Mgr Léonard: een aartsbisschop tegen de stroom in

De aartsbisschop beantwoordt vragen van Antoine Pasquier in “Famille Chrétienne 

-


 

Mgr André-Joseph Léonard: « Jezus voorzegt ons geen succes, maar tegenspraak »

Sinds 12 december aartsbisschop emeritus, geeft Mgr. Léonard zijn kijk op de gebeurtenissen die het jaar 2015 tekenden en op zijn vijf jaren aan het hoofd van het Belgische bisdom Mechelen-Brussel.

In de loop van uw vijf jaren aan het hoofd van het aartsbisdom Mechelen-Brussel is het aantal seminaristen spectaculair toegenomen, van 4 in 2010 naar 55 vandaag. Hoe verklaart u dat?

Gedurende twintig jaar was ik professor aan de universiteit van Leuven, daarna gedurende dertien jaar overste van het universitaire seminarie. Ik stond altijd dicht bij de seminaristen en heb deze houding natuurlijk bewaard toen ik bisschop van Namen was en daarna van Mechelen-Brussel.

Ik heb geen enkele jongeman teruggewezen die mij kwam opzoeken, ik heb hem nooit gezegd eerst contact te nemen met de dienst voor roepingen, ik heb hem altijd ontvangen. Een man die zijn leven aan Christus wil geven, moet door de bisschop ontvangen worden! Wanneer een jonge man voelt dat hij voor de bisschop van zijn bisdom telt, helpt hem dat bij het nemen van zijn beslissing.

Ik kan geen wonderrecept aanbieden. Ik ben gewoon altijd open geweest voor de realiteiten die de Heilige Geest in de Kerk doet ontstaan. Wanneer ik de jongeren ontmoette die geraakt waren door het ambt van priester Michel-Marie Zanotti-Sorkine, die de Broederschap van de Heilige Apostelen hebben gesticht, was mijn eerste reactie geen wantrouwen, maar onthaal en bemoediging. Wie zich presenteert, wordt niet noodzakelijk priester, er is onderscheiding nodig, maar de eerste houding is die van het onthaal. Wat een vreugde voor een bisschop een man te ontmoeten die zich aan de Kerk wil wijden. Wat een prachtig geschenk!

 

U heeft tijdens uw ambt talloze tegenkantingen en weerstand ontmoet, zowel van buitenaf als binnen in de Belgische Kerk, meer bepaald door uw trouw aan het Leergezag. Hoe slaagt men erin tegen de stroom in te zwemmen?

Er is een gedeelte overtuiging en een gedeelte temperament. In de loop der jaren heb ik als priester overtuigingen gekregen die de overtuigingen zijn van de katholieke Kerk, in haar kijk op de verschillende aspecten van het menselijk bestaan. En ik ben overtuigd van de gegrondheid van het leergezag van de Kerk, ook aangaande de meest delicate en controversiële materies.

Ik heb steeds geoordeeld dat het mijn zending is een echo te zijn van dit onderricht van Christus en de Kerk over de lotsbestemming van de mens. Het heeft me dus nooit gestoord soms tegen de stroom in te gaan van de samenleving en de tijdsgeest. Is het trouwens niet een beetje normaal? Een aanzienlijk deel van het Evangelie gaat tegen de stroom in. De heilige Paulus richt zich tot de Romeinen met de woorden: “Stem uw gedrag niet af op deze wereld”.

Mijn overtuigingen hebben verschillende reacties opgewekt: de enen waren gelukkig duidelijke taal te horen die hen aanmoedigde hun christelijke identiteit werkelijk te beleven, anderen protesteerden, soms ook christenen, omdat zij er niet erg voor waren dat in een wereld waarin de vrijheid nochtans als een hoogste waarde aangezien wordt, een bisschop anders mag denken dat de heersende opinie.

Deze tegenkantingen of meningsverschillen zijn in zekere zin onvermijdelijk. Het tegendeel zou mij verontrusten. Jezus voorzegt ons geen succes, maar eerder tegenspraak. Doch die kleinigheden zijn slechts een klein deel van mijn ambt en zijn niets vergeleken met wat de bisschoppen in de eerste eeuwen hebben geleden en wat de bisschoppen vandaag in het Midden Oosten of in Azië lijden!

De tweede synode over het gezin werd in oktober gehouden. De eindtekst is het voorwerp van interpretaties. Welke lezing is de uwe, u die deelgenomen heeft aan de werkzaamheden van de eerste editie?

Ik heb niet het gevoel gehad van een echte vooruitgang van de ene synode naar de andere, doch eerder een herhaling van wat reeds gezegd was. Ik ben een beetje op mijn honger blijven zitten. Al zijn er goede dingen in de eindtekst, toch was ik een beetje ontgoocheld door het feit dat men in de meest delicate punten dubbelzinnigheid gewekt heeft. Bisschoppen hebben mij gezegd dat teksten vrijwillig op een dubbelzinnige manier opgesteld werden om ze in verschillende richtingen te kunnen interpreteren. Een dergelijke dubbelzinnigheid over essentiële kwesties is heel riskant, want dit zou kunnen aanleiding geven tot praktijken die, eens ingevoerd en ontwikkeld, zeer moeilijk te herstellen zijn.

Ik hoop dus dat wij een genuanceerd en gunstig, maar helder woord zullen hebben over wat op het spel staat in de leer en de discipline van de katholieke Kerk aangaande huwelijk en gezin. De bal ligt nu in het kamp van de paus. Voor hem slaat nu het uur om zijn petrinische rol van eenheid en continuïteit binnen de traditie uit te oefenen, zoals hij reeds verklaarde in zijn slottoespraak op de eerste synode over het gezin. Het meest fundamentele van de synode dat op het spel staat, is liefde en waarheid met elkaar te verbinden in alle vreugden en alle verdriet van het gezin en de echtparen. Zoals Psalm 84 zegt: “Liefde en waarheid omhelzen elkander, gerechtigheid en vrede kussen elkaar”. De Kerk moet zowel barmhartig zijn door voor alle mensen een welwillend hart te hebben als trouw zijn aan haar leer over huwelijk en gezin.

 

Tijdens de laatste synode hebben sommige bisschoppen voorgesteld meer macht over te dragen aan de bisschoppenconferenties inzake discipline. Wat denkt u daarvan?

Dat is geen goede idee. Ik zie niet hoe de discipline veranderbaar zou kunnen zijn van het ene land naar het andere of het ene continent naar het andere. Ik zou het uiterst riskant vinden dat de westerse landen over een heel soepele discipline zouden kunnen beschikken. Welk beeld zou dat van de Kerk geven? Christenen uit rijkere landen, zouden naast het comfort waarvan de meerderheid kan genieten, ook een meer comfortabele discipline kunnen hebben? Dat zou een grote ergernis zijn! Waar de verscheidenheid van plaats zou moeten meespelen, is in de pastoraal om het hoofd te bieden aan verschillende problemen naargelang de continenten en zo aangepaste oplossingen voor te stellen.

De paus heeft op 8 december de deuren van het Heilig Jaar van de Barmhartigheid geopend. Zijn onze tijdgenoten klaar om de drempel te overschrijden?

Ik stel vast dat de stap van paus Franciscus veel mensen begint te raken. Maar voor velen gaat dat de stap van een verlicht geweten vragen. Want barmhartigheid veronderstelt dat men zijn ellende beseft zodat Gods hart deze ellende kan ontvangen, op zich nemen om ze te transfigureren en ons ervan te bevrijden. Barmhartigheid heeft maar zin als men zich ervan bewust is dat men ze nodig heeft. Persoonlijk probeer ik mensen steeds gevoelig te maken voor deze dubbele dimensie van de barmhartigheid,  uitgaande van een tafereel dat in de bulle vreemd genoeg niet naar voor gebracht wordt en dat mij nochtans de fundamenteel lijkt: de scène van Jezus’ doorstoken zijde. Het woord “barmhartigheid” komt in die scène niet voor maar de realiteit is er wel.

Het is onthutsend en het heeft de evangelist duidelijk onthutst dat de wonde, de opening van de zijde, getuigt dat wij zondaars zijn – als alles goed ging tussen de mens en God, waarom zou het mensenhart van God dan moeten doorstoken worden? – en dat zij tegelijk de bron is van onze regeneratie. De blik op de doorstoken zijde van Jezus – “Zij zullen opkijken naar Hem die zij doorstoken hebben” – openbaart mij dat ik zondaar ben en tegelijk dat nieuw leven, vergeving, barmhartigheid, verzoening, regeneratie, voor mij open staan. Dat is zeer verhelderend. Daarover spreken, raakt het hart van de mensen.

Het is dat wonder dat men tijdens dit Jaar zal moeten doen ontdekken. Dat zal catechetische inzet vragen, want de mensen, ook christenen, hebben dikwijls de zin verloren van deze twee afgronden die geroepen zijn elkaar te ontmoeten: de afgrond van de zonde, van het mysterie van het kwaad, zoals Paulus tot de Thessalonicenzen zegt, en de grotere afgrond die de liefde van God is die naar ons op zoek gaat. Eén van de grootste bekoringen van onze tijd is de neiging om deze twee afgronden te willen effenen. Doch door onze zonden niet te erkennen, riskeren we de dwaasheid van Gods liefde niet meer te begrijpen die mens geworden is en aan het kruis gestorven.

U heeft ervoor gekozen op 8 december België en zijn provincies toe te wijden aan het Onbevlekt Hart van Maria. Om welke reden?

De parochie van de Heilige Katharina in Brussel had me gevraagd haar toe te wijden aan het Onbevlekt Hart van Maria. Ik heb ja gezegd. Sommige mensen hebben mij voorgesteld, zoals dat in Libanon gebeurd is, tegelijk en officieel heel België toe te wijden. Maar ik had daar niet de autoriteit voor – het akkoord van alle Belgische bisschoppen was nodig – daarom heb ik het alleen vaderlijk toegewijd langs de aanwezige gelovigen die uit meerdere Belgische provincies gekomen waren.

België, een zakdoek in Europa, kreeg twee officiële bezoeken van Maria: in Beauraing en Banneux. Als Maria twee keer de moeite gedaan heeft om dit land te bezoeken, is het misschien omdat het dit erg nodig heeft.

Ik leg dit voor mezelf als volgt uit: België was een heel vurig land, een voorbeeldig missionair land dat zoals Frankrijk honderden missionarissen naar verschillende continenten heeft uitgezonden. De Kerk in België heeft een massale investering gedaan in jeugdbewegingen, in het katholiek onderwijs en in heel een zorg- en gezondheidssysteem met christelijke inspiratie. Dit bouwwerk is echter gedeeltelijk vervlogen of, als op sommige instituten nog een christelijk etiket gebleven is, is de inhoud soms sterk verwaterd.

Ik denk dat dit land vernieuwing nodig heeft, die niet eerst en vooral uit ideeën te halen is maar uit persoonlijke realiteiten. Ik hou veel van de zin van Benedictus XVI: “Christen zijn is niet vooreerst een ethische of organisatorische beslissing nemen, maar verleid zijn door een persoon”. De kern van het christelijk geloof, dat zijn namelijk gezichten: dat van Jezus, van Maria.

Meer dan ooit hebben wij in België een bekering nodig van een hart tot harten. De bekering van het hart van de hedendaagse man, van de hedendaagse vrouw, tot het hart van Maria, tot het hart van Christus, tot het hart van God. Daarom is een land toewijden aan het hart van Jezus of Maria niet alleen een devotie maar is gaan naar de kern van het geloof zelf.

Frankrijk werd dit jaar zwaar getekend door meerdere dodelijke aanslagen. Wat moet de houding van de katholieken zijn ten overstaan van deze grote beproeving?

Helaas, ik denk dat dit slechts een begin is en dat wat men in Parijs beleefd heeft, andere gelijkaardige beproevingen laat voorvoelen. Bereiden wij ons erop voor, zonder te vergeten dat wat wij de laatste tijd beleefd hebben, inwoners van andere landen in de wereld dagelijks meemaken.

Hoe op zo een beproeving reageren ? Zeker door veiligheidsmaatregelen te treffen, maar vooral door ons te verplichten diep na te denken over de manier waarop de Kerk en onze samenlevingen de dialoog met de moslims moeten aangaan. En dat in het belang van beide partijen.

Wij gaan een ernstige dialoog moeten aangaan over de manier waarop moslims de meest gewelddadige verzen van de Koran interpreteren, over de plaats die zij toekennen aan gewetensvrijheid en de mogelijkheid om te huwen met personen van andere belijdenissen. Als wij zo een dialoog niet aangaan, riskeren wij uit te komen op een shock van de beschavingen en dat zou dramatisch zijn.

Meerdere landen hebben besloten in Irak en Syrië in te grijpen tegen IS. Dat is het geval voor Frankrijk en België. De paus heeft de idee naar voor gebracht van een derde wereldoorlog in stukjes. Moet de Kerk deze militaire interventie steunen?

Een militaire interventie is altijd heel complex, dubbelzinnig en veroorzaakt dikwijls meer kwaad dan goed. In het geval van Irak in 2003, heeft paus Johannes Paulus II nooit de Amerikaanse aanvallen goedgekeurd, noch de economische blokkade. Zijn stelling was heel duidelijk.

Er zal aan een militaire onderneming geen zegen verleend worden tenzij het gaat om een rechtvaardige oorlog, namelijk om bevolkingen te beschermen die het slachtoffer zijn van onrechtvaardige agressie.

De christenen van het oosten vluchten met duizenden uit Irak en Syrië. Hier stelt zich een gewetenszaak: moet men hen helpen hun land te verlaten of hen daarentegen helpen er te blijven opdat het Midden Oosten op een dag hun aanwezigheid niet zou missen?

Wij zijn allemaal overtuigd dat het ideaal is dat zij kunnen blijven en bloeien in hun land. Zij zijn daar sinds het begin van het christendom, zij zijn in die landen thuis. Het is dus dramatisch dat zij weggaan en dat het Midden Oosten leegloopt aan christenen. Alles dient dus te gebeuren opdat zij kunnen blijven.

Maar hoe niet begrijpen dat zij proberen te vertrekken omwille van de dagelijkse dreiging en de vervolgingen ? Men kan hen niet verwijten ver van de bommen te willen leven.

Het is een tragische keuze. Wij staan tegenover een soort dilemma zonder goede oplossing is. De enige oplossing zou zijn terug vrede te brengen in die landen, maar het is weinig waarschijnlijk dat men vrede brengt door oorlog te voeren.

Binnenkort in Notre-Dame du Laus

Daar hij de leeftijdsgrens bereikt had (hij werd 75 op 6 mei 2015), heeft Mgr. André-Joseph Léonard in de maand juni aan paus Franciscus zijn ontslag ingediend als aartsbisschop van Mechelen-Brussel. Tot apostolisch administrator van het aartsbisdom benoemd, heeft hij op 12 december zijn zetel officieel afgestaan aan Mgr. Jozef De Kesel, voordien bisschop van Brugge.

Na een reeks afscheidsmissen en een tijd van rust in de gemeenschap van Marche-les-Dames, zal Mgr. Léonard volgende lente naar Frankrijk gaan als hulpkapelaan van het heiligdom Notre-Dame du Laus. Gedurende zijn vijf jaren aan het hoofd van het aartsbisdom van Mechelen-Brussel heeft Mgr. Léonard zich ingezet om de katholieke Kerk van België nieuwe adem te geven: herinvoering van Eucharistische processies, oprichting van de Broederschap van de Heilige Apsotelen bestaande uit priesters en seminaristen, een waarborg voor de Sint-Katharinakerk in het centrum van Brussel, die bestemd was om buiten dienst gesteld te worden, tegenkanting tegen uitbreiding van euthanasie door gebed en vasten, oprichting van het seminarie Redemptoris Mater …

Vanaf zijn aanstelling in januari 2010 door Benedictus XVI, werd de voormalige bisschop van Namen gecontesteerd voor zijn ideeën die te “reactionair” bevonden werden en bekritiseerd voor zijn trouw aan de leer van de katholieke Kerk. Wat de politieke klasse betreft, zij heeft hem openlijk zijn stellingen verweten tegen het homohuwelijk, abortus en euthanasie.

 

Vert. Maranatha-gemeenschap 


 

 

Pater Daniël in Syrië: ‘Het Westen schijnt de politieke onafhankelijkheid van Syrië totaal niet begrepen te hebben’

Vrijdag 8 januari 2016

pater-daniel2Goede Vrienden,

De bevolking van Madaya, die vorige maand massaal protesteerde tegen de terroristen (van Ahrar ash Sham) en luid haar steun betuigde aan het leger en de regering, wordt nu door de terroristen én de wereldmedia collectief gestraft. De media tonen wereldwijd de meest schrijnende beelden van uitgehongerde kinderen en geven zonder enige moeite alle schuld aan het Syrische leger. Alle middelen zijn goed om Syrië toch nog kapot te krijgen. Al zijn het eerder stuiptrekkingen van de terroristen, deze leugens zijn onaanvaardbaar.  Bovendien wordt op wereldvlak nu alles gedaan om een eensgezinde strijd tegen Daesh te verhinderen. Daarom vormen Saoedi-Arabië, Turkije en Israël een verbond tegen Iran. Syrië, Rusland en Iran moeten nu als de baarlijke duivels beschouwd en bestreden worden. De wereld lijkt wel gek geworden.
Toch gaan we verder en vertellen hoe wij het begin van het jaar beleefden. Tevens geven we enkele realistische en hoopvolle perspectieven.

Van harte,
Pater Daniël


 

Ons vijfde Nieuwjaar in oorlogstijd

De feesten die nu midden in de week vallen schudden het gewone dagelijkse leven grondig door elkaar. De kaarsenfabriek wordt even stil gelegd, ook om te wachten op het goede materiaal, waardoor we in staat zullen zijn de beste kaarsen te maken. Wel wordt op de werkdagen het atrium geschilderd en andere werkzaamheden verricht.  De “Openbaring” van woensdag 6 januari is voor vele orthodoxe kerken het eigenlijke kerstfeest. Dinsdagnamiddag werden al “de koninklijke uren” gezongen, die ruim een uur duren. Na een eenvoudig avondmaal kwamen enkele vrienden al dansend en zingend binnenvallen en allen hadden een plastiekzakje bij met een gebakje of snoeperij. Het was het feest van de vooravond van “Epiphanie” en tegelijk “Theofanie” (Godsopenbaring). Hierbij wordt herdacht dat God zelf zich geopenbaard heeft vooral bij de doop van Jezus in de Jordaan en  verder aan wijzen uit het oosten en op het bruiloftsfeest te Kana, waar Jezus water in wijn veranderde. Na het gezellig tafelen . was er nog een tijd onderbreking vooraleer de eenvoudige Latijnse eucharistie te vieren. Hierna volgden de lange vespers van de vooravond van Epiphanie met de vijftien lezingen en de lange  gebeden voor de wijding van het water. Met brandende kaarsen trokken we al zingend naar de fontein in het atrium, gevuld met water. Juist deze avond en nagenoeg heel de nacht was er geen  elektriciteit. Het kaarslicht verdreef de duisternis.   In de gebeden werd  herinnerd aan de bevrijding van het Godsvolk en gevraagd  dat dit water, door Jezus’ doop geheiligd, alle kwaad en kwalen zou verdrijven en ons zou heiligen. Na de   wijdingsgebeden waren er enkelen, zowel van de zusters als van de broeders, die de traditie in ere hielden door  met blote voeten en in habijt in het koude water van de fontein te treden  en zich daar driemaal in onder te dompelen. Het heeft niets te maken met een nieuwjaarsduik maar met de hernieuwing van de doopbeloften. Anderen wasten of besprenkelden hun hoofd. Allen werden overvloedig met  het gewijd water besprenkeld. Met een warme tas thee eindigden we in de refter deze liturgie en trokken rond half twee naar bed. Woensdag middag vierden we plechtig de byzantijnse eucharistie van het  hoogfeest van Epiphanie met de zegening van het water dat als wijwater zal gebruikt worden. Hierbij hoort ook de zegening van het huis, zoals vroeger in de Latijnse  liturgie tijdens de  paasweek gebeurde. Wij doen het de volgende dagen samen met de zegening van de velden. ’s Avonds volgde nog een verrassing. In de  grote zaal aan de ingangspoort was heel het dorp vertegenwoordigd, een veertigtal mannen en vrouwen. Onze verantwoordelijke van de  plaatselijke Rode Halve Maan had eten en drinken voorzien en er werden  eretekens uitgereikt. Het eerste dankwoord ging naar moeder Agnes-Mariam,  omdat zij gezorgd heeft dat  zo vele en  verscheidene cursussen en vormingssessies konden gehouden worden en de bevolking op vele wijzen geholpen werd. Dan werd voor de legerleiding die voor de veiligheid van deze streek zorgt een mooi versierde degen voorzien. Vervolgens werd aan velen een ereteken met een certificaat overhandigd om hun inzet op een of ander terrein, voor een groep mensen of voor een cursus. Velen kwamen hun dekoratie halen en gaven die dan direct aan een ander, die zij bijzonder dankbaar waren, b.v. hun vader of een dierbare vriend. En zo vielen onrechtstreeks ook leden van de  gemeenschap in de prijzen, willen of niet. Het was aangenaam om zien hoe mensen elkaar hun dankbaarheid  uitdrukten. Het oude smokkeldorp met zijn illegale en onaangename praktijken is grondig van aanschijn aan het veranderen. Moge het eens terugkeren naar zijn oorspronkelijke bezieling en  Jezus Christus als zijn enige Redder erkennen. Alle moslims weten dat hun voorouders hier christen waren totdat de Ottomaanse overheerser hen dwong moslim te worden. We zijn  op weg naar een  nieuwe kerstening van dit dorp. In 150 resideerde hier al een bisschop en de bisschop van Qâra nam deel aan het eerste oecumenisch concilie, dat van Nicea in 325. Voor de dertiende eeuw waren hier meer dan tien kerken. We zijn dankbaar voor uw gebed en uw hulp voor deze onderneming van her-christening.

(Op onze website vindt je een uitleg over de icoon van Jezus’ doop in de Jordaan en een   klein filmpje van onze viering van Epiphanie – maryakub.net –  even naar beneden scrollen).

 

Realistische en hoopvolle verwachtingen voor de toekomst

We geven  de voornaamste gedachten weer uit een interview dat niet alleen een goed beeld geeft van wat in Syrië gebeurt, maar vooral ook een verantwoord perspectief biedt (Frédéric PICHON in gesprek met Bouthaina CHAABANE: Dans l’ombre de Bachar El-Assad, Politique Internationale nr 46, politiqueinternationale.com, opnieuw gepubliceerd door Les-Crises.fr, 3 januari 2016). Frédéric Pichon is onderzoeker aan de universiteit van François Rabelais, Tours, verbonden met de groep “monde arabe méditerrané” en heeft  in oktober 2014 al een verhelderend onderhoud gepubliceerd met patriarch Gregorios III Laham (http://www.les-crises.fr/syrie-les-chretiens-dans-la-tourmente/ ). Bouthaina Chaabane is raadgeefster en woordvoerster van de Syrische president, behaalde een doktoraat in Engelse literatuur, verbleef  zes jaar in Engeland. Ze publiceerde in Amerika verscheidene boeken en werd in 2005  genomineerd als kandidate  Nobelprijs voor de vrede. Bij het begin van de Syrische crisis vroeg Frankrijk evenwel aan de Amerikaanse regering om haar op de zwarte lijst te zetten,  omdat ze de woordvoerster van de Syrische president was en bleef! Door ontslag te nemen zou ze de grootste waardering gekregen hebben van heel het westen.  Zij kent de westerse mentaliteit.  Alleen wie westers denkt en leeft wordt beschouwd als zijnde beschaafd en modern. Zij koos voor een meer verantwoorde houding, nl. het trouw blijven aan eigen land en waarden. Zij wil ook best als modern beschouwd worden, maar daarvoor niet haar land verloochenen. Het westen heeft  emigratie aangemoedigd, geholpen door een speciaal fonds van Qatar, dat de mensen, die have en goed verkochten, flink wilde vergoeden. Dit gaat radicaal in tegen de diepe aard van het Syrische volk, dat iedere politiek die van buitenaf wordt opgedrongen, afwijst. “Het westen heeft niets begrepen van Syrië, van zijn volk en van zijn geschiedenis”, zegt ze.

 

Hervormingen

Syrië was in 2011 geen volmaakte samenleving. Bovendien heeft de president zelf herhaaldelijk gewezen op de kwaal van de corruptie. Maar hervormingen mogen nooit van buitenaf worden opgedrongen. Het westen was vanaf het begin vast besloten  om Syrië te breken.  Daarom kwam het aandraven met  democratie, vrijheid en rechten van de mens. De buitenlandse rebellen, terroristen en criminelen, waren echter aan democratie helemaal niet geïnteresseerd. Zoals Kadhafi en Sadam Hussein moest ook Bachar El-Assad uit de weg geruimd worden. Het was een onaanvaardbare inmenging in het bestuur van een soeverein land, een inbreuk op de internationale wetgeving en  een onwettig  kolonialisme. Kijk naar het resultaat in Libië en Irak. Bouthaina: « Weten de westerlingen dat er in Syrië voor de crisis geen  enkele dakloze was, dat er een goed werkende infrastructuur was voor gezondheid en opvoeding ? Ieder dorp had zijn gratis school. Studenten gingen naar de universiteit voor nauwelijks 20 dollar per  jaar. En vooral, Syrië had geen enkele buitenlandse schuld ». We kunnen dit bevestigen vanuit onze eigen ervaring toen we hier toekwamen in 2010. We hebben meerdere ziekenhuizen bezocht  waar leden van de  gemeenschap gratis behandeld werden, ook wanneer het buitenlanders waren. Opvallend was ook de afwezigheid van alle stress. Voeg hierbij nog de veiligheid van een harmonieuze samenleving. Als je een kostbaar fototoestel vergat in een zaal waar veel volk komt, (zoals mij de eerste avond al overkwam) kon je het de volgende morgen terugvinden, precies op de plaats waar je het had neergelegd. Tenslotte was ook het dagelijkse leven, zoals de voeding en het vervoer, erg goedkoop

Er waren hervormingen nodig en die zijn er ook gekomen. In 2012 is bij referendum een nieuwe constitutie aanvaard, waarbij een meer-partijen-stelsel werd ingevoerd. Er werden gemeenteraadsverkiezingen en wetgevende verkiezingen georganiseerd. Tenslotte werden op 3 juni 2014 presidentsverkiezingen gehouden. Van de drie kandidaten werd Bachar El-Assad met een overweldigende meerderheid gekozen. Ook Syriërs in het buitenland kozen massaal voor hem. « Syriërs verlangen veiligheid en hij is het die de veiligheid verpersoonlijkt. Hij wordt beschouwd als de enige die nu in staat is de integriteit en vrede van het land te verzekeren ». Sommige kampioenen van de democratie, zoals Frankrijk,  Duitsland en België, ontnamen de Syriërs het recht om in het consulaat een stemming te organiseren. Trouwens, het westen was tegen iedere hervorming in Syrië gekant, waaruit bleek dat hun streven naar democratie maar een voorwendsel was.  Voor hen waren de presidentsverkiezingen “onwettig” omdat hun Saoedische, Tunesische of Turkse terroristenleiders in Ankara, Doha of Parijs  niet mochten meedoen! Syriërs hebben er geen nood aan bestuurd te worden door anderen van buitenaf. Het is een fier volk, een van de  oudste beschavingen ter wereld en  Damascus is een van de  oudste steden uit de geschiedenis van de mensheid. Syrië is tenslotte de wieg van het christendom.

 

Dialoog met de oppositie

Of het leger bij het begin niet  met overdreven geweld  gereageerd heeft? De zogenaamde vreedzame volksopstand moet  erg gerelativeerd worden. Vanaf het begin waren er gewapende bendes bij betrokken die het op de soldaten en de politie gemunt hadden. Onder hen zijn ook de meeste slachtoffers gevallen.  Toen een kamikaze voor een school in Homs vijftig kinderen onder de 12 jaar de dood in joeg, was er geen enkele westerse regering die enig protest of een veroordeling liet horen. In Frankrijk werd in 2012 Mohammed Merah uitgeschakeld. Zijn appartement werd opgeblazen en hij zelf met tientallen kogels doorzeefd. Sprak iemand over overdreven geweld? In een land bestaat er wel een gewettigde politieke oppositie. Gewapende oppositie bestaat niet en gewapende gematigde opposanten nog veel minder. Deze misleidende woorden werden door het westen uitgevonden. Het gaat om terroristen of criminelen. Het is de taak van leger en politie om het volk te beschermen en de veiligheid te garanderen. “Wie kan ontkennen dat dit nu het geval is in Syrië?” De aanslagen van terroristen zijn een misdaad en het antwood van leger en politie zijn een weldaad.

Het westen schijnt  de politieke onafhankelijkheid van Syrië totaal niet begrepen te hebben. Bij de opposanten in de vredesconferentie in Genève merkte Bouthaina Chaabane dat ze geen enkele kennis hadden over Syrië. Ze waren gewoon vertegenwoordigers van buitenlandse mogendheden. Ze vernam dat Ahmet Davutoglu, de Turkse minister van buitenlandse zaken, de opposanten vooraf strikte instructies had gegeven: vooral niet praten over de  strijd tegen het terrorisme,   alleen maar het vertrek van de Syrische president eisen en een overgangsregering. Wat denk je ervan wanneer wij hetzelfde zouden doen voor  Obama, Cameron of Hollande? Ondanks alles wil de Syrische regering de hand  blijven reiken naar allen die aan de opbouw van dit land, het belang en de toekomst van het volk willen meewerken. We maken ook onderscheid tussen de regeringen en het volk. De Fransen blijven hier welkom, maar de Franse regering  stelt ons zwaar teleur, zegt zij. Hun ambassadeur Eric Chevallier heeft gedaan wat hij moest doen en aan zijn minister verteld dat de Syrische president helemaal niet zou aftreden of ten val komen, maar hij werd aan de kant geschoven, omdat hij niet vertelde wat de Franse regering voorzien had. De eerste ambassade die gesloten werd, was die van Frankrijk, waarmee het ook alle contact verloor met  wat er in Syrië werkelijk gebeurde. We voegen er bij dat dit ook ons ontgoocheld heeft. Toen ik pas hier was kwam deze ambassadeur in ons klooster op bezoek. Hij en zijn ploeg waren erg geïnteresseerd in het ontstaan en de activiteiten van het klooster. Van zijn kant vertelde hij hoe hij van een dokterspraktijk in de politiek geraakt was. We hielden er een prachtige folder van over, bedoeld voor de Fransen in Syrië. Er stonden allerlei telefoonnummers in die in nood  moesten gecontacteerd worden. De boodschap was duidelijk: bel ons op, blijf waar je zijt en wacht, wij zorgen voor alles. En bij de eerste moeilijkheden in Syrië sloten ze zelf  hun winkel! Bouthaina werkte in 1996 al aan de zijde van vader Hafez El-Assad. Ze herinnert zich hoe hij Amerika verplichtte om Frankrijk toe te laten bij de gesprekken over Libanon, wat Amerika tegen zijn zin moest aanvaarden. En nu is het Frankrijk dat Syrië verraadt. Bouthaina: “Wij hebben niet begrepen waarom Frankrijk zulk een extreem standpunt heeft ingenomen. Hierdoor hebben zij bewust het terrorisme in Syrië aangemoedigd. Eerlijk gezegd, ik zie maar één uitleg.  Qatar heeft een deel van het patrimonium van Frankrijk opgekocht en eist op die wijze zijn investering terug”. Ondertussen worden er op binnenlands vlak steeds meer stappen gezet in de  richting van een nationale verzoening. Talrijke groepen rebellen hebben de wapens neergelegd en een staakt-het-vuren aanvaard. Op 31 december hebben in Homs, Hama en Damascus weer 157 rebellen zich overgegeven en op 2 januari 2016 nog eens 84.

 

En de toekomst?

Syrië heeft  de voorbije vijf jaar heel veel verloren: zijn beste mensen, zijn soldaten, zijn kinderen, ziekenhuizen, scholen en zijn infrastructuur. Terroristen en  criminelen hebben het land enkele eeuwen terug geworpen in de tijd. Ondertussen lanceerden de westerse regeringen de  obsessie van het vertrek van Assad, alsof daar de schuld lag. De leugens werden door al Jazeera en al Arabyia de wereld ingestuurd en gretig geloofd. De media, die soms zo vlug zijn om valse berichtgeving te ontmaskeren,  hebben voor wat er in Syrie gebeurde hun deontologie volkomen verloochend. Sommige journalisten die de waarheid brachten, werd het zwijgen opgelegd. Ja, het westen heeft zijn geloofwaardigheid verloren. Wanneer De VS niet wil samenwerken met Rusland en China en wel met een aantal landen die uitgesproken sponsors van het terrorisme zijn,  kunnen ze niet meer ernstig genomen worden. De slecht bewapende  burgers van Ayn el Arab (Kobane) hebben veel efficiënter  Daesh bestreden dan de hele coalitie van 70 landen onder leiding van Amerika. Deze laatsten zijn vooral bekommerd om de belangen van hun olie,  hun bankiers en  wapenindustrie. De huidige crisis treft niet allen Syrië maar  de hele regio en zelfs de hele wereld. Bouthaina: “De wereld bevindt zich op een scharniermoment waar het unipolaire systeem op sterven ligt en  wacht op de  vervanging door het multipolaire. Het zwaartepunt verplaatst zich naar Azië. De  opkomst van Rusland, Indië en China is het belangrijkste verschijnsel van de laatste jaren. De « Arabische lentes » in Syrië en elders zijn een nieuwe stap. Het is een langzaam proces dat zal eindigen in de marginalisatie van de extremistische ideologieën en een uitdoven van de politieke islam. Kijk naar Tunesië, van waaruit het begon. De verkiezingen van eind oktober 2014 leverden de nederlaag op van het islamitisch front en de overwinning van de lekenbeweging. Dat is de ware aard  van de Arabieren…die overtuigd zijn dat christenen en moslims één vok vormen. Het zijn deze krachten die de toekomst van de Arabische wereld zullen maken. Het zal ongetwijfeld nog tien jaar duren vooraleer dit nieuwe Midden Oosten het daglicht zal zien, maar het zal niet  zijn zoals het westen het zich heeft voorgesteld. De Arabische wereld is een nieuw seculier politiek model aan het maken, waarin de soevereiniteit een centrale plaats inneemt. En Syrië is  het laboratorium van deze nieuwe Arabische wereld. Voor een Marokaan of Irakees is ons land het “Balad el Cham”, het  hart van de Arabische wereld. Op dit ogenblik zijn Tunesië, Algerije en Egypte hun relaties met  Damascus aan het normaliseren.” De monarchieën van de golfstaten  blijven hierbij natuurlijk een groot probleem. Zelf kunnen we daar nog de  huidige spanning bijvoegen  tussen Saoedi-Aabië (soennitisch) en Iran (sjiitisch) wegens de executie (naast 46 anderen!) van de geëerde sjiitische geestelijke leider Nimr Baqer Al-Nimr (die nooit aan gewapend  verzet heeft deelgenomen). Het lijkt ons niet onmogelijk dat het een bewuste provocatie is om het terrorisme en de oorlog te laten voortduren. Rusland heeft zich als bemiddelaar aangeboden. Tot slot vertelt Bouthaina nog dat Ali, de grootvader van de huidige president, in Qardaha leefde, de wieg van de familie Assad.  Christenen tijdens  de eerste wereldoorlog ontvluchtten de Turkse volkerenmoord. Het was Ali die er voor zorgde dat ze opgevangen werden en daarom zijn er nu nog christenen in Qardaha. En over de huidige president. Bouthaina Chabaane besluit: “Een Assad wijkt niet voor druk. De president zal zijn taak nooit opgegeven omdat zijn verantwoordelijkheid hem door het volk is toevertrouwd. Zoals hij zelf zegt, zal hij leven en sterven in zijn land. Zo eenvoudig is dat. En wat zijn persoon betreft, allen die hem benaderen, ook de westerse journalisten, zullen u zeggen dat hij een bescheiden man is, zeer open en niet bang om met zijn volk in contact te treden. In één woord, een man die ver verwijderd is van de belachelijke karikaturen  die van hem gemaakt werden.”

(P.S. Als je een humoristisch, karikaturaal stripverhaal over de oorlog tegen Syrië wilt lezen, bekijk dan  “Bachar al Salad pour les nuls” van Jean Michel, getekend door Georges Rémi (Hergé), kuifje).

Pater Daniël

Website: http://www.maryakub.net

Bron: E-mailbericht – Namens pater Guy Borreman SJ, Zr Lucienne


 

 

Prof. Mag. Dr. J.P.M. van der Ploeg O.P.: Is Allah ook de God der Christenen?

Er wonen in ons land heel wat Moslims, naar de naam van de stichter van hun godsdienst ook Mohammedanen genoemd. Ze bouwen bij ons hun moskeeën en nemen zelfs christelijke kerken over, als ze kunnen, om er moskeeën van te maken. Aan de bouw hiervan wordt niet zelden door Christenen meegewerkt, zelfs financieel bijgedragen. Bij de opening van een nieuw moslims gebedshuis kan men Christenen aantreffen, zelfs officiële vertegenwoordigers van Kerken. Zo wil het de huidige verdraagzaamheid en het respect voor de godsdiensten van anderen. Een bijkomend motief is zeker ook, dat men van mening is dat Allah, de God die de Moslims vereren als de enige God, naast wie er geen andere is, de schepper van hemel en aarde, die levenden en doden zal komen oordelen, dezelfde is als de God van Christenen en Joden.

In tegenstelling tot de laatste mening hoort en leest men vaak dat Allah met de God van de Christenen niet kan vereenzelvigd worden en een Christen hem dus niet mag aanbidden of op één lijn stellen met onze God. Wat hiervan te denken?

Mohammed (in het Arabisch Muhammad; de Fransen spreken van Mahomet) is rond 570 te Mekka in Midden Arabië geboren. In 612 dacht hij openbaringen van God te ontvangen door bemiddeling van de aartsengel Gabriël, in 622 verliet hij de stad om naar het noordelijk gelegen Medinah (aldus de tegenwoordige naam) te trekken, waar hij in 632 is gestorven en begraven. In zijn tijd vereerden de inwoners van Mekka verschillende goden, hoewel het er maar enkele waren. Mohammed heeft dit veelgodendom met succes bestreden en de voornaamste God, Allah genaamd, tot enige God verheven naast wie er geen andere is.

Te Mekka woonden ook Joden én mogelijk enkele Christenen, die men op verschillende plaatsen in Arabië vond. Hele stammen waren tot het Christendom overgegaan en hadden priesters en bisschoppen. Mohammed heeft enige tijd verwacht dat de Joden zich wel tot zijn nieuwe godsdienst, de Islam (spreek uit: Islaam), zouden bekeren en hij en zijn volgelingen hebben zelfs een tijdlang in de richting van Jerusalem gebeden. Men neemt zelfs aan dat hij op zijn paard Boeraaq een nachtelijke reis heen en weer naar Jerusalem heeft gemaakt en daar heeft gebeden bij de heilige rots op het oude tempelplein. Om deze reden is Jerusalem voor de moslims een der drie heiligste plaatsen ter wereld en komt in rangorde na Mekka en Medina. Dit geloof geeft een bijzonder karakter aan het huidige Arabisch-Joodse conflict.

De Profeet van Mekka heeft in zijn God Allah ook de God der Joden gezien, die van het Oude Testament. Hij aanvaardde zelfs dat deze zich al aan Abraham heeft geopenbaard en door Mozes aan de Joden hun heilig boek, de Wet (door Mohammed tawrat = torah genoemd) heeft gegeven. Aan de Christenen gaf Hij het evangelie (iendzjiel); Mozes en Jesus waren voor hem profeten. Hij voegde er aan toe dat Joden en Christenen (door hem “mensen van het Boek” genoemd) hun heilige boeken hebben verminkt. Aan Mohammed heeft Allah de meest volledige en definitieve openbaring uit de hemel doen “afdalen” (een technische, in de Koran veel gebruikte uitdrukking). Deze is opgetekend in de 114 hoofdstukken van de Koran en is deels ook mondeling doorgegeven (Hadieth).

In de Koran (qoer’áan) staat veel dat door het Christendom niet wordt aanvaard. Heel in het bijzonder is de leer van de Heilige Drieëenheid voor de Islam een ergernis en daarmee samenhangend wordt ook de leer van de verlossing door het Mensgeworden Woord des Vaders ontkend en fel bestreden. Men kan zeggen dat deze twee leerstellingen voor de Moslims de grootste steen des aanstoots zijn in het Christendom. Daarom worden de Christenen in de Koran gerekend tot de moesjrikien, d.w.z. zij die aan Allah een Hem gelijkwaardige Metgezel (sjariek) geven. Koran, Sure 17, 111: “En zeg: Lof aan Allah, die zich geen Zoon heeft genomen en die geen Metgezel heeft in het Koningschap”. Niets is voor de Moslims zo absurd en afkeurenswaardig als de leer dat God een Zoon heeft. Er staan in de Koran wel enkele gunstige uitspraken over het Christendom, maar ook (latere) ongunstige, en dit is mogelijk door de leer, dat Allah sommige openbaringen later weer heeft opgeheven.

Allah is voor de Moslims niet alleen de Schepper, Heer en Bestuurder van hemel en aarde, maar ook de auteur van de Koran. Velen nemen zelfs aan dat deze van alle eeuwigheid bij Allah heeft bestaan als zijn (door hem geschapen) Woord. Daarom moet het beeld, dat de gelovige Moslim zich van Allah vormt, uit de Koran worden opgemaakt, en dit vertoont zeer grote en wezenlijke onderscheiden met dat van de gelovige Christen, met name van de katholieke Kerk. Van dit standpunt bezien kan en moet men zeggen, dat Allah van de Islam niet de God van het Christendom is. Men zou dit kunnen bestrijden wanneer het verschil slechts bijkomstige zaken betrof, nu betreft het een aantal wezenlijke.

Zeker, de Islam is evenals Jodendom en Christendom een monotheïstische godsdienst. Maar dit houdt niet in dat de drie juist dezelfde God vereren. Wat het Jodendom betreft ligt het anders dan bij de Islam. In het Credo belijden wij ons geloof aan God qui locutus est per prophetas ” die gesproken heeft door de profeten ” , en wel die van het Oude Verbond. Daarin was de openbaring van de Heilige Drieëenheid nog niet gedaan, maar wel was zij er voorbereid. Het Oude Testament sluit harmonisch aan op het Nieuwe en zo is de God van het Oude Testament ook de onze, die wij echter veel volmaakter hebben leren kennen.

Dit heeft praktische gevolgen. Als men hoort dat tegenwoordig scholen worden ingericht voor christelijke en mohammedaanse kinderen, “omdat in beide godsdiensten dezelfde God vereerd wordt”, is dit fout. De mohammedaanse kinderen leren uitdrukkelijk fundamentele waarheden van het Christendom, en speciaal met betrekking tot onze God, te ontkennen en te bestrijden.

In het verleden hebben tal van mohammedaanse vorsten uit naam van de Islam Christenvolkeren en hun godsdienst zwaar bestreden. Waar zij eeuwen lang de macht hebben gehad, zoals in Turkije, het Midden Oosten, Noord Afrika, streken waar het Christendom bloeide, is het zo goed als uitgeroeid. En dit gebeurde niet zo maar, doch in de overtuiging dat Allah hiermee een dienst werd bewezen. Allah akbar! ” Allah is de grootste” (letterlijk: groter -dan alle anderen) is nog altijd de strijdkreet van de Moslims als zij ook tegen de Christenen (en Joden) te velde trekken. Is met de Islam een “dialoog”.mogelijk? Deze veronderstelt dat de deelnemers daaraan elkaar als gelijkwaardigen tegemoet treden, of minstens doen alsof. Geen van beide is tot op heden van de Islam (in het algemeen genomen, uitzonderingen daargelaten) te verwachten. De Moslim is diep overtuigd van de volkomen minderwaardigheid van het Christendom tegenover de aan Mohammed gedane openbaring. Daarom is samengaan van Moslims met Christenen op godsdienstig terrein doorgaans ook psychologisch onmogelijk. Een Moslim die zich Iaat dopen heeft volgens de Islam de doodstraf verdiend en wanneer hij in een mohammedaans land woont, doet hij het beste daaruit te verdwijnen. Kort na de oorlog heb ik in Kaïro een “katholieke moslim ” ontmoet, hij was crypto-Katholiek, niemand mocht het weten, zeker zijn eigen familie niet. Door hem ben ik aan de Egyptische uitgave van de Koran (in het Arabisch) gekomen, die een mohammedaanse boekhandelaar aan mij, een “ongelovige”, nooit zou hebben verkocht. Jaren geleden verbood een bisschop in Noord-Afrika aan zijn priesters Moslims te dopen, tenzij zij meteen uitweken naar Frankrijk of een ander christelijk land. Wijlen kardinaal Pignedoli heeft enkele jaren geleden, in zijn hoedanigheid van president van het Romeinse secretariaat (nu “Raad ” geheten) voor de niet-Christenen, aan een aantal bisschoppen schriftelijk gevraagd wat zij o.a. dachten van een dialoog met de Moslims. De Libanees Mgr. Paul Bassim, vicaris-generaal voor de Latijnen in de Libanon, heeft later zijn antwoord laten publiceren in de Rheinischer Merkur. Daarin gaf hij als zijn mening te kennen dat sinds Vaticanum II een “dialoog” met de Moslims van de zijde der katholieke Kerk mogelijk is, maar niet van die der Moslims. Volgens de beginselen van de Koran, aldus Bassim, zijn Christenen in een mohammedaans land niet eens burgers van de 2de rang, maar minder dan dat. Tegen een hoofdelijke schatting moeten zij volgens de Koran worden geduld, “beschermd”. In de loop der eeuwen werden zij in het publieke leven ook nog zeer discriminerend en vernederend behandeld. Ik ken Christenen uit Syrië die een christelijke naam tegen een Turkse hebben ingeruild, om niet in het openbaar als Christenen te boek te staan. Zelfs in een land als Egypte gaan nog steeds heel wat Christenen tot de Islam over, om niet meer gediscrimineerd te worden.

In een brief aan Der Fels van februari 1990, p. 63, schrijft een missionaris uit Nigeria, die zijn naam niet wil noemen: “Een dialoog tussen Christendom en Islam bestaat niet, tenminste niet met de Islam zoals minioenen mensen hem beleven: wij hebben daar niet met een boek te maken, maar met levende mensen, fanatiek, intolerant, bereid om te sterven om de Islam met alle middelen te verbreiden. Schrikwekkend en ondemocratisch zijn zij in hun eigen land, maar in de landen, waarheen zij gaan, eisen zij rechten en maken daar aanspraak op, de beroemde mensenrechten. De Islam heeft geen raakpunten met het Christendom, de Islam is de dood van het Christendom. Wie het tegendeel beweert, is nog niet buiten zijn huis geweest”. Dit is een kreet van iemand uit de praktijk. Op “hoog niveau” spreekt de Moslim meestal een andere taal, maar huldigt doorgaans geen andere beginselen.

Het bovenstaande is geschreven om te wijzen op de krachten die in de Islam schuilen en die door volksmenners gemakkelijk actief kunnen worden gemaakt: Allah akbar! De omgang met individuele Moslims kan echter bijzonder sympathiek zijn; ik bewaar er goede herinneringen aan. Als individu treedt een mens meestal anders op dan als lid van een groep, sociaal.

Allah is niet onze God en zijn godsdienst niet de onze en ook geen aan de onze verwante, al heeft hij er dan elementen uit overgenomen. Waar de Islam in de minderheid is, zeker als dit een sterke minderheid is, is een zekere samenwerking met hem wel te proberen. Verder strekt het gebod van de naastenliefde zich ook uit tot ane Mohammedanen, ongeacht alls wat zij in het verleden Christenen hebben aangedaan. Dit gebod moet het richtsnoer zijn van ons handelen t.o. v. hen. Maar men moet ook de werkelijkheid kennen en zich aan geen illusies overgeven. Als schrikwekkend voorbeeld staat daar de oorlog in Libanon en wat in Perzië en Turkije (eind te wereldoorlog) gebeurd is en nog gebeurt.

Uit: Katholiek Maandblad – 2e JAARGANG – No. 5 – MEI 1990

>> http://www.ecclesiadei.nl/docs/ploeg0050.html


 

Uit het DOSSIER; Prof. Mag. Dr. J.P.M. van der Ploeg O.P.

Liturgie en Sacramenten

Ecclesiologie en Oecumene

Commentaar op ontwikkelingen in de Katholieke Kerk

Andere Godsdiensten

>>>  http://www.ecclesiadei.nl/dossier_ploeg.html

H. Eucharistie: Geheim van het Geloof

Prof. Mag. Dr. J.P.M. van der Ploeg O.P.
Preek in de Parochiekerk van de H.H. Leonardus en Gezellen, Martelaren van Gorcum, te Tilburg, 18 oktober 1970
Tantum ergo Sacramentum, veneremur cernui.
Laat ons zo’n groot Sacrament diep gebogen vereren.

Aldus begint de in de Katholieke Kerk meest bekende en tot voor kort ook in onze kerken telkens weer opnieuw gezongen hymne van het H. Sacrament der Eucharistie, van de hand van St. Thomas van Aquino, Dominicaan, heilige en kerkleraar.

Ik haal U deze tekst aan, dierbare Christenen, omdat ik, U vandaag heel bijzonder wil spreken over de H. Eucharistie, het “Geheim van het Geloof” bij uitstek. Ik doe dat in het kader van deze H.H. Missen voor het behoud van het geloof. Want enerzijds is het heilig Misoffer, dat wij hiervoor opdragen, de viering van de Eucharistie; anderzijds is het katholieke geloof in de Eucharistie er een dat in onze dagen weer geweld lijdt onder katholieken, zodat wij onze stem moeten verheffen voor het behoud ervan.

Het gaat om twee dingen, die niet te scheiden zijn: de leer over de H. Eucharistie en de praktijk die daarop is gebouwd en die niets anders is, dan wat wij noemen: de devotie, in al haar vormen, tot het Allerheiligst Sacrament.

Ik wil beginnen met de leer zoals die in de Heilige Schrift wordt aangeduid en door het kerkelijk leergezag wordt verklaard en voorgehouden. Dat laatste is tweemaal heel bijzonder gebeurd: door het Concilie van Trente, in de 16de eeuw, toen de protestantse hervorming het katholiek geloof in de heilige Eucharistie loochende en er iets anders, iets veel minders voor in de plaats stelde; en door Paus Paulus VI in zijn Encycliek “Mysterium Fidei” van 3 september 1965, in een tijd, dat door velen, bijzonder in ons land, achter de katholieke geloofsleer der Eucharistie opnieuw een vraagteken werd gezet, of een streep erdoor werd gehaald.

Laat ons beginnen met de H. Schrift. Wij weten uit de evangeliën van Mattheüs (26, 26-28), Marcus (14, 22-24) en Lucas (22, 17-20) en de eerste brief van de Apostel Paulus aan de Corinthiërs (11, 23-29), dat Jezus op het Laatste Avondmaal de H. Eucharistie voor ons heeft ingesteld. Het oudste, d.w.z. het eerste geschrevene, van deze vier berichten is volgens velen dat van de H. Paulus. Hij schreef het in Efeze van Turkije in 56 of 57 aan de bewoners van Corinthe in Griekenland:
“Broeder”, zo schreef hij, “ik heb van de Heer ontvangen, wat ik weer aan U heb overgeleverd, dat de Heer Jezus, in de nacht waarin Hij verraden werd, brood heeft genomen, en na gedankt te hebben, het heeft gebroken met de woorden: ‘Dit is Mijn Lichaam, omwille van U’ (d.i.: dat voor U wordt overgeleverd). ‘Doet dit tot Mijn gedachtenis’. Zo nam Hij na de maaltijd ook de kelk zeggend: ‘Deze kelk is het nieuwe Testament in Mijn Bloed. doet dit, zo dikwijls gij hem drinkt, tot Mijn gedachtenis’. En de Apostel voegde er de waarschuwing aan toe: ‘Want zo dikwijls als gij dit brood eet en de kelk drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, tot Hij wederkomt. Daarom: wie onwaardig het brood eet of de kelk des Heren drinkt, eet en drinkt zich een oordeel (d.i.: velt zijn eigen vonnis), omdat hij het Lichaam des Heren niet onderscheidt”.

In de drie evangeliën staat St. Paulus’ vermaning niet te lezen; daarin wordt alleen maar meegedeeld wat gebeurd was. Zo lezen wij bij Mattheüs: “Neemt en eet, dit is Mijn Lichaam… Drinkt allen hieruit, want dit is Mijn Bloed van het Verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergiffenis van zonden”. Zo ook in de andere evangeliën.

Sint Jan spreekt niet over de Eucharistie bij het Laatste Avondmaal. Hij schreef veel later dan de drie eerste evangelisten en wilde niet herhalen wat iedereen wist. Maar aan zulk een groot geheim van Jezus; Liefde als de Eucharistie, kon de Apostel der Liefde niet voorbijgaan. In zijn evangelie wordt het vermeld in de toespraak, die Jezus tot de Joden heeft gehouden dicht bij het meer van Galilea, in de synagoge van Kafarnaüm (Jo. 6, 26-59): “Mijn vlees is waarlijk Spijs en Mijn bloed is waarlijk Drank; wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem” (vs. 55-56).

Niet alleen de Katholieke Kerk, maar alle christelijke kerken, die het Evangelie als hun grondwet beschouwen en de waarheid van Jezus; woorden aanvaarden, geloven, wat Hij gezegd heeft. Maar wat bedoelde Hij ermee? Hier gaan, hoofdzakelijk sinds de protestantse reformatie, de meningen op tragische wijze uiteen. De katholiek gelooft, dat Jezus Christus zo werkelijk onder de gedaanten van brood en wijn aanwezig is, dat hij neerknielt en aanbidt, terwijl de protestantse catechismus van Heidelberg, in Nederland nog steeds een basistekst voor godsdienstonderricht bij hervormden en gereformeerden, de H. Mis een afschuwelijke paapse afgoderij noemt. En dit laatste gebeurt niet (ten minste nu niet) uit opzettelijk ongeloof, maar omdat, of terwijl, de woorden der H. Schrift anders worden uitgelegd dan binnen de Katholieke Kerk. Waar het voor katholieken op aankomt, is niet: hoe leer ik, individueel, de woorden der H. Schrift naar mijn persoonlijke mening? maar: wat leest de Kerk erin. In de H. Schrift is over de H. Eucharistie een mondelinge overlevering vastgelegd, die van de Apostelen stamt: zij waren getuigen van het Laatste Avondmaal. Wij lezen die H. Schrift in en met de Kerk en zoals de Kerk haar leest en verstaat. De Kerk heeft van Christus een leergezag ontvangen. En dat leergezag is niet een stil, zwijgend boek, maar het levend woord van levende mensen; het is het eerst gesproken door Jezus en de Apostelen en het zal tot het einde der tijden doorklinken in het levend leergezag der Katholieke Kerk.

Dit leergezag blijkt in de eucharistie vooral uit de praktijk der Kerk van het begin af, uit haar Liturgie. De Kerk heeft van het begin af de H. Eucharistie gevierd in het Oosten en in het Westen, en zij heeft altijd geloof, dat de Heer er tegenwoordig komt onder de gedaanten van brood en wijn, doordat brood en wijn werkelijk worden veranderd in Zijn Lichaam en Bloed. In de laoude Romeinse liturgie werd dit steeds geloofd en er niet uitdrukkelijk bij gezegd. Maar in de oude Griekse van Joannes Chrysostomus vraagt de preister uitdrukkelijk dat God Zijn Heilige Geest mag zenden, om brood en wijn te veranderen in het Lichaam en Bloed van onze Heer. Geen verandering dus van betekenis alleen, of van een nieuw doel waarmee men brood en wijn gebruikt, maar van brood en wijn zelf; niet alleen maar een geestelijke aanwezigheid, maar een aanwezigheid door verandering van brood en wijn in het verheerlijkt Lichaam en bloed van onze Heer. In de Kerk van het Westen en de afgescheidenen kerken van het Oosten bestond hierover geen meningsverschil, totdat in de 16de eeuw in Noordwest Europa andere opvattingen werden verkondigd. Daarmee kwam tevens in vele streken een einde aan de devotie tot de H. Eucharistie zoals die toen bestond, sinds eeuwen: aanbidding, processies, vaak communiceren van vromen. Wat de H. Eucharistie in de 15de eeuw voor de vromen in Nederland betekende, kan men lezen in het vierde Boek der Navolging van Christus van Tomas à Kempis; bij de hervormden bleef daarvan maar weinig over.
Ook nu zien wij in Nederland weer dezelfde verschijnselen optreden: geen of weinig aanbidding meer, processies vervallen, men gaat nog wel te Communie op zondag, maar niet meer in de week, of gaat helemaal niet meer naar de kerk.

Wij onderscheiden in het H. Sacrament drieërlei: Jezus’ aanbiddelijke tegenwoordigheid; de Communie; het Misoffer: het zijn alle drie grote gaven van God, die nauw samenhangen, Ja, samen één zijn. Tegenwoordig wordt veel, te veel, de nadruk gelegd op het maaltijdkarakter der Eucharistie; over het overige wordt vaak niet gesproken, als het al niet wordt ontkend. Aan het eind van de liturgische dienst op zondag gaan de gelovigen naar voren, halen een Hostie en gaan na enkele ogenblikken weer naar huis. Zo was het tot voor kort niet, en terecht niet.

Als het brood en wijn werkelijk veranderen in Jezus’ Lichaam en Bloed, zodat zij geen brood en wijn meer zijn, dan is Jezus zelf daar, onder de broodsgedaante, want Zijn Lichaam en Bloed zijn onafscheidelijk verbonden met Zijn verheerlijkte Mensheid, die die van een goddelijke Persoon is. Jezus zelf is daar en dan is het billijk, dan is het vanzelfsprekend, dat velen het verlangen gevoelen – en dit ook uitvoeren – Hem ook buiten de H. Mis te aanbidden als Hij rust in het tabernakel, Hem liefdevol toe te spreken en Hem zijn nood te klagen, zich geborgen te voelen door bij Hem te zijn, Hem plechtig ter aanbidding willen zien uitgesteld.
Als brood en wijn wonderbaar veranderen in Jezus’ Lichaam en Bloed, dan volgt hieruit, dat zelfs het kleinste deeltje daarin verandert. Het is dus niet zo dat kruimels, die van een Hostie afvallen, of druppeltjes geconsacreerde Wijn, geen Eucharistie meer zouden zijn, niet meer Jezus zelf. Dit is in strijd met het geloof en in zekere zin zelfs met het gezond verstand. Want dit laatste zegt in goed Nederlands: “kruimels zijn ook brood” en dit wil voor ons zeggen: ze hebben evengoed de broodsgedaante als de hele Hostie. In de 4de eeuw vermaande de H. Cyrillus van Jeruzalem de doopleerlingen, die door hem in de Paasnacht in de Kerk zouden worden opgenomen, op die kruimeltjes te letten, wanneer ze de H. Communie eerbiedig op de holle hand, met grote eerbied, zouden gaan ontvangen. “Als het goudstof zou zijn, dat op Uw hand viel”, zei hij, “zoudt U dan niet met de grootste zorg alles verzamelen, opdat er niets verloren ging? Hoeveel te meer moet gij dit doen nu de kruimels geen goudstof, maar de Heer Jezus Christus zelf zijn!”

Wat de Communie op de hand betreft: dat was in die oude tijd een betuiging van eerbied. Wanneer men eerbiedig een geschenk ontving, strekte men de holle hand uit en de Christenen ondersteunden de rechter met de linker, waarbij zij de H. Hostie regelrecht uit de holle hand nuttigden. Nog heden houdt in India elke bedelaar, die U iets vraagt, zijn beide holle handen uitgestrekt voor U, om daarop de aalmoes te ontvangen. Als men nu weer in Nederland en enkele andere streken op de hand communiceert, herstelt men niet het oud-christelijke gebruik: eerstens, omdat men het anders doet, en ten tweede, omdat het geen teken van bijzondere eerbied is (eerder het tegendeel), wat het voor de oude Christenen juist wel was.

Dan is daar de Communie. Wij mogen Jezus ontvangen. Het H. Sacrament is ingesteld onder de gedaante van spijs en drank, opdat wij het zouden nuttigen. Een sacrament werkt uit, wat het betekent; wanneer wij ons lichamelijk zo innig mogelijk verenigen met de gedaanten van brood en wijn en dit doen vol innerlijke verlangen, verenigt de geest zich met Jezus zelf, Die door het Sacrament niet alleen wordt getekend, maar ook bevat. De H. Eucharistie is Jezus zelf; de H. Communie wil ons geestelijk steeds inniger verenigen met de God-mens, ons steeds dichter bij He, brengen. Bedenken wij, wat dit betekent: een mens, zwak, zondig, verenigd met de heilige God! Eens, zo hopen wij, zal dit geschieden in de hemel; op aarde is de vereniging in de H. Communie een onderpand van die latere hemelse vereniging. Daarom spreekt de Kerk de H. Eucharistie als volgt toe: “O, heilig gastmaal, waarin Christus wordt genuttigd, de gedachtenis aan Zij lijden wordt gevierd, de geest met genade wordt vervuld en ons het onderpand wordt gegeven der toekomstige heerlijkheid” (gebed “O Sacrum Convivium”). En St. Paulus zegt, dat wie eet en drinkt, zich een oordeel drinkt, omdat hij “het Lichaam des Heren niet onderscheidt”, d.w.z. er geen rekening mee houdt, dat wat hij nuttigt Jezus’ Lichaam, Jezus Christus zelf is.

Daarom mag niemand tot dit heilig Sacrament naderen als hij schuldig is aan groot kwaad. Is het geen vermetelheid, de H. Communie te ontvangen, wanneer men heeft gezondigd en daarover geen berouw heeft gehad? Althans zijn grote zonden niet eerst aan de priester heeft gebiecht? Of moeten wij zeggen, dat zij die dit tegenwoordig niet doen, weinig geloof meer hebben in de werkelijke tegenwoordigheid van Jezus Christus in het H. Sacrament? Want hadden zij dit wel, hoe zouden zij het dan wagen, de H. Communie te ontvangen? Zij vergeten dat Jezus niet alleen onze Verlosser, Vriend en Helper is, maar ook onze Rechter zal zijn. In vroeger tijd zou niemand te Communie gaan, als hij niet eerst had gebiecht, om zo zuiver mogelijk tot de H. Communie te naderen. Dit was niet altijd nodig, maar tegenwoordig maken wij het tegendeel mee: hele scharen van gelovigen gaan tot de Communie, die zelden of nooit biechten, zonder zelfs maar hun geweten te onderzoeken en hun zonden voor God te belijden. Zondigen zij, zondigen wij, dan niet meer? Zijn zij, zijn wij, zoveel beter dan hun, dan onze, vaders? Is er b.v. geen kerkelijke huwelijksmoraal die wordt overtreden? Zijn wij altijd liefdevol in spreken en handelen, altijd kuis? Het nalaten, resp. afschaffen van de biecht is een ernstig teken destijds, een teken van verslapping van christelijk leven, en herinnert aan wat gebeurde in de tijd van de hervorming der 16de eeuw.

In Oosterse liturgieën roept de priester voor de H. Communie uit: “Het Heilige voor de heiligen!” De gelovigen, zich van hun zonden bewust, zeggen dan: “Er is één heilige Vader, één heilige Zoon, één heilige Geest”, d.w.z.: God alleen is Heilig, wij mensen zijn dat nooit. Maar wij moeten trachten het te zijn door ons zoveel mogelijk te reinigen van zonden, voor wij de H. Communie ontvangen; een hiervoor door de Kerk krachtig aanbevolen, middel is de Biecht. Geve God, dat deze in ons land weer in ere wordt hersteld. Wat daarin overdreven of fout was, mag en moet wegvallen, niet de Biecht zelf.

De Heilige Mis, viering der Eucharistie, is ook een offer. Zij is door onze Heer ingesteld op de avond van Zijn lijden, dat zijn hoogtepunt vond in Zijn offerdood op het kruis. Als de priester nu in de h. Mis brood en wijn consacreert, verzinnebeeldt hij daardoor de dood van Christus. De gescheiden gedaanten van brood en wijn stellen zinnebeeldig de scheiding van Jezus’ Lichaam en Bloed en daarmee Zijn door voor. De Kerk leert dat onder de gedaante van brood niet alleen Jezus’ verheerlijkt Lichaam, maar ook Zijn Bloed en Zijn Godheid tegenwoordig zijn, zij zijn immers niet van elkaar te scheiden. Hetzelfde gaat op voor de gedaante van wijn: daar is ook Jezus’ Lichaam tegenwoordig. De gescheiden gedaanten betekenen het gescheiden Lichaam en Bloed; die van de wijn heel bijzonder het “bloed dat wordt vergoten, tot vergiffenis van zonden”.

Nu heeft Jezus zich maar éénmaal, eens en voorgoed, aan Zijn hemelse Vader geofferd (Hebr. 9, 28). Daarom is het H. Misoffer hetzelfde offer als dat op het kruis. Zoals een en dezelfde Christus in de Eucharistie aanwezig is onder alle broodsgedaanten op de hele wereld, en er niet “veel Christussen” zijn, zo is ook het ene offer van Calvarië tegenwoordig in alle Misoffers, alle Eucharistievieringen der hele Kerk.

Waarom dit? Door het Misoffer wordt het kruisoffer ons nabij gebracht en worden wij er telkens aan herinnerd, kunnen wij ons gemakkelijker openstellen voor de genade der Verlossing, op het kruis door Christus voor ons verdiend, maar daarom nog niet reeds op elk van ons toegepast. Zo is de H. Mis dus, zoals de Kerk zegt, een “Memoriale mortis Domini”, een “Gedachtenis aan de dood van de Heer, een levend Brood, dat het Leven aan de mens geeft”. Bedenken wij dit voldoende of vergeten wij het? Helaas, wij vergeten het maar al te vaak en al te veel.

Wanner wij in de H. Mis Jezus’ lijden gedenken, dan dienen wij daaruit ook onze conclusies te trekken en die zijn van verschillende aard. Eén ervan, en niet de minste, is: als Jezus Zijn lijden in gehoorzaamheid aan de hemelse Vader heeft gedragen, moeten ook wij ons lijden zo proberen te dragen, ons ongemak, onze tegenspoed, zelfs ellende en ongeluk. De leerling is niet meer dan zijn Heer. In deze geest beleefd, wordt het H. Misoffer ons tot een machtige steun in de stormen van het leven, een middel, dat ons helpt gelijkvorming te worden aan de Heer en door ons lijden aan te vullen wat aan het Zijne ontbreekt.

Tenslotte: aan de viering der Eucharistie (het woord betekent: dankzegging, lofprijzing van God voor al Zijn weldaden, vooral voor die van de Verlossing) is een maaltijd verbonden, de H. Communie. Daaraan wordt nu in onze tijd in ons land, de meeste aandacht besteed, zo niet alle. De canon, het offergebed, noemt men wel “tafelgebed”, en spreekt van “offer” liefst niet. Men stelt het zelfs zo voor, dat de eucharistische maaltijd de tafelgenoten allereerst met elkaar verenigt en daarom vooral, of zelfs uitsluitend, een zinnebeeld is van onderlinge saamhorigheid, elkaar weldoen, liefde en vriendschap. Zo gezegd is dit niet juist. De H. Eucharistie verenigt ons met elkaar, omdat zij ons met Christus verenigt. Zijn wij Gods kinderen en tonen wij dat door het ontvangen van de H. Eucharistie met een rein geweten en vol liefde tot de Heer, dan zijn wij elkanders broeders in Christus. De H. Eucharistie brengt ons bij elkaar, omdat wij er ons rond Christus scharen.

De eucharistische maaltijd is niet te vergelijken met een gewone maaltijd, omdat de Spijs, die wij erin genieten, Christus zelf is, Die ons tot de maaltijd heeft uitgenodigd en Die ons met Zich wil verenigen. Een gewone maaltijd verenigt ons, doordat wij samen iets aangenaams, iets heel aangenaams doen, iets, dat ons leven onderhoudt. De eucharistische Maaltijd verenigt ons in Christus, de Spijs zelf. Bij een gewone feestmaaltijd komt het er minder op aan, wat wij eten, als het maar goed smaakt. In de eucharistische Maaltijd komt het alleen op de Spijs aan: Jezus’ Lichaam en Bloed; en dat is heel wat anders.

In de viering der Eucharistie is het te Communie gaan het laatste deel van de plechtigheid. Het hoogtepunt is het offergebed van de canon, waarin God gedankt en geprezen wordt, om Zijn Gaven aan ons mensen geschonken, vooral de Gave van Jezus’ Vlees en Bloed en Zijn offerdoor op Calvarië; de Gave van Jezus zelf, Die door de Consecratie in Zijn verheerlijkt Lichaam met Godheid en Mensheid op het altaar neerdaalt, op een manier, die herinnert aan Zijn menswording in de schoot der Moedermaagd. Dan pas, als dit hoogtepunt bereikt is, als god, Centrum, Bron en Oorsprong van heel ons bestaan, is geprezen en gedankt, mogen wij aan onszelf denken en ons in de H. Communie met Christus verenigen, zodat ten volle bereikt wordt, wat Jezus met Zijn offerdood bedoelde.

Dierbare Christenen! Dit is in het kort, niet mijn leer over de H. Eucharistie, maar de leer der Kerk, zoals die veel beter dan ik het kan, en met nadruk is herhaald op het Concilie van Trente en vijf jaar geleden door Paus Paulus in zijn heerlijke Encycliek. Danken wij daarom God voor deze onuitsprekelijke Encycliek. Danken wij daarom God voor deze onuitsprekelijke Gave en gaan wij over tot de viering ervan, door de belijdenis van ons geloof.

AMEN.

http://www.ecclesiadei.nl/docs/ploeg0005.html

Heilige Deuren – voorwaarden om aflaat van barmhartigheid geldig te kunnen ontvangen

Pastoor Penne: Heilige Deuren…

Sinds 8 december zijn we in een Heilig Jaar in de Rooms-katholieke Kerk, het Heilig Jaar van Barmhartigheid. Paus Franciscus heeft een Heilig Jaar uitgeroepen met zijn wens “dat het Heilig Jaar een levende ervaring van de nabijheid van de Vader, wiens tederheid bijna tastbaar is, zal zijn, zodat het geloof van iedere gelovige gesterkt mag worden en het getuigenis ervan zo steeds effectiever mag zijn”. In de kerken van Tollembeek, Bever en in de kapel van Galmaarden staat een grote kaars die we in elke zondagsviering aansteken om elk duidelijk te maken dat we in het Heilig Jaar zijn. Een bijzonder teken in een Heilig Jaar in de Rooms-katholieke Kerk zijn de Heilige Deuren die worden geopend. Iedereen heeft het wellicht op een op andere manier meegekregen dat in de vier grote basilieken van Rome de Heilige Deuren geopend zijn. In ieder bisdom zijn er ook een of meerdere kerken waar Heilige Deuren geopend zijn. In ons vicariaat Vlaams Brabant zijn er drie plaatsen waar een heilige Deur is geopend: in de kathedraal van Mechelen en in de basilieken van Halle en Scherpenheuvel. In ons parochieblad en in de pers stonden mooie foto’s van hoe de pauselijke nuntius in Halle de Heilige Deur is komen openen. In de afgelopen tijd zijn er verschillende mensen die mij gevraagd hebben wat de betekenis van die Heilige Deuren was en sommigen wisten van vorige Heilige Jaren dat het iets met aflaat te maken had en dat men bepaalde dingen moest doen maar wat was dat?

Die Heilige Deuren zijn er natuurlijk niet gewoon als een soort symbool dat die kerk bijzonder meedoet met de viering van het Heilig Jaar van de Barmhartigheid dat de Paus heeft afgekondigd. Die Heilige Deuren verwijzen zeker naar Jezus die van Zichzelf zegt dat Hij de Deur bij uitstek is. In het Johannesevangelie 10, 7 en 9 zegt Jezus: “Ik ben de Deur voor de schapen. Ik ben de Deur: als iemand door Mij binnenkomt, zal hij gered worden: hij zal in- en uitgaan en weidegrond vinden”. Het binnengaan door die Heilige Deur is eigenlijk binnengaan bij Jezus die ons Zijn grote Barmhartigheid wil tonen. Die Heilige Deuren zijn bijzondere plekken waar men, als men ze bezoekt, een aflaat kan verdienen. De aflaat betekent dat alle zonden en alle straffen die daar aan vastzitten helemaal worden vergeven. De Paus noemt het ” een werkelijke ervaring van de barmhartigheid van God, die ieder persoon tegemoet komt in het Gelaat van de Vader die ontvangt en vergeeft, de begane zonden volledig vergeet”. Natuurlijk krijg je dat niet door zomaar eens gezellig naar Halle of Scherpenheuvel te rijden en even door de deur te wandelen. Paus Franciscus schrijft in zijn brief dat er een aantal dingen moeten gedaan worden om die aflaat te verdienen: je moet biechten, de Mis bijwonen en ter Communie gaan, de geloofsbelijdenis bidden en bidden voor de intenties van de Paus. Letterlijk schrijft Paus Franciscus: “Het is belangrijk dat dit moment in de eerste plaats wordt verbonden met het Sacrament van Verzoening en met de viering van de Heilige Eucharistie, met een overweging over barmhartigheid. Het zal nodig zijn dat deze vieringen de geloofsbelijdenis bevatten en een gebed voor mij en de intenties die ik in mijn hart draag voor het welzijn van de Kerk en de gehele wereld”.

Onze bisschoppen hebben het zo geregeld dat er binnen een redelijke afstand een Heilige Deur te bereiken is. Hopelijk nemen de gelovigen dat bijzondere aanbod van Gods Barmhartigheid aan en groeien ze steeds meer als christen.

Pastoor A. Penne, www.priesterpenne.be


 

 

Pater Daniël: Herders en Wijzen, Nieuwjaarswens, Olie op het (staakt-het-)vuur

Vrijdag 1 januari 2016

pater-daniel2Goede vrienden,

Tot heden was het vrij zacht weer, rond het vriespunt. Op de laatste dag van het jaar viel er sneeuw en begon de temperatuur flink te zakken. Omdat ook af en toe de zon achter de wolken bleef, kreeg ons “minijoultje” (zonnepaneel) het zwaar te verduren. Als er geen elektriciteit is, wil iedereen daarop aansluiten en dan bezwijkt het af en toe onder de last. Alles bij elkaar toch een kostbaar ding.
Licht in de duisternis. Dank u wel voor hen die het ons geschonken hebben.

Er is veel nieuws van het oorlogsfront. Ondanks de sluwe tegenwerking van de legers van de helft van de wereld, maakt het Syrische leger nagenoeg op alle fronten flinke vooruitgang, dank zij Rusland en de Hezbollah. Daarover eventueel een volgende keer. Nu vertellen we vooral hoe we de voorbije dagen beleefd hebben en geven een nieuwjaarswens mee.

Van harte,
Pater Daniël


 

Bethlehem alom

De kleine profeet Micha kondigde in de 8e eeuw voor onze tijdrekening aan dat het piepkleine plaatsje Bethlehem beroemd zou worden bij alle volkeren van alle tijden omwille van de geboorte van Jezus: “Gij echter Bethlehem in Ephrata, al zijt gij klein onder Juda’s geslachten, toch zal er, zeg Ik, iemand uit u komen die over Israël gaat heersen…Hij zal de man van de vrede zijn” (5, 1-4). Niet Rome, Washington, New York, Brussel, Parijs of Londen, maar Bethlehem. In de kersttijd is de hele wereld verlicht door kerststallen die de geboorte van Jezus in Bethlehem vieren. Noch de wereldheerser Augustus, noch de moordenaar Herodes kunnen de vervulling van deze profetie beletten. Vurige ridders van de laïciteit in Frankrijk hebben zich ingespannen om dit jaar kerststallen in het openbaar te verbieden. Het heeft een omgekeerd effect en er prijken meer kerststallen dan voorheen. In feite is iedere plaats op aarde een Bethlehem geworden en iedere mens van goede wil is als een herder of als een wijze op weg naar Jezus in de kribbe.

De komst van de herders

Twee dagen voor Kerstmis komen de eerste herders hier al toe. Het zijn Fransen die op een vredesconferentie in Genève moeder Agnès-Mariam ontmoet hebben en de gemeenschap willen leren kennen. Het zijn vurige moslims, beide gehuwd met een Algerijnse vrouw, trouwe bedevaarders naar Mekka en ze willen de islam terug brengen naar naastenliefde en broederlijkheid. Ze vertelden hoe massa’s moslims in Algerije nu terugkeren naar hun wortels en christen worden. Ze hebben een vereniging gesticht voor de eenheid van alle vredelievende gelovigen. ’s Morgens namen we een simpel (vrij primitief) maar erg gezellig ontbijt met vijf in mijn klein kamertje (mijn slaapkamer, studiekamer, leslokaal, conferentiezaal, refter, ontmoetingsruimte, gastenkwartier voor mannen, ‘all rolled in one’!) Zo konden we naar hun vurige pleidooien luisteren en omgekeerd getuigen van het christelijk geloof en de ware betekenis van “dé Profeet Gods”, Jezus, de enige Redder voor alle mensen. Hun levensstrijd gaat tegen alle vormen van fanatisme in de islam en vooral tegen het wahabisme van Saoedi-Arabië. Dat is voor hen de hoogste gruwel. Eindeloze verhalen brachten ze over de corruptie, huichelarij, arrogantie van de heersende klasse in Saoedi-Arabië. Ze zagen er zovele jongeren met afgehakte hand of zelfs afgehakte arm, die als slaven voor hun heersers gewerkt hebben en omdat ze een kleine fout begingen op die wijze verminkt werden. Ondertussen stelen deze prinsen zelf alle rijkdom van anderen, laten voor zich champagne en luxegoederen overkomen met een helikopter en zwalpen van de ene prostitué naar de andere. Over heel de wereld richten ze centra op om mensen tot het strikte wahabisme te verleiden als de enige ware leer. Ondertussen is Saoedi-Arabië aangesteld als  hoofd van de officiële UNO commissie voor de rechten van de mens. De wereld is gek geworden. Vrouwen in het westen worden betaald om opvallend gesluierd rond te lopen. Voor onze Franse  moslims  is het duidelijk waarom het wahabisme en het  zionisme zo nauw samenwerken: het is dezelfde wereld van geld en geweld, macht, arrogantie, overheersing, racisme en haat tegen anderen. Zoals het wahabisme  al wat menselijk is in de islam afbreekt, zo breekt het zionisme al  het waardevolle van het joodse geloof af, zeggen zij. Meteen vernemen we dat het wahabisme eigenlijk uit het zionisme ontstaan is.  Hun getuigenis over Frankrijk was merkwaardig. Bij zovele moslimgemeenschappen in Algerije, Libanon,   Syrië en elders voelden ze de diepe onderlaag  van een vredevol samenleven van de verschillende godsdiensten en ethnische groepen. Welnu, bij ons in Frankrijk, zegt  de ene,  voel je steeds meer hoe de moslimgemeenschappen omgevormd worden door het wahabisme en groeien naar haat tegenover alle anderen. Zo worden vele jongeren voorbereid om naar “het hoogste doel”  te streven nl. hier in Syrië of elders komen vechten, zoveel mogelijk ‘ongelovigen’ doden en zelf als ‘martelaar’  sterven om  de hemel te verdienen! Deze misleide jongeren  menen hierin de enige zekerheid te vinden om in de hemel te komen.

En van de wijzen

De dag voor kerstmis worden in de voormiddag “de grote uren”, gevierd, ook “koninklijke uren” genoemd omdat de keizer in Constantinopel destijds daaraan deelnam. Ook onze moslims waren present en lazen om beurt uit de  psalmen en de brieven van Paulus, waarvan ze getuigden dat die psalmen hen diep getroffen hadden. Dit gebed omvat de zogenaamde primen, tertsen, seksten en nonen en duurt meer dan een uur. Daarna was het tijd voor de eucharistie van de 24e december. Ik bekleedde me met de gewaden  en ging in het atrium. En plots verschenen de volgende herders of wijzen: de bisschop met nog een gast. Hij zei lachend dat ik in dit misgewaad er als een bisschop uitzag en hij  hing zijn kruis om mijn hals. Dan stelde hij zijn gast voor: broeder Alois, de huidige overste van de broeders van Taizé, de opvolger van broeder Roger. Deze wist niet dat hier een religieuze gemeenschap was en viel van de ene  verbazing  in de andere. De bisschop kon maar even blijven, maar broeder Alois wilde wel met ons het middagmaal gebruiken en wij zouden in de namiddag zorgen dat hij terug in Yabroed geraakte. Ondertussen was de tijd voor de eucharistie al lang voorbij, trouwens straks zingen we vespers en die duren ook vijf kwartier.  Broeder Alois vertelde dat er nu een “kleine gemeenschap” van een honderdtal broeders is in Taizé, alsook verschillende fraterniteiten in diverse landen. De poging om een fraterniteit te stichten in Libanon lukt niet, omdat de broeders geen Arabisch spreken en westerlingen zijn. Op dit ogenblik bereiden ze de jaarlijkse jongerenontmoeting voor in Valencia, Spanje, waar van 28 december tot 2 januari 2016  ‘n 20.000 jongeren verwacht worden. Zij willen alom de kleine loten van hoop aanmoedigen. Zelf vieren de broeders onder elkaar hun kerstfeest op 6 januari. Er werd nog een rondleiding voorzien voor broeder Alois en dan was het tijd om afscheid te nemen. De handgemaakte sierkaars die we hem meegaven, zou hij op de jongerenontmoeting in Valencia aansteken.

Voor de vespers van deze 24 december kwamen de volgende herders toe, enkele moslims en christenen uit Qâra. Hierna de plechtige nachtmis, al was het om 10.00 u. Traditioneel worden daarna kerstliederen uit verschillende landen en in verschillende talen gezongen. Dit is een zingen en dansen tegelijk, waar ook de kinderen graag aan deelnemen en duurt  tot middernacht. Daarna was het tijd om in de hal van allerlei versnaperingen met wat warms te genieten, door enkele volwassenen samen met de kinderen klaargemaakt en opgediend.   Dan ging het nog een tijd verder met kerstliederen en met de gekke toeren van “papa en mamma Noel”. De volgende dag, met kerstmis zelf  zou trouwens “papa Noel” nog kippen brengen aan de zuster die voor de kippen zorgt. Tegen twee uur was het wel stilaan goed geweest en gingen we slapen. Op Kerstdag  zingen we ’s middags  het morgengebed met de speciale byzantijnse kerstgezangen van de liturgie, welke ook ruim een uur duren. We wachten immers nog op enkele herders of  wijzen die groot oponthoud gehad hebben omwille van moeilijkheden met de hulpverdeling in het noorden en in deze wintertijd heeft zulks   voorrang. Uiteindelijk arriveren moeder Agnès-Mariam, zr. Carmel en haar broer. We eten samen en er wordt uitvoerig en lang gedeeld, o.a. ook samen met onze Franse moslims over de raakpunten van soefisme en christelijke mystiek, waarbij moeder Agnes-Mariam helder het unieke  van de christelijke mystiek belicht omwille van Jezus de enige Verlosser. ’s Avonds vieren we plechtig de Latijnse eucharistie van Kerstmis, weliswaar met  Arabische en byzantijnse elementen.   Dan volgen de maaltijd en de officiële viering van kerstavond met voor iedereen de traditionele geschenken: warme handschoenen, sokken, een sjaal… maar ook een microgolf, een strijkijzer, boeken…  De verantwoordelijke van de groep vrijwilligers krijgt zelfs een laptop (die ze al heel lang nodig hadden). Gedurende het jaar wordt eens gekeken wat ieder persoonlijk of voor zijn werk nodig heeft. De sfeer hierbij is eerder uitgelaten en ondertussen speelt er ritmische muziek alsof  het een mini-rockfestival is Tweede kerstdag verloopt nog helemaal in de sfeer van kerstmis. Van buitenaf hadden we wel aparte geluiden. Aan de kant van Libanon zijn de VS, Saoedi-Arabië en  het zionistisch Israël de rebellen aan het helpen om toch nog een doorgang te forceren, wat gelukkig niet lukt. Aan de andere kant is het leger een grondige zuivering aan het uitvoeren rond het christelijk dorp Sadad. Ondertussen is Maheen weer bevrijd van rebellen. Vandaar wat meer schoten,  ontploffingen en oorlogsgeroffel, maar het boezemt niemand enige vrees in. ’s Middags verzamelen we op het voorplein rond een groep gehandicapten uit het dorp. Ook voor hen brengt  “papa Noël” geschenken en ze hebben er plezier in. Tweede kerstdag eindigen we ’s avonds in de kerk rond de grote kerststal waar voor ieder een tekst uit de Schrift wordt gelezen. Ook de  volgende dagen heerst er nog feeststemming. Er komt nog een Syrisch  meisje toe die onze vrienden in Tartous gaat helpen met hun zware taak van de hulpverlening. En ’s avonds staat er niets bijzonders op het programma. Sommigen amuseren zich met een gezelschapsspel: plastieken stokjes worden op tafel gegooid en ieder moet trachten zoveel mogelijk stokjes te nemen, zonder dat anderen verschuiven. Twee zitten er te schaken en  enkelen zijn onder begeleiding van een gitaar  liedjes aan het zingen. Kortom, het is als in een gezellige stal van Bethlehem.

Olie op het (staakt-het-)vuur

Eensgezind heeft de Veiligheidsraad van de UNO op 18 december 2254 een routeplan gelanceerd voor de vrede in Syrië. Ze gaan zich allemaal inzetten voor de bescherming van de soevereiniteit van Syrië. Hierbij wordt gesteld dat een staakt-het-vuren samen moet gaan met een politiek proces. Ziedaar de woorden in de wind,  voor de schone schijn, ver van de werkelijkheid. Drie van de vijf permanente leden streven immers  nog steeds niets anders na dan een nieuwe oorlog  tegen Syrië en Rusland. Het  zijn de  VS, Frankrijk, Groot-Brittannië, die daarbij de volle steun genieten van de NAVO, Turkije en Israël, om nog te zwijgen van Saoedi-Arabië en Qatar. Het is deze  coalitie die de grootste schuld draagt voor de blijvende ellende in Syrië en heel de regio.  Onder  morele druk van Rusland zijn ze nu echter verplicht een bocht te nemen en ze weten niet goed hoe ze dat best doen.

 

Op de dag van deze glorieuze UNO-verklaring meldt de NAVO dat  Duitse oorlogsschepen en Deense  Awacs radar vliegtuigen  naar Turkije komen “om de grens met Syrië te verdedigen”, dus rechtstreeks gericht tegen Syrië en Rusland. De volgende dag wordt de eerste van de drones  “Global Hawk” voor spionage gestuurd. Op hetzelfde ogenblik kondigt Duitsland de levering aan van de vijfde atoomduikboot  “Popeye Turbo” aan Israël. Terwijl Iran de atoomwapens afzweert en Syrië zijn chemische wapens laat ontruimen, wordt de super-kernmacht van Israël nog versterkt, naast hun immense voorraad biologische en chemische wapens. Op 19 december vernietigen  twee zionistische bommenwerpers een gebouw in Damascus dat naast burgerdoden ook Samir Kuntar doodt. Als Libanese verzetsstrijder heeft deze man 30 jaar in een Israëlische gevangenis doorgebracht en had zich nu bij Hezbollah aangesloten om tegen Daesh te strijden. Nu is hij  het symbool van het gerechtvaardigde verzet van het Palestijnse, Libanese en Syrische volk. Tevens  meldt Frankrijk dat het voor 7 miljard dollar 24 jachtbommenwerpers Rafale geleverd heeft aan Qatar. De wapenindustrie floreert als nooit voorheen.  Verder hebben de  VS zogenaamd in Kirkouk met helikopters Daesh gebombardeerd. In feite hebben ze de Chinese olie-installaties vernietigd. Hakem al-Zamoli, voorzitter van de  Irakese commissie voor nationale veiligheid was hieromtrent dan ook zeer duidelijk: de Amerikanen zijn met hun actie Daesh komen beschermen.  Zullen de  grootmachten hiermee het routeplan voor de vrede in Syrië volgens   resolutie 2254   garanderen of is het eerder bedoeld als  “olie op het vuur”? De internationale coalitie onder leiding van de VS kan Daesh niet bestrijden omdat ze  niet zijn oorsprong en oorzaak erkent. En dat zijn ze zelf. Ze mogen echter niet vergeten dat Syrië vast besloten blijft om ook deze keer zich niets van buitenaf te laten opleggen, zoals Bouthania Shaaban, de woordvoerster van de president nog eens duidelijk heeft gezegd in haar toelichting op de UNO resolutie.

Nieuwjaarswens

Zoals ieder mens verlangen ook wij naar vrede om in liefde  en vreugde te kunnen leven. Moge Syrië dit jaar bevrijd worden van alle terreur en zijn soevereiniteit herwinnen. Mogen we vervolgens in staat zijn daadwerkelijk te blijven meehelpen aan de moeizame heropbouw van dit land en het herstel  van zijn harmonieuze samenleving, waarbij de christenen altijd een eminente rol gespeeld hebben. Dit was hun land, lang voordat de islam bestond. Wij danken alle weldoeners die ons in staat stellen de bevolking en de christenen te blijven helpen.

Zelf afkomstig uit Europa vonden we  in Syrië ons tweede kostbaar vaderland. Eens waren Europa en Rusland nauw met  elkaar verbonden. Dan kwam de scheiding tussen het vrije westen en het Oostblok onder communistische dictatuur. Nu zijn de rollen omgekeerd. De Europese landen zijn vazallen geworden van Amerika en Rusland heeft opnieuw zijn identiteit en soevereiniteit  herwonnen. Terwijl Rusland zich noodgedwongen tot China wendt, wordt in Europa plechtig de inhuldiging van een immens koopcentrum, een McDonald of een islamitisch centrum gevierd. In Rusland viert men de inhuldiging van een schitterende iconostase in een nieuwe orthodoxe kerk. De Europese landen  hebben hun christelijke wortels verloochend, samen met hun soevereiniteit, hun geestelijke en menselijke waarden, opgeslorpt door een Amerikaanse verpletterende mondialisatie. Het zijn landen zonder grenzen, zonder waarden, zonder eigenheid of geschiedenis. De droom van de grotere welvaart wordt verdreven door de werkelijkheid van steeds meer verarming, de beloofde grotere vrijheid wordt verpletterd door een steeds grotere totalitaire dictatuur. Het is het Europa van de ontbinding van de gezinnen, van de LBGT en de  Femen, het Europa van het consumentisme, de multinationals  en het entertainment. De hogepriesters van de afschaffing van alle grenzen en het opheffen van alle waarden zullen nog een tijd met succes aan de macht  blijven, totdat   de bodem van de ravijn  bereikt is. De getuigen van de waarheid en van het leven zullen voorlopig nog aan de rand staan als de “ losers”. Mijn wens en hoop is dat zij volhouden en talrijker worden. Eén dokter die een moeder helpt haar kind ter wereld te brengen en abortus weigert of iemand een echt menswaardig sterven  gunt op zijn tijd en zijn wijze (eu-thanatos = goede dood)   en euthanasie weigert, kan nog tot  gevangenisstraf veroordeeld worden. Een massa overtuigde gewetensbezwaarden kan men niet meer opsluiten.  Mijn hoop is dat deze menigte authentieke weerstanders als getuigen van de waarheid, van het leven en het christelijk geloof mag groeien.

Wil je een aangrijpend kerstverhaal  van weerstand uit Syrië, lees Ugarit Dandache, Syrie: du ciel à la terre, les hommes de Kweiris ont gangné  leur pari, mondialisation.ca, 19 dec 2015. Drie jaar lang leefden de soldaten van  het militaire vliegveld ten oosten van Aleppo, 25 vierkante km groot, te midden van een door Daesh gecontroleerd gebied, met de dood voor ogen. Nu getuigen zij hoe ze als broeders overleefden, ieder ogenblik bereid om hun leven te geven voor elkaar en voor hun volk. Sommigen  sneuvelden, maar allen bleven trouw in de strijd tegen leugen en moord.

Waar zijn de christenen in Europa die naar het woord van Paulus weerstand willen bieden: “Stemt uw gedrag niet af op deze wereld. Wordt andere mensen met een nieuwe visie” (Romeinen 12, 2)?

Een Zalige Kersttijd en een Gezegend 2016

Van harte en dankbaar

Pater Daniël

Website: http://www.maryakub.net

Bron: E-mailbericht – Namens pater Guy Borreman SJ, Zr Lucienne


 

 

Maria Sieler und die Erneuerung des Priestertums

Jan Leechburch Auwers's avatarOptimist tot in de kist

I. Maria Sieler und die Erneuerung des Priestertums

In den Jahren ihrer Jugend führte Maria Sieler (geboren am 3. Februar 1899 in Winterdorf, etwa 30 km östlich von Graz) ein intensives, teilweise mystisches Gebetsleben, ohne sich bewußt zu sein, daß der Herr seine besonderen Absichten mit ihr habe. Erst als sie zur vollkommenen Hingabe an Ihn gelangt war, ließ Er sie erkennen, daß Er eine allgemeine Erneuerung der Kirche vor Augen habe und zu diesem Zweck bei der Erneuerung der Priester beginnen wolle, und dazu solle sie Ihm Werkzeug sein. Worin aber ihr Anteil bei der Erneuerung der Priester bestehen solle, erkannte sie erst im Laufe der Jahre, hauptsächlich erst in ihrer römischen Zeit.

Das allgemeine Ziel des Herrn gibt sie mit folgenden Worten an: “Jesus will abermals menschliches Tun und Wollen gebrauchen, um in seiner Menschheit der Kirche nahe zu kommen. Zuerst soll sein Leben langsam erlebt werden in…

View original post 2.758 woorden meer

Vorwort Bischof Dr. Rudolf Graber ‘ERNEUERUNG DER KIRCHE – MARIA SIELER’

Jan Leechburch Auwers's avatarOptimist tot in de kist


ERNEUERUNG DER KIRCHE – MARIA SIELER – LEBEN UND SENDUNG

22. NOVEMBER 2014

Vorwort von Bischof Dr. Rudolf Graber

Die innere Geschichte der Kirche folgt neben dem großen Endziel der Wiederkunft Christi einer Unzahl von Teilzielen, die nach Ort und Zeit verschieden sind. Wenn wir den Blick nur auf unser Jahrhundert werfen, so steht am Anfang die Auseinandersetzung mit dem Modernismus, dann der Christkönigsgedanke mit der Katholischen Aktion, das Konzil, und alles wiederum unterbaut vom marianischen Gedanken. Ein Moment aber dürfen wir nicht vergessen: Es ist das Priestertum. Nahezu alle Päpste dieser Zeit haben zum Priestertum Stellung genommen, entweder von sich aus, oder angeregt durch heiligmäßige Personen, die zum Teil eigene Gemeinschaften gründeten zur Vertiefung des priesterlichen Lebens; zum Teil von oben zur Mystik des Priestertums angeregt wurden.

An der Spitze steht die kleine hl. Theresia vom Kinde Jesu, deren Mission für die Priester eigentlich erst heute in dieser Krisis der…

View original post 795 woorden meer