- Download :
Theologische reflectie van pater Marcel over het leven en de brieven van mystica Teresa Higginson: ‘Theologie van de Godsvrucht tot het H. Hoofd van Jezus, Zetel van Goddelijke Wijsheid’
Vierde Hoofdstuk: Het wezen van de Godsvrucht
Hieronder is een link waarbij alle artikelen handelend over de wetenschap op een rijtje staan. De link verwijst naar de SCRIBD website (een soort youtube voor artikelen). Het thema van al deze artikelen is het verband tussen religie en wetenschap.

De notoire kampioen van de Roomse zaak, Louis Veuillot (†1883), vatte het aldus samen: “Luther ontkende de aanwezigheid hier op aarde van het goddelijk gezag (middels het instituut van Christus’ Kerk op aarde) door het recht op vrij onderzoek af te kondigen waarmee Gods verstand aan de oppermacht van de mens werd onderworpen. Hiermee werd aan ieder individu het vermogen toegekend, of liever nog de verplichting, om binnen bijbelse contouren voor zichzelf een eigen religie te scheppen. (Met dit principe) zette Luther meteen de deur open voor zuiver menselijke godsdienstige (inrichtingen). Omdat de Rede zich het deel toeëigende dat God toebehoort in het moreel bestuur van de mensheid, moest het de enige leermeester van onze gelovige overtuigingen (en mystieke neigingen) worden, onze leringen, de wetten en onze zeden.” (Mélanges II-2/185)
If we listen to the famous champion of the Roman Catholic cause, Louis Veuillot (†1883): “Proclaiming the right to free inquiry, submitting the reason of God to the sovereignty of man, giving to each individual the faculty or rather imposing on him the obligation to create for himself his own religion within the Biblical precinct, Luther denied the presence on earth of the divine authority (through the institution of Christ’s Church on earth), by which he straight away opened the door to purely human religious (institutions). Because Reason appropriated the part that belongs to God in the moral direction of humankind, it had to remain the only master of our beliefs (and mystical inclinations), teachings, the laws and our morals.” (Mélanges II-2/185)
Link: Science / Wetenschap ; http://www.scribd.com/collections/3976722/Science-Wetenschap
Derde Hoofdstuk: Kentekenen van de Godsvrucht
Ga naar:

Open an old Catholic prayer book and it’s more than likely that you’ll find it crammed with various prayer-cards. In particular, the distinctive hallmark of Catholic spirituality was the devotion to the Sacred Heart. It inspired saints and religious communities. It lent its name to hospitals, schools and universities. No Catholic home was without a picture or statue. Yet thirty years ago a new broom swept away much of this devotional life. We are all familiar with stories of the removal of statues and ending of pious practices, as though inappropriate for the truly modern Christian. Devotion to the Sacred Heart suddenly became embarrassing to many – an apparently mawkish accretion to the Church at prayer. Yet it has never disappeared. In fact our present Pope, whose pontificate has been wholly focussed on the new millennium, has expressed his approval and encouragement to “all who in any way continue to foster, study and promote devotion to the Heart of Christ in the Church with language and forms adapted to our times”. A survey of the devotion – and in particular one form “adapted to our times” should show why the Pope is justified in assuring that the devotion to the Sacred Heart continues into the Church of tomorrow. Up to three or four decades ago, the practice of devotion per se was taken for granted by Catholics. It had of course sprung from the early Church. St Paul’s own pious ardor (2 Cor 5:14; 2 Tim 3:13) seems to have engendered the use of the term “devotion” even amongst present day evangelical Christians. For St Thomas Aquinas, devotion “appears to be nothing else save a willingness to give oneself readily to what concerns the service of God”.
* The value of devotions –> www.faithmov.com , and:
* St. Margaret Mary and promotion of the Sacred Heart
* Divine Mercy: renewal and development of the devotion
* The spirituality of Teresa Higginson
* The Head as ‘Seat of Wisdom’ and shrine of the soul
The Faith movement is a group of priests, religious and lay Catholics drawn together by a shared vision of Christ as “Lord of the cosmos and of history” (Catechism of the Catholic Church, 668) and Lord of the individual mind and heart. Since the movement was formed in 1972, we have worked to foster the Catholic faith and spiritual life of many people, especially through youth events and various publications.
Tweede Hoofdstuk: Grondslagen van deze Godsvrucht.
Ga naar:
Het Levensverhaal van Teresa Helena Higginson
Van 1844 tot 1905 heeft er in Engeland een door God bijzonder bevoorrechte vrouw geleefd, Teresa Helena Higginson, een eenvoudige onderwijzeres. Is een mens door God bevoorrecht, dan heeft hij een aparte roeping te vervullen. Zo was ook deze uitverkoren vrouw door de Zaligmaker geroepen om aan de wereld zijn wens bekend te maken, dat zijn Heilig Hoofd zou worden vereerd als zetel van zijn goddelijke wijsheid. En tot haar dood toe heeft Hij haar niet meer met rust gelaten. Gedurig herinnerde Hij haar aan zijn verlangen, dat aan deze wens toch zou voldaan worden. Teresa Helena heeft haar taak volbracht. De devotie heeft ze bekend gemaakt. Maar voor de verspreiding is het nu de tijd.
Waarom zou Christus in onze dagen deze devotie zo aanprijzen? Het is duidelijk. Heel de wereld is in de grootste wanorde geraakt en geen menselijke machten, ook geen Verenigde Naties, zijn in staat dit te verhelpen. En heel die wanorde is ontstaan doordat men is afgeweken van Jezus’ wijsheid en het gezag van zijn Kerk niet meer telt. Er is slechts één middel om tot een oplossing van de grote moeilijkheden te komen: terugkeer tot Christus en zijn Kerk. Zolang het Licht van de wereld niet wordt erkend en benut, blijft men in het duister tasten.
Voor zijn Heilig Hoofd als zetel van zijn wijsheid wenst Hij ook een openbare cultus van heel de Kerk. Zelf stelde Hij de dag al vast, waarop het feest ervan moest gevierd worden: de octaafdag namelijk van het Heilig Hartfeest. En Hij deed de belofte: “Ieder die zal meehelpen, om deze devotie te verspreiden, zal duizendvoudig gezegend worden. Wee echter degene, die ze verwerpt of die in dit opzicht mijn verlangen tegenwerkt.” Meer nog! De stellige verzekering gaf de Zaligmaker aan Teresa Helena Higginson, dat aan zijn verlangen in werkelijkheid zou voldaan worden. De devotie zal worden ingevoerd! Het begin ervan is al zichtbaar. De bisschoppen van Engeland en Ierland hebben ze erkend; ook in andere landen breidt ze zich al meer en meer uit. De kerk te Bootle is al – overeenkomstig de aanwijzing van Christus – de hoofdzetel. Laten we zoveel als in ons vermogen ligt, meehelpen deze devotie te verspreiden.
Lya de Haas: “Heel de wereld kent ons lieve Vrouwke, Ave Maria”
Het hedendaagse Jodendom is geen reliek uit duister tijd dat in theologisch opzicht heeft afgedaan. Gods plan met de wereld ligt in de verbonden met Israël opgesloten. “Ik stel u aan om een licht voor de naties te zijn. Zie Ik heb u gelouterd en beproefd in de smeltoven van ellende. Omwille van Mijzelf handel IK nu.
Een veel gehoorde opvatting is dat de Christelijke kerk geboren werd bij de uitstorting van de Heilige Geest tijdens het grote Pinksterfeest, vijftig dagen na de kruisiging. De geboorte van de nieuwe Kerk zou gelijktijdig het afsterven van de oude zijn. Hoe gemakkelijk kan vanuit die visie het idee postvatten dat de nieuwe kerk in plaats Israël is gekomen en het Oude Verbond voorgoed heeft afgedaan! De Kerk (de Kehal Chasidim) is er echter altijd geweest: de hernieuwde Kerk is een voortzetting van de Synagoge. Verschillende fasen kunnen in de totstandkoming daarvan worden onderscheiden, gerelateerd aan het soort prediking. De Kerk, zoals wij die thans kennen, is geleidelijk aan het Jodendom toegevoegd, te beginnen bij de bekering van de Romeinse centurio. Na decennia evangelisatie bleek dat de edele olijfboom van het Jodendom geen vrucht wilde dragen. Op dat moment besluit de goddelijke tuinman haar takken af te breken, behalve de wilde twijgen die recentelijk aan de wortel waren toegevoegd, die van het heidendom, en de kleine ‘rest’, die van het Jodendom,waartoe ook de apostel Paulus behoorde. (Rom. 11:16-20, 1-5) Tot dan toe was Paulus de verkondiger voor het Joden- én het heidendom. Pas na die episode wordt hij de exclusieve verkondiger voor het heidendom. De reeds eerder geënte loten, en de rest, mogen dan onder zijn begeesterende leiding verder uitgroeien tot een fraaie kroon. Hieronder verder lezen:
*** *** *** *** ***
Bron: www.scribd.com/De-KERK-een-Voortzetting-van-de-Synagoge-Hubert-Luns
*** *** *** *** ***
Vandaag zijn we bij Veerle en haar gastvrije familie, trouwe lezers van ons tijdschrift ‘Aanwezigheid van de Heer’ (*). Veerle is éénentwintig, en sinds drie jaar en half volledig blind. Zo zal het blijven voor haar verdere leven. Toch straalt ze een groot geluk uit. Tijdens ons gesprek is de glimlach nooit ver weg. “Ja, ik wil graag getuigen. Ik wil dit graag doen voor de Heer!” Ze vertelt.
Mijn droom was binnenhuisarchitecte te worden. Tekenen was voor mij een fijn middel om mij uit te drukken. De middelbare studies lukten goed. Ik heb de studie moeten stopzetten toen ik blind werd. Voordien onderging ik verschillende oogoperaties en had ik reeds een oog verloren. Bij de laatste operatie, aan het andere oog, is het fout gegaan en ben ik helemaal blind geworden. Het is mijn geluk geweest. Vroeger leefde ik zonder de Heer, door het lijden heb ik de Heer leren kennen.
Hoe was het vroeger?
Ik was zoals ieder ander jong meisje. Ik hield van reizen en sporten, Tv-kijken en muziek, winkelen. Ik ging graag fuiven! Maar als ik weer thuis kwam, voelde ik mij niet echt voldaan. Is dat nu het geluk, vroeg ik mij af? Mijn leven van vroeger was niet echt vervullend. Toen ik nog zien kon, was ik ook wel gelukkig, maar nu is het heel anders. Ik heb de Heer gevonden.
Het verschil met vroeger?
Nu is dat geluk héél intens, héél vol, héél intiem. Veel blijvender. Je voelt je altijd blij. Vroeger was dat op en neer. Je ervaart de vreugde van Zijn nabijheid. Je ervaart die vreugde als een geschenk. Je ervaart Jezus als een enorme waarde. Je hart straalt, ik voel.., enfin, de Heer straalt in mijn hart. Als je gewoon bezig bent, heb je dat minder. Maar als je stilzit en met de Heer spreekt is dat veel intenser. Ik verlang er naar doorlopend bij Hem te zijn.
Vroeger leefde ik zonder de Heer. Nu kan ik niet meer zonder Hem. Ik kan mij niet meer voorstellen dat ik dit ooit heb gekund. Ik zou niet opnieuw willen ruilen met dat leven van vroeger! Natuurlijk zou ik willen zién, maar niet willen ruilen met dat leven zonder de Heer: dat had zo weinig zin. De Heer heeft bepaalde dingen ontnomen: Hij heeft zichzelf in de plaats gegeven.
Toen je blind werd, was die aanwezigheid er nog niet?
Ik ben voordien nog andere keren geopereerd geweest en was toen ook een poos niet-ziende geweest. Ik dacht: het zicht komt wel terug. Ik heb weken in die veronderstelling geleefd. Het besef dat ik voor altijd blind zou zijn, is geleidelijk aan gekomen. Toen is ook de Heer gekomen! Toen al het andere aan het wegvallen was. Ik ben niet in een onmetelijke put gevallen: het overlapte elkaar, het verving geleidelijk elkaar. Eigenlijk was er eerst wel een leegte, ja. Als ik ‘s morgens opstond, gewassen was, gegeten had, zat ik in de zetel en vroeg me af: wat moet ik nu doen? Nu bid ik.
Hoe is die overgang er gekomen?
Omdat moeder al zo leefde. Zij heeft mij daarover verteld, mij daarover voorgelezen. En zo ben ik meer aan het bidden gegaan, heb ik de Heer leren kennen. Maar op een bepaald ogenblik heeft de Heer het overgenomen. Toen toonde Hij zichzelf. Als je je opent, kan Hij zich tonen.
“Tonen”?
Dat je Hem voelt… dat je zijn liefde en zijn vreugde voelt. Op een geestelijke manier dan. Ik zie nu ook niet, maar ik weet toch wat de tafel is, wat een boterham is, wat u bent. Maar de Heer stel je je niet voor, dat is weer anders. Toch schitteren zijn ogen van zijn licht… Als ik bid, concentreer ik mij op mijn hart. En dan komt de Heer. Je hart kan heel intens voelen dat Hij daar is. Dat is voor mij vanzelf gekomen. Toen ik eens ging neerzitten om te bidden begon mijn hart ineens a.h.w. te stralen, een heel warme gloed. Dat had niemand mij geleerd. Dat heeft de Heer mij gegeven. En sindsdien ben ik mij altijd op mijn hart gaan concentreren wanneer ik bid.
Wat is bidden voor jou? Kun je dat zeggen?
Spreken met de Heer. Alles in zijn handen leggen, ik voel dan dat het van mij afgenomen wordt. Voelen van zijn Aanwezigheid…, Hem danken voor zoveel, voor dat geluk…, zoveel om dankbaar voor te zijn. Of gewoon niets zeggen, stil bij Hem zijn en je dicht bij Hem voelen, en Hem in jou voelen. Bidden wordt dan beminnen, tonen aan de Heer dat je van Hem houdt. Ik denk dat Hij dit graag heeft. Hij is de liefde. En naar liefde zoeken wij allemaal. Hij ook. Echt waar, er is veel meer liefde in mijn leven gekomen. Je kijkt ook met andere ogen naar de mensen.
Hoezo?
De Heer toont Zijn liefde in de andere mensen. Hij toont zich voortdurend, ook in de mensen. Als je niet ziet, voel je de anderen veel meer aan, voel je hun stemmingen aan in hun stem. De stem zegt veel over hoe iemand is. Je hoort veel beter. Ik luister zo graag naar een viool met diep gevoel of naar de menselijke stem: het mooiste instrument dat er bestaat. Als er een wagen stopt voor het huis, herken ik aan de motor wie het is. Als we in de natuur zijn, hoor ik alles: het zingen van de wind in de bomen, het ritselen van de bladeren, het fluiten van de vogeltjes, het kabbelen van de beek…
Ik luister graag naar de mensen. Naar hun verhalen. Of als ze zich eens moeten uitspreken. Als bij een psycholoog. In mijn hart bid ik dan voor hen. Ik probeer graag om de Heer in alles te betrekken: in de natuur, de dingen, de mensen. Ik bid voor de politici, dat ze het land op een juiste manier mogen besturen, dat er eerlijkheid mag zijn, vertrouwen… Dat zou een droom zijn: een mooie wereld voor de Heer, en de Heer die leeft in de mensen. Ik bid voor de Kerk, voor de jonge mensen. Ik hoor graag over jonge mensen die geloven. Ik ontvang het tijdschrift ‘Youth for Christ’, dat komt uit Nederland. Geloven geeft zoveel kracht, moed, hoop. Ik bid dat alle mensen mogen weten dat de Heer bij hen is. Je mag het goed hebben, veel geld hebben, maar dat is allemaal zo tijdelijk en materieel. Maar de Heer is enorm vervullend.
Je voelt je nooit eens eenzaam?
(Lacht) Neen, eigenlijk niet. Ik voel mij nooit alleen. Ik ben graag gewoon thuis, zelfs liefst thuis. We gaan naar de Mis, geregeld eens naar Banneux, veel wandelen in de natuur, weggaan als het nodig is, ja, of gaan winkelen als ik iets moet hebben. Maar dan voel ik de Heer niet meer zo goed in de drukte.
Toch moeten vele mensen leven in de drukte…
(Nadenkend) Ik weet niet of ik dat nog zou kunnen. Ik ben het te goed gewoon. Hij geeft mij zoveel dat ik er niet meer zonder kan. De Heer geeft overvloedig. De diepste vervulling. Als ik dat niet heb gehad, voel ik dat ik iets heb gemist. Maar je kan dat niet op commando hebben. Gaan zitten en zeggen: nu gaat het komen… Dat kan je niet zelf. Het is een geschenk. Een heel fijn geluk, onbeschrijfelijk. Het hoogste geluk, als zijn Aanwezigheid je hele hart en bewustzijn vervult!
Je gebruikte daarnet het woord “vervulling”. Een heel mooi woord.
Ja, zo voelt dat (diepe zucht). Heerlijk vervuld (lacht)! Ik leef niet in een leegte. Ik voel mij héél vervuld. Ontroerend is zijn aanraking waarmee Hij ons zijn onuitsprekelijke liefde openbaart. (Dan heel ernstig) Eigenlijk is het niet zwaar wat ik heb. Ik heb geen pijn. Ik kan nog rondlopen in huis. Wat ik veel erger vind, dat is mensen met pijn in hun hart. Die zich eenzaam voelen.
Ik heb niet het gevoel dat ik iets mis omdat ik niet zie of zo. Ik kijk geen TV, ik ga nooit op stap, mijn wereld is verkleind, maar tegelijk ook erg verruimd. Ik verlang niet meer zo naar het andere. De Heer is mijn grote liefde geworden, mijn beste vriend. Ik verveel mij nooit. Helemaal nooit!
Je hebt nog andere bezigheden?
Soms wat breien (lacht). Typen kan ik ook nog, schrijven naar vriendinnen. En ik lees brailleschrift. Ik ben bij een paar bibliotheken, die sturen dan brailleboeken op. Ik beluister ook muziek. En cassettes. Hier thuis heb ik mijn twee engelen die veel voor mij voorlezen. Liefst van al ben ik bezig met de dingen over het geloof en de innerlijke vrede. De rest zegt mij niet meer zoveel. Mijn dierbaarste boek? Het Johannes-evangelie! Die Liefde daarin, het Licht!
Ik leef niet in een nacht, nee, nee. Ik heb innerlijk licht, het is een soort geestelijk zien. Het voornaamste is niet dat zien en voelen, maar het weten en het beleven. Mijn grootste verlangen is, bij de Heer te zijn. Bij alles wat je doet stilstaan en danken en aan Hem opdragen. Als je onder de douche staat, als je eet, bij alles. Hij heeft mij dat zo leren zien.
Het is niet altijd vanzelfsprekend?
Meestal als ik in de drukte ben geweest, is er tijd nodig om weer stil te worden. Dan dwalen mijn gedachten af en kan ik mij niet concentreren. Als ik niet genoeg heb kunnen bidden, kan ik mij nog humeurig voelen. Als ik blijf bidden komt de Heer terug. Als ik me weer concentreer op Jezus, voel ik zijn Aanwezigheid. Als ik niet geconcentreerd ben, let je daar niet op. Ik stop af en toe om vrijwillig aan Hem te denken, om een bewuste duik te maken in zijn Aanwezigheid.
Zijn andere mensen een steun in je gebed?
Vroeger had ik behoefte om mij uit te drukken in plastische vormen. Nu geeft het mij veel vervulling te kunnen praten over de dingen van de Heer. Dat maakt mij nooit moe. Het werkt aanstekelijk met anderen te kunnen delen. De mensen die de Heer volgen, stralen vreugde uit, je hoort die blijheid in hun stem.
Wij bidden elke dag samen in ons gezin. En andere mensen sluiten zich daar geregeld bij aan. Er wordt een gebed voorgelezen, men bidt vanuit het hart, er zijn stille momenten, we bidden het onzevader, weesgegroeten… Dan voelen we de Heer en Moeder Maria zeer dicht nabij.
Ook Maria?
Maria is mijn moeder… ik spreek veel met haar. Haar liefde voel ik ook. Ik ben dikwijls op mijn kamer alleen, mijn kamertje is voor mij ook een kapelletje. Meestal zit ik op de rand van mijn bed als ik bid. Ik voel dan alsof zij bij me zit: dat levend gevoel dat zij er echt is, en een moeder is die van ons houdt.
De toekomst?
Zien kan ik niet meer. Er zijn geen verdere onderzoeken meer; ze kunnen niets meer doen. Ik leg alles in Zijn handen. Ik heb mijn dromen gehad: bouwen, reizen, een gezin en deze droom heb ik nog altijd, een gezin waar de Heer centraal in het midden staat. Maar ik leg het allemaal in Zijn handen. Ik heb liever dat de Heer het geeft. Hij weet het best wat Hij met me voorheeft en Hij zal het mij wel tonen. Eens moeten we toch allemaal onze ogen sluiten en worden we aan de andere kant wakker. Dat perspectief leeft in mij. Wij leven hier maar eventjes, maar leven is eeuwig. Anders zou het niet veel zin hebben. Ik voel aan dat het niet kan gedaan zijn. Alles is veel groter. Ik zou graag mezelf vergeten en van mijn leven iets moois maken voor de Heer. Dat is de liefde.
Veerle, duizenden mensen zullen je getuigenis lezen. Zou je aan het eind van ons gesprek nog een boodschap willen zeggen aan al die mensen?
(Lachend) Oei oei… (Na een zeer lange stilte) Ik wens ze allemaal toe dat ze de Aanwezigheid van de Heer mogen vinden in hun hart.
Veerle (vanwege privacy is de echte naam niet vernoemd, maar wel bij de redactie bekend)
(*) Vgl. ‘Aanwezigheid van de Heer’, driemaandelijks tijdschrift, Dendermonde, zevende jaargang, december 1998 – februari 1999, nr. 25, geen pagina-aanduiding.
*** *** *** *** ***
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.