Transgender vanaf de geboorte

Duitsland heeft de primeur van datgene waarvoor sceptici
mij altijd gehoond hebben als ik zei dat er ingegrepen wordt
in het IVF proces. Mijn ideeën zouden simpelweg niet
uitvoerbaar zijn. In Duitsland kun je er nu echter voor
kiezen om je kind qua geslacht ergens in het midden te laten
zweven. Ik heb al in meerdere artikelen aangegeven dat deze
transgender ideologie een bewuste agenda is van de New
World Order en nu bericht zelfs de Main Stream Media
hierover.
Ook zegt het Katholieke Nieuwsblad het volgende [citaat]
Emeritus-Paus Benedictus heeft in een profetische toespraak gewezen
op de agenda achter deze ontwikkelingen: door middel van
een gender-ideologie, die ontkent dat seksualiteit deel
uitmaakt van een voorgegeven orde, probeert een
wereldwijde elite een nieuwe orde in te voeren, waarmee zij
op de eerste plaats haar eigen machtspositie verzekert.

Pastoor Geudens in kerk Bunde 2008

De Kerk is veel meer dan… dat

Water is in het katholieke geloof een belangrijke metafoor. Denk alleen maar eens aan het indrukwekkende sacrament van de doop.

Het thema water speelt ook een rol in het beroemde visioen van Don Bosco (1815-1888) dat mij altijd enorm inspireert. Don Bosco was in woord en geschrift een hartstochtelijk verdediger van de katholieke leer en het gezag van de paus. Tijdens een visioen zag hij de Kerk als een groot schip op het water. Dit schip wordt van alle kanten beschoten door kleine bootjes. Net op het moment dat het er op leek dat de machtige Kerk aan flarden werd geschoten, doemen er uit zee twee grote zuilen op. Op één pilaar staat een Mariabeeld en op de andere staat een reusachtige Hostie. Door zich aan deze twee zuilen vast te kampen, weet de Kerk op indrukwekkende wijze overeind te blijven. De gedachte aan dit fraaie visioen versterkt onze geloofsovertuiging in een tijd dat de Kerk het opnieuw moeilijk heeft om het hoofd boven water te houden. Maar ik geloof ook in woelige tijden voor honderd procent in de overleving van de Kerk.

Mensen denken door mijn uitstraling wel eens dat mijn geloof inhoudelijk modern van aard is. Niets is echter minder waar, mijn geloofsovertuiging is ronduit orthodox. Ik geloof dat Christus in de Eucharistie en de heilige Hostie werkelijk aanwezig is. De Kerk wordt door vaak ten onrechte gedegradeerd tot een instituut van normen en waarden. Maar de Kerk is veel meer dan dat… Iedere morgen als ik opsta, besef ik steeds opnieuw dat God mij leidt, dat God ons leidt. God is altijd aanwezig; zelfs als het verschrikkelijk stormt…

Vgl. bron Ontmoet Bunde, SGL, 2008, blz 47.

9 februari: Zalige Anna Catharina Emmerich

Zalige Anna Catharina Emmerich

De schrijver Clemens Brentano bezocht Anne op haar ziekbed. Zij zei dat zij hem had gezien in een visioen en vroeg hem een geschreven verslag te maken van de openbaringen die zij had gekregen. Hij vertaalde de openbaringen van Annes Westfaals dialect naar het algemeen Duits. Deze werden in 1833 gepubliceerd als het Smartelijke lijden van Onze-Lieve-Heer volgens de meditaties van Anna Catherina Emmerich. Dit boek is een bijzonder controversieel werk omdat het materiaal bevat dat extreem gewelddadig is en door sommigen, zowel Joden als niet-Joden, als antisemitisch wordt beschouwd. Het werd door Mel Gibson onder meer gebruikt bij het scenario van de gewelddadige passiefilm The Passion of the Christ uit 1994. In 1852 volgde Het leven van de Maagd Maria en het driedelige Leven van Onze-Lieve-Heer van 1858 tot 1880. De werken waren verhalend van vorm en zouden velen inspireren. Een Nederlandstalige heruitgave in HTML en PDF, van de hierboven genoemde werken, zoals vertaald en becommentarieerd door pater Pacifiek Declercq, met de naam “Emmanuel”, staan sedert midden 2012 op het internet.
Sceptici verklaren haar gedrag vanuit de psychoanalyse en vermoeden een psychosomatische grond bij het krijgen van de stigmata. Haar heiligheid zou slechts opgezet spel zijn geweest en achter haar verering scholen politieke intriges van de Kerk.
Verering
Haar canonisatie werd formeel ingeleid op 14 november 1892. Door aanklachten over het verbreken van haar kuisheidsgelofte werd het onderzoek stopgezet op 30 november 1928. De aanklachten bleken echter vals en het onderzoek werd heropend op 18 mei 1973. In 2004 werd zij zalig verklaard door paus Johannes Paulus II. Haar feestdag is op 9 februari.

Shine, Jesus, shine

Tekst:
Lord the light of Your love is shining. In the midst of the darkness, shining. Jesus, Light of the world, shine upon us. Set us free by the truth You now bring us. Shine on me, Shine on me.

Shine, Jesus, shine. Fill this land with the Father’s glory. Blaze, Spirit, blaze, Set our hearts on fire. Flow, river, flow. Flood the nations with grace and mercy. Send forth Your Word, Lord And let there be light.

Lord, I come into Your awesome presence. From the shadows into Your radiance. By the blood I may enter Your brightness. Search me, try me, consume all my darkness. Shine on me, Shine on me.

Herhaling refrein (2x)

I have seen the new world Fr. Adam Skwarczynski

“I Have Seen the New World”. Duration 70 minutes.

A conversation about Christ’s Parousia with a Polish priest, Fr. Adam Skwarczyński, Doctor of Theology who is well versed in Christian spirituality. During the interview Fr. Adam highlights certain mystic visions as well as comments, facts and messages of contemporary visionaries pertaining to the divinely revealed knowledge of the future. It allows us to become better acquainted with impending events, preparing us for a radical change in our lives and the world around us as we know it. Fr. Adam also explains why some of the twentieth century saints expected a New Spring in the Church, i.e. a New Descent of the Holy Spirit. Very interesting.

13 januari: Veronika van Binasco

Zuster Veronika van Binasco

Afbeelding: Heiligenlexikon

Papst Leo X. bewilligte 1517 die Verehrung von Veronika Negroni als Selige.

Veronica Negroni war die Tochter armer, frommer Eltern; Gehorsam war ihr so sehr anerzogen, dass manche sagten, sie habe keinen eigenen Willen gehabt. Am liebsten war sie bei der Arbeit auf dem Feld alleine, um dabei ungestört beten zu können. So wuchs in ihr der Wunsch, sich den Augustinerinnen anzuschließen, aber sie konnte weder lesen noch schreiben. Mit großer Mühe versuchte sie zu lernen, dabei von Visionen der Maria ermutigt; schließlich wurde sie 1467 Jahren im Kloster Santa Marta in Mailand aufgenommen und war dort in der Hauswirtschaft und als Almosensammlerin tätig; die Arbeit nahm sie sehr ernst und achtete nicht auf Mahnungen, sich um ihrer angegriffenen Gesundheit willen zu schonen. Zunehmend versenkte sie sich in Betrachtungen des Lebens, Leidens und Sterbens Jesu Christi, der Gottesmutter und anderer Heiliger und erhielt von diesen Visionen ihrer Lebensumstände; dazu kamen Verzückungen, in denen sie das Leben Jesu und andere Geheimnisse schaute. Eine solche Vision ließ sie eine Reise nach Rom zu Papst Alexander VI. unternehmen. Anderen gegenüber bewahrte sie meist Stillschweigen, ihr Reden und Hören galt Gott, oft unter Tränen. Nach sechs Monaten Krankheit starb sie zur von ihr vorhergesagten Stunde. Veronikas Lebensgeschichte verfasste um 1523 der Dominikaner Isidor von Isolano. Ihre Gebeine lagen bis zu dessen Aufhebung in ihrem Kloster in Mailand und wurden dann in ihren Geburtsort übertragen.

Dieser Text stammt aus dem Ökumenischen Heiligenlexikon von der Webseite www.heiligenlexikon.de:  Diese hl. Jungfrau wird zu Mailand verehrt. Dort lebte auch um das J. 1523 ihr Biograph, der Dominicaner Isidor von Isolano. Ihr Geburtsort Binasco, eine Ortschaft in der Nähe von Mailand, wird ihrem Namen zur Unterscheidung von andern Heiligen d. N. auch im Mart Rom. beigesetzt. Obwohl von armen Eltern abstammend, genoß sie doch eine fromme und gottesfürchtige Erziehung; der christliche Unterricht, welchen sie eifrig besuchte und anhörte, gewann frühzeitig in ihrem Leben eine sichtbare Gestalt. Daß der Gehorsam besser sei, als Opfer, war ihr so klar, daß man hätte sagen können, sie habe keinen eigenen Willen gehabt, sondern immer nur das gewollt, was Gott, die Eltern und ihre Vorgesetzten von ihr verlangten. Sie mußte oft lange und angestrengt auf dem Felde arbeiten; sie that es am liebsten, wenn sie allein sein konnte, weil sie gewohnt war, während der Arbeit zu betrachten und zu beten. Dieser beständige Drang nach Einsamkeit und Beschaulichkeit, der sich überall einstellte, gab ihr bald die Ueberzeugung, daß sie zum Klosterleben berufen sei. So gern hätte sie deßhalb an irgend einer Pforte, am liebsten bei den Augustinerinnen zu Mailand, angeklopft und um Aufnahme gebeten, aber sie getraute sich nicht, denn die arme Jungfrau konnte ja weder lesen noch schreiben. Sie gab sich aber Mühe, es zu lernen, und fühlte sich wundersam getröstet, als ihr einmal im Traume die heil. Mutter Gottes erschien und sagte: »Es genügt schon, meine Tochter, wenn du nur drei Buchstaben kennst: der erste ist weiß und bedeutet die Reinigkeit, welche bewirkt, daß wir Gott mehr als Alles und Alles nur in Ihm und für Ihn lieben, der andere ist schwarz, und bedeutet das durch Andere zugefügte Leiden, das man mit Geduld und Ergebung tragen muß, der dritte ist roth und bedeutet die Betrachtung des Leidens und Sterbens Jesu Christi.« Endlich erlangte sie nach dreijährigem Zuwarten die Aufnahme und bewies sich ihrer in allen, auch den kleinsten und unscheinbarsten Dingen würdig. Für ihr armes Kloster sammelte sie täglich Almosen in den Straßen der Stadt. Gott verlieh ihr immer größere Gnaden, besonders in der beständigen Beschaulichkeit und Andacht. Sie sah das Leben, Leiden und Sterben Jesu, der Mutter Gottes und anderer Heiligen mit allen Nebenumständen der Orte und der Zeit, wie gegenwärtig. Daher ihr Stillschweigen zu Allem, was sie hörte und sah; sie redete immer nur mit Gott, oft unter den heißesten Thränen innigster Liebe. Der Arbeit oblag sie streng und ununterbrochen; mahnte man sie, sich zu schonen, so war ihre Antwort: »Man muß wirken, so lange man Zeit und Kräfte zur Arbeit hat.« Sie ließ davon auch bei krankem und schwächlichem Leibe nicht ab. Sie wurde vieler Verzückungen gewürdiget, in denen sie das Leben des Heilandes nebst vielen andern Geheimnissen schaute. Ihr seliges Ende traf nach sechsmonatlicher Krankheit zu der von ihr vorhergesagten Stunde am 13. Jan. des J. 1497 ein, im Alter von 42 Jahren, von welchen sie 13 Jahre im Orden zugebracht hatte. Schon Papst Leo X. bewilligte, daß sie im Kloster als Selige verehrt werde und Benedict XIV. befahl, ihren Namen ins Mart. Rom. einzutragen. Ihr Leib wurde bis zur Aufhebung des Augustinerinnenklosters in der Ordenskirche aufbewahrt, und wurde dann in ihren Geburtsort Binasco übertragen, wo er noch in Verehrung steht. (I. 887.)

Zaterdag 31 mei 2014 viering Vrouwe van alle Volkeren in de Nicolaaskerk

Samenkomst rondom de Vrouwe van alle Volkeren

In plaats van de gebedsdag die de afgelopen vier jaar plaatsvond in de Beurs van Berlage, zal er dit jaar op zaterdag 31 mei 2014 een bijzondere viering plaatsvinden ter ere van de Vrouwe van alle Volkeren, in de Nicolaaskerk, tegenover het Amsterdam CS.

De datum van 31 mei is belangrijk voor de Vrouwe van alle Volkeren, en omdat deze dag dit jaar op een zaterdag valt, een week voor Pinksteren, willen we Maria juist dan eren.

Bron: www.vvav.org/samenkomst-rondom-de-vrouwe-van-alle-volkeren/

Sint Nicolaas (catechese groep 7 en 8)

Sint Nicolaas van Myra, naamgever van de kerk.
Sint Nicolaas van Myra (Photo credit: Wikipedia)

Vol verwachting klopt ons hart

Als je in oktober in Nederland een supermarkt binnenloopt, dan zie je al een hoop typische Sinterklaaslekkernijen in de rekken liggen: pepernoten, marsepein, schuimpjes en speculaas. Elk jaar weer vieren we in Nederland de aankomst van Sint Nicolaas op grootse wijzen. Ieder jaar bekijken meer dan een half miljoen mensen via de televisie live de intocht van de goedheiligman als deze zijn eerste voetstappen zet op Nederlandse bodem. Het Nederlands Centrum voor Volkscultuur hield in 2010 onder Nederlanders een enquête voor het samenstellen van een ‘Traditie-top-100’. Op nummer één kwam pakjesavond te staan.

Maar wie is nu Sint Nicolaas? Wat weten we van hem en waarom wordt hij als heilig vereerd?

Sint Nicolaas, wie kent hem niet?

Nicolaas werd geboren rond het jaar 270 in de plaats Patara in Turkije. Hij groeide op als enig kind in een christelijk en rijk gezin. Zijn vader heette Epiphanus en zijn moeder Johanna. Zij ouders gaven hem de naam Nicolaas. Zijn naam betekent: ’overwinnaar van het volk’. Hij zou het volk gaan overwinnen door het een nieuw geloof te verkondigen, namelijk het geloof in Christus en een leven na de dood.

Al jong werd hij wees, en erfde hij van zijn ouders een fortuin. Dat hij verstandig met zijn geld omging bleek al gauw uit een van de oudere verhalen, die mensen al vroeg na zijn dood over hem vertelden.

De drie bruidsmeisje

Ongetwijfeld hebben jullie vroeger je schoen mogen zetten. Weet jij waar dit vandaan komt? De oorsprong van dit gebruik gaat terug naar een verhaal uit Patara, waar de jonge Nicolaas een arme man met drie dochters te hulp schoot. De man had weinig bezittingen om zijn drie dochters een bruidsschat mee te geven. Volgens het Romeinse recht was je verplicht om aan je dochter bij het huwelijk een fatsoenlijke bruidsschat mee te geven. Kon je dat niet, dan zou jij als ouder je dochter moeten verkopen als slavin of haar moeten dwingen haar eigen lichaam te verkopen. Daarom dacht hij erover na om zijn dochters naar het bordeel te brengen. Nicolaas hoorde dit verhaal. Hij greep in. De eerste nacht gooide hij een geldbuidel door het raam naar binnen. De vader vond het geld en kon zo zijn oudste dochter uithuwelijken. Toen Nicolaas zag dat de vader verstandig met het geld was omgegaan, kwam hij nog twee nachten lang langs en gooide door het raam een buidel met geld naar binnen (volgens een ander verhaal een goudklomp). De laatste geldbuidel viel neer voor de schoenen van de derde dochter. De derde nacht lag de vader op de loer en zag hoe Nicolaas de onbekende gulle gever was. Hij bedankte de jongeman. Zo redde Nicolaas de eer van de drie bruidsmeisjes en werd hij de beschermheilige van jonge meisjes en vrouwen en van mensen die willen gaan trouwen.

Uit deze legende groeide het gebruik van het zetten van de schoen. In de Middeleeuwen trokken religieuzen rond die gevulde sokken met lekkernijen voor de deuren legden van arme mensen. Omdat schoenen erg duur waren, hingen arme gezinnen hun sok op aan de haard. Dit gebruik zou vooral in Amerika worden overgenomen. Men zou op den duur de schoen gaan vervangen door een sok, die aan de kachel of haard werd opgehangen en gevuld zou worden door Santa Claus.

In Utrecht vond men in het archiefstukken terug, dat kinderen van arme gezinnen in de Sint Nicolaaskerk van die stad hun schoen mochten zetten op 5 december. De rijke Utrechters legden wat in de schoenen op 6 december, de officiële sterfdag van de Heilige Nicolaas.

Beschermer van de zeelieden

Nicolaas viel op door zijn christelijke geloof en door zijn daden van naastenliefde. In Myra werd hij gekozen als bisschop van deze stad. Myra en ook Patara zijn plaatsen die je terug vindt in het Nieuwe Testament. Het zijn namelijk twee plaatsen die bezocht werden door de apostel Paulus in de tweede helft van de eerste eeuw na Christus. In beide plaatsen zat al vroeg een kleine christelijke gemeente. Nicolaas loodste zijn kleine gemeenschap door een zware periode. Het was de tijd van de christenvervolgingen, die begonnen waren onder Romeinse keizer Diocletianus (242-316, keizer van 284-305). Als bisschop was hij een gezagsdrager en we weten dat hij werd gearresteerd en in de gevangenis werd mishandeld. Uiteindelijk kwam er onder keizer Constatijn de Grote (280-337, keizer van 312-337) rust in het Romeinse Rijk en groeide het christendom uit tot staatsgodsdienst.

In de tijd dat Nicolaas bisschop van Myra was, raakte een graanschip voor de kust van Lykië, dichtbij de haven van Myra, in nood op volle zee. Het schip werd overvallen door een zware stroom. De zeelieden en de kapitein raakten in paniek. Van alle kanten beukten de golven tegen het schip. Ten einde raad begonnen zij te bidden tot God. Een van de zeelui herinnerde zich dat in Myra een heilige bisschop leefde. Zo begonnen zij ook hardop tot hem te bidden en vroegen hem om hulp. Opeens stond Nicolaas op het dek van het schip. Hij hielp hen waar hij maar kon. Hij sprak de zeelui moed in. Het leek alsof hij overal tegelijk was. Samen pakten zij allen aan en bereikten uiteindelijk behouden de haven van Myra. De zeelui waren blij en dankbaar en begaven zich naar de kerk. Daar zagen ze juist hoe bisschop Nicolaas met enkele priesters de eucharistie vierde. De zeelieden herkenden hem direct. Na de mis brachten zij hem dank.

Al gauw deden steeds meer verhalen de ronde hoe Nicolaas talloze drenkelingen redde uit hun nood. Vanaf de 9de eeuw groeide in havensteden en plaatsen langs belangrijke rivieren het aantal kerken dat naar hem werd vernoemd. Dit was mede te danken aan de Noormannen, een zeevarend volk, die vaak de voorspraak inriepen van Nicolaas voor een behouden vaart. Zo kwam het dat Nicolaas de patroonheilige van de stad werd. De oudste kerk van Amsterdam is een Nicolaaskerk. Kijk ook maar eens naar het stadswapen van Amsterdam. De drie kruisjes verwijzen naar het getal drie waarmee Nicolaas altijd mee wordt verbonden.

Het sterven van Nicolaas

Over het sterfjaar van St.Nicolaas verschillen de bronnen. Voor de een is dit het jaar 340, voor de ander het jaar 342 na Christus. Op zijn stervensuur zouden de monniken en de verzamelde mensen rondom Nicolaas hemelse muziek gehoord.

Nicolaas werd begraven in een marmeren graftombe. Na zijn overlijden werd Nicolaas net buiten de stad Myra begraven. De oudste geschreven bronnen vertellen dat rond 520 na Christus al vele pelgrims de basiliek met het graf bezochten. Rond de 8ste eeuw was de basiliek te klein voor het aantal pelgrims en vonden er uitbreidingen plaats. Ondertussen was er een klooster aangebouwd, omdat men de liturgie en de verzorging van het graf aan monniken hadden toevertrouwd.

In 1087 namen zeelieden uit de stad Bari de relieken uit Myra mee en brachten ze over naar hun stad in zuid-Italië. Daar bouwden zij voor de heilige Nicolaas een prachtige Romaanse kerk. Van hieruit nam de verering voor St. Nicolaas steeds meer toe.

De drie studenten

Als je een beeld, een plaatje of een glas-in-loodraam van Nicolaas ziet, dan zie je, dat er ook vaak drie kinderen zijn afgebeeld een pekelton. Deze symboliek gaat terug tot een legende, die zijn wortels in Noord-Frankrijk heeft. Hij dateert uit de 12de eeuw, misschien zelfs uit de 11de eeuw. Het verhaal gaat, dat er eens drie studenten aanklopten bij een herberg om daar te willen overnachten. De herbergier liet ze binnen en zag later, dat de drie studenten veel geld bij zich hadden. De hebzucht nam het van de herbergier over. In de nacht vermoordde de herbergier de drie studenten. Vervolgens slachtte hij de drie jongeren en deed ze, nadat hij hen in stukken had gesneden en gezouten, in een grote pekelton. Hij was van plan hen als vlees te verkopen aan zijn klanten.

Kort daarna kwam de heilige Nicolaas langs de herberg. Hij wist wat er gebeurd was, wees op de pekelton en bracht de drie studenten weer tot leven, nadat hij voor hun gebeden had tot God. De herbergier bekeerde zich en zou in Frankrijk de rol gaan overnemen van onze zwarte piet, le Père Fouettard genaamd.

In een andere versie van deze legende zou het niet om een herbergier gaan, maar om een slager. De drie scholieren zouden priesterstudenten zijn geweest. De drie priesterstudenten werden later studenten. In weer een latere versie van deze legende zijn de studenten vervangen door scholieren of kinderen. Zo werd St. Nicolaas onze kindervriend. Sint Nicolaas is een heilige geworden vanwege zijn grote mildheid en vrijgevigheid. Maar vooral ook omdat hij standvastig bleef in een tijd waar mensen vanwege hun christelijk geloof werden vervolgd. Hij bleef een rots in de branding. En een beschermer van het onschuldige.

Waar komt zwarte piet vandaan

Sint Nicolaas (Sinterklaas)
Pieterbaas

Er zijn veel verschillende verhalen bekend over waarom zwarte Piet Sinterklaas hielp en waar hij vandaan komt. Het meest waarschijnlijke verhaal is dat Sinterklaas een slaaf uit Ethiopië heeft bevrijd. Deze heette Pitter. De slaaf was zo blij dat hij bevrijd was en bleef bij Sinterklaas. Gedurende de jaren zijn er veel meer zwarte Pieten gekomen en dat komt waarschijnlijk doordat Sinterklaas hulp nodig heeft en het is natuurlijk erg feestelijk.

Bron: vgl. ‘Het Licht op ons pad’; http://www.hetlichtoponspad.com/home

Brief van Sint Nicolaas voor de kinderen (catechese groep 4)

Lieve kinderen,

Sint Nicolaas
Sint Nicolaas

Nu het bijna weer Sinterklaas is en jullie het feest gaan vieren van mijn naam, wil ik jullie graag iets over mijzelf vertellen. Misschien wel iets verklappen!

In het land dat nu Turkije heet, ben ik geboren. 270 jaar later dan Jezus. Ik ben dus nu 1744 jaar. Ach, wat maakt het ook uit. Ik ben gewoon stokoud en zelf ben ik de tel ook weleens kwijt. Piet schrijft het altijd voor mij op.

In Nederland noemt men mij al sinds de 17e eeuw, al heel lang dus, Sinterklaas. Dat komt van ‘Sint Heer Nicolaas – Sint Heer Klaas’. Sint mag je ook wel zeggen.

Dat is nog gemakkelijker. Een ‘goedheilig man’, zo word ik ook wel genoemd. En dat ben ik ook. Ik maak graag mensen blij. Dat doe ik door ze te laten weten dat ik ze niet vergeet en dat ik van ze houd. Ik hou heel veel van mensen, of ze nu groot zijn of klein. Ik vind het leuk wanneer mensen samen zijn en het gezellig hebben. Ik wil altijd graag weten hoe het met ze gaat en wat ze allemaal doen. En ik wil ze belonen. En van kinderen houd ik het allermeest. Ik vind het fijn dat mensen gedichten voor elkaar schrijven in mijn naam. Dat ze elkaar op een aardige manier de waarheid zeggen en een cadeautje geven. Ik strooi graag goede en lekkere dingen rond. Het liefst zonder dat jullie mij zien. Zelfs ben ik niet zo belangrijk, maar ik geef graag wat weg aan anderen.

Iemand die heel veel goede dingen doet voor anderen, noemen we een heilige en krijgt het woord “Sint”voor zijn naam, vandaar dat ik Sint Nicolaas heet. In veel grote steden, vooral die aan zee liggen, hebben ze een St. Nicolaaskerk. Dat komt omdat ik altijd met de stoomboot reis.

Ook al ben ik heel oud, ik probeer altijd om bij de tijd te blijven. Vroeger gebruikten de mensen mij om kinderen bang te maken. Of nog erger om ze te straffen als ze stout waren. Dat vind ik niet zo leuk en gelukkig zijn de kinderen nu ook niet meer bang voor mij! Dat hoeft ook helemaal niet. Over de daken ga ik vooral in mijn dromen. Dan denk ik aan de tijd dat ik nog jong en heel lenig was. Maar in het echt… maak ik liever een rustig ritje in het maanlicht. Dat doet de oude Sint nog wel goed.

Nu begrijpen jullie, dat ik dus de heilige Sint Nicolaas ben. Ik draag de kleren van een bisschop. Al mijn kleren hebben ook een betekenis. Dat zal ik jullie een beetje uitleggen.

Wat misschien wel het meeste opvalt is mijn mijter. Die draagt de paus ook. Hij is rood en er staat een groot kruis op, meestal van goud. Dat is omdat ik heel veel van God houdt.

En zonder staf voel ik mij niet compleet. Mijn staf lijkt op een herdersstaf. Je zou een bisschop, en mij dus ook, kunnen vergelijken met een herder, die heel goed op zijn schapen past. Ik moet als bisschop goed op de mensen passen. Mijn staf is gemaakt van koper of goud.

Als onderkleed draag ik een albe, van wit linnen. Dit betekent dat ik goed en netjes ben. Misschien kennen jullie dit wel van de priester of de misdienaars in de kerk. Zij hebben zo’n zelfde kleed aan als ik. De albe wordt rond het middel, om mijn buik heen, vastgebonden met een koord, dat noemen we een cingel. Dit betekent dat ik verbonden ben met God.

Om mijn hals draag ik een stola. Dit is een lange smalle strook stof. Het betekent dat jullie mij kunnen vertrouwen. Mijn rode mantel lijkt ook op de kleding van een priester. Dat noemen we een koormantel. En dan draag ik nog een ring, een heuse bisschopsring en een borstkruis. Die heb ik gekregen toen ik bisschop werd. Daar ben ik heel zuinig op.

Lieve kinderen, nu heb ik heel veel over mijzelf verteld. Misschien wisten jullie al heel veel, maar ik hoop dat ik jullie ook nog nieuwtjes heb geschreven in deze brief.

Ik wens jullie een heel fijne tijd toe, tot aan mijn feest. En dan is het ook nog Advent. Een tijd waarin we wachten op de geboorte van Jezus. Het is dan ook niet toevallig dat we de laatste tijd steeds praten over ‘wachten en verwachten’. Ik wens jullie veel plezier met de liedjes, de pepernoten en de cadeautjes. En daarna wachten en dromen dat Jezus met Kerstmis zal komen. Ik hou veel van jullie allemaal,

Hartelijke groeten,

Sint Nicolaas, bisschop van Myra

Bron: vgl. ‘Het Licht op ons pad’; http://www.hetlichtoponspad.com/home