De MH17 schande van Mark Rutte

Gepost op 3 oktober 2016, door Fubar

De ongekende hetze tegen Rusland is al een tijd bezig (ik was daar in mijn eerste versie te lang op in gegaan, en dat stuk heb ik nu als apart stuk helemaal onderaan geplaatst als ‘bijlage’, het is wel lezenswaardig maar leidt te veel af, is te lang en gaat over bijzaken). Wie heeft er belang bij ? Rusland en de ‘rebellen’ niet. Ik kan geen motief bedenken voor die kant. Als u het wel kunt, hoor ik het graag. De gevolgen laten zich namelijk raden als Rusland/rebellen een passagiersvliegtuig uit de lucht schieten; meer sancties, meer militaire steun aan het door de VS/EU geïnstalleerde regime. Het is niet in hun belang. En precies die gevolgen maken dat het wél in het belang van de andere kant is, mits het toegeschreven kan worden aan Rusland/de rebellen.

Nederland wil té graag de schuld bij de Russen leggen en heeft maar oog voor één verdachte. Oekraïne wordt zelfs een plek in de onderzoekscommissie geboden, terwijl het als verdachte aangemerkt had moeten worden. Zó voer je geen onderzoek uit; eerst de schuldige aanwijzen en dan de bewijzen er bij zoeken. En je laat de misdaad zeker niet door één van de verdachten zelf ‘onderzoeken’. En je geeft verdachten al helemaal geen vetorecht over de uitkomst.

De kalkstenen rustplaats waarop Jezus’ lichaam lag in de graftombe voor het eerst in eeuwen blootgelegd

Archeologen die onderzoek doen in de Heilig Grafkerk in Jeruzalem zeggen dat ze voor het eerst de originele kalkstenen rustplaats hebben blootgelegd waar Jezus Christus zou op begraven zijn vóór Zijn verrijzenis. “Ik ben absoluut onder de indruk. Mijn knieën beven een beetje, want ik verwachtte dit niet”, zegt Frederik Hiebert van National Geographic. “We […]

via Restkerk


God in ons: over het grote voorrecht te mogen delen in Gods eigen leven

Jan Leechburch Auwers's avatarOptimist tot in de kist

Hoe onze bovennatuurlijke voorrechten te ‘realiseren’

Deze term (realiseren en realisatie) werd in dit verband voor het eerst gebruikt door kardinaal Newman: to realize. Het staat ongeveer gelijk met ons’ verwerkelijken’ in de oorspronkelijke betekenis van het woord: iets tot goed besefte, innig doorvoelde, levende, levenwekkende en diep doorleefde werkelijkheid maken. Zo moet in ons een grote waardering gaan leven voor het unieke voorrecht van het kindschap Gods, de staat van genade, te mogen delen in Gods eigen leven!

‘Als je de gave Gods zou kennen…’

De katholieke universiteitsprofessor Ollé-Laprune schreef eens in zijn dagboek: ‘Ik ben christen door de genade Gods. Weet ik wel wat het is: christen te zijn? Het is niet voldoende christen te zijn uit sleur, uit gevoel. Ik wil weten waarom ik christen ben, ik wil het zijn na overdenking en onderzoek, uit vrije wil. Ik wil mij ervan bewust zijn wat ik ben, het…

View original post 3.442 woorden meer

Pastoor Mennen: Het Franciscusschisma

Zondag 30 oktober 2016, door pastoor Mennen.

pastoor20meHet is van ouds de taak en de opdracht van de paus van Rome bewaker en beschermer van de apostolische traditie te zijn. Hij dient te verwoorden en te verdedigen wat de Kerk altijd geleerd heeft en als de Kerk met nieuwe uitdagingen wordt geconfronteerd, zal hij luisteren naar oplossingen die binnen de Kerk aangedragen worden en deze toetsen aan de Apostolische Overlevering. Zo staat het pausschap in dienst van de door God geopenbaarde waarheid. Over het algemeen hebben de pausen in de loop der geschiedenis deze taak trouw vervuld. Zelfs wanneer ze in hun persoonlijk leven, niet onberispelijk waren (soms verre van dat zelfs), bleven ze trouw aan hun apostolische opdracht het geloof te bewaren en te bevestigen (Lc. 22, 32).

De laatste drie jaar echter worden wij met een paus geconfronteerd die, in plaats van de gezonde leer te verkondigen, voortdurend de randen van de orthodoxie opzoekt waardoor hij meestal niet van directe ketterij beschuldigd kan worden maar wel veel mensen tot ketterse opvattingen brengt en hen in hun ketterse opvattingen bevestigt. Hij veroorzaakt daardoor zelf een innerlijke scheuring in de Kerk, een enorme verdeeldheid die de Kerk verzwakt en uitholt. In het verleden waren het bisschoppen, priesters of theologen die de Kerk in verwarring brachten maar steeds stuk liepen op het Petrusambt. Nu echter is het de paus zelf die oorzaak is van verdeeldheid en verwarring en die aanleiding geeft tot ketterse opvattingen. Een groot gedeelte van het episcopaat blijft standvastig in de leer, maar zij genieten niet de gunst van de paus. Zijn het curiefunctionarissen dan worden ze vroeg of laat gedegradeerd en weggepromoveerd naar onbelangrijke posten; zijn het diocesane bisschoppen, dan moeten ze niet te ver hun nek hebben uitgestoken en het ongenoegen van hun collega’s op de hals gehaald hebben of een beetje te laat een maatregel genomen hebben tegen een pedofiele priester of ze vliegen de laan uit. Geestverwanten van de paus kunnen zelfs een pedofiele bisschop de hand boven het hoofd gehouden hebben, maar blijven toch speciale privileges genieten. Die vliegen niet de laan uit. Plotseling zijn er allerlei bisschoppen en kardinalen die vroeger onder Johannes Paulus II en Benedictus XVI als “degelijken” zijn benoemd en die nu de meest modernistische onzin uitkramen. De carrière en carrièregroei zijn blijkbaar belangrijker dan het heil van de zielen. Met een variatie op de beroemde uitspraak van Hendrik IV van Frankrijk: “La faveur du pape vaut bien une hérésie.”

Achter de verwarring die de paus zaait lijkt een slimme tactiek te zitten (een jezuïet verloochent zich nooit). Hij lijkt bepaalde veranderingen te willen doorvoeren die hij niet duidelijk benoemt. Dat zou niet geaccepteerd worden. Nu gaat hij in zijn uitspraken en geschriften op het randje van die omstreden verandering zitten. Er ontstaan interpretatieproblemen waarop hij ook weer niet duidelijk antwoordt. Voldoende redenen voor anderen om te zeggen dat het beleid verandert en men dus gerechtigd is een andere koers in te slaan. Een duidelijk voorbeeld is de communie voor hertrouwd gescheidenen. De kerkelijke discipline tot nog toe is glashelder en uitstekend verwoord door paus Johannes Paulus II in Familiaris Consortio: die communie is nooit toegestaan omdat men in voortdurende publieke zonde leeft. Men kan slechts biechten en communiceren als men de vaste wil heeft uit elkaar te gaan of, als dat niet mogelijk is, als broer en zus te leven. Ook dan mag men slechts communiceren op plaatsen waar hun situatie niet bekend is. Johannes Paulus II zegt dat de Kerk niet anders kan handelen omdat het woord van Jezus zelf die het tweede huwelijk na echtscheiding echtbreuk noemt, haar absoluut geen keus laat. Hoewel er nogal wat manipulatie was in kringen rond de paus (die zonder zijn instemming niet mogelijk zou zijn geweest) om in de laatste synode over het gezin een breuk met de traditie in dezen te forceren, is dat bij de meerderheid van de synodevaders niet gelukt. Dan komt de paus met de zeer lijvige apostolische exhortatie Amoris Laetitia die in de beroemde voetnoot 351 de mogelijkheid naar het ontvangen van de sacramenten lijkt te openen. Desgevraagd geeft de paus geen duidelijk antwoord. Hij verwijst naar kardinaal Schönborn die volgens de paus een geleerd theoloog is en zijn sporen heeft verdiend als secretaris van de Congregatie voor de Geloofsleer. Dit laatste klopt in ieder geval niet, maar slordigheid is waarschijnlijk een pastorale eigenschap. Kardinaal Schönborn vindt dat Amoris Laetitia de weg naar de communie voor de hertrouwd gescheidenen heeft geopend. Tegelijkertijd legt Kardinaal Müller, prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, naar wie de paus normalerwijze had moeten verwijzen, de exhortatie met enige moeite in de traditionele zin uit zodat in de visie van deze kardinaal de communie voor de betrokkenen onmogelijk blijft. Dat radicaal tegenover elkaar staan van de kardinalen Schönborn en Müller zet zich door in het wereldwijde bisschoppencollege met alle rampzalige gevolgen van dien. De oorzaak van de verwarring is de paus zelf en hij schijnt die verwarring te koesteren om Schönborn de kans te geven de traditionele leer met de schijn van pauselijk gezag te verlaten.

Tegelijkertijd wordt het instituut voor huwelijk en gezin, door Johannes Paulus II gesticht, ontmanteld. Vertegenwoordigers ervan werden totaal niet uitgenodigd op de Synodes voor huwelijk en gezin, terwijl zij toch de experts bij uitstek waren rond dit thema. Met dit instituut kon de paus zijn liberale ideeën niet doordrijven. Daarom: geen uitnodiging. In augustus werd het instituut “gezuiverd”. Aartsbisschop Paglia die vóór communie van hertrouwd gescheidenen is, voor een positieve waardering van ongehuwd samenwonen (hetero’s en homo’s) is nu het hoofd van het instituut geworden. De speech bij de opening van het academiejaar zou verzorgd worden door kardinaal Sarah. Om te voorkomen dat deze te brave dingen zou zeggen, heeft de paus de toespraak aan zichzelf gehouden. Trouwens afgelopen week zijn alle leden van de Congregatie voor de Eredienst vervangen. Alle degelijke leden zoals bv Burke, Ranjit, Pell, Ouallet zijn vervangen door liberalere types.

In het algemeen heeft bij de paus de pastoraal het primaat boven de waarheid. Hij vindt de waarheid toch voornamelijk iets van de boekenkast, iets voor specialisten. In het echte leven gaat het om “pastoraal”. En pastoraal is in de ogen van Franciscus vooral “barmhartigheid” en dan wat hij onder barmhartigheid verstaat, in ieder geval los van waarheid en rechtvaardigheid. Klassiek is pastoraal de wijze waarop je mensen helpt te leven volgens de waarheid van God, de waarheid van het evangelie, helpt te leven volgens Gods geboden. Pastoraal is het helpen leven van de waarheid. In de opvatting van Franciscus is pastoraal toch vooral de mensen ter wille zijn, zelfs ten koste van de waarheid, want hij is bewogen met de mens. Hij heeft veel meer sympathie voor linkse, atheïstische figuren die opkomen voor het milieu, en de sociale vooruitgang dan voor katholieke strijders voor het traditionele gezin, tegen abortus en het homohuwelijk. De eerste groep prijst hij de hemel in, de tweede groep negeert hij.

Een duidelijk voorbeeld van het primaat van de pastoraal boven de waarheid is wat hij gezegd heeft bij een bezoek aan een Lutherse kerk in Rome. Een vrouw die met een lutheraan getrouwd is, vroeg de paus of haar man in een katholieke kerk te communie mocht. De waarheid is heel duidelijk. Dat mag niet. De reden is dat voor de Kerk de eucharistie een bevestiging van de eenheid is en bovendien is hetzelfde geloof noodzakelijk. Beide voorwaarden zijn niet vervuld. De paus echter begint te hakkelen en verwijst naar de aanwezige kardinaal Kasper die veel geleerder is en het antwoord wel zal weten. Dan mompelt hij ook nog iets over “eigen geweten” (de dooddoener van de gemiddelde Nederlandse pastoor uit de jaren ‘70 van de vorige eeuw) en laat iedereen in verwarring achter. Hij doet niet, waarvoor hij aangesteld is: hij bevestigt niet in de waarheid maar zaait verwarring. God beware ons voor een faux pas in dezen in Lund (Zweden) maandag 31 oktober.

Als dit alles lang doorgaat voltrekt er zich een heilloos schisma in de Kerk tussen katholieken en liberalen. Dan móet dit schisma zich voltrekken, wil de katholieke Kerk niet totaal desintegreren, zoals bij andere christelijke denominaties die los van de waarheid zijn geraakt, gebeurd is. Zonder orthodoxie, zonder vasthouden aan de waarheid en een leven volgens die waarheid is er geen katholieke Kerk mogelijk.

We hebben geen paus nodig die nieuwe pastorale wegen inslaat. Hij moet pastorale wegen toetsen aan de waarheid. Hij de “defensor veritatis” ex professo. En aan die opdracht verzaakt hij, tot schade van de Kerk.

Laten we vurig bidden voor de bekering van de paus.

Bron: www.mennenpr.nl


Roepingen en de geest van armoede

In het Australische maandblad AD 2000 (september ‘99) trof ik een lezenswaardig artikel aan, getiteld: ‘A spirit of poverty and the level of vacations: how they connect’: is er een verband tussen de geest van armoede en het aantal roepingen voor het priesterschap en religieus leven?


 Father Fabian Duggan, de auteur van het artikel, vraagt al direct: Wat is de voornaamste oorzaak van de desastreuze vermindering van het aantal roepingen voor priesterschap en Godgewijd leven gedurende ongeveer de laatste 25 jaar in Australië? En wij voegen er direct aan toe: èn in Nederland, èn in heel het Westen…

Er zijn altijd verschillende redenen aan te wijzen voor zo’n catastrofe, maar er is meestal één hoofdoorzaak, die soms jarenlang niet onderkend wordt. Die situatie heeft zich voorgedaan in bijna alle gevallen waarin wij met pijn in het hart moesten vaststellen dat sommige kloosters, abdijen en religieuze huizen opgeheven zijn. Verschillende orden en congregaties zijn inmiddels nagenoeg uitgestorven of minstens sterk uitgedund, soms ook zijn ze zo radicaal veranderd dat ze zo goed als onherkenbaar zijn geworden.

Natuurlijk zijn er vele gladde excuses te vinden om dit droevige fenomeen uit te leggen, maar we zijn het met de auteur eens: in de geschiedenis van de Kerk is er altijd één saillant punt aan te wijzen, één dat zich zover ontwikkelde tot het als onvermijdelijk aanvaard werd en het inmiddels zijn funeste invloed had uitgeoefend: namelijk de verwaarlozing van het onderhouden van de gelofte of geest van armoede.

Sint-Benedictus

Zo’n vijftienhonderd jaar geleden schreef St. Benedictus zijn regel voor de monniken. Het is tekenend voor de gezonde en wijze geest waarin deze regel geschreven is dat er begrip wordt opgebracht voor de menselijke natuur met zijn falen en beperkingen, maar ook met zijn goede mogelijkheden, als de mens zich openstelt voor de invloed van de genade. Benedictus wekte zijn monniken op in goede harmonie samen te leven en rekening te houden met elkaars tekortkomingen.

Maar iedere inbreuk op de armoede, zelfs de geringste, was hem een doorn in het oog en leidde tot snelle maatregelen en straffen van deze meestal mildgestemde heilige, want hij zag in deze tekortkomingen een terugkeer naar de levenswijze en standaard van deze wereld. En daarvan hadden zijn volgelingen juist afstand gedaan om Christus des te veiliger en beter te kunnen volgen op de weg naar het heil, zonder gehinderd te worden door nutteloze bagage van geschapen goederen.

Armoede in de geest van het Evangelie heeft niet alleen betrekking op geld en materiële zaken, maar slaat ook op geestelijke goederen en gaven. Deze hebben we immers niet zelf gemaakt, maar we moeten ze altijd beschouwen als weldaden die de liefdevolle God ons vrij geeft en die ons meer reden geven tot nederigheid dan tot trots.

Daarom dan ook spreken we van de ‘gaven van de heilige Geest’ en de Eucharistie zelf is hèt geschenk bij uitstek van de goddelijke liefde: God die Zichzelf aan ons geeft… De Apostel Paulus stelt derhalve de vraag: ‘Wat hebt u dat ge niet gekregen hebt?’

Maar meestal, als we spreken over de gelofte of geest van armoede, dan brengen we die in verband met gebrek of overvloed van materiële goederen, en juist op dit gebied moeten religieuze mannen en vrouwen de ware geest van de arme Christus aan de wereld laten zien.

Een zeer wijze en heilige abt heeft een gezegd: ‘We kunnen urenlang praten over de gelofte van armoede, maar als we niet werkelijk de prikkel van de armoede voelen en ondervinden, blijven woorden slechts woorden.’

De huidige crisis in roepingen voor de seminaries en het religieuze leven is beslist niet de eerste in zijn soort in de geschiedenis van de Kerk. Dat is meer voorgekomen en de crisis zoals wij die nu meemaken (en gelukkig zijn er over het geheel genomen goede tekenen dat we door de huidige malaise heen zullen komen) vindt gewoonlijk zijn beginpunt bij een terugkeer, meestal met kleine stapjes, naar de waarden van de wereld en het heimelijk bedekte verlangen grotere en nog grotere porties te vergaren van wereldse zaken: een mentaliteit die in strijd is met de geest van het Evangelie en de leer van Jezus Christus.

Tot degenen die hun wil en bereidheid te kennen gaven om Jezus te volgen heeft Jezus altijd als eerste gevraagd bereid te zijn zich te ontdoen van gehechtheid aan de goederen van deze wereld en Zijn eigen voorbeeld na te volgen, want, zo zei Hij, ‘de Mensenzoon heeft niets om er Zijn hoofd op neer te leggen’. Dat betekent dat de Schepper van alle dingen geen plekje had dat Hij als Zijn eigen bezit wilde beschouwen: zijn eerste bed hier op aarde was een voederbak voor dieren, een kribbe, en zijn laatste was een kruis en een graf dat een ander toebehoorde.

Alle grote religieuze orden, in vroeger tijden door heiligen gesticht, waren gegrondvest op de gelofte van armoede en een vast vertrouwen in de goddelijke Voorzienigheid. Vele verhalen doen de ronde van gebedsverhoringen als de nood het hoogste was.

Vleesloze dagen

Bij voorbeeld: toen in het verleden de vrijdag nog een vleesloze dag was – waarom eigenlijk hebben ze dat laten vervallen? – kwamen de Kleine Zusters van het Arme Kind Jezus op een vrijdag tot de ontdekking dat ze geen vis hadden voor de bejaarden in hun tehuis. Zoals steeds namen ze onmiddellijk hun toevlucht tot Sint-Jozef. Al vrij snel daarna meldde een jongeman zich aan de keuken van het klooster met een zending verse vis. Ze vertelden dat zij dit verwacht hadden. En onmiddelijk gingen ze de vis klaarmaken en opdienen.

Kort daarop kwam dezelfde jongeman in paniek terug om de vis weer op te halen, want hij was erachter gekomen dat hij een verschrikkelijke vergissing had gemaakt: die zending vis was bedoeld voor een groot hotel om de hoek! Onverstoorbaar gaf de keukenzuster tot verbijstering van de jonge koerier te verstaan: ‘Ik ben bang dat Sint-Jozef andere ideeën had’.

Het is een feit – en een zaak van grote zorg – dat vele religieuze en priesterhuizen het financieel beter hebben dan de mensen die zij moeten dienen. In de tijd dat kerken, kloosters, scholen en andere instellingen gebouwd moesten worden ‘met de centjes van de armen’ – en niet met regeringssubsidie – was het soms een zware opgave, maar de onafhankelijkheid van regeringscontrole en -invloed maakte de offers waardevol en bracht veel zegen mee.

Pater Familias

Overgenomen uit het kwartaalblad Kindschap Gods anno 2000


 

Pastoor Penne: Leef uit je doopsel

Wekelijks woord van de pastoor, 30 oktober 2016.
LEEF UIT JE DOOPSEL…..
Korte of lange tijd geleden ben je gedoopt, werd je christen. Dopen is meer dan water over je hoofd gieten en even in de kerk samen komen. Door het doopsel werd je ondergedompeld, doordrongen en bekleed met Christus. Tegelijk werd je ook opgenomen in de kerkgemeenschap waar het doopsel werd toegediend. Aan de hand van de rituelen van het doopsel in de Rooms-Katholieke Kerk wil ik met jou stilstaan bij wie je bent als gedoopte.

Je bent iemand, je bent niet een iets of een naamloos wezen. Bij het begin van de doopplechtigheid vroeg de priester of de diaken aan je ouders welke naam ze aan hun kind gaven. Bij God heb je een naam. Hij kent je, Hij houdt echt van jou, jouw naam staat geschreven in Zijn Hand en Hij vergeet je nooit.

Bij het doopsel kreeg je voor het eerst een kruisje. Zo werd je in de Kerk verwelkomd. Je hoort sindsdien ergens bij, je hoort bij die grote gemeenschap van Jezus Christus die voor elk van ons aan het kruis gestorven is. Weet dat je lid bent van een grote familie!

Bij onze doop werd er voor het eerst uit de Schrift gelezen. We weten wie God, wie Jezus Christus is uit de Heilige Schrift. De Schrift lezen is Hem lezend leren kennen. Doen dus!

Een mooi teken is dat de priester of de diaken de hand uitstrekt boven de dopeling. We kennen dat gebaar ook in onze taal: iemand wordt de hand boven het hoofd gehouden. We drukken daarmee uit dat iemand wordt beschermd. De beschermende Hand van God mogen wij altijd bij ons weten. Bij het doopsel is gebeden: “Bevrijd dit kind van de smet van de eerste zonde en maak het tot woning van uw heerlijkheid, tot tempel van de heilige Geest”. De beschermende Hand van God is zo altijd bij ons, twijfel daar niet aan.

Er werd drie keer water over ons hoofd gegoten of we werden drie keer ondergedompeld. Daarbij werden de twee namen genoemd: onze naam en de naam van God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Eigenlijk was dat het belangrijkste moment van ons leven: sindsdien werden wij Zijn kind, werden we onlosmakelijk verbonden met God, Vader, Zoon en heilige Geest in Wie we ons geloof uitspraken.  Sinds ons doopsel  hebben we een onverbrekelijke vriendschap met God en hebben de dood en de zonde niet meer het laatste woord. Leef daaruit!

Na de doop werden we op de kruin van ons hoofd gezalfd met het Chrisma, de bijzonderste en de sterkende olie van de Kerk. Er werd bij dat zalven gezegd dat we behoren tot het koninklijk priesterschap en dat we voor altijd lidmaat zijn geworden van Christus, die gezalfd is tot priester, koning en profeet. We zijn medewerkers van Zijn project. We moeten iets doen met ons geloof. We zijn gezalfden en Hij verwacht van ons dat we elk volgens onze roeping van Hem getuigen en Hem bij zovele mensen op onze wereld brengen.

Er werd een wit kleed rond je gehangen bij de doop. In je doop ben je een nieuwe mens geworden. Je bent met Christus, met Gods Zoon, bekleed. Bij de doop is het gebed uitgesproken: “Draag het, al de dagen van je leven, als een kleed van je waardigheid, zonder vlek of rimpel, tot in het eeuwig leven.” Kunnen ze aan me zien dat ik met Hem bekleed ben?

Er werd een doopkaars aangestoken aan de paaskaars. Jezus Christus wil ons licht geven in de donkerste momenten van ons leven, elke dag van ons leven. Durf Zijn Licht te zien. Laat Zijn Licht toe. Houd Zijn Licht ook brandend door je biddend luisteren en spreken.

Bij je doop heeft de priester of de diaken je oren en mond aangeraakt, zoals Jezus doven en stommen aanraakte en genas. Jezus Christus heeft je iets te zeggen, luister. Zie de weg die Hij voor je heeft en de tekenen die Hij in je leven doet. Er wordt van jou verwacht dat je over Hem spreekt en over Hem getuigt zoals anderen dat ook naar jou deden.

Bij de doop werd met alle aanwezigen het Onze Vader gebeden, het gebed dat Jezus aan Zijn leerlingen leerde. In het doopsel werden we op een bijzondere manier kind van God, we mogen God als onze Vader aanspreken. Je mag biddend vertrouwvol met Hem omgaan.

Op het einde van de doop was er een toewijding aan Maria. Sinds je doop ben je leerling van Jezus geworden en op het kruis heeft Jezus aan al Zijn leerlingen Zijn moeder Maria als Moeder gegeven. Maria is Jezus’ Moeder en ook jouw Moeder. Maria spreekt bij Jezus voor jou ten beste. Vertrouw daarop. Net als eens op de Bruiloft van Kana wijst ze ons de weg door te zeggen: “Doe maar wat Hij u zeggen zal”.

Het is geen verplicht ritueel maar toch gebruik ik nog bij alle dopen zout. Op de lip of op de tong leggen we wat zout. Dat verwijst naar het woord van Jezus: “Gij zijt het zout der aarde”. Zout geeft kracht en smaak, het bewaart tegen bederf. Als gedoopte mogen we weten dat we met Hem sterk staan tegen het kwaad. Je bent als gedoopte geroepen door je krachtdadig christelijke leven smaak te geven aan onze wereld.

pastoor A. Penne, www.priesterpenne.be

Léonard: Trouw aan de genade van het sacrament van het huwelijk

Trouw aan de genade van het sacrament van het huwelijk[1]

In de veronderstelling dat men goed voorbereid is op de viering van het sacrament geeft deze het echtpaar echter geen magische garantie van stabiliteit. Groot is echter de levensmacht die de Heer in zijn sacrament doet stromen. In elk sacrament is er iets om van ons heiligen te maken en ons naar de volheid van ons leven te leiden. Maar die goddelijke efficiëntie werkt doorheen onze vrijheid. Als het zaad, hoe rijk ook, niet in welkome grond valt, blijft het vruchteloos. Zo is het uitstekend om kinderen te dopen en te laten vormen, maar als men later geen interesse toont voor hun begeleiding, zal de genade van de christelijke initiatie vruchteloos blijven. Communiceren aan het Lichaam van Christus is een wonderbare gave. Eén enkele Communie zou voldoende zijn om van ons heiligen te maken! Op voorwaarde dat we ze met gans ons hart ontvangen. Maar als ik de Hostie op mechanische wijze consumeer, zonder geloof noch liefde, is het voor niets dat de Heer zich aan mij geeft. Op gelijkaardige manier is de wijding tot priester niet voldoende om de efficiëntie te hebben die de Heer voor zijn volk verwacht. Natuurlijk, ook als ik de sacramenten zonder vuur vier, zijn ze werkzaam, maar er zal iets ontbreken dat het meest kostbaar is in de getuigenis van een priester, namelijk die liefdesvlam waardoor het priesterschap mijn leven in vuur en vlam zet.

Zo ook voor het huwelijkssacrament. Het is heel goed om kerkelijk te trouwen nadat men zich voldoende heeft voorbereid. Maar daarna moet men de haakjes niet sluiten! De viering, hoe verzorgd ook, is geen ‘verzekering tegen alle risico’s’. Men moet ook leven van de ontvangen genade. Als na het huwelijk het christelijke leven stagneert, als men nooit bidt – persoonlijk noch als echtpaar -, als men nooit zijn fouten aan de barmhartigheid van God toevertrouwt in het sacrament van de verzoening, als men zich nooit meer voedt met het Lichaam van Christus, als men zich niet samen bevraagt over zijn opdracht als echtgenoten en ouders, zal de genade van het huwelijk wel aanwezig zijn maar vruchteloos blijven. Veel koppels die in de Heer gehuwd zijn, falen omdat de viering van het huwelijk niet werd gevolgd door een authentiek christelijk leven.

De ‘dienst na verkoop’ ontbrak en de verwaarlozing door de klant … Het is alsof ik een schitterende wagen kocht maar daarna nooit de moeite nam om die te onderhouden. Die zou snel in panne vallen!

Hoeveel christenen houden het niet bij: ‘Ik ben gelovig maar niet praktiserend.’ Arm geloof dat zich niet voedt door een regelmatige praktijk! Je gelooft dat Jezus de Zoon van God is die in deze wereld is gekomen. Je gelooft dat in Hem jou het eeuwig leven is geboden. Je gelooft – want je beweert gelovig te zijn – dat Hij jou je partner geschonken heeft, je gelooft dat Zijn leven zich aan jou geeft in de eucharistie, je gelooft dat je Hem op elk ogenblik kunt bereiken door het gebed, je gelooft dat Hij jouw fouten vergeeft in het sacrament van de verzoening, je gelooft dat allemaal, want je beweert gelovig te zijn. En je concludeert dat het overbodig is om te praktiseren en Hem te bereiken daar waar Hij belooft heeft dat je Hem kunt vinden: ‘Neem en eet, dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt.’ Het is een grote inconsequentie. Maar hoeveel koppels gaan hieraan ten onder!

 

Over de onvermijdelijke beproevingen die koppels trotseren

-Een cultuur van onmiddellijkheid

Onze huidige cultuur bevat tal van positieve elementen waarover men zich moet verheugen. Maar zij heeft ook haar gebreken waarvan men zich beter bewust moet worden.

Zo is er het verlangen naar het onmiddellijke, de verrukking over wat voortdurend verandert. De huidige cultuur leert ons amper om te volharden in de inspanning, om trouw door te gaan in de dagelijkse taak, hoe lastig die soms ook is. We leven daarentegen in een tijd waarin het onmiddellijke gevoel en spontane reacties het doen en laten van mensen bepalen. Terwijl – de ervaring leert het – de toekomst behoort aan diegenen die geduldig een situatie kunnen analyseren en die daarna, in weer en wind, zich blijven inspannen om het doel te bereiken dat men zich na rijp beraad heeft gesteld.

-De broosheid van het liefdesgevoel

In de liefde gaat het in sommige opzichten ook zo. Natuurlijk is er in de kracht die ons naar de geliefde persoon stuwt een element van onberedeneerde spontaneïteit. Liefde is niet de conclusie van een redenering. Maar ware liefde dient zich ook te verheffen naar het geduld en de trouw die een volwassen persoon kenmerken. Liefde is niet enkel een voorbijgaand gevoel, het is ook een kwestie van willen, van zich willen engageren voor de ander. Op dit vlak verafgoodt een groot deel van onze cultuur het tijdelijke avontuur, de relatie zonder toekomst, waar de nood om te beminnen een goedkope uitlaatklep vindt, zonder dat het hart zich bekwaamt in de authentieke zelfgave. Hoeveel tv-series en reclames stellen de menselijke liefde niet voor als een vonk die toevallig ontspringt bij een vakantie-ontmoeting, om dan te schitteren tijdens het korte moment dat men er zonder inspanning voordeel van heeft, en vervolgens te verdwijnen voor een nieuw liefdesspel dat van even korte duur zal zijn.

Ook al wijzen de meeste jongeren diep in zichzelf en als ze vrijuit kunnen spreken, deze mercantiele notie van de liefde af en dromen ze van een duurzame verbintenis met een partner die echt bemind wordt om zichzelf, toch zijn ze onvermijdelijk getekend door deze cultuur van onmiddellijke liefde en gemakkelijke seks. De ontspanningen die de consumptiemaatschappij hen biedt, sluiten hen op in een visie op de liefde die wel hun oppervlakkige noden bedient, maar tegelijkertijd hun diepste verlangens negeert.

–Leren volharden in de wil om te beminnen

Het is begrijpelijk dat in deze context veel echtparen, nochtans ontstaan op basis van eerlijke gevoelens, nauwelijks voorbereid zijn om te volharden en te groeien in trouw aan de liefde zoals die in het dagelijkse leven beleefd wordt. De moeilijkheden om vrijwillig en geduldig door te gaan in het geven van zichzelf aan de ander, reveleren een ernstig gebrek van bij de aanvang: men heeft teveel gebouwd op het losse zand van het onmiddellijke gevoel, en onvoldoende op de stevige rots van de wil die de ander heeft leren kennen en die zich van ganser harte aan de ander wil geven.

Bij het eerste stootje wordt men danig door elkaar geschud. Botsingen zijn echter onvermijdelijk eenmaal men zich in een leven samen heeft geëngageerd. Er bestaan geen ‘proefhuwelijken’ die blijven duren. Zelfs het samenwonen toont niet altijd de ernst van het leven; in principe kan elke partij zich nog terugtrekken en elders zijn kans wagen. De betekenis verandert helemaal wanneer men zich in een publieke verbintenis resoluut verbonden heeft tot een gemeenschappelijk leven. Dan begint de beproeving van de duurzaamheid en de trouw. Die beproeving zal een mooie vrucht van authentieke liefde dragen als men ze doorstaat in wederzijdse trouw aan de zelfgave aan de ander. Maar het blijft niettemin een beproeving. Als men niet goed voorbereid is op die volhardende inspanning, op dat engagement op lange termijn, zal de beproeving – vooral ze herhaaldelijk opduikt – snel onoverkomelijk lijken.

Hoeveel jonge koppels, die nochtans oprecht van elkaar houden, spreken bij de eerste tegenwind niet over een scheiding of zelfs een echtscheiding? Zij worden daar trouwens toe aangemoedigd door een burgerlijke wetgeving die ‘onthuwt’ met een lichtzinnigheid die het gemak waarmee de mediacultuur aanzet tot relaties zonder toekomst weerspiegelt. Gelukkig zijn de koppels die hun eerste liefdesbeproevingen kunnen toevertrouwen aan hun ouders of aan echtparen met al enige ervaring. Die weten dat hun liefde al tal van stormen heeft doorstaan. Zij hebben in moeilijke momenten geleerd om die te trotseren. Ondersteund door hun vroegere opvoeding hebben zij ervaren dat alle botsingen hun liefde juist versterkt hebben en dat de even talrijke herstellingen hun vreugde in het samenzijn hebben doen groeien.

Een kostbare hulp

Ik had het over de hulp die jonge echtparen die ten prooi vallen aan hun eerste crisis, soms kunnen vinden – maar helaas niet altijd – bij hun ouders of bij bevriende en ervaren koppels. Maar het zou goed zijn om de waaier van mogelijke hulp te verbreden. Voor sommigen zal de deelname aan een gezinsgroep positief zijn. Anderen kunnen beroep doen op de expertise van een huwelijksconsulent of een deskundig psycholoog. Een priester of een diaken waarin men ten volle vertrouwen heeft, kan eveneens kostbare inzichten brengen.

Maar van onschatbare waarde voor allen – ongeacht de sociale of culturele tradities van de betrokken echtparen – zijn de openheid van hart voor God en het vertrouwvol contact met broeders en zusters in het geloof.

Jullie gaan als echtpaar doorheen een stormachtige periode? Schakel Diegene in die jullie verenigd en aan elkaar gegeven heeft! Vertrouw je gekwetst hart toe aan een hart dat groter en meer gekwetst is dan het jouwe, het Hart van Christus, het menselijk Hart van God zelf. Wees niet bang! De Heilige Geest is daar die in u bidt. De barmhartigheid van God is er niet voor de mensen zonder problemen, maar voor u. En de eucharistie is niet uitgevonden voor de engelen, maar voor onze zielen en onze menselijke lichamen.

Misschien voel je de nood om dat geloof in God en Jezus in een meer broederlijke sfeer te beleven? Kijk of er in je parochie of je streek geen gebedsgroep bestaat waar je hartelijk zal ontvangen worden met je angsten en je twijfels. In onze contreien zijn ook plaatsen waar in een klimaat van authentiek geloof broederlijk geluisterd wordt: Paray-le-Monial, Lisieux, Lourdes, Beauraing, Banneux, Koekelberg enzovoort. Ik ben persoonlijk getuige geweest van grote genades die echtparen op de rand van een breuk er ontvingen. Iedereen is er welkom. Van de meeste eenvoudige beroepen tot de meest prestigieuze. Mensen die gemakkelijk tot spreken komen en zij die moeite hebben om zich te uiten. Men komt er tot ontdooiing! Ondersteund door broeders en zusters durft men er geloven in de strikte waarheid, te weten dat de Heer mij bemint, dat Hij hartstochtelijk begaan is met ons koppel, dat Hij met ons is in

de beproeving om er een crisis van groei van te maken. En vooral leert men er om vergeven te worden en te vergeven. Dat is misschien de grootste genade van een christelijk leven dat in een sfeer van broederlijkheid beleefd wordt.

De onvervangbare genade van de liefde

Ik zeg het ernstig: veel mensen sterven door gebrek aan barmhartigheid. En veel echtparen bezwijken bij gebrek aan vergeving.

Men stapelt rancune op rancune, verbittering op verbittering. Het gezwel groeit en wordt nooit echt doorprikt. Wat een groot geluk om zijn hart eens in een groter hart te kunnen uitstorten, om al dit vuil te kunnen lozen in de heldere oceaan van barmhartigheid. We zijn narren geworden. We leven alsof we zonder de vergiffenis van God zouden kunnen. Hij is de bron die blijft stromen, altijd beschikbaar. En daarnaast sterven wij, in onze kortzichtige eigenwaan, van dorst en klagen we dat onze liefde opdroogt … Het is een gelukkig uur van genade, wanneer ter gelegenheid van een bedevaart, van een gebedsontmoeting of van een eenvoudige boeteviering in de parochie (op voorwaarde dat er zoals het hoort ruimte is voor persoonlijke belijdenis en vergiffenis) het hart van steen uiteindelijk breekt, dikwijls met tranen. Die genade is ten diepste persoonlijk, maar vloeit onmiddellijk terug naar het koppel, want het is door vergeven te worden dat men leert te vergeven; het is door te proeven van het goddelijke geduld dat men zelf het geduld van de liefde binnentreedt.

Zeg dus niet te snel: ‘Onze liefde is naar de vaantjes, ons echtpaar is kapot.’ Steun op de gave van God. Hij is in staat om u te redden. En laat u helpen door allen die u met inzicht, raad en daad kunnen bijstaan. En leer vooral opnieuw de kracht van de verkregen en gedeelde liefde. Geloof me: in ons vertrouwen op de genade van het sacrament dat man en vrouw in God verbindt, zijn we veel te terughoudend. Wij durven te weinig beroep doen op de goddelijke Voorzienigheid en op de steun van onze broeders in het geloof. Laat ons weer leren om samen doorheen de beproevingen te gaan! En alles wat we dan zullen ‘geleerd hebben, zal ook vruchtbaar zijn in de vredevolle momenten. Want de echtelijke liefde bestaat niet alleen uit moeilijke momenten, God zij dank! Het is ook in uren van harmonie dat echtparen groeien, op een positieve manier, dankzij vriendelijke dialoog, gezamenlijk gebed en het delen van verantwoordelijkheden.

+ André-Jozef Léonard, Aartsbisschop van Mechelen-Brussel (2015)


[1] Uit: Pastoralia nr 4, april 2015


 

Altijd weer over God spreken

Jan Leechburch Auwers's avatarJan Leechburch Auwers

In de stadshallen van Wenen werd op 13 september 2009 zeer groots het feest van Maria’s Naam gevierd (Maria-Namen-Feier). Bij die gelegenheid hield dr. Manfred Lütz een toespraak, waarvan we de hoofdpunten u hierbij ter kennisneming aanbieden.


 Als ik ieder van u afzonderlijk op dit moment de juiste datum van uw sterven kon zeggen (…), dan ben ik er zeker van dat U vanaf morgen geheel anders zult gaan leven. Want dan zal het voor u duidelijk zijn: dat is een niet te herhalen dag, een dag die u nooit meer krijgt. Trouwens, we kunnen eigenlijk niets ‘herhalen’. We leven heden ten dage in een videomentaliteit, alsof men alles op de video kan vastleggen en herhalen. Dat is een vooropstelling voor een vrolijk atheïsme. Niets kunnen we herhalen! Het huidige moment kan nooit herhaald worden! En op zo’n ogenblik, in het bewustzijn van het niet-herhaalbaar-zijn van ieder moment, kan…

View original post 1.244 woorden meer

‘Gij zult mijn getuigen zijn’ – Over het martelaarschap in deze tijd

Jan Leechburch Auwers's avatarJan Leechburch Auwers

Moeder Maria spreekt duidelijk over het martelaarschap in de Kerk; zij aarzelt geen moment ons dit mysterie glashelder voor ogen te houden, zowel in haar boodschappen van Fatima, als in haar ruimere uitleg aan Don Gobbi. Prof. dr. P. Gumpel, S.J., heeft een lezing gehouden op het congres dat 9 mei 2000 te Rome gehouden werd door Kerk in Nood/Oostpriesterhulp onder het motto: ‘Het martelaarschap op de drempel van het komend millennium’. Prof. Gumpel, voormalig hoogleraar aan de pauselijke Gregoriana-universiteit te Rome, was sinds 1972 verbonden aan de Congregatie voor de Zalig- en Heiligverklaringen te Rome, als ‘relator’ (onderzoeksrechter) van deze congregatie. Wij vertaalden en bewerkten de samenvatting van de lezing van prof. Gumpel uit Der Fels (9-2000).

 

Drie grondprincipes van het martelaarschap

Wat moeten we theologisch verstaan onder het ‘martelaarschap’? In het dagelijks spraakgebruik wordt deze term dikwijls in zeer ruime zin gebruikt. Als bijv. in een bedrijf…

View original post 3.543 woorden meer