Dr. Anca Maria Cernea: ‘Synode, volg niet de wereld, maar God!

door  KN
Dr. Anca Maria Cernea: "Er is een continuïteit van Lenins seksuele revolutie naar de gender-ideologie."Dr. Anca Maria Cernea: “Er is een continuïteit van Lenins seksuele revolutie naar de gender-ideologie.”

 

Dr. Anca-Maria Cernea, arts en voorzitster van de Vereniging van Katholieke Artsen in Boekarest, hield vrijdag de volgende voordracht voor paus Franciscus en de gezinssynode:

“Uwe Heiligheid, synodevaders, broeders en zuster, ik vertegenwoordig de Vereniging van Katholieke Artsen in Boekarest.

Ik ben van de Roemeense Grieks-katholieke Kerk.
Mijn vader was een christelijke politieke leider, die door de communisten zeventien jaar werd gevangen gezet. Mijn ouders waren verloofd, maar hun bruiloft vond pas zeventien jaar later plaats.
Mijn moeder wachtte al die jaren op mijn vader, hoewel ze niet eens wist of hij nog leefde. Ze zijn heldhaftig trouw geweest aan God en aan hun verbintenis.
Hun voorbeeld laat zien dat Gods genade vreselijke sociale omstandigheden en materiële armoede kan overwinnen.”

“Wij, als katholieke artsen die opkomen voor het leven en het gezin, kunnen zien dat dit allereerst een geestelijke strijd is.
Materiële armoede en consumentisme zijn niet de hoofdoorzaak van de gezinscrisis.
De hoofdoorzaak van de seksuele en culturele revolutie is ideologisch.
Onze Lieve Vrouw van Fatima heeft gezegd dat Ruslands dwalingen over heel de wereld verspreid zouden worden.
Het werd eerst gedaan in een gewelddadige vorm, klassiek marxisme, door tientallen miljoenen mensen om te brengen.
Momenteel wordt het veelal gedaan via cultureel marxisme. Er is een continuïteit van Lenins seksuele revolutie via Gramsci en de Frankfurter Schule naar de hedendaagse homorechten en genderideologie.”

“Klassiek marxisme verbeeldde zich de samenleving opnieuw in te richten door de gewelddadige inbeslagneming van eigendom.
Nu gaat de revolutie dieper; zij pretendeert het gezin, de seksuele identiteit en de menselijk natuur te herdefiniëren,
Deze ideologie noemt zichzelf progressief. Maar het is niets anders dan het oude aanbod van de slang aan de mens om te heersen, God te vervangen en het heil hier voor elkaar te krijgen, in deze wereld.
Het is een dwaling van religieuze aard, het is gnosticisme.”

“Het is de taak van herders om dit te onderkennen en de kudde te waarschuwen tegen dit gevaar.
‘Zoekt gij dus eerst het koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden.’
De opdracht van de Kerk is zielen te redden. Het kwaad komt in deze wereld uit de zonde. Niet uit inkomensongelijkheid of ‘klimaatverandering’.
De oplossing is: evangeliseren. Bekering.
Niet aldoor toenemende overheidsbemoeienis. Niet een wereldregering. Dit zijn vandaag de belangrijke factoren die cultureel marxisme aan onze landen opleggen in de vorm van bevolkingsbeheersing, reproductieve rechten, homorechten, gender-onderricht enzovoorts.
Wat de wereld vandaag nodig heeft is geen inperking van vrijheid, maar echte vrijheid, bevrijding van de zonde. Verlossing.”

“Onze (Roemeense) Kerk werd onderdrukt door de Sovjet-bezetting. Maar géén van onze twaalf bisschoppen verried hun verbondenheid met de H. Vader. Onze Kerk overleefde dankzij de vastberadenheid van onze bisschoppen en hun voorbeeld in het weerstaan van gevangenschap en terreur.
Onze bisschoppen vroegen van de gemeenschap om niet de wereld te volgen. Niet om samen te werken met de communisten.
Nu hebben we nodig dat Rome tot de wereld zegt: “Berouw uw zonden en wend u tot God want het Koninkrijk der Hemelen is nabij”.

“Niet alleen wij, de katholieke leken, maar ook veel christelijke orthodoxen bidden bezorgd voor deze synode. Omdat zoals zij zeggen, als de katholieke Kerk toegeeft aan de geest van de wereld, wordt het voor alle andere christenen heel moeilijk om die nog te weerstaan.”

>>www.katholieknieuwsblad.nl


Charlie Charlie Challenge

charlie-charlie-challenge-challenge-espritGeesten oproepen? – door Pastoor A. Penne
“Vorige week belde mij een bezorgde moeder. Haar kinderen gingen met de Chiro op kamp. Daar hadden ze blijkbaar geesten zitten oproepen. Ze sprak er al met enkelen bezorgd over en die vonden dat het maar moest kunnen, een onschuldig spelletje dat vele jongeren deden. Het is inderdaad iets wat ik al lang hoor: glaasje draaien, iets met een bord met ja en nee erop. Het verhaal wat deze jongeren deden, “Bloody Mary”, lijkt me een extreme vorm, zeker volgens internet. Nu was haar dochter, en ook haar vriendinnetje, heel onrustig en konden ze nog moeilijk slapen na dat Chiroavontuur. Ze vroeg me wat ik er van dacht.
Het christelijk geloof en zeker de Rooms-Katholieke Kerk is daar altijd zeer duidelijk in geweest: niet doen ! Nee, God en de Kerk willen ons niet het plezier ontnemen van zo een schijnbaar onschuldig spelletje maar God en de Kerk willen ons beschermen. In de Catechismus van de Katholieke Kerk lezen we duidelijk in nr. 2116: “Men moet alle vormen van waarzeggerij verwerpen: een beroep doen op de Satan of op demonen, het oproepen van geesten van overledenen of andere praktijken, waarvan ten onrechte wordt aangenomen dat zij de toekomst ontsluieren…Het gebruiken van mediums verraden alle het verlangen, macht te krijgen over de tijd, de geschiedenis en uiteindelijk over de mensen en eveneens een verlangen verborgen machten voor zich te winnen. Dit alles is in strijd met de eerbied en het respect, vermengd met liefdevolle vrees, die wij aan God alleen verschuldigd zijn.”
Ik las ergens op een internetforum: “Je laat je in met een andere wereld dan waarvoor jij bestemd en geschapen bent. Jezus noemt het de duisternis, waarin waarheid leugen wordt, respect uitbuiting, en vrijheid slavernij. God verbiedt het omdat Hij wil dat je vrij blijft en niet gebonden wordt.” De Bijbel is daar ook heel duidelijk in, bijvoorbeeld in Deuteronomium 18,10-12: “Het mag bij u niet voorkomen, dat iemand zijn zoon of zijn dochter door het vuur laat gaan, zich inlaat met waarzeggerij, met geestenbezwering, voorspellingen of toverij, zich met bezweringen inlaat, geesten en orakels ondervraagt of de doden oproept. Want van iedereen die dergelijke dingen doet heeft de Heer uw God een afschuw”. En in Jeremia 29,8-9 lezen wij: “Laat u niet misleiden door de profeten en waarzeggers die er onder u zijn. Luister niet naar hun dromen. Ze misbruiken mijn Naam om leugens te verkondigen; Ik heb hen niet gezonden”.
Toen ik hierover het een en ander las, vond ik nog het beste geformuleerd deze raad: “Veel jongeren houden zich bezig met het oproepen van geesten en zien het als een onschuldig spelletje. De Bijbel waarschuwt duidelijk voor dergelijke praktijken. In de geestelijke wereld is een machtsstrijd gaande tussen God en Satan. Door het oproepen van geesten stel je jezelf bloot aan geestelijke krachten, die bezit van je kunnen nemen. Misschien merk je in het begin er niet zoveel van, maar geleidelijk aan kan de duivel je in zijn greep nemen. Een van zijn tactieken is juist om mensen te doen laten geloven dat het oproepen van geesten niet gevaarlijk is. Hou je verre van deze praktijken zou ik je willen adviseren! Richt je hart op God in plaats van bezig te zijn met occulte zaken. Vertrouw op God en je zult merken dat je dan pas echt in volledige vrijheid leeft.”
In de loop der jaren ben ik verschillende mensen tegen gekomen die na het beoefenen van dergelijke “spelletjes” een onrust over zich hadden. Kon ik er iets aan doen ? Ik heb telkens met hen gebeden, ze hebben het gebiecht en de Heer nam het zo van hen af. Trouw aan de Heer blijven in gebed en in de Sacramenten geeft ons de nodige kracht om alles wat ons onrustig en bevreesd maakt te weerstaan”. 

Een interessant artikel vond ik hier: http://www.huisvanbelle.nl/charlie-charlie-challenge/ :

Charlie Charlie Challenge

Afgelopen dagen is er op social media veel verschenen over het oproepen van de geest Charlie Charlie en we ontvingen van jullie ook vragen hierover. Reden voor ons om er een blogje aan te wijden!

Wat is de Charlie Charlie Challenge?

De challenge is over komen waaien uit Amerika en is geïnspireerd op Ouijabord. Een bord dat al honderden jaren geleden door waarzeggers werd gebruikt. Het idee is dat je op een papier vier vakken maakt door twee potloden als een kruis over elkaar te leggen. Op het papier staan zowel links als rechts de woorden ‘ja’ en ‘nee’. Vervolgens stel je vragen aan de geest Charlie, die volgens de verhalen een Mexicaanse geest zou zijn. Als het contact maken ‘lukt’, gaat het potlood draaien richting ja of nee en is dat het antwoord. Hiervan is tot nu toe geen bewijs. We horen van jullie dat dit spel gespeeld wordt op school en dat er lampen gaan flikkeren en deuren op slot gaan. Dit zijn met name verhalen die jullie weer van anderen horen. Er zijn wel filmpjes op YouTube te vinden waarin jongeren dit doen en waarin je ook het potlood ziet bewegen. Maar de vraag is dan of er niet geblazen of op een andere manier gemanipuleerd wordt.

Hiermee zeggen wij niet dat het niet bestaat. Wij geloven in God en in de Bijbel en in de Bijbel wordt gesproken over een andere wereld. Een geestenwereld. Wij als Huis van Belle vinden het heel belangrijk dat je je eigen mening vormt en helpen je daarbij. In dit geval willen we je onze mening geven: begin er niet aan of stop ermee. Waarom? Van de andere geestenwereld is bekend dat ze op je reageren als jij je daarvoor openstelt. Je hoeft in principe niet bang te zijn voor geesten of demonen als jij je niet openstelt. Je wordt niet zomaar aangevallen en in Jezus’ naam en bescherming mag je je veilig weten. Maar door mee te doen aan dit soort spelletjes, kun je de poort openzetten naar die andere wereld. Willen we je hiermee bang maken? Helemaal niet. God heeft macht over hemel en aarde, en ook over de andere wereld. De invloed van deze geesten kan verbroken worden.

We hebben een aantal vragen gesteld aan Robert Doornenbal, docent Theologie aan de Christelijke Hogeschool Ede en gespecialiseerd in occultisme (dat is een verzamelnaam waar dingen zoals dit onder vallen), je leest hieronder zijn antwoorden:

Bestaan geesten als Carlie echt?

Ja, geesten bestaan. Dat zegt de Bijbel ook heel duidelijk. Tegelijk klinkt er de waarschuwing: laat je niet in met geesten, maar richt jezelf op God. Hij is ook een (G)geest, maar wel van een heel andere orde. Hij is de Schepper van de hele werkelijkheid, zowel materieel als geestelijk. En Hij is licht en waarheid, terwijl de geestenwereld vol zit met duisternis en leugens.

Kunnen wij ze echt oproepen?

Het is mogelijk om contact te maken met de geestenwereld, dat klopt. Je kunt bijvoorbeeld een geest vragen om een boodschap door te geven. Dat gebeurt bij het zogeheten ‘glaasje draaien’, en ook bij een ouija bord. Dat heeft niet altijd effect, maar vaak genoeg wel. Hiermee wil ik niet zeggen dat dit bij de Charlie Charlie Challenge ook het geval is; daarvoor weet ik er te weinig vanaf. Maar het zou kunnen dat sommige jongeren hierdoor echt contact maken met een geest.

Waarom zou je dat doen?

Het is spannend, en het lijkt geen kwaad te kunnen verder. Er zijn genoeg jongeren die zeggen: ik geloof niet in geesten, maar ik doe wel gewoon mee met dit ‘spelletje’. Wat ook kan meespelen, is een behoefte aan kennis of macht. Dus dat je iets wilt weten wat je niet op een andere manier te weten kan komen. (In de Bijbel heet dat ‘waarzeggerij’.) Of dat je wilt iets bewerken in de realiteit, macht uitoefenen. (De Bijbel noemt dat ‘toverij’.)

En waarom kun je het beter niet doen?

Om twee redenen. (1) Je weet niet wat je ‘binnenhaalt’. Er bestaan kwaadaardige geesten die sterker zijn dan wij mensen. In het begin kan het onschuldig lijken, maar een geest kan iemand in zijn macht krijgen. (2) God heeft het verboden, en dat heeft Hij gedaan om ons te beschermen. Deze reden moet eigenlijk afdoende zijn!

Er wordt gezegd dat je hiermee de poort naar demonen opent. Hoe kan dat, wat gebeurt er dan?

Demonen zijn kwaardaardige geestelijke machten. Normaal gesproken kunnen die niet zomaar invloed op je uitoefenen. Maar als je ze zelf uitnodigt (of oproept), dan wel. Dan geef je ze toestemming om iets te doen – dat wordt bedoeld met ‘de poort openen’. Wat er dan vaak gebeurt – vroeg of laat – is dat geesten je angst aanjagen. Jongeren krijgen ineens nachtmerries, dwanggedachten, negatieve gedachten en gevoelens, etc. In zo’n geval is het goed de actie van het oproepen van geesten naar God toe te belijden als zonde. Daarna kan de invloed van de geesten in de Naam van Jezus worden beëindigd. Dat is het goede nieuws!

– See more at: http://www.huisvanbelle.nl/charlie-charlie-challenge/#sthash.wsoRdV9S.dpuf

Pater M. Kromann Knudsen: Bisschoppensynode over het gezin

Sint-Agneskerk Amsterdam, 3 oktober 2015

Beminde gelovigen,

In deze oktobermaand vindt in Rome de bisshoppensynode over het gezin plaats. Gedurende drie weken zal hierover worden vergaderd. Er is veel aandacht aan besteed, zowel in wereldse als in kerkelijke media. In de moraalkwesties doet zich een grote discrepantie voor tussen de verschillende opvattingen binnen en buiten de Kerk. Dit roept bij trouwe katholieken de nodige bezorgdheid op.

Wij moeten vooral bedenken dat de natuurwetten, waarop de algemene moraal van de Kerk gebaseerd is, niet veranderd kunnen worden. Zij bevatten de waarheid, waarvan de Kerk niet kan afwijken.

Een bisschoppensynode is een raadgevende vergadering. Zij kan geen veranderingen aan de Kerk voorschrijven, maar alleen aan de Heilige Vader vragen om haar bevindingen in wetgeving om te zetten. Zolang de Paus het slotdocument niet heeft ondertekend – en dat gebeurt normaliter pas na meer dan een jaar na beëindiging van de synode, na theologische doorgronding van de teksten – zal er, ongeacht wat u te horen krijgt, niets veranderen.

Als gelovigen kunnen wij in deze rozenkransmaand samen met de heilige maagd Maria de Rozenkrans bidden voor de heilige Kerk, in het bijzonder voor de bisschoppensynode over het gezin, wetende dat het gebed het machtigste middel is om trouw te blijven aan de Waarheid.

Pater M. Kromann Knudsen FSSP

http://www.agneskerk.org


Archiefconglomeraat J.A.A. Leechburg Auwers, 1938-2009

Beheerder Website's avatarJan Leechburch Auwers

inhoud: Jan Antonius Adrianus (Jan) Leechburch Auwers (*1922) speelde een belangrijke rol binnen de Rooms Katholieke Partij Nederland. Daarnaast was hij actief binnen een groot aantal Rooms-Katholieke bewegingen, als de Stichting ‘Vrouwe van alle Volkeren’, de Stichting voor het Recht op korrekt-Katholieke Pers en publiciteit in Nederland, de Militia Jesu Christi, de Thomas More Stichting en de Titus Brandsma Stichting.

Deze collectie heeft betrekking op het persoonlijk archief van Leechburch Auwers, het archief van de ‘Vrouwe van alle Volkeren’-cultus en de archieven van samenhangende religieuze en politieke organisaties.

De inventaris van de collectie is als volgt opgebouwd:

1. Stukken betreffende religieuze onderwerpen
1.1. J.A.A. Leechburch Auwers
1.1.1. Ingekomen en kopieën van uitgaande stukken (inventarisnrs. 1-61)
1.1.2. Documentatie (inventarisnrs. 62-89)
1.2. Stichting secretariaat Vrouwe van alle Volkeren (1970-1997)
1.2.1. Ingekomen brieven en kopieën van uitgaande brieven (inventarisnrs. 90-97)
1.2.2. Stukken betreffende de devotie (inventarisnrs. 98-130)
1.2.3. Documentatie (inventarisnrs. 131-154)
1.2.4. Overige…

View original post 215 woorden meer

Kardinaal Müller fileert kamp-Kasper

door  KN

Kardinaal Müller fileert kamp-Kasper

Aan citaten uit de grote toespraak die de prefect voor de Congregatie voor de Geloofsleer heeft gewijd aan het verschijnen in het Duits van het belangrijke boek Dieu ou rien van kardinaal Sarah, hebben we al eerder aandacht besteed.

Inmiddels is de hele tekst van kardinaal Müller vrijgegeven, waarin hij enige weken voor de gezinssynode ongenadig uithaalt naar wie de vaste leer van de Kerk inzake huwelijk en gezin willen versoepelen. De Duitse kardinaal spaart zijn eigen landgenoten daarbij niet. Hij vindt Duitsland wel de laatste natie die binnen de Kerk een arrogante houding mag aannemen, al helemaal niet tegenover de arme, maar vrome en geloofsijverige Afrikaanse Kerk. Hieronder de vertaling van een lang fragment uit Müllers lezing, die de context geeft van zijn dramatische waarschuwing geen nieuw “noodlotsjaar” 1517 te creëren.

Deconstrueren en relativeren

“Alleen een duurzame herevangelisatie”, aldus kardinaal Müller, “met alle apostolische vrijmoedigheid en ijver kan de verschaling van het christendom in Duitsland tegengaan; maar in plaats daarvan verklaart men probleemblind de H. Communie voor burgerlijk gehuwden, die in een kerkelijk nog geldige echtverbintenis leven en de erkenning van homoseksuele relaties tot centrale thema’s van een pastoraal van de toekomst. En de activiteiten zijn verbazend. Met alle middelen wordt geprobeerd exegetisch, historisch, dogmatisch-historisch en met verwijzing naar psychologie en sociologie de katholieke huwelijksleer, die voortvloeit uit de leer van Jezus, te deconstrueren en te relativeren, alleen maar opdat de Kerk maatschappijconform mag schijnen en de genoemde doelen bereikt worden.”

Kerkelijke prestigekwesties

“Wie de leer van de Kerk trouw blijft, wordt publicitair bestreden en zelfs belasterd als tegenstander van de paus, alsof niet de paus en alle bisschoppen in gemeenschappelijkheid met hem getuigen zijn van de geopenbaarde waarheid, die tot trouw beheer aan hen is overgedragen, om die niet door mensen tot de menselijke maat af te laten zakken. Het kan zelfs in dit klimaat van Duits opeisen van leiderschap voor de hele Wereldkerk dan wel eens voorkomen dat een prefect van de Congregatie van de Geloofsleer door een lekenfunctionaris of een professor via een boulevardblad een lesje over het katholieke openbaringsbegrip geleerd krijgt. Men zou apostolische vrijmoedigheid en gelovig zelfbewustzijn aan de dag moeten leggen tegenover de verwoesting van het christelijke mensbeeld en als getuige voor de waarheid van het evangelie van Christus. Men moet zijn krachten niet verspillen aan interne kerkelijke prestigekwesties of zich zelfs tegenover ‘Rome’ als zelfstandige voordoen.”

Dialectisch

“Het Concilie zegt helder dat de Openbaring in Schrift en traditie vervat ligt en door het leergezag getrouw wordt uitgelegd. Maar een nieuwe openbaring die boven het depositum fidei uitgaat, krijgen paus en bisschoppen niet (Lumen gentium 25). De ontwikkeling van de leer betreft haar diepere begrip en kan niet dialectisch met wat met haar in strijd is in een hogere eenheid tot overeenstemming gebracht worden. (Dei verbum 10)”

Onherroepelijke genade

“Het geldige en sacramentele huwelijk is ofwel ontbindbaar ofwel onontbindbaar. Een derde mogelijkheid is er niet. Bij alle gepraat over dialoog en lange processen valt in werkelijkheid een ideologische verkramping niet te miskennen. Tot iedere prijs en al is het ten koste van de waarheid en de eenheid van de Kerk moet kennelijk ten minste in de praktijk een verandering afgedwongen worden. De leer mag voorlopig als theorie blijven bestaan, om de katholieken in Afrika en Azië te sussen, die geestelijk en gevoelsmatig nog niet zo ‘ver’ zijn, terwijl in de pastoraal omwille van de mensen de van God gegeven orde van sacramenten de facto buiten werking wordt gesteld. Deze tweespalt wordt naar God zelf overgebracht, die als goede Schepper en barmhartige Verlosser enerzijds genade en onontbindbaarheid van het huwelijk heeft gegrondvest, anderzijds – geschrokken over de onleefbare consequenties – zijn geboden weer intrekt. De botsing van barmhartigheid en gerechtigheid in zijn wezen dwingt hem zelfs de onherroepelijke genade van het huwelijkssacrament op te schorten om andere huwelijken bij leven van de legitieme echtgenoot toe te staan – geheel in tegenspraak met Jezus, die de ‘hardhartigheid’ van de Farizeeën verantwoordelijk maakte voor de toegeving van Mozes om te scheiden en te hertrouwen.”

Aflatenhandel

“Wat de scheiding van geloofsleer en geloofspraktijk betreft, moeten juist wij in Duitsland goed oppassen en de les van de kerkgeschiedenis niet vergeten. De aflatenhandel is in het noodlotsjaar 1517 de aanleiding geworden tot de protestantse Reformatie en tot de ongewilde tweedeling van het westerse christendom. Niet de leer van Johann Tetzel over de kwijtschelding van tijdelijke zondestraffen was verkeerd, zoals we nu weten, maar hun niet-naleving in de praktijk en het opwekken van een valse schijn. De leraren van het geloof mogen de mensen niet in een valse heilszekerheid wiegen alleen om maar geen aanstoot te geven. En het oorspronkelijke protest van Luther tegen de onverschilligheid van de herders van de Kerk was gerechtvaardigd, omdat men met het heil van zielen geen spelletjes mag spelen, zelfs niet als het doel van het bedrog een goed werk is. Wij mogen de mensen niet bedriegen wat de sacramentaliteit van het huwelijk, zijn onontbindbaarheid, zijn openheid voor het kind en de fundamentele complementariteit van beide geslachten betreft. Pastorale hulp moet het eeuwige heil op het oog hebben en niet allereerst aan de wensen van de mensen tegemoet willen komen.”

>>> www.katholieknieuwsblad.nl/

Recensie ‘Thomas More – De droefheid van Christus’

Indrukwekkende meditaties over het Lijden van de Heer van de hand van de Engelse martelaar, de heilige Thomas More (1477-1535)

BOEKBESPREKING

Door Jan Leechburch Auwers

De droefheid van Christus tot aan zijn gevangenneming. – Meditaties die de heilige Thomas More schreef toen hij in de Tower te Londen gevangen zat.

“Moeten wij ons niet schamen dat wij op een zó beslissend ogenblik met zulke dwaze geestesgesteldheid en met zo’n lichaamshouding God smeken, Hem vergiffenis vragen voor onze vele grote zonden en de eeuwige folteringen door gebeden proberen af te wenden?”

“Gaap dan, rek u uit, nies, spuw achteloos en risp de walmen van uw overdaad op. Gedraag u tenslotte op zulke wijze door uw mimiek, uw stem, uw gebaren en door heel de houding van uw lichaam, dat Hij duidelijk merkt dat u, terwijl u Hem aanspreekt, in de geest met andere dingen bezig bent. Nu, welk gunstig gevolg verwacht u van een dergelijke smeekbede?”

Zo realistisch typeert Thomas More onze slordigheid bij het bidden, de vaak voorkomende totale onzorgvuldigheid, als wij proberen te bidden. Zelf zal hij het wel heel anders gedaan hebben, ‘digne, attente ac devote‘ – op waardige wijze, met aandacht en toewijding – zoals gezegd wordt in het persoonlijke voorbereidingsgebed voor de kerkelijke getijden. Thomas More was opgesloten in de gevangenis, omdat hij trouw was aan zijn rooms-katholiek geloof. Gehuwd, drie dochters, had hij het maatschappelijk ver geschopt: hij was parlementslid geweest en rechter, bekleedde vele functies en was tenslotte tot de voor een leek hoogst bereikbare positie opgeklommen, namelijk die van Lord-kanselier, direct raadgever van de koning. Maar deze – Hendrik VIII – had zichzelf aan het hoofd van de Engelse Kerk gesteld. In mei 1532, daags nadat de clerus van Engeland definitief de koning als algeheel leider van de Kerk in hun land had erkend, vroeg Thomas More ontslag van al zijn functies en werd hij in de kerker, in de Tower van Londen, opgesloten.

In de inleiding van het boek wordt een goede tijdschets gegeven. Vervolgens een toelichting op de tekst van het boek. Daarna nog de teksten van twee grafschriften. En dan (van blz. 30 t/m 164): de beschouwing van Thomas More; ‘over de droefheid, de moeheid, de angst en het gebed van Christus, voordat Hij gevangengenomen werd’. Een wonderlijk mooie, diep doordachte, persoonlijk doorleefde, raak getypeerde meditatie over alles was Jezus moet hebben meegemaakt, gedaan en gebeden, tot de Vader gesmeekt, bloed en tranen vergoten, op de grond gelegen, in het stof rondgekropen, weer opgestaan en weer gevallen, door Judas verraden, alles vooruit wetend, naar Zijn drie meest uitverkoren apostelen gegaan en hun medeleven en gebed gevraagd, weer teruggekeerd naar dezelfde plek, zich geheel overgevend aan de Wil van de Vader, en dat alles in diepste en onbeschrijfelijke smart.

Ik heb de tekst met grote bewondering en aandoening gelezen. Ik moest ook denken aan de zalige Pater Titus Brandsma die eveneens zonder enig document ter beschikking te hebben in de gevangenis van Scheveningen een levensgeschiedenis schreef van de heilige Theresia van Avila. Zo had ook Thomas More alleen zijn geheugen, zijn vroomheid, zijn kennis van de Schrift, heel zijn innerlijk ter beschikking om dit zeer waardevolle boek over Jezus’ doodstrijd in de Hof van de Olijven te schrijven. Bij de gevangenneming van Jezus eindigt plotseling het boek met de vermelding: ‘Toen Thomas More hier gekomen was, werd hem alle schrijfgerei afgenomen. Hij werd strenger dan tevoren gekerkerd’. Op 6 juli 1535 werd hij nabij de Tower te Londen onthoofd. In 1935 werd hij door Paus Pius XI heilig verklaard.

Ik had deze bespreking het liefst aan het begin van de vastentijd willen plaatsen in ons blad, maar het is en blijft te allen tijde een zeer aanbevelenswaardig boek. Heeft Christus zelf niet na Zijn verrijzenis gezegd: “Moest de Messias dat alles niet lijden om in Zijn glorie binnen te gaan?”

Ik zou dit waardevolle, unieke werkje van de heilige Thomas More gaarne in handen willen zien van al onze lezers.

Bestel het nu direct. Stel het maar geen dag uit; de voorraad is beperkt. U zult er zeker spijt van hebben, als u zou worden meegedeeld: ‘Helaas uitverkocht’. Hier volgen nog de exacte gegevens: De droefheid van Christus tot aan zijn gevangenneming; ISBN 90.6257.162.X – Uitgeverij De Boog, Herenstraat 41, 3512 KB Utrecht. Verschenen in de Arco Reeks; 164 bladz.; prijs 6,50; tel./fax 020 – 416 00 19. E-mail: info@deboog.nl

Website Jan Leechbruch Auwers

Bron: www.deboog.nl

Mgr. Léonard: Het onthaal van hertrouwde echtgescheidenen

Niemand is verplicht leerling van Jezus te zijn en ook niet om ‘in de Heer’ te trouwen. Als men op huwelijksvlak dus meerdere ‘kansen’ wil hebben, kan men zich best wenden tot de burgerlijke overheid die zoveel kansen biedt als men wil. Maar als men ervoor kiest leerling van Jezus te zijn, verplicht men zich bij voorbaat trouw te blijven aan zijn of haar echtgeno(o)t(e), wat er ook gebeurt. En als men ongehuwd is, nog vrijgezel, verbindt men zich als leerling van Jezus ertoe niet te willen trouwen met iemand die gescheiden is na een geldig sacramenteel huwelijk.

Gebrek aan logica in de verwijten aan de Kerk of aan Jezus

Het is dus inconsequent om aan de Heer of aan de Kerk een gebrek aan begrip op dit gebied te verwijten, omdat men met het aangaan van een huwelijk zoals Jezus voorstelt, bevestigd heeft dat men een onverbrekelijke huwelijksband aanging, in lief en leed, en zodoende bij voorbaat heeft afgezien van elk recht om een nieuw kerkelijk huwelijk aan te gaan, als de eerste sacramentele verbintenis op een mislukking zou uitlopen. Men moet weten wat men wil. Als Jezus een radicaal engagement voorstelt, vraagt hij om daar op voorhand goed over na te denken en de consequenties ervan goed te overwegen: ‘Welke koning zal, als hij tegen een andere koning ten oorlog wil trekken, niet eerst overleggen of hij sterk genoeg is om met tienduizend man het hoofd te bieden aan iemand die met twintigduizend man tegen hem optrekt? Zo niet, dan stuurt hij, als de tegenstander nog ver weg is, een gezantschap en vraagt om de vredesvoorwaarden’ (Luc 14, 31-32).

Daarom heb ik in Pastoralia van maart zo de nadruk gelegd op de prachtige maar ook niet geringe opgave die het christelijk huwelijk is en op het belang van de voorbereiding. Het onderkennen van deze eis is niet gemakkelijk in een tijd waarin veel gedoopten zeggen gelovig te zijn, maar niet praktiserend. Zij vragen dan om het sacramentele huwelijk, zonder er volledig achter te staan. Wat ze zoeken is vooral een plechtigheid en een erkenning, en ze zouden een afwijzing of een poging om het te ontraden, heel slecht opnemen. En zo gaan zij een kerkelijk huwelijk aan, zonder er in hun hart de consequenties van te aanvaarden. Vandaar dat ze, ondanks de aangegane verplichtingen, een nieuwe kerkelijke verbintenis vragen wanneer de eerste op een mislukking is uitgelopen. We zullen deze tegenstrijdigheden pas te boven komen als de pastorale benadering van de Kerk en de algemene mentaliteit gericht is op een sacramentele huwelijksverbintenis die minder routinematig en beter voorbereid is.

Geestelijken weten het voor zichzelf toch ook prima te regelen?

Veel gelovigen ergeren er zich flink aan – en ik begrijp ze heel goed – dat de Kerk zichzelf niet het recht toekent een mislukt huwelijk te ontbinden, terwijl ze soms wel aan priesters die ontrouw zijn aan hun celibaat, toestaat van hun beloften te worden ontheven en kerkelijk te huwen. Dat voelt voor velen aan als twee maten en twee gewichten. Inderdaad wekt deze aanpak de vervelende indruk dat de Kerk meedogenloos is tegenover leken, terwijl geestelijken onder elkaar de dingen in hun voordeel regelen…

In feite is de situatie volledig anders. Het is door zijn eigen aard en krachtens de uitdrukkelijke wil van de Heer zelf, dat het huwelijk tussen gedoopten onverbrekelijk is. De Kerk heeft dientengevolge geen enkele macht, waar het gaat om een huwelijk tussen gedoopten dat geldig gesloten is en in hart en lichaam voltrokken. Het celibaat van de priester daarentegen is niet van nature aan het priesterschap verbonden, ook al bestaat er een nauwe band tussen het priesterschap en het celibaat. Die diepe band blijkt al in het Nieuwe Testament en de Kerk wordt zich daar in de loop van de eeuwen steeds meer van bewust. Niettemin is een diepe band geen absolute noodzaak, en de katholieke Kerken van het Oosten die zowel celibataire als gehuwde priesters hebben, laten zien dat de band tussen priesterschap en celibaat niet absoluut is. Daarom beschikt de Kerk tegenover het celibaat van priesters in haar barmhartigheid over een vrijheid van handelen, die zij niet geniet waar het gaat om het onverbrekelijke huwelijk. Als er dus ernstige twijfel bestaat over vrijheid en rijpheid bij het aangaan van de celibaatsverplichting kan de Kerk, na gedaan onderzoek, aan een priester ontheffing van het celibaat verlenen en hem aldus toestaan een kerkelijk huwelijk te sluiten, maar steeds op voorwaarde dat hij dan afziet van de uitoefening van het priesterambt.

Dit neemt niet weg dat deze verschillen, hoe gefundeerd ook, voor het grote publiek moeilijk te begrijpen zijn en dat velen er aanstoot aan blijven nemen als een bij de wijding plechtig aangegane verplichting nadien verbroken wordt. Op dit subjectieve niveau van de in geweten aangegane verplichting valt het vergelijken van beide situaties te verdedigen, los van beschouwingen over het huwelijk dat van nature onverbrekelijk is en de niet noodzakelijke band tussen priesterschap en celibaat. Daarom is het goed dat Rome nog slechts bij hoge uitzondering dit soort dispensaties van het priestercelibaat verleent, omdat die tot pijnlijke vergelijkingen leiden en gehuwden ontmoedigt in hun streven naar absolute trouw.

Hoe gescheiden mensen onthalen na een burgerlijke hertrouw?

Veel gelovigen overwegen, na het mislukken van hun sacramentele huwelijk, een nieuwe verbin-tenis aan te gaan. Ook al keurt de Kerk, in trouw aan de leer van Jezus, die beslissing niet goed, toch respecteert ze ze, zeker als die beslissing ingegeven wordt door het welzijn van de kinderen en als aan alle gerechtelijke plichten tegenover de vorige echtgeno(o)t(e) en de kinderen is voldaan. Het zal echter duidelijk zijn dat deze nieuwe verbintenis per definitie slechts een burgerlijke verbintenis kan zijn en in geen geval een sacramentele. Het huwelijkssacrament tussen gedoopten is immers ‘teken’ van de onverbrekelijke band tussen God en de mensheid, het is een getuigenis van de onvergankelijke band tussen Christus en ons allen die zijn bruid, de Kerk zijn. Hoe zou een nieuwe verbintenis met een nieuwe partner ‘sacrament’ van deze onaantastbare band kunnen zijn, terwijl de echtgeno(o)t(e) met wie ik me eerder in een sacramenteel huwelijk heb verbonden, nog in leven is?

Maar hoe moeten we dan omgaan met de tamelijk frequente verzoeken om een kerkelijke viering van gescheidenen ter gelegenheid van hun burgerlijke hertrouw of van vrijgezellen die met een gescheiden persoon trouwen?

Goed onderscheid maken tussen de ver¬schillende aanvragen

In heel wat gevallen – vooral bij niet-praktiserende katholieken – betreft het verzoek vooral een ‘ceremonie’. De Kerk wordt dan min of meer benaderd als een zelfbedieningszaak in ‘religieuze praal’ waarbij men de huwelijksmars van Mendelssohn kan laten horen en een fraai fotoalbum kan compileren. Dat zijn legitieme verlangens, maar die zijn ook te vervullen met een goed voorbereide burgerlijke plechtigheid, als de gemeenten wat fantasie zouden gebruiken om de esthetische en affectieve kant van hun ‘ritueel’ te ontwikkelen.

Maar in andere, eveneens veel voorkomende gevallen, wordt de aanvraag ingegeven door een echte religieuze motivatie. De betrokkenen hebben de mislukking van hun huwelijk meegemaakt, en dat heeft diepe wonden nagelaten. Zij willen opnieuw hun geluk beproeven en soms biedt de nieuwe verbintenis die zich aandient meer kans op succes, juist als gevolg van de opgedane ervaring. Daarom zouden ze dit nieuwe avontuur onder de bescherming van God willen plaatsen. Vandaar het verzoek om een viering, om ‘iets’ religieus, een rite, hoe elementair ook, die zowel een minimale erkenning als een garantie voor de toekomst is. Wat moeten we in dat geval doen?

De ambiguïteiten van een liturgische viering weigeren

Zoals Johannes Paulus II moedig schrijft in zijn apostolische aansporing over het gezin Familiaris Consortio (§ 84): ‘De eerbied verschuldigd aan het sacrament van het huwelijk, aan de echtgenoten zelf en aan hun naasten, evenals aan de gemeenschap van gelovigen, verbiedt alle geestelijke herders, om welke reden en onder welk voorwendsel dan ook, zelfs van pastorale aard, om voor gescheidenen die weer in het huwelijk treden, plechtigheden van welke aard dan ook te vieren. Deze zouden immers de indruk kunnen wekken van een sacramentele viering van een nieuw geldig huwelijk en zo dus op een dwaalspoor leiden met betrekking tot de onverbreekbaarheid van het geldig gesloten huwelijk.’

Daarom wordt er, in eenheid met de paus en de universele Kerk, nadrukkelijk gevraagd af te zien van elke vorm van pastoraal handelen die bij de echtelieden, de familie of de gemeenschap van gelovigen de indruk zou kunnen wekken dat het om een echt sacramenteel huwelijk gaat, zoals bijvoorbeeld de zegening van de ringen, het geven van het jawoord, de bruidsstoet naar de kerk na het burgerlijk huwelijk, het paar ontvangen in liturgische gewaden, enzovoort.

Te noteren valt dat deze ernstige dubbelzinnigheid niet wordt opgeheven door de eenvoudige verklaring aan het begin van dergelijke ‘viering’ dat het niet om het sacrament van het huwelijk gaat. Zo’n voorbehoud zou door het publiek immers slecht worden begrepen en terstond terzijde worden geschoven. De meesten zouden alleen maar onthouden: ‘Ze zijn voor de Kerk getrouwd …’ Zelfs de viering, op behoorlijke afstand van het burgerlijk huwelijk, van een mis voor de overledenen van de families van beide echtelieden is niet vrij van dubbelzinnigheid, als die een verkapte gelegenheid biedt voor een bruidsstoet en een publieke verwelkoming van het koppel bij het verlaten van de kerk.

Rest nog om op positieve wijze te spreken over het onthaal dat wij moeten bieden aan diegenen die burgerlijk hertrouwen en ruimer de hertrouwde echtgescheidenen. Dat ingewikkelde onderwerp, dat meerdere nuances vergt, zal ik in het volgende nummer behandelen.

+ André-Jozef Léonard
Aartsbisschop van Mechelen-Brussel