ellende richten we onze blik naar het positieve perspectief, nl dat de Syrische crisis een grondige verandering in heel de wereldpolitiek bewerkt, waarbij het westen zijn barbarij inziet en afzweert en de volken terugkeren naar hun eigenlijke “ziel”, door hun eigen wortels en waarden te herwaarderen. De bezielde jongeren in Frankrijk (van de “Manifestation pour tous” en de “wakers”, die over heel het land blijven groeien) kunnen een voorbeeld zijn voor andere landen. Zij verwerpen o.m. de afbraak van de universele (christelijke) waarden en van het gezin. Dictaturen hebben altijd het gezin willen vernietigen om de maatschappij naar hun willekeur te kunnen “kneden”, zoals nu ook nagenoeg alle westerse “democratische” dictaturen doen. Ondertussen is Syrië met grote vastberadenheid bezig aan zijn eigen heropbouw en herstel, waaruit een hernieuwd land en volk zullen opstaan, met meer persoonlijke politieke vrijheden en met het behoud van de grote onderlinge harmonie en gelijkheid voor allen. Hopelijk ontdekt het westen ooit eens in Syrië de rijkdom van het gezinsleven als bron van vreugde, welvaart en veiligheid. Zo hebben we het voor de oorlog ten overvloede zelf kunnen ervaren.

Pater Daniël Maes (74), norbertijn van Postel en afkomstig van Arendonk, woonachtig in het zesde eeuwse klooster Ma Yakub in Qâra, gelegen op 90 km van Damascus. In Syrië zijn er 2,4 miljoen christenen op 24 miljoen inwoners. Een verre droom van de Vlaamse norbertijn Maes is om van het klooster Mar Yakub een tweede Taizé te maken, dicht bij de bronnen van het christendom, in dialoog met joden en moslims.

Met dank aan Zr Lucienne voor de toezending per email