Mgr. Tony Anatrella, Synode over het Gezin: Staat in de Kerk een revolutie voor de deur?

2014-10-13, Rome (Zenit.Org), Mgr. Tony Anatrella, Synode over het Gezin: Staat in de Kerk een revolutie voor de deur?

Gestaafde uiteenzettingen en rijke uitwisselingen onder de synodevaders maar een zeer controversieel tussentijds werkdocument dat de persdienst van de Heilige Stoel na de eerste werkweek op 13 oktober publiceerde en dat zal moeten herwerkt worden. Mgr. Tony Anatrella, psychoanalyticus en specialist in sociale psychiatrie, adviseur bij de Pauselijke Raad voor het Gezin en bij de Pauselijke Raad voor het Gezondheidswezen, en tevens als expert aanwezig bij de Synode voor het Gezin, beantwoordt vragen van Zenit.

Wat is uw indruk na deze eerste week van intense werkzaamheden?
Mgr. Anatrella Vooreerst heeft de meerderheid van de bisschoppen zeer vrij gesproken en met een goede kennis van de gezinssituaties vandaag. Zij zijn niet alleen op de hoogte van de verschillende kwesties, maar staan ook in contact met mannen en vrouwen en kinderen die met veel interesse en voordeel nauw bij hun gezinsleven betrokken zijn, terwijl anderen ernstige moeilijkheden ondervinden. Al wat onze tijdgenoten bezighoudt, wordt door de bisschoppen ter sprake gebracht. Zij denken en drukken zich uit als echte herders die voor elkaar open staan en voor elkaar aandacht hebben. Niemand mag op zijn weg achtergelaten worden, zelfs niet wanneer zijn levenswijze ver staat van wat de Kerk in naam van Christus aanbeveelt. Open staan en aandacht hebben, betekent echter niet alle soorten van gedrag en praktijken aanvaarden, erkennen en goedkeuren, vooral wanneer zij afdwalen van de zin die huwelijk en gezin eigen zijn. Het past niet barmhartigheid en waarheid van elkaar los te koppelen.

Volgens bepaalde geruchten, lijken de tegenstellingen op de synode scherp te zijn?
Mgr. Anatrella – Iedereen drukt zich klaar uit, ook al stemmen de standpunten niet altijd overeen en gaan zij uit van eerder oppervlakkige analyses, of is er theologisch onbegrip, of worden te snel uitspraken gedaan. De problemen zijn zo ingewikkeld dat de synodevaders analyse-instrumenten nodig hebben. Wij bevinden ons dus in de fase waarin de huidige gezinssituatie geobserveerd wordt. Er dient nog een diagnose gesteld te worden en te zien welke oplossingen kunnen aangebracht worden. De uiteenzettingen van de synodevaders en de gedachtewisselingen die eruit volgen, verlopen vredig, rustig en in een broederlijke sfeer, maar het is waar dat tendensen aan het licht treden die talrijke vragen doen rijzen. Zowel in de Algemene Congregatie als in de gangen tijdens de pauzes verlopen de gesprekken zeer openhartig doch tactvol en fijngevoelig.

Het tussentijds document dat maandag verspreid werd, getuigt van zeer grote openheid, maar verliest de Kerk haar referenties niet?
Mgr. Anatrella – Het voorbereidend document dat de synthese maakt van de werkzaamheden van de eerste week zal onderworpen worden aan besprekingen per taalgroep. Toen het op de Algemene Vergadering werd voorgesteld, werd het hevig bekritiseerd en de synodevaders zijn het er niet eens over. Het is onvoldoende op de Schrift gebaseerd en lijkt een sociologiserend tractaat. De leer van de Kerk en het denken van de synodevaders komt niet tot uiting door de vele onduidelijkheden en inschikkelijkheden in de tekst. Er werd gevraagd de structuur van de tekst te herzien evenals de kwesties van het toelaten van hertrouwde echtgescheidenen tot de sacramenten en homoseksualiteit. Dat men te verstaan geeft dat feitelijk samenleven een mogelijke weg zou zijn naar een leven als koppel (een manier om overspel te aanvaarden, zeiden sommige synodevaders) en dat “homoseksuele personen gaven en hoedanigheden hebben voor de christengemeenschap”, werd te simplistisch bevonden. De tekst laat hier buiten beschouwing dat hier een vorm van seksualiteit ter sprake komt die de Kerk niet kan erkennen en nog minder de aanwezigheid van kinderen in dergelijke situatie. Anders gezegd, men mag de homoseksuele persoon niet verwarren met homoseksualiteit die geen enkele sociale waarde vertegenwoordigt en nog minder een rijkdom is voor de Kerk. Hetzelfde geldt voor ongehuwd samenwonen, ook niet als het voor sommigen uitloopt op een huwelijk. Het is onontbeerlijk eerst over de zin van het christelijk huwelijk en het gezin te spreken, zoals de aanwezige leken op de synode met nadruk getuigden.

Is het waar dat de kardinalen zich tegen de paus verzetten?
Mgr. Anatrella – Er is geen verzet tegen de paus in de zin dat de Heilige Vader slechts luistert, niet spreekt en geen enkel teken geeft van goedkeuring of afkeuring in één of andere zin. Als de Heilige Vader op één bepaald ogenblik de kwestie aanroerde van hertrouwde echtgescheidenen die geen toegang hebben tot de sacramenten, heeft hij evenmin de richting aangewezen die de synode zou moeten volgen. Bij de aanvang van de werkzaamheden heeft hij eenvoudigweg de synodevaders opgeroepen om vrijuit te spreken. Hij blijft dus heel discreet en heel ontvankelijk voor de anderen. Wij kunnen ons tot hem richten gedurende de pauzes, een koffie en broodje met hem eten, hem heel natuurlijk een vraag stellen. Zo is hij bij onze werkzaamheden aanwezig en na alle synodevaders gehoord te hebben en na de gewone Synode in 2015, komt het hem toe een postsynodale Exhortatie over het Gezin voor te bereiden, op te stellen en te publiceren. De eindtekst van deze Synode zal herzien, verbeterd en voorgelegd worden voor stemming door de Vergadering op zaterdag 18 oktober 2014.

Staat de kwestie van hertrouwde echtgescheidenen niet in het middelpunt van de gesprekken?
Mgr. Anatrella – Ja, de kwestie kwam meerdere keren ter sprake maar zij is niet het enige centrale onderwerp van de Synode over het Gezin, want het is vooral een sacramentele kwestie die gaat over het onverbrekelijk verband tussen het sacrament van het huwelijk en dat van de eucharistie. Ook daar herleiden de media, en dikwijls de katholieke media, de Synode alleen tot deze kwestie. Zij wekken verwachtingen die riskeren te ontgoochelen. Wij hebben hier te maken met een conditionering die een slechte dienst bewijst aan de waarheid over de betekenis van het huwelijk, waarmee de Kerk niet kan knoeien teneinde Christus niet te verraden. In het huwelijkssacrament dat geënt is op het doopsel, is Christus bij het koppel betrokken dat een verbintenis aangaat, Hij komt bij de man en vrouw wonen die zich namens Gods liefde aan elkaar geven; een liefde die de echtelijke relatie inspireert en tot een duurzame band maakt. Vele katholieken kennen de rijkdom van het huwelijkssacrament niet of verwaarlozen hem wanneer zij crisissen doormaken in hun leven als koppel.

Over welke vragen maken de synodevaders zich zorgen?
Mgr. Anatrella – Het zijn er vele en ze hebben te maken met wat zij vaststellen. Waarom breken koppels soms snel met elkaar en brengen zij hun gezin in gevaar, meer bepaald hun kinderen die tot op zekere hoogte vergeten worden bij echtbreuk? De samenleving wil de consequentie van echtscheiding voor de kinderen niet zien. Voor het kind is de echtscheiding van de ouders dikwijls een ineenstorting die hen uit hun evenwicht brengt en schade berokkent aan hun vertrouwen in hun ouders en in het leven. Echtscheidingen verzwakken ook de gezinnen en het land. Waarom durven jongeren zich niet meer engageren en huwen door elkaar trouw te beloven? Helaas, het getuigenis dat volwassenen geven door ongehuwd samenleven tot en met verstoting, door een zogenaamd “vrije” verbintenis en overspel of door een seksualiteit die verstoord wordt door de angst dat een kind geboren wordt, is geen voorbereiding op het huwelijk. Daarbij komt nog de destructieve invloed van de wetgeving die zich richt tegen het huwelijk, het gezin en het ongeboren kind. Het draagkader dat huwelijk en gezin bevordert, wordt door de wetgever geleidelijk afgebroken door voorwaarden te creëren waardoor mensen zich niet willen engageren. Dat men geboortes maximaal wil beperken, maakt de situatie nog ingewikkelder aangezien de contraceptieve en abortieve mentaliteit het gezin op lange termijn vernietigt. Paulus VI had gelijk door zijn revolutionaire encycliek Humanae Vitae (1968) te publiceren, aan het begin van wat de seksuele revolutie genoemd werd en die vooral heeft bijgedragen tot het opdringen van een infantiele seksualiteit. De toenemende geboortedaling op wereldvlak is onrustwekkend aangezien de vervanging van de generaties, vooral in de westerse wereld, niet meer verzekerd is. Wij zullen weldra volken zijn van bejaarden, door bejaarden bestuurd, behalve in Afrika en Azië. Wat zal er van de jongeren geworden in dit universum dat op zichzelf geplooid is en zonder een toekomst van generaties? De Afrikaanse bisschoppen trekken aan de alarmbel omdat miljarden dollars op hun continent neervallen vanaf wanneer men de genderideologie verkondigt, contraceptie verspreidt, abortus minimaliseert en het huwelijk opeist tussen personen van hetzelfde geslacht.

De Afrikaanse bisschoppen lijken wijs en beslist door hun vraagstelling?
Mgr. Anatrella – Ja, zij halen de westerse landen uit hun spirituele luiheid. Vele Afrikaanse landen weigeren dit arsenaal en veroordelen het. Zij zeggen met rede: “De westerse landen en agentschappen van de UNO willen profiteren van onze miserie en van de beroving van onze rijkdommen om ons te doden”. Daarbij komt de ideologische en politieke wil om het koppel, het huwelijk en het ouderschap te herdefiniëren vanuit de homoseksualiteit die met het echtelijk en gezinsleven niets te zien heeft. De wetgevers scheppen verwarring door in de burgerlijke wet de legitimiteit van de seksuele gerichtheden op te nemen ten koste van de relatie tussen een man en een vrouw die, als enigen, de sociale band en de overdracht verzekeren. Men dient eraan toe te voegen dat werkomstandigheden het gezinsleven niet altijd bevorderen, ook de nieuwe communicatiemiddelen doen dat niet: ieder op zich met zijn televisie, zijn computer, zijn tablet, zijn smartphone en andere … Kortom, men zoekt communicatie maar zonder relatie, te beginnen met zijn gezin. Ook pornografie heeft een weerslag op het gezin en het echtelijk leven: deze verslaving brengt soms echtbreuk mee. Kinderen en adolescenten worden eveneens overweldigd door deze beelden die de zin van de menselijke seksualiteit vervalsen en sterk verstoren. Geweld in de schoot van de gezinnen is eveneens zorgwekkend: verbaal, fysiek en seksueel geweld. Polygamie in sommige streken van de wereld, en successieve polygamie die in de westerse landen na echtscheiding een feit is, draagt niet altijd bij tot de samenhang van het gezinsleven. Ondanks alles dringt monogamie zich in de wereld geleidelijk op, dikwijls om economische redenen. Tenslotte stelt men vast dat werkloosheid, immigratie en oorlog, meer bepaald in het Nabije Oosten, de gezinnen verzwakt, scheidt, zelfs verbreekt terwijl zij samen en verenigd willen blijven.

Zijn er ook kwesties die het gezin in gevaar brengen, zoals haat tegen christenen?
Mgr. Anatrella – Inderdaad, daar waar hoofdzakelijk christelijke gezinnen vervolgd, gefolterd en afgeslacht worden in naam van anti-christelijke ideologieën. Zij die blijven, getuigen van hun geloof en zijn bezorgd om het aan hun kinderen door te geven. Het is in naam van hun christelijk geloof dat zij hun gezin vormen en eraan gehecht zijn en dat zij een land en een natie uitmaken. De secularisatie verzwakt het gezin en probeert de godsdienst, vooral het christendom, de mond te snoeren. De Europese landen leggen haat aan de dag tegenover het christendom door een onbloedige vervolging en pogingen om het door verschillende middelen te elimineren, soms door de passiviteit van de katholieken. Zij worden beschuldigd en zelfs gevraagd te zwijgen. De weerslag daarvan op het gezin is een zware beproeving en is deprimerend. Ten overstaan van al deze en nog vele andere situaties, is er een zekere schaamteloosheid die de Synode wil beperken tot de kwestie van hertrouwde echtgescheidenen. Ik minimaliseer het probleem voor sommigen niet, maar wat echt op het spel staat, ligt elders. Anderzijds merkt men dat vele gezinnen een goed leven leiden en waar volwassenen en kinderen tot ontplooiing komen. Het is waar dat het goede geruisloos verloopt, terwijl het kwaad veel lawaai maakt.

Het werkterrein van het gezin is immens, hoe dan het feit interpreteren dat men de Synode wil beperken tot de kwestie van hertrouwde echtgescheidenen?
Mgr. Anatrella – Het is symptomatisch voor de huidige tijd waarin subjectieve eisen als een recht worden gezien. Men maakt zich geen zorgen over het huwelijk als een onlosmakelijke band, maar ziet het als een “wegwerp-“contract, zoals paus Franciscus zegt. En dit symptoom van “ont-binding” is emblematisch geworden voor de katholieke pers, wat op andere media overslaat. Nochtans men dient verder te kijken dan het symptoom en te weten wat zich bij echtscheiding afspeelt en hoe de opvoeding de jeugd beter kan voorbereiden.

Een ander objectief van de Synode zou zijn hoe men de toegang tot de sacramenten kan mogelijk maken voor personen in bijzondere situaties?
Mgr. Anatrella – Voor de synodevaders is de vraag niet zo massaal als men wil doen geloven. De meerderheid van die personen hebben niet altijd een godsdienstige praktijk, tegengesteld aan anderen die beseffen dat zij noch het sacrament van de verzoening noch dat van de eucharistie kunnen ontvangen en bepaalde pastorale verantwoordelijkheden niet kunnen uitoefenen maar toch alle zondagen deelnemen aan de Mis in hun parochie. Op het moment van de communie presenteren zij zich voor de priester en vragen zijn zegen door hun armen op de borst te kruisen. Het teken wordt begrepen en de priester zegent hen door het kruis van Christus op hun voorhoofd te tekenen. Kortom, de eucharistische communie is geen recht en kan niet gegeven worden in gelijke welke omstandigheden.
De andere katholieken zouden zich trouwens meer moeten beseffen of zij al of niet in staat van genade zijn om te communiceren en in het negatieve geval het sacrament van de verzoening vragen. De zin van de eucharistische communie wordt vandaag verlegd: sommigen communiceren niet zozeer Christus maar willen tonen dat zij “hic et nunc” tot de gemeenschap behoren, hetgeen een vorm is van een heidense psychologisering en moralisering van het sacrament. Vandaar dat men onterecht denkt door de Kerk buitengesloten te zijn als men niet sacramenteel mag communiceren. Doch, laten we het herhalen, hertrouwde echtgescheidenen worden door de Kerk noch uitgesloten, noch geëxcommuniceerd. Zij zijn lid van de Kerk, ook al hebben zij geen toegang tot de sacramenten of tot bepaalde pastorale verantwoordelijkheden. Er zijn trouwens veel echtgescheidenen die niet hertrouwen en hun situatie als dusdanig aanvaarden, en ten volle deelnemen aan het sacramentele leven en de pastorale zending van de Kerk.

Zou er niets te doen zijn voor hertrouwde echtgescheidenen in de Kerk?
Mgr. Anatrella – De synodevaders hebben aandacht voor deze vraag en willen hun toewijding voor deze personen tonen zonder de gezinspastoraal tot deze zorgsituatie te beperken. Zij wensen dat eventuele oplossingen gevonden worden die in de logica liggen van de theologie van huwelijk en gezin, en die coherent zijn met het huwelijkssacrament. Zij willen geen kloof die zegt “wij erkennen de onverbreekbaarheid van de huwelijksband maar zouden anderzijds uitzonderingen kunnen maken”. Het gaat hier om een schadelijke redenering die uitmondt in pastoraal knutselwerk. Er is niet enerzijds de leer en anderzijds de pastoraal: er is een interactie tussen de ene en de andere. Anders wordt de uitzondering uiteindelijk wet. Wij lopen het gevaar te herbepleisteren om de wereld te behagen waarbij wij de rijkdom van de christelijke boodschap over het gezin vergeten. Men dient dus de moed te hebben om de dingen gepast bij naam te noemen en niet ten koste van alles iets “positief” te vinden waar het niet te vinden is. Vroom optimisme is nog geen hoop.
De synodevaders wensen dat men de voorrang geeft aan de middelen van de Kerk hetzij om een huwelijk door een kerkelijke rechtbank nietig te verklaren (in de zin dat er nooit een juridische band tussen de personen bestaan heeft), hetzij om het door een pauselijk decreet te ontbinden (wanneer één van de echtgenoten van een andere godsdienstige belijdenis is en de echtgenoot/echtgenote belet zijn/haar geloof te belijden en hun kinderen christelijk op te voeden). Benedictus XVI erkende dit reeds en paus Franciscus heeft het eveneens benadrukt, namelijk dat er personen zijn die een ongeldig huwelijk sluiten. Zij zijn getrouwd, al waren zij onrijp, terwijl anderen niet goed wisten wat zij deden ofwel niet in het reine waren met hun persoonlijke motieven of over de kwaliteit van de persoon met wie hij/zij zich verbonden heeft; anderen waren zich ervan bewust dat zij de vereisten van het christelijk huwelijk niet zouden respecteren. De Kerk beschikt reeds over procedures om deze kwestie te behandelen. De synodevaders hebben ze willen vereenvoudigen, maar ook daar manen sommigen aan tot voorzichtigheid en te zorgen voor een objectivering van de situaties, meer bepaald door behoud van het dubbele vonnis door middel van collegiaal onderzoek en oordeel(eerste en tweede instantie). Maar het is waar dat de procedure tot nietigverklaring in bepaalde situaties zou kunnen vereenvoudigd worden. Een groep van door de paus benoemde kenners van kerkelijk recht bestuderen de kwestie. Naast deze unieke gevallen, heeft de Kerk niet de macht een huwelijk dat geldig gesloten werd, te ontbinden. Er zullen dus altijd problematische situaties blijven waarbij die personen pastoraal dienen begeleid te worden. Zij dienen daarbij eerder vooruitgang en bekering aan de dag te leggen dan zich een “slachtoffer” van de Kerk te voelen of zich zo te noemen omdat de Kerk hun de sacramenten niet verleent. Men dient zich de vraag te stellen wie is het slachtoffer van wie?

In het voorbereidend onderzoek op de Synode werden meerdere problemen gesignaleerd, meer bepaald over de betekenis van het huwelijk: wat kan daaraan gedaan worden?
Mgr. Anatrella – Ja, er bestaat een grote miskenning van het huwelijk. Men vergeet dat zijn betekenis, onder de invloed van het christendom, te beginnen bij het doopsel en het huwelijksverbond van Christus met de Kerk, vanaf de vierde eeuw positief geëvolueerd is naar een vrije keuze van de echtgenoten (de Kerk was tegen gedwongen huwelijken), gefundeerd op de liefde van God en gesloten in trouw en verantwoordelijkheid voor de kinderen. Men heeft tevens een miskenning vastgesteld van het sacrament van het huwelijk. Dient men er eens te meer aan te herinneren dat de Kerk betrokken is in een huwelijksverbond met Christus? Daarom is zij het sacrament van Christus van waaruit alle sacramenten gegeven worden, meer bepaald dat van het huwelijk, dat onverbreekbaar is, zoals trouwens ook de band tussen Christus en de Kerk onverbreekbaar is. Catechese en homilieën moeten deze dimensie behandelen en de leken die op de Synode aanwezig zijn, hebben er de nadruk op gelegd dat priesters over deze kwesties nog terughoudend zijn.
Bovendien nestelen te veel mensen zich in de huidige mentaliteit door bij de geringste moeilijkheid uit elkaar te gaan. Waarom? Ongetwijfeld omdat koppels vandaag meer ontstaan op grond van gevoelens – die per definitie veranderlijk en onstabiel zijn – dan op grond van liefde die blijk geeft van een vrije en bewuste beslissing. Zijn leven op huwelijksliefde bouwen die haar oorsprong heeft in de Trinitaire liefde, is iets anders dan zich door gevoelens laten dragen die, wanneer ze niet in deze liefde geïntegreerd zijn, wegkwijnen bij gebrek aan voedsel. Het zijn juist de koppels die op gevoelens voortgaan, die het risico lopen de werkelijkheid niet aan te kunnen. Trouwens, de statistieken bewijzen dat de categorie van ongehuwd samenwonenden het meest uit elkaar gaat.
Ten overstaan van al die vragen, dient eens te meer herinnerd te worden aan wat Familiaris consortio reeds zei: de catechese moet leren wat het huwelijk en het huwelijkssacrament zijn, zij moet een betere voorbereiding op het huwelijk waarborgen die ook langer duurt en in dat kader een catechumenaat aanbieden op het christelijk geloof en de betekenis van het christelijk huwelijk. Het is nodig dat koppels en gezinnen regelmatig begeleid worden: zij zijn de eerste plaats voor de Nieuwe Evangelisatie.

Men spreek ook over een boetetijd voor hertrouwde echtgescheidenen wat daarna zou kunnen leiden tot toelating tot de sacramenten …
Mgr. Anatrella – Deze idee werd door enkele synodevaders geopperd en blijft tijdens de trefpunten van deze week nog te bespreken. Zonder ze hier te moeten uitdiepen, kunnen twee theologische visies ontleed en gesitueerd worden zodat men bepaalde stellingnamen beter kan begrijpen. In heel wat gevallen zijn de theologische redenen verward. Andere synodevaders denken dat het wijzer is al de middelen aan te wenden waarover de Kerk reeds beschikt en waarvan onvoldoende gebruik werd gemaakt. Wat is het probleem? Hertrouwde echtgescheidenen zijn in zekere zin en in de eerste plaats niet in fout, ook al zijn ze in zonde. Zij bevinden zich vooral in een ontologische tegenstrijdigheid met het sacrament van het huwelijk dat in hen gegrift staat. De meeste synodevaders denken dat het probleem van de onverbrekelijkheid, waar alle sacramenten mee te maken hebben, hier in geen geval omzeild kan worden.
Er dienen dus oplossingen gevonden te worden (voor zover er oplossingen zijn) binnen de logica van wat de Kerk in termen van barmhartigheid kan doen. Tot hoever kan zij gaan? Dat is de vraag die op deze synode en die van 2015 dient besproken te worden. Daarna zal het aan de paus zijn om de Kerk de pistes aan te wijzen die moeten gevolgd worden.

Heeft de synode gesproken over een “zegen” voor homoseksuele “huwelijken”?
Mgr. Anatrella – De synodevaders hebben er vanuit deze hoek niet over gesproken en de voorbereidende tekst weerspiegelt hun denken hierover helemaal niet. Er werd aan herinnerd dat men een vergissing begaat door een koppel van een man en een vrouw op het zelfde niveau te plaatsen als een duo van personen van hetzelfde geslacht. Deze laatsten staan niet in de logica van de liefde en van het echtelijk leven en het gezinsleven. Men kan dus in geen geval dit type van relatie “zegenen”, noch deze vorm van seksualiteit erkennen, en nog minder pastorale verantwoordelijkheden toevertrouwen in het kader van deze levenswijze. Aanvaarding en begeleiding van enkelingen zijn daarentegen steeds te verkiezen, maar niet van een duo (het homoseksuele koppel bestaat niet), ook niet in het kader van verenigingen die zich soms voordoen als “katholiek” terwijl zij een discours en levenswijze promoveren in tegenstrijd met de leer van de Kerk. Zij sporen de Kerk meer neutrale woorden te gebruiken inzake homoseksualiteit en de Catechismus in die zin te herschrijven. Het is dezelfde strategie – die in de burgerlijke samenleving werd toegepast toen men het burgerrecht heeft herschreven – die men nu op de Kerk wil toepassen. Laat ons over dit nieuwe terrorisme van de taal gewaarschuwd zijn en waakzaam; het wil de woorden zo veranderen dat ze niet meer verwijzen naar wat ze inhouden. Zo ontstaat een ernstig epistemologisch probleem, een virus in de intelligentie, dat belet in waarheid te denken. Een manier om de problematiek te verzachten.
Met andere woorden, personen die aangetrokken zijn door hetzelfde en het gelijkende (geslacht, nvdr), dienen zoals alle christenen, hun leven te leiden en te aanvaarden in overeenstemming met de vereisten van hun doopsel. Het is in die zin dat paus Franciscus gezegd heeft: Als een homoseksuele persoon de Heer zoekt, wie ben ik om haar te oordelen? Dat wil zeggen, indien die persoon trouw is aan zijn geloof en aan de morele consequenties ervan, vermijdt hij situaties en gedragingen die tegengesteld zijn aan het christenleven, en in dat geval ben ik in Gods oog geen rechter over zijn leven. Om als christen te leven, zijn wij allen geroepen ons te bekeren. Dat is de weg van de heiligheid die put aan de bronnen van het doopsel.

Lopen de synodevaders het risico geconditioneerd te worden door hun omgeving, door modeclichés, om rekening te houden met eisen die het debat kunnen verdraaien?
Mgr. Anatrella – Er wordt van verschillende kanten druk uitgeoefend op de synodevaders om problematische levenswijzen te waarborgen. Soms riskeert die druk zelfs afhankelijk te zijn van wat in de huidige samenleving politiek correct is. Kortom, het is alsof men aan de Kerk de onstabiele modellen wil opdringen die men in de wereld aantreft aangaande het leven van koppels maar die het gezin verzwakken, evenals de ongebreidelde seksualiteit die helemaal geen teken is van vervulling. De synodevaders steunen op de christelijke visie op het gezin en huldigen een meer altruïstisch perspectief gefundeerd op de liefde van God, en een perspectief dat de ontplooiing bevordert door de weg van de trouw te nemen tussen een man en een vrouw wiens verbintenis verzekerd wordt door het huwelijk. Zij zijn de enigen om een onverbrekelijke huwelijks- en gezinsband te scheppen, terwijl onder andere de civiele wetgeving zeer betwistbaar is en niets anders doet dan deze band losmaken.
De ware revolutie die de Kerk voorstelt, is niet de geldigverklaring van allerlei situaties, wat een verkeerde pastorale begeleiding zou zijn en een “capitulatie tegenover de gedragingen en ideeën van de huidige wereld”, zei een bisschop, maar de gezinnen die coherent leven valoriseren, personen in moeilijkheden steunen, in de sacramentenpastoraal rekening houden met hertrouwde echtgescheidenen teneinde hun spirituele weg te zuiveren en te preciseren, oproepen tot een betere kennis van het gezin is en tijd besteden aan de opvoeding van de jongeren wiens begrip van seksualiteit, liefde en huwelijksband soms aangetast is. Het komt de Kerk ook toe de mannen en vrouwen te bemoedigen die zich in een huwelijk geëngageerd hebben en trouw zijn. Tenslotte zijn zij het die de ware betekenis van het gezin en de zekerheid waaraan de samenleving nood heeft, verzekeren. De Kerk heeft iets anders aan te bieden dan zich terug te trekken in een lofzang op de menselijke zwakheid, anders loopt zij het risico deel te nemen aan het huidige bederf.

Vertaling Maranatha-gemeenschap

Initiatief van P. Guy Borreman S.J.

Poolse aartsbisschop distantieert zich van synodaal tussenrapport

  • Aartsbisschop Stanislaw Gadecki

    Aartsbisschop Stanislaw Gadecki, Aartsbisdom Poznan

Rome (RKK) 14 oktober 2014 – Aartsbisschop Stanislaw Gadecki van Poznan distantieert zich van het synodale tussenrapport dat gisteren door het presidium van de bisschoppensynode is gepresenteerd. Volgens de voorzitter van de Poolse bisschoppenconferentie druist de zogenoemde relatio post disceptiationem in tegen de leer van de heilige paus Johannes Paulus II.

Aartsbisschop Gadecki heeft de oproep van paus Franciscus ter harte genomen om openlijk over kwesties te spreken. Vandaar dat hij tegenover Radio Vaticana openlijk blijk geeft van zijn afkeuring van de teneur van het document dat deze week in kleine groepen synodedeelnemers wordt besproken. Volgens de Poolse kerkleider is hij niet de enige synodevader die er zo over denkt.

(..)
De voorzitter van de Poolse bisschoppenconferentie heeft ook zijn bedenkingen bij het begrip gradualiteit, dat geregeld in de relatio post disceptiationem opduikt. De opstellers van dit document spreken van de ‘wet van de trapsgewijsheid’ (Italiaans: legge della gradualità). Volgens Gadecki kan bijvoorbeeld ongehuwd samenwonen toch “niet voorgesteld worden als geleidelijke stap naar de weg tot heiligheid”.
De aartsbisschop van Poznan betreurt het dat de wezenlijke elementen van het huwelijkssacrament en het christelijke gezinsleven niet worden genoemd. “Het is interessanter wat het document verzwijgt dan wat het zegt. Natuurlijk kan men over bijzondere gevallen spreken, maar allereerst moeten we de waarheid presenteren! (..)

>>>  http://www.rkk.nl/nieuws/poolse_aartsbisschop_distantieert_zich_van_synodaal_tussenrapport

Misverstand over synodaal tussenrapport rechtgezet

Rome (RKK) 14 oktober 2014 – Het algemene secretariaat van de Bisschoppensynode beklemtoont dat het gisteren gepresenteerde synodale tussenrapport niet meer is dan een “werkdocument”. Dat heeft de persdienst van de Heilige Stoel vandaag laten weten.

De aanleiding voor het bericht is het misverstand dat het document, een zogeheten relatio post disceptationem (‘rapport na het debat’), het officiële standpunt van de Katholieke Kerk zou weergeven. Opvallend was voor veel media de toon waarop over homoseksuelen werd gesproken. Sommige media concludeerden zelfs dat het ‘Vaticaan milder over homo’s’ denkt. Een commentator sprak zelfs van een ‘pastorale aardbeving‘.

Het tussenrapport is opgesteld door de relator generalis oftewel de algemene synodale rapporteur. Dat is in deze ‘Buitengewone Assemblee van de Bisschoppensynode’ de Hongaarse kardinaal Peter Erdö. Het document is een samenvatting van de interventies en debatten tijdens de zogeheten algemene congregaties, die in de eerste week van de synode plaatsvonden.

De relatio post disceptationem wordt nu in kleine groepen van synodedeelnemers (bisschoppen, experts en auditoren) besproken. De resultaten van deze besprekingen worden overmorgen tijdens een plenaire vergadering gepresenteerd. De uiteindelijk boodschap van de synodevaders wordt op zaterdag aan de paus aangeboden.

Zondag wordt de synode plechtig afgesloten met een eucharistieviering op het Sint-Pietersplein. Voorafgaande aan de pontificale hoogmis verklaart paus Franciscus paus Paulus VI, de oprichter van de Bisschoppensynode, zalig.

>>>  http://www.rkk.nl/nieuws/misverstand_over_synodaal_tussenrapport_rechtgezet

Burke: paus moet ingrijpen

Rome (RKK) 15 oktober 2014 – Het rapport van de plenaire vergaderingen van de bisschoppensynode over het gezin heeft veel teweeggebracht. Naast veel positieve reacties over de milde toon die er wordt aangeslagen met betrekking tot bijvoorbeeld homoseksualiteit, bestaat er ook afgrijzen over deze zogeheten relatio post disceptationem. Voorman van de tegenstanders is de Amerikaanse kardinaal Raymond Burke, prefect van het hoogste kerkelijke tribunaal in Rome. Hij vindt dat de paus moet ingrijpen door helder de orthodoxe leer te formuleren, ook al is dat volgens Burke eigenlijk al “veel te laat”.

Onevenwichtig
In een interview met Catholic World Report (CWR) zegt de kardinaal dat het rapport onevenwichtig is omdat het één bepaald geluid de andere laat overstemmen. Het “bevoordeelt standpunten die veel synodevaders niet aanvaarden en, zou ik zeggen, als gelovige herders van de kudde niet mogen aanvaarden”.

Gradualiteit
“Het document ontbeert een vast fundament in de Heilige Schrift en het magisterium. Met betrekking tot kwesties waarover de Kerk een zeer rijk en heldere leer heeft, geeft het de indruk dat er een totaal nieuwe – een synodevader noemde het een ‘revolutionaire’ – leer over huwelijk en gezin is uitgevonden. Herhaaldelijk en op verwarrende wijze wordt een beroep gedaan op principes die niet worden gedefinieerd, bijvoorbeeld de wet van de gradualiteit”, zegt Burke.

Te laat
Op de vraag van CWR of de paus binnenkort met een verklaring komt waarin hij een einde maakt aan de verwarring, antwoordt hij: “Naar mijn oordeel is het veel te laat voor een verklaring. Het debat over deze kwesties is al bijna negen maanden gaande, vooral in de seculiere media, maar ook door de toespraken en interviews van kardinaal Walter Kasper en anderen die zijn standpunt steunen.”

Wachten op Vicarius Christi
“De gelovigen en hun goede herders kijken nu naar de Plaatsbekleder van Christus voor de bevestiging van het katholieke geloof en het praktiseren ervan met betrekking tot het huwelijk, dat de eerste cel is van het leven van de Kerk”, aldus kardinaal Burke.

Kardinaal Burke loopt, vlakbij de Friezenkerk, naar de synodezaal (foto: Lidy Peters).

>>>  http://www.rkk.nl/nieuws/burke_paus_moet_ingrijpen

Roberto de Matteis Kritik am Zwischenbericht der Synode

Damals galt es Heinrich VIII. zu widerstehen, heute dem Papst? – Roberto de Matteis vernichtende Kritik am Zwischenbericht der Synode

Gut und Böse15. Oktober 2014, Rom. In Rom beginnt eine neuer Synodentag, an dem sich Kardinal Kasper als Eisbrecher für einen revolutionären Angriff auf die katholische Lehre und Praxis betätigt. Den Auftakt dazu machte seine Rede vor dem Kardinalskonsistorium im vergangenen Februar. Damals trat ihm als erster ein Mann öffentlich entgegen und unterzog seine Rede einer vernichtenden Kritik: der Historiker Roberto de Mattei. Heute geht er erneut an die Öffentlichkeit und unterzieht den von Kardinal Peter Erdö unterzeichneten Zwischenbericht der Synode einer vernichtenden Kritik. Die Autoren des Berichts vertreten eine Haltung, so de Mattei, mit der sie die Glaubenswahrheit zerstören. Der verstorbene Rechtsphilosoph Mario Palmaro schrieb im letzten Aufsatz vor seinem Tod, Kaspers Rede sei aus dem Stoff, aus dem die weißen Fahnen der bedingungslosen Kapitulation gemacht sind. Der bedingungslosen Kapitulation vor dem Zeitgeist der Welt. Mit dem Zwischenbericht sei man inzwischen viel weiter, so de Mattei.
Der Aufsatz des Historikers Roberto de Mattei erscheint parallel im Original in der heutigen Tageszeitung Il Foglio und in deutscher Übersetzung auf Katholisches.info. Die Zwischentitel stammen von der Redaktion.

.

Sexuelle Revolution in die Kirche eingedrungen – Verständnis der Sünde gestrichen – Wissen um Gut und Böse abgeschafft

von Roberto de Mattei

Das Verständnis der Sünde gestrichen; das Wissen um Gut und Böse abgeschafft; das Naturrecht aufgehoben; jeder positive Bezug auf Werte wie die Jungfräulichkeit und die Keuschheit archiviert. Mit dem am 13. Oktober 2014 von Kardinal Peter Erdö bei der Synode über die Familie vorgelegten Bericht dringt die sexuelle Revolution offiziell in die Kirche ein, mit verheerenden Folgen für die Seelen und die Gesellschaft.

Die von Kardinal Erdö redigierte Relatio post disceptationem ist der zusammenfassende Bericht über die erste Woche der Synodenarbeiten und jener, nach dem sich die Schlußfolgerungen ausrichten. Der erste Teil des Dokuments versucht mit einer Sprache des übelsten 68er Jargons, den „anthropologisch-kulturellen Wandel“ der Gesellschaft als „Herausforderung“ für die Kirche aufzudrängen. Angesichts einer Zusammenschau, die von der afrikanischen Polygamie und „Ehe in Stufen“ bis zur „Praxis des Zusammenlebens“ der westlichen Gesellschaft reicht, stellt der Bericht das Vorhandensein „eines diffusen Wunsches nach Familie“ fest. Kein Element einer moralischen Wertung findet sich. Der Bedrohung des Individualismus und des individualistischen Egoismus stellt der Text den positiven Aspekt von „Verhältnis“ entgegen, das für sich als etwas Gutes betrachtet wird, vor allem wenn es dazu neigt, sich in eine stabile Beziehung zu verwandeln (Nr. 9-10). Die Kirche verzichtet darauf, Werturteile abzugeben, um sich darauf zu beschränken, „ein Wort der Hoffnung und des Sinns zu sagen“ (Nr. 11). Es bestätigt sich damit ein neues erstaunliches Moralprinzip, das „Gesetz der Gradualität“, das es erlaubt, positive Elemente in allen Situationen wahrzunehmen, die bisher von der Kirche als sündhaft definiert wurden. Das Böse und die Sünde existieren überhaupt nicht. Es existieren nur „unvollkommene Formen des Guten“ (Nr. 18), laut einer Doktrin der „Grade der Gemeinschaft“, die dem Zweiten Vatikanischen Konzil zugeschrieben wird. „Da daher eine geistliche Unterscheidung bezüglich des Zusammenlebens und den standesamtlichen Ehen und den wiederverheiratet Geschiedenen notwendig ist, fällt es der Kirche zu, jene über die sichtbaren und sakramentalen Grenzen hinaus verstreuten Samen des Wortes zu erkennen“ (Nr. 29).

Wiederverheiratet Geschiedene als Vorwand, um 2000 Jahre Moral und Glauben aus den Angeln zu heben

Das Problem der wiederverheiratet Geschiedenen ist der Vorwand, um ein Prinzip durchzubringen, das zweitausend Jahre katholische Moral und katholischen Glauben aus den Angeln hebt. Unter Verweis auf Gaudium et Spes „wendet sich die Kirche mit Respekt an jene, die an ihrem Leben auf unfertige und unvollkommene Weise teilnehmen, indem sie mehr die positiven Werte schätzt, die sie in sich tragen, als die Schwächen und Mängel“ (Nr. 20). Das bedeutet, daß jede Art von moralischer Verurteilung wegfällt, weil jedwede Sünde eine unvollkommene Form des Guten darstellt und damit eine unfertige Art, am Leben der Kirche teilzunehmen. „In diesem Sinn besteht eine neue Dimension der heutigen Familienpastoral im Begreifen der Realität standesamtlicher Ehen und, mit den notwendigen Unterschieden, auch des Zusammenlebens“ (Nr. 22). Und das vor allem „wenn die Verbindung durch eine öffentliche Bindung eine beachtliche Stabilität erreicht und durch tiefe Zuneigung, Verantwortung gegenüber dem Nachwuchs, und die Fähigkeit Prüfungen standzuhalten, gekennzeichnet ist“ (Nr. 22). Damit wird die Lehre der Kirche umgestürzt, laut der die Festigung der Sünde durch eine standesamtliche Eheschließung eine größere Sünde darstellt, als die gelegentliche und flüchtige sexuelle Vereinigung, weil Letztere es leichter ermöglicht, wieder auf den rechten Weg zurückzukehren.

„Mutige pastorale Entscheidungen“ meinen nicht den Mut, sich dem Bösen zu widersetzen

„Eine neue Sensibilität in der heutigen Seelsorge besteht darin, die positive Realität der standesamtlichen Ehen und, mit den nötigen Unterschieden, des Zusammenlebens, aufzugreifen“ (Nr. 36). Die neue Pastoral gebietet also, über das Böse zu schweigen, auf die Bekehrung des Sünders zu verzichten und den Status quo als unumkehrbar zu akzeptieren. Das ist das, was der Bericht „mutige pastorale Entscheidungen“ (Nr. 40) nennt. Der Mut, wie es scheint, besteht nicht darin, sich dem Bösen zu widersetzen, sondern darin, sich ihm anzupassen. Die Stellen, die der Annahme der homosexuellen Personen gewidmet sind, sind jene, die am skandalösesten scheinen, aber nur logische Folgerichtigkeit der bisher dargelegten Grundsätze sind. Auch der Mensch auf der Straße versteht das: wenn es dem wiederverheiratet Geschiedenen erlaubt ist, die Sakramente zu empfangen, ist alles erlaubt, einschließlich die homosexuelle Pseudo-Ehe.

Homosexuelle Personen haben „der christlichen Gemeinschaft Gaben zu bieten“?

Noch nie, wirklich nie, betont Marco Politi in der Tageszeitung Il Fatto vom 14. Oktober, hat man in einem offiziellen, von der kirchlichen Hierarchie produzierten Dokument einen solchen Satz gelesen: „Die homosexuellen Personen haben der christlichen Gemeinschaft Gaben und Eigenschaften zu bieten.“ Gefolgt von einer Frage an die Bischöfe der ganzen Welt: „sind wir imstande diese Menschen anzunehmen, indem wir ihnen einen Raum der Brüderlichkeit in unseren Gemeinschaften sicherstellen?“ (Nr. 50). Obwohl die Verbindungen gleichgeschlechtlicher Personen nicht mit der Ehe zwischen Mann und Frau gleichgestellt werden, bietet sich die Kirche an, „realistische Wege des affektiven Wachstums und der menschlichen und evangelischen Reife unter Einschluß der sexuellen Dimension auszuarbeiten“ (Nr. 51). „Ohne die mit den homosexuellen Bindungen zusammenhängenden moralischen Problemstellungen zu leugnen nimmt man zur Kenntnis, daß es Fälle gibt, in denen die gegenseitige Unterstützung bis zum Opfer eine kostbare Hilfe für das Leben der Partner ist“ (Nr. 52). Kein grundsätzlicher Widerspruch wird gegen die Kinderadoption durch homosexuelle Paare erhoben. Man beschränkt sich darauf, zu sagen, daß „die Kirche besondere Aufmerksamkeit für die Kinder hat, die mit gleichgeschlechtlichen Paaren leben, indem sie betont, daß die Bedürfnisse und die Rechte der Kleinen immer an die erste Stelle zu setzen sind“ (Nr. 52). Auf der Pressekonferenz, bei der der Bericht vorgestellt wurde, ging Msgr. Bruno Forte soweit, den Wunsch zu äußern nach einer „Kodifizierung der Rechte, die Menschen zu garantieren wären, die in homosexuellen Verbindungen leben“.

68er Parolen statt Worte des Apostel Paulus

Die vernichtenden Worte des heiligen Paulus, laut dem „weder Unzüchtige noch Götzendiener, weder Ehebrecher noch Lustknaben, noch Knabenschänder, noch Diebe, noch Habgierige, keine Trinker, keine Lästerer, keine Räuber das Reich Gottes erben werden“ ( 1 Kor 6,9-10) verlieren für die Gaukler der neuen pansexuellen Moral die Bedeutung. Laut ihnen muß man die positive Realität dessen aufgreifen, was die Sünde war, die zum Himmel nach Rache schreit. (Katechismus des Hl. Pius X.). Die „Verbotsmoral“ ist durch die des Dialogs und der Barmherzigkeit zu ersetzen, und der 68er Slogan „verbieten verboten“ wird in die pastorale Formel aktualisiert: „nichts darf verurteilt werden“. Es fallen nicht nur zwei Gebote, das Sechste und das Neunte, die unreine Gedanken und Handlungen außerhalb der Ehe verbieten, es verschwindet auch die Idee einer objektiven natürlichen und göttlichen Ordnung, die im Dekalog zusammengefaßt ist. Es existieren keine in sich unerlaubte Handlungen, keine Wahrheiten und moralischen Werte, für die man bereit sein muß, auch das eigene Leben zu geben (Nr. 51 und Nr. 94), wie die Enzyklika Veritatis Splendor definiert. Auf der Anklagebank sitzt nicht nur Veritatis Splendor und die jüngsten Stellungnahmen der Glaubenskongregation zur Sexualmoral, sondern auch das Konzil von Trient, das dogmatisch die Natur der sieben Sakramente formulierte, beginnend mit der Eucharistie und der Ehe.

Der „Fragebogen“ an die Bischöfe und die „soziologische“ Manipulation

Alles beginnt im Oktober 2013 als Papst Franziskus, nachdem er die Einberufung der beiden Synoden über die Familie, der ordentlichen und der außerordentlichen angekündigt hatte, einen „Fragebogen“ an die Bischöfe der ganze Welt verteilen ließ. Der irreführende Einsatz von Meinungsumfragen und Fragebögen ist bekannt. Die öffentliche Meinung glaubt, daß eine Sache richtig sein muß, wenn eine Mehrheit der Menschen das so sieht. Und die Umfragen schreiben der Mehrheit die von den Konsensmanipulierern bereits vorgefertigten Meinungen zu. Der von Papst Franziskus gewollte Fragebogen behandelte die brennendsten Themen von der Verhütung bis zur Kommunion für wiederverheiratet Geschiedene, von den wilden Ehen bis zur Ehe unter Homosexuellen mehr, um die Meinung zu lenken, als Meinungen einzuholen.

Die erste Antwort, die veröffentlicht wurde, war am 3. Februar nicht zufällig jene der Deutschen Bischofskonferenz mit der klaren Absicht, die Vorbereitung der Synode zu beeinflussen und vor allem, um Kardinal Kasper die soziologische Grundlage zu liefern, die er für seinen Bericht an das Kardinalskonsistorium brauchte, mit dem ihn Papst Franziskus beauftragt hatte. Was daraus hervorging war die ausdrückliche Ablehnung der „kirchlichen Aussagen zu vorehelichem Geschlechtsverkehr, zur Homosexualität, zu wiederverheirateten Geschiedenen und zur Geburtenregelung“ durch die deutschen Katholiken (DBK-Antwort, S. 2). Und weiter: „Die Antworten aus den Bistümern machen deutlich, wie groß die Differenz zwischen den Gläubigen und der offiziellen Lehre vor allem hinsichtlich des vorehelichen Zusammenlebens, der wiederverheirateten Geschiedenen, der Empfängnisregelung und der Homosexualität ist“ (DBK-Antwort, S. 19). Diese „Differenz“ wurde nicht als ein Sich-Entfernen der Katholiken vom Lehramt der Kirche dargestellt, sondern als Unfähigkeit der Kirche, den Lauf der Zeit zu verstehen und zu unterstützen. Kardinal Kasper bezeichnete in seinem Bericht beim Konsistorium am 20. Februar diese Differenz als „Abgrund“, den die Kirche aufzufüllen habe, indem sie sich der Praxis der Sittenlosigkeit anpaßt.

Papst will „transparente“ Diskussion“ hinter verschlossenen Türen?

Laut einem der Anhänger Kaspers, dem Genueser Priester Giovanni Cereti, bekannt wegen einer tendenziösen Studie über die Scheidung in der Urkirche, wurde der Fragebogen von Papst Franziskus in Gang gebracht, um zu verhindern, daß die Debatte „hinter verschlossenen Türen“ stattfinde (Il Regno-Attualità 6/2014, S. 158). Wenn es wahr sein sollte, daß der Papst eine transparente Diskussion wollte, dann versteht man nicht, warum das außerordentliche Konsistorium im Februar und nun die Synode im Oktober hinter verschlossenen Türen stattfindet. Der einzige Text, von dem man dank der Tageszeitung Il Foglio Kenntnis erhielt, war die Rede von Kardinal Kasper. Über die Arbeiten selbst legte sich ein Mantel des Schweigens.

Wer den Ablauf kontrolliert, kontrolliert die Meinung

In seinem Konzilstagebuch notierte Pater Chenu am 10. November 1962 folgenden Satz von Don Giuseppe Dossetti, einem der Hauptstrategen der progressiven Front: „Die wirksamste Schlacht spielt sich über das Verfahren ab. Ich habe immer auf diesem Weg gewonnen.“ In Versammlungen liegt der Entscheidungsprozeß nicht in der Hand der Mehrheit, sondern in der Hand der Minderheit, die die Vorgehensweise kontrolliert. Die Demokratie existiert in der politischen Gesellschaft nicht und erst recht nicht in der religiösen. Die Demokratie in der Kirche, wie der Philosoph Marcel De Corte anmerkte, ist kirchlicher Cäsarismus, das schlimmste aller Regime. Im laufenden Synodenverfahren wurde die Existenz dieses kirchlichen Cäsarismus durch das drückende Klima der Zensur bewiesen, das bis heute auf ihm lastet.

Sogar weltliche Medien von explosiver Kraft des Berichts überrascht

Die aufmerksamsten Vatikanisten wie Sandro Magister und Marco Tosatti haben darauf hingewiesen, daß im Unterschied zu den bisherigen Synoden, die Wortmeldungen der Synodenväter unter ein Veröffentlichungsverbot fallen. Magister erinnerte an die Unterscheidung, die Benedikt XVI. traf zwischen dem „wirklichen“ Zweiten Vatikanischen Konzil und dem „virtuellen“, das sich ihm überstülpte, und sprach von einer „Doppelung zwischen einer wirklichen und einer virtuellen Synode, letztere von den Medien konstruiert unter systematischer Betonung der Dinge, die dem Zeitgeist wichtig sind“. Heute sind es aber die Texte der Synode selbst, die sich mit zerstörerischer Macht Bahn brechen, und zwar ohne Verzerrung durch die Medien, die sich vielmehr selbst ganz überrascht zeigten von der explosiven Kraft der Relation von Kardinal Erdö.

Natürlich besitzt dieses Dokument keinen lehramtlichen Wert. Es ist auch erlaubt zu bezweifeln, daß es tatsächlich das Denken der Synodenväter widerspiegelt. Die Relatio nimmt aber die Relatio Synodi vorweg, das Schlußdokument der Bischofsversammlung.

Widerstand heute größeres Gewissensdrama: damals galt es Heinrich VIII. zu widerstehen, heute dem Papst

Das wirkliche Problem, das sich nun stellen wird, ist das des Widerstandes, der vom Buch „In der Wahrheit Christi bleiben“ der Kardinäle Brandmüller, Burke, Caffarra, De Paolis und Müller (Echter Verlag, 2014) angekündigt wurde. Kardinal Burke bekräftigte in seinem Interview mit Alessandro Gnocchi (Il Foglio, 14. Oktober 2014), daß eventuelle Änderungen der Glaubenslehre oder der Praxis der Kirche durch den Papst inakzeptabel wären, „weil der Papst der Stellvertreter Christi auf Erden und daher der erste Diener der Glaubenswahrheit ist. Die Lehre Christi kennend sehe ich nicht, wie man von dieser Lehre mit einer doktrinellen Erklärung oder einer pastoralen Praxis abweichen könnte, die die Wahrheit übergehen“.

Die Bischöfe und Kardinäle mehr noch als die einfachen Gläubigen befinden sich vor einem schrecklichen Gewissensdrama, das weit schwerwiegender ist, als jenes, in dem sich im 16. Jahrhundert die englischen Märtyrer befanden. Damals ging es darum, der höchsten weltlichen Autorität ungehorsam zu sein, König Heinrich VIII., der wegen einer Scheidung die Kirche von England ins Schisma mit der Kirche von Rom führte. Heute aber muß sich der Widerstand der höchsten kirchlichen Autorität widersetzen, sollte sie von der immer gültigen Lehre der Kirche abweichen. Und wer zum Widerstand gerufen ist, das sind nicht ungehorsame Katholiken oder solche, die im Widerspruch zur Lehre stehen, sondern genau jene, die am stärksten die Institution des Papsttums verehren. Damals wurden jene, die widerstanden, dem weltlichen Arm übergeben, der sie enthaupten oder vierteilen ließ. Der heutige weltliche Arm wendet die moralische Lynchjustiz an durch psychologischen Druck, der von den Massenmedien auf die öffentliche Meinung ausgeübt wird. Das Ergebnis ist häufig der psychische und physische Zusammenbruch des Opfers, eine Identitätskrise, der Verlust der Berufung und des Glaubens, außer man ist imstande, mit Hilfe der Gnade die heroische Tugend der Standhaftigkeit auszuüben. Widerstehen heißt in letzter Analyse, die vollständige Übereinstimmung des eigenen Lebens mit der unveränderlichen Wahrheit Jesu Christi zu bekräftigen, indem man die Thesen jener umstürzt, die die Ewigkeit des Wahren in der Flüchtigkeit des Erlebten auflösen möchten.

Übersetzung: Giuseppe Nardi
Bild: Sündenfall, Sixtinische Kapelle, Michelangelo

>>>  http://www.katholisches.info/2014/10/15/damals-galt-es-heinrich-viii-zu-widerstehen-heute-dem-papst-roberto-de-matteis-vernichtende-kritik-am-zwischenbericht-der-synode/

MGR. LEONARD BLIKT TERUG OP EERSTE WEEK BISSCHOPPENSYNODE

Zaterdag, 11 oktober 2014. BRUSSEL (KerkNet) – In zijn terugblik op de eerste week van de bisschoppensynode over het gezin noteert aartsbisschop André-Joseph Léonard, die er als voorzitter van de bisschoppenconferentie de Belgische kerkprovincie vertegenwoordigt, alvast de vrijheid van spreken (waartoe paus Franciscus bij de start had aangedrongen), de grote luisterbereidheid en het wederzijdse respect van de synodevaders en gastsprekers. Hij stelt vast dat er een fundamentele eensgezindheid bestaat over de essentiële punten: de schoonheid van het gezin, de onverbreekbaarheid van het huwelijk en de vaststelling dat de gezinspastoraal dringend vernieuwd moet worden om jongeren te helpen zich te engageren in het huwelijk en om gehuwde koppels te ondersteunen.

Opvallend zijn volgens de aartsbisschop ook de grote verschillen tussen de continenten. Waar de westerse bisschoppen vooral begaan met het drama van de vele echtscheidingen en een gezinspastoraal om hen zo goed mogelijk te begeleiden, worden de Afrikaanse bisschoppen worden geconfronteerd met de plaag van polygamie. En veel Latijns-Amerikaanse en Aziatische bisschoppen zien de armoede dan weer als belangrijkste bedreiging voor koppels en gezinnen. Zij verwijten de aan de VN verbonden ngo’s hun bevolking praktijken op te dringen die haaks staan op hun hun cultuur en morele overtuiging (kunstmatige anticonceptie, abortus, homohuwelijk …) maar leggen ze wel als voorwaarde op voor het verlenen van economische hulp.

Wat betreft de toegang tot de communie voor hertrouwde echtgescheidenen – een kwestie die vooral de westerse Kerk beroert – zijn mgr. Léonard vooral de sterk contrasterende standpunten opgevallen. Hij ziet niet meteen hoe hier eenstemmigheid kan worden gevonden. Die lijkt er anderzijds wel te bestaan als het gaat over de geldigheid van nogal wat kerkelijke huwelijken. De gelovige motivatie van (vooral westerse) koppels is vaak zo miniem dat men zich terecht kan afvragen of die huwelijken wel voldoen aan de minimumeisen die de Kerk stelt. Vandaar de tussenkomsten over de kerkrechtelijke aspecten van het huwelijk en voorstellen om de procedures voor nietigverklaring van huwelijk te versoepelen of te versnellen.

Waarover volgens mgr. Léonard iedereen het unaniem eens is, is de beslissing van paus Franciscus om elke algemene congregatie (plenaire vergadering in de synode-aula) te laten voorafgaan door een getuigenis van leken, meestal echtparen. “Hun getuigenis is vaak veelzeggender dan veel van de tussenkomsten van de bisschoppen”.

Meer over de indrukken van aartsbisschop Léonard is te lezen in een uitvoerige terugblik die woensdag aanstaande in het weekblad Tertio wordt gepubliceerd.

Email van P. Guy Borreman s.j. door Zr Lucienne

28-9-2014: website ‘Bid 24 uur’ 46.000 bezoekers


Onze website https://geudens.wordpress.com – ‘Bid 24 uur’  heeft

vandaag 46.000 aantal hits gehad

en er zijn 629 volgers…


Bid 24 uur

Vertrouw al je tijd aan God toe

Tegenwoordig kom je heel wat mensen tegen, die het christelijke geloof niet kennen of ze hebben moeite om te geloven. Ze kunnen de onrechtvaardigheid in de wereld, oorlogsgeweld, hongersnood en rampen niet rijmen met een liefdevolle God. Als die zou bestaan, dan zou die volgens hen ervoor moeten zorgen dat alles op rolletjes loopt. Pijn, lijden en verdriet zijn vaak onverteerbaar en daardoor kun je opstandig worden, maar op lange termijn kan het mensen de ogen openen voor een andere werkelijkheid. Een die we nog niet kunnen zien, maar die wel degelijk bestaat. Daarvoor is het goed je te verdiepen in de reden, waarom Jezus naar onze wereld is gekomen. Hij wil ons allen het licht van de hoop schenken en daarvoor is Hij mens geworden. Hij laat ons met heel Zijn leven zien, dat God ons nabij is en lijden nooit het laatste woord heeft. Hij bevestigt ons in het geloof aan een God die bestaat en die pure Liefde is. God wordt mens in Jezus Christus en biedt ons een leven aan samen met Hem. Een leven dat geen einde kent en ons uiteindelijke voert naar het volmaakte geluk. Stellen we ons open voor deze boodschap, die alleen begrepen kan worden als Gods Geest ons kan raken en bezielen om te komen tot het geloof, dat God mensen kan bijstaan en optillen tot een nieuw en eeuwig bestaan…


“ … en breng ons niet in beproeving” – pastoor C. Mennen

Pastoor Mennen

Al geruime tijd is een commissio mixta (een gemengde commissie) van Belgische en Nederlandse bisschoppen bezig met een nieuwe vertaling van het Romeins Missaal voor het gebruik in de liturgie in het Nederlands taalgebied. De eerste vertaling dateert uit de jaren zeventig van de vorige eeuw en heeft op veel punten de kenmerken van die tijd. De vertaling is op veel plaatsen niet erg letterlijk, soms om er mooier Nederlands van te maken maar vaak ook als uiting van de theologische opvattingen van de vertalers.

Zo is het bijvoorbeeld merkwaardig dat het “pro multis” in de consecratiewoorden vertaald werd door “voor allen”. Nu is inderdaad Jezus’ bloed in principe vergoten voor alle mensen maar in de instellingswoorden benadrukt Jezus een ander aspect dat het namelijk vergoten is voor de velen die in geloof die verlossing aanvaarden. Want dat gelovig aanvaarden is de noodzakelijke voorwaarde om deel te kunnen krijgen aan de verlossing. En met dit laatste had men in de zestiger en zeventiger jaren nogal moeite. Men geloofde vrij algemeen (en sommigen nog) in de “alverlossing” (apocatastasis) waarin geen plaats is voor hel en veroordeling, uiteraard een idee dat naadloos aansloot bij het gedachtegoed van de jaren zestig. Hoezeer men die gedachte door wil zetten, blijkt uit het feit dat men toch “voor allen” vertaalt terwijl er in de Griekse grondtekst van het nieuwe Testament, in alle evangeliën en in het instellingsverhaal bij Paulus, “voor velen” staat. Dit is op aanwijzing van de Heilige Stoel in de nieuwe vertaling gebeurd.

Een ander ideologisch punt uit de jaren 60/70 was de ontkenning van de ziel. De mens werd niet langer gezien als te onderscheiden (en bij de dood gescheiden) in lichaam en ziel maar als een eenheid. Bij het gebed voor de communie “et sanabitur anima mea” (en mijn ziel zal gezond worden) werd vertaald met “ik zal gezond worden”. Ook in de gebeden van de uitvaartliturgie werd de ziel veelal wegvertaald. Ook dat is nu hersteld.

Merkwaardig was ook de vertaling van “Maria, mater Dei” met “Maria, moeder van Christus”. De laatste uitdrukking is op zich geen ketterij. Maria is inderdaad de moeder van Christus, maar “mater Dei” betekent nu eenmaal “moeder van God”. Als je dat bewust gaat veranderen dan herinnert dat wel degelijk aan de christologische strijd uit de vierde/vijfde eeuw. Toen wilden sommigen Maria niet zien als de moeder van Gods Zoon en noemden Maria dus “Christotokos” (moeder van Christus). Deze leer is veroordeeld op het Concilie van Efese en daar werd Maria plechtig uitgeroepen tot “Theotokos” (moeder van God). Die titel is nu ook in het tweede eucharistische gebed hersteld.

Bij de nieuwe vertaling van het Missaal hebben de bisschoppen de kans gegrepen te komen tot een nieuwe gezamenlijk vertaling van het Onze Vader. Immers tot nu toe hebben Vlaanderen en Nederland hun eigen vertaling. Daarnaast hebben de protestanten hun eigen vertaling en bestaat er ook nog een oecumenische vertaling. Waarin een klein taalgebied groot kan zijn! In het Duitse taalgebied bijvoorbeeld is er maar één vertaling van het Onze Vader voor protestanten en katholieken. Dat is voor ons blijkbaar een brug te ver. Maar we krijgen nu één Onze Vader met de Vlamingen. Dat is al winst ware het niet dat één zin merkwaardig en, naar mijn mening, volkomen fout vertaald is: “en breng ons niet in beproeving”.
Volgens de bijgegeven verklaring was “bekoring” niet meer correct omdat dit een te positieve betekenis zou hebben. Daarbij wordt dan verwezen naar het adjectief “bekoorlijk”. Het moge zo zijn, dat “bekoorlijk” een positieve betekenis heeft, het substantief “bekoring” heeft dat zeker niet naar mijn mening en de mening van de mensen die ik geraadpleegd heb. Het is ook niet zo dat we het woord “heer” niet meer zouden kunnen gebruiken voor God omdat “heerlijk” de connotatie van “lekker” gekregen heeft. In feite kan “bekoring” zowel positief als negatief gebruikt worden. “De bekoring die van het landschap uitgaat…” is positief. “De bekoring om te liegen was erg groot”, is negatief. Het gaat dus om de context waarin het woord gebruikt wordt. Daarbij moeten we de gebruikelijke uitdrukking van “de bekoringen van Jezus in de woestijn” betrekken. Het woord “bekoring” in die zin is bij alle katholieken bekend. Bij de zin van het Onze Vader: “en leid ons niet in bekoring” zal iedereen aan dit soort bekoring denken. Een synoniem van “bekoring” is “verleiding”. Dat had men in de vertaling ook kunnen gebruiken maar dat veranderen om het veranderen hebben betekend.

Naar mijn mening volkomen fout is de vertaling “beproeving”. In dit woord zit geen enkele morele connotatie. Iedereen, aan wie ik vraag welke gedachten hij bij dit woord krijgt, zegt: rampen, ziekte, ontslag etc. Dat zijn beproevingen die ons treffen. De onbevangen lezer/hoorder zal hieraan denken bij het woord beproeving maar daarmee wordt ook de volgende zin totaal anders gekleurd. “Maar verlos ons van het kwade” gaat dan niet meer over het moreel kwaad maar over het fysieke kwaad. Dit is in het Onze Vader zeker niet in eerste instantie bedoeld te meer daar men van uit het Grieks/Latijn niet alleen “het kwade” kan vertalen maar ook “de Kwade (de Boze)”.

Hoewel het in het begeleidend schrijven niet wordt gezegd, vrees ik dat er voor deze vertaling ook nog gekozen is uit een ander motief, dat gelijksoortig is aan het motief waarom men in de jaren zeventig “pro multis” in de consecratie met “voor allen” vertaalde, namelijk een theologisch inzicht bij de vertaler. Er zijn namelijk mensen die theologische problemen hebben met het feit dat God ons in bekoring zou kunnen leiden. Beproeving, dat kan nog maar in bekoring, dat kan niet bij God. Toch staat dat in de grondtekst en in alle gebruikelijke vertalingen. Ik geef hierbij het commentaar van het Regensburger Neues Testament: “De bede om vergeving van bedreven zonden leidt tot het gebed om gevrijwaard te blijven van de bekoring, d.w.z. het gevaar van de zonde. Wanneer uitdrukkelijk gesproken wordt van een in-bekoring-brengen door God, dan komt dit overeen met de in het Jodendom gebruikelijke gedachte dat iedere bekoring uitgaat van God. God zelf is het, die de mens, en wel de gerechte, in bekoring brengt om hem op de proef te stellen.” En hier hebben we het juiste woordgebruik: een beproeving is lang niet altijd een bekoring maar een bekoring is wel altijd een beproeving.

Pas bij de uitgave van het nieuwe missaal zal de tekst van het nieuwe Onze vader verplicht worden.
Dat betekent dat de bisschoppen nog de tijd hebben de tekst te veranderen, of op dit punt te laten zoals hij was. Ik wil ze dat graag verzoeken met de bede “en breng ons niet in beproeving” door deze vertaling voor definitief te verklaren.

C. Mennen
26 augustus 2014

Paus veroordeelt islamistische fundamentalisten

Paus Franciscus heeft bij zijn eerste bezoek aan een Europees land de terreur van islamitische fundamentalisten veroordeeld. “Niemand moet denken dat hij zich achter God kan verschuilen als hij gewelddadigheden plant en uitvoert! “, zei de kerkvorst in de Albanese hoofdstad Tirana. Katholieken vormen in dit arme Balkanland met 15 procent van de bevolking een minderheid. Maar tienduizenden mensen stonden langs de kant van de straten de 77-jarige paus toe te juichen tijdens diens rit door het stadscentrum. De meerderheid van de ongeveer drie miljoen Albanezen is moslim.

“Niemand mag religie als voorwendsel nemen voor zijn daden die in tegenstelling staan van de waarden van de mens en zijn fundamentele rechten”, zei de paus blijkbaar in een toespeling op het geweld van de extremisten in Syrië en Irak. De fundamentele rechten betekenen “op de eerste plaats het recht op leven en godsdienstvrijheid voor iedereen”, zei Franciscus.

De paus stelt Albanië als een soort alternatief voor omdat daar “een klimaat van wederzijds respecten vertrouwen tussen katholieken, orthodoxen en moslims” heerst. Het land in het zuiden van de Adriatische Zee “bewijst dat vreedzaam en vruchtbaar samenleven van mensen en gemeenschappen van een verschillende godsdienstkeuze concreet mogelijk en haalbaar is”.

Tolerantie is een “kostbaar goed”, dat “in deze tijden een bijzondere betekenis krijgt, waarin echte religieuze gevoelens door extremistische groepen verkeerd worden voorgesteld en het onderscheid tussen de verschillende geloofsovertuigingen vervormd en geïnstrumentaliseerd wordt”.

Ondanks een hevige regenbui tijdens de openluchtmis in het centrum van Tirana bleven duizenden mensen staan en juichten de paus enthousiast toe.

Het kleine Albanië werd in 1967 door de communisten tot de eerste atheïstische staat van de wereld uitgeroepen. Moskeeën en kerken werden gesloten en zelfs afgebroken. Vele geestelijken werden in de gevangenis gegooid en vermoord.

>>> www.hln.be/Paus-veroordeelt-islamistische-fundamentalisten.dhtml

Lees ook